1-213

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1998-1999
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Namiddagvergadering - Donderdag 15 oktober 1998

________



INHOUD




INOVERWEGINGNEMING

MONDELINGE VRAGEN
van de heer Hatry (onroerende goederen);
van de heer Caluwť en Van Hauthem (Belgische Dienst voor buitenlandse handel);
van de heer Jonckheer (multilaterale overeenkomst inzake investeringen);
van mevrouw Leduc (fraude ten nadele van verschillende OCMW's);
van mevrouw Milquet (verslag van het Vast Comitť van toezicht op de politiediensten);
van de heer Devolder (dopingreglementering in de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige gemeenschap);
van de heer Destexhe (Viagra-pil);
van mevrouw Thijs (transferverdrag met Marokko);
van mevrouw Lizin (Kosovo);
van mevrouw Hostekint (normalisering van de betrekkingen met Rwanda);
van mevrouw Dua (doorstorten van fiscale ontvangsten aan de gemeenten);
van mevrouw Lizin (aan de gemeenten toekomende belastingsopbrengsten);
van de heer Anciaux (beslissing van het Hof van Cassatie tot het niet-vervolgen van politici);
van de heer Goovaerts (betwistingen door de RMZ van het statuut van zelfstandigen.)

VRAGEN OM UITLEG
van de heer Istasse (invloed van het minimumbedrag van de werkloosheidsuitkeringen op het aantal personen die het bestaansminimum of bijstand genieten) aan de minister van tewerkstelling en arbeid, belast met het beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen. (Sprekers : de heren Istasse, Moens en mevrouw Smet, minister van tewerkstelling en arbeid, belast met het beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen);
van de heer Anciaux (nieuwe handvuurwapens bij FN-Herstal) aan de vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken en aan de minister van justitie. (Sprekers : de heren Anciaux en Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken.)

SAMENGEVOEGDE VRAGEN OM UITLEG
van de heer Anciaux, mevrouw Lizin en de heer Verreycken (fatale afloop van de uitwijzing van Sťmira Adamu) aan de vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. (Sprekers : de heer Anciaux, mevrouw Lizin, de heren Verreycken et Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken .)

VRAGEN OM UITLEG
van de heer Destexhe (het Berlaymont-gebouw) aau de minister van ambtenarenzaken. (Sprekers : de heren Destexhe en Flahaut, minister van ambtenarenzaken);
van mevrouw Thijs (belasting op eventuele inkomsten van hoogstamfruit) aan de minister van financiŽn . (Sprekers : mevrouw Thijs et de heer Viseur, minister van financiŽn.)

REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN

INOVERWEGINGNEMING

INDIENING VAN WETSONTWERPEN

INDIENING VAN VOORSTELLEN

VRAGEN OM UITLEG

MEDEDELING

MEDEDELING VAN KONINKLIJKE BESLUITEN

EVOCATIES

NON-EVOCATIES

VERZOEKSCHRIFTEN

ARBITRAGEHOF

VASTE COMITES VAN TOEZICHT OP DE INLICHTINGEN- EN POLITIEDIENSTEN

NATIONALE EVALUATIECOMMISSIE INZAKE DE TOEPASSING VAN DE WETGEVING BETREFFENDE DE ZWANGERSCHAPSAFBREKING

CENTRALE RAAD VOOR HET BEDRIJFSLEVEN

BOODSCHAPPEN VAN DE KAMER





_____________







VOORZITTER : DE HEER SWAELEN

____



De vergadering wordt om 15.05 u. geopend.





INOVERWEGINGNEMING



De Voorzitter. - Aan de orde is thans de stemming over de inoverwegingneming van voorstellen.

U hebt de lijst van de verschillende in overweging te nemen voorstellen ontvangen met opgave van de commissies waarnaar het Bureau voornemens is ze te verwijzen.

Ik verzoek de leden die opmerkingen mochten willen maken, mij daarvan vůůr het einde van de vergadering kennis te geven.

Indien intussen van geen bezwaren blijkt, worden die voorstellen in overweging genomen en verwezen naar de commissies die door het Bureau zijn aangeduid. (Instemming.)





MONDELINGE VRAGEN

Onroerende voorheffing


De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Hoewel het gebruik van informatica de inkohiering van de meeste belastingen versnelt, worden de relaties tussen het ministerie van financiŽn en de belastingplichtige daardoor onpersoonlijk.

Zo is de onroerende voorheffing die voor de jaren 1988 tot 1996 telkens tussen 10 november en 28 december werd geÔnd, in 1997 op 11 september en in 1998 op 8 juli geÔnd.

Uit een brief die van de minister van financiŽn zou komen, blijkt dat die onroerende voorheffing de komende jaren in april of zelfs in maart reeds zal worden geÔnd.

Voor de gepensioneerde zelfstandigen is hun inkomen en vooral hun pensioen volledig ontoereikend om zulke uitgaven vervroegd te doen. Om die reden, en omdat het om een vervroeging met acht maanden gaat, zou de administratie een positief gebaar moeten stellen door de onderrichting te geven dat de onroerende voorheffing voortaan steeds de dertigste juni moet worden geÔnd, teneinde tot een billijke handelwijze te komen.

De heer Viseur, minister van financiŽn (in het Frans). - De administratie van het kadaster zendt de administratie der directe belastingen de noodzakelijke gegevens om de onroerende voorheffing betreffende een welbepaald aanslagjaar en een welbepaalde gemeente te kunnen inkohieren.

De procedure in kwestie kan op tweeŽrlei wijzen verlopen. Ofwel geschiedt de inkohiering in twee fasen aan de hand van oorspronkelijke kohieren en aanvullende kohieren, ofwel gebeurt de inkohiering ineens aan de hand van een definitief kohier, waarbij alle belastbare goederen van eenzelfde kadastrale afdeling tegelijk worden ingekohierd.

De datum van de inkohiering hangt af van de snelheid van de administratie van het kadaster en van de termijn die nodig is voor de uitvoering van de noodzakelijke werkzaamheden van de ontvangkantoren, zoals het bijwerken van de bestanden.

De situatie kan zeer verschillend zijn van jaar tot jaar, van gemeente tot gemeente en van kadastrale afdeling tot kadastrale afdeling binnen eenzelfde gemeente.

De rol van de informatica is niet noodzakelijkerwijze nadelig voor de belastingplichtigen. Doordat de administratie van het kadaster de bestanden sneller bijwerkt, kan sedert het aanslagjaar 1998 op een meer systematische wijze een beroep worden gedaan op definitieve kohieren.

Overigens is de ontvanger van directe belastingen steeds verantwoordelijk voor de inning van de belasting en kunnen de belastingplichtigen hem dan ook om uitstel van betaling verzoeken.

Die ambtenaar staat open voor de vragen van belastingplichtigen in financiŽle moeilijkheden en onder meer van de kleine gepensioneerden over wie de heer Hatry het had. Aan de gewestelijke directeur van directe belastingen kan voorts vrijstelling van verwijlinteresten worden gevraagd.

De onroerende voorheffing komt vooral de gemeenten ten goede. De administratie der directe belastingen begint met de inkohieringen na 1 januari van het jaar waarmee het aanslagjaar wordt aangeduid. De laatste jaren heeft men de onroerende voorheffing steeds sneller ingekohierd, temeer daar, in geval van niet tijdige inkohiering, de situatie voor sommige gemeenten vaak dramatisch was.

De oplossing die de heer Hatry voorstelt, kan niet worden aanvaard om de budgettaire redenen waarover ik het zonet had. Bovendien zal de tijd tussen de uiterlijke betalingsdatums voor opeenvolgende aanslagjaren stabiel worden.

Er moeten verbeteringen worden aangebracht in de regeling. Het is niet mogelijk om miljoenen aanslagbiljetten op ťťn dag te verzenden. Tijdverschillen tussen grote steden zijn onvermijdelijk. Uw oplossing zou op termijn nadelig zijn voor de gemeenten. Toch zou de toestand moeten worden geregulariseerd. Voor de inkohieringen werken wij nu op maximumsnelheid. Wij zouden tot een regelmatig jaarlijks ritme moeten komen voor de toezending van de aanslagbiljetten.

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik dank de minister, die blijk geeft van grote technische deskundigheid. Hij zegt ons dat de zaken niet vlugger zullen gaan. Ik heb echter een brief waarin staat dat een persoon die twee jaar geleden in november ingekohierd is, zijn aanslagbiljet volgend jaar in maart zal ontvangen. Dat schenkt ons geen voldoening. De minister kan gemakkelijk zeggen dat de inkohieringen in april kunnen plaatsvinden, maar personen met weinig inkomsten kunnen niet onmiddellijk betalen. Ik vraag hem dan ook dat deze personen niet verplicht worden intresten te betalen vůůr juni en dat in een overgangsperiode wordt voorzien.

De heer Viseur, minister van financiŽn (in het Frans). - De gewestelijke ontvangers en directeurs van de belastingen hebben als opdracht gekregen rekening te houden met zulke situaties.



BDBH


De heer Caluwť (CVP). - De totstandkoming van de wet van 24 juni 1997 inzake de BDBH had heel wat voeten in de aarde. Zij was het voorwerp van een belangenconflict waarover de Senaat stelde dat er sprake kon zijn van een bevoegdheidsconflict. De Vlaamse regering diende een beroep in tegen deze wet bij het Arbitragehof. Daarop besliste de voorganger van de minister de installering van de nieuwe raad van bestuur stil te leggen. Ik verneem nu dat, terwijl een uitspraak tegen de jaarwisseling wordt verwacht, de minister aan de gewestregeringen vraagt hun vertegenwoordigers voor de nieuwe raad van bestuur op te geven. Is het de bedoeling die nieuwe raad snel te kunnen installeren zo het Arbitragehof de wet niet zou vernietigen of is het de bedoeling nog vůůr de uitspraak de nieuwe raad van bestuur te installeren ? Bestaat in dit laatste geval niet het gevaar dat de nieuwe raad van bestuur zonder wettelijke basis valt wanneer het Hof de betrokken wetsartikelen zou vernietigen ?

De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - In de Financieel Economische Tijd van 10 oktober staat dat minister-president Van den Brande nog steeds geen Vlaamse vertegenwoordigers naar de nieuwe raad van bestuur van de BDBH zal sturen omdat de samenstelling ervan niet in verhouding staat tot het aandeel van Vlaanderen in de Belgische export. De vice-premier zou tot de komende verkiezingen geen conflicten willen uitlokken en willen voortwerken met de bestaande raad van bestuur.

Waarom kan bij de herverkiezing van de raad van bestuur de samenstelling niet worden aangepast aan het aandeel in de export van de drie gewesten ? Waar ziet de vice-president conflicten rijzen als de herverdeling wordt doorgevoerd ? Meent hij niet dat de BDBH best wordt afgebouwd naar afzonderlijke diensten per gewest waarover de gewestelijke overheid maximale bevoegdheden krijgt ?

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel. - De wet van 24 juni 1997, die van kracht geworden is op 31 juli 1997, voorziet in de aanstelling van een nieuwe raad van bestuur van vierentwintig leden waarbij de pariteit tussen de openbare en de particuliere sector enerzijds en tussen de federale en de gewestelijke overheden anderzijds wordt gerespecteerd. Mijn voorganger heeft de procedure tot benoeming van de leden van de raad van bestuur ingeleid. De nominatieve voorstellen werden nog niet gefinaliseerd. De Vlaamse regering heeft een beroep tot nietigverklaring tegen die wet ingediend bij het Arbitragehof. Er werd evenwel geen beroep tot schorsing ingediend. De pleidooien in deze zaak worden gepland voor december 1998. Ik zal ten gepaste tijde een koninklijk besluit tot benoeming van de leden van de raad van bestuur aan de Ministerraad voorleggen.

In mijn antwoord aan de heer Van Hauthem beperk ik mij tot de vaststelling dat de BDBH een belangrijke taak heeft en dat ik een grotere inbreng uit de regio's beoog. De wetgever wenste trouwens tot een betere coŲrdinatie tussen de federale overheid en de gewesten te komen.

De heer Caluwť (CVP). - Het is juist dat de Vlaamse regering geen vordering tot schorsing indiende maar de facto werd de aanstelling van de raad van bestuur geschorst. De vice-premier zegt nu ten gepaste tijde een beslissing te nemen. Ik neem aan dat dit betekent : na de uitspraak van het Arbitragehof. De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - De reactie van de Vlaamse regering was te voorzien. De regering had zich moeilijkheden kunnen besparen door de wettelijkheid te respecteren. Zij heeft immers geen rekening gehouden met artikel 92ter van de bijzondere wet dat de instemming van de gewesten voorschrijft. Wanneer zal de nieuwe raad van bestuur worden aangesteld ? Zal dit gebeuren vůůr de uitspraak van het Arbitragehof ? Dat zou voorbarig zijn. Een onwettelijke raad van bestuur zou onwettelijke besluiten nemen.

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel (in het Frans). - Zodra de voorwaarden vervuld zijn, zal ik bij de Ministerraad een nota indienen met betrekking tot de samenstelling van de raad van bestuur.



Multilaterale overeenkomst inzake investeringen


De heer Jonckheer (Ecolo) (in het Frans). - De Franse regering heeft laten weten dat Frankrijk niet meer zal deelnemen aan de bij de OESO lopende onderhandelingen betreffende het MOI-project.

Frankrijk distancieert zich dus van de logica van de ę uitzonderingen Ľ waarover tot nu toe onderhandeld werd en die ook de logica is van de Belgische regering. Enkele maanden geleden heeft de regering immers vijf voorwaarden verbonden aan het sluiten van de overeenkomst. Ze heeft zich ertoe verbonden het Parlement geregeld in te lichten over de stand van de onderhandelingen.

Is de Belgische regering van plan een ander standpunt in te nemen, gelet op de politieke keuze van de Franse regering ? Een nieuwe onderhandelingsronde is gepland voor 20 en 21 oktober. Zult u vragen dat dit punt op de agenda van de Ministerraad van volgende vrijdag wordt geplaatst ? Welk standpunt zult u er verdedigen ?

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel (in het Frans). - Op een vergadering van de ministers, besliste de Raad van de OESO om de onderhandelingen over de multilaterale overeenkomst inzake de investeringen op te schorten om de lidstaten de mogelijkheid te bieden de reacties van de burgerlijke maatschappij te analyseren.

Rekening houdend met de reacties, lijkt het mij uitgesloten dat de onderhandelingen hervat zouden worden zonder een grondige wijziging van de voorwaarden waarin ze worden gevoerd. Dat is het standpunt dat door BelgiŽ in de Europese Unie wordt verdedigd en dat ik morgen in de Raad van ministers zal innemen.

De noodzakelijke wijzigingen betreffen onder meer het toepassingsgebied van de overeenkomst, het evenwicht tussen rechten en verplichtingen van de ondernemingen, de nationale souvereiniteit en de transparantie van het proces. Alleen op die manier kunnen de voorwaarden die de Belgische regering op 27 maart jongstleden heeft gesteld, in aanmerking worden genomen.

Het is juist dat een groep deskundigen op 21 oktober zal samenkomen. Wij vinden dat om ministerieel niveau zo snel mogelijk een evaluatie moet worden voorbereid.

De rijkdom van BelgiŽ hangt voor meer dan 70 % af van de in- en uitvoer en wij zijn dus in principe altijd voorstander van multilaterale akkoorden, maar de inhoud en de plaats van de onderhandelingen moet besproken worden.

De heer Jonckheer (Ecolo) (in het Frans). - Ik dank de vice-eerste minister voor zijn antwoord.

Zijn standpunt lijkt mij minder hard dan dat van de heer Jospin, die de idee zelf van deze onderhandelingen betwist en tot het besluit is gekomen dat het geplande akkoord niet kan worden herzien. Daarom heeft de Franse regering beslist de onderhandelingen niet te hervatten.

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel (in het Frans). - BelgiŽ heeft niet de gewoonte een politiek van de lege stoel te voeren. Wij zullen in de onderhandelingen vertegenwoordigd zijn door een hooggeplaatste persoon. Wij stellen ons dezelfde vragen als Frankrijk.



Fraude ten nadele van verschillende OCMW's


Mevrouw Leduc (VLD). - Gisteren verscheen in diverse kranten het bericht van VN-vluchtelingen, komende uit ex-JoegoslaviŽ, met gestolen en vervalste identiteitsdocumenten, in het kader van het spreidingsplan voor vluchtingen er in slaagden steun te trekken van verschillende OCMW's in Vlaanderen.

Volgens mijn informatie zouden kandidaat-vluchtelingen, bij hun aanmelding op de dienst Vreemdelingenzaken in Brussel, onmiddellijk via een codenummer worden toegewezen aan het OCMW van een stad of gemeente, ongeacht hun werkelijke verblijfplaats. Door het intikken van dit document kan een OCMW-dienst nagaan of een vluchteling recht heeft op een maandelijkse uitkering. Op deze wijze zou fraude uitgesloten zijn.

Kan de minister mij bevestigen dat de spreiding van kandidaat-vluchtelingen volgens deze werkwijze gebeurt ? Zo ja, hoe konden kandidaat-vluchtelingen op verschillende plaatsen OCMW-steun opstrijken ? Kan de fraude het gevolg zijn van onnauwkeurig werk op de dienst Vreemdelingenzaken zelf ? In hoever wordt het daadwerkelijk verblijf op de plaats waar de kandidaat-vluchteling is ingeschreven gecontroleerd, ongeacht het feit of hij of zij een wettelijk huurcontract heeft.

Ik vraag mij af of de verdeling van de vluchtelingen over de verschillende gemeenten in het kader van de spreidingsplannen voor vluchtelingen op een evenwichtige wijze, dus rekening houdend met de draagkracht van de gemeenten, gebeurt. Bestaan statistieken over de spreiding van de vluchtelingen over de verschillende gemeenten ?

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Bij het indienen van de asielaanvraag wordt de asielzoeker aan een OCMW toegewezen. Die toewijzing wordt in een ę wachtregister Ľ ingeschreven, en de betrokkene krijgt hiervan een bewijs. Anderzijds ontvangt het OCMW van de diensten van het Rijksregister een gele fiche. Het is de taak van het OCMW de identiteit van de betrokkene na te gaan, de geldigheid van het verblijf, de staat van de behoeftigheid en het feit of hij wel aan dit OCMW werd toegewezen. Vingerafdrukken zijn niet voorzien in die procedure.

Het gerechtelijk onderzoek zal uitwijzen of er van fraude sprake kan zijn. Het lijkt dat een fout van de dienst Vreemdelingenzaken uitgesloten is. Tenslotte is het de taak van de gemeente om te onderzoeken of de betrokkene wel degelijk op het opgegeven adres woont.

Mevrouw Leduc (VLD). - Verschillende OCMW's hebben mij bevestigd dat de fout zeker niet bij hen lag. De fout moet dus worden gezocht bij de dienst Vreemdelingenzaken of bij de gemeente van inschrijving. Er is thans een onderzoek aan de gang van 126 kosovaren die zowel in Duitsland als in BelgiŽ steun trekken. Het wordt tijd dat de ministeries van justitie en binnenlandse zaken de mensenhandel duchtig aanpakken. Het spreidingsplan moet worden verbeterd teneinde fraude te voorkomen.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Geen enkel systeem is bestand tegen fraude. Ik twijfel er aan of we zo maar moeten geloven wat de OCMW's beweren. De strijd tegen de mensenhandel is bijzonder moeilijk. Het spreidingsplan heeft zoals elk systeem zwakke punten.



Verslag van het Vast Comitť van toezicht
op de politiediensten


Mevrouw Milquet (PSC) (in het Frans). - Het Vast Comitť van toezicht op de politiediensten heeft zijn verslag uitgebracht waarin het wijst op drie problemen : het gebruik van geweld, de aantasting van de menselijke waardigheid en het fouilleren. Het comitť beveelt voor het gebruik van geweld altijd dezelfde normen te hanteren.

Welk gevolg zult u geven aan dat verslag en welke concrete maatregelen zult u nemen op de verschillende gebieden die door het comitť P worden aangestipt, en vooral met betrekking tot het gebruik van geweld ?

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken (in het Frans). - Net zoals u vernam ik via de pers dat dit verslag bestaat. Ik heb het gisteren ontvangen, maar ik heb het nog niet aandachtig gelezen.

Wij zullen dit verslag ernstig nemen. Het gebruik van geweld en dwang is een algemeen probleem van alle politiediensten. Wij moeten lessen trekken uit de recente gebeurtenissen.

Nadat ik het advies van de betrokken diensten heb ontvangen, zal ik bij de Ministerraad een nota indienen. Wij zullen het advies van de minister van justitie vragen.

Moet de politie, als ze geconfronteerd wordt met terrorisme en geweld, zich uitsluitend verdedigen, of zelfs met een zekere agressie, de geweldenaars inrekenen ? Dit debat is uiterst actueel. Het is ook voor iedereen belangrijk en onontbeerlijk.

Mevrouw Milquet (PSC) (in het Frans). - Dit debat moet op democratische wijze worden gehouden in het parlement, nog tijdens deze regeerperiode.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken (in het Frans). - Volledig akkoord.



Dopingreglementering in de gemeenschappen


De heer Devolder (VLD). - Hoewel de Vlaamse, de Franse en de Duitstalige gemeenschap in 1990 al een samenwerkingsakkoord hebben afgesloten over dopingaangelegenheden, loopt een en ander verkeerd en is er dringend meer coŲrdinatie nodig. Meer dan veertig producten worden in de ene gemeenschap als doping beschouwd en in de andere niet. Daarnaast is er ook nog een verschillende benadering wat het gebruik van corticosteroÔden betreft tijdens sportcompetities.

Vindt de minister dat er een verschil in benadering kan zijn voor een product waarvan de werking en de eigenschappen federaal geregistreerd worden of zijn ?

Zal de minister voor coŲrdinatie zorgen tussen de gemeenschappen ? Dit zou kunnen bij de registratie van het geneesmiddel.

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - De lijst van verboden dopingproducten was aanvankelijk een federale bevoegdheid. Later is het een gemeenschapsmaterie geworden. Als de verschillende lijsten vergeleken worden, is er geen verschil bij de grote farmacogroepen. Bij de producten is dat wel het geval. Ik kan daar als federaal minister niets aan doen. Ik wil de zaak wel voorleggen aan de geneesmiddelencommissie.

De gemeenschappen moeten zelf tot harmonisatie overgaan. Ik kan enkel via de InterministeriŽle Conferentie van Volksgezondheid een harmonisatie voorstellen, niet opleggen.

Ons land maakt nu deel uit van de executieve board van de WGO. De sportbonden die in februari een overkoepelend congres hebben gepland, hebben aan de WGO gevraagd hen te helpen met een harmonisatie van de lijsten, het stimuleren van de controletechnieken en een harmonisatie van het beleid van de lidstaten.

De heer Devolder (VLD). - De minister spreekt zich niet uit. Als een product doperende eigenschappen bezit, kan dit bij de registratie toch op de bijsluiter vermeld worden. Het kan toch niet dat dezelfde sportlui op Waals grondgebied bepaalde producten mogen gebruiken en in Vlaanderen niet.

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - De heer Devolder stelt een herfederalisering voor.

De heer Devolder (VLD). - Neen, maar de minister kan toch initiatieven nemen.

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - Ik kan enkel aan beide gemeenschappen zeggen dat harmonisatie noodzakelijk is. Meer vragen dan goodwill kan ik niet.

De heer Devolder (VLD). - De registratieprocedure is een federale aangelegenheid. Geen enkele gemeenschap zal zich dan kunnen permitteren om het product niet op zijn lijst te zetten.

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - Ik kan de gemeenschappen er niet toe dwingen bepaalde producten in hun lijsten op te nemen.



Viagra-pil


De heer Destexhe (PRL-FDF) (in het Frans). - De Viagra-pil is voortaan vrij te koop in Frankrijk, waar Belgen ze dus kunnen aanschaffen zonder geneesmiddelenvoorschrift. De prijs die bij ons werd vastgesteld voor de Viagra-pil lijkt lager dan in andere landen van de Europese Unie. Wanneer zal dit product in BelgiŽ te koop zijn ? Waarom duurt het hier langer dan in onze buurlanden ?

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen (in het Frans). - De Viagra-pil werd op 4 september 1998 geregistreerd bij het Europees Bureau voor de geneesmiddelenbeoordeling. Bijgevolg is de pil automatisch geregistreerd in alle landen van de Unie. Vervolgens heeft de firma die de pil commercialiseert bij ons ministerie van economische zaken een dossier ingediend waarin een prijs werd voorgesteld die door minister Di Rupo op 5 oktober werd aanvaard. De firma vroeg geen terugbetaling voor de Viagra-pil.

Dit geneesmiddel zal dus waarschijnlijk vanaf de maand november bij ons beschikbaar zijn, momenteel worden de verpakkingen gedrukt waarop de vaste prijs vermeld staat. Als de Viagra-pil in Frankrijk reeds te koop is, dan is dat omdat daar een heel andere procedure geldt dan bij ons. Het gaat immers om een eenvoudige kennisgeving.

De heer Destexhe (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik dank u voor uw antwoord. Ik hoop alleen dat de huidige toestand niet te lang duurt, omdat aldus een parallelle markt kan ontstaan die nadelig zou zijn voor de Belgische apothekers.

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen (in het Frans). - Mijnheer Destexhe, in de maand november kunt u bij uw apotheker terecht voor een Viagra-pil. (Gelach.)



Transferverdrag met Marokko


Mevrouw Thijs (CVP). - Het transferverdrag tussen BelgiŽ en Marokko maakt het mogelijk dat veroordeelden van de andere nationaliteit een deel van de gevangenisstraf in hun eigen vaderland kunnen uitzitten. Het verdrag werd reeds ondertekend maar nog niet ter ratificering aan het parlement voorgelegd. De 22 Belgen in Marokkaanse gevangenissen hopen op een snelle ratificering. De toestand in de Marokkaanse gevangenissen werd reeds herhaalde malen aangeklaagd. In 1996 bezocht een Nederlandse parlementaire delegatie die gevangenissen om de behandeling van Nederlandse onderdanen te onderzoeken. Ook ons land heeft dienaangaande zijn inspanningen opgedreven. Toch blijft er een gebrek aan hygiŽne, voeding en geneesmiddelen die de gezondheidstoestand van onze veroordeelde landgenoten in de Marokkaanse gevangenissen bedreigen.

Werd het ontwerp van verdrag van 7 juli 1997 tussen Marokko en BelgiŽ door de Ministerraad goedgekeurd en ingediend bij het parlement ? Heeft de Raad van State reeds advies uitgebracht ? Zo ja, welk ? Is er bij de Marokkaanse autoriteiten aangedrongen om het verdrag te ratificeren ?

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - Namens mijn collega voor buitenlandse zaken deel ik mee dat het Belgisch-Marokkaans transferverdrag op 7 juli 1997 werd ondertekend. Daarna werd de ratificatieprocedure ingezet. Op 21 januari 1998 werd het dossier door buitenlandse zaken aan justitie toegezonden. Op 29 januari werd het akkoord van de minister van begroting gevraagd. Zijn instemming kwam er op 15 september.

Op 2 oktober heeft de Ministerraad het verdrag goedgekeurd en werd aan de Raad van State advies gevraagd binnen de dertig dagen. Zodra dit advies binnen is, wordt het verdrag voor goedkeuring aan het parlement voorgelegd. Hopelijk wordt de procedure nog dit jaar afgerond. De Marokkaanse regering heeft het Verdrag nog niet geratificeerd. Buitenlandse zaken heeft daarop reeds aangedrongen.

Mevrouw Thijs (CVP). - Ik hoop dat wij het verdrag in november kunnen bespreken.



Kosovo


Mevrouw Lizin (PS) (in het Frans). - Kosovo wordt klaarblijkelijk steeds meer in de steek gelaten. De Albanese bevolking kan de houding van het Joegoslavische bezettingsleger niet langer verdragen. Hoe staat Europa hiertegenover ? Wat vond de minister van buitenlandse zaken van de houding van president Milosevic jegens hem tijdens zijn laatste bezoek aan Belgrado ? Uit welke elementen bestaat de beslissing van de NAVO ?

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen (in het Frans). - Ik antwoord namens mijn collega, de minister van buitenlandse zaken, die hier wegens ziekte niet aanwezig kan zijn.

Tijdens zijn laatste bezoek aan Belgrado was het meest nijpende probleem dat van de vluchtelingen en ontheemden. Zodra hij terug was in het land heeft hij contact opgenomen met de staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking en hem gevraagd de mogelijkheden te bestuderen van een Belgische deelname aan de hulpverlening van de vluchtelingen.

De heer Derycke heeft voorts vastgesteld dat de standpunten van Joegoslaven en Kosovaren grondig verschillen. Ook binnen de Albanese gemeenschap in Kosovo bestaan kloven die zeer moeilijk te overbruggen zijn. Overigens is mijn collega naar Belgrado gereisd de dag na het Europese verbod op vluchten van Joegoslavische maatschappijen, wat wellicht de reden is waarom de Joegoslaven hem niet hebben willen ontmoeten.

De heer Derycke vindt dat men zich ginder vooral door emoties laat leiden.

Er kan alleen een definitieve oplossing komen binnen het kader van een duurzame stabilisatie van de Balkan, waar aan AlbaniŽ bijzondere aandacht moet worden besteed. Voor Kosovo kan er alleen op basis van onderhandelingen tussen de betrokken partijen een duurzame oplossing komen.

Op 13 oktober heeft de NAVO-raad een interventiebevel goedgekeurd. Het is echter nog mogelijk een interventie af te wenden. Voorzichtig zijn is de boodschap.

Mevrouw Lizin (PS) (in het Frans). - Wij zullen wachten tot de minister van buitenlandse zaken opnieuw aanwezig kan zijn om over Kosovo een diepgaand debat te houden.



Normalisering van de betrekkingen met Rwanda


De heer Hostekint (SP). - Ik betreur dat de eerste minister niet aanwezig is om op mijn vraag te antwoorden. Ik had graag het standpunt van de regering over deze materie vernomen. De afwezigheid van de eerste minister getuigt van minachting voor de Senaat.

Tijdens de maand augustus bracht ik een bezoek aan Rwanda. Dit was geen snoepreisje, maar een leerzame reis. Ik heb vastgesteld dat de situatie in Rwanda niet zo rampzalig is als ze meestal wordt voorgesteld. Vier jaar na de tragische gebeurtenissen is men in Rwanda volop bezig met de wederopbouw van het land en met de verzoening. Uit de talrijke gesprekken die ik tot op het hoogste regeringsniveau heb kunnen voeren, heb ik kunnen afleiden dat Rwanda geen enkele wrok tegenover ons land koestert, behalve tegenover bepaalde fundamentalisten van de Belgische christen-democratie.

Is de eerste minister of de minister van buitenlandse zaken bereid om een officieel bezoek aan Rwanda te brengen ?

Het parlementsgebouw in Kigali is gedeeltelijk verwoest. De kostprijs voor de restauratie ervan wordt geraamd op ongeveer 70 miljoen Belgische frank. Is de Belgische regering bereid om een deel van dit bedrag te betalen ?

Het lokaal in kamp Kigali waar de Belgische para's op 7 april 1994 werden vermoord, is door de Rwandese autoriteiten uit respect voor hun nagedachtenis intact gehouden. Is de Belgische regering bereid om aan kamp Kigali een gedenkplaat aan te brengen ?

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - De eerste minister heeft uitdrukkelijk gesteld dat het antwoord op deze vraag tot de bevoegdheid van de minister van buitenlandse zaken behoort. Bovendien is de minister de hele dag aanwezig in de Kamer voor het debat over de regeringsverklaring.

Een bezoek door de minister van buitenlandse zaken of door de eerste minister aan Rwanda is niet gepland.

Er werd geen officiŽle vraag gesteld om het parlementsgebouw te restaureren. De Belgische ontwikkelingssamenwerking richt zich enkel op specifieke domeinen, zoals volksgezondheid, voedselhulp, onderwijs en justitie.

De eerste minister heeft op 17 december 1997 in de Senaat verklaard dat de regering bereid is om 7 april uit te roepen tot herdenkingsdag voor alle militairen die zijn omgekomen bij humanitaire operaties.

De vraag om in Kigali een gedenkplaat aan te brengen wordt door de regering onderzocht.

De heer Hostekint (SP). - Ik stel vast dat de Belgische regering een slecht geweten heeft ten aanzien van de Rwandese gebeurtenissen. De Rwandezen vragen dat BelgiŽ een gebaar van goede wil zou stellen.

De vraag tot een deelname in de kosten voor de restauratie van het Rwandese parlementsgebouw is nog niet gesteld maar zal voor ik weet in de toekomst worden gesteld. Het herstel van het parlementsgebouw is belangrijk in het democratiseringsproces.

Wat de gedenkplaat betreft, denk ik niet dat er iets zal gebeuren in het komende verkiezingsjaar.

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - De regering verkiest om de 70 miljoen die zou kunnen worden besteed aan de restauratie van het parlementsgebouw te besteden aan directe noden van de Rwandese bevolking zoals voeding en gezondheidszorg.



Doorstorten van fiscale ontvangsten aan de gemeenten


Mevrouw Dua (Agalev). - Onlangs werd een interne nota van de administratie van financiŽn publiek gemaakt waaruit blijkt dat in de periode 1990-1997 ongeveer 90 miljard frank fiscale ontvangsten niet werden doorgestort aan de gemeenten.

Er werd een audit-cel belast met een grondig onderzoek van het comptabiliteitssysteem dat door de administratie werd toegepast. De resultaten van het onderzoek zullen besproken worden op een interministeriŽle conferentie.

Een hoge ambtenaar van het ministerie van financiŽn heeft reeds herhaaldelijk gewezen op deze onrechtvaardigheid. Hij was herhaaldelijk het voorwerp van pesterijen.

Dergelijke praktijken zijn onaanvaardbaar. Ambtenaren hebben immers een spreekrecht en het is hun plicht onrechtmatigheden te signaleren.

Gaat het inderdaad om een totaal bedrag van 91,4 miljard frank ?

Is de federale Staat bereid dit bedrag terug te betalen aan de gemeenten ?

Hoe kan de minister verantwoorden dat de ambtenaar, die de bevoegde instanties gewezen heeft op deze onrechtvaardige situatie, herhaaldelijk gepest en geÔntimideerd werd ?



Aan de gemeenten toekomende belastingopbrengsten


Mevrouw Lizin (PS) (in het Frans). - In de pers wordt gewag gemaakt van een nota van de administratie der directe belastingen waarin de proportionele verdeling van de inkomsten die door deze administratie worden geÔnd, wordt gehekeld. Tussen 1990 en 1997 zou het toegepaste systeem aan de gemeenten van dit land 91 miljard gekost hebben.

De nota van het kernkabinet heeft het over anomalieŽn. Het zijn geen anomalieŽn, maar er is sprake van scheeftrekkingen of zelfs van verduistering. De burgemeesters kunnen niet lijdzaam blijven toekijken wanneer ze geconfronteerd worden met een dergelijk gebrek aan transparantie en rechtlijnigheid in het beheer van de Senaat.

Kunt u die cijfers bevestigen ? Kunt u verklaren waarom voor dit repartitiesysteem werd gekozen ? Wat zal u ondernemen om ervoor te zorgen dat de gemeenten krijgen waarop ze recht hebben ? Wellicht zal het daar niet bij blijven. Het dreigt een zeer lang verhaal te worden.

De heer Viseur, minister van financiŽn (in het Frans). - Als het van mij afhangt, wordt het geen lang verhaal. Het systeem van proportionele repartitie werd in 1948 ingevoerd. Uw kritiek geldt dus niet alleen voor mijn voorganger, maar voor een hele reeks ministers. Tussen 1948 en 1990 werd de boekhouding betreffende de inkomsten manueel verwerkt en het totale geÔnde bedrag evenredig verdeeld werd met het totaal van alle ingekohierde bedragen. Het Rekenhof heeft nooit enig bezwaar geuit en de gemeenten evenmin.

De verdeling gebeurde afzonderlijk voor de onroerende voorheffing enerzijds, de provinciebelasting anderzijds en voor het geheel van de vennootschapsbelasting, de personenbelasting en de belasting op de inverkeerstelling samen. Vanaf 1995 heeft mijn voorganger bij de administratie het nieuwe geautomatiseerde ICPC-systeem ingevoerd waardoor elke storting bij het juiste kohier wordt ingedeeld. Nu worden 90 % van de inkomsten beheerd via dit systeem dat zorgt voor een exacte verdeling. De twee manieren van verdeling werden met elkaar vergeleken, wat onverklaarbare anomalieŽn aan het licht heeft gebracht. Op basis van deze vaststelling heeft een ambtenaar van de dienst voor statistieken via extrapolatie een cijfer van 91,4 miljard berekend.

Sommigen onthouden alleen het cijfer en niet de hele discussie over de boekhoudkundige procedure.

Toen ik op 7 oktober via de pers op de hoogte werd gebracht van het bestaan van deze nota, die echter nooit tot bij de minister is gekomen, heb ik onmiddellijk maatregelen getroffen.

Mevrouw Lizin (PS) (in het Frans). - Wij hebben niet alleen belangstelling voor de cijfers, maar ook voor de procedure. Beweert u dat de nota van 7 augustus over de betrouwbaarheid van het ICPC noch bij u, noch bij uw voorganger is aangekomen ? Dit probleem verdient meer dan een mondelinge vraag. Wij zullen erop terugkomen.

De heer Viseur, minister van financiŽn (in het Frans). - De verdeling van de bedragen tussen de Federale Staat en de gemeenten mag niet afhangen van de interpretatie door de administratie.

Als de bedragen slechts worden herverdeeld, moeten wij een oplossing vinden. FinanciŽn heeft een boekhouding van de bedragen die het ontvangt en herverdeelt. Ik heb de gemeenten onmiddellijk een brief gestuurd en heb een gemengde werkgroep Staat/gewesten samengeroepen waarin ook het Gemeentekrediet en de Vereniging van Steden en Gemeenten vertegenwoordigd zijn, om een stand van zaken op te maken.

Voorts heb ik een interne audit bevolen om de twee systemen te vergelijken, om na te gaan of er verschuivingen gebeuren en om te bepalen om welke bedragen het gaat. Die audit is aan de gang.

Hij zal enige tijd in beslag nemen. De ambtenaren zullen echter twee keer per maand aan de gemengde werkgroep verslag uitbrengen.

Op basis van de drie genomen beslissingen heb ik de samenroeping gevraagd van de interministeriŽle conferentie die zal worden opgevolgd door het Rekenhof voor een analyse van de audit. Daarna zal naar transparante oplossingen worden gezocht, wat tijd zal vergen.

Het heeft geen zin om op de resultaten van die analyse vooruit te lopen, aangezien de audit volkomen onafhankelijk moet worden gevoerd. Het komt er vooral op aan duidelijk na te gaan of de boekhouding met de werkelijkheid overeenstemt.

Wat moet er in een eerste fase worden gedaan ? Vanaf 1 november zal de administratie zoveel mogelijk boekhoudkundige gegevens moeten opslaan in het computersysteem ICPC, dat uiteraard betrouwbaarder is dan het manuele systeem. Slechts 6 ŗ 10 % van de ontvangsten worden nog manueel herverdeeld. Er wordt niet geraakt aan D1, dat wil zeggen aan de onroerende voorheffing. De toegewezen belastingen van de opcentiemen gaan van D2 naar D3.

Wat betreft de intimidatie of de druk waaraan de ambtenaar in kwestie zou hebben blootgestaan, kan ik u zeggen dat de minister op hem niet de minste druk heeft uitgeoefend. Ik heb aan de ambtenaar-generaal gevraagd een tuchtonderzoek te openen om na te gaan of ambtenaren die van de onregelmatigheden op de hoogte waren, nagelaten hebben te reageren. Als dat het geval is, zal een tuchtprocedure worden ingesteld.

De huidige cijfers zijn een extrapolatie. Zodra wij de juiste bedragen zullen kennen, zullen wij daaruit de nodige conclusies trekken.

Mevrouw Dua (Agalev). - De minister bevestigt de perfide gevolgen voor de gemeenten. Ik vind het abnormaal dat men vroeger niets gedaan heeft. Het gaat hier om een georganiseerde diefstal door de federale overheid. Dat dit alles via interne nota's is uitgelekt, getuigt niet van goed bestuur.

De minister was niet duidelijk in zijn antwoord op de vraag of hij er zich toe verbindt de gemeenten terug te betalen. In het Vlaams parlement werd alleszins al een werkgroep ad hoc opgericht.

Ik apprecieer het dat de minister een intern onderzoek zal instellen.

Mevrouw Lizin (PS) (in het Frans). - Mijn fractie zal geen genoegen nemen met de interne audit. Sommige gemeenten zijn trouwens van plan een beroep in te stellen bij de Raad van State.

De bedoelde ambtenaar werkt bij de buitendiensten. In 1993-1994 hebben wij in de Kamer al geprobeerd te weten te komen op welke wijze de cijfers onderschat werden. Wij vragen dan ook dat het onderzoek dringend wordt voortgezet en dat dit punt behandeld wordt op de volgende vergadering van de Commissie voor de financiŽn. Wij zouden u daar graag horen, alsook die ambtenaar. Andere ambtenaren hadden het over een onderschatting van ongeveer 91 miljard.

De heer Viseur, minister van financiŽn (in het Frans). - Het is verbazingwekkend dat de administratie al die jaren met een manueel systeem en een boekhouding met dubbele doorslag heeft gewerkt. Voor de terugvordering biedt de informatica de enige oplossing. Tegen het einde van het jaar zullen wij een concept van openbare comptabiliteit hebben. Ik wijs er ook op dat naast de audit ook informatiti geraadpleegd worden om bepaalde elementen te isoleren. Met het nieuwe systeem zou de BBI ongeveer 98 % terugvorderen.

Wij kunnen ons nu nog niet uitspreken en men kan zich afvragen of bepaalde gemeenten niet meer gekregen hebben. (Protest van mevrouw Lizin.)

Ik heb u de onmiddellijke maatregelen beschreven, namelijk een vaststelling gevolgd door een duidelijke analyse.

Het wantrouwen dat van bij de aanvang heerste vind ik kwetsend voor de ambtenaren die belast zijn met de audit. Zelf wacht ik tot de audit afgelopen is en de controles achter de rug zijn.



Beslissing tot niet-vervolgen van enkele top-politici


De heer Anciaux (VU). - De procureur-generaal bij het Hof van Cassatie besliste dat drie socialistische top-politici niet vervolgd worden in nevendossiers van het Agusta/Dassault-zaak. Nochtans zou er sprake zijn van schriftvervalsing en witwassing bij het boeken van Agusta/Dassalt-gelden op arrondissementele SP-rekeningen. Bovendien ging de procureur-generaal in haar requisitoir regelrecht in tegen de onder ede gedane verklaringen van deze toppolitici. Impliciet beschuldigde zij deze toplui van meineed.

Kan de minister deze uitspraken kaderen in de vroegere beslissing om geen vervolging in te stellen ? Kan de procureur-generaal beslissen geen vervolging in te stellen in zaken waarvan het onderzoek nog niet is begonnen of afgerond ? Zal de minister gebruik maken van zijn positief injunctierecht om een onderzoek in te stellen ?

De heer Van Parys, minister van justitie. - Het onderzoek in de nevendossiers van het Agustaproces is nog aan de gang. Pas na het afsluiten ervan kan een definitief standpunt worden ingenomen over de beslissing van de rechters.

In haar requisitoir heeft de procureur-generaal enkel de stelling van het openbaar ministerie weergegeven. Zij ging ervan uit dat er tegenstrijdigheden bestonden tussen de verschillende verklaringen. Zij heeft noch impliciet, noch expliciet, de getuigen van meineed beschuldigd. De raadsheren van het Hof van Cassatie zullen zich moeten uitspreken over de verklaringen van de getuigen.

Wat de vraag over het gebruik van het positief injunctierecht betreft, herinner ik aan de fase van de lopende procedure. We zitten nu op het moment tussen het requisitoor en de pleidooien. Indien ik mij nu zou uitspreken, zou ik het verwijt krijgen mij te mengen in de procedure of in de ene of andere richting druk uit te oefenen. Dat kan ik onmogelijk doen. We kunnen alleen de uitspraak afwachten om dan eventueel nog te reageren.

De heer Anciaux (VU). - De minister zegt dat het onderzoek naar de nevendossiers nog aan de gang is. Maar de procureur-generaal zegt reeds vooraf duidelijk dat er geen inbeschuldiging komt. Het is ook niet correct dat de procureur-generaal geen impliciete beschuldiging zou hebben geuit. Dat is wel degelijk het geval.

Ik vraag geen positieve injunctie in de huidige fase in het hangende dossier, maar wel in dossiers die nog moeten worden opgestart. Gaat dat al of niet gebeuren ?

De procureur-generaal heeft gisteren uitspraken gedaan over de rechtsstaat die ons beroeren. Dit roept inderdaad vragen op. Maar gebruikt men dit niet om ons af te leiden van wat zij de dag voordien zegde ? Er heerst bij de bevolking een gevoel dat men iets wil toedekken.

De heer Van Parys, minister van justitie. - Er wordt hier opnieuw een indruk gewekt op grond van een bepaald sfeerbeeld. Ik meen dat wij de opdrachten van de rechterlijke macht moeten eerbiedigen. De heer Anciaux vraagt in feite dat de minister zou tussen beide komen in een procedure op een erg gevoelig moment met mogelijk zeer nadelige gevolgen.

Wij moeten Cassatie zijn werk laten doen. Hetzelfde geldt voor de nevendossiers. Ik wil niet tussenbeide komen omdat er geen aanleiding toe is en omdat ik daartoe het recht niet heb. Na de uitspraak zullen we zien wat er eventueel moet gebeuren. Maar iedereen moet zijn verantwoordelijkheid nemen.



Betwistingen door de RMZ
van het statuut van zelfstandigen


De heer Goovaerts (VLD). - De RMZ betwist geregeld het statuut van zelfstandige personen die slecht een paar cliŽnten hebben om te beweren dat het hier om bedienden gaat. Dat gebeurt nu ook als de betrokkenen functioneren in het raam van een ťťnmansvennootschap. Aangezien een grote bankinstelling te kennen heeft gegeven haar agentschappen met bedienden af te bouwen, rijst de vraag naar de criteria die de RMZ bij die betwistingen toepast en de financiŽle omvang daarvan.

Wat zijn de criteria die de RMZ toepast om die betwistingen te funderen, inzonderheid aangaande ťťnmansvennootschappen ? Wat is de financiŽle impact van die betwistingen ? Hoeveel betwistingen zijn er voor de rechtbank hangende en wat is het totaal bedrag ervan ? In welke sectoren doen deze betwistingen zich het meest voor ? Wat zijn de uitspraken van de rechtbanken inzake zelfstandigen en inzake vennootschappen ?

Mevrouw De Galan, minister van sociale zaken. - Het gevraagde cijfermateriaal zal ik later aan de heer Goovaerts meedelen.

De onderwerping aan het sociale zekerheidsstelsel voor werknemers is afhankelijk van het bestaan van een arbeidsovereenkomst. Dat wordt bepaald in de wet van 27 juli 1969. De arbeidsovereenkomst is een overeenkomst waarbij de werknemer zich verbindt om onder het gezag van de werkgever een loonarbeid te verrichten. Indien de drie elementen van de arbeidsovereenkomst aanwezig zijn, namelijk loon, prestaties en gezag, heeft dit een verplichte onderwerping aan het stelsel van de werknemers tot gevolg.

Bij betwistingen over de hoedanigheid van zelfstandige of werknemer gaat het vooral over het criterium gezag. De Rijksdienst voor sociale zekerheid heeft mij meegedeeld dat er rekening wordt gehouden met tal van elementen die in hun samenhang het gezag en bijgevolg het bestaan van een arbeidsovereenkomst staven of ontkennen. De volgende elementen kunnen daarbij een rol spelen : loonvorming, contractvorming, afgesloten verzekeringen, terugbetaling van kosten, arbeidsreglement, schriftelijke overeenkomsten, risicolast, economische afhankelijkheid, gebruik van gereedschap of apparatuur van de werkgever, wagen van de firma, de vraag wie eigenaar is van het gebouw waar de activiteit wordt uitgeoefend, verplichte vergaderingen en rapportering, vaste openingsuren en financiŽle controle. Dezelfde en nog andere criteria gelden onverminderd voor filiaalhouders van bankinstellingen.

De Rijksdienst voor sociale zekerheid heeft geen statistische informatie over het aantal betwistingen of over de financiŽle impact ervan. Het merendeel van die betwistingen wordt overigens opgelost zonder tussenkomst van de rechtbanken. Sinds enkele jaren stelt de RSZ wel boordtabellen op. Deze tabellen bevatten echter enkel het aantal dagvaardingen en vorderingen, niet het resultaat ervan. Het is ook niet bekend in welke sector er zich de meeste betwistingen voordoen.

Ik wijs de senator nog op het bestaan van een samengestelde commissie van het RSZ-stelsel voor werknemers en het stelsel voor zelfstandigen. Deze commissie, waarin de heer Pinxten voor het domein van de middenstand zetelt en ikzelf voor het domein van de RSZ, zal binnenkort samenkomen.



(Verder in het Frans.)

De gemengde commissie RSVZ-RSZ, die belast is met het onderzoek van de betwistingen inzake het statuut van de zelfstandigen, beschikt slechts over een vrij beperkte bevoegdheid. Men zou moeten nagaan hoe de complexe situaties die zich in de banksector en in de sector van de taxi's voordoen, geregeld kunnen worden.

De heer Goovaerts (VLD). - Het verontrust me dat de RMZ niet over statistische informatie betreffende de betwistingen over de hoedanigheid van bepaalde personen beschikt.

De minister heeft als ťťn van de factoren die worden ingeroepen om het bewijs van een arbeidsovereenkomst aan te tonen de economische afhankelijkheid opgesomd. Het Hof van Cassatie heeft echter uitdrukkelijk gesteld dat economische afhankelijkheid geen aanwijzing is om te besluitend at er een band van ondergeschiktheid bestaat. Het veronrust me dan ook dat dit als criterium door de RMZ wordt gebruikt.

Uit het antwoord van de minister leid ik af dat zij samen met de minister van middenstand duidelijke criteria wil vastleggen. Ik heb de indruk dat de RMZ op dit ogenblik manoeuvers uitvoert die getuigen van natte vingerwerk en intimidatie.

Mevrouw De Galan, minister van sociale zaken. - Ik wijs er op dat de economische afhankelijkheid niet als alleenstaand criterium wordt gebruikt. Men moet toegeven dat sommige personen zich verkeerdelijk als zelfstandigen voorstellen.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER ISTASSE AAN DE MINISTER VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID,
over ę de invloed die het minimumbedrag van de werkloosheidsuitkeringen en de uitsluiting of de schorsing van het recht op werkloosheidsuitkeringen hebben op een aantal personen die het bestaansminimum of bijstand aanvragen Ľ


De heer Istasse (PS) (in het Frans). - Analyses die door verscheidene OCMW's zijn uitgevoerd en die door een gezamenlijke studie van de ULB en de KUL bevestigd zijn, geven aan dat een steeds groter aandeel van de mensen die het bestaansminimum of bijstand ontvangen, bestaat uit gezinnen en alleenstaanden die een straf van de RVA hebben opgelopen, te lage werkloosheidsuitkeringen krijgen of die door een wijziging van de reglementering niet langer recht hebben op werkoosheidsuitkeringen.

Bijna 30 000 gezinnen zouden in dat geval verkeren. Het totale jaarbedrag van de transfer van de regeling van de werkloosheidsuitkeringen naar die van de OCMW's zou meer dan twee miljard vertegenwoordigen, waarvan de OCMW's 820 miljoen voor hun rekening nemen, afgezien van de indirecte kosten die voortvloeien uit de thesaurielasten en de behandeling van de dossiers.

Een werkloosheidsstelsel waarin de uitkeringen lager zijn dan het bestaansminimum leidt tot een verholen regionalisering van de sociale zekerheid die wij als Walen en als socialisten moeten laken. Men kan dat systeem ook bestempelen als een verworden van de sociale zekerheid tot ouderwetse openbare bijstand.

De Vereniging van steden en gemeenten stelt voor die situatie te verhelpen door bij de toepassing van administratieve straffen rekening te houden met het bestaan van een gezin, zoals dat ook bij langdurige werkloosheid gebeurt. Die maatregel zou voor de werkloosheidsverzekering 1,5 miljard kosten, maar zou het anderzijds mogelijk maken om op de begroting voor sociale integratie 900 miljoen te besparen, waardoor de nettokostprijs dus nagenoeg 600 miljoen zou bedragen. De Vereniging van steden en gemeenten stelt daarnaast voor om de RVA ertoe te verplichten om werklozen die gestraft worden het bestaansminimum te laten behouden. De federale overheidsdiensten moeten immers artikel 23 van de Grondwet naleven, dat bepaalt dat iedereen recht heeft op een menswaardig bestaan. De nieuwe gemeentewet is daaraan reeds aangepast, bijvoorbeeld in geval van inhouding van wedde. Een dergelijke maatregel zou in 1997 6,8 miljard hebben gekost. Tenslotte zou men in geval van administratieve sanctie of vrijwillige werkloosheid een drempel aan inkomsten kunnen invoeren, zoals het ontwerp tot wijziging van artikel 140 van het Gerechtelijk Wetboek bepaalt. Die drempel is dezelfde als die welke is bepaald in de wet van 7 augustus 1974 betreffende het bestaansminimum. Door met zo'n drempel te werken zouden de meest bestaansonzekere werklozen in het stelsel van de werkloosheidsverzekering blijven.

De sociale zekerheid moet de eerste dam tegen de armoede blijven. Een dergelijke maatregel zou 600 miljoen frank kosten.

Is het normaal dat bestaansminimum en bijstand in de plaats komen van de werkloosheidsuitkeringen ? Moeten de werkloosheidsuitkeringen niet worden aangepast zodat ze minstens even hoog zijn als het bestaansminimum ? Is het niet normaal dat mensen die gestraft worden in het kader van de wetgeving op de werkloosheid ten laste blijven van de RVA ? Wat te denken van de toestand die aan de OCMW's wordt opgedrongen en van de voorstellen van de Vereniging van steden en gemeenten ? Zou de federale Staat ermee instemmen de steun verleend aan slachtoffers van de werkloosheidsreglementering aan de OCMW's terug te betalen ? Men kan er niet mee volstaan werkloosheidsstatistieken op te smukken door de minstgegoeden naar minder gunstige regimes ten laste van de OCMW's en van de gemeenten te verwijzen. Men moet de verarming en de uitsluiting bestrijden door te zorgen dat de mazen van het sociale vangnet kleiner worden in plaats van ze te moeten herstellen.

De heer Moens (SP). - In het OCMW vinden we intellectueel achtergestelden, personen met een falende gezondheid en met een lage arbeidsbereidheid. In feit zijn ze niet geschikt voor de arbeidsmarkt. Ze kunnen ook niet terecht bij de ziekteverzekering, omdat ze niet ziek zijn. Daarom stel ik voor om in de sociale zekerheid een aanvullende categorie in te voeren namelijk deze van de ę functionele arbeidsongeschikten Ľ en om voor hen in een uitkering sui generis te voorzien. Tijdens hun voorgaande arbeidsloopbaan hebben ze immers bijgedragen tot de sociale zekerheid.

Mevrouw Smet, minister van tewerkstelling en arbeid, belast met het beleid van gelijke kansen voor mannen en vrouwen (in het Frans). - Ik heb samen met mijn collega Peeters aan de KUL en de ULB een studie gevraagd die in ramingen van de transfers is uitgemond. De cijfers die u vermeldde zijn achterhaald.

Momenteel houdt 32 % van de bestaansminimumaanvragen verband met werkloosheid. De personen die een bestaansminimumtoeslag vragen omdat zij over een ontoereikende werkloosheidsuitkering beschikken, zijn slechts goed voor 12,4 % van de aanvragen. Ik heb voorgesteld dat men het percentage van het loon dat als basis dient voor de werkloosheidsuitkeringen gedurende de derde periode zou worden opgetrokken en dat ook de wachtvergoedingen die lager zijn dan het bestaansminimum, zouden worden opgetrokken. Ik zal dat opnieuw proberen tijdens de volgende budgetcontrole en in ieder geval kan een dergelijke maatregel pas op 1 juli van volgend jaar ingaan.

Wat de 19,9 % bestaansminimumaanvragen in de vorm van voorschotten op de werkloosheidsuitkering betreft, moet men weten dat de RVA die bedragen aan de OCMW's terugstort. Bovendien gaat het vaak om een aanvraag die slechts voor een maand geldt, en in die tijd kan meestal slechts een onvolledig dossier worden opgesteld.

In 1996 hebben 4 799 personen gevraagd om tijdelijk het bestaansminimum te kunnen genieten omdat hun werkloosheidsuitkering geschorst was. Dit is ongeveer 8,7 % van de aanvragen. Het gaat in geen geval om uitsluitingen krachtens artikel 80 maar om tijdelijke schorsingen wegens werkweigering, zwartwerk, enz.

Rekening houdend met de tijdelijke aard van de aanvragen, kan het aantal personen die het recht op een werkloosheidsuitkering hebben verloren, op 1,8 % worden geraamd.

Ik wil de sancties beperken, maar toch een systematische controle behouden. Ik heb trouwens een voorstel ingediend bij het beheerscomitť van de RVA en de OCMW's zijn het ermee eens. Wat de voorschotten betreft is de situatie moeilijker. Ik wijs er tenslotte op dat de totale kostprijs van die maatregelen van de OCMW's, 460 miljoen per jaar, redelijk is.



(Verder in het Nederlands.)

De OCMW's hebben veel mensen aan het werk kunnen zetten zonder daarvoor te moeten betalen. Hun inspanningen om bestaansminimumtrekkers tewerk te stellen gebeurden op onze kosten. Al bij al is de situatie nog zo slecht niet voor de OCMW's.

De heer Istasse (PS) (in het Frans). - Ik dank de minister voor haar antwoord en voor de cijfers die ze heeft meegedeeld. Ik ben verheugd over de maatregelen die genomen of voorgesteld zijn inzake de aanvullende werkloosheidsuitkering en inzake de sancties.

Ik wijs er echter op dat volgens mij de residuaire aard van het bestaansminimum en de bijstand de regel moet zijn voor de minstgegoeden.

Men mag tenslotte niet vergeten dat de OCMW's aanzienlijke bedragen moeten uitgeven om de bestaansminimumtrekkers te helpen hun recht op werkloosheidsuitkeringen te openen. Volgens mij is een preventiebeleid verkieslijk.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER ANCIAUX AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE,
over ę de ontwikkeling en de productie van nieuwe handvuurwapens bij FN-Herstal.


De heer Anciaux (VU). - Ik had mijn vraag aanvankelijk gericht tot de minister van economische zaken. De diensten van de Senaat oordeelden dat het beter was de ministers van binnenlandse zaken en justitie te ondervragen.



(Voorzitter : de heer Moens, ondervoorzitter)


FN-Herstal brengt een anti-terrorismewapen op de markt dat doorheen kogelvrije vesten gaat. De vermoorde geldkoeriers, de gewapende overvallen en zelfs de bende van Nijvel indachtig, vind ik het onaanvaardbaar dat FN-Herstal een dergelijk krachtig handvuurwapen produceert en verhandelt. De wapens dreigen immers snel in criminele handen te zullen vallen.

Uit mijn informatie blijkt dat de P90 al gebruikt wordt in kringen van zwaar banditisme. Dit was het geval bij de overval op het geldtransport in Borgworm.

De P90 is ook al in handen van de Russische maffia. FN verkoopt aan internationale wapenhandelaars die over een vergunning beschikken. Eťn daarvan is Gregory Chwetz, een Madrileense wapenhandelaar die nauwe banden heeft met de Russische maffia. De transacties gebeuren via GabriŽl Uhoda, die op zijn beurt banden heeft met een FN-man in Luik. Uhoda heeft een studiebureau en werd ook genoemd in de zaak Van der Biest. Via Chwetz kwamen er duizend P90-geweren in handen van de Russische maffia. De transactie vond plaats in het Brusselse Conradhotel.

Er werd nog geen onderzoek ten gronde ingesteld naar deze wapenhandel.

Ook met landen die onder embargo staan, onder meer Libanon, worden veel wapens verhandeld. Het gaat uiteraard om een bijzonder winstgevende bezigheid. Uhoda heeft rekeningen in Zwitserland om het Russische maffiageld wit te wassen. In Zwitserland worden de P90-geweren trouwens vrij verkocht.

FN verkoopt niet aan maffiosi, maar controleert niet in welke milieus zijn wapens verder verhandelt worden. Een informatie-opdracht naar de leveringen van FN-wapens dringt zich op.

Is de minister op de hoogte van de ontwikkeling en productie van de P90 bij FN-Herstal ?

Weet de minister dat deze wapens zich in de handen van de maffia bevinden ?

Vindt de minister het verantwoord dat dergelijke handvuurwapens gebruikt worden door politiediensten ? Is dit echt nodig ? Vreest de minister niet dat dit wapen de veiligheid van politie- en veiligheidsdiensten en ook van de bevolking in gevaar brengt ?

Zal de minister pogen te verhinderen dat de P90-handvuurwapens nog verder worden geproduceerd ?

Zal de minister dit handvuurwapen als een verboden wapen in de wet doen opnemen ?

BelgiŽ heeft een voortrekkersrol gespeeld in het verbod op anti-persoonsmijnen. Ook nu zou ons land het voortouw moeten nemen.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Uiteraard ben ik op de hoogte van de ontwikkeling en de productie van de P90.

Of de politie dit wapen moet gebruiken, is vanzelfsprekend een essentiŽle vraag. Maar we moeten in deze problematiek niet naÔef zijn. Het is bekend dat bepaalde elementen in sommige manifestaties op misdadige gedragingen uit zijn. Een zekere mate van geweld is bij ordehandhaving of bij de confrontatie met misdadige activiteiten onvermijdelijk. De ordemacht moet dan ook over bepaalde wapens beschikken. Dat belet niet dat sommige vuurwapens, bijvoorbeeld voor oorlogswapens, niet mogen worden gebruikt door politiediensten.

De P90 is geen oorlogswapen. Volgens de mij verstrekte wetenschappelijke inlichtingen betreft het een compact en licht wapen dat zowel door links- als door rechtshandigen kan worden gehanteerd, ook bij zwakke zichtbaarheid. Het kan 50 patronen bevatten, heeft een zwakke terugstoot en laat automatisch vuren toe. Het garandeert een nauwkeurig traject tot op 100 meter en de 7,5 mm munitie doorboort een wapenvrij vest van op 100 meter. Dit wapen is in het bijzonder geschikt voor steun- en veiligheidstroepen. Er is nog geen beslissing over het gebruik genomen, maar een positief besluit is mogelijk voor specifieke opdrachten met een hoog risico. Ook politiediensten hebben recht op maximale veiligheid, al behoort deze stelling niet tot de bon ton. Het gebruik van dit wapen vereist wel een specifieke bijscholing.

Dit wapen kan uiteraard in handen van de georganiseerde misdaad komen. Zij heeft echter de P90 niet nodig en zij ligt niet wakker van een beslissing van onze minister van justitie. FN voert voorgeschreven controle uit, maar in Oost-Europa zijn wapens vrij te koop.

Wat de veiligheid betreft wijs ik er nog op dat de P90 door zijn grote nauwkeurigheid minder gevaar oplevert voor onschuldige omstaanders.

Een eventueel productieverbod behoort tot de bevoegdheid van de gewesten. Catalogisering als verboden wapen is volgens de huidige wetgeving niet mogelijk. Een bepaald type kan niet worden verboden, alleen een bepaalde categorie van wapens. Uiteraard is wel een vergunning vereist. Bovendien is er het koninklijk besluit van 27 februari 1997 inzake het gebruik van munitie.

De heer Anciaux (VU). - Ik ben zeker niet naÔef. Het kan om een schitterend wapen voor veiligheidstroepen gaan. Ik heb ook nooit beweerd dat de politie geen recht op veiligheid heeft. Wel ben ik ervan overtuigd dat dit wapen de veiligheid van de politie juist in gevaar kan brengen.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Dat is juist en niet juist. Ik verwijs hier naar de overvallen op geldtransporten. men kan de auto's zo beschermen dat steeds zwaardere wapens nodig zijn en de escalatie en de professionalisering steeds verder gaan. Dat geldt ook in dit geval. Maar de professionelen hebben niet gewacht op de politie om kalachnikovs te gaan gebruiken.

De heer Anciaux (VU). - De essentie van mijn vraag gaat erover of de overheid kan ingrijpen in het toestaan van de productie van dergelijke wapens. De minister heeft er zelf op gewezen dat het steeds verder beveiligen tot niets leidt.

Eťn van de kenmerken van de P90 is dat het door iedereen kan worden gebruikt. Bij de politie zal men de regel volgen dat dit wapen enkel voor bijzondere opdrachten zal worden gebruikt, maar gangsters volgen vanzelfsprekend geen enkele regel.

het is waar dat misdadigers ook bij een verbod op de productie van de P90 zich op ander plaatsen kunnen voorzien van dit wapen. Indien men echter deze logica volgt, is de wapenwet ook zinloos.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Indien er een internationaal verbod op het produceren van de P90 mogelijk zou zijn, zou ik dit zeker verdedigen.

De heer Anciaux (VU). - Het is belangrijk dat BelgiŽ de eerste stap zet bij het totstandbrengen van een internationaal verbod op wapens.

De wet op het verhandelen van wapens is een federale materie. Het is onjuist dat de minister de handel in een bepaald wapen niet kan verbieden.

Het is niet mijn bedoeling het eenzijdig gebruik van de P90 door de politie te laten verbieden. Ik blijf er wel op aandringen dat wijzelf de eerste stappen naar pacifisme zouden zetten.

- Het incident is gesloten.





SAMENGEVOEGDE VRAGEN OM UITLEG AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN VAN DE HEER ANCIAUX,
over ę de fatale afloop van de uitwijzing van Sťmira Adamu Ľ


VAN MEVROUW LIZIN,
over ę de europeanisering van het migranten- en asielbeleid Ľ


EN VAN DE HEER VERREYCKEN,
over ę de gevolgen van het overlijden van Sťmira Adamu Ľ

De heer Anciaux (VU). - Op 23 september jongstleden heb ik een nota neergelegd in het kader van mijn vraag om uitleg over de dood van Sťmira Adamu. Een maand later is er op de meeste vragen die ik in deze nota heb gesteld, reeds een antwoord gekomen. Ik veronderstel dat er een onderzoek naar de dood van Sťmita Adamu is ingesteld. Op mijn vraag of de video-opname over de gedwongen uitwijzing in de Commissie voor binnenlandse zaken zou worden getoond, heeft de minister reeds geantwoord dat dit mogelijk is na het gerechtelijk onderzoek. Op mijn vraag of er een einde zal worden gemaakt aan het gebruik van medisch onverantwoorde methodes, heeft de minister in zijn beleidsnota reeds geantwoord.

De nota van de minister van binnenlandse zaken werd reeds besproken in de commissie. Er zijn een aantal stappen gezet naar enige vermenselijking van de uitwijzingsprocedure.

Het echte debat is echter nog niet gevoerd. Dit debat gaat niet over de vraag over het al dan niet openstellen van de grenzen. Ik pleit niet voor open grenzen. Ik pleit wel voor een herdenken van het asielbeleid, in de context van de gewijzigde wereldsituatie en in de context van het bestaan van tientallen illegalen in BelgiŽ. In het debat hebben sommigen financiŽle elementen naar voor gebracht. Niemand heeft gewezen op de kost van illegalen. Indien een deel van de arbeid van illegalen zou worden omgezet in reguliere arbeid, zou dit een opbrengst betekenen.

Het debat gaat ook over de vraag aan welke categorieŽn vluchtelingen asiel moet worden verleend. Bewegingen die werken rond mensen zonder papieren, hebben suggesties gedaan over de regularisering en het invoeren van een B-statuut. Hierover moet een open debat worden gevoerd. De minister heeft slechts een beperkte aanzet gegeven inzake de kwestie van de regularisering. Misschien is hier nog geen parlementaire meerderheid voor te vinden. Toch pleit ik voor regularisering omdat dit zou leiden tot een betere samenleving. Ons beleid is niet realistisch indien het geen rekening houdt met het bestaan van illegalen.

Er moet een B-statuut worden uitgewerkt voor landen in een oorlogssituatie. Dat moet liefst, maar niet noodzakelijk in een Europees perspectief gebeuren. De realiteit is niet steeds Europees, zij kan van land tot land verschillen.

We moeten de netwerken van mensenhandel en vrouwenhandel opsporen. De procureur-generaal te Brugge heeft recentelijk een noodkreet geslagen. Het is vreemd dat personen uit de prostitutie net vůůr een proces tegen pooiers en mensenhandelaars waarop ze als getuige zijn gedagvaard, plots worden uitgewezen. Ik zie daarin de betrokkenheid van bepaalde Antwerpse politiediensten.

De dienst Vreemdelingenzaken is onderbemand en hult zich in een algemeen stilzwijgen. Ik maak me zorgen over verkeerde adviezen aan asielzoekers en enige willekeur bij het verbeuren van visa.

We vergeten te vaak dat het asielbeleid een onderdeel is van het buitenlands beleid. Daarom moeten onze ambassades worden ingeschakeld voor preventieve taken, voor voorbereidende werken bij asielaanvragen en eventueel bij het begeleiden van afgewezen asielzoekers. Uiteraard kan het rijke Westen niet alle problemen van de derde wereld oplossen. Daarom moeten wij in ons asielbeleid selectief te werk gaan. Dit beleid is trouwens vaak het voorwerp van opbod tussen de politieke partijen. In het raam van een hernieuwd asielbeleid moeten we ook de rol van de rijkswacht opnieuw definiŽren.

Mevrouw Lizin (PS) (in het Frans). - Wij ondervragen u over de bevelstructuur die geleid heeft tot de betreurenswaardige gebeurtenissen. Wij vragen dat de cassette wordt bekeken en willen weten wie het bevel tot uitzetting heeft gegeven. Vandaag zou ik het evenwel vooral willen hebben over het Europese deel van het asielbeleid.

Het Oostenrijkse voorzitterschap heeft een document opgesteld over het migratie- en asielbeleid. Als de regeringen dit document zullen hebben besproken, zal het aan de Raad worden voorgelegd.

Wat is het standpunt van BelgiŽ ten aanzien van dit nogal drastische Oostenrijkse document ? Wat vindt u in het bijzonder van de wijzigingen, herzieningen of aanpassingen van de Conventie van GenŤve die erin worden voorgesteld ? Ik ben van mening dat het B-statuut een noodzakelijke en dringende wijziging zou kunnen zijn. Men moet echter niet wachten op een Europese beslissing.

Het document heeft het over nul-tolerantie inzake clandestiene immigratie. Wat behelst dit concept gelet op het grote aantal clandestiene immigranten ?

Ook wordt de oprichting van een permanent interventieteam van de politie in het vooruitzicht gesteld voor nijpende immigratieproblemen. Kan men zich inbeelden dat de Belgische of Duitse grenzen zouden worden bewaakt door internationale teams ? Zal het leger daarbij betrokken worden ?

Tenslotte is er in het document sprake van een waterdicht systeem van verwijderingsakkoorden. Wat betekent ę waterdicht Ľ ? Zal men dit ook in de praktijk kunnen toepassen ?

Anderzijds wordt er in het document met geen woord gerept over gezinnen, vrouwen of minderjarigen. Het verwijst naar de BosniŽrs, maar niet naar Kosovo. Op dit moment betreft de uitwijking uit ex-JoegoslaviŽ evenwel vooral de Kosovaren. Er zou een ommekeer moeten komen in het buitenlands beleid dat de regering in Belgrado gunstig gezind blijft ofschoon het precies die regering is die de Kosovaren op de vlucht drijft. Deze migratie is zeer gemakkelijk te begrijpen en men kan er op eenvoudige wijze een einde aan maken. Alleen de Verenigde Staten staan evenwel klaar met een oplossing.

Bereidt BelgiŽ een document voor als antwoord op het Oostenrijkse document dat dan aan de Raad kan worden voorgelegd, tenminste indien het Oostenrijkse voorzitterschap de geplande vergadering van de Raad niet afgelast ?

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Het dramatische gevolg van de uitwijzing van Sťmira Adamu laat niemand onberoerd. Het recht op leven is niet afhankelijk van iemands afkomst, ras, filosofische of politieke overtuiging.

De maatregelen die de regering afkondigde zouden tegemoet komen aan de aanbevelingen van de Senaatscommissie inzake het asielbeleid. Nochtans moest niet het asielbeleid, maar wel het uitwijzingsbeleid worden geŽvalueerd. Dat uitwijzingsbeleid zal steeds uitvoerders nodig hebben die het vertrouwen genieten van de opdrachtgevers.

Welke stappen kan de minister zetten om de rijkswacht te steunen bij het vervullen van haar opdrachten inzake de uitwijzing van uitgeprocedeerde asielzoekers ?

In de regeringsnota staat dat het rijkswachtdetachement kwalitatief wordt versterkt en dat hiervoor bijkomende personeelsleden worden toegekend. Is de versterking kwalitatief of kwantitatief, of is de verwarring gewild ?

Bij de tijdelijke sluiting van het opvangcentrum 127bis werden mensen op straat gezet, enkel voorzien van een bevel tot het verlaten van het grondgebied, of van een opdracht om zich opnieuw aan te melden. Dit komt neer op een bevel tot onderduiking in de illegaliteit. Ware het niet beter uitgeprocedeerden in groepsvluchten van het grondgebied te verwijderen ?

Externe ophitsers, in casu het zogenaamde Collectief, dragen een grote verantwoordelijkheid bij de dood van Sťmira Adamu. Het Collectief was ook verantwoordelijk voor de inbraak in 127bis en voor de vernielingen in het nieuwe opvangcentrum in Vottem. Wat werd ondernomen om het Collectief ter verantwoording te roepen ?

De kranten schreven dat de rijkswacht geweld gebruikte tegen de manifestanten in Vottem. Maar wie gebruikte hier geweld tegen wie ? Zal de schade aan het Centrum verhaald worden op de aanstokende PTB-ers en zullen de gekwetste rijkswachters door hun minister worden gesteund om de PTB-ers ter verantwoording te roepen ?

De Vlaams Blokvoorstellen om afzonderlijke groepsvluchten naar veilige landen te organiseren worden steevast bestempeld als strijdig met de mensenrechten. Het beleid daarentegen werd als alleenzaligmakend voorgesteld. Het was nochtans dat beleid, en niet onze voorstellen, dat leidde tot de dood van Sťmira Adamu. Zal de minister de voorstellen tot het inrichten van groepsvluchten overwegen ?

Uit een opiniepeiling in Le Soir blijkt dat de Walen meer hart hebben voor de opvang van asielzoekers dan de Vlamingen. Ik neem dus aan dat zij dat hart ook zullen laten spreken als de regering nieuwe centra wil inrichten.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - We moeten er inderdaad van uitgaan dat asielbeleid en illegaliteit gelieerde factoren zijn. Het gaat om meerdere duizenden mensen. Illegaliteit heeft te maken met het zwartwerkcircuit en bepaalde vormen van criminaliteit. Het is dus belangrijk dat de overheid in haar asielbeleid ook oog heeft voor de aanpak van de illegalen. De nota houdt wel rekening met de nood aan regularisatiemaatregelen die bepaalde wantoestanden uit het verleden, veelal een gevolg van het niet of te laat optreden van de overheid, in bepaalde concrete gevallen, uit de wereld moeten helpen. Wel is het natuurlijk altijd oppassen geblazen met dergelijke maatregelen omdat zij een dubbel effect kunnen hebben : filiŤres reageren onmiddellijk wanneer er op bepaalde plaatsen een grotere soepelheid aan de dag wordt gelegd.

Elk debat over het te voeren asielbeleid moet het delicate evenwicht respecteren tussen het opvangen en bestrijden van de sociaal-economische ongelijkheid in de wereld enerzijds en de onmogelijkheid om iedereen binnen te laten anderzijds. Soms moet men neen zeggen en deze neen moet uitgevoerd worden, daarbij is geweld soms nodig. Ik denk dat mijn nota overeind zal blijven, maar ik ben bereid tot een debat.

Ik vind niet dat we moeten wachten op een Europees akkoord alvorens de actuele problematiek van de Kosovaarse asielzoekers aan te pakken. Wel is een akkoord tussen een aantal landen nodig. We moeten wel oppassen dat er geen andere vluchtelingen asiel zoeken met een ę pseudo-Kosovaarse Ľ achtergrond.

Wat mij van in het begin het meest getroffen heeft in de zaak van Sťmira Adamu - en naarmate steeds meer gegevens bekend worden, wordt dat gevoel nog groter - is dat sommigen de daden en de reacties van bepaalde personen onmiddellijk be- en veroordeeld hebben, zonder alle achtergronden te kennen.

Meer en meer wordt duidelijk dat Sťmira slachtoffer was van een zaak van mensenhandel en dat haar verhaal over een gedwongen huwelijk ongeloofwaardig was. De zogenaamde ę familieleden Ľ met wie we contact hebben gehad in ItaliŽ, zijn trouwens niet zonder zonden : er zou sprake zijn van medeplichtigheid bij prostitutie en drugs. Het meest akelige aspect van de problematiek van de asielzoekers is het feit dat bepaalde mensen geld verdienen op hun rug.

Wat de door ťťn van de sprekers aangehaalde problemen in Antwerpen betreft, zullen de gegevens vanzelfsprekend onderzocht worden. Ik sluit op voorhand niets uit maar ik roep iedereen die terzake informatie heeft op om deze niet achter te houden. Alleen dan kan efficiŽnt worden opgetreden tegen dergelijke uitwassen.

Dan is er de problematiek van de dienst Vreemdelingenzaken, die heeft kwantitatieve en kwalitatieve versterking nodig. Maar deze dienst heeft vooral nood aan een efficiŽnt management, dat vertrekt vanuit een globaal concept. Hier ligt wellicht een taak voor de aan te stellen bijzondere commissaris.

Ook zal er een firma worden aangesteld om de informatica-architectuur in goede banen te leiden en zal de dienst worden aangezet om op een efficiŽntere manier de landenfiches van buitenlandse zaken te hanteren.

Uiteraard moet men zeer oplettend zijn voor leugenachtige verklaringen. De migratieambtenaren doen alleen een technische controle op de migratiepapieren.

De heer Anciaux (VU). - Het is juist een vereiste om over de juiste papieren te beschikken om het statuut van politiek vluchteling te kunnen aanvragen.

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Dat is juist. Dat is inderdaad een zwak element.

De rijkswacht wordt dikwijls ingezet in moeilijke omstandigheden. Soms is het gebruik van geweld nodig om een bevel uit te voeren. Het doseren van geweld is een precaire aangelegenheid. Het is niet steeds gemakkelijk om de principes en de praktijk met elkaar in overeenstemming te brengen. Gebruik van geweld zal in sommige situaties steeds nodig blijven.



(Verder in het Frans.)

Oostenrijk heeft een document voorgesteld dat op zoveel kritiek werd onthaald dat het werd ingetrokken. BelgiŽ was ťťn van de felste tegenstanders van deze onaanvaardbare nota. Op 29 en 30 oktober vindt in Wenen een informele vergadering van de Raad plaats maar op dit ogenblik is er nog geen sprake van een nieuwe nota.



(Verder in het Nederlands.)

De rijkswacht krijgt soms de indruk dat de politieke wereld het kind met het badwater weggooit. Fouten moeten worden gesanctioneerd. Men moet echter ook nagaan hoeveel fouten er gebeuren op het totale aantal operaties en dan blijkt dat de rijkswacht meer dan behoorlijk functioneert. Men moet vermijden dat de rijkswachters niet meer zouden durven optreden.

Men spreekt al te gemakkelijk over een staat in de staat. Politici moeten hun verantwoordelijkheid opnemen en genuanceerd spreken.

Ik betreur de beslissing om in de week na het overlijden van Sťmira Adamu, het Centrum 127bis te ontruimen. Deze beslissing was een verkeerd signaal. Paniek heeft teveel gewogen op het nemen van deze beslissing.

Ik heb nog geen beslissing genomen over de kwestie van groepsvluchten. De personen uit landen waarvoor men groepsvluchten zou kunnen organiseren, namelijk Oosteuropeanen, vertrekken meestal vrijwillig. Het zijn voornamelijk Afrikanen, afkomstig uit diverse landen, die zich tegen een gedwongen vertrek verzetten.

We moeten ervoor zorgen dat wie het land moet verlaten, het land ook effectief verlaat : dat is het probleem.

Wat betreft het zogenaamde collectief kan ik antwoorden dat de personen betrokken bij de actie in juli en de personen betrokken bij de aanslag op een voertuig van vreemdelingenzaken, zullen worden vervolgd.

In Vottem heeft de rijkswacht geen geweld gebruikt. Ik had hen opgedragen een defensieve strategie te volgen, met als gevolg dat enkele rijkswachters zijn gekwetst. De identificatie van de daders is mogelijk aan de hand van video-opnames. Ik heb opdracht gegeven om deze beelden te laten analyseren. Vervolging en burgerlijke partijstellingen zullen volgen. Bij dergelijke acties gaat het niet meer om vrije meningsuiting, maar om bewuste vernielingen. Bij het stellen van daden zoals het vernielen van een electriciteitscabine kan ik niet dulden dat de rijkswacht enkel defensief zou optreden.

Het is inderdaad moeilijk om mensen met lijnvluchten te verwijderen. Ik ga niet akkoord met de opmerking dat dit dure passagiers zouden zijn.

Het is wel zo dat medepassagiers bij de verwijdering met een lijnvlucht worden geconfronteerd met situaties die ze niet kennen. Op een lijnvlucht bevinden zich ook landgenoten van de uitgewezene zodat een vorm van solidariteit kan ontstaan. Sinds het collectief een scherpere rol speelt worden meerdere personen ertoe aangezet weerstand te bieden in het vliegtuig.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Ik dank de minister uitdrukkelijk voor zijn antwoord. Op de meeste van mijn vragen heb ik een antwoord gekregen.

De minister heeft verwezen naar netwerken. Sťmira Adamu verbleef, vooraleer een vlucht naar BelgiŽ te nemen, gedurende verschillende maanden in Lagos en daarna in Lomť. Het vermoeden bestaat dat dit een route van een netwerk is. Kan het ministerie van buitenlandse zaken ter plaatse laten nagaan of er sprake is van een netwerk en desgevallend aan de bron ingrijpen ?

De heer Van Den Bossche, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Het is niet altijd gemakkelijk te voorkomen dat een uitgewezen asielzoeker bij zijn aankomst in zijn land, met hetzelfde vliegtuig terugkomt. In een aantal landen is de corruptie verheven tot nationale deugd. Sommige bendes van mensenhandelaars schrikken er niet voor terug om personen die hun activiteiten willen verhinderen, uit te schakelen. Daarom ben ik niet zo meteen bereid om de consuls te belasten met de opvolging van de netwerken in het buitenland. Dit zou hun leven in gevaar kunnen brengen.

De controle moet worden uitgevoerd door de immigratieambtenaar aan de trap van het vliegtuig, d.i. op internationaal gebied.

- De incidenten zijn gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER DESTEXHE AAN DE MINISTER VAN AMBTENARENZAKEN,
over ę de Berlaymont Ľ


De heer Destexhe (PRL-FDF) (in het Frans). - Sedert maart 1998 valt er weinig te vernemen in de pers over de Berlaymont. De meest recente problemen in verband met het verwijderen van het asbest hadden nochtans reacties uitgelokt. Na de onthullingen in het tijdschrift ę Incidences Ľ in 1997 liet de Brusselse burgemeester het terrein verzegelen en vroeg een deskundigenonderzoek over de uitgevoerde werken. Een week later keurde de Ministerraad een ontwerp van koninklijk besluit betreffende de beperking van het gebruik van asbest goed. Op 30 januari 1998 wordt een ontwerp van koninklijk besluit over asbest goedgekeurd. Dit ontwerp verbiedt het verhandelen en het gebruik van asbest. Op 4 maart 1998 ondervroeg de heer Reynders minister Peeters over de inventaris van gebouwen waarin asbest verwerkt is. Minister Peeters verwees naar de minister van openbare werken. Waar blijft die inventaris ? In maart 1998 besluit het Battelle-rapport dat de Berlaymontwerf de volksgezondheid niet in gevaar brengt maar het bevat ook aanbevelingen om het risico te beperken. Werden alle maatregelen genomen voor de naleving van die aanbevelingen ?

Het tijdschema van de werken voorzag in 1997 dat de ruwe verwijdering van het asbest tegen 1 maart 1988 rond moest zijn en de fijnere werkzaamheden tegen 1 juni 1998. Heeft men dit tijdschema gerespecteerd ? Zal de renovatie in 2001 beŽindigd zijn ?

Wat was de kostprijs van de verwijdering van het asbest ? Het bedrag van 3,6 miljard is wellicht achterhaald. Wat was de kostprijs van het slordige beheer ?

De Belgische Staat heeft 2 miljard betaald voor de verhuizing en de herinrichting van de kantoren van de Europese ambtenaren. De huurperiode verstrijkt eind 1999. Waar moeten de ambtenaren heen tussen deze datum en het einde van de werken ? Zal de Belgische Staat de tijdelijke huur van kantoren op zich nemen ? Wat is de kostprijs van die huur ? Wat is het standpunt van de Europese Commissie met betrekking tot de lange duur van de werken ?

De heer Flahaut, minister van ambtenarenzaken (in het Frans). - Het bouwterrein werd verzegeld op basis van een onjuist rapport dat veertien maanden oud is. De koninklijke besluiten die door de heer Destexhe werden vermeld zijn geen direct gevolg van de werken aan de Berlaymont.

Er werd een algemene oproep tot de kandidaten gericht voor het opmaken van de inventaris inzake asbest in federale gebouwen. De offertes moesten binnen zijn tegen 20 januari 1998. Ik heb de gekozen offertes op 19 mei goedgekeurd. De inventaris zal helemaal af zijn tegen het einde van de maand juni 1999. Ik wil dat er vooruitgang wordt geboekt in dit delicate dossier en ik waak over de gezondheid van de ambtenaren waarvoor ik bevoegd ben, voor die van de klanten van de openbare diensten en voor die van de omwonenden van federale gebouwen.

Sedert maart 1998 is er dus weinig nieuws over de Berlaymont aangezien alles er in orde is en de betrokkenen gerustgesteld zijn.

Het Battelle-rapport van maart 1998 komt tot de conclusie dat de werken de volksgezondheid niet in gevaar brengen en dat zij voortreffelijk worden beheerd. Op 2 maart 1998 meldde het BIM dat zijn onderzoek niet had uitgewezen dat de informatie was gemanipuleerd.

De aanbevelingen van Battelle werden in acht genomen en de aangebrachte verbeteringen zijn operationeel.

De bewoners werden geregeld ingelicht over de stand van zaken op het terrein.

Sedert 1997 werd geen enkele overschrijding van luchtkwaliteitsnormen vastgesteld. De buurtcomitťs zijn tevreden.

Wegens de verzegeling en de weersomstandigheden werd de termijn voor de ruwe verwijdering van het asbest verlengd tot 12 juni 1998. Die werken waren klaar op 4 juli 1998. Een boete van 63 miljoen werd van de toegekende supplementen afgetrokken. De fijne verwijdering van het asbest zal, zoals voorzien beŽindigd zijn in juni 1999. De renovatiewerken zullen klaar zijn in het laatste kwartaal van 2001.

De verwijdering van het asbest heeft een prijskaartje van 3,753 miljard.

De tussenrenten en de algemene onkosten en de kosten voor het beheer van de werken komen nog bij de aanvankelijke bedragen.

Krachtens het protocol dat op 8 juli 1997 werd gesloten tussen de federale Staat, de Europese Gemeenschap en Berlaymont 2000 verbindt de Staat zich etoe de kosten voor de verwijdering van het asbest op zich te nemen, terwijl Berlaymont 2000 aan de Gemeenschap een erfpacht van zevenentwintig jaar op het gebouw overdraagt voor een bedrag dat overeenstemt met de waarde ervan vůůr de renovatie, namelijk 2 miljard en de reŽle kostprijs van de renovatiewerken. B.2000 verleent voor 1 euro aan de Gemeenschap een aankoopoptie voor de rest van de erfpacht, tot in 2089. De werkelijke kostprijs van de renovatie wordt momenteel op 13,1 miljard geraamd.

De federale Staat verleent aan de Europese Commissie een aankoopoptie op zijn eigendomsrecht op het gebouw en op de grond. De Staat zal de huur van de vervangende gebouwen blijven betalen tot zes maand na het einde van de renovatie en voor de huur van het Beaulieugebouw tot achttien maand na de datum. Jaarlijks bedraagt de totale huurprijs voor de vervangende gebouwen 1,5 miljard.

De Europese Commissie heeft zich ertoe verbonden het gebouw na de werken opnieuw te betrekken. Er heerst een goede sfeer tussen alle betrokken partijen en er worden geen problemen verwacht.

De heer Destexhe (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik dank de minister en ik ben zeer tevreden met zijn toelichting. Bovendien stelde iedereen de verbeteringen op prijs in het communicatiebeleid van ę B.2000 Ľ.

In juni 1999 zouden wij over een gedetailleerde inventaris moeten beschikken met betrekking tot de aanwezigheid van asbest in de gebouwen van de Belgische Staat. Mijns inziens ging het aanvankelijk niet om 13 maar wel om 10 miljard. Klopt dit ? Men kan zich ook vragen stellen bij de keuze om te renoveren in plaats van herop te bouwen.

De heer Flahaut, minister van ambtenarenzaken (in het Frans). - Wij zullen de werken niet herbeginnen in de gebouwen waar het asbest werd verwijderd en die aan de Belgische Staat toebehoren.

Die 13 miljard is een cijfer dat schommelde naargelang van de ingediende projecten en aanvragen. Bovendien werden de kosten bij het begin van de legislatuur door de Belgische Staat gedragen en momenteel door de Commissie.

Wat de in 1991 gemaakte keuze betreft, wijs ik erop dat het Berlaymontgebouw een symbool is voor Europa en dat de toenmalige partners de plek die door de Europese commissie was uitgekozen voor het samenbrengen van de instellingen niet wilden wijzigen. Zelfs indien dit gebouw niet werd gebruikt voor de Europese Commissie, moesten wij toch het asbest verwijderen.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW THIJS AAN DE MINISTER VAN FINANCIEN,
over ę een belasting op eventuele inkomsten van hoogstamfruit Ľ


Mevrouw Thijs (CVP). - Wij vernemen dat eigenaars van hoogstamboomgaarden belast worden op de inkomsten van hoogstamfruit.

Al jaren worden er inspanningen geleverd om de vroegere huisweiden aan de rand van de dorpen in Zuid-Limburg opnieuw te beplanten met hoogstamfruitbomen. Niet om er economisch winst uit te halen maar om enkele meer belangrijke redenen, zoals schaduw voor het vee, herintroductie van oude fruitrassen, het biologisch en ecologisch belang van deze boomgaarden en de biodiversiteit van het landschap.

De gemeenten en de provincie steunen behouds- en onderhoudsmaatregelen door gespecialiseerde verenigingen.

Het rooien van de uitgestrekte hoogstamboomgaarden zou een ramp betekenen voor het landschap. Door de belasting op hoogstamboomgaarden dreigt dit wel te zullen gebeuren. In feite gaat het om een belasting op het landschap.

Vindt de minister het niet tegenstrijdig dat door deze belasting de gemeenten en de provincie deze boomgaarden nog zwaarder zullen moeten subsidiŽren ?

Is het niet mogelijk een vrijstelling te krijgen van deze belasting als het gaat om boomgaarden die aangeplant zijn omwille van het herstel van het landschap ?

De heer Viseur, minister van financiŽn. - Zoals ik al mededeelde aan volksvertegenwoordiger Geraerts, heeft de administratie der directe belastingen voor de hoogstamfruittelers geen forfaitaire grondslagen van aanslag vastgesteld.

Zij worden volgens de gewone regels belast. Geval per geval zal worden beoordeeld of de exploitatie van hoogstamboomgaarden al dan niet een beroepswerkzaamheid uitmaakt.

De inkomstenbelastingen steunen op de werkelijkheid en de wettelijke bepalingen gelden voor elke belastingplichtige die aan de inkomstenbelasting onderworpen is, ongeacht of het al dan niet gaat om het herstel van het landschap. Het feit dat de boomgaard al dan niet gesubsidieerd wordt verandert niets aan het algemene principe.

Mevrouw Thijs (CVP). - Dit betekende dus dat belasting betaald moet worden op het fruit dat geoogst wordt.

De heer Viseur, minister van financiŽn (in het Frans). - In een bepaald aantal gevallen beslist de administratie of belastingen moeten worden betaald. Te dien einde beoordeelt ze of het al dan niet gaat om een economische activiteit. Daarnet zei u dat de waarde van die vruchten vooral voortvloeit uit het feit dat ze niet op grote schaal worden gecommercialiseerd. In sommige gevallen gaat het om een dermate accessoire handel dat er geen interventie plaatsvindt.

Het verbaast mij dat ik zoveel brieven heb ontvangen van de gemeenten, alsof de administratie systematisch tussenbeide was gekomen in deze sector.

Mevrouw Thijs (CVP). - Het is dus de inspectie die oordeelt.

De heer Viseur, minister van financiŽn (in het Frans). - Als u specifieke gevallen kent waarin de beoordeling van de administratie niet strookt met deze logica zou ik u dank weten mij hierover in te lichten.

- Het incident is gesloten.





REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN



De Voorzitter. - De Senaat vergadert volgende week niet. Ik stel voor vertrouwen te geven aan het Bureau om de agenda van de daaropvolgende week vast te leggen. (Instemming.)





INOVERWEGINGNEMING
Inoverweging te nemen voorstellen



A. Wetsvoorstellen :

Artikel 77 :

wetsvoorstel betreffende de cumulatie van kandidaturen bij verkiezingen en betreffende het verbod tot cumuleren van verschillende mandaten, van de heer Coveliers en Mevr. Leduc (Gedr. St. 1-1083/1);

Artikel 81 :

wetsvoorstel strekkende om de sociale verzekeringskassen te ontslaan van de verplichting een verhoging toe te passen op de door de zelfstandigen verschuldigde sociale bijdragen, van de heer Charlier en Mevr. Williame-Boonen (Gedr. St. 1-1062/1);

wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 1056, 1į, en 1058 van het Gerechtelijk Wetboek, van de heer Erdman (Gedr. St. 1-1063/1);

wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, van Mevr. Leduc cs. (Gedr. St. 1-1065/1);

wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 1383bis in het Burgerlijk Wetboek, van Mevr. Milquet (Gedr. St. 1-1085/1);

wetsvoorstel houdende wijziging van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, van de heer Weyts (Gedr. St. 1-1089/1);

wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek teneinde in ons rechtsstelsel de mogelijkheid in te voegen om bij de burgerlijke rechtspleging advocatenhonoraria terug te vorderen, van de heer Destexhe (Gedr. St. 1-1091/1);

wetsvoorstel tot oprichting van een Raadgevend Comitť voor het Ouderenbeleid, van de heer D'Hooghe (Gedr. St. 1-1094/1);

wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten en het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffende de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, van de heer D'Hooghe (Gedr. St. 1-1100/1);

wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, van de heer Olivier (Gedr. St. 1-1107/1);

wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 217bis in het Wetboek van strafvordering en tot aanvulling van artikel 5 van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, van de heer Erdman cs. (Gedr. St. 1-1111/1).

B. Voorstel van bijzondere wet :

Artikel 77 :

voorstel van bijzondere wet betreffende de cumulatie van kandidaturen bij verkiezingen en betreffende het verbod tot cumuleren van verschillende mandaten van Mevr. Leduc en de heer Coveliers (Gedr. St. 1-1082/1).

C. Voorstel van resolutie :

voorstel van resolutie betreffende de rechten van illegaal in ons land verblijvende buitenlanders, van Mevr. Lizin cs. (Gedr. St. 1-1099/1).

- De voorstellen worden in overweging genomen.





INDIENING VAN WETSONTWERPEN



De Voorzitter. - De regering heeft volgende wetsontwerpen ingediend :

wetsontwerp houdende instemming met het Zetelakkoord tussen het Koninkrijk BelgiŽ en de Cooperation Council of the Arab States of the Gulf, ondertekend te Brussel op 11 mei 1993 (Gedr. St. 1-1086/1);

wetsontwerp houdende instemming met het Zesde Protocol bij het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden inzake de afschaffing van de doodstraf, gedaan te Straatsburg op 28 april 1983 (Gedr. St. 1-1087/1);

wetsontwerp houdende instemming met het Tweede Facultatieve Protocol bij het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten, gericht op de afschaffing van de doodstraf, gedaan te New York op 15 december 1989 (Gedr. St. 1-1088/1);

wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Republiek Estland inzake de wederzijdse bevordering en de bescherming van investeringen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 24 januari 1996 (Gedr. St. 1-1090/1);

wetsontwerp houdende instemming met het Vijfde Protocol bij de Algemene Overeenkomst betreffende de Handel in Diensten, gedaan te GenŤve op 27 februari 1998 (Gedr. St. 1-1102/1);

wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de regering van OekraÔne inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, gedaan te Kiev op 20 mei 1996 (Gedr. St. 1-1103/1);

wetsontwerp houdende instemming met volgende internationale Akten :

1. Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties, gedaan te Rome op 26 oktober 1961;

2. Berner Conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst van 9 september 1886, aangevuld te Parijs op 4 mei 1896, herzien te Berlijn op 13 november 1908, aangevuld te Bern op 20 maart 1914, herzien te Rome op 2 juni 1928, te Brussel op 26 juni 1948, te Stockholm op 14 juli 1967, en te Parijs op 24 juli 1971, gedaan te Parijs op 24 juli 1971 (Gedr. St. 1-1105/1);

wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de regeringen van de Franse Republiek, de Bondsrepubliek Duitsland, het Verenigd Koninkrijk van Groot-BrittanniŽ en Noord-Ierland, het Koninkrijk Spanje en het Koninkrijk BelgiŽ betreffende het programma AIRBUS A330/A340, en met de Bijlagen 1 en 2, ondertekend te Madrid op 26 juli 1995 (Gedr. St. 1-1106/1);

wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk BelgiŽ en MongoliŽ tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, ondertekend te Brussel op 26 september 1995 (Gedr. St. 1-1108/1);

wetsontwerp houdende instemming met het internationaal Verdrag tegen het nemen van gijzelaars, opgemaakt te New York op 17 december 1979 (Gedr. St. 1-1110/1).





INDIENING VAN VOORSTELLEN



De Voorzitter. - De volgende voorstellen werden ingediend :

A. Wetsvoorstellen :

Artikel 77 :

wetsvoorstel betreffende de cumulatie van kandidaturen bij verkiezingen en betreffende het verbod tot cumuleren van verschillende mandaten, van de heer Coveliers en mevrouw Leduc (Gedr. St. 1-1083/1);

wetsvoorstel houdende wijziging van de werkwijze van de werkwijze van de bij het ministerie van middenstand ingestelde commissie die een beslissing over de aanbepaalde zelfstandigen toegekende vrijstelling van de sociale bijdragen, van mevrouw Willame-Boonen en de heer Charlier (Gedr. St. 1-1097/1);

wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap, ter beperking van de cumulatie van het mandaat als lid van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap met andere ambten, van de heer Busquin, cs. (Gedr. St. 1-1098/1);

wetsvoorstel tot wijziging van artikel 220 van het Kieswetboek, van mevrouw Thijs (Gedr. St. 1-1113/1);

wetsvoorstel tot wijziging van artikel 7 van de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming, van de heer Goovaerts (Gedr. St. 1-1114/1);

Artikel 81 :

wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 20 juli 1971 op de begraafplaatsen en de lijkbezorging, van mevrouw Leduc cs. (Gedr. St. 1-1065/1);

wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 1383bis in het Burgerlijk Wetboek van mevrouw Milquet (Gedr. St. 1-1085/1);

wetsvoorstel houdende wijziging van de wet van 4 juli 1989 betrefffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, van de heer Weyts (Gedr. St. 1-1089/1);

wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek ten einde bij burgerlijke rechtspleging het beginsel van de verhaalbaarheid van de advocatenhonoraria in te voegen in ons rechtsstelsel, van de heer Destexhe (Gedr. St. 1-1091/1);

wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 4 maart 1870 op het tijdelijke der erediensten, van mevrouw Lizin (Gedr. St. 1-1093/1);

wetsvoorstel tot oprichting van een Raadgevend Comitť voor het Ouderenbeleid, van de heer D'Hooghe (Gedr. St. 1-1094/1);

wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 27 februari 1987 betrefffende de tegemoetkomingen aan gehandicapten en het koninklijk besluit van 5 maart 1990 betreffefnde de tegemoetkoming voor hulp aan bejaarden, van de heer D'Hooghe (Gedr. St. 1-1100/1);

wetsvoorstel tot vaststelling van de normen om te worden erkend als begeleidingsteam voor palliatieve zorg, van mevrouw Willame-Boonen en mevrouw Delcourt-PÍtre (Gedr. St. 1-1101);

wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 20 van 20 juli 1970 tot vaststelling van de tarieven van de belasting over de toegevoegde waarde en tot indeling van de goederen en diensten bij die tarieven, van de heer Olivier (Gedr. St. 1-1107/1);

wetsvoorstel houdende wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen teneinde een uitzonderingsprocedure voor het regulariseren van illegaal in ons land verblijvende vreemdelingen in te voeren en te voorzien in een tijdelijk beschermingsstatuut als aanvulling op het Verdrag van GenŤve, van de heer Boutmans cs. (Gedr. St. 1-1109/1);

wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 217bis in het Wetboek van strafvordering en tot aanvulling van artikel 5 van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, van de heer Erdman (Gedr. St. 1-1111/1);

wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven, met het oog op een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de raden van bestuur, van mevrouw de Bethune cs. (Gedr. St. 1-1112/1).

B. Voorstel van bijzondere wet :

Artikel 77 :

Voorstel van bijzondere wet betreffende de cumulatie van kandidaturen bij verkiezingen en betreffende het verbod tot cumuleren van verschillende mandaten, van mevrouw Leduc en de heer Coveliers (Gedr. St. 1-1082/1);

C. Voorstellen van resolutie :

Voorstel van resolutie inzake een globaal en geÔntegreerd beleid inzake gelijke deelname van vrouwen en mannen aan de politieke besluitvorming, van mevrouw de Bethune (Gedr. St. 1-1096/1);

Voorstel van resolutie betreffende de rechten van illegaal in ons land verblijvende buitenlanders, van mevrouw Lizin cs. (Gedr. St. 1-1099/1);

D. Voorstel tot herziening van de Grondwet :

Herziening van artikel 120 van de Grondwet, van de heer Vandenbroeke cs. (Gedr. St. 1-1104/1).





VRAGEN OM UITLEG



De Voorzitter. - Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen :

van mevrouw Paula Sťmer aan de vice-eerste minister en minister van landsverdediging over ę kanker veroorzaakt door Hawk-luchtafweer Ľ (nr. 1-559);

van de heer Paul Hatry aan de eerste minister over ę het niet-naleven van de internationale verplichtingen die BelgiŽ ten aanzein van de Europese Unie is aangegaan in het kader van de Europese richtsnoeren voor de werkgelegenheid Ľ (nr. 1-561);

van de heer Bert Anciaux aan de vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken over ę de gespannen relatie met de Rijkswacht en de verhouding binnen de Rijkswacht zelf Ľ (nr. 1-562);

van de heer Bert Anciaux aan de minister van vervoer over ę de veiligheid op en rond de luchthaven van Zaventem Ľ (nr. 1-563).

Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.





MEDEDELING



De Voorzitter. - Bij boodschap van 13 oktober 1998 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat laten weten dat zij zich ter vergadering van die dag geconstitueerd heeft.





MEDEDELING
VAN KONINKLIJKE BESLUITEN



De Voorzitter. - Bij brieven van 27 juli en 24 en 31 augustus 1998 heeft de minister van vervoer, overeenkomstig artikel 7, ß 4, van de wet van 19 december 1997 tot rationalisering van het beheer van de luchthaven Brussel-Nationaal, aan de Senaat overgezonden, vůůr hun bekendmaking in hetBelgisch Staatsblad :

het koninklijk besluit van 17 juli 1998 houdende aanvullende bepalingen betreffende de hervorming van de beheersstructuren van de luchthaven Brussel-Nationaal;

het koninklijk besluit van 19 augustus 1998 tot vaststelling van de minimumprijs voor de overdracht door de overheid van aandelen van de naamloze vennootschap van publiek recht ę Brussels International Airport Company Ľ;

het koninklijk besluit van 25 augustus 1998 tot goedkeuring van het beheerscontract tussen de Staat en de regie der luchtwegen;

het koninklijk besluit van 25 augustus 1998 tot indeling van de regie der luchtwegen als autonoom overheidsbedrijf;

het koninklijk besluit van 25 augustus 1998 tot goedkeuring van het beheerscontract tussen de Staat en de naamloze ę Brussels Airport Terminal Company Ľ;

het koninklijk besluit tot indeling van de naamloze vennootschap ę Brussels Airport Terminal Company Ľ als autonoom overheidsbedrijf en tot goedkeuring van de wijzigingen aan haar statuten.





EVOCATIES



De Voorzitter. - De Senaat heeft bij boodschappen van 23 en 29 juli 1998 en van 5 en 13 oktober 1998 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die data, van :

- Wetsontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren (Gedr. St. 1-1051/1).

wetsontwerp betreffende de veiligheid bij voetbalwedstrijden (Gedr. St. 1-1060/1);

wetsontwerp houdende budgettaire en diverse bepalingen (Gedr. St. 1-1067/1);

wetsontwerp tot oprichting van de ę Belgische Technische CoŲperatie Ľ in de vorm van een vennootschap van publiek recht (Gedr. St. 1-1073/1).

De Senaat heeft bij boodschap van 15 oktober 1998 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van :

wetsontwerp tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van de verzekeringen (Gedr. St. 1-1076/1).





NON-EVOCATIES



De Voorzitter. - Bij boodschappen van 6, 9 en 14 oktober 1998 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de koninklijke bekrachtiging, de volgende niet geŽvoceerde wetsontwerpen :

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 43 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoŲrdineerd op 18 juli 1966 (Gedr. St. 1-1044/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector (Gedr. St. 1-1046/1).

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Gedr. St. 1-1047/1).

Wetsontwerp tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 24 januari 1997 tot wijziging van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog teneinde uitvoering te geven aan de Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (Gedr. St. 1-1048/1).

Wetsontwerp tot invoeging van een artikel 442bis in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van belaging (Gedr. St. 1-1061/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen (Gedr. St. 1-1072/1).





VERZOEKSCHRIFTEN



De Voorzitter. - Bij verzoekschrift uit Haaltert zendt de burgemeester van deze gemeente aan de Senaat de motie betreffende de toekenning van gemeentelijk stemrecht aan onderdanen van de Europese Unie, aangenomen door de gemeenteraad van deze gemeente op 28 september 1998.

Bij verzoekschriften uit Lebbeke en Sint-Niklaas onderschrijven de burgemeester en een aantal gemeenteraadsleden van deze gemeenten het standpunt van het Vlaams Parlement betreffende de toekenning van het actieve en passieve stemrecht aan onderdanen van de Europese Unie bij de gemeenteverkiezingen.

Bij verzoekschrift uit Lochristi, zendt de voorzitter van het Openbaar Centrum voor Maatschappelijk Welzijn van deze gemeente aan de Senaat een motie betreffende de procedure tot opvang van de asielzoekers, aangenomen door de gemeenteraad op 10 september 1998.





ARBITRAGEHOF



De Voorzitter. - Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van :

de beroepen tot vernietiging van de artikelen 133, 136 en 138 van de wet van 22 februari 1998 houdende sociale bepalingen (betreffende de heffing op de omzet van sommige farmaceutische producten), ingesteld door de VZW Agim en anderen, de NV Bournonville Pharma en anderen en Merck Sharp & Dohme BV (rolnummers 1317, 1377, 1403, 1404 en 1405, samengevoegde zaken).

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de Voorzitter van de Senaat kennis van :

de prejudiciŽle vraag betreffende artikel 305 van het koninklijk besluit van 18 juli 1977, houdende coŲrdinatie van de algemene bepalingen inzake douane en accijnzen, gesteld door het Hof van Beroep te Brussel (rolnummer 1412);

de prejudiciŽle vragen betreffende artikel 11, ß 2, derde lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967, houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen, gesteld door het Arbeidshof te Luik (rolnummer 1417);

de prejudiciŽle vraag betreffende de artikelen 19 en 24 van de gecoŲrdineerde wetten op de Raad van State, gesteld door de Raad van State (rolnummer 1421).





VASTE COMITES VAN TOEZICHT
OP DE INLICHTINGEN- EN POLITIEDIENSTEN



De Voorzitter. - Bij brief van 12 oktober 1998 heeft de voorzitster van het Vast Comitť van toezicht op de inlichtingendiensten, overeenkomstig artikel 35, van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op de politie- en inlichtingendiensten, aan de Senaat overgezonden, het activiteitenverslag van het Vast Comitť voor het jaar 1998.





NATIONALE EVALUATIECOMMISSIE
INZAKE DE TOEPASSING VAN DE WETGEVING
BETREFFENDE DE ZWANGERSCHAPSAFBREKING



De Voorzitter. - Bij brief van 25 augustus 1998 hebben de voorzitters van de Nationale Evaluatiecommissie inzake de toepassing van de wetgeving betreffende de zwangerschapsafbreking, overeenkomstig artikel 1, ß 3, van de wet van 13 augustus 1990, aan de Senaat overgezonden, het verslag over de aan de Commissie gerapporteerde zwangerschapsafbrekingen in 1996 en 1997.





CENTRALE RAAD
VOOR HET BEDRIJFSLEVEN



De Voorzitter. - Bij brief van 24 september 1998 zendt de voorzitter van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven aan de Senaat over, overeenkomstig artikel 5 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot preventieve vrijwaring van het concurrenctievermogen, het technisch verslag over de maximale beschikbare marges voor de loonkostenontwikkeling.





BOODSCHAPPEN VAN DE KAMER



De Voorzitter. - Bij boodschappen van 16 juli 1998 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van 16 juli 1998 werden aangenomen :

Artikel 77 :

wetsontwerp betreffende de oprichting van de ę Belgische Technische CoŲperatie Ľ in de vorm van een vennootschap van publiek recht (Gedr. St. 1-1074/1);

Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de buitenlandse aangelegenheden.

wetsontwerp tot wijziging van artikel 13 van de wet van 19 december 1950 tot instelling van de Orde der Dierenartsen (Gedr. St. 1-1077/1);

Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de financiŽn en de economische aangelegenheden.

wetsontwerp betreffende de verzoeken tot uitlegging van de wetten door het Hof van Cassatie in het kader van een verzoek tot prejudicieel advies (Gedr. St. 1-1079/1);

Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de justitie.

Artikel 78 :

wetsontwerp tot wijziging van de wet van 13 juli 1981 tot oprichting van een Instituut voor veterinaire keuring (Gedr. St. 1-1070/1);

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 20 oktober 1998.

wetsontwerp houdende wijziging van de wetten betreffende de veterinaire keuring (Gedr. St. 1-1071/1);

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 20 oktober 1998.

wetsontwerp tot oprichting van de ę Belgische Technische CoŲperatie Ľ in de vorm van een vennootschap van publiek recht (Gedr. St. 1-1073/1);

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 20 oktober 1998.

wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en bescherming van de consument (Gedr. St. 1-1075/1);

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 20 oktober 1998.

wetsontwerp tot wijziging van de wet van 27 maart 1995 betreffende de verzekeringsbemiddeling en de distributie van de verzekeringen (Gedr. St. 1-1076/1);

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 20 oktober 1998.

wetsontwerp tot wijziging, wat het strafbeding en de moratoire interest betreft, van het Burgerlijk Wetboek (Gedr. St. 1-1078/1);

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 20 oktober 1998.

wetsontwerp tot wijziging van artikel 1410, ß 2, van het Gerechtelijk Wetboek en artikel 2071 van het Burgerlijk Wetboek (Gedr. St. 1-1080/1);

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 20 oktober 1998.

wetsontwerp tot omzetting van sommige bepalingen van de EG-richtlijn 93/104 van 23 november 1993 betreffende een aantal aspecten van de organisatie van de arbeidstijd (Gedr. St. 1-1081/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 20 oktober 1998.

Artikel 80 :

wetsontwerp houdende budgettaire en diverse bepalingen (Gedr. St. 1-1067/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is donderdag 8 oktober 1998.

wetsontwerp tot wijziging van de wet van 25 maart 1964 op de geneesmiddelen (Gedr. St. 1-1072/2).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 20 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is donderdag 8 oktober 1998.

Artikel 81 :

wetsontwerp tot wijziging van artikel 145 1 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, betreffende de belastingvermindering voor afbetalingen van hypotheekleningen, van de heren Johan Weyts en Hugo Vandenberghe (Gedr. St. 1-728/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 17 juli 1998; de onderzoekstermijn, die overeenkomstig artikel 79, eerste lid, van de Grondwet vijftien dagen bedraagt, verstrijkt op dinsdag 20 oktober 1998.

De Kamer heeft de tekst geamendeerd aangenomen op 16 juli 1998.



Herziening Grondwet


Herziening van artikel 41 van de Grondwet (Gedr. St. 1-1068/1).

Het wetsvoorstel werd ontvangen op 17 juli 1998.

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998.

Het wetsvoorstel werd verzonden naar de Commissie voor de institutionele aangelegenheden.

Ontwerp van tekst houdende herziening van titel III van de Grondwet door invoeging van een artikel 39bis (Gedr. St. 1-1069/1).

Het wetsvoorstel werd ontvangen op 17 juli 1998.

De Kamer heeft de tekst geamendeerd aangenomen op 16 juli 1998.

Het wetsvoorstel werd verzonden naar de commissie voor de institutionele aangelegenheden.



Kennisgeving


Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag tussen het Koninkrijk BelgiŽ en het Koninkrijk der Nederlanden betreffende de aanleg van een spoorverbinding voor hogesnelheidstreinen tussen Rotterdam en Antwerpen, ondertekend te Brussel, op 21 december 1996 (Gedr. St. 1-795/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het statuut van de Internationale Studiegroep voor Koper, en met de bijlage, aangenomen door de Conferentie van de Verenigde Naties, op 24 februari 1989 (Gedr. St. 1-822/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag tussen het Koninkrijk BelgiŽ en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de afbakening van het continentaal plat, en bijlage, en briefwisseling en met het Verdrag tussen het Koninkrijk BelgiŽ en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de afbakening van de territoriale zee, ondertekend te Brussel, op 18 december 1996 (Gedr. St. 1-843/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

wetsontwerp houdende instemming met volgende Internationale Akten :

1. Vijfde Protocol ter aanvulling van de constitutie van de Wereldpostvereniging;

2. Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, en Bijlage;

3. Wereldpostconventie, en Slotprotocol;

4. Overeenkomst betreffende de postcolli, en Slotprotocol;

5. Overeenkomst betreffende de postwissels;

6. Overeenkomst betreffende de dienst der postcheques, en

7. Overeenkomst betreffende de rembourszendingen,

gedaan te Seoul op 14 september 1994 (Gedr. St. 1-898/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden;

wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag betreffende de burgerrechterlijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, gedaan te 's-Gravenhage op 25 oktober 1980, tot opheffing van de artikelen 2 en 3 van de wet van 1 augustus 1985 houdende goedkeuring van het Europees Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, opgemaakt te Luxemburg op 20 mei 1980, alsook tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek (Gedr. St. 1-952/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden;

wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 april 1953 betreffende de rechterlijke inrichting, de wet van 15 juli 1970 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van koophandel en tot wijziging van de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek, de wet van 2 juli 1975 tot vaststelling van de personeelsformatie van de rechtbanken van eerste aanleg en de artikelen 151 en 213 van het Gerechtelijk Wetboek (Gedr. St. 1-953/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden;

wetsotwerp houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te New York op 13 oktober 1995 (Gedr. St. 1-954/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden;

wetsontwerp houdende instemming met de aanvullende Overeenkomst ondertekend te Brussel op 6 maart 1995, tot wijziging van de Overeenkomst tussen BelgiŽ en Portugal tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belasting naar het inkomen, en van het Slotprotocol, ondertekend te Brussel op 16 juli 1969 (Gedr. St. 1-995/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden;

wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk BelgiŽ en de Regering van RoemeniŽ tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, gedaan te Brussel op 4 maart 1996 (Gedr. St. 1-996/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden;

wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk BelgiŽ en de Republiek Mauritius tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 4 juli 1995 (Gedr. St. 1-997/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk BelgiŽ en de Republiek Zuid-Afrika tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar inkomen, ondertekend te Pretoria op 1 februari 1995 (Gedr. St. 1-998/1);

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk BelgiŽ en de Regering van de Republiek Belarus tot het vermijden van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 7 maart 1995 (Gedr. St. 1-999/1);

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen Spanje en BelgiŽ tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan en het ontduiken van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 14 juni 1995 (Gedr. St. 1-1000/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende :

1į instemming met en uitvoering van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969, en bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992;

2į wijziging van de wet van 20 juli 1976 houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, en van de bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969 (Gedr. St. 1-1015/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende :

1į instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag van 1971 ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, gedaan te Londen op 27 november 1992;

2į wijziging van de wet van 6 augustus 1993 houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976 (Gedr. St. 1-1016/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol van overeenkomst tussen het Koninkrijk BelgiŽ en de Internationale Douaneraad betreffende het behoud van de zetel van de Wereld Douane Organisatie in Brussel, ondertekend te Brussel op 7 februari 1997 (Gedr. St. 1-1017/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.



Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 (Protocol II zoals gewijzigd op 3 mei 1996) gehecht aan het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te GenŤve op 3 mei 1996 (Gedr. St. 1-1025/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en OekraÔne, anderzijds, gedaan te Brussel op 10 april 1997 (Gedr. St. 1-1026/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met de volgende Internationale Akten :

1į Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Hongarije;

2į Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Polen;

3į Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, ondertekend te Brussel op 16 december 1997 (Gedr. St. 1-1027/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek MoldaviŽ, anderzijds, gedaan te Brussel op 15 mei 1997 (Gedr. St. 1-1028/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, gedaan te Brussel op 21 mei 1997 (Gedr. St. 1-1029/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 (Gedr. St. 1-1053/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 16 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

- De vergadering wordt om 20.20 uur gesloten.

- De Senaat gaat tot nadere bijeenroeping uiteen.





VERHINDERD



De heer Hotyat, met opdracht in het buitenland, en de heer Vautmans en Goris, wegens beroepsplichten.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten


Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen