3-78

3-78

Belgische Senaat

3-78

Handelingen - Nederlandse versie

VRIJDAG 15 OKTOBER 2004 - OCHTENDVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Verklaring van de regering over haar algemeen beleid

Berichten van verhindering


Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin

(De vergadering wordt geopend om 10.50 uur.)

Verklaring van de regering over haar algemeen beleid

Bespreking

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De regering liet de Senaat een uur wachten. Het leek wel een existentieel moment. Waiting for Godot dacht ik zo. De Senaat heeft vandaag een afspraak met de regering, maar de vraag is of het land nog een regering heeft, die naam waardig. Hebben we nog een regeringsleider die de democratische correctheid heeft om in de Senaat aanwezig te zijn voor een debat dat essentieel is voor deze legislatuur?

Ik dank minister Laruelle voor haar aanwezigheid, maar betreur de afwezigheid van de eerste minister. De balans van Verhofstadt II is een lijst van gemiste afspraken met de kiezer en het nieuwe parlementaire jaar ziet er onheilspellend uit. Wat we hier vandaag meemaken is een beschamende vertoning. Het is een totaal gebrek aan respect van de regering voor de Senaat. Het is zelfs een kaakslag voor de instellingen.

De voorzitter. - Ik ben het daarmee eens. Dat zal niet zonder gevolg blijven.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Zoiets heb ik nog niet meegemaakt. Het is ook een kaakslag voor de kiezer.

Op 18 mei 2003 gaf de kiezer de eerste minister een ruime meerderheid om het land te besturen. De premier had tijdens de verkiezingscampagne de hemel beloofd, maar enkele dagen na de verkiezingen kwam de ene jobstijding na de andere. De moeizame regeringsonderhandelingen waren al een veeg teken. De tijden waren aan het keren.

Op 13 juni 2004 heeft de kiezer de premier gedesavoueerd. Omdat hij zich niet aan zijn belofte had gehouden, kreeg hij de rekening gepresenteerd. Hij beloofde belastingverminderingen, maar er kwamen accijnsverhogingen op diesel en benzine. Hij beloofde de Vlamingen een strengere nationaliteitswet, maar er kwam migrantenstemrecht. Vlaanderen rekende op een grote communautaire doorbraak, maar de wapenexport werd geregionaliseerd, en via de Francorchampswet ook de wetgeving op de tabaksreclame. De premier beloofde de problemen aan te pakken, maar hij bleef bij de pakken zitten, verlamd, niet door pessimisme, niet door fatalisme, maar door angst voor de kiezer.

Na de opdoffers die hij recent te verwerken kreeg, verstopte de premier zich en liet hij de zaken betijen.

Eind augustus, na een lange vakantie, gaf hij plots te kennen zijn beleidsverklaring te willen vervroegen. Die overmoed was helaas de oorzaak van een nieuwe ravage, waar niet alleen de hele politieke wereld, maar ook de samenleving onder leidt. De gok van de premier is als een boemerang in zijn gezicht teruggekeerd. De zogenaamde methode-Verhofstadt botste in het DHL-dossier op haar grenzen. Misschien komt het weer door dit dossier dat de premier niet in staat is vandaag op een behoorlijke manier voor de Senaat te verschijnen.

Dezelfde onzekerheid zien we vandaag in de belangrijkste onderdelen van het regeringsbeleid. Steunpunt van het regeringsbeleid was 200.000 arbeidsplaatsen in vier jaar. "Jobs, jobs, jobs", het klonk als een mantra tijdens de verkiezingscampagne van de premier. Het stond centraal in het regeerakkoord en het was het thema van de beleidsverklaring van vorig jaar. In september waren er in ons land 613.000 niet-werkende werkzoekenden. Tegenover vorig jaar zijn er geen 50.000 banen bijgekomen, hoewel de premier zich daartoe had geŽngageerd. Sinds mei 2003 kwamen er helaas wel 112.000 werklozen bij.

Om de slechte prestaties te verantwoorden verstopt de regering zich al te gemakkelijk achter de conjunctuur. Niemand zal ontkennen dat BelgiŽ, net als heel Europa, drie jaar lang met een laagconjunctuur werd geconfronteerd. Inzake werkloosheid deed BelgiŽ het echter veel slechter dan de andere Europese landen.

(Protest van de heer Wille)

De werkloosheid is in BelgiŽ de afgelopen vier jaar forser gestegen dan in de overige vijftien landen van de Europese Unie. In 2000 lag onze werkloosheidsgraad 0,9 procent lager dan in de EU-15. Vandaag ligt onze werkloosheidsgraad 0,5 procent hoger. Niet de conjunctuur was daarvan de oorzaak, maar wel het werkgelegenheidsbeleid. Door dat beleid heeft de werkloosheid catastrofale vormen aangenomen. Het spijt ons dat we vandaag herhaaldelijk op de leemten en zwakten van het regeringsbeleid zullen moeten wijzen.

Ik ga eerst in op het buitenlands beleid. Een geŽngageerd buitenlands beleid stoelt op een coherent en transparant conflictpreventiebeleid. Uiteraard moet BelgiŽ deelnemen aan vredesoperaties. De regering blaast echter warm en koud tegelijk. Nog geen 24 uur na de toespraak van de eerste minister, laat de regering de Afghanen in de steek. Bij gebrek aan financiŽle middelen zal ons land het grootste deel van zijn troepen terugtrekken, terwijl Afghanistan volgens alle internationale waarnemers verre van gepacificeerd is en terwijl BelgiŽ enkele maanden geleden had beloofd de troepenmacht in Afghanistan te verdubbelen. De geloofwaardigheid van ons land wordt andermaal te grabbel gegooid.

Conflictpreventie in het beleid aankondigen is ťťn zaak, er consequent naar handelen een andere. Vorig jaar heeft de minister van buitenlandse zaken verkregen dat het budget voor conflictpreventie gebundeld werd onder zijn bevoegdheid teneinde een coherent en sterk beleid te kunnen voeren. Een jaar later ontbreekt alle transparantie en samenhang op dit vlak. De oprichting van een Federaal Centrum voor Conflictpreventie, dat gestalte kan geven aan het Belgische beleid terzake, is voor CD&V urgent.

Een ander probleem betreft het pacificatie- en transitieproces in het gebied van de Grote Meren in Afrika. De premier legt terecht de klemtoon op dat gebied. De creatie van een rechtsstaat in de DRC is tot op heden te veel een papieren belofte, de aanhoudende geweldspiraal in Oost-Congo blijft een etterende zweer op een duurzaam vredesproces en de corruptie en de plunderingen van de bodemrijkdommen leggen een hypotheek op het economische herstel van het land. Ook de massamoord in het Burundese vluchtelingenkamp Gatumba en de beknotting van elke kritische stem in Rwanda zijn niet bevorderlijk voor een duurzame vrede in de regio.

Voor CD&V is het belangrijk dat BelgiŽ niet alleen optreedt, dat we het probleem op de agenda van de Europese Raad en de VN plaatsen, dat we de versterking van de positie van de MONUC in Oost-Congo nastreven om de bescherming van de burgerbevolking effectief te kunnen garanderen. Verder moet BelgiŽ erop aandringen dat het wapenembargo in de regio wordt gerespecteerd en uitgebreid. Daarvoor zijn initiatieven nodig op het niveau van de VN-veiligheidsraad. Ten slotte moet BelgiŽ opteren voor een kritische aanwezigheid in de regio. We steunen immers de ontwikkelingssamenwerking met alle landen in de regio, maar dat moet gepaard gaan met respect voor de mensenrechten, de democratie en met een goed bestuur.

Begin juli 2002 heeft de toenmalige minister van Buitenlandse Zaken aangekondigd dat hij spoedig werk zou maken van een ethische code voor Belgische bedrijven die actief zijn in het buitenland. Ruim twee jaar later is hiervan nog niets terechtgekomen. Daarom pleit CD&V voor een aanpassing van de Delcrederewet zodat voortaan ook rekening moet worden gehouden met de IAO- en de OESO-richtlijnen. Eerst de moraal en dan de verzekering mogen geen loze woorden blijven.

Terecht kondigde de regering onder druk van CD&V aan dat ze tegen 2010 0,7% van het BBP zal besteden aan ontwikkelingssamenwerking. Voor de begroting 2003 werd trots aangekondigd dat er reeds 0,63% was bereikt. Wat een desillusie dat het slechts een one-shotmaatregel was, met name de kwijtschelding van de Congolese schulden. Bovendien werd op de begroting met budgetten geschoven en werden vooral de NGO's daarvan het slachtoffer. Minister De Decker stelde deze zomer in een interview dat in werkelijkheid slechts 0,45% van het BBP werd gehaald. Welke stappen zal de regering doen op het groeipad naar 0,7% van het BBP? Hoe zal zij de terugval na de one-shotoperatie opvangen?

Met betrekking tot de schuldkwijtschelding verheugt het mij dat de regering zal onderzoeken of ons land zich zal kunnen aansluiten bij relevante internationale initiatieven terzake. De toestand is zo precair dat BelgiŽ en andere donoren niet meer mogen talmen. CD&V pleit niet alleen voor een nieuw initiatief inzake schuldverlichting, maar ook voor een gevoelige uitbreiding van het aantal landen dat voor schuldkwijtschelding in aanmerking komt, zodat de kwijtschelding een hefboom wordt om de millenniumdoelstellingen te verwezenlijken.

Als we de verschillende beleidsdomeinen overlopen, komen wij tot de vaststelling dat de lijst van gemiste afspraken zeer lang is. Ik zou kunnen ingaan op de verbetering van het sociaal statuut van de zelfstandigen, op de expanderende uitgaven in de gezondheidszorg, op het klimaatbeleid, op de aanpak van de vergrijzing, op de in alle richtingen ontsnappende gevangenen, op de voor de brandweer noodzakelijke maatregelen, op Copernicus, op de administratieve vereenvoudiging, op de wegwerking van de gerechtelijke achterstand, enzovoorts, ... Mijn collega's CD&V-senatoren zullen hierover in de loop van het debat pertinente opmerkingen maken.

Mevrouw de voorzitter, dinsdag hebben wij van de premier vernomen dat het forum volgende week in de Senaat zonder senatoren van start gaat.

De heer Paul Wille (VLD). - Hoe weet u dat? Heeft de premier dat gezegd?

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Is de voorzitter bereid om het debat over de staatshervorming uitsluitend door de uitvoerende macht te laten voeren? Aanvaardt zij dat de Senaat het decor levert voor die onderhandelingen terwijl de senatoren in de coulissen moeten blijven?

CD&V is het daarmee in geen geval eens. Wij zijn bereid deel te nemen aan een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap, zij het onder volgende voorwaarden:

1.Het moet een werkelijk open agenda betreffen waarin ook de resoluties van het Vlaams Parlement worden opgenomen.

2.Het draagvlak en de representativiteit van het forum moeten worden versterkt met parlementsleden van partijen die op de verschillende bestuursniveaus regeringsverantwoordelijkheid dragen.

3.Mijn partij acht zich op geen enkele manier gebonden door het akkoord van 26 april 2002 over de hervorming van de Senaat dat door de premier wel als kader wordt aangereikt.

4.De splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde moet voor CD&V in elk geval buiten het forum blijven, zoals uitdrukkelijk werd overeengekomen in het Vlaams regeerakkoord dat VLD en SP.A-SPIRIT mede hebben onderschreven.

5.Voor de splitsing van het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde blijft het voorstel van collega Vandenberghe c.s. ons uitgangspunt, namelijk ťťn gerechtelijk arrondissement, maar een horizontale splitsing voor de zetel en een verticale of territoriale splitsing voor het parket.

Deze duidelijke uitgangspunten van de CD&V voor de institutionele agenda wil ik nog vervolledigen met ons standpunt over onze instelling, de Senaat.

Wij nemen belangrijke uitdagingen niet aan, fundamentele maatregelen blijven uit, noodzakelijke debatten worden niet gevoerd. De Senaat speelt nog veel te weinig de institutionele rol die voor hem is weggelegd, zodat er een grote leemte bestaat. Het spreekt voor zich dat wij steeds bereid zijn om constructief na te denken over de werking van de Senaat.

De voorzitter heeft dinsdag een aantal suggesties tot modernisering van onze assemblee gedaan. Terecht heeft zij beklemtoond dat de Senaat naast de zuiver politieke opdracht van de Kamer veel nuttig werk heeft geleverd. Het deed mij genoegen dat zij de reflectie over en de evocatie van alle maatschappelijk belangrijke thema's als het wezenlijke parlementaire werk in de Senaat blijft verdedigen. Naast het institutioneel debat moet dat inderdaad de kerntaak van de Senaat blijven.

Op thema's zoals de vergrijzing en de denataliteit, het vreedzaam en respectvol samenleven, de armoedebestrijding en gelijkekansenproblematiek, het structurele verhogen van de werkgelegenheid, de duurzame ontwikkeling, de kerntaken van de overheid en de zelfredzaamheid van de samenleving kan niet in een handomdraai een antwoord worden gevonden. Het zijn immers fundamentele en complexe kwesties. De politiek moet hiervoor een coherent antwoord formuleren en mag niet stuurloos laten betijen. De CD&V verwacht dat de Senaat aan die thema's een sereen en grondig debat zal wijden en dat er een duurzame oplossing voor wordt gevonden, zodat de samenleving opnieuw houvast en perspectieven worden geboden.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Wij zijn het niet helemaal eens met mevrouw de Bethune. Dat heeft niet alleen te maken met de meningsverschillen tussen meerderheid en minderheid. Ik reageer ook als Franstalige op een zeer radicaal Nederlandstalig betoog.

Ik was onder de indruk van de ruime aandacht die de eerste minister in zijn toespraak heeft besteed aan de sociaal-economische problemen en ook van zijn bereidheid om het communautair debat met wederzijds respect te voeren. Met deze constructieve benadering kunnen wij alleen maar instemmen.

De eerste minister heeft opnieuw verklaard dat hij er zich toe verbindt om het financieel evenwicht van de sociale zekerheid te waarborgen. Daarmee komt hij het regeerakkoord na en ook de beloftes van de superministerraden, meer bepaald die van Oostende. Dat kan ons alleen maar voldoening schenken. Wij staan natuurlijk achter de structurele maatregelen die het met een aanzienlijke inspanning mogelijk maken opnieuw een begrotingsevenwicht te bereiken. Wij willen er echter wel de aandacht op vestigen dat over de bijdragen van de gemeenschappen en de gewesten met hen overleg dient plaats te vinden. De reacties van sommige gewest- en gemeenschapsministers tonen overigens aan dat het absoluut noodzakelijk is om de dialoog hierover aan te vatten.

Het recht op gezondheid is een fundamenteel grondwettelijk gewaarborgd recht, evenals het recht op een zinvolle baan, behoorlijke huisvesting, een gezonde omgeving, culturele en sociale ontplooiing. Toch wil ik de klemtoon leggen op de gezondheid om de eenvoudige reden dat de begrotingsdoelstellingen werden bekrachtigd in het licht van de uitgaven voor het jaar 2005 en tevens werden goedgekeurd door de Algemene Raad van het RIZIV. De eerste minister bevestigt de groeivoet van 4,5%, maar benadrukt tevens de responsabilisering van actoren als de farmaceutische nijverheid en de zorgverstrekkers. In dit verband vallen wij uiteraard de maatregelen bij inzake tandverzorging bij kinderen en inzake het verhelpen van de onderfinanciering van de ziekenhuizen.

De strijd tegen de sociale uitsluiting is een wezenlijke doelstelling die onze bijzondere aandacht verdient. Hierover ben ik het eens met mevrouw de Bethune. Wij stemmen in met de maatregelen inzake het leefloon en de Inkomensgarantie voor Ouderen (IGO). De maatregelen om gezinnen met een bescheiden inkomen bij te springen bij het betalen van hun factuur voor huisbrandolie, steunen wij ten volle. Vanochtend vergadert de regering over deze hulpmaatregel. Ik hoop dat de concrete uitwerking ervan de betrokkenen echt zal helpen om het hoofd te bieden aan de prijsverhoging van de huisbrandolie.

De fiscale maatregelen, de begroting en de sociale zekerheid werden als ťťn geheel benaderd. Het evenwicht in de sociale zekerheid is ons inziens een fundamentele doelstelling en daarom dienen de beloften betreffende de uitgaven dan ook te worden nagekomen. Wij zijn gewonnen voor die maatregelen, zodat de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid geen hoogstandjes moet maken. Ik verwijs uiteraard naar de verhoging van de accijnzen op tabak, de bepaling van een minimumprijs voor tabaksproducten, de aanpassing van de ecoboni en de bedrijfsvoertuigen, die zullen worden belast naar gelang ze vervuilen. Die maatregelen kunnen alleen maar gunstig zijn voor het milieu en voor de volksgezondheid.

Het stemt mij tevreden dat er bijzondere aandacht wordt besteed aan het vreedzaam samenleven van de verschillende in ons land aanwezige culturen en dat het plan ter bestrijding van racistische en antisemitische vergrijpen integraal zal worden uitgevoerd. Alle discriminaties zouden op die manier moeten worden bestreden, meer bepaald ook de ongelijke behandeling van mannen en vrouwen, waarvoor mijn fractie bijzonder gevoelig is.

Inzake werkgelegenheid en eindeloopbaan werden zeer brede voorstellen gedaan, maar het terrein moest open blijven voor sociaal overleg. De maatregelen hebben vooral betrekking op de opleidingen en op de ontwikkeling van de arbeidsmarkt. Een werkzoekende bestraffen die geen werk vindt omdat er geen werk is, is uiteraard volkomen onaanvaardbaar.

Alle maatregelen die het opleidingsniveau verhogen, het tijdskrediet aanmoedigen en werk en gezinsleven beter op elkaar helpen afstemmen, verdienen onze steun. Wij zullen erop toezien dat voor kinderopvang en voor ouderschapsverlof de inspanningen worden gedaan die de Hoge Raad voor Werkgelegenheid heeft gevraagd.

Nu ik het toch over gezin en kinderen heb, zou ik willen beklemtonen dat de problemen met de alimentatievorderingen niet volledig zijn opgelost. De initiŽle regeringsbeslissing werd op het einde van vorige zittingperiode door het Parlement bekrachtigd. De eerste fasen werden uitgevoerd en het is nu tijd voor de uitvoering van de volgende.

Sommigen mogen dan vinden dat men via uitzendarbeid vast werk kan vinden, ik van mijn kant wil beklemtonen dat de regelgeving waarborgen moet bieden voor de bescherming en de vertegenwoordiging van uitzendkrachten. De sector van de uitzendarbeid mag niet nog meer blootstaan aan deregulering omdat de krachtsverhoudingen er anders liggen.

Er bestaan wetsvoorstellen tot harmonisering van het arbeiders- en het bediendestatuut en het zou goed zijn mocht onze assemblee zich buigen over dit belangrijke probleem. Wij houden uiteraard vast aan het interprofessioneel overleg, een Belgische traditie die we in stand moeten houden. Weliswaar moet de regering soms tussenbeide komen, maar dat overleg moet worden voortgezet zoals voorheen.

Nu de minister van Middenstand en Landbouw aanwezig is, wil ik benadrukken dat er maatregelen ten gunste van de zelfstandigen moeten worden genomen en wijs ik erop dat een grotere solidariteit met de zelfstandigen gepaard moet gaan met een grotere onderlinge solidariteit binnen de groep zelf. Door de plafonnering van de bijdragen is de inspanning van de zowat 8% rijke zelfstandigen niet evenredig met hun inkomen, terwijl de afschaffing van het plafond voordelig zou zijn voor 92% van de zelfstandigen.

Ik heb de maatregelen betreffende de eindeloopbaan kort vermeld. Ik vestig er de aandacht op dat na overleg absoluut rekening moet worden gehouden met zware en moeilijke werkomstandigheden.

De overname van de schuld van de NMBS werd bevestigd. Dat verheugt ons, maar wij vrezen dat een en ander gepaard zal gaan met het uitstellen of uitvlakken van de geplande investeringen. Gezien talloze problemen communautair geladen zijn, zullen wij ervoor moeten oppassen dat die uitvlakking het ene gewest niet benadeelt ten aanzien van het andere.

Inzake justitie onthoud ik dat men de maatregelen voorgesteld door de superministerraden in aanmerking blijft nemen; zij hebben betrekking op het verlagen van de drempel tot justitie, het wegwerken van de gerechtelijke achterstand, de rationalisatie van de gerechtelijke organisatie. Wij steunen de minister en juichen het toe dat zij bereid is om met het Parlement samen te werken, zoals zij deed bij de herziening van het Strafwetboek.

Wij hebben de institutionele problemen vermeld, meer bepaald het Forum. Ik zal niet terugkomen op alle problemen die daar zullen worden aangesneden. Ik wil er alleen aan herinneren dat de eerste minister in zijn verklaring aanstuurt op respect voor de gemeenschappen. Sommigen hebben gealludeerd op de splitsingsproblemen. De Franstaligen, onze partij en onze fractie zijn hiervoor geen vragende partij. In de huidige stand van zaken hebben wij geen enkele communautaire eis te formuleren. Het Forum kan aan de slag gaan. Een gemeenschap of een lid van een gemeenschap mag geen enkel administratief of juridisch nadeel ondervinden van eventuele maatregelen. Dat belangrijke gegeven zullen wij kracht bijzetten.

Wat de Senaat betreft, verwijst de eerste minister steeds naar een akkoord dat CD&V niet bindt. Meer klaarheid is nodig. Wij zijn uiteraard voorstander van twee kamers in een federale Staat. De eerste minister had het over de afschaffing van het traditionele tweekamerstelsel. Ik deel zijn standpunt niet. Op de agenda staat veeleer de modernisering van het in een federale Staat onontbeerlijke tweekamerstelsel.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Alle senatoren zijn het daarmee eens!

De heer Philippe Mahoux (PS). - Aangezien in een federale Staat een bicamerale structuur onontbeerlijk is, spreekt het voor zich dat ťťn van beide kamers meer in het bijzonder de gemeenschappen vertegenwoordigt. Deze Senaat moet, wat ons betreft, paritair zijn samengesteld en wetgevende bevoegdheden hebben.

In dit verband wijs ik erop dat het Grondwetsartikel betreffende de wetgevende macht niet voor herziening vatbaar is verklaard. Er kan dus niets worden gewijzigd. De Senaat is hoofdzakelijk bevoegd voor gemeenschapsmateries: de Grondwet, de bijzondere wetten, de internationale materies. Het evocatierecht moet behouden blijven, zij het eventueel na een wijziging.

De eerste minister zou het behoud van het evocatierecht aanvaarden, voorzover het betrekking heeft op gemeenschaps- of gewestmateries. Ik ben bereid de Eerste minister gelijk te geven, want van alle problemen die onze assemblee de jongste jaren heeft behandeld, was er niet ťťn dat niet minstens gedeeltelijk betrekking had op de gemeenschappen en de gewesten. De Senaat zou verder alle domeinen van de wetgeving moeten blijven behandelen die hij nu behandelt. De voorstellen die de uitbreiding van het evocatierecht tot andere dan de nu geldende motieven verhinderen, lijken mij heilzaam. Wij moeten ons standpunt klaar en duidelijk verdedigen. Ik benadruk in elk geval ťťn, ons inziens essentiŽle voorwaarde: de Senaat als vertegenwoordiger van de gemeenschappen en de gewesten moet paritair zijn.

Ik zal nog iets zeggen over de veiligheidsproblemen. De geplande maatregelen zijn opgesomd in de verklaring van de eerste minister. Dat is belangrijk. Het maximale recht op veiligheid moet worden erkend. Er werd bevestigd dat er 3000 extra politieagenten in dienst zullen worden genomen. Overal wacht men op versterking, ook in de landelijke gebieden. Ik hoop dus dat de operationele planning van de politie die gebieden niet zal vergeten.

Ik vind het jammer dat in de beleidsverklaring niets staat over de veiligheids- en preventiecontracten. Nochtans tonen die al tien jaar aan dat ze onontbeerlijk en nuttig zijn in de strijd tegen de onveiligheid. Ik hoop dat ze ook na 31 december 2004 zullen blijven bestaan en worden versterkt.

Ten slotte heb ik nog enkele opmerkingen over de internationale en Europese kwesties. Deelname aan vredesmissies moet binnen het kader van onze mogelijkheden kunnen. We hoeven ons niet voor onze inspanningen te schamen. Net als de NGO's benadruk ik dat het onderscheid tussen vredesmissies en louter humanitaire missies behouden moet blijven. Volgens de NGO's veroorzaakt de afwezigheid van dit onderscheid verwarring tussen beide soorten opdrachten, wat het werk van die organisaties op het terrein schade toebrengt.

Ik maak van de aanwezigheid van de vroegere minister van Ontwikkelingssamenwerking gebruik om te benadrukken dat de 0,7% geen magische formule mag blijven. Op het eerste gezicht lijken we vooruitgang te boeken, maar uit een grondige analyse van de cijfers blijkt dat elke vooruitgang, voorzover die er al is, bescheiden is. We moeten die 0,7% dus zien te halen.

Ik ga het niet hebben over de schuld en de aankondiging om die te blijven afbouwen.

Het is belangrijk dat initiatieven worden genomen met betrekking tot de Europese Grondwet. Dat kan de Senaat misschien doen, in samenwerking met het Federaal Adviescomitť voor de Europese aangelegenheden. We hebben nood aan een open debat dat ons in staat stelt de burgers te informeren over deze fundamentele problematiek.

Het klopt dat we achterstand hebben opgelopen bij de realisatie van de doelstellingen van Lissabon. We moeten het Lissabonbeleid ten uitvoer leggen en de nationale actieplannen met duidelijke en becijferde doelstellingen opstellen. Sterke openbare diensten op Europees vlak zijn fundamenteel en we volgen de discussies over de GATS in GenŤve van nabij. Er kan geen sprake van zijn dat domeinen die een recht vormen voor burgers en staten, zoals onderwijs, gezondheid en cultuur, zouden worden geÔntegreerd in een strikt commerciŽle marktlogica. We zullen hierop zowel in de WTO als binnen de Europese Unie toezien. De heer Bolkestein zal nog enkele weken commissaris zijn. Zijn voorstellen zijn een frontale aanval op wat, naast de regale departementen, de essentie vormt van het beleid van een Staat en moeten dus grondig worden herzien. Die herziening is nodig als we het Europese model van een vrije, gelijke en solidaire samenleving niet alleen wensen te behouden, maar zelfs verder te ontwikkelen, in tegenstelling tot het model dat in andere delen van de wereld bestaat.

Het klopt dat de economische en sociale problemen voor ons het belangrijkst zijn. Die problemen worden in de beleidsverklaring grotendeels aangepakt. Er blijven echter nog schemerzones bestaan waarover bijkomende informatie wenselijk is. We hebben veel horen praten over communautaire problemen, maar ik herhaal nogmaals dat wij geen vragende partij zijn. Ik sluit me aan bij de beleidsverklaring waarin wordt gesteld dat elke mogelijke oplossing voor die problemen moet worden gevonden door overleg tussen de gewesten en de gemeenschappen en met wederzijds respect.

Mevrouw Myriam Vanlerberghe (SP.A-SPIRIT). - Bij een normale start van het parlementaire jaar zou veel meer dan nu worden ingezoomd op de unieke prestatie van de regering, namelijk voor de zesde opeenvolgende keer een begroting in evenwicht voorleggen. Er zijn niet meer uitgaven dan er inkomsten zijn en er worden geen sociale bloedbaden aangericht zoals in de ons omringende landen.

We kunnen evenwel niet spreken van een normale opening van het parlementaire jaar. In september werd met veel goede bedoelingen gestart, maar daarvan is weinig overgebleven. Dat is onder meer te wijten aan de ongelukkige cocktail van moeilijke dossiers die de regering moet oplossen in een land met een ingewikkelde staatsstructuur, wat veel overleg vereist. Soms lukt dat vlot, soms is dat moeilijk. De bevolking heeft daar af en toe moeite mee, begrijpt niet hoe onze structuren werken en waarom beslissingen zo moeizaam en traag tot stand komen. Zowel het parlement als de regeringen moeten nadenken, wat de beste manier is om ons land efficiŽnt te besturen. Politici mogen niet stilzitten. Wie stilzit, gaat achteruit. De Senaat in de eerste plaats, maar ook de andere parlementen en de regeringen moeten meewerken aan een democratische, moderne en transparante besluitvorming. Eenvoudig zal het nooit worden, maar het kan beter.

De aanzet tot een blitse start heeft ervoor gezorgd dat er druk werd gespeculeerd over wat er deze week zou gebeuren. De regering heeft geprobeerd om naast de begroting ook de dossiers omtrent DHL en Brussel-Halle-Vilvoorde tot een goed einde te brengen. Op zich is dat niet verkeerd, maar het heeft geleid tot hooggespannen verwachtingen, waardoor de indruk is ontstaan dat de dingen die wel goed zijn gelopen, niet veel te bekenen hebben. Ik kan me niet van de indruk ontdoen dat sommigen, zowel perslui als politici, ontgoocheld zijn omdat de verwachte crisis er niet kwam. Sommigen hadden die echt gewild.

Door het net op tijd loskoppelen van de hete hangijzers, kunnen we ons deze week op een groot moment concentreren, dat door de voorafgaande gebeurtenissen echter in de schaduw wordt gesteld. Het is nochtans een hele prestatie dat de regering er voor de zesde achtereenvolgende maal in slaagt een begroting in evenwicht voor te leggen en niet meer uit te geven dan er binnenkomt. In combinatie met de vaststelling dat de schuld minder dan 100% bedraagt en dat de schuldenberg van de NMBS wordt overgenomen, is dat op zich een goed resultaat. Dat de begroting op sociaal vlak geen pijnlijke maatregelen inhoudt en dat de fiscale verlagingen behouden blijven, vinden we zeer positief.

Dat de belastingen die moeten worden betaald, ook effectief zullen worden geÔnd, is niet alleen financieel nodig, maar ook rechtvaardig. De meesten doen hun plicht door jaarlijks hun belastingen te betalen. Wie meent zich te kunnen permitteren om zijn belastingsteentje niet bij te dragen, zal ook moeten betalen. Fiscale amnestie blijft ook bij ons een gevoelig onderwerp, maar de mogelijkheden die vroeger uitsluitend bestonden voor wie goed geÔnformeerd was, gelden nu voor iedereen.

Een samenleving met ons aanbod moet erop kunnen rekenen dat iedereen solidair bijdraagt. Het is dus goed dat de fraude wordt aangepakt.

De aandacht gaat terecht in de eerste plaats naar werk. Meer mensen aan de slag laten gaan en prikkels geven om niet te vroeg af te haken zijn noodzakelijk om in de toekomst aan zoveel mogelijk individuen de beste kansen te geven. Collega Geerts komt straks terug op dit belangrijke thema.

De begroting en de beleidsverklaring tonen de gekozen weg van de regering. Werk voor al wie kan werken, pensioen voor ouderen, een goed sociaal systeem voor degenen die het nodig hebben, fiscale rechtvaardigheid en zekerheid voor iedereen. Het is dus logisch dat onze fractie het vertrouwen in de regering bevestigt. Een pluim voor vice-eerste minister Vande Lanotte. Het goede resultaat moet worden benadrukt, want zelfs begrotingen in evenwicht wennen snel, zo snel dat ze na vijf keer op rij dreigen te worden gezien als normaal of als een rariteit.

Het resultaat kwam in aartsmoeilijke omstandigheden tot stand en zorgt voor een stabiel en gezond financieel klimaat, geeft ons land de mogelijkheden om degelijk te besturen en biedt de mensen de zekerheid dat we niet in een sociaal en economisch drama terechtkomen. Wij kijken uit naar een verdere uitdieping van sommige aanzetten en zijn bereid daaraan volop mee te werken.

Ik zie met stijgende verbazing hoe sommige parlementsleden genieten van het creŽren van een ware conflictsfeer. Wie daar beter van wordt, is moeilijk uit te leggen. Wie daar niet beter van wordt, is duidelijk, namelijk ons land en de democratie. Ik denk hierbij aan het optreden van enkele stoere Vlaamse jongens zoals Pieter De Crem of Bart De Wever.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Wat hebt u tegen die jongens?

Mevrouw Myriam Vanlerberghe (SP.A-SPIRIT). - De ene is helemaal niet bezig met het zoeken naar een aanvaardbare oplossing voor DHL of Brussel-Halle-Vilvoorde. De andere vindt dat Vlamingen helemaal niet moeten overleggen met Franstaligen en dat Vlamingen het alleen kunnen oplossen. Arrogantie is hier niet ver weg en dat past niet. Zowel Vlamingen als Franstaligen kunnen in overleg heel veel bereiken. Uit de hoogte doen maakt beslissingen nemen steeds moeilijker en steeds verder af.

De heer Hugo Coveliers (VLD). - Pieter De Crem zoekt naar het voorzitterschap van CD&V.

Mevrouw Myriam Vanlerberghe (SP.A-SPIRIT). - Het Parlement gebruiken als campagnemiddel om voorzitter te worden is een slechte methode. Hij zoekt alleen ruzie en zaait twijfel.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het Parlement gebruiken als campagnemiddel voor de regering mag, maar de oppositie moet zwijgen. Waar gaat het naartoe?

Mevrouw Myriam Vanlerberghe (SP.A-SPIRIT). - Wij mogen nog altijd reageren, zeker op domme dingen. Als democraat vind ik hun houding onaanvaardbaar.

Een probleem groter maken dan het is door alleen met insinuaties tussenbeide te komen is zeer laag. Deze collega's komen wel op TV of in de krant maar brengen ons niet dichter bij een oplossing. Ze plaatsen vooral zichzelf in de kijker. Intussen moeten anderen de gemaakte brokken lijmen. Zo kunnen we bezig blijven.

Namens onze fractie hoop ik dat de regering naast het goede regeringswerk ook slaagt in haar opzet om de beide dossiers tot een goed einde te brengen. Wij zullen een oplossing niet in de weg staan, wat anderen duidelijk wel van plan zijn.

Degenen die gisteren of voordien hun werk verloren, hebben niets aan onze stoere Vlaamse jongens. De bevolking wil een regering die bezig is met de echte problemen.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Er valt veel te zeggen over deze regeringsverklaring, soms ten goede, soms ten kwade. Ik zal niet op alle voorstellen reageren en niet in herhaling vallen. Ik zal het hebben over de dringende en noodzakelijke hervorming van ons tweekamerstelsel, de betrekkingen tussen het federale niveau en de deelgebieden en de internationale betrekkingen van BelgiŽ.

Ik onthoud uit de verklaring van eerste minister Verhofstadt volgende paragraaf: "Daarin slagen zal een loyale samenwerking vereisen van alle regeringen, regionaal ťn federaal, zowel in het overlegcomitť, een instelling die verder zal uitgroeien tot dť ontmoetingsplaats van de gewesten en gemeenschappen, als in de nieuw op te richten Senaat."

Terwijl de eerste minister spreekt over de opheffing van het klassieke tweekamerstelsel, is CDH voorstander van het behoud van dit systeem. Wel benadrukken wij de noodzaak van een grotere differentiŽring tussen de Kamer van volksvertegenwoordigers en de Senaat. Aldus wordt voorkomen dat onze vergadering slechts de kloon van de Kamer is, zoals momenteel helaas al te vaak het geval is, en versterkt ze haar legitimiteit aangaande haar eigen bevoegdheden. Zo kunnen we misschien vermijden wat zich vanochtend heeft afgespeeld, toen wij meer dan een half uur op de komst van de regering moesten wachten.

Ik denk dat iedereen het erover eens is dat de Senaat moet worden hervormd. In onze opvatting behoudt de Senaat, op voet van gelijkheid met de Kamer, de bevoegdheid inzake de herziening van de grondwet en inzake de aanpassing van de bijzondere wetten. Die vormen de wettelijke instrumenten die het institutionele evenwicht van onze federale Staat vertalen.

Naast die federatieve rol moet de Senaat een intermediaire rol spelen tussen de internationale instellingen, Europa en de federale Staat. Op die manier staat de Senaat garant voor een doeltreffend nationaal en Europees federalisme.

Tegelijk moet onze vergadering zich omvormen tot een echte reflectiekamer die evoceert of wetsvoorstellen indient en de wetgeving evalueert. Voor ons moet de Senaat zijn wetgevend initiatiefrecht behouden en de plaats worden waar de wetgeving wordt geŽvalueerd. Daar bestaat nood aan. Men hoeft maar te kijken naar de moeilijkheidsgraad of de slechte redactie van sommige teksten die moeten worden toegepast door hen die de taak hebben daarop toe te zien.

Om die federatieve rol te vervullen zouden de 25 Europese parlementsleden aan de 72 huidige senatoren kunnen worden toegevoegd, uiteraard enkel met raadgevende stem. Die zouden aan onze werkzaamheden kunnen deelnemen voorzover ze Europese en internationale materies betreffen. Dat zou overigens niets kosten.

Een federatieve Senaat kan slechts paritair zijn. Wij zitten terzake op dezelfde golflengte als de heer Mahoux. Dat geldt in elk geval voor de stemgerechtigde leden. De pariteit moet tevens gelden tussen de vertegenwoordigers van het federale niveau en de deelgebieden en ook tussen de twee grote gemeenschappen van dit land, waarbij de Duitstalige Gemeenschap een plaats moet krijgen. Wij zijn klaar voor het debat.

De heer Hugo Coveliers (VLD). - Wie een paritaire Senaat wil, moet iedereen die zijn eigen taal spreekt, kunnen begrijpen. Blijkbaar heeft de heer Brotcorne daarvoor vandaag technische middelen nodig.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - In april 2002 of 2003 was er binnen de regering een akkoord waarin sprake was van pariteit.

De heer Hugo Coveliers (VLD). - Als de heer Brotcorne voor pariteit pleit, mogen in de Senaat alleen bepalingen besproken worden die te maken hebben met de relaties tussen de gemeenschappen en nooit tussen individuen onderling. Als hij wetten zou willen evoceren die met individuen te maken hebben, kan de pariteit niet worden ingeroepen, want dat zou ingaan tegen de Grondwet en tegen het arrest van het Arbitragehof. Mocht de pariteit voor individuen gelden, dan zou een stem van een Vlaming minder waard zijn dan die van een Franstalige. Dat zou discriminatie zijn.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Volgens de heer Coveliers is pariteit niet gelijk aan tweetaligheid. We hadden die optie kunnen kiezen voor het gehele land, maar we hebben dit niet gedaan. We leven in een land waarin meerdere talen worden gesproken, maar waarin de tweetaligheid niet bestaat.

Het is natuurlijk wenselijk dat men meerdere talen spreekt, met inbegrip van vreemde talen.

Ten slotte moet ik iemand die de grondwetten van andere landen zo goed kent als de heer Coveliers, niet vertellen dat in de federale staten verschillen bestaan inzake vertegenwoordiging.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - De heer Coveliers wil ik er alleen op wijzen dat hij deel uitmaakt van een regeringsmeerderheid die, als ik goed ben ingelicht, in april 2002 een akkoord heeft gesloten over de hervorming van de Senaat, waarin sprake is van pariteit.

Wij zijn in ieder geval klaar om het debat, dat zeer hevig zal zijn, aan te gaan. Het zal worden gevoerd in het al veelbesproken forum, die de lont moet halen uit de problemen waarover de meerderheid geen overeenstemming kan vinden.

Het is evenwel onaanvaardbaar dat de senatoren de facto zo goed als uitgesloten worden van de komende discussie, zoals blijkt uit de wijze waarop dat forum door de federale regering zal worden samengesteld.

Terloops merk ik ook op dat de geschreven tekst van de beleidsverklaring niet preciseert dat dit forum in de Senaat zal worden georganiseerd, hoewel de eerste minister dat hier op de tribune openlijk heeft verklaard.

Als het toch zo is, zullen wij daar als senatoren geen deel van uitmaken, maar zullen we alleen onze lokalen ter beschikking stellen.

Het is weliswaar de bedoeling om van de Senaat de ontmoetingsplaats van de gemeenschappen en de gewesten te maken. Toch ben ik enigszins ongerust over de passage in de beleidsverklaring dat het Overlegcomitť, een instelling die werd opgericht bij de wet van 9 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, "zal uitgroeien tot de ontmoetingsplaats van de gewesten en de gemeenschappen".

We kunnen dat principe wel aanvaarden voor de betrekkingen tussen de regeringen van de deelgebieden, maar zeker niet voor de concrete organisatie van de betrekkingen tussen de gemeenschappen en de gewesten van dit land, want die organisatie is het voorrecht van onze assemblee.

Vooral in mijn hoedanigheid van gemeenschapssenator stel ik vast dat de eerste minister en zijn regering als eersten de federale loyaliteit miskennen die ze vragen in de betrekkingen tussen de deelgebieden. In oktober 2002 heeft de federale regering immers al de vertrouwensovereenkomst verbroken toen ze van de deelgebieden een gedeelte van de ontvangsten van de personenbelasting en van de BTW eiste voor de jaren 1999, 2000 en 2001. Deze eenzijdige herziening van de overdracht van ontvangsten had uiteraard zware gevolgen voor de begrotingen van de deelgebieden.

Het gebeurt opnieuw in 2003, aangezien de federale regering de deelgebieden weer verzoekt meer bij te dragen tot de sanering van de overheidsfinanciŽn dan wat in het stabiliteitspact voor de periode 2001-2005 is bepaald.

Wellicht bereikt men vandaag het toppunt, nu van de gewesten zonder enig overleg worden verwacht dat ze hun steentje bijdragen. Er wordt hoogstens overleg achteraf in het vooruitzicht gesteld. De federale begroting houdt echter alvast rekening met de inspanning die eenzijdig aan de deelgebieden wordt opgelegd. Er is sprake van 200 miljoen euro voor de Franstalige deelgebieden, met een minimum van 80 miljoen euro.

Onaanvaardbaar is de werkmethode, namelijk een eenzijdige beslissing van de federale overheid, een hold-up als het ware. Aldus wordt het herfinancieringsakkoord van 2001 op de helling gezet. De regering verwacht nu dat het over verschillende jaren wordt gespreid, terwijl die herfinanciering, die gekoppeld was aan een aantal communautaire `doorbraken', juist de Franse Gemeenschap in staat moest stellen in meer serene omstandigheden het onderwijs- en welzijnsbeleid te implementeren. De actualiteit toont aan dat het een echte noodzaak is en dat het ondenkbaar is dat die middelen worden achtergehouden. Anders belet men de Franse Gemeenschap zijn verplichtingen na te komen ten aanzien van de onderwijs- en non-profitsector.

We zijn het erover eens dat de deelgebieden moeten bijdragen tot het verminderen van de algemene schuldenlast van de Belgische overheid. Die verplichting moet evenwel strikt worden uitgevoerd conform de voorwaarden die enkele jaren geleden werden overeengekomen.

Het is een zaak van loyaliteit en van vertrouwen, temeer daar we straks een nieuwe onderhandeling moeten beginnen, aangezien het huidige plan in 2005 afloopt.

De regeringen van het Waalse Gewest en van de Franse Gemeenschap hebben al laten weten dat ze niet zullen buigen voor het federale dictaat. Daaruit vloeit voort dat de begroting enkel nog een virtueel evenwicht vertoont. Het betoog van de heer Mahoux stelt mij gerust, maar ik hoop dat wat de PS in Namen zegt, ook in Brussel wordt gehoord. Ik hoop ook dat tijdens de komende onderhandeling zal kunnen worden rechtgezet wat ongelukkigerwijs werd toegestaan bij de opstelling van de federale begroting.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Maakt u zich geen zorgen over ons! Bemoei u met uw eigen partij, daar is genoeg werk te doen. Wij houden ons wel bezig met de onze!

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Ik maak me geen zorgen over u, maar over de budgettaire levensvatbaarheid van de deelgebieden.

In de regeringsverklaring staat ook dat men in een geest van openheid en wederzijds vertrouwen moet streven naar meer homogene bevoegdheidspakketten. Dat behoeft wat verduidelijking. Bedoelt de regering daarmee dat ze een nieuwe bevoegdheidsoverheveling naar de deelgebieden beoogt, of gaat het ook om een herfederalisering van bepaalde domeinen, daar waar uit de praktijk blijkt dat het gerechtvaardigd is? De deur staat open voor allerlei interpretaties.

Als we daartoe in staat zijn, zullen ons land en onze politici blijk geven van maturiteit en laten we een modern federalisme zien dat efficiŽntie en eenvoud nastreeft. Het zou goed zijn als we daarover kunnen debatteren in het forum. We kennen echter de details van het menu nog niet. Ik merk bijvoorbeeld op dat, ofschoon in de regeringsverklaring de federalisering van de verkeersveiligheid of van de ontwikkelingssamenwerking werd aangekondigd, daarover nu niet meer gesproken wordt. Zou de regering dat plan hebben opgegeven omwille van de homogene bevoegdheidspakketten? Misschien krijgen we in de komende weken of maanden het antwoord op die vraag.

Als er een materie is waarvoor niemand onze bevoegdheid en zelfs onze deskundigheid betwist, is het wel die van de buitenlandse betrekkingen.

Na het lezen van de regeringsverklaring wil ik een drietal opmerkingen maken bij het Belgische beleid inzake Europa.

Het standpunt van de regering met betrekking tot de financiering van de EU strookt niet met de ambities die ze koestert als het over de Europese eenmaking gaat. Het lijkt wat tegenstrijdig `nieuwe opdrachten voor de Unie, een ambitieus sociaal beleid en een stabiel cohesiebeleid' na te streven ondanks de uitbreiding met tien nieuwe lidstaten en tegelijk een `realistisch uitgavenniveau' te bepleiten, waarmee verondersteld wordt dat het budget geplafonneerd blijft tussen 1 en 1,24%, zoals vandaag het geval is.

Mijn tweede opmerking over het Europees beleid betreft de dienstenrichtlijn. Net als de heer Mahoux roepen we de regering op tot een kordaat standpunt over de uitsluiting van onderwijs, gezondheid en cultuur uit het liberaliseringsvoorstel van de Commissie, aangezien dat geen louter commerciŽle of economische activiteiten zijn. We dringen eveneens aan op de concrete evaluatie van de gevolgen van deze richtlijn voor de gezondheidszorg, de audiovisuele en culturele sector, de rol van de werkgelegenheidsagentschappen en de weerslag op het sociaal recht in de lidstaten.

Het standpunt van de regering met betrekking tot de toetreding van Turkije is afgestemd op dat van de Commissie. We zijn het daarmee eens.

Ik wil ook enkele opmerkingen maken met betrekking tot het ruimer buitenlands beleid. Uit de verklaringen van de eerste minister valt te vrezen voor een zekere verwatering van het buitenlands beleid en van de aanverwante beleidsdomeinen zoals defensie en ontwikkelingssamenwerking.

De aangekondigde diplomatieke initiatieven blijven immers nogal vaag:

Welke soorten `hulp' wil de eerste minister bieden in het kader van de internationale conferentie over de Grote Meren? De verklaring daarover is zeer voorzichtig geformuleerd.

Welke voorstellen zal BelgiŽ doen als voorzitter van de OVSE of wanneer het in de Veiligheidsraad zit? Het voorzitterschap van de OVSE kan bijvoorbeeld de gelegenheid bieden om de aandacht te vestigen op het democratiseringsproces in Rusland.

Als we straks zitting hebben in de Veiligheidsraad, is het moment voor BelgiŽ dan niet gekomen om te wegen op het vredesproces in het Midden-Oosten? Dat onderwerp is vreemd genoeg niet terug te vinden in de verklaring van de premier, terwijl de regering in 2003 maximale steun beloofde voor de Europese en internationale inspanningen voor een duurzame vrede in het Midden-Oosten. De toestand wordt er elke dag erger en er wordt met geen woord meer over gerept in de regeringsverklaring. Moet de Europese Unie in de huidige omstandigheden niet dringend ten volle haar rol vervullen binnen het kwartet en moeten de EU, de VS, de VN en Rusland niet dringend over deze kwestie samenkomen?

Congo is een centraal thema van het Belgisch buitenlands beleid. Onze minister van Buitenlandse zaken is er momenteel dan wel op bezoek, maar in de regeringsverklaring staat niets over de deelname van Belgische militairen aan de VN-macht in de DRC, terwijl die deelname essentieel lijkt voor het vergroten van de geloofwaardigheid van MONUC.

Het recente verslag van de VN-experts over de illegale wapenhandel is zeer bezwarend. De overgangsregering van de DRC heeft geen enkel gezag over de oostelijke grensstreek, meren en stromen zijn zeer moeilijk te controleren, en dat geldt ook voor het Congolese luchtruim.

Het verslag stelt dat de lokale, regionale en internationale controlecapaciteit ontoereikend of onaangepast is om illegale wapenhandelaars op te sporen of ze te ontraden de groepen die onder embargo staan in de DRC te bevoorraden. Het verslag bevestigt dus de dringende noodzaak om de verschillende gewapende groepen te demilitariseren.

Het lijkt ons ook van belang de democratisering van dit deel van Centraal-Afrika te koppelen aan een werkelijke en doeltreffende bestrijding van de plundering van de natuurlijke rijkdommen.

Inzake ontwikkelingssamenwerking verwees de heer Mahoux al naar het feit dat de 0,7%-norm geen droombeeld is, maar een internationale verbintenis die BelgiŽ tegen 2010 moet waarmaken. Daarover staat helemaal niets in de regeringsverklaring. Dat betekent niet dat we niet naar die doelstelling toe werken, maar toch moet daar bijzondere aandacht aan worden besteed.

We moeten eveneens toezien op de veiligheid van onze uitgezonden militairen, ook wanneer het om vredesmissies gaat, zoals in Afghanistan, Kosovo of BosniŽ.

Ten slotte wil onze fractie correct het institutionele spel meespelen in een geest van samenwerking die essentieel is voor de goede werking van een federale staat.

BelgiŽ was minder goed af geweest als men had vastgehouden aan de achterhaalde methodes voor het unitaire beheer van de staatszaken. Het land behoudt zijn bestaansreden door het inruilen van die methodes voor de regels van het paritaire bestuur.

Wat ons betreft, moet de hervormde Senaat zowel de effectieve waarborg van het Belgische federalisme als ons internationaal geweten zijn.

De heer Paul Wille (VLD). - Het senaatsdebat mag geen light-versie zijn van het kamerdebat. Dat er een hiŽrarchie bestaat tussen de twee assemblees is het gevolg van een hervorming uit het begin van de jaren negentig waarvoor onze politieke familie geen verantwoordelijkheid draagt.

Het senaatsdebat zal sowieso anders zijn omdat de inhoud van de beleidsverklaring van de eerste minister daartoe noopt. De parlementaire werkzaamheden zijn na een paar maanden inactiviteit hervat, maar men kan niet zeggen dat het politieke landschap de hele tijd onveranderd is gebleven. Het zomerreces stond immers in het teken van de vorming van de diverse regionale regeringen. Bovendien hebben enkele lawaaierige dossiers rond en over Brussel de rust verstoord.

De media en de politieke wereld hebben veel energie besteed aan het bestoken van liberale stellingen. De verschillende aanvallen op de eerste minister zijn het beste voorbeeld van de wijze waarop onze politieke familie momenteel wordt gejend. Het gunstige oordeel over paars in het algemeen en de liberale inbreng daarin mag met diverse middelen worden aangevallen, maar men mag onze ideologie en onze politieke leiders niet onderschatten.

Na de regionale verkiezingen werd ons Belgisch federaal systeem geconfronteerd met een primeur. Er bestaan nu al enkele maanden asymmetrische regeringen op de verschillende niveaus. Het DHL-dossier zorgde voor de eerste beproeving. Wat begon als een dossier over volksgezondheid en economie, werd al snel en onbetwist een communautair dossier. Het gekibbel tussen de gewesten en de gemeenschappen overtrof soms elke verbeelding. Hierbij werd vaak voorbijgegaan aan wat voor de liberale familie het belangrijkste was: werk. Voor de werknemers van DHL moet het inderdaad onbegrijpelijk zijn om politici te zien redetwisten over het al dan niet toelaten of spreiden van de nachtvluchten en over de vraag of een overvliegend vliegtuig nu een intercontinentale of Europese vlucht uitvoert. Vaak vergeten de politici dat het gaat om de levensstandaard en het inkomen van duizenden personen en hun families. Ook mogen we de toeleveringsbedrijven niet vergeten.

Gelukkig is DHL nog niet weg. Wij hopen nog op een positieve ontwikkeling. Hopelijk moeten we geen prijs betalen voor de kinderziekten van onze federale staatsstructuur, meer bepaald voor de asymmetrie. Het zal ongetwijfeld een tijd duren voordat we die situatie onder de knie hebben. We kijken met veel belangstelling uit naar de opdrachten en de resultaten van het overleg.

Vůůr ik begin aan het communautaire deel van mijn toespraak - iets wat de heer Mahoux helemaal niet wil - ga ik toch even in op bepaalde punten van de federale beleidsverklaring die men liberaal getint zou kunnen noemen. Het spreekt voor zich dat we die even aanstippen en collega's zullen er vanmiddag uitgebreider op ingaan.

Een begroting in evenwicht indienen, is inderdaad een hele verwezenlijking. De zesde keer op rij overigens en dat tegen een achtergrond van laagconjunctuur.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Een begroting in evenwicht is niet noodzakelijk een liberaal principe.

De heer Paul Wille (VLD). - Nee, daar hebt u gelijk in, maar ik weet niet of u Vlaamse kranten leest. Die zijn erg genuanceerd over de vraag of er in het Franstalige landsgedeelte op dat stuk wel inspanningen mogelijk zijn. U zult het me dus niet kwalijk nemen dat ik bij het leggen van liberale accenten onder meer dat punt als een verworvenheid beschouw. Pour faire l'amour il faut Ítre deux. Deze begroting is zeker een gezamenlijk werkstuk en ik heb ook niet beweerd dat het evenwicht een uitsluitend liberale doelstelling was. Ik zeg alleen dat een begroting in evenwicht vanuit liberaal standpunt een absolute noodzaak is.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Dat is een wel erg klassieke opvatting over de verhoudingen.

De heer Paul Wille (VLD). - Dat klopt en ik heb al vastgesteld dat uw opvattingen dat soms een beetje minder zijn.

Met een laagconjunctuur en een sputterende economie is het steeds moeilijker om het evenwichtsprincipe te realiseren. Kijk naar de ons omringende landen, welke politieke families daar ook de regering vormen. Kijk naar de roodgroene regering in Duitsland, het conservatieve kabinet in Nederland en de methodes die daar worden gebruikt om een evenwicht na te streven. Nederland heeft bijvoorbeeld een aanvaard, structureel tekort op de begroting. Waarom zouden wij dan een begroting in evenwicht bagatelliseren? Onze regering, met de families die er deel van uitmaken, heeft het toch maar weer gedaan.

Sparen is uiteraard veel moeilijker dan uitgeven, maar blijkbaar is de regering er toch in geslaagd 600 miljoen euro besparingen te realiseren, op alle departementen. Zo komen we op een overheidsschuld van 96%, wat uitstekend is en een noodzakelijke evolutie. Zo slecht gaat het in ons land dus niet. Gisteren werd bekend dat we gestegen zijn naar plaats 25 in de rangschikking van de meest concurrentiŽle landen, al zal ik dat zeker niet als een succes beschouwen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - We zitten in het slotpeloton van de Europese Unie, mijnheer Wille!

De heer Paul Wille (VLD). - Ik weet dat u alles in het werk zult stellen om ervoor te zorgen dat we er niet goed uitkomen.

De heer Etienne Schouppe (CD&V). - Daar hoeven we niet eens een inspanning voor te doen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - In een democratie gaat het om het uitwisselen van argumenten, maar niet om het voeren van een intentieproces tegenover degenen die argumenten naar voren brengen.

De heer Paul Wille (VLD). - U vroeg daarnet tijd voor uw oppositiewerk. Geef ons dan ook de kans om onze mening te zeggen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Daar heb ik niets op tegen, maar als u werkelijk wil dat we onze rol kunnen spelen, dan verwacht ik van de leiders van de meerderheidsfracties dat ze zich door de regering niet zo laten doen.

De heer Paul Wille (VLD). - Ik ben nog maar aan het begin van mijn uiteenzetting. Mijnheer Vandenberghe, u zult nog tevreden zijn over mij, als u me tenminste de tijd geeft om de hele uitleg te geven.

Wat het wegwerken van de overheidsschuld betreft, staan we `maar' op de 25ste plaats, maar in andere sectoren doen we het veel beter. Op punten als sociale bescherming en algemene graad van menselijke ontwikkeling doen we het zeer goed. Gaat het over de capaciteit om technologisch te vernieuwen, dan doen we het niet zo goed. Dat de meerderheid daarvoor middelen vrijmaakt is dus positief.

Een bijzonder log overheidsapparaat met een miljoen ambtenaren is vanuit liberaal oogpunt niet noodzakelijk goed te noemen. Maar het aantal ambtenaren terugdringen en het overheidswerk optimaliseren is nog niet voor morgen. Dat hebben de liberalen in de coalitie niet verworven.

Werk is de hoofddoelstelling van deze regering. Dat stond vorig jaar in het regeerakkoord en wordt nu via een aantal maatregelen uitgevoerd. Sommige maatregelen staan soms iets te gedetailleerd in de beleidsverklaring. Men zal proberen ze onverkort uit te voeren, maar let wel `onverkort' is niet hetzelfde als `onverwijld'. Het zal stapsgewijs gebeuren. Het voorliggende plan met de nadruk op werkgelegenheid zal via de uitgestippelde zeven wegen naar meer jobs, ongetwijfeld een gunstig effect sorteren.

Ik vrees evenwel de houding van de sociale partners. Ik zie dat de uitgestoken hand van de regering om een open en voorzichtig overleg te houden, zonder vastgeroeste uitgangspunten lauw werd onthaald. Ik heb het hier over de intentie om oudere werknemers weer aan de slag te krijgen. We moeten afwachten hoe de sociale partners zich zullen opstellen. Ik heb een gunstig vooroordeel, want we hebben een goed overlegmodel, maar wat ik de jongste dagen hoor, voorspelt niet veel goeds. Toen de Vlaamse minister van Onderwijs eergisteren voor de komende twee jaar een loonstop afkondigde, stonden alle vakbonden onmiddellijk op zijn stoep. De sociale partners vervallen dus in het oude rollenpatroon. Enerzijds wordt verwacht dat de economie beter zou draaien en meer ouderen aan het werk blijven, maar anderzijds moeten ook alle behoeften en verzuchtingen worden voldaan.

Iedereen zal inspanningen moeten doen. Hopelijk beseffen de sociale partners dat ook en zullen ze effectief, voorzichtig en redelijk zijn. Dat een socialistisch minister een loonstop vraagt, getuigt van moed. Laat ons kijken hoe diep de overtuiging zit.

In `Het scharnierjaar 2004', een titel van een vrije tribune, liet onze regeringspartner, de SP.A, geen twijfel bestaan over de inspanningen die nodig zijn voor de aanpak van het probleem van de vergrijzing. Het jaar 2004 wordt in het artikel als een unieke kans gezien. In het artikel staat ook dat de verkiezingscampagnes de federale regering niet kunnen of mogen stilleggen, al wordt aangenomen dat de besluitvorming op gevoelige domeinen moeilijker ligt. Ik citeer: "De gevolgen van de vergrijzing opvangen is zo een moeilijk domein. Maar precies op dit terrein kunnen de federale regering, de gewest- en gemeenschapsregering en de sociale partners vanaf juli samen met een nieuwe lei beginnen. Het is een kans die kan gegrepen worden, maar die men ook zou kunnen verprutsen."

Het is aan de senatoren om te oordelen of met die verklaring die kans is gegrepen dan wel verprutst. De paragraaf waarmee de heren Vande Lanotte en Vandenbroucke eindigen, spreekt voor zich: "De welvaartsstaat is zoals een tanker op de zee. Een supertanker van koers laten veranderen vergt een ingewikkeld manoeuvre. De hele bemanning overtuigen dat de koers moet wijzigen en het manoeuvre goed voorbereiden zijn twee voorwaarden om te slagen." Een deel van de bemanning van de supertanker zijn ongetwijfeld de sociale partners. Hun commentaren over de beleidsverklaring zijn niet echt rooskleurig, en ze laten er geen twijfel over bestaan dat de inspanningen van de regering niet volstaan en er bijkomende inspanningen moeten komen. Wie een tanker op zee de juiste koers wil laten varen en wil dat hij op de gewenste plaats aankomt, moet ervoor zorgen dat er geen ongelukken gebeuren. Dat is de verantwoordelijkheid van de kapitein, maar ook van de bemanningsleden. De kapitein moet zijn crew mee hebben.

Als we het beeld van tanker vertalen naar de Belgische constellatie met het overlegmodel, zien we dat de regering vraagt om ergens naar toe te varen, maar dat er lauw op wordt gereageerd. Ik krijg de indruk dat de sociale partners in een andere samenleving leven dan de burger. Als het bevel van een kapitein niet wordt uitgevoerd door de bemanning, spreken we van muiterij en dan wordt het schip stuurloos.

Het is echt tijd dat de werknemers- en werkgeversorganisaties zich grondig over de doelstellingen bezinnen. In ons overlegmodel hebben de sociale partners het initiatiefrecht, maar als er geen akkoord wordt bereikt, neemt de regering het initiatief over.

Bij De Post wordt een staking aangekondigd omdat de beloofde arbeidsduurvermindering van 38 naar 36 uur niet kan worden gehaald. Volgens de directie is het economisch niet haalbaar. Bij De Post is het dovemansgesprek al aan de gang.

Er wordt altijd gezegd dat de VLD opkomt voor de bedrijven en voor de zelfstandigen. Het klopt dat wij die groepen maximaal verdedigen omdat ze de motor zijn van de economie. Daarom staat er in de beleidsverklaring uitdrukkelijk dat het nieuwe sociale statuut van de zelfstandigen onverkort moet worden uitgevoerd en het zelfstandigenpensioen nog meer moet worden verhoogd. Er zal ook niet worden geraakt aan de beloofde belangrijke belastingverlaging, met name de vermindering van de sociale bijdragen en de volledige indexering van de belastingschalen. In de media wordt gezegd dat er nieuwe verdoken belastingen komen. Dat is niet correct.

Wanneer het merendeel van de belastingplichtigen buiten een aanslag vallen, dan moet die belasting toch opnieuw kunnen worden bekeken. Als de aanslag niet langer wordt gevestigd op fiscale pk's, maar op de CO2-uitstoot en daardoor de gemiddelde heffing per voertuig lager uitvalt, kunnen we toch niet gewagen van een belastingverhoging, maar wel van een verhoging van de inkomsten. Dat is toch niet zo moeilijk om begrijpen.

Ook enkele andere maatregelen uit de opsomming van de eerste minister zijn me bijgebleven, onder meer de verdere vrijmaking van de energiemarkt waardoor de prijzen ingevolge de concurrentie zullen dalen.

De belastingverlaging voor de aankoop van zogenaamde schone wagens getuigt van ecologisch bewustzijn. En dat zonder groenen in de regering! Wij steunen dat.

De nieuwe verkeerswet en de daarbijbehorende hoge superboetes zullen worden geŽvalueerd. Eindelijk, zullen sommigen zeggen. Bovendien krijgen jonge mensen die een lening aangaan voor de bouw of de aankoop van een woning, een groter fiscaal voordeel. Die maatregelen liggen ons.

In het verhaal rond de sociale zekerheid, het grootste pijnpunt, tekenen zich twee lijnen af. Voor de pensioenen werden in het verleden al een aantal maatregelen genomen en het lijkt erop dat we die kunnen handhaven. In de ziekteverzekering daarentegen, waarvoor de beleidsverklaring een inspanning van 200 miljoen aankondigt, zijn nog vele bijkomende inspanningen vereist. Niemand heeft een pasklaar antwoord voor dat probleem. Wel stel ik vast dat het probleem als dusdanig erkend wordt en dat er geen omwegen meer gemaakt worden zoals in andere landen. De sociale partners spelen ook hier een zeer grote rol.

Laten wij nu focussen op het communautaire hoofdstuk. Waar kunnen wij daarover beter van gedachten wisselen dan in de Senaat, de ontmoetingsplaats van de Gemeenschappen? We zijn getuige geweest van een onnavolgbaar schouwspel en van touwtrekken rond een thema dat al decennialang ter discussie staat. We kunnen sommige politici verdenken van sadomasochistische neigingen, als we zien hoe ze zichzelf en anderen telkens weer pijnigen met de discussie over de onverwijlde splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. In tegenstelling met het verleden ziet het er nu wel naar uit dat er een oplossing in de maak is. Bij de premier hoor ik een duidelijke wil om het forum op te starten en de discussie aan te gaan. Hij heeft de gemeenschapsregeringen uitgenodigd en ze hebben die uitnodiging aanvaard. Hier en daar weerklinken wrange geluiden, onder meer in het Cremlin van Aalter! De heer De Crem is mijn buur, en ik mag hem wel. Ik gun hem de stijl die hij zich in de voorzittersverkiezing bij CD&V aanmeet. Elke partij heeft nu eenmaal haar `persoonlijkheden'...

Laten we nu even stilstaan bij de interpretaties van de term `onverwijld' en het beestje bij zijn naam noemen. De premier heeft namens de regering zijn hand uitgestoken, maar de politieke oppositie reageert maar lauw. Ik preciseer: de federale oppositie reageert maar lauw. Ik neem aan dat de heer Leterme mee aan de tafel zal zitten, maar we moeten afwachten, want CD&V zal misschien uitsluitend senatoren afvaardigen. Met Leterme zal het debat misschien echt loskomen...

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - We zijn goed voor ťťn vertegenwoordiger op zestien. Dat heet dan een uitnodiging voor een gesprek.

De heer Paul Wille (VLD). - Ik heb gevraagd dat het debat in de Senaat een ander debat zou zijn dan in de Kamer. Uw statement is dus van belang. U zegt nu al dat we van uw partij niet veel moeten verwachten. Waarvan akte.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Mijnheer Wille, u moet niet zeggen wat ik moet denken.

De heer Paul Wille (VLD). - Wellicht niet, maar ik geef u graag de gelegenheid om politiek belangrijke statements te doen wanneer u zich daartoe geroepen voelt. U hebt dat nu gedaan en ik noteer dat we van CD&V niet veel moeten verwachten.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - We maken deel uit van de oppositie.

De heer Paul Wille (VLD). - Natuurlijk, en the role of the opposition is to oppose. U moet dus ook aanvaarden dat wij dat vaststellen.

De VLD-Senaatsfractie slaat de omwentelingen in de communautaire dossiers gade. Wij zien dat voorbijgegaan wordt aan een van de weinige bevoegdheden die de Senaat nog heeft, namelijk fungeren als ontmoetingsplaats van de Gemeenschappen.

Hoe moet het nu verder met de Senaat? Nog niet zo lang geleden heeft de VLD-Senaatsfractie zich beraden over de huidige en toekomstige werking van de Senaat en vastgesteld dat de huidige werking van de Senaat inefficiŽnt is en onvoldoende toegevoegde waarde biedt aan de besluitvorming die de VLD voorstaat in het kader van een modern en efficiŽnt bestuur. De fractie bevestigt dan ook opnieuw het naar aanleiding van het federale verkiezingsprogramma van 2003 ingenomen standpunt dat de Senaat moet worden omgevormd. De VLD-fractie is er zich echter van bewust dat de vereiste meerderheid tot het verwezenlijken van dat doel op korte termijn waarschijnlijk niet zal kunnen worden gehaald. Een eenkamerstelsel beantwoordt beter aan een flexibele en efficiŽnte besluitvorming dicht bij de burger. Na kritische analyse weten we dat het kleine aantal voordelen van het tweekamerstelsel niet meer opweegt tegen de manifeste nadelen ervan.

Het voortbestaan van een tweede kamer kan alleen nog verantwoord worden indien ze zich uitsluitend bezighoudt met de wetgeving inzake de bevoegdheidsverdeling en de verhouding tussen de federatie en nevengeschikte besturen. Die doelstelling moet de leidraad zijn in de komende gesprekken over de hervorming van de assemblees.

De lectuur van hoofdstuk 3 "Het Forum: een nieuwe stap op weg naar de communautaire pacificatie" brengt ons bij enkele merkwaardige conclusies.

Wij zijn ervan overtuigd dat de samenstelling van het Forum een belemmering betekent voor zijn werkzaamheden. Dat geldt trouwens ook voor de besprekingen over de hervorming van de Senaat omdat de Franstaligen alleen tot een dialoog bereid zijn als het begrip `pariteit' vooraf wordt aanvaard. Dat is gewoon een hypotheek leggen op de discussie.

Het zwaard van Damocles hangt al decennialang boven het hoofd van de gezagdragers die beweging willen brengen in de communautaire dossiers. Nu lijkt de tijd rijp om een aantal pijnpunten, zoals Brussel-Halle-Vilvoorde, daadwerkelijk op te lossen.

De VLD-fractie is van mening dat die splitsing er moet komen en dat de Vlamingen, zoals de Vlaamse partijen eisen, daar geen bijkomende toegevingen voor moeten doen. Het voorstel van de MR om de kieskring Brabant opnieuw in te stellen vinden we hoogst merkwaardig.

Laten we dat debat aangaan zonder randvoorwaarden te stellen, ook niet tussen politieke partijen onderling.

De heer Philippe Mahoux (PS). - De heer Wille heeft het over randvoorwaarden. Zeggen dat het arrondissement zonder enige toegeving moet worden gesplitst is volgens hem geen randvoorwaarde, pariteit eisen wel! We moeten logisch zijn: hij stelt zelf een strenge randvoorwaarde!

De heer Paul Wille (VLD). - Dat is mogelijk, maar het is geen politieke randvoorwaarde. Wat u nastreeft, is een debat met een resultaat dat vooraf is bepaald en dat uitsluitend onder de voorwaarden die u vooropstelt kan plaatsvinden. Een dergelijke werkwijze bevalt ons niet. Onze fractie verwacht dat verscheidene senatoren qualitate qua aan het debat deelnemen. Dat de regering daaraan zou deelnemen, lijkt ons niet opportuun.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Als de Senaat bij een dergelijke discussie wordt betrokken, moet de Senaat de senatoren aanwijzen die het debat zullen voeren. De Senaat wordt niet door de regering aangesteld, maar wordt door de bevolking verkozen. De regering is een afgeleide macht. In een feodaal systeem besliste de heerser wie deel mocht uitmaken van het parlement. Na de democratische revolutie van 1789 is dat veranderd.

Ik begrijp uit de woorden van de heer Wille dat in een debat waar het tweekamerstelsel op de agenda staat, het de leden van de Kamer en de Senaat zijn die, in hun hoedanigheid van parlementslid, aan het debat deelnemen.

De heer Paul Wille (VLD). - De heer Vandenberghe heeft mijn woorden correct begrepen.

De discussie met betrekking tot de pariteit moet vanaf het begin worden gevoerd. Daarbij moeten de conclusies van het forum worden geŽvalueerd. Als die conclusies een lege doos blijken te zijn, is de discussie over de pariteit van geen belang. Indien dat niet het geval is, moet duidelijk worden gezegd wat de pariteit moet inhouden uit constitutioneel en principieel oogpunt.

Ik besluit.

Ten eerste, de regering legt voor de zesde keer een begroting in evenwicht voor. Er is niet enkel de begroting, er zijn ook de rekeningen. Het ene is een foto, het andere een film. Wanneer zowel de rekeningen als de begroting kloppen, kan worden verondersteld dat er goed werk wordt geleverd en dat er niet meer zal worden uitgegeven dan wordt ontvangen.

Ten tweede, ons goed sociaal overlegmodel staat ter discussie. De eerste minister roept terecht op tot redelijkheid en voorzichtigheid.

Ten derde, de asymmetrische structuren worden ook ter discussie gesteld. De omstandigheden nopen ons ertoe te onderzoeken of die toestand werkbaar is. Conservatisme en partijpolitieke - misschien minder goede - trouw kunnen de bestaanskans van asymmetrische structuren in gevaar brengen.

Ten slotte is de discussie over de Senaat niet ten einde. Ze moet nog beginnen. De voorafname waarover ik daarstraks heb gesproken, is niet mogelijk. De discussie moet bij het begin worden aangevat. Alleen een democratisch gedragen initiatief dat constitutioneel aanvaardbaar is, kan rekenen op de tweederde meerderheid die nodig is om de Senaat te hervormen. Het forum zal het debat voorbereiden conform het akkoord van 16 april 2002. De Senaat zal zich erover uitspreken.

Wij moeten ons nu in de eerste plaats toespitsen op de problemen die de bevolking het meest bezighouden. Het is merkwaardig dat mijn SP.A-collega tot dezelfde conclusie komt.

De beleidsverklaring stelt onze fractie alvast op dit punt niet teleur. (Applaus)

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Ons land is een goede leerling in de Europese klas, nu het voor de zesde maal op rij een begroting in evenwicht voorlegt. Dit beleid heeft twee gunstige effecten: de inkomsten zijn hoger dan voorzien en de daling van de sociale en fiscale lasten wordt bestendigd. Dankzij de herfinanciering zullen de deelgebieden 500 miljoen euro ontvangen. Hopelijk komt dit geld het onderwijs in de Franse Gemeenschap, de hogescholen, de universiteiten enzovoort ten goede.

Dankzij dit beleid kunnen ook de schulden van de NMBS worden overgenomen en kan een aantal projecten worden gerealiseerd inzake het GEN, PRODOMO, de afwerking van het HST-station in Luik en het aangrenzende plein.

Op sociaal vlak verheugt het me dat de eerste fase van de hervorming van het statuut en van de herwaardering van het pensioen van de zelfstandigen op het goede spoor zit. Ons systeem van gezondheidszorg moet worden gevrijwaard. Natuurlijk moet de sociale zekerheid in evenwicht zijn.

De vaste minimumprijs voor tabaksproducten is een goede maatregel om de beschikbaarheid van tabak voor jongeren te bemoeilijken.

De maatregel met betrekking tot de bedrijfsvoertuigen is een sociale en geen fiscale maatregel. Voor de begunstigden verandert er niets. Het gaat niet om een verhoging, maar om een verbetering van de inning. De geplande ecologische maatregelen beloven eveneens veel goeds.

Ook de harmonisering van de statuten van de openbare en de privť-bestuurders is een goede maatregel. Over het algemeen moeten de fiscale en de sociale fraude op dezelfde wijze worden aangepakt.

Waarschijnlijk is het budget voor Justitie het afgelopen jaar het meest gestegen. Men heeft het over de wegwerking van de gerechtelijke achterstand en de problemen in de gevangenissen. De heren Erdman en de Leval hebben hun syntheserapport ingediend. Dergelijke instrumenten zijn interessant, maar ze moeten wel op een goede wijze worden gebruikt. Men moet ervoor waken dat alleen zaken worden aangekondigd.

Er worden een aantal hervormingen aangekondigd. Ze moeten wel worden gerealiseerd. De problemen in de gevangenissen halen vaak de hoofdpunten van het nieuws; denk maar aan de ontsnappingen. Er werden reeds wetsvoorstellen ingediend om die problemen op te lossen. Ik denk ook aan het elektronisch toezicht als autonome straf. Er zijn nog meer hervormingen mogelijk zonder dat de middelen worden verhoogd.

Ook de schuldloze echtscheiding wordt aangekondigd. Die hervorming zal moeilijker zijn dan op het eerste gezicht lijkt. Ik zal me te gelegener tijd uitspreken over de vraag of het wisselend hoederecht de referentie moet zijn of niet.

Het verheugt me dat het probleem van de toegankelijkheid van justitie binnenkort in het Parlement wordt behandeld.

Ook de voorgestelde maatregelen inzake de civiele bescherming en de brandweer gaan in de goede richting. Zonder te wachten op de ramp van Ghislenghien had onze partij al voorstellen ingediend en het verheugt me dat daaraan nu gevolg wordt gegeven.

Nu iets over onze instellingen. Hoef ik nog te herhalen dat de Franstaligen geen vragende partij zijn in dit debat? Het antwoord op het arrest van het Arbitragehof van 26 mei 2003 is niet de splitsing, die een Vlaamse eis is. Op het Forum, dat op 20 oktober van start gaat, zal ook worden gepraat over de hervorming van de Senaat. Ik behoor tot diegenen die menen dat het huidige tweekamerstelsel moet worden aangepast; het debat van vandaag toont dit nogmaals aan.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Hiervoor kunnen we rekenen op de heer Wilmots.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - In de nota van 26 april 2002 staat het woord `pariteit'...

De heer Wilmots heeft vele talenten...

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Laten we ernstig blijven. Over de toekomst van de Senaat praten en tegelijkertijd een voetbaltrainer in uw fractie opnemen...

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - U roept altijd luidkeels om een debat in een instelling die geen controle uitoefent op de regering, terwijl de beleidsverklaring gisterenavond is goedgekeurd. We zouden aan geloofwaardigheid winnen als we ons aan onze rol hielden. Dit tweekamerstelsel is niet het beste. Men lost geen problemen op door de anderen achterna te lopen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Laat me even interveniŽren. Ik kan dit in het Frans doen, al heb ik de indruk dat de Franstaligen steeds minder appreciŽren dat de Vlamingen nog altijd Frans spreken. Die vaststelling heeft ook met de teneur van dit debat te maken.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Ook ik kan mijn best doen om Nederlands te spreken, als u dat wenst.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Als de eerste minister verklaringen aflegt over de communautaire politiek of over institutionele hervormingen is de Senaat krachtens de Grondwet bevoegd. Het debat over deze punten is helemaal niet nutteloos. Het betreft trouwens de werking van het debat zelf. Ik ben het volstrekt oneens met degenen die de Senaat als een kolonie beschouwen of er slechts komen voor de wedde.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - De heer Vandenberghe kan me niet overtuigen. Ik beschouw de Senaat niet als een kolonie, maar ik denk wel dat we efficiŽnter zouden kunnen werken.

Het enige wat ik nog wil zeggen over de hervorming van de Senaat is dat ik vasthoud aan de pariteit en aan het behoud van het parlementair initiatiefrecht.

Tot besluit sluit ik me aan bij de heer Mahoux: het economische en het sociale aspect zijn voor mij prioritair.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - Iedere waarnemer is het erover eens dat deze beleidsverklaring van alle beleidsverklaringen van premier Verhofstadt sinds 1999 de flauwste en de minst geÔnspireerde is. Het is een beleidsverklaring waarvan geen perspectief of hoop uitgaat. Het enige positieve nieuws is dat er opnieuw een begroting in evenwicht is. Daardoor kan de regering, in het kader van het stabiliteitspact, goede punten aan Europa voorleggen. Ze vergeet er wel bij te vertellen dat onze schuldratio nog mijlenver verwijderd is van de door Europa geŽiste 60% van het bruto binnenlands product. Ze vergeet ook dat het evenwicht uitsluitend te danken is aan de Vlaamse overheden, die wel wilden ingaan op de vraag van de Hoge Raad voor FinanciŽn om voor de schuldafbouw een tandje bij te steken. De Franse Gemeenschap, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest lieten aan de Hoge Raad doodleuk weten dat hij met zijn voorstellen `de boom in kon'. Bovendien gaat de regering in haar prognose uit van een optimistisch scenario van een economische groei van 2,4%. Uit een bevraging van The Economist bij 15 gerenommeerde internationale bankinstellingen blijkt dat ten hoogste een groei van 2,1% kan worden verwacht.

Er zit dus geen bevlogenheid in deze beleidsverklaring. Het voluntarisme van de Verhofstadt uit het verleden is weg. Dat is niet verwonderlijk. Met de regelmaat van een klok lezen we dat de coalitiepartners Verhofstadt beu zijn.

De zeven wegen naar werk zijn niet meer dan een paar maatregelen die al lang geleden op de zogenaamde superministerraden naar voren werden gebracht. Sommige daarvan worden dan nog gespreid in de tijd. Het levensbelangrijke debat over de vergrijzing en de loopbaanproblematiek wordt uitgesteld tot begin volgend jaar.

Deze opgewarmde kost voorstellen als een vernieuwend beleid is te doorzichtig. Het is duidelijk dat, na de verkiezingen van 13 juni, de fut uit deze regering is verdwenen. Toen heeft de kiezer vaarwel aan paars gezegd en heeft de PS op regionaal vlak vaarwel gezegd aan de MR. Het vertrouwen is dan ook compleet zoek. De man van de grote bevlogen beloftes had dat blijkbaar begrepen en zocht een uitweg naar Europa. Die elegante verdwijntruc werd hem niet gegund. Verhofstadt komt dan maar naar het Parlement met een document waarin zwart op wit staat dat hij de beloofde 200.000 jobs helemaal niet zal halen. Wij moeten beschaamd lezen dat het Planbureau berekende dat in 2002 opnieuw meer dan 12.000 banen verloren gingen en in 2003 meer dan 15.000. In 2004 hoopt men 12.000 nieuwe jobs te creŽren, waarvan die van Opel Belgium meteen kunnen worden afgetrokken.

Het is ook beschamend dat zelfs geen aanzet werd gegeven tot de broodnodige hervorming van het stelsel van de sociale zekerheid. In januari 2004 hebben de ministers Vande Lanotte en Vandenbroucke in een vrije tribune daartoe hartstochtelijk opgeroepen. Die aanzet is er niet. De regering laat het stelsel rustig verder ontsporen en probeert via allerlei trucs de nodige miljoenen bijeen te schrapen om de put in de gezondheidszorg te dempen. Het meest cynische in dit verhaal is het instellen van een minimumprijs en een accijnsverhoging op tabak, niet om de mensen ertoe aan te zetten te stoppen met roken, maar in de hoop dat de mensen blijven roken, om op die manier het gat in de ziekteverzekering dicht te rijden.

We horen al jaren dat het niet langer kan dat de sociale zekerheid alleen gefinancierd wordt door bijdragen uit inkomsten op arbeid, maar dat ze moet worden gefinancierd uit algemene middelen. Ook daartoe is nog geen aanzet gegeven.

Er is evenmin een aanzet gegeven tot het wegwerken van de verschillen in de sociale zekerheid tussen Vlaanderen en WalloniŽ. De cijfers van KBC van november 2003 over de geldstroom zijn bekend. Van minister Demotte hebben we cijfers gekregen inzake medische beeldvorming en klinische biologie. In 2002 werd voor medische beeldvorming gemiddeld per inwoner 11,64 euro uitgegeven in het Vlaams Gewest, 18,5 euro in het Waals Gewest en 15,3 euro in het Brussels gewest. Het verschil tussen Vlaanderen en WalloniŽ is 58.93%. Inzake klinische biologie zien we hetzelfde. Daarvoor werd in het Vlaams Gewest gemiddeld 19,92 euro uitgegeven, in het Waals Gewest 22,3 euro en in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest 18,6 euro. Deze nieuwe cijfers komen van de minister zelf en duiden aan dat er ook wat dat betreft, nog heel wat werk is.

De antwoorden op de grote uitdagingen, zoals de vergrijzing of de eindeloopbaan, vinden we in deze beleidsverklaring nauwelijks of niet terug. Guy Verhofstadt was nochtans vast van plan ons op 21 september een oplossing aan te bieden.

Hij zou ook nog eens het DHL-varkentje wassen. Wat volgde was de grote verdwijntruc. Meer nog: minister Reynders verstond het om DHL vriendelijk te verzoeken liefst niet te antwoorden op de door de federale regering gestelde vragen vůůr de beleidsverklaring achter de rug was en de regering opnieuw het vertrouwen had gekregen.

Gisteren hebben we nog kunnen vaststellen dat heel dit dossier vastgeroest zit in een sfeer van politieke spelletjes, van wederzijds wantrouwen en vooral van geheimdoenerij. Dit dossier ligt immers al sedert januari 2003 op de tafel van de federale regering te beschimmelen. Mevrouw de voorzitter, het zou misschien goed zijn, nadat deze onverkwikkelijke historie is afgelopen, hierover in de Senaat een onderzoekscommissie op te richten.

Premier Verhofstadt heeft niet alleen een oplossing beloofd voor DHL, maar ook voor de grote communautaire problemen. We hebben kunnen vernemen dat volgende week dinsdag het langverwachte forum van start zal gaan in de Senaat, maar of er parlementsleden bij zullen zijn, dat weten we eigenlijk nog niet. De vraag is wat er op dat forum zal worden besproken. Als ik het lijstje van het Vlaamse regeerakkoord naast de federale beleidsverklaring leg, dan is daar toch nogal wat verschil tussen. Het Vlaamse regeerakkoord heeft het in eerste instantie over de vijf resoluties van het Vlaams Parlement uit 1999: volledige Vlaamse bevoegdheid voor gezondheidszorg en gezinsbeleid, ontwikkelingssamenwerking, telecommunicatie en het wetenschaps- en technologiebeleid; meer fiscale en financiŽle autonomie; volledige constitutieve autonomie; de overheveling van de spoorinfrastructuur en de exploitatie ervan; een objectieve en doorzichtige solidariteit met de andere deelstaten; homogene bevoegdheidspakketten.

Het Vlaamse regeerakkoord eindigt met een lijst van verzuchtingen die nog moeten worden gerealiseerd: de overdracht van het jeugdsanctierecht, de splitsing van het fonds voor collectieve uitrustingen en diensten, verkeersveiligheid met inbegrip van het verkeersreglement en het boetefonds, het rampenfonds en de rampenverzekering, de organisatie van het beleid inzake civiele bescherming, brandweer en de organisatie van het OCMW, de overdracht van de taalinspectie en de pedagogische inspectie van de faciliteitenscholen, het beleid inzake de grote handelsvestigingen, de overdracht van het kadaster.

Daartegenover staat dan premier Verhofstadt met zijn beleidsverklaring waarin vermeld wordt dat hier en daar wat met bevoegdheden moet worden geschoven om tot een grotere homogeniteit te komen.

Daarbij behoort ook de hervorming van de Senaat. Verhofstadt verwijst in dat verband naar zijn nota van 26 april 2002, die uitgaat van een paritaire Senaat. We hebben alle Franstalige partijen vandaag horen zeggen dat de hervormde Senaat paritair moet zijn. Ik neem akte van de uitspraak van de heer Wille dat we alles vanop nul opnieuw moeten bekijken. Ik hoop dat hij daarmee ook bedoelt dat de alarmbellen, de bijzondere meerderheden en de tweederde meerderheden opnieuw moeten worden bekeken. Dat behouden en daarnaast een Senaat op paritaire basis creŽren, zal voor alle Vlaamse partijen onaanvaardbaar zijn.

Naast het forum waarvan de agenda nog bijzonder onduidelijk is en de samenstelling evenmin bekend is, is er nog dat andere forum, het miniforum, waar Brussel-Halle-Vilvoorde zal worden besproken. Ook dat dossier heeft de premier niet rond gekregen. De splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde is absoluut geen extremistische eis. Het ligt in de logica der dingen, zeker na het arrest van Arbitragehof. Het is een vraag waar heel politiek Vlaanderen achter staat. Overeenkomstig het Vlaamse regeerakkoord moet de splitsing onverwijld gebeuren, los van het forum en zonder compensaties.

Mevrouw Vanlerberghe had het daarnet over de stoere Vlaamse jongens. Ik herinner haar eraan dat stoere Vlaamse jongens, de heer Stevaert op kop, vůůr de verkiezingen hebben verklaard dat Brussel-Halle-Vilvoorde desnoods eenzijdig gesplitst moet worden, dat we daarvoor de Franstaligen niet nodig hebben en dat een gewone meerderheid in het federale parlement volstaat. Verhofstadt zegt daarover in zijn beleidsverklaring: "De institutionele structuur in ons land is zo opgebouwd dat het onmogelijk is om in het parlement welkdanig voorstel dan ook goed te keuren dat ingaat tegen de wil van een van beide grote taalgemeenschappen in ons land. Er moet een duurzame en doorzichtige oplossing worden uitgewerkt die zowel door een ruime meerderheid in het parlement als door de betrokken taalgemeenschappen in ons land kan worden onderschreven. De gemeenschappen en gewesten zullen in de komende dagen worden uitgenodigd om aan zo'n regeling mee te werken."

Toen ik dat hoorde, moest ik onwillekeurig aan het debat over het vreemdelingenstemrecht denken. Verhofstadt wilde zich aanvankelijk niet met het vreemdelingenstemrecht bemoeien omdat het een zaak was van het parlement. Het werd echter niet gedragen, noch in het parlement, noch daarbuiten in de beide grote taalgemeenschappen.

Verhofstadt haalt de discussie over Brussel-Halle-Vilvoorde nu weg uit het parlement en gaat met alle ministers-presidenten rond de tafel zitten.

Collega's van CD&V, het is schitterend gespeeld. Hij heeft de val opgezet voor CD&V en N-VA en ze zijn er met beide voeten ingelopen. Vorige week zei minister-president Leterme nog in het Vlaams Parlement dat hij van geen gesjacher en gemarchandeer hierover wist. Welnu, hij zal vandaag uitgenodigd worden om te gaan sjacheren en marchanderen, om naar een consensus te streven.

Waarover moet op dit miniforum worden onderhandeld? Volgens eerste minister Verhofstadt over "de versterking van de samenwerking tussen Nederlandstaligen en Franstaligen in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, zoals de modernisering van de taalwetgeving, ..." - zo wordt de afzwakking tegenwoordig genoemd - "... de constitutieve autonomie van Brussel en de rechten van de Franstaligen en de Vlaamse minderheid". Hij koppelt dus de positie van de Vlamingen in Brussel aan die van de Franstaligen in de rand. Dat is zijn uitnodiging.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De heer Leterme heeft in het Vlaams Parlement hierop een antwoord gegeven.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - De heer Leterme heeft gezegd dat hij op die uitnodiging ingaat. Werden ooit ministers uitgenodigd op het Overlegcomitť om een wetsvoorstel te bespreken dat in het Parlement werd ingediend? Het vreemdelingenstemrecht was een zaak voor het Parlement, of de gemeenschappen akkoord gingen of niet. Op bevel van de Franstaligen heeft Verhofstadt in het parlement aangekondigd dat er geen splitsing komt van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde zonder de goedkeuring van en toegevingen aan de Franstaligen. Zoveel is duidelijk.

We zijn dus ver verwijderd van de vijf minuten politieke moed die volgens toenmalig oppositieleider Leterme nodig waren. Na de gebeurtenissen van gisteren in de Kamer weten we ook dat `onverwijld' niet hetzelfde is als `urgent'.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Onverwijld betekent zonder dralen. De Raad van State moet binnen vijftien dagen een advies geven. Het wetsvoorstel staat bovenaan de agenda van de commissie voor Binnenlandse Zaken.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BLOK). - De Kamer heeft Verhofstadt een maand tijd gegeven om iets uit zijn hoed te toveren. Het feit dat hij het dossier uit het parlement weghaalt, betekent dat er toegevingen zullen worden gedaan aan de Franstaligen.

De beleidsverklaring getuigt van weinig perspectief en weinig hoop. Het onderlinge vertrouwen in de ploeg-Verhofstadt is weg. Wie zelf geen vertrouwen uitstraalt, kan van het parlement geen vertrouwen krijgen.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Ik betreur dat ik op dit ongunstig ogenblik moet spreken, temeer daar ik het over een belangrijk thema wil hebben. Het gaat nochtans om 17 miljard euro, dus een van de belangrijkste onderdelen van de begroting. Eerste minister Verhofstadt heeft hierover in zijn beleidsverklaring niets gezegd, hoewel dit bij heel wat burgers onrust wekt.

Ofwel is hij het vergeten, ofwel vindt hij het helemaal niet belangrijk, ofwel denkt hij dat er met de ziekteverzekering helemaal geen probleem is, ofwel vindt hij de toestand werkelijk zo beroerd dat hij probeert er niet over te spreken, ofwel bestaat er in de regering gewoon geen consensus over het toekomstperspectief van dit belangrijk onderdeel van de gezondheidszorg.

Onze fractie is even gaan grasduinen in twee rondgedeelde nota's. In een nota van begrotingsminister Vande Lanotte zijn enkele zinnetjes terug te vinden over het budget van de gezondheidszorg. Er wordt vermeld dat de groeinorm volgend jaar gerespecteerd zal kunnen worden dankzij een budgettaire inspanning ten belope van 200 miljoen euro. Wat deze maatregelen zullen inhouden, is niet vermeld. Hoe de budgettaire inspanning gerealiseerd kan worden, is nog niet afgesproken. In mensentaal betekent dat dus dat de begroting voor volgend jaar een schijnbegroting zal zijn. Iedereen die aandachtig de berichten volgt, weet dat de vooropgestelde groeinorm ook in 2005 opnieuw zal worden overschreden. Op dit moment bedraagt de budgetoverschrijding 11%. De afgesproken, zeer ruim bemeten groeinorm was 4,5%. Onze fractie stond daar achter omdat we inderdaad vinden dat investeren in gezondheidszorg zeer belangrijk is voor de kwaliteit van het leven van velen. Minister Demotte zegt dan heel eenvoudig dat tegen het einde van het jaar de overschrijding geen 11% zal bedragen, maar 6%. Het tekort is er vanzelf gekomen en het zal vanzelf verdwijnen.

In een tweede nota, bijgevoegd bij de beleidsverklaring, lezen we dat de evolutie van de afgelopen jaren leert dat bij ongewijzigd beleid het budget steevast wordt overschreden. Vandaar dat alle maatregelen uit het regeerakkoord om de verschillende actoren in het stelsel te responsabiliseren, zullen worden uitgevoerd en versterkt. Het regeerakkoord is anderhalf jaar oud en er werd ons al drie keer officieel verklaard dat er maatregelen zouden worden genomen. Minister Vandenbroucke heeft zeer duidelijk een aantal beleidslijnen uitgetekend in verband met de responsabilisering van de actoren en het profiel van het voorschrijfgedrag van de huisartsen en specialisten. De SP.A heeft het probleem inderdaad zeer duidelijk omlijnd, heeft de bezorgdheid verwoord en noemde 2004 hťt scharnierjaar voor de toekomst van onze sociale zekerheid, maar minister Vandenbroucke is vertrokken. De regering heeft geen vat op de uitgaven in de gezondheidszorg. We krijgen zelfs het idee dat de regering zich daar stilaan bij neerlegt. Misschien is dat wel de belangrijkste reden waarom de eerste minister dinsdag in zijn beleidsverklaring met geen woord over dit zo belangrijke onderwerp repte.

Zelf zijn we altijd voorstander geweest van een realistisch en afdoend budget voor de ziekteverzekering, maar op dit ogenblik willen we verantwoordelijke maatregelen zien. We merken dat er een overschrijding is in alle sectoren van de ziekteverzekering. Het gaat dus over een structureel fenomeen. Dat betekent dat de groeimarge die voor 2005 begroot is, al volledig is opgebruikt. Deze groeinorm van 4,5% verliest vandaag per definitie zijn nut.

De vorige minister van Sociale Zaken, de heer Vandenbroucke, zei onlangs op een colloquium met de werkgevers en belangrijke sociale partners: "Lukt het niet om na 2007 een trager groeipad te bereiken, dan zal dit onvermijdelijk leiden tot privatisering." Misschien zag hij het tť klaar en ontnam precies daarom de besluitloze en lakse PS hem zijn bevoegdheid.

Het moet toch ook tot onze Waalse collega's doordringen dat we hier spelen met de toekomst en met de toekomstige gezondheid van vele burgers. Voorlopig zwijgen ze echter in alle talen. Zijn ze er tť gerust op omdat ze denken dat de Vlamingen toch het grootste deel bijpassen? In ieder geval, privatisering is niet de weg die we zien voor de toekomst, maar we zullen wel zeer duidelijk de Vlaamse gezondheidszorg op de tafel van het aangekondigde forum brengen.

We denken immers dat het federale beleid moet inzien dat preventie en zorg moeten samengaan. We zien nu dat minister Demotte geen uitspraken doet over het budget van de ziekteverzekering, maar hij schuift wel in de beleidsverklaring een nationaal gezondheids- en voedingsplan naar voren. Inderdaad, preventie is belangrijk. Preventie en curatieve zorg moeten op elkaar worden afgestemd. Wat in preventie wordt geÔnvesteerd hoeft misschien niet meer in de zorgbudgetten te worden opgebracht. Dit is ook ťťn van de belangrijke redenen waarom we een Vlaamse gezondheidszorg willen uitbouwen.

Als de ziekteverzekering op die manier verder structureel blijft scheeflopen, dan leggen we een enorme hypotheek op de toekomst. Iedereen weet dat de behoefte aan en de vraag naar gezondheidszorg oneindig zullen zijn. We moeten dus vooruitkijken en nu maatregelen nemen. We moeten ons systeem koesteren en beschermen. Het is ťťn van de beste ter wereld, maar het komt onder enorme druk te staan. Dringende keuzes moeten worden gemaakt. Wij willen de ziekteverzekering blijven financieren vanuit een solidariteit tussen de gemeenschappen, maar ook vanuit eigen mogelijkheden voor de beleidskeuzes zelf. Daarbij willen we als gemeenschap verantwoordelijkheid opnemen en zullen we geen kunstmatige of eenmalige ingrepen dulden. Uit alle peilingen blijkt dat mensen gezondheidszorg veruit ťťn van de belangrijkste thema's vinden. We hopen dat deze regering zich bewust wordt van die enorme problematiek, maar dat blijkt nog niet uit de beleidsverklaring.

De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanmiddag om 14.30 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 13.20 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Hermans, om gezondheidsredenen, de heer Brotchi, in het buitenland, de heren Delpťrťe en Germeaux, wegens andere plichten, en de heer Van den Brande, met opdracht in het buitenland.

-Voor kennisgeving aangenomen.