1-206

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1997-1998
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Namiddagvergadering - Donderdag 9 juli 1998

________



INHOUD




OVERLIJDEN VAN OUD-SENATOREN

INOVERWEGINGNEMING

MONDELINGE VRAGEN
van de heer Hatry (aandelenopties);
van de heer Vautmans (politieke vluchtelingen te Bevingen);
van de heer Boutmans (terugzenden van Algerijnse asielzoekers);
van mevrouw de Bethune (wetenschappelijk onderzoek rond borstkanker);
van de heer Anciaux (belastingaangiften);
van mevrouw Delcourt-Pêtre (vrijwilligerswerk dat werklozen mogen doen);
van de heer Devolder (omzetting van de Europese Wetgeving in Belgisch recht);
van mevrouw Lizin (vergoeden van medische fouten);
van de heer Hazette (Instituut voor veterinaire keuring);
van de heer Vandenberghe (palliatieve zorgverlening), en
van de heer Jonckheer (top VS/EU).

REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN

BESTRAFFING VAN CORRUPTIE
Aangehouden stemmingen.

NAAMSTEMMINGEN
over het wetsontwerp houdende instemming met de volgende Internationale Akten :
1° Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Hongarije;
2° Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Polen;
3° Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek,
ondertekend te Brussel op 16 decembre 1997;
over de wetsontwerpen houdende instemming met het Statuut van de Internationale Studiegroep voor Koper, en met de Bijlage, aangenomen door de Conferentie van de Verenigde Naties op 24 februari 1989; houdende instemmingen met het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de afbakening van het continentaal plat, en Bijlage, en briefwisseling en met het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de afbakening van de territoriale zee, ondertekend te Brussel op 18 december 1996; houdende instemming met volgende Internationale Akten :
1° Vijfde Protocol ter aanvulling van de constitutie van de Wereldpostvereniging;
2° Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, en Bijlage;
3° Wereldpostconventie, en Slotprotocol;
4° Overeenkomst betreffende de postcolli, en Slotprotocol;
5° Overeenkomst betreffende de postwissels;
6° Overeenkomst betreffende de dienst der postcheques, en
7° Overeenkomst betreffende de rembourszendingen,
gedaan te Seoel op 14 september 1994; houdende instemming met het Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, gedaan te 's-Gravenhage op 25 oktober 1980, tot opheffing van de artikelen 2 en 3 van de wet van 1 augustus 1985 houdende goedkeuring van het Europees Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, opgemaakt te Luxemburg op 20 mei 1980, alsook tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek; houdende instemming met de aanvullende Overeenkomst ondertekend te Brussel op 6 maart 1995, tot wijziging van de Overeenkomst tussen België en Portugal tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belasting naar het inkomen, en van het slotprotocol, ondertekend te Brussel op 16 juli 1969; houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van Roemenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, gedaan te Brussel op 4 maart 1996; houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Mauritius tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 4 juli 1995; houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Pretoria op 1 februari 1995; houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Belarus tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 7 maart 1995; houdende instemming met de Overeenkomst tussen Spanje en België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan en het ontduiken van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 14 juni 1995; houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, gedaan te Brussel op 10 april 1997; houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, gedaan te Brussel op 15 mei 1997; houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, gedaan te Brussel op 21 mei 1997; houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te New York op 13 oktober 1995;
houdende :
1° instemming met een uitvoering van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969, en Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992;
2° wijziging van de wet van 20 juli 1976 houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, en van de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969;
houdende :
1° instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag van 1971 ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, gedaan te Londen op 27 november 1992;
2° wijziging van de wet van 6 augustus 1993 houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976;
houdende instemming met het Protocol van overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Internationale Douaneraad betreffende het behoud van de zetel van de Wereld Douane Organisatie in Brussel, ondertekend te Brussel op 7 februari 1997;
over de wetsontwerpen houdende instemming met het Protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 (Protocol II zoals gewijzigd op 3 mei 1996) gehecht aan de Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996, en houdende instemming met het Verdrag inzake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997;
over het wetsvoorstel betreffende de bestraffing van corruptie.

WET VAN 4 JULI 1989 BETREFFENDE DE BEPERKING EN DE CONTROLE VAN DE VERKIEZINGSUITGAVEN VOOR DE VERKIEZINGEN VAN DE FEDERALE KAMERS, DE FINANCIERING EN DE OPEN BOEKHOUDING VAN DE POLITIEKE PARTIJEN
Bespreking. (Sprekers : mevrouw Van der Wildt, rapporteur de heer Loones.)
Aangehouden stemmingen. - Naamstemming over het geheel.

SAMENGEVOEGDE VRAGEN OM UITLEG
van mevrouw Thijs en mevrouw Leduc (Amerikaanse basis van Zutendaal) aan de minister van landsverdediging. (Sprekers : mevrouw Thijs, mevrouw Leduc en de heer Poncelet, vice-eerste minister en minister van landsverdediging, belast met energie.)

VRAGEN OM UITLEG
van mevrouw Delcourt-Pêtre (humanitaire toestand in Zuid-Soedan) aan de staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking. (Sprekers : mevrouw Delcourt-Pêtre en de heer Moreels, staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking);
van mevrouw Leduc (houding van de RSZ-administratie inzake de toepassing van de wet van 1 september 1997 in de tuinbouw- en de fruitteeltsector) aan de minister van sociale zaken. (Sprekers : mevrouw Leduc en mevrouw De Galan, minister van sociale zaken.)

INOVERWEGINGNEMING

INDIENING VAN EEN WETSONTWERP

INDIENING VAN VOORSTELLEN

VRAGEN OM UITLEG

VERZOEKSCHRIFTEN

EVOCATIE

NON-EVOCATIE

RAADGEVEND COMITE VOOR BIO-ETHIEK

NATIONALE DELCREDEREDIENST

AMORTISATIEKAS

BOODSCHAPPEN VAN DE KAMER





_____________







VOORZITTER : DE HEER MOENS

____



De vergadering wordt om 15.20 u. geopend.





OVERLIJDEN VAN OUD-SENATOREN



De Voorzitter. - De Senaat heeft met groot leedwezen kennis gekregen van het overlijden van de heer Jean Bartelous, gewezen senator voor het arrondissement Brussel, Baron Donald Fallon, gewezen provinciaal senator voor Brabant en gewezen gecoöpteerd senator en de heer Fernand Delmotte, gewezen senator voor het arrondissement Bergen-Zinnik.

Ik heb het rouwbeklag van de Vergadering aan de families van onze betreurde gewezen medeleden betuigd.





INOVERWEGINGNEMING



De Voorzitter. - Aan de orde is thans de stemming over de inoverwegingneming van voorstellen.

U hebt de lijst van de verschillende in overweging te nemen voorstellen ontvangen met opgave van de commissies waarnaar het Bureau voornemens is ze te verwijzen.

Ik verzoek de leden die opmerkingen mochten willen maken, mij daarvan vóór het einde van de vergadering kennis te geven.

Indien intussen geen bezwaren blijken, worden die voorstellen in overweging genomen en verwezen naar de commissies die door het Bureau zijn aangeduid. (Instemming.)





MONDELINGE VRAGEN

Aandelenopties


De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Uw voorganger had de inwerkingtreding op 1 juli 1998 aangekondigd van een koninklijk besluit betreffende aandelenopties. Rond dit ontwerp zijn heel wat moeilijkheden gerezen en de Raad van State zou het onwettig verklaard hebben. Waarom wordt de behandeling van mijn voorstel van wet van 1995 tot toepassing van artikel 45 van de wet van 27 december 1984 dan nog steeds uitgesteld ?

De heer Viseur, minister van financiën. - De Ministerraad heeft inderdaad op 20 maart jongstleden een voorontwerp van koninklijk besluit goedgekeurd dat aan de Raad van State werd voorgelegd. De Raad heeft geoordeeld dat het verkieslijk was om wetgevend op te treden. Bijgevolg werd door de Ministerraad een wetsontwerp goedgekeurd dat deel zal uitmaken van het banenplan dat nog voor het parlementair reces zal worden ingediend. De uitvoering ervan zal dus mogelijk zijn met ingang van 1 juli 1998 zoals door mijn voorganger werd aangekondigd.

De heer Hatry (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik hoop dat de regering minder onhandig zal zijn ten aanzien van de Raad van State met haar wetsontwerp dan met haar koninklijk besluit. Het was in ieder geval beter geweest mijn voorstel te onderzoeken. Wat de regering aankondigt, zal pas vanaf de volgende legislatuur in werking treden want het zal onmogelijk zijn om deze bepaling met terugwerkende kracht tot 1 juli in te voeren.



Politieke vluchtelingen te Bevingen


De heer Vautmans (VLD). - Uit betrouwbare bron heb ik vernomen dat er bij de Regie der Gebouwen te Hasselt een vraag is toegekomen van de Vlaamse minister van binnenlandse aangelegenheden, stedelijk beleid en huisvesting om een onderzoek te starten en de nodige contacten te leggen in verband met de organisatie van een kamp voor politieke vluchtelingen te Bevingen.

Is de minister op de hoogte van deze vraag aan de regionale dienst te Hasselt ?

Werd er reeds een onderzoek gestart naar de wenselijkheid van eern kamp voor politieke vluchtelingen te Bevingen ?

Met wie werd er in dit verband reeds contact gelegd ? Volgens de informatie waarover ik beschik zijn er geen contacten geweest met het gemeentebestuur van Sint-Truiden.

Wat zijn de resultaten van het onderzoek en de gelegde contacten ?

De heer Flahaut, minister van ambtenarenzaken. - Ik ben inderdaad op de hoogte van een prospectie voor een onthaalcentrum voor vluchtelingen in Bevingen.

Vandaag 9 juli is er een eerste coördinatievergadering gepland met het ministerie van sociale zaken, volksgezondheid en leefmilieu, het KDR (militaire gebouwen) en de Regie der gebouwen.

Er werden informatieve contacten gelegd met mevrouw Proot van de coördinatiecel Opvangcentra vluchtelingen en het KDR.

Aangezien het onderzoek nog maar pas is gestart, kunnen er nog geen besluiten worden genomen.

De heer Vautmans (VLD). - Ik betreur dat voor een dergelijke belangrijke politieke optie op het grondgebied van Sint-Truiden geen overleg heeft plaatsgehad met het gemeentebestuur. Op die manier vraagt men om moeilijkheden.

De heer Flahaut, minister van ambtenarenzaken (in het Frans). - Het nodige zal worden gedaan om tijdig de contacten te leggen. Elke paniekreactie is dus uit den boze.



Terugzenden van Algerijnse asielzoekers


De heer Boutmans (Agalev). - Na het terugzenden van Ben Othman had de vorige minister van binnenlandse zaken aangekondigd dat hij iedere individuele verwijzingsbeslissing over uitgeprocedeerde Algerijnen persoonlijk zou beoordelen. Sindsdien werden er geen Algerijnen meer uitgewezen.

Een interne nota van de Dienst Vreemdelingenzaken van 12 maart zou opnieuw de verwijdering en terugzending toestaan. Zo werden mij verschillende gevallen gesignaleerd van Algerijnen die toch teruggestuurd worden of ten aanzien van wie daartoe een poging is ondernomen. Er zouden op dit ogenblik 25 Algerijnen in het Klein Kasteeltje zitten voor wie de termijn om het land te verlaten niet meer verlengd zou worden.

Is het beleid ten aanzien van de afgewezen Algerijnse asielzoekers gewijzigd en waarom ? Beschouwt ons land de toestand in Algerije als voldoende opgeklaard om weer opposanten of activisten terug te sturen ?

De heer Tobback, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Mijn voorganger, de heer Vande Lanotte, heeft inderdaad meegedeeld dat men bij de verwijdering van Algerijnen bijzonder voorzichtig tewerk moet gaan. Elk dossier moest aan de minister worden voorgelegd. Deze richtlijn bepaalt nog steeds het beleid ten aanzien van de illegaal in ons land verblijvende Algerijnen.

In 1998 werden negen Algerijnen uit ons land verwijderd. Elk dossier werd aan de minister voorgelegd. Deze personen liepen geen risico van vervolging. De betrokkenen hadden zich schuldig gemaakt aan misdrijven van openbare orde. Meestal hadden zij zelfs geen dossier ingediend.

De krachtlijnen van het huidige uitwijzingsbeleid zijn de volgende. Er is geen sprake van een algemene uitwijzingsstop. Elk dossier wordt zorgvuldig onderzocht en aan de minister voorgelegd. Algerijnen worden alleen teruggezonden als zij misdrijven van openbare orde hebben begaan of reeds lang in Frankrijk of Duitsland verbleven. Er wordt geval per geval nagegaan of een voorlopige verblijfsvergunning kan worden verleend. Elke Algerijn moet niet per definitie worden beschouwd als een persoon die vervolging riskeert.

De interne nota van 12 maart is in niets strijdig met de lijnen die minister Vande Lanotte had uitgezet.

De heer Boutmans (Agalev). - Ik heb destijds ook mijn ongerustheid geuit. Algerijnen bevinden zich dikwijls in een toestand van dubbele loyauteit. Formeel begrijp ik dat de minister zijn beleid niet wijzigt. Niettemin verneem ik dat er meer Algerijnen worden teruggestuurd. De minister spreekt dat tegen. Dit verheugt mij. Kan de minister mij wellicht de interne nota meedelen ?

De heer Tobback, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Een interne nota is per definitie intern en ik wil dat ook zo houden. Ik heb zo een idee over de manier waarop de interne nota in de openbaarheid is gekomen. Dit doet bij mij vragen rijzen over de betreffende organisatie.

Als het parlement de interne nota wil zien, moet zij een onderzoekscommissie oprichten.

De heer Boutmans (Agalev). - Als ik de interne nota had, zou ik ze niet vragen.

De heer Tobback, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - De interne nota is niet strijdig met het beleid van mijn voorganger.

De heer Boutmans (Agalev). - De Grondwet garandeert de openbaarheid van bestuur.

De heer Tobback, vice-eerste minister en minister van binnenlandse zaken. - Ik ben niet verplicht elk intern document openbaar te maken.

Nogmaals, wat het beleid ten overstaan van de Algerijnen betreft, is er niets veranderd.



Wetenschappelijk onderzoek rond borstkanker


Mevrouw de Bethune (CVP). - Borstkanker is de meest voorkomende vorm van kanker bij vrouwen. In Vlaanderen werd in 1992 bij 3 130 vrouwen die diagnose gesteld. De ziekte was in 1995 in Vlaanderen verantwoordelijk voor 1 439 sterfgevallen. Binnen de EU wordt jaarlijks bij meer dan 500 000 vrouwen borstkanker vastgesteld en jaarlijks overlijden bijna 150 000 patiënten. Het loont dus de moeite om deze ziekte met alle middelen te bestrijden. Voor wetenschappelijk onderzoek moet een belangrijke plaats worden ingeruimd.

Wat is het globale budget voor wetenschappelijk onderzoek naar de oorzaken en de bestrijding van kanker in het algemeen ? Volgens welke criteria wordt het budget verdeeld ? Is er een specifiek budget voor onderzoek naar borstkanker ? Zo ja, welk soort onderzoek vindt er dan momenteel plaats rond die ziekte ? Lopen er grensoverschrijdende onderzoeksprojecten ?

De heer Ylieff, minister van wetenschapsbeleid. - Binnen het federale budget werden volgende initiatieven genomen. In het kader van het programma « Interuniversitaire Attractiepolen IV », gestart in 1997 en lopend tot 2001, wordt onderzoek verricht naar kanker. Het totale budget voor netwerken die onderzoek naar kanker verrichten, bedraagt ongeveer 650 miljoen. Het is verdeeld over vier netwerken.



(Verder in het Frans.)

Enkele honderden miljoenen frank worden aan vier onderzoeksnetwerken toegekend. Het gaat om een inspanning van de federale overheid in het kader van de interuniversitaire attractiepolen voor de periode 1997-2001.



(Verder in het Nederlands.)

Per netwerk wordt het bedrag verdeeld over verschillende onderzoeksploegen verbonden aan verschillende universiteiten uit het noorden en het zuiden van het land. Elk netwerk bestaat uit een stuurploeg en een aantal satellieten. Een stuurploeg krijgt jaarlijks minimum 12,5 miljoen, een satelliet 2,5 miljoen.

In het kader van de door mijn departement gefinancierde steunpunten « Samenleving en gezondheid » en « Gezondheidseconomie » worden gegevens verzameld met betrekking tot borstkanker.



(Verder in het Frans.)

Op federaal niveau bestaat er echter geen specifiek onderzoeksprogramma voor borstkanker. De gemeenschappen beschikken op diverse niveaus over gegevens betreffende dat onderzoek. Ze werken overigens samen met het federale ministerie van volksgezondheid voor de financiering van de kankerregistratie. De gemeenschappen zijn eveneens bevoegd inzake kankerpreventie. Tenslotte financieren zowel het FWO als het FNRS omvangrijke onderzoeksprogramma's betreffende kanker.

Mevrouw de Bethune (CVP). - Ik ben op de hoogte van de gegevens voor Vlaanderen maar het ontbreken van referenties naar federale gegevens heeft mij tot deze vraag geïnspireerd. Ik verwacht van de federale overheid inspanningen inzake het onderzoek naar borstkanker. Ik betreur dat er niet voldoende onderscheid wordt gemaakt naargelang de soorten kanker. Ik zal op het probleem terugkomen.

De keuze van de onderzoeksthema's op federaal niveau en van de interuniversitaire actiepunten behoort niet tot de bevoegdheid van de minister. Daarover wordt beslist door universitaire teams. Ik zal hun uw wens meedelen om specifiek onderzoek op federaal niveau op te starten.



Belastingaangiften


De heer Anciaux (VU). - Volgens cijfers van de belastingadministratie liggen de aangiften van belastbare inkomens van zelfstandigen veel lager dan die van loontrekkenden. De uitgelekte cijfers zijn verrassend. De indruk wordt gewekt dat alle zelfstandigen fraudeurs zijn. Onmiddellijk ontstond binnen de pers en publieke opinie een welles nietes-spel over de betrouwbaarheid van de cijfers. Zonder duidelijkheid kan geen ernstig debat worden gevoerd. Het gevaar is reëel dat bevolkingsgroepen tegen elkaar worden opgezet.

Waarom worden zulke naakte cijfers bekendgemaakt, zonder uitleg en begeleiding ? Zijn de weergegeven cijfers van de aangiften gemiddelden waar verschillende categorieën door elkaar werden gemengd ? Kan men hieruit besluiten dat de zelfstandigen meer en gemakkelijker de fiscus kunnen omzeilen ? Is een reden te vinden in het slecht functioneren van de nieuwe « administratie voor de ondernemings- en inkomensfiscaliteit » ? Bestaat er een toenemende groep zelfstandigen die zich onder of nabij de armoedegrens bevinden ?

De heer Viseur, minister van financiën. - Met ingang van het aanslagjaar 1998 wordt door de administratie der directe belastingen een statistiek per zelfstandig beroep bijgehouden. De inkomstenbedragen in deze statistieken zijn gebaseerd op de bedragen die worden meegedeeld aan het RSVZ. In de gevallen waarin beroepsverliezen van de zelfstandige krachtens artikel 129 WIB zijn aangerekend op de beroepsinkomsten van de andere echtgenoot, wordt ten name van die zelfstandige het bedrag van het op de inkomsten van de andere echtgenoot aangerekende beroepsverlies aan het RSVZ meegedeeld.

Er wordt geen onderscheid gemaakt tussen belastingplichtigen die enkel een zelfstandige activiteit uitoefenen en belastingplichtigen met een zelfstandig bijberoep. Sinds enkele jaren beschikt de administratie over meer gedetailleerde statistieken die het mogelijk maken een onderscheid te maken tussen zelfstandigen in hoofd- en in bijberoep.



(Verder in het Frans.)

Gelet op onze gebrekkige statistieken mag het departement van financiën deze cijfers dan ook niet publiceren. Als de parlementsleden dit wensen, kunnen ze er kennis van nemen, maar we delen ze niet systematisch mede omdat ze onvolledig zijn.

De in de pers verschenen conclusies stigmatiseren een sociale groep. Het is nu net wat men niet moet doen. Ik heb mijn diensten gevraagd hun statistieken over het inkomen van de zelfstandigen te verfijnen. Men kan zich immers niet baseren op inlichtingen die onduidelijk en onvolledig zijn. Ik betreur de bekendmaking van dergelijke informatie in de kranten.

Dit heeft in feite geen enkel verband met een eventuele manke werking van de nieuwe administratie voor de vennootschappen en de natuurlijke personen. De cijfers die in de pers verschenen zijn, dateren van 1995, dus vóór de oprichting van deze nieuwe administratie die de dossiers nu trouwens goed beheerst.

De heer Anciaux (VU). - Het antwoord van de minister bevestigt mijn vermoeden dat onduidelijke cijfers aanleiding geven tot het stigmatiseren van de beroepscategorieën. Verschillende bronnen bevestigen dat de gegevens door de administratie zelf werden geleverd. Is de minister van plan een onderzoek in te stellen naar de verantwoordelijke voor de lekken ? Is er een verband tussen de geringe bedragen die zelfstandigen zouden aangeven en de werking van de administratie ? Zijn er cijfers bekend over het stijgend aantal zelfstandigen dat rond of onder de armoedegrens leeft ?

De heer Viseur, minister van financiën (in het Frans). - De geciteerde cijfers hebben zelfs geen inducatieve waarde. In de geviseerde groep komen uiteenlopende situaties voor. Sommigen leven aan de rand van de armoede. Anderen oefenen hun activiteiten enkel als bijberoep uit. Sommige cijfers hebben alleen betrekking op onvolledige dienstjaren. Men mag zich geen algemene mening vormen op basis van deze cijfers.

Men mag ook niet uit het oog verliezen dat het inkomen van de zelfstandigen evolueert met de tijd en dat tijdens de eerste jaren dikwijls verliezen worden geleden. Uit de gepubliceerde gemiddelden mag men niet de conclusie trekken dat zelfstandigen in het algemeen frauderen.

Om deze redenen weigert de administratie deze cijfers bekend te maken. Wij zullen ons een degelijk statistisch apparaat aanschaffen waarmee de tegenstelling in de situatie van de zelfstandigen tot uiting komt. Het is trouwens niet zeldzaam dat een advocaat tijdens zijn eerste vijf of zes activiteitsjaren ten laste is van zijn echtgenoot of zijn ouders.



Vrijwilligerswerk dat werklozen mogen doen


Mevrouw Delcourt-Pêtre (PSC) (in het Frans). - Werklozen mogen bij de directeur van het gewestelijk werkloosheidsbureau een vergunning aanvragen om vrijwilligerswerk te doen, zonder hun uitkering te verliezen.

Heeft de regionale directeur beslissingsbevoegdheid als de aanvraag betrekking heeft op een federale organisatie ?

Zijn er instructies vanwege de centrale diensten of van uw kabinet waaraan zij zich moeten houden ? De minister van arbeid had het in de Kamer over de invoering van een regeling terzake. Klopt dit ?

Hebben de werklozen of de organisatie het recht te worden gehoord door de regionale directeur in geval van weigering ? Wanneer ? Hoe ?

Over welk rechtsmiddel beschikt de werkloze in geval van weigering ? Wat kan hij doen indien de weigering uitgaat van de centrale diensten ?

De heer Flahaut, minister van ambtenarenzaken (in het Frans). - Ik deel u het antwoord mee van mijn collega van arbeid.

De directeur van het bevoegde werkloosheidsbureau verleent toelating voor vrijwilligerswerk, rekening houdend met de criteria die zijn vastgelegd in de reglementering en in de administratieve circulaires. Het gebeurt dat de centrale diensten een gedragslijn uitstippelen wanneer het gaat om vrijwilligerswerk voor een organisatie die in verschillende arrondissementen actief is. Het voorstel tot aanpassing van de reglementering wordt momenteel onderzocht.

De meerderheid van de aanvragen tot vrijwilligerswerk worden aanvaard. De reglementering bepaalt dat de aanvrager vooraf moet worden gehoord. Het is duidelijk dat de werkloze of de organisatie een onderhoud kunnen vragen met de directeur van het bureau en dat op dit verzoek zal worden ingegaan.

Een eventuele weigering is altijd individueel en gemotiveerd en wordt aan de betrokkene medegedeeld. Daartegen kan binnen drie maanden bij de arbeidsrechtbank beroep worden aangetekend.



Omzetting van de Europese wetgeving in Belgisch recht


De heer Devolder (VLD). - België is reeds een dertienmaal veroordeeld door het Europese Hof van Justitie voor het niet-omzetten van de Europese wetgeving in Belgisch recht.

Volgens het vijftiende jaarverslag inzake controle op de naleving van het gemeenschapsrecht, bengelt België in dit verband op de laatste plaats.

Wat het ministerie van volksgezondheid betreft, zijn er ook enkele zware tekortkomingen op het vlak van de omzetting van Europese richtlijnen die nu volgens artikel 169 van het EG-Verdrag voor het Europees Hof van Justitie aanhangig zijn.

Ik zal mijn aandacht nu alleen toespitsen op 92/73 EEG, zaak C 2883/97, uitbreiding toepassingsgebied 65/65/EEG en 75/319/EEG. Het gaat om geneesmiddelen en homeopathische geneesmiddelen. De uiterste datum voor omzetting was 31 december 1993. Naar verluidt zou het desbetreffende ontwerp van het koninklijk besluit eind juni 1997 voor advies aan de Raad van State zijn voorgelegd en zou de advocaat-generaal zijn conclusies nemen in dit dossier op 25 juni 1998.

De minister van buitenlandse zaken zou naar verluidt nu driemaandelijks aan de Ministerraad een verslag voorleggen met betrekking tot de vooruitgang die bij de omzetting van de Europese richtlijnen wordt geboekt en zou op 15 juli alle betrokken ministers naar de evoluties vragen.

Graag vernam ik van de minister de stand van zaken met betrekking tot de aanslepende omzetting van uitbreiding toepassingsgebied 65/65/EEG en 75/319/EEG.

De heer Peeters, staatssecretaris voor veiligheid en voor maatschappelijke integratie en leefmilieu. - Ik antwoord namens de minister van volksgezondheid. In de zaak C-283/97 die door de Europese Commissie werd aanhangig gemaakt bij verzoekschrift van 1 augustus 1997 is nog een uitspraak gedaan door het Hof van Justitie. De commissie evenals de advokaat-generaal zijn op de hoogte van het ontwerp tot omzetting van de richtlijn 92/73/EEG, alsook van het feit dat het advies van de Raad van State reeds in juni vorig jaar werd gevraagd. Dit ontwerp werd ingediend zonder aanvraag van een termijn voor behandeling.

Sinds de wijziging van de wetgeving op de Raad van State op 4 augustus 1988 werd uitdrukkelijk bepaald dat alle zaken in chronologische volgorde dienen te worden behandeld. De enige mogelijkheid om sneller advies te bekomen is de aanvraag van een advies binnen de drie dagen waarbij de hoogdringendheid uitdrukkelijk dient te worden gemotiveerd en waarbij het onderzoek van de Raad van State zich beperkt tot de rechtsgrond van het ontwerp en er dus geen grondig advies wordt gegeven. De andere mogelijkheid is de vraag tot advies binnen één maand, waarbij een notificatie van de Ministerraad nodig is. Recente ervaring toont aan dat zelfs bij de aanvraag voor een sneller advies noch advies binnen drie dagen, noch binnen één maand wordt bekomen, omdat deze procedure veelvuldig wordt toegepast.

Wat het vermelde ontwerp betreft, kan ik enkel meedelen dat, ondanks regelmatig aandringen, er geen evolutie te melden valt bij de behandeling van het ontwerp tot omzetting van de richtlijn 92/73/EEG.

Het vermelde ontwerp bevat eveneens de omzetting van de richtlijn 92/74/EEG over de homeopathische geneesmiddelen voor diergeneeskundig gebruik. Voor het niet-omzetten van deze richtlijn werd België door het Hof van Justitie veroordeeld op 12 maart 1998.

Zoals reeds eerder aangegeven in het antwoord op de vorige vragen in verband met de omzetting van deze richtlijnen behoort dit ontwerp tot de prioriteiten van de bevoegde dienst en zal, zodra men over het advies van de Raad van State beschikt, voorrang worden gegeven aan de verdere afhandeling ervan.

De heer Devolder (VLD). - Men bevindt zich nog niet in de procedure van artikel 171 waarbij dwangsommen worden opgelegd.

België is reeds door het Europese Hof van Justitie veroordeeld, maar acht het blijkbaar nog niet nodig om een dringend advies aan de Raad van State te vragen. Die toestand is kafkaïaans.



Vergoeden van medische fouten




Mevrouw Lizin (PS) (in het Frans). - Het antwoord op mijn vraag van 14 mei jongstleden over de medische aansprakelijkheid heeft de aandacht getrokken van professor Fagnart, die de leiding heeft over een interuniversitaire werkgroep dat het probleem van de vergoeding van medische fouten heeft onderzocht. Hij heeft de minister op 8 juni de laatste versie van het door zijn werkgroep uitgewerkte ontwerp toegezonden. Tussen de administratie en de werkgroep zouden rechtstreekse contacten moeten worden gelegd of opnieuw gelegd om een wetsontwerp op te stellen om de kwestie te regelen.

De heer Peeters, staatssecretaris voor veiligheid en voor maatschappelijke integratie en leefmilieu (in het Frans). - Minister Colla heeft de brief van professor Fagnart en de tekst van de interuniversitaire werkgroep inderdaad ontvangen. De tekst wordt op dit ogenblik door de administratie onderzocht. De minister zal zo snel mogelijk zijn standpunt bekendmaken en sluit directe contacten tussen de administratie en de werkgroep niet uit.



Instituut voor veterinaire keuring


De heer Hazette (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik vind het schrijnend dat minister Colla hier niet aanwezig is. Ik had met hem in dialoog willen treden, wat met de heer Peeters uiteraard niet kan.

In het Belgisch Staatsblad van 29 mei 1998 zijn twee koninklijke besluiten verschenen over de geldelijke bepalingen voor bepaalde personeelsleden van het IVK en over de vereenvoudiging van de loopbaan van het IVK-personeel.

In een van de besluiten wordt het spoedeisende karakter aangevoerd, maar zonder motivering; in het andere is er geen sprake van raadpleging van de Raad van State. Nergens wordt gezegd waarom van de gebruikelijke voorwaarden wordt afgeweken, bijvoorbeeld waarom een ervaring van achttien jaar in de plaats van acht jaar wordt geëist inzake boekhouding voor een chef van de administratie. Is de minister niet vergeten te vermelden welke kleur de ogen van de kandidaat moeten hebben ?

De heer Peeters, staatssecretaris voor veiligheid en voor maatschappelijke integratie en leefmilieu (in het Frans). - Krachtens het koninklijk besluit van 10 april 1995 moesten alle departementen hun organisatie aanpassen voor 1 juli 1998. Voor het IVK ging het er meer bepaald om de bijzondere rangen van het Instituut in te passen in de rangen die alle departementen gemeen hebben.

Het overleg met de syndicale organisaties heeft in december 1997 tot een totaal akkoord geleid, met uitzondering van één punt betreffende het statuut van de dierenartsen. Deze organisaties hebben aangedrongen op een zeer spoedige toepassing van de nieuwe regelgeving. Gelet op het spoedeisend karakter is de Raad van State niet om advies verzocht.

Met betrekking tot het organiek reglement tot vaststelling van de wervings- en bevorderingsvoorwaarden is het akkoord van ambtenarenzaken verworven. Dit reglement waarborgt de dienst boekhouding personeel dat voldoende ervaring heeft in deze zeer gespecialiseerde materie.

De heer Hazette (PRL-FDF) (in het Frans). - Dit alles zal zeker juridische gevolgen hebben.

De Voorzitter. - De staatssecretaris doet zijn best.



Voorzitter : de heer Mahoux, eerste ondervoorzitter

Palliatieve zorgverlening


De heer Vandenberghe (CVP). - In verband met de problematiek van de financiering van de palliatieve verzorging verwees de minister eerder naar twee koninklijke besluiten in voorbereiding. Wat is de stand van zaken ? Komt er nog een verlenging van de tijdelijke forfaitaire financiering die werd toegestaan van 1 januari tot 30 juni 1998 voor de nu reeds werkende equipes ? Hoever staat het met de door de minister aangekondigde experiment in verband met thuishospitalisatie ?

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel. - Minister De Galan antwoordt dat het ontwerp van koninklijk besluit dat enkele minimale criteria vastlegt waaraan de RIZIV-conventies moeten beantwoorden, op 6 juni 1998 door het verzekeringscomité van het RIZIV voor het eerst werd behandeld. Op 13 juli volgt nog een vergadering daarover.

De financiering van multidisciplinaire equipes via RIZIV-conventies is een bijzonder gevoelige aangelegenheid in hoofde van de geneesheer. Mevrouw De Galan had voorgesteld dat er prioritair een RIZIV- conventie gesloten zou worden met alle equipes die binnen een samenwerkingsverband werken. Voor de equipes van de experimenten-Busquin had zij een verlenging gedurende één jaar van de vroegere financiering voorgesteld.

De geneesheren willen dat de multidisciplinaire equipes alleen kunnen functioneren op initiatief van de geneesheren. Dit is volledig in tegenspraak met de geldende praktijk en met de stellingen van de experts.

Minister De Galan zal dan ook niet akkoord kunnen gaan met deze stelling.

Het verzekeringscomité weigert ook voor één jaar conventies af te sluiten met equipes uit de experimenten-Busquin die niet opgenomen zijn in een samenwerkingsplatform.

Minister De Galan wil dat het koninklijk besluit eind juli in het Belgisch Staatsblad verschijnt. Daarna kunnen dan de RIZIV-conventies snel worden afgesloten.

De bepaling van de sociale programmawet volgens dewelke het persoonlijke aandeel in de kosten voor palliatieve patiënten geheel of gedeeltelijk worden afgeschaft, werd tot nog toe niet uitgevoerd. Enkel de begeleiding van de multidisciplinaire equipes is gratis voor de patiënt. Er werden wel al maatregelen genomen om de zorg voor terminale patiënten door verpleegkundigen te stimuleren en goedkoper te maken.

Dat de bepaling uit de sociale programmawet nog niet werd uitgevoerd heeft te maken met het probleem van de juiste definitie van de terminale patiënt en met de kostprijs.

Als blijkt dat de tijdelijke forfaitaire financiering van de nu reeds werkende equipes niet via de RIZIV-conventies kan gebeuren, dan zal minister De Galan zelf een beslissing nemen.

Wat het experiment thuishospitalisatie betreft, zal op 3 september een overleg plaatsvinden tussen het RIZIV, mijn kabinet en de twee organisaties die aan het experiment meewerken.



VS/EU-top


De heer Jonckheer (Ecolo) (in het Frans). - Op 18 mei 1998 is tijdens de VS/EU-top een akkoord gesloten met als benaming « Understanding with respect to disciplines for the strengthening of investment protection ». De raad van de regionale aangelegenheden van 25 mei meende dat dit een belangrijke stap is in de oplossing van de geschillen, maar voegde eraan toe dat dit geen voorbode was van de beslissingen die in het kader van de onderhandelingen met de MOI zouden worden genomen. De Belgische minister van buitenlandse zaken meende daarentegen dat dit compromis ontgoochelend was omdat de EU de extraterritoriale draagwijdte van de Amerikaanse wetten aanvaardt.

Wat is de exacte draagwijdte van het bereikte politieke akkoord ? Meent u dat het overeenstemt met de vereisten die de Belgische regering verdedigt ? Welke zijn de internationale rechtsnormen inzake investeringsonteigening ? En wat met Cuba ?

In een officiële brief van 18 mei erkent sir Leon Brittan dat de in het akkoord bepaalde sancties van toepassing zijn op Cuba.

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie, belast met buitenlandse handel (in het Frans). - Het probleem dat verband houdt met de toepassingen van de wetgevingen « Helms-Burton » en « d'Amato-Kennedy » is de oorzaak van geschillen in de transatlantische betrekkingen. Voor de Belgische economie is het belangrijk dat een sereen klimaat tot stand komt in de handelsbetrekkingen tussen de Europese Unie en de VS. Het akkoord van 18 mei is een compromis. In overeenstemming met de procedures vastgesteld op de Top van Madrid op 3 december 1995, werd over het akkoord hoofdzakelijk onderhandeld door de Europese Commissie en door het Brits voorzitterschap. Dit akkoord is helemaal geen voorafspiegeling van juridische oplossingen op lange termijn die nog moeten worden gevonden, inzonderheid binnen de OESO. Het is een voorwaardelijk akkoord. De uitvoering van de « auto-disciplines » door de Europese Unie zal uiteraard afhangen van de beloften van de administratie om Europese bedrijven uit te sluiten van hun interne wet. België kan het principe van de extraterritorialiteit van geen enkele wet aanvaarden, ook niet van een Amerikaanse.

De resultaten van de Top van 18 mei werden door België algemeen genomen gunstig beoordeeld. De extraterritoriale wetgevingen en de secundaire boycots blijven voor ons echter onaanvaardbaar. Minister Derycke heeft trouwens de Belgische ontgoocheling over dit aspect van het compromis uitgedrukt.

De bilaterale akkoorden tot bescherming van de investeringen die België met andere landen sluit, bevatten regels inzake onteigening. Die regels zijn in overeenstemming met het internationale recht en bepalen voornamelijk dat een onteigening enkel kan worden uitgevoerd om redenen van algemeen belang van het betrokken derde land, met inachtneming van de waarborgen waarin de wetgeving van dat land voorziet en tegen betaling van een passende vergoeding. Tot slot is een eventuele onteigening van een buitenlandse investeerder wegens de niet-naleving van een specifieke resultaatsverbintenis in beginsel aan dezelfde regels onderworpen. Niettemin kan de nationale wetgeving de verplichting opleggen om met andere elementen rekening te houden, zoals de bescherming van het milieu of de sociale reglementering.

De heer Jonckheer (Ecolo) (in het Frans). - Ik dank de minister voor zijn uitgebreid antwoord. Ik zal hem een kopie laten geworden van de brief van Sir Leon Brittan met betrekking tot Cuba. Ook nodig ik de minister ertoe uit het akkoord opnieuw aan te nemen. Het voorziet wel degelijk in een gezamenlijke basis waardoor extraterritoriale wetten mogelijk worden.





REGELING VAN DE WERKZAAMHEDEN



De Voorzitter. - Het Bureau stelt voor dat de Senaat op dinsdag 14 juli 1998, om 9 uur, bijeenkomt, met op de agenda de evaluatie van de wet van 15 december 1980 over de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Ook wordt voorgesteld dat de Senaat bijeenkomt op woensdag 15 juli 1998, om 9 uur, om zich te buigen over het voorstel van resolutie betreffende de conventie van de Raad van Europa inzake de rechten van de mens en de biogeneeskunde.

Om 14 uur bespreekt de Senaat het wetsontwerp tot bevordering van het zelfstandig ondernemerschap, het wetsvoorstel tot wijziging van de artikelen 488bis, b), c) en d) van het Burgerlijk Wetboek en van artikel 623 van het Gerechtelijk Wetboek, het wetsvoorstel tot wijziging van artikel 867 van het Gerechtelijk Wetboek, het wetsontwerp tot invoering van de wettelijke samenwoning, het wetsontwerp tot wijziging van sommige bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek betreffende de rechtspleging inzake huur van goederen en van de wet van 30 december 1975 betreffende goederen, buiten particuliere eigendommen gevonden of op de openbare weg geplaatst ter uitvoering van vonnissen tot uitzetting, het wetsontwerp houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, het wetsontwerp houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken, het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 24 februari 1921 betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica en het koninklijk besluit nr. 78, van 10 november 1967, betreffende de uitoefening van de geneeskunst, de verpleegkunde, de paramedische beroepen en de geneeskundige commissie, en het wetsontwerp houdende regeling van de inlichting- en veiligheidsdiensten.

Van 17 tot 19 uur zal een debat plaatsvinden over de toestand in Azië van april 1996 tot maart 1998. Om 19.30 uur zal de Senaat de agenda van de namiddagvergadering hervatten.

Tot slot stelt het Bureau voor dat de Senaat bijeenkomt op donderdag 16 juli 1998, om 9 uur voor de bespreking van het wetsontwerp betreffende de juridische eerste- en tweedelijnbijstand; het wetsontwerp betreffende criminele organisaties; het wetsvoorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en het wetsvoorstel tot wijziging van de nieuwe gemeentewet, de gemeentekieswet, de wet van 19 oktober 1921 tot regeling van de provincieraadsverkiezingen, de wet van 11 april 1994 tot organisatie van de geautomatiseerde stemming en de wet van 7 juli 1994 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezing van de provincieraden en de gemeenteraden en voor de rechtstreekse verkiezing van de raden voor maatschappelijk welzijn, strekkende tot de oprichting van districten en de organisatie van de rechtstreekse verkiezing van hun raden.

De Senaat zal zich ook buigen over het voorstel van bijzondere wet tot beperking van de cumulatie van het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad, van de Waalse Gewestraad, van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad en van de Raad van de Duitstalige Gemeenschap met andere ambten, het wetsvoorstel tot beperking van de cumulatie van het mandaat van federaal parlementslid en Europees parlementslid met andere ambten, het wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 6 augustus 1931 houdende vaststelling van de onverenigbaarheden en ontzeggingen betreffende de ministers, gewezen ministers en ministers van Staat, alsmede de leden en gewezen leden van de Wetgevende Kamers ten einde een aantal nieuwe onverenigbaarheden en ontzeggingen alsook nieuwe verplichtingen inzake de indiening van een lijst van mandaten, ambten en beroepen vast te stellen, het wetsvoorstel tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde, het wetsvoorstel betreffende de burgerrechtelijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van burgemeester en schepenen, het wetsvoorstel tot verbetering van het stelsel van politiek verlof voor gemeenteraadsleden, provincieraadsleden, burgemeesters en schepenen in de openbare en de particuliere sector, het wetsvoorstel strekkende om de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten aan te passen aan de hervorming der instellingen en het wetsvoorstel tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen.

Om 15 uur, na de inoverwegingneming van voorstellen en de mondelinge vragen, zal de Senaat eventueel de agenda van de ochtendvergadering hervatten. Vanaf 19 uur zullen naamstemmingen over het geheel van de afgehandelde agendapunten plaatsvinden. Tenslotte zullen wij de vragen om uitleg horen. (Instemming.)





WETSVOORSTEL
BETREFFENDE DE BESTRAFFING VAN CORRUPTIE


Aangehouden stemmingen


- Met een meerderheid van 53 tegen 5 stemmen wordt het amendement nr. 3 van de heer Raes op artikel 3 niet aangenomen; 1 lid heeft zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Buelens, Ceder, Raes, Van Hauthem, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Bock, Bourgeois, Boutmans, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, Coene, Daras, Dardenne, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Dua, Erdman, Foret, Goovaerts, Goris, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Jonckheer, Lallemand, Leduc, Lizin, Loones, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Vandenbroeke, Van der Wildt, Van Goethem , Vautmans, Vergote, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Devolder.

De heer Devolder (VLD). - Ik ben afgesproken met de heer Delcroix.

- Met eenzelfde meerderheid wordt het amendement nr. 20 van de heer Raes op artikel 3 niet aangenomen; één lid heeft zich onthouden.

- Artikel 3 wordt aangenomen.

- Met eenzelfde meerderheid wordt het amendement nr. 5 van de heer Raes op artikel 4 niet aangenomen; één lid heeft zich onthouden.

- Artikel 4 wordt aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





NAAMSTEMMINGEN



De Voorzitter. - Wij moeten ons nu uitspreken over het wetsontwerp houdende instemming met de volgende Internationale Akten :

1° Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Hongarije;

2° Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Republiek Polen;

3° Protocol bij het Noord-Atlantisch Verdrag betreffende de toetreding van de Tsjechische Republiek, ondertekend te Brussel op 16 decembre 1997.

- Het wetsontwerp wordt met 52 tegen 5 stemmen aangenomen; 3 leden hebben zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Buelens, Busquin, Caluwé, Cantillon, Ceder, Chantraine, G. Charlier, Coene, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, Devolder, D'Hooghe, Erdman, Foret, Goovaerts, Goris, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Leduc, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Raes, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken, Weyts, Willame-Boonen.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Boutmans, Dua, Loones, Vandenbroeke.



Onthouden hebben zich : de leden :

Daras, Dardenne, Jonckheer.

- Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

De Voorzitter. - Wij moeten nu stemmen over het wetsontwerp houdende instemming met het Statuut van de Internationale Studiegroep voor Koper, en met de Bijlage, aangenomen door de Conferentie van de Verenigde Naties op 24 februari 1989;

houdende instemmingen met het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de afbakening van het continentaal plat, en Bijlage, en briefwisseling en met het Verdrag tussen het Koninkrijk België en het Koninkrijk der Nederlanden inzake de afbakening van de territoriale zee, ondertekend te Brussel op 18 december 1996;

houdende instemming met volgende Internationale Akten :

1° Vijfde Protocol ter aanvulling van de constitutie van de Wereldpostvereniging;

2° Algemeen Reglement van de Wereldpostvereniging, en Bijlage;

3° Wereldpostconventie, en Slotprotocol;

4° Overeenkomst betreffende de postcolli, en Slotprotocol;

5° Overeenkomst betreffende de postwissels;

6° Overeenkomst betreffende de dienst der postcheques, en

7° Overeenkomst betreffende de rembourszendingen, gedaan te Seoel op 14 september 1994;

houdende instemming met het Verdrag betreffende de burgerrechtelijke aspecten van internationale ontvoering van kinderen, gedaan te 's-Gravenhage op 25 oktober 1980, tot opheffing van de artikelen 2 en 3 van de wet van 1 augustus 1985 houdende goedkeuring van het Europees Verdrag betreffende de erkenning en de tenuitvoerlegging van beslissingen inzake het gezag over kinderen en betreffende het herstel van het gezag over kinderen, opgemaakt te Luxemburg op 20 mei 1980, alsook tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek;

houdende instemming met de aanvullende Overeenkomst ondertekend te Brussel op 6 maart 1995, tot wijziging van de Overeenkomst tussen België en Portugal tot het vermijden van dubbele belasting en tot regeling van sommige andere aangelegenheden inzake belasting naar het inkomen, en van het slotprotocol, ondertekend te Brussel op 16 juli 1969;

houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van Roemenië tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, gedaan te Brussel op 4 maart 1996;

houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Mauritius tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Brussel op 4 juli 1995;

houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Republiek Zuid-Afrika tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen, ondertekend te Pretoria op 1 februari 1995;

houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Regering van het Koninkrijk België en de Regering van de Republiek Belarus tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 7 maart 1995;

houdende instemming met de Overeenkomst tussen Spanje en België tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan en het ontduiken van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, ondertekend te Brussel op 14 juni 1995;

houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds, gedaan te Brussel op 10 april 1997;

houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Republiek Moldavië, anderzijds, gedaan te Brussel op 15 mei 1997;

houdende instemming met het Protocol bij de Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Russische Federatie, anderzijds, gedaan te Brussel op 21 mei 1997;

houdende instemming met het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet-onderscheidende werking te hebben, aangenomen te New York op 13 oktober 1995;

houdende instemming met een uitvoering van het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, 1969, en Bijlage, gedaan te Londen op 27 november 1992, en houdende wijziging van de wet van 20 juli 1976 houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door olie, en van de Bijlage, opgemaakt te Brussel op 29 november 1969;

houdende instemming met het Protocol van 1992 tot wijziging van het Internationaal Verdrag van 1971 ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, gedaan te Londen op 27 november 1992 en houdende wijziging van de wet van 6 augustus 1993 houdende goedkeuring en uitvoering van het Internationaal Verdrag ter oprichting van een Internationaal Fonds voor vergoeding van schade door verontreiniging door olie, opgemaakt te Brussel op 18 december 1971 en van het Protocol bij dit Verdrag, opgemaakt te Londen op 19 november 1976;

houdende instemming met het Protocol van overeenkomst tussen het Koninkrijk België en de Internationale Douaneraad betreffende het behoud van de zetel van de Wereld Douane Organisatie in Brussel, ondertekend te Brussel op 7 februari 1997.

De heer Hostekint (SP), verslaggever. - Belarus moet nog meer inspanningen leveren om tot een volwaardige democratie uit te groeien. Dit verdrag is een middel om dit land uit het internationaal isolement te halen en om bij te dragen tot de vrijlating van de Belgische buschauffeur Willy Solie. Ik dank trouwens de minister, de voorzitter van de commissie voor buitenlandse zaken en de ambassadeur van Belarus in ons land voor hun inspanningen.

De wetsontwerpen worden eenparig door de 61 aanwezige leden aangenomen.



Hebben aan de stemming deelgenomen : de leden :

Anciaux, Bock, Bourgeois, Boutmans, Buelens, Busquin, Caluwé, Cantillon, Ceder, Chantraine, G. Charlier, Coene, Daras, Dardenne, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, Devolder, D'Hooghe, Dua, Erdman, Foret, Goovaerts, Goris, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Jonckheer, Lallemand, Leduc, Lizin, Loones, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Raes, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Vandenbroeke, Van der Wildt, Van Goethem, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken, Weyts, Willame-Boonen.

De Voorzitter. - De westsontwerpen zullen aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wij moeten ons nu uitspreken over de wetsontwerpen houdende instemming met het protocol inzake het verbod of de beperking van het gebruik van mijnen, valstrikmijnen en andere mechanismen, zoals gewijzigd op 3 mei 1996 (Protocol II, zoals gewijzigd op 3 mei 1995) gehecht aan het verdrag inzake het verbod of de beperking van het gebruik van bepaalde conventionele wapens die geacht kunnen worden buitensporig leed te veroorzaken of een niet onderscheidende werking te hebben, aangenomen te Genève op 3 mei 1996 en houdende instemming met het verdrag inzake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997.

De wetsontwerpen worden eenparig door de 61 aanwezige leden aangenomen.



Hebben aan de stemming deelgenomen : de leden :

Anciaux, Bock, Bourgeois, Boutmans, Buelens, Busquin, Caluwé, Cantillon, Ceder, Chantraine, G. Charlier, Coene, Daras, Dardenne, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, Devolder, D'Hooghe, Dua, Erdman, Foret, Goovaerts, Goris, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Jonckheer, Lallemand, Leduc, Lizin, Loones, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Raes, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Vandenbroeke, Van der Wildt, Van Goethem, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken, Weyts, Willame-Boonen.

De Voorzitter. - De wetsontwerpen zullen aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

- Wij stemmen nu over het wetsvoorstel betreffende de bestraffing van corruptie.

- Het wetsvoorstel wordt eenparig door de 61 aanwezige leden aangenomen en zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.



Hebben aan de stemming deelgenomen : de leden :

Anciaux, Bock, Bourgeois, Boutmans, Buelens, Busquin, Caluwé, Cantillon, Ceder, Chantraine, G. Charlier, Coene, Daras, Dardenne, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, Devolder, D'Hooghe, Dua, Erdman, Foret, Goovaerts, Goris, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Jonckheer, Lallemand, Leduc, Lizin, Loones, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Raes, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Vandenbroeke, Van der Wildt, Van Goethem, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken, Weyts, Willame-Boonen.





WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE WET VAN 4 JULI 1989 BETREFFENDE DE BEPERKING EN DE CONTROLE VAN DE VERKIEZINGSUITGAVEN VOOR DE VERKIEZINGEN VAN DE FEDERALE KAMERS, DE FINANCIERING EN DE OPEN BOEKHOUDING VAN DE POLITIEKE PARTIJEN


Bespreking


Mevrouw Van der Wildt (SP), verslaggever. - De Commissie voor de binnenlandse aangelegenheden heeft de twee amendementen van de heer Foret en mevrouw Cornet d'Elzius besproken, die haar vanmorgen werden overgezonden.

Het eerste amendement strekt ertoe de termijn voor de consolidatie van de rekeningen op te trekken van 90 naar 120 dagen. De arrondissementele federaties en de parlementaire fracties moeten de tijd krijgen om hun werk af te maken. Het huishoudelijk reglement van de controlecommissie zal worden moeten aangepast. De commissie heeft dit amendement unaniem aanvaard.

Het andere amendement strekt ertoe de taak van bedrijfsrevisor beter te omschrijven. De commissie nam eenparig de volgende formulering aan : « Dit verslag geldt als een verklaring overeenkomstig de algemene controlenormen van het Instituut voor Bedrijfsrevisoren ».

De commissie nam de aldus geamendeerde artikelen 11 en 14 van het ontwerp aan. (Applaus.)

De heer Loones (VU). - De amendementen van de heer Foret zijn zinvol, maar er zijn andere amendementen die nog zinvoller zijn en die niet worden aanvaard. Men wil enkel de amendementen goedkeuren van de deelnemers aan de werkgroep Langendries.

- De bespreking is gesloten.



Aangehouden stemmingen


- Met een meerderheid van 41 stemmen tegen 18 worden de amendementen nrs. 20 en 21 van de heer Coene op artikel 2 niet aangenomen; 1 lid heeft zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Boutmans, Ceder, Coene, Daras, Dardenne, Dua, Goovaerts, Goris, Jonckheer, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Devolder.

- Met een meerderheid van 41 stemmen tegen 13 wordt het amendement nr. 22 van de heer Coene op artikel 2 niet aangenomen; 6 leden hebben zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Ceder, Coene, Goovaerts, Goris, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Boutmans, Daras, Dardenne, Devolder, Dua, Jonckheer.

- Met een meerderheid van 46 stemmen tegen 16 wordt het amendement nr. 23 van de heer Coene niet aangenomen; 1 lid heeft zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Buelens, Ceder, Coene, Goovaerts, Goris, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Boutmans, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, Daras, Dardenne, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Dua, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Jonckheer, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Devolder.

- Met een meerderheid van 41 stemmen tegen 14 wordt het amendement nr. 24 van de heer Coene niet aangenomen; 6 leden hebben zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Buelens, Ceder, Coene, Goovaerts, Goris, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Boutmans, Daras, Dardenne, Devolder, Dua, Jonckheer.

- Artikel 2 wordt aangenomen.

- Met een meerderheid van 41 stemmen tegen 19 wordt het amendement nr. 25 van de heer Coene op artikel 3 niet aangenomen; 1 lid heeft zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Boutmans, Buelens, Ceder, Coene, Daras, Dardenne, Dua, Goovaerts, Goris, Jonckheer, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Devolder.

- Artikel 3 wordt aangenomen.

- Met een meerderheid van 41 stemmen tegen 19 worden de amendementen nrs. 26, 27, 28 en 29 van de heer Coene om nieuwe artikelen 3bis, 3ter, 3quater en 3quinquies in te voeren, niet aangenomen; 1 lid heeft zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Boutmans, Buelens, Ceder, Coene, Daras, Dardenne, Dua, Goovaerts, Goris, Jonckheer, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Devolder.

Met een meerderheid van 45 stemmen tegen 14 worden de amendementen nr. 17 van de heer Van Hauthem en nr. 30 van de heer Coene op artikel 4 niet aangenomen; 1 lid heeft zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Buelens, Ceder, Coene, Goovaerts, Goris, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Boutmans, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, Daras, Dardenne, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Dua, Erdman, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Jonckheer, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Devolder.

- Artikel 4 wordt aangenomen.

- De amendementen nr. 31 van de heer Coene en nr. 18 van de heer Van Hauthem op artikel 5 worden niet aangenomen.

- Artikel 5 wordt aangenomen.

- De amendementen nr. 32 van de heer Coene en nr. 19 van de heer Van Hauthem op artikel 7 worden niet aangenomen.

- Artikel 7 wordt aangenomen.

- Het amendement nr. 33 van de heer Coene op artikel 8 wordt niet aangenomen.

- Artikel 8 wordt aangenomen.

- Het amendement nr. 34 van de heer Coene op artikel 9 wordt niet aangenomen.

- Artikel 9 wordt aangenomen.

- Het amendement nr. 35 van de heer Coene op artikel 11 wordt niet aangenomen.

- Met een meerderheid van 41 stemmen tegen 14 wordt het amendement nr. 36 van de heer Coene op artikel 11 niet aangenomen; 6 leden hebben zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Buelens, Ceder, Coene, Goovaerts, Goris, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Boutmans, Daras, Dardenne, Devolder, Dua, Jonckheer.

- Artikel 11 wordt aangenomen.

- Met een meerderheid van 41 stemmen tegen 19 wordt het amendement nr. 37 van de heer Coene op artikel 12 niet aangenomen; 1 lid heeft zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Boutmans, Buelens, Ceder, Coene, Daras, Dardenne, Dua, Goovaerts, Goris, Jonckheer, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Onthouden hebben zich : de leden :

Devolder.

- Artikel 12 wordt aangenomen.

- Artikel 14 wordt aangenomen.





NAAMSTEMMING



De heer Daras (Ecolo) (in het Frans). - Sedert het ontstaan van de wetgeving op de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen zijn er geregeld verbeteringen in aangebracht. Men zou kunnen geloven dat ook dit ontwerp vandaag soortgelijke verbeteringen aanbrengt. De regeling bevat echter duidelijk lacunes die in de commissie aan het licht gekomen zijn.

De partijen die niet vertegenwoordigd zijn in de werkgroep-Langendries hebben niet echt de mogelijkheid om wijzigingen aan te brengen. Ik betreur in het bijzonder dat men de Koning niet de mogelijkheid heeft geboden de registratie en de bekendmaking van de schenkers te regelen.

Daarom zullen wij ons onthouden.

De heer Coene (VLD). - Hoewel dit wetsontwerp een aantal verbeteringen aanbrengt aan de wet van 4 juli 1989, hebben wij twee belangrijke redenen om het niet goed te keuren.

Men heeft aan artikel 1 op een discrete wijze een bepaling toegevoegd waardoor de extra betoelaging van Waalse politieke partijen door de Waalse Gewestraad wordt gelegaliseerd.

Een normale kiesstrijd in het unitaire kiesarrondissement wordt hierdoor onmogelijk gemaakt. Een federale wet wordt feitelijk omzeild met de steun van de SP en de CVP.

Een tweede reden is dat de meerderheidspartijen vasthouden aan de controle door parlementsleden. Zij controleren als het ware zichzelf. Ook ons amendement dat een verplicht advies van het Rekenhof wil invoeren, werd verworpen.

Ik herhaal de oproep om tijdens de verkiezingsperiode alle propaganda in ledenbladen te weren.

Onze bezwaren tegen dit ontwerp zijn zo fundamenteel dat wij tegen zullen stemmen. (Applaus bij de VLD en de PRL.)

Het ontwerp wordt aangenomen met 41 tegen 14 stemmen; 6 leden hebben zich onthouden.



Voor hebben gestemd : de leden :

Bock, Bourgeois, Busquin, Caluwé, Cantillon, Chantraine, G. Charlier, de Bethune, De Decker, Delcourt-Pêtre, Desmedt, D'Hooghe, Erdman, Foret, Happart, Hatry, Hazette, Hostekint, Hotyat, Jeanmoye, Lallemand, Lizin, Mahoux, Maximus, Mayence-Goossens, Merchiers, Milquet, Moens, Nothomb, Olivier, Pinoie, Poty, Santkin, Sémer, Staes, Thijs, Vandenberghe, Van der Wildt, Van Goethem, Weyts, Willame-Boonen.



Tegen hebben gestemd : de leden :

Anciaux, Buelens, Ceder, Coene, Goovaerts, Goris, Leduc, Loones, Raes, Vandenbroeke, Van Hauthem, Vautmans, Vergote, Verreycken.



Onthouden hebben zich : de leden :

Boutmans, Daras, Dardenne, Devolder, Dua, Jonckheer.

Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.





SAMENGEVOEGDE VRAGEN OM UITLEG VAN MEVROUW THIJS EN MEVROUW LEDUC AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN LANDSVERDEDIGING, BELAST MET ENERGIE
over « de Amerikaanse basis van Zutendaal ».


Mevrouw Thijs (CVP). - In het kader van een grootschalig hervormingsplan van het Amerikaanse leger zullen een aantal buitenlandse basissen gesloten worden. In de Benelux bevinden zich zes Amerikaanse basissen waarvan het depot van Zutendaal het enige in België is. In Zutendaal werken 17 Amerikaanse en 187 Belgische personeelsleden.

De Belgische personeelsleden zijn niet statutaire contractuelen die ressorteren onder het ministerie van landsverdediging. De Amerikaanse overheid komt tussen ten belope van 1,5 % van de personeelskosten. De gemeente Zutendaal krijg 5 miljoen per jaar.

Het Amerikaanse leger zou de basis van Zutendaal willen houden omdat zij over verschillende troeven beschikt. Het dossier zou op dit ogenblik bij de stafchef van het Amerikaanse leger liggen.

De Belgische ministers van defensie en van buitenlandse zaken zullen zich met het dossier moeten inlaten. De Amerikanen zouden het vooral over de sociale lasten van het plaatselijk personeel willen hebben. Zij zouden al onderhandelingen voeren met Nederland en Luxemburg.

Is het bericht over de sluiting van het militair depot van Zutendaal correct ? Heeft de Amerikaanse overheid al contact opgenomen over een eventuele sluiting ? Zo ja, wordt ons land betrokken bij de besprekingen over het sluitingsscenario ?

Is het belgische ministerie van landsverdediging bereid om tussenbeide te komen in een eventuele kostendeling ? Bestaat er een alternatief voor de 187 bedreigde Belgische arbeidsplaatsen ? Is het juist dat de sluiting pas eind 1999 zou ingaan ? Hebben de ministers van landsverdediging en buitenlandse zaken al informatie opgevraagd bij het Pentagon, en zo ja, welke ? Had de minister al contact met zijn Amerikaanse collega Cohen ?

Mevrouw Leduc (VLD). - De Amerikaanse basissen in de Benelux moeten logistieke ondersteuning bieden bij noodsituaties. Zij speelden een rol tijdens de Golfoorlog en in het Bosnisch conflict. Zij worden ook ingeschakeld bij humanitaire of VN-missies.

Het Pentagon wil het personeelsbestand in Europa met 1 200 personen inkrimpen. Zij heeft nog niet officieel bekendgemaakt welke basissen gesloten zullen worden. Zij benadrukte wel dat na de beslissing nog steeds onderhandeld kan worden.

Vast staat dat de basis in Zutendaal voor sluiting in aanmerking komt. Daardoor zouden 189 personeelsleden hun werk verliezen. Verontrustend is vooral dat Nederland en Luxemburg meteen onderhandelingen met de Amerikaanse overheid aanknoopten. Van Belgische zijde zou er nog geen sprake zijn van contacten.

De Amerikanen zouden de basis van Zutendaal willen behouden omwille van haar strategische ligging, het hoge productieniveau en het kwaliteitswerk. In vergelijking met andere basissen is ook de kostprijs van Zutendaal vrij laag.

Ik besluit daaruit dat enkel het gebrek aan interesse van de Belgische overheid aan de basis van een mogelijke sluiting zou kunnen liggen.

Weet de minister hoeveel basissen de Amerikanen willen sluiten en over welke basissen het gaat ? Heeft de regering het behoud van de basis in Zutendaal bepleit ? Is er overleg met het Pentagon geweest en met welk resultaat ? Werden de troeven van Zutendaal voldoende uitgespeeld ? Hoe reageerde de Amerikaanse overheid ? Speelt het werkgelegenheidsargument geen rol ?

De heer Poncelet, vice-eerste minister en minister van landsverdediging, belast met energie. - De mogelijke sluiting van één of twee Amerikaanse opslagplaatsen voor materieel ligt nog ter studie bij het Pentagon. We zullen pas in het najaar het resultaat kennen.

Tijdens een gesprek met mijn collega Cohen heb ik het onder meer over Zutendaal gehad. De Amerikaanse minister heeft mij toen gezegd dat de Amerikaanse autoriteiten het gastland zo vroeg mogelijk op de hoogte zullen brengen van eventuele sluitingsplannen, en dat kan onderhandeld worden over het sluitingsscenario. Ook het personeel wordt hierbij betrokken.

Onze militaire attaché in Washington zegde mij dat de sluiting niet tijdens het fiscaal jaar 1999 verwacht moet worden.

Mevrouw Thijs (CVP). - Heeft de regering wel voldoende gedaan om de basis hier te houden ? De tweehonderd mensen die er werken verdienen toch een bijkomende inspanning. Zeker als we weten dat de Amerikanen ook met Nederland en Luxemburg onderhandelen. Limburg kent al een hoge werkloosheidsgraad.

Ik vind het belangrijk dat de minister geregeld contact opneemt met zijn Amerikaanse collega. Wordt hij overigens bij de besprekingen betrokken ?

Mevrouw Leduc (VLD). - De contacten met Cohen komen redelijk laat. Volgens sommigen gaat het om een politieke beslissing. Anderen zijn van mening dat de Amerikanen met onze troeven rekening zullen houden. Ik vraag de minister dan ook met zijn Amerikaanse collega in contact te blijven.

De heer Poncelet, vice-eerste minister en minister van landsverdediging, belast met energie. - Ik bevestig dat mijn collega van buitenlandse zaken en ikzelf contact houden met de Amerikanen om de sluiting te voorkomen.

- De incidenten zijn gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW DELCOURT-PETRE AAN DE STAATSSECRETARIS VOOR ONTWIKKELINGSSAMENWERKING,
over « de humanitaire toestand in Zuid-Soedan »


Mevrouw Delcourt-Pêtre (PSC) (in het Frans). - Mijnheer de staatssecretaris, u bent de voorbije weken tot tweemaal toe naar Soedan gereisd. U hebt de humanitaire situatie daar kunnen evalueren. Wat was het doel van die bezoeken ? Wat zijn de resultaten ervan ? Hoe schat u de humanitaire situatie in het zuiden van Soedan in ? Wat zijn de noden ? Geraakt de huidige hulp op een meer structurele wijze georganiseerd ?

In Soedan zijn er ernstige problemen met de eerbiediging van de mensenrechten. Een van de meest schrijnende is dat van de kind-soldaten. Het LRA zou talrijke Oegandese kinderen ontvoeren om ze in te schakelen in de burgeroorlog. Ze zouden hersenspoelingen en andere fysische en psychologische mishandelingen moeten ondergaan. Het LRA zou de steun genieten van Soedan. Hoe is de toestand in werkelijkheid ? Welke internationale initiatieven worden genomen om dit fenomeen te bestrijden ? Wat is uw beleid ?

Het andere grote probleem is dat van de slavernij. Volgens sommige inlichtingen zouden gewapende moslimmilities razzia's organiseren in Zuid-Soedan. Vrouwen en kinderen zouden ontvoerd en verhandeld worden. Klopt het dat een NGO zich bezighoudt met het terugkopen van de slaven ? Wat is het internationale en het Belgische beleid terzake ?

Bovendien wordt Soedan ervan beschuldigd het moslimterrorisme te steunen. Wat is het internationale en Europese standpunt terzake ? Worden internationale sancties genomen ten aanzien van Soedan ?

Soedan kampt dus met talrijke problemen. De mensenrechten worden door de regering, noch de oppositiebewegingen geërbiedigd. Hoe kan men de internationale gemeenschap hiervoor sensibiliseren ?

De heer Moreels, staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking (in het Frans). - Het is juist dat de humanitaire en politieke toestand in Soedan de publieke opinie niet echt beroert. Ik ben tweemaal naar dit land gereisd. Mijn eerste bezoek was van humanitaire aard en volgde op een reis naar zuidelijk Afrika ter voorbereiding van de internationale conferentie over de wapenhandel. Tijdens dit eerste bezoek ben ik vooral in Lokichokio geweest, dat op de toegangsweg vanuit Kenya ligt en dat een echte humanitaire stad is geworden. Sedert 1989, weliswaar met enige onderbreking, passeert de operatie Life Land Soudan via deze stad, alsook het wereldvoedselprogramma en de hulp van het Internationale Rode Kruis.

Mijn tweede bezoek was veeleer van politieke aard. Ik was in Khartoum en Wau, een stad die nog steeds door de regering wordt gecontroleerd.

Wellicht heeft u op de televisie de beelden gezien van een dorp in de woestijn. Vele mensen stromen er toe om aan voedsel te geraken. Ik werd getroffen door de graad van ondervoeding van de kinderen, waarvan sommigen qua lengte en gewicht tot 60% onder het normale liggen.

Het begrip humanitaire corridor is achterhaald omdat de bevolking zelf deze corridors uittekent. Het kan haar weinig schelen wie het grondgebied controleert dat zij doorkruisen.

De situatie in Soedan is zeer erg. Wij hebben dat niet meer gekend sinds de hongersnood van 1985-1986 in de Hoorn van Afrika. De Belgische regering heeft 40 miljoen steun toegekend. Het gaat om voedselhulp, maar ook zaaigoed en werktuigen worden gestuurd voor wie nog in staat is de grond te bewerken. Tweederde van de hulp komt via Kenia, wat een probleem doet rijzen met Khartoem.

Op politiek gebied evolueren de grondwettelijke hervormingen, tot stand gebracht door het vredesakkoord van 21 april 1996 tussen de centrale regering en rebellerende groepen, nog steeds. De situatie is zeer complex en kan niet herleid worden tot een Noord-Zuid-tegenstelling. Ook de regering is verdeeld tussen twee strekkingen.

Het akkoord van april 1998 vermeldt het bestaan van rechten voor minderheden, voorziet in een verdeling van de natuurlijke rijkdommen en een verdeling van de bevoegdheden tussen de centrale staat en de lokale overheden. Op mijn vraag heeft de minister van buitenlandse zaken van Soedan bevestigd dat de charia voor hem van toepassing bleef.

Als gevolg van de onderhandelingen van november 1997 in Naïrobi lijkt een consensus tot stand te komen voor het zelfbeschikkingsrecht van het Zuiden, voor de instelling van een confederatie, voor de vastlegging van de grens rond de 13e breedtegraad en voor de uniforme niet-toepassing van de charia. De onderhandelingen van Khartoem schrijven een volksraadpleging voor in het Zuiden, binnen vijf jaar. De onderhandelingen worden in augustus 1998 in Addis Abeba voortgezet. Ik heb onlangs een klad gekregen van de grondwet, uit april '98, met een gedetailleerde bevoegdheidsverdeling.

Twee problemen blijven onopgelost. Er is geen overeenstemming over de precize vastlegging van de grens rond de 13e breedtegraad, want deze zone bevat olie en goud. De verdeling blijft een belangrijke economisch probleem. Ondanks de bevestiging door de minister van buitenlandse zaken dat een lokale regering gemachtigd is de charia niet toe te passen, blijft een goedkeuring van het parlement noodzakelijk. Bovendien had men mij de benoeming van drie christelijke gouverneurs in het Zuiden voorgesteld als een vooruitgang. Ik heb echter vernomen dat die drie gouverneurs zich tot de Islam hebben bekeerd.

Wij willen een kritische aanwezigheid in Soedan verzekeren, veeleer dan een moraliserende afwezigheid. De VS zijn eerder te vinden voor het isolement.

Samen met onze Europese collega's wijzen wij dit isolement om politieke en humanitaire redenen af, zelfs al is de dialoog soms moeilijk.

Er is inderdaad een ernstig probleem van verdwenen kinderen in Soedan. Meer dan 8 000 kinderen werden door een terroristische organisatie, de Lord's Resistance Army, ontvoerd.

Die kinderen worden mishandeld, verkracht en gedwongen hun ouders te doden. Ze worden in het zuiden van Soedan vastgehouden in een zone die door de regering wordt gecontroleerd. Ik heb aan de regering gevraagd om een gebaar te stellen door druk uit te oefenen op die organisatie opdat die kinderen zouden worden vrijgelaten op het ogenblik dat in Brussel het congres wordt gehouden over de illegale wapenhandel. Het is moeilijk die kinderen op te sporen. Het is niet zeker dat de regering deze taak ter harte zal nemen. Ook UNICEF probeert deze kinderen te redden.

Er is geen duidelijkheid over de slavernij. Blijkbaar is de toestand comlex, want er bestaat een zeer oude traditie van kinderruil tussen families en clans die geen echte slavernij is.

Mevrouw Delcourt-Pêtre (PSC) (in het Frans). - Ik dank de minister voor de toelichting en ben het met hem eens dat de toestand tragisch is. Denkt hij dat wij de humanitaire hulp, gelet op de omvang van de hongersnood, lang genoeg zullen kunnen volhouden ?

De heer Moreels, staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking (in het Frans). - De humanitaire hulp wordt gecontroleerd door het wereldvoedselprogramma en passeert via betrouwbare Soedanese en internationale organisaties.

Ik denk niet dat de hulp zal worden afgewend.

Net zoals u heb ik de oproep op de televisie gezien. Die zes miljard is nodig, drie miljard is reeds beschikbaar in de internationale gemeenschap. Zelf heb ik de beschikbare fondsen op mijn begroting gebruikt. Wij hopen dat de bespreking over de verdwenen kinderen, die in Rome plaatsvond, een reactie van de internationale gemeenschap mogelijk zal maken.

Mevrouw Delcourt-Pêtre (PSC) (in het Frans). - Wordt de kritische houding van België door de andere Europese lidstaten gesteund ? Is dit voldoende ?

De heer Moreels, staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking (in het Frans). - De andere lidstaten onderhouden een kritische dialoog. Wij wachten op de resultaten van de besprekingen in Addis Abeba voor we tot een evaluatie overgaan. De besprekingen tussen Soedan en Europa enerzijds en tussen Soedan en de Arabische landen anderzijds, lijken ons interessanter dan het isolement.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW LEDUC AAN DE MINISTER VAN TEWERKSTELLING EN ARBEID EN AAN DE MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN,
over « de houding van de RSZ-administratie inzake de toepassing van de wet van 1 september 1997 in de tuinbouw- en fruitteeltsector »


Mevrouw Leduc (VLD). - Sedert de wetswijziging van 1 september 1997 wordt bij een inbreuk op de reglementering voor de tuinbouw- en fruitteeltsector het verlies van het RSZ-voordeel beperkt tot de arbeiders voor wie de inbreuk werd vastgesteld. Daarbij blijft het verlies beperkt tot één kwartaal, namelijk het kwartaal van de vaststelling. De ingreep was zeker noodzakelijk aangezien honderden telers buiten verhouding werden bestraft voor beperkte onregelmatigheden in hun administratie, terwijl zij in vele gevallen voor 90 tot 95 % in orde waren met alle op dat ogenblik geldende verplichtingen.

Ondanks deze wetswijzigingen stellen wij nu vast dat er voor vele telers in de praktijk niets is veranderd. De administratie van de RSZ houdt zich niet aan de richtlijnen van de minister. Bij de RSZ is men van oordeel dat de nieuwe wet niet kan en niet zal toegepast worden op lopende dossiers, dat wil zeggen indien de feiten werden vastgesteld voor de nieuwe wet in voege trad. De minister van tewerkstelling en arbeid, mevrouw Smet, heeft nochtans in 1996 in een antwoord op een vraag om uitleg duidelijk medegedeeld dat de procedure wordt gevolgd die ook in het Strafrecht geldt. Dat wil zeggen dat de regeling geldt voor alle lopende dossiers.

De huidige toestand is onaanvaardbaar en ik vraag de minister met aandrang de nodige maatregelen te treffen zodat de richtlijnen op het terrein worden toegepast. Op dit ogenblik worden enorme procedureslagen uitgevochten. Deze fruitboeren dreigen nu niet alleen onterechte bestraffing op te lopen maar ook extra zwaar beboet te worden aangezien de interesten blijven lopen in dossiers die reeds jaren aanhangig zijn.

Is de minister op de hoogte van het feit dat de RSZ-administratie de nieuwe wetgeving op de lopende dossiers niet toepast ? De houding van de RSZ-administratie is des temeer frappant aangezien de wetgeving niet uniform wordt toegepast. Het blijkt dat in uitzonderlijke gevallen voor de lopende dossiers wel rekening wordt gehouden met de nieuwe wetgeving.

Zal de minister aandringen op de democratische toepassing van deze nieuwe wet ?

Ik woon reeds jaren in de fruitstreek en ken de situatie van de fruittelers. Ik vraag er begrip voor.

Mevrouw De Galan, minister van sociale zaken. - De oude regelgeving werd gewijzigd door mijn departement en het departement van mevrouw Smet.

Het probleem dat mevrouw Leduc aanhaalt is gelijkaardig aan het probleem van het register van de zelfstandige verplegers : ook zij worden zwaar beboet bij kleine inbreuken terwijl zij voor 90 à 95 % in orde zijn. Het belet echter niet dat mensen die te kwader trouw handelen, moeten worden bestraft.

Het is juist dat de RSZ de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 juli 1997 niet toepast voor de overtredingen die werden begaan voor de datum van de inwerkingtreding van dit koninklijk besluit, namelijk 1 september 1997. Aangezien de reglementering van artikel 8bis van het koninklijk besluit van 28 november 1969, dat werd gewijzigd bij het koninklijk besluit van 18 juli 1997, niet van strafrechtelijke aard is, zijn de beginselen van het strafrecht niet van toepassing op een materie die tot het sociaal recht behoort.

Het sociaal recht schrijft voor dat de bepalingen inzake sociale zekerheid op een restrictieve manier moeten worden geïnterpreteerd. Er kan bijgevolg geen terugwerkende kracht worden gegeven aan de bepalingen van het koninklijk besluit van 18 juli 1997. Over de vraag of de bedoelde bepalingen al dan niet strafrechtelijk van aard zijn, bestaat er een meningsverschil tussen de juristen van onze administratie en de juristen van de RSZ.

Het verbaast me overigens dat sommige lopende dossiers toch zouden behandeld zijn geweest op grond van de nieuwe bepalingen. Dit druist in tegen de geldelijke behandeling van alle werkgevers en dat kan ik natuurlijk niet dulden.

Ik verzoek bijgevolg mevrouw Leduc mij de namen van de werkgevers naar wie zij verwijst, in vertrouwen mede te delen. Wij zullen de situatie dan onderzoeken en ervoor zorgen dat mensen die te goeder trouw handelden, niet ongelijk worden behandeld. Ik zal mevrouw Leduc persoonlijk op de hoogte houden van de evolutie van het dossier.

Mevrouw Leduc (VLD). - Ik dank mevrouw de minister voor haar eerlijk en correct antwoord. Ik zal haar de nodige informatie doorgeven. De dossiers waarover ik het had zijn inderdaad voor 95 % in orde.

Mevrouw De Galan, minister van sociale zaken. - Wat ik zeg, geldt niet voor de mensenhandel. Het gaat om mensen die bonafide werken.

Mevrouw Leduc (VLD). - Mijn dossiers hebben meestal betrekking op werkgevers die hun seizoenarbeiders maar in één van de twee registers hadden ingeschreven en die daarvoor werden gestraft.

- Het incident is gesloten.





INOVERWEGINGNEMING

In overweging te nemen voorstellen


A. Wetsvoorstellen :

Artikel 81 :

Wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 371bis in het Burgerlijk Wetboek, van mevrouw De Bethune (Gedr. St. 1-1014/1).

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 517 van het Gerechtelijk Wetboek houdende het verbod van deficitaire tenuitvoerleggingen, van mevrouw Maximus cs. (Gedr. St. 1-1021/1).

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 23 van de wet van 26 december 1956 op de Postdienst, van de heer Anciaux (Gedr. St. 1-1030/1).

Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 42bis van de samengeordende wetten betreffende de kinderbijslag voor loonarbeiders, van mevrouw Bea Cantillon (Gedr. St. 1-1031/1).

Wetsvoorstel tot beperking van de cumulatie van het mandaat van burgemeester, schepen en voorzitter van de raad voor maatschappelijk welzijn met andere ambten, van de heer Busquin cs. (Gedr. St. 1-1041/1).

B. Voorstellen van bijzondere wet :

Artikel 77 :

Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van het artikel 32, § 1, eerste en tweede lid, van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, van de heer Coveliers (Gedr. St. 1-1009/1).

Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming van de instellingen, van de heer Ludwig Caluwé cs. (Gedr. St. 1-1020/1).

- De voorstellen worden in overweging genomen.





INDIENING VAN EEN WETSONTWERP



De Voorzitter. - De regering heeft het volgende wetsontwerp ingediend :

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake het verbod op het gebruik, de opslag, de productie en de overdracht van antipersoonsmijnen en inzake de vernietiging ervan, gedaan te Oslo op 18 september 1997 (Gedr. St. 1-1053/1).





INDIENING VAN VOORSTELLEN



De Voorzitter. - De volgende voorstellen werden ingediend :

A. Wetsvoorstellen :

Artikel 77 :

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 13 juli 1987 betreffende het kijk- en luistergeld, van de heer Wim Verreycken (Gedr. St. 1-1054/1).

Wetsvoorstel betreffende de cumulatie van kandidaturen bij gelijktijdige verkiezingen voor de Wetgevende Kamers en het Europees Parlement, van de heer Pierre Jonckheer cs. (Gedr. St. 1-1056/1).

Voorstel van resolutie betreffende het totstandbrengen van een concreet plan voor wereldwijde en totale nucleaire ontwapening, van de heer Bert Anciaux (Gedr. St. 1-1058/1).

B. Voorstel van bijzondere wet :

Artikel 77 :

Voorstel van bijzondere wet betreffende de cumulatie van kandidaturen bij verkiezingen, van de heer Pierre Jonckheer cs. (Gedr. St. 1-1057/1)





VRAGEN OM UITLEG



De Voorzitter. - Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen :

van de heer Guy Verhofstad aan de vice-eerste minister en minister van landsverdediging, belast met energie, over « de conclusies inzake het disciplinaire onderzoek tegen majoor Peter Maggen » (nr. 1-545);

van mevrouw Anne-Marie Lizin aan de minister van buitenlandse zaken, over « het Europees beleid ten aanzien van Kosovo » (nr. 1-547);

van de heer Geert Van Goethem aan de minister van ambtenarenzaken, over « het Millenniumprobleem » (nr. 1-548).

Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.





VERZOEKSCHRIFTEN



De Voorzitter. - Bij verzoekschrift uit Koekelberg zendt de burgemeester van deze gemeente aan de Senaat een motie betreffende het decreet van het Vlaams Parlement houdende vaststelling van de voorwaarden voor getroffenen van repressie en epuratie en voor oorlogsslachtoffers om in aanmerking te komen voor een financiële tegemoetkoming, aangenomen door de gemeenteraad op 23 juni 1998.

Bij verzoekschrift uit La Louvière zendt de burgemeester van deze stad aan de Senaat een motie betreffende de toekenning van het stemrecht aan en de verkiesbaarheid van in België gevestigde buitenlanders bij de gemeenteraadsverkiezingen, aangenomen door de gemeenteraad op 29 juni 1998.





EVOCATIE



De Voorzitter. - De Senaat heeft bij boodschap van 7 juli 1998 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van :

Wetsontwerp houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (Gedr. St. 1-1049/1).

- Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de justitie.





NON-EVOCATIE



De Voorzitter. - Bij boodschap van 7 juli 1998 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de koninklijke bekrachtiging, het volgende niet geëvoceerde wetsontwerp :

Wetsontwerp betreffende de certificatie van effecten uitgegeven door handelsvennootschappen (Gedr. St. 1-1032/1).





RAADGEVEND COMITE VOOR BIO-ETHIEK



De Voorzitter. - Bij brief van 30 juni 1998 heeft de voorzitter van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek aan de voorzitter van de Senaat overgezonden, het advies nr. 6 van 8 juni 1998 betreffende de ethische normen voor de optimalisering van het aanbod en van de werkingscriteria van de centra voor invitrofertilisatie, uitgebracht met toepassing van artikel 8 van het Samenwerkingsakkoord van 15 januari 1993 houdende oprichting van een Raadgevend Comité voor Bio-ethiek.





NATIONALE DELCREDEREDIENST



De Voorzitter. - Bij brief van 30 juni 1998 heeft de nationale Delcrederedienst aan de voorzitter van de Senaat, overeenkomstig artikel 22 van de wet van 31 augustus 1939, het verslag overgezonden over de werkzaamheden van de Dienst tijdens het diensjaar 1997.





AMORTISATIEKAS



De Voorzitter. - Bij brief van 7 juli 1998 heeft de minister van financiën aan de Senaat overgezonden, overeenkomstig artikel 7 van de wet van 2 augustus 1955, gewijzigd door de wet van 4 april 1995 houdende fiscale en financiële beschikkingen, het verslag over de amortisatieverrichtingen van de Rijksschuld voor het jaar 1997.





BOODSCHAPPEN VAN DE KAMER



De Voorzitter. - Bij boodschappen van 2 juli 1998 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van 2 juli 1998 werden aangenomen :

Artikel 77 :

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel en van de wet van 1 september 1980 betreffende de toekenning en de uitbetaling van een vakbondspremie aan sommige personeelsleden van de overheidssector en aan de in die sector tewerkgestelde werklozen (Gedr. St. 1-1045/1).

Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de buitenlandse aangelegenheden.

Wetsontwerp houdende omzetting in Belgisch gerechtelijk recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (Gedr. St. 1-1050/1).

Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de justitie.

Artikel 78 :

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 43 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966 (Gedr. St. 1-1044/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 3 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is maandag 20 juli 1998.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 juli 1967 betreffende de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de wet naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector (Gedr. St. 1-1046/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 3 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is maandag 20 juli 1998.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de belasting over de toegevoegde waarde (Gedr. St. 1-1047/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 3 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is maandag 20 juli 1998.

Wetsontwerp tot bekrachtiging van het koninklijk besluit van 24 januari 1997 tot wijziging van de wet van 8 november 1993 tot bescherming van de titel van psycholoog teneinde uitvoering te geven aan de Richtlijn 89/48/EEG van de Raad van 21 december 1988 betreffende een algemeen stelsel van erkenning van hoger onderwijsdiploma's waarmee beroepsopleidingen van ten minste drie jaar worden afgesloten (Gedr. St. 1-1048/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 3 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is maandag 20 juli 1998.

Wetsontwerp houdende omzetting in Belgisch recht van de Europese richtlijn van 11 maart 1996 betreffende de rechtsbescherming van databanken (Gedr. St. 1-1049/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 3 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is maandag 20 juli 1998.

Wetsontwerp tot wijziging van het koninklijk besluit nr. 499 van 31 december 1986 tot regeling van de sociale zekerheid van sommige kansarme jongeren (Gedr. St. 1-1051/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 3 juli 1998; de uiterste datum voor evocatie is maandag 20 juli 1998.





KENNISGEVING



Wetsontwerp tot wijziging van artikel 120bis van de nieuwe gemeentewet en tot invoeging van een artikel 50bis in de provinciewet van 30 april 1836, strekkende tot een evenwichtige aanwezigheid van vrouwen en mannen in de gemeentelijke en provinciale adviesraden van mevrouw Sabine de Bethune cs. (Gedr. St. 1-585/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 2 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende verplichting om informatie te verstrekken over de debetrente op de bij kredietinstellingen of andere rechtspersonen geopende rekeningen van de heer Francis Poty cs. (Gedr. St. 1-676/1).

De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 2 juli 1998 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

- De vergadering wordt om 18.30 uur gesloten.

- Dinsdag, 14 juli, om 9 uur, openbare vergadering.





BERICHTEN VAN VERHINDERING



Mevrouw Nelis-Van Liedekerke, in het buitenland; mevrouw Cornet d'Elzius, om familiale redenen; de heren Destexhe, Ph. Charlier en Urbain, met opdracht in het buitenland.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten


Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen