1-191

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1997-1998
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Namiddagvergadering - Woensdag 3 juni 1998

________



INHOUD




WIJZIGING VAN ARTIKELEN VAN DE WET VAN 15 JUNI 1935 OP HET GEBRUIK DER TALEN IN GERECHTSZAKEN (Belangenconflict. - Voorstel van gemotiveerd advies)
Bespreking. (Sprekers : de heren Erdman, rapporteur; Desmedt, Vandenberghe, Coveliers, Hotyat, Nothomb, Van Hauthem.)

VRAGEN OM UITLEG
van de heer Devolder (registratie van homeopatica) aan de minister van volksgezondheid en pensioenen. (Sprekers : de heren Devolder en Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen);
van mevrouw Nelis-Van Liedekerke (overheveling van de personeelsleden van de dienst Kijk- en Luistergeld te Aalst) aan de heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie. (Sprekers : mevrouw Nelis-Van Liedekerke en de heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie.)

INDIENING VAN VOORSTELLEN

EVOCATIES

NON-EVOCATIE

ASSEMBLEE VAN DE WEST-EUROPESE UNIE

BOODSCHAP VAN DE KAMER





_____________







VOORZITTER : DE HEER SWAELEN

____



De vergadering wordt om 14.40 u. geopend.





WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE ARTIKELEN 43, § 5 EN 43QUINQUIES VAN DE WET VAN 15 JUNI 1935 OP HET GEBRUIK DER TALEN IN GERECHTSZAKEN, TOT AANVULLING VAN ARTIKEL 43 VAN DEZELFDE WET EN TOT INVOEGING VAN EEN ARTIKEL 43SEPTIES IN DIE WET. (BELANGENCONFLICT - VOORSTEL VAN GEMOTIVEERD ADVIES)


Bespreking


De heer Erdman (SP), verslaggever. - In het verslag is de volledige procedure weergegeven omdat die de sleutel inhoudt tot het voorstel van gemotiveerd advies. In het verslag zijn tevens alle gegevens opgenomen die door de minister werden verstrekt. Het verslag bevat bovendien een vergelijking van de huidige toestand en de toestand zoals voorgesteld in het ontwerp. De commissie heeft de minister van justitie gehoord over de argumentatie van het Vlaams parlement. De commissie heeft geen analyse ten gronde van het ontwerp gevoerd, hoewel tijdens de bespreking ook zaken die de grond van de zaak raken aan bod zijn gekomen.

De heren De Decker en Desmedt hebben een voorstel van advies ingediend waarbij werd gesteld dat er geen belangenconflict is. Uw rapporteur heeft een voorstel van advies ingediend waarbij hij is uitgegaan van de procedurele moeilijkheden als gevolg van de onvolledigheid van de wetgeving op het vlak van belangenconflicten.

Het wetsontwerp houdt een wijziging in van de taalregeling in de rechtbanken van Brussel. Een hele reeks nieuwe elementen beïnvloeden de verdere evolutie en de toestand op het terrein. Ik denk hierbij aan het invoeren van toegevoegde rechters, de uitbreiding van de kaders en de aanwerving van contractuelen. Ook bepaalde elementen van het zogenaamde Octopus-akkoord kunnen een invloed hebben, onder meer de horizontale integratie van de rechtbanken en de eventuele herstructurering van de parketten.

Als een belangenconflict wordt ingeroepen, wordt de bespreking geschorst krachtens de wet. Uw commissie vindt dat het best is, de schorsing op te of er nog een belangenconflict zou kunnen ontstaan.

De commissie heeft bij meerderheid beslist om het voorstel van advies van de rapporteur aan te nemen. Een deel van een amendement van de heer Nothomb werd opgenomen in de overwegingen van de verslaggever. Uiteindelijk werd het geamendeerde voorstel aangenomen met 9 tegen 3 stemmen bij 3 onthoudingen.

De SP-fractie kan begrijpen dat het ontwerp dat de regering indiende in de Senaat en dat uitgaat van het principe dat eenieder in zijn eigen taal moet worden geoordeeld, een evenwicht verstoort en bij het Vlaams parlement de reactie heeft uitgelokt dat het om een belangenconflict kan gaan.

Mijn fractie is ook gevoelig voor nieuwe elementen die het dossier kunnen beïnvloeden. Ik denk hierbij specifiek aan de regelingen voor de Brusselse rechtbanken van eerste aanleg waarbij een rechter enkel mag zetelen in zaken in de taal van zijn diploma. Dat valt moeilijk te rijmen met de vereiste grondige kennis van de andere landstaal. Oorspronkelijk was men afgestapt van het onderscheid tussen een voldoende en een grondige kennis van de tweede landstaal. Nu wordt dit onderscheid weer voorgesteld.

Rekening houdend met de bestaande lacunes in de procedure en in de wettelijke regeling, sluiten wij ons volledig aan bij het meerderheidsstandpunt van de commissie. (Applaus.)

De heer Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans). - Het belangenconflict vindt zijn oorsprong in een ontwerp van wet van 4 december 1997 tot wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken. Die wet bepaalde dat een derde van de magistraten van elke taalrol, maar ook twee derde van alle magistraten een grondige kennis van de tweede taal moesten hebben in de rechtbanken van het arrondissement Brussel en in de parketten. Elke kamer behandelde zowel Franstalige als Nederlandstalige dossiers. Sindsdien behandelen de rechters alleen nog dossiers in de taal van hun diploma en kan men zich afvragen of een grondige tweetaligheid wel noodzakelijk is.

Sinds verscheidene jaren is er een gebrek aan kandidaat-magistraten voor de tweetalige betrekkingen. Bij de rechtbanken is er een gebrek aan Franstalige en bij het parket aan Nederlandstalige gegadigden.

De jongste drie jaar kunnen de leemten in het kader niet meer worden aangevuld, omdat de minister de wet strikt toepast. Zo loopt de juridische achterstand bij de Franstalige dossiers nog hoger op.

De regering wil dit probleem oplossen via de wetgeving. In die context kwam het ontwerp tot stand dat aanleiding heeft gegeven tot het belangenconflict.

De geplande wijzigingen bestaan erin de verdeling van de magistraten over twee rollen vast te leggen volgens de noodwendigheid van de dienst. Een derde van het totale aantal zal blijk moeten geven van grondige tweetaligheid, een ander derde moet over een voldoende kennis van de andere taal beschikken en dit evenwicht moet in elke taalgroep terug te vinden zijn. Voortaan zal er maar een enkele jury voor de taalexamens zijn die is samengesteld uit evenveel Nederlandstalige als Franstalige tweetalige magistraten en filologen.

Het Vlaamse Parlement heeft een motie aangenomen waarin wordt gesteld dat dit ontwerp de belangen van de Vlaamse Gemeenschap ernstig schaadt. Wij kunnen het eens zijn met de consideransen van deze motie die ex abrupto besluit tot het bestaan van een belangenconflict. Er werden verduidelijkingen aangebracht door de leden van het Vlaams Parlement tijdens de overlegvergadering. Er werd gezegd dat het ontwerp de verdeelsleutel wijzigt met betrekking tot het aantal Nederlandstalige magistraten. Dit is onjuist. Er is ook geen sprake van afbraak van de tweetaligheid te Brussel. Men krijgt de indruk dat sommigen van de tweetaligheid van de magistraten te Brussel een princiepskwestie maken, zelfs indien dit principe de werking van de rechtbank lam legt. Wij ruilen redelijkheid voor passie.

De belangen van de Vlaamse Gemeenschap worden door dit ontwerp niet geschaad. De heer De Decker en ikzelf hebben een advies voorgesteld waarin wordt vastgesteld dat er geen belangenconflict is. Deze tekst werd in de commissie na een communautair gekleurde stemming met acht tegen zeven stemmen verworpen. Een voorstel van de heer Erdman, geamendeerd door de heer Nothomb, werd uiteindelijk met negen tegen drie stemmen bij drie onthoudingen aangenomen.

Het is die tekst die de heer Erdman u heeft voorgelegd en die men ons vraagt goed te keuren. Het besluit is dat het te vroeg is om een standpunt in te nemen omdat het ontwerp niet in de commissie werd besproken en dat het niet wenselijk is om een antwoord te geven op de vraag of dit ontwerp al dan niet de belangen van de Vlaamse Gemeenschap schaadt.

De Commissie moet de zaak ten gronde bestuderen en de dubbelzinnigheden wegwerken. Daarom adviseert de Senaat dat de procedure tot regeling van het belangenconflict wordt gesloten. Het is wel duidelijk dat het Vlaams Parlement opnieuw het belangenconflict kan inroepen.

Dit advies kan niet worden gesteund. Het is juridisch onaanvaardbaar en op politiek zuiver opportunistisch. Zo komen wij tot de ons voorgestelde tekst die een kaakslag is voor de regering. Juridisch gezien leidt dit voorstel tot het beëindigen van de procedure tot regeling van het belangenconflict, zonder dat wij ons hebben uitgesproken. Het advies dat men ons wil doen uitbrengen is er geen, want wij beweren dat we niet in staat zijn ons uit te spreken over het bestaan van dit belangenconflict.

Wat de grond betreft, zie ik niet goed in waar het belangenconflict zich situeert. De enige belangrijke wijziging ten opzichte van de huidige situatie bestaat erin dat een gedeelte van de magistraten nog slechts het bewijs moet leveren van een voldoende kennis van de tweede taal. Ik zie niet in hoe dit de belangen van een gemeenschap kan schaden. Het door het Vlaamse Parlement ingeroepen conflict is slechts een poging om de zaken te blokkeren. De argumenten van de rapporteur zijn trouwens niet pertinent en brengen helemaal geen nieuwe elementen aan ten opzichte van het ogenblik waarop het wetsontwerp werd ingediend. Hij beweerde ook dat het wetsontwerp onduidelijkheden bevatte en stelde zich vragen over het begrip voldoende kennis.

Daarover ondervraagd heeft de minister van justitie geantwoord dat de voldoende kennis een functionele kennis is die het de magistraat mogelijk maakt zijn ambt correct uit te oefenen. De rapporteur beweerde ook dat uit het wetsontwerp niet zomaar kan worden afgeleid dat de verdeelsleutel per taalrol geschiedt. Dit is echter duidelijk vervat in de nieuwe paragraaf 5bis die is voorgesteld bij artikel 43 van de wet van 15 juni 1935.

De onduidelijkheid van de huidige teksten belet niet dat eenzelfde assemblée meermaals een belangenconflict doet rijzen over hetzelfde ontwerp. Om de zaken te verduidelijken, heb ik een wetsvoorstel ingediend dat ertoe strekt te bepalen in welk stadium van de procedure het belangenconflict kan worden ingeroepen en dat dit maar eenmaal kan gebeuren.

De heer De Decker en ikzelf hebben bij wijze van amendement een ontwerp van advies ingediend dat duidelijk vaststelt dat er geen belangenconflict is. Achter deze debatten schuilt de werkelijkheid van het belangrijkste gerecht van het land, dat er niet meer in slaagt zijn verplichtingen na te komen. Het is dus wenselijk dat de Senaat zich duidelijk uitspreekt over het belangenconflict in de plaats van zich over te geven aan steriele maneuvers.

De heer Vandenberghe (CVP). - Op 4 december 1997 diende de regering in de Senaat een wetsontwerp tot wijziging van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken in. Het wetsontwerp houdt een versoepeling van de regel over de grondige kennis van de andere landstaal van Brusselse magistraten in. Op 26 januari keurde het Vlaams parlement een motie goed betreffende het belangenconflit.

Belangenconflicten hebben een uitgesproken politiek karakter en worden opgelost via een politieke dialoog. Een andere assemblee kan niet stellen dat een conflict geen belangenconflict is.

De heer Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans). - Artikel 143 verplicht ons advies uit te brengen over het belangenconflict.



De heer Vandenberghe (CVP). - De vraag is in welke mate politieke argumenten kunnen worden gebruikt om te stellen dat er geen belangenconflict is. De autonomie van een andere assemblee moet hierin worden gerespecteerd.

Zelfs als een overheid bij zijn beleidsvoering strikt binnen zijn bevoegdheid blijft, kunnen toch de belangen van andere overheden geschaad worden.

Luidens artikel 143, §§ 2 en 3 van de Grondwet stelt een bijzondere meerderheidswet de procedure in ter voorkoming en regeling van de belangenconflicten. Krachtens de overgangsbepaling van artikel 143 van de Grondwet blijft in afwachting de gewone wet tot hervorming der instellingen van 9 augustus 1980 van toepassing.

Binnen de termijn van 60 dagen waarbinnen met het oog op overleg de parlementaire behandeling werd geschorst, werd geen oplossing gevonden. Daarom werd de zaak voorgelegd aan de Senaat die binnen de 30 dagen een gemotiveerd advies moest uitbrengen aan het overlegcomité. De Senaat besloot de termijn voor het uitbrengen van een advies te verlengen zodat men zich kon uitspreken over het voorstel van gemotiveerd advies, in kennis van het verslag over de bespreking in de commissie.

Het betrokken wetsontwerp werd nog niet besproken in de commissie voor justitie. De huidige procedure tot regeling van de belangenconflicten bevat mijns inziens een ernstige lacune die het normale verloop van de wetgevende procedure aanzienlijk kan bemoeilijken.

De huidige regeling stelt nogal wat problemen.

Vooreerst houdt de wettelijke voorgeschreven procedure geen rekening met de mogelijkheid dat de tekst nog grondig kan worden gewijzigd, bijvoorbeeld door de bevoegde commissie. Ik acht het hoogst merkwaardig dat de Senaat verplicht is om zich, naar aanleiding van een belangenconflict, uit te spreken over een wetsontwerp vooraleer het ten gronde besproken is. Kan met andere woorden de Senaat verplicht worden een inhoudelijk standpunt in te nemen vooraleer het ontwerp ten gronde in commissie behandeld is ? Anderzijds : het is niet evident voor het Vlaams Parlement om in een dergelijk vroeg stadium van de wetgevende procedure een belangenconflict in te roepen, ervan uitgaande dat gemeenschapssenatoren zitting hebben in de Senaat. Deze kunnen de belangen van hun gewesten en gemeenschappen verdedigen in de Senaat. Het zou bijgevolg logischer zijn dat wanneer zij daarin niet slagen, bijvoorbeeld wanneer de resultaten van de werkzaamheden in de commissie bekend zijn, dat het belangenconflict wordt ingeroepen.

Nergens krijgen we een eenduidig antwoord op de vraag of een wetgevende vergadering de procedure van het belangenconflict meer dan eens kan opstarten. In het licht van deze wetgevende lacune moet de inhoud van het advies worden bekeken. Ik ben het eens met het advies waar het zegt dat het belangenconflict voorbarig is. Pas na een bespreking van het wetsontwerp in de Senaatscommissie kan duidelijkheid ontstaan over de draagwijdte van het ontwerp. Met dit vaststellen van de voorbarigheid zijn natuurlijk niet alle vragen opgelost. Blijkt het belangenconflict bijvoorbeeld hangen bij de Senaat ? Kan het nog worden ingeroepen bij de Senaat en wanneer ? Een precieze wettelijke regeling voor dit alles ontbreekt.

Ik kom nu tot de grond van de zaak. Het wetsontwerp in kwestie is slechts een onderdeel in de ruime discussie over de werking van ons justitieel apparaat. Het lijkt mij in de huidige stand van zaken dan ook weinig zinvol een definitief standpunt in te nemen over een specifiek probleem binnen justitie, waardoor het ontwerp voorlopig aan relevantie verliest. Daarbij komt nog dat door de wet op de toegevoegde rechters van 12 februari 1998 tien Franstalige rechters buiten de taalkaders kunnen worden benoemd te Brussel, zodat een aanpassing van de taalwetgeving voorlopig niet nodig is. Moet het effect van zulke initiatieven niet eerst worden geëvalueerd ?

Wij menen dat het tweetalig karakter van de Brusselse rechtbanken van eerste aanleg bewaard moet blijven. Daarom zal de CVP-Senaatsfractie dit voorstel van gemotiveerd advies goedkeuren.

De heer Coveliers (VLD). - Ik wil het niet over de inhoud van het wetsontwerp hebben, aangezien het advies aantoont dat het ontwerp nog vol onduidelijkheden zit.

Er bestaat geen wettelijke definiëring van het begrip « belangenconflict ». Zo een conflict ontstaat uit de mening van één wetgevend lichaam dat de belangen van zijn gemeenschap worden geschaad en heeft dus niets te maken met de schending van een rechtsregel. Voor het belangenconflict in de ruime betekenis werd de alarmbelprocedure bedacht. Hier gaat het echter om een belangenconflict in de enge betekenis, zodat het aan de Senaat toekomt om een gemotiveerd advies over te maken aan het Overlegcomité. Daarbij moet het principe van de federale loyauteit vooropstaan.

Met dit ontwerp wil de federale regering een afwijkende regeling, die ze bedacht om een nalatigheid recht te zetten, nu wettelijk bekrachtigen. Ik benk echter de mening toegedaan dat in rechtszaken de voldoende kennis van een tweede taal gelijkstaat met een grondige kennis van die taal. Ik meen ook dat we over gegrondheid van het conflict pas kunnen oordelen, nadat in commissie alle standpunten duidelijk werden gemaakt.

De heer Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans). - Alleen op voorwaarde dat het belangenconflict wordt ingeroepen na de stemming in de commissie en vóór de plenaire vergadering.

De heer Coveliers (VLD). - Het is de logica zelf dat we ons over het conflict uitspreken vóór de plenaire stemming over het ontwerp heeft plaatsgehad. Ik kan de overwegingen van het advies onderschrijven : men kan maar zien of de Vlaamse belangen geschaad zijn als men de definitieve commissietekst van het ontwerp kent.

Dit is vooral belangrijk omdat een belangenconflict een subjectieve materie is. Het gaat immers om belangen die geschonden zijn. Het Overlegcomité moet oordelen op opportuniteitsredenen. Dit is moeilijk als er nog geen tekst voorhanden is.

Als men de stelling aanhoudt dat men het belangenconflict kan inroepen van zodra een tekst bij een kamer is ingediend, dan kan men dit voor zeer veel teksten. Nochtans zal het bij veel van deze documenten nooit tot een eindstemming komen. Ik stel dus voor dat het belangenconflict pas ingeroepen kan worden na de stemming in de commissie.

De commissie stelt dat zij omwille van de juridische onduidelijkheid niet kan oordelen of er een belangenconflict is. We zullen dit voorstel van gemotiveerd advies goedkeuren. (Applaus.)

De heer Hotyat (PS) (in het Frans). - Het is goed even in herinnering te brengen hoe het regeringsinitiatief waarin het Vlaams Parlement een belangenconflict ziet, is ontstaan.

De rechtbank van eerste aanleg van Brussel bevindt zich in een moeilijke situatie. De leemten in de formaties van magistraten worden immers als jaren niet meer aangevuld en als de huidige wetgeving niet wordt gewijzigd, zal dat ook wel zo blijven. Er zijn niet genoeg tweetalige gegadigden die aan de vereisten van de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken voldoen.

Dat komt doordat heel wat magistraten zakken voor de vrij moeilijke taalexamens.

Sinds 1935 zijn de verdeelsleutels voor tweetalige en eentalige magistraten bij gebrek aan voldoende tweetalige gegadigden niet meer toegepast.

Met het oog op de continuïteit van de openbare dienstverlening hebben sommige ministers van justitie voorgesteld om eentalige magistraten te benoemen, ook al is het vereiste aantal tweetaligen niet bereikt.

De Raad van State heeft een aantal benoemingen van niet-tweetalige magistraten onlangs echter vernietigd.

Dat is op zijn minst verrassend, ook al is het argument van de continuïteit van de dienstverlening niet echt voor de Raad van State verdedigd.

De vorige minister van justitie heeft zich evenwel bij dit standpunt van de Raad van State neergelegd.

De regering heeft de patstelling proberen te doorbreken.

Wij zijn het niet eens met het Vlaams Parlement, dat beweert dat de belangen van de Nederlandstalige rechtzoekenden in het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde door dit wetsontwerp kunnen worden geschonden.

In tegenstelling met wat het Vlaams Parlement beweert, wil de regering het aantal tweetaligen per taalrol verhogen.

Het wetsontwerp voorziet immers in twee derde tweetaligen per taalrol en niet langer in twee derde tweetaligen onder alle magistraten.

Dit betekent dus dat nu meer Franstalige tweetaligen worden geëist. Dat zou ertoe kunnen bijdragen dat de rechters de partijen die zich in een andere landstaal dan die van de procedure uitdrukken beter begrijpen, ondanks de reeds bestaande garanties.

Volgens ons zal dit de belangen van de Nederlandstaligen in het gerechtelijk arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde niet schaden, temeer daar in Brussel 80 % van de zaken in het Frans wordt behandeld, de rechters alleen in de taal van hun diploma rechtspreken en een tweetalige Franstalige alleen in het Frans zitting houdt.

Gelet op deze situatie hebben de Franstaligen een vermindering van het quotum tweetaligen gevraagd.

Het ontwerp gaat niet in die richting, maar probeert tegengestelde eisen te verzoenen.

Het voorstel van advies dat door een meerderheid in de commissie is goedgekeurd en waarbij onze fractie zich overigens heeft onthouden, houdt geen rekening met de preciseringen van de minister van justitie over de doelstellingen van het ontwerp. Deze nemen elke onduidelijkheid over een eventueel belangenconflict weg.

Volgens het voorstel van advies is het voorbarig ons nu uit te spreken en moet eerst de grond van het ontwerp worden bestudeerd.

Het beschikkende gedeelte van het wetsontwerp is op enkele punten onduidelijk, maar de minister van justitie heeft verduidelijkingen gegeven. Bijgevolg kunnen wij ons niet scharen achter het standpunt dat wordt verdedigd door het voorstel van advies over het belangenconflict.

Het is niet wenselijk de zaken te blokkeren; de procedure moet worden voortgezet. Het advies van de Senaat moet worden overgezonden naar het overlegcomité zodat dit zich over het dossier kan buigen en de conflictprocedure afsluiten.

De PS-fractie zal zich onthouden bij de stemming over dit advies.

De heer Nothomb (PSC) (in het Frans). - Sedert de hervorming van de instellingen van 1993 moet de Senaat toezien op de naleving van het federale loyaliteitsbeginsel in het kader van de belangenconflicten die bij hem aanhangig worden gemaakt. Het belangenconflict dat thans bij de Senaat aanhangig is geraakt, werd door het Vlaams Parlement ingeleid op het ogenblik dat het wetsontwerp werd ingediend tot wijziging van de artikelen 43, § 5 en 43quinquis van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

Dit wetsontwerp strekt ertoe de wetgeving van 1935 te wijzigen met betrekking tot de rechtbanken van het arrondissement Brussel-Hoofdstad en belemmert de goede werking van deze rechtbanken.

Om aan te tonen dat het benadeeldt wordt, roept het Vlaams Parlement diverse argumenten in.

Het wijst er eerste en vooral op dat eenieder in zijn eigen taal moet kunnen worden gehoord en gevonnist.

De naleving van dit fundamenteel recht moet een prioriteit zijn. Het wetsontwerp doet geen afbreuk aan dit beginsel.

De bepaling van de wet van 1935 volgens welke de procedures in de ene of de andere taal altijd voor een magistraat worden gebracht die het bewijs levert van de kennis van de taal waarin de procedure is ingeleid, blijft immers behouden.

Vervolgens moet volgens het Vlaams Parlement de wet van 1935 niet worden gewijzigd, omdat ze geen aanleiding heeft gegeven tot kritiek.

Deze bewering is onjuist omdat de wet van 1935, vóór de komst van minister De Clerck, nooit strikt werd toegepast. Wegens het ontbreken van tweetalige kandidaten hebben verschillende ministers van justitie te Brussel eentalige kandidaten benoemd terwille van de continuïteit en de noodwendigheid van de dienst.

In zijn motie herhaalt het Vlaams Parlement dat het gerechtelijke arrondissement Brussel ook het Nederlandstalige bestuursarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde omvat. Dat is evident, maar toch moet men vaststellen dat onmogelijkheid om Franstalige tweetalige magistraten te benoemen te Brussel een tekort aan magistraten tot gevolg heeft, zodat de gerechtelijke achterstand van de rechtbank van eerste aanleg voortdurend toeneemt.

Deze toestand brengt het recht van de rechtsonderhorige om binnen een redelijke termijn te worden berecht in het gedrang en schept een ongelijkheid tussen Franstalige en Nederlandstalige rechtsonderhorigen op basis van taal.

Voor ons is er geen reden voor een belangenconflict. Wij kunnen evenwel erkennen dat het te vroeg is om een definitief standpunt in te nemen over deze vraag aangezien het belangenconflict werd ingeroepen door het Vlaams Parlement zodra het wetsontwerp werd ingediend en nog vóór het door de bevoegde Senaatscommissie werd onderzocht.

De gewone wet tot hervorming van de instellingen van 9 augustus 1980 geeft een assemblee de mogelijkheid om een belangenconflict op te werpen zodra een voorstel of een ontwerp van wet bij een andere assemblee wordt ingediend, zonder dat daarbij gezegd wordt op welk ogenblik het conflict moet opgeworpen worden. Het gaat dus om een juridisch vacuüm.

Het heeft weinig zin een belangenconflict in te roepen zodra een tekst is ingediend en voor hij in de commissie is besproken omdat op dat ogenblik onmogelijk kan gezegd worden of dit wetsontwerp ongewijzigd zal worden aangenomen en een andere assemblee dreigt te benadelen.

De wet van 9 augustus 1980 zal gewijzigd moeten worden zodat een belangenconflict pas kan worden opgeworpen na de aanneming van een tekst in de commissie. In afwachting van die wijziging sluit onze fractie zich aan bij het voorstel van advies zoals het in de commissie werd geamendeerd, dat het afsluiten van de procedure tot regeling van belangenconflicten in de huidige stand van zaken aanbeveelt opdat de Senaatscommissie het wetsontwerp zou kunnen goedkeuren.

Het belangenconflict werd dus te vroeg opgeworpen. Wij hopen dat de Senaat zich bij dit voorstel van advies zal aansluiten en als hoeder van de federale loyauteit zal aantonen dat hij adviezen kan formuleren die niet de mening vertolken van een enkele taalgroep. (Applaus van PSC, SP en VLD.)

De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - De Senaat bevindt zich hier in een zonderlinge situatie, omdat hij zowel rechter als partij is. Het advies is een gemiste kans. Eens te meer kan de Senaat zijn rol als scheidsrechter niet vervullen omdat een belangenconflict een politiek probleem is. Vroeger waren er reeds de belangenconflicten en het voor interpretatieve vatbare advies over de BDBH.

Dit advies is inventief, omdat het een procedure suggereert die niet bestaat. In het advies verzoeken we het Overlegcomité te wachten tot duidelijk zal blijken of de belangen van één of andere gemeenschap, in casu de Vlaamse Gemeenschap, geschaad zullen zijn. Het Overlegcomité kan met dit advies niets aanvangen. Krachtens de wet loopt de termijn voor het beslechten van het belangenconflict of vóór de eindstemming in plenaire zitting. Indien men het advies logisch doordenkt, is een belangenconflict pas mogelijk na de plenaire eindstemming. Maar dat is wettelijk niet mogelijk. Bovendien hanteert het advies een vals argument.

De kern van het ontwerp is dat voortaan van de rechters geen « grondige » kennis meer wordt vereist maar wel een « voldoende » kennis van de andere landstaal. Deze versoepeling van de taalwet zal altijd in het ontwerp blijven staan. Men wil een bestaande toestand legaliseren. In het verleden werd menig magistraat bij de rechtbank van eerste aanleg te Brussel op onwettige manier benoemd, omdat hij of zij niet geslaagd was voor het taalexamen met het argument van de achterstand. Desalniettemin is er in Brussel nog steeds een belangrijke achterstand.

De voormalige minister van justitie is echter gezwicht voor het argument van de Franstaligen, die beweren dat de achterstand te wijten aan de moeilijkheidsgraad van het taalexamen. In 1970 werd de term « voldoende » kennis uit de wet gehaald en moest tenminste tweederde van de magistraten het bewijs leveren van een « grondige » kennis.

Deze maatregel die destijds in het belang van de rechtsonderhorige werd ingevoerd, wordt nu weer tenietgedaan. Dit kan in het nadeel spelen van de Nederlandstaligen, maar ook van de Franstaligen. Het motief van het conflict blijft overeind. Indien de wijziging wordt gehandhaafd zetten we ook de poort open voor eventuele discussies over de paritaire samenstelling van het Hof van Cassatie en het Arbitragehof, de belangen van de Vlaamse Gemeenschap worden wel degelijk geschaad. Het Vlaams Blok zal dit voorstel van gemotiveerd advies niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Blok.)

De heer Loones (VU). - Ondanks totaal tegenstelde advies is men erin geslaagd tot een gemeenschappelijke advies te komen. Dat is prachtig : een probleem wordt opgelost door te stellen dat er nog geen probleem is.

Toch ben ik verheugd dat het ontwerp waarschijnlijk nooit zal worden goedgekeurd omdat het protest ertegen van bij het begin al te groot is. Een tijdelijk probleem kan men inderdaad niet oplossen door te raken aan de taalwetgeving. Dat is geen communautaire scherpslijperij : de overweldigende meerderheid waarmee in het Vlaamse Parlement de motie omtrent het belangenconflict werd goedgekeurd, bewijst het. Niet alle Vlaamse parlementsleden denken immers in communautaire termen. Niet enkel de politieke wereld heeft op het wetsontwerp gereageerd, ook de academische wereld. In het blad van het Vlaams Pleitgenootschap werd uiteengezet dat ook de belangen van de Franse Gemeenschap door het ontwerp kunnen worden geschaad. Er wordt gepleit voor een volledige tweetaligheid van het juridisch korps.

Recent werd in een artikel gesteld dat de Franstalige rechtswereld geen kennis neemt van wat leeft in de Nederlandstalige rechtswereld en wordt gepleit voor een positieve benadering van de tweetaligheidsvereiste. De fobie is duidelijk afkomstig van de Franstalige kant.

De heer Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans). - Zo te horen vinden de heren Van Hauthem en Loones het bijna jammer dat ze geen belangenconflict namens de Walen kunnen opwerpen. In Brussel is het enige echte probleem de gererchtelijke achterstand, die voor iedereen nadelig is. Al de rest is steriele polemiek.

De heer Erdman (SP). - Ik wens niet mee te doen aan een polemiek maar wiskundig is het toch zo dan indien A plus B gelijk is aan C, tweederde van C gelijk is aan tweederde van A + tweederde van B.

Aan de heer Desmedt antwoord ik dat het de bedoeling van de regering was om definitief afstand te nemen van hetgeen in de praktijk werd toegepast. Waar de taalwet voorschreef om tweetalige rechters te benoemen, benoemde men eentalige rechters bij gebrek aan tweetaligen. Eigenlijk beklagen de Franstaligen zich erover dat deze praktijk niet voortduurt.

Ik zal het probleem van het onderscheid tussen voldoende en grondige kennis van de tweede landstaal niet opnieuw aanraken. De minister heeft in de commissie zijn interpretatie gegeven over de voldoende kennis. De heer Desmedt grijpt dit aan om te stellen dat er geen belangenconflict is. Laat ons de suggestie van de commissie volgen waarin wordt gesteld dat wij eerst moeten weten waarover wij praten vooraleer een uitspraak te doen inzake het bestaan van een belangenconflict.

- De bespreking is gesloten.



Bespreking van het amendement


De Voorzitter. - De heren Desmedt en De Decker hebben ingediend een amendement (nr. 1) dat ertoe strekt de tekst van het voorstel van gemotiveerd advies te vervangen als volgt :

« De Senaat,

» gelet op het wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 43, § 5, en 43quinquies, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, tot aanvulling van een artikel 43 van dezelfde wet en tot invoeging van een artikel 43septies in die wet;

» gelet op de motie van het Vlaams Parlement van 28 januari 1998;

» gelet op artikel 143 van de Grondwet;

» gelet op artikel 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

» gelet op artikel 72 van het Reglement van de Senaat;

» gelet op het verslag over het overleg van 5 maart 1998 tussen het Bureau van de Senaat en een delegatie van het Vlaams Parlement, waarin wordt vastgesteld dat het overleg niet tot een oplossing leidt (Stuk Senaat, nr. 1-806/2);

» overwegende dat het volgens het Vlaams Parlement een natuurrecht is en van algemeen menselijk belang dat iedereen kan worden berecht en geoordeeld in zijn eigen taal;

» overwegende dat het een grondrecht is dat de actoren van het gerecht, onder meer rechters en advocaten, de taal begrijpen waarin zij over mensen moeten oordelen dan wel hen moeten bijstaan;

» overwegende dat dit wetsontwerp tot doel heeft een oplossing te bieden voor de moeilijke toestand waarin de rechtbank van eerste aanleg van Brussel zich thans bevindt;

» overwegende dat dit wetsontwerp gelijkelijk van toepassing is op elke rechtzoekende, of hij Nederlandstalig dan wel Franstalig is;

» overwegende dat artikel 43, § 5, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken met name bepaalt : « De Nederlandse, respectief Franse rechtsplegingen worden steeds gevoerd voor magistraten die door hun diploma bewijzen dat zij de examens van het doctoraat in de rechten in het Nederlands, respectievelijk in het Frans hebben afgelegd »;

» overwegende dat noch uit de motie van het Vlaams Parlement van 28 januari 1998 noch uit het overleg dat op 5 maart 1998 plaatsgevonden heeft tussen het Vlaams Parlement en de Senaat, opgemaakt kon worden in welk opzicht de belangen van het Vlaams Parlement ernstig benadeeld worden door de bepalingen van het wetsontwerp;

» adviseert het Overlegcomité te besluiten dat er geen belangenconflict bestaat en de procedure tot regeling van het belangenconflict definitief af te sluiten. »

De heer Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans). - Dit amendement, dat in de commissie met 8 tegen 7 stemmen werd verworpen, strekt ertoe de tekst te wijzigen die besluit dat er geen belangenconflict is.

- De stemming over het amendement en over het voorstel van gemotiveerd advies wordt aangehouden.



Voorzitter : de heer Mahoux, eerste ondervoorzitter





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER DEVOLDER AAN DE MINISTER VAN VOLKSGEZONDHEID EN PENSIOENEN,
over « het ontwerp-KB voor de registratie van homeopathica »


De heer Devolder (VLD). - België scoort niet goed als het gaat om het omzetten van Europese richtlijnen in nationale wetgeving. Het verheugt ons dus bijzonder dat eindelijk de richtlijnen 92/73 en 92/74 in Belgisch recht zullen worden omgezet. Patiënten, zorgenverstrekkers en bedrijven wachten ongeduldig op het koninklijk besluit voor de registratie van homeopatihica. Eindelijk zullen deze zeer gewaardeerde geneeswijze en haar geneesmiddelen een officieel karakter krijgen.

De minister stelde zijn ontwerp-KB in maart jongstleden voor op televisie. Ik heb een aantal bezwaren bij dit koninklijk besluit. Zo vraag ik me af waarom het koninklijk besluit geen gewag maakt van homeopathica met indicaties. Het bestaansrecht van deze homeopathica wordt nochtans vastgelegd door artikel 9.2 van de richtlijn 92/73. Doordat deze homeopathica niet voorkomen in het ontwerp-koninklijk besluit, ontstaat voor onze farmaceutische sector een concurrentieel nadeel ten opzicht van die in de andere lidstaten. De uitvoer van Belgische homeopathica wordt door dit koninklijk besluit bemoeilijkt.

In zijn koninklijk besluit voert de minister voor de homeopathica zonder indicaties het etiket in met de vermelding « homeopathisch geneesmiddel zonder goedgekeurde therapeutische indicaties ». De term « goedgekeurd » is erg beladen en verwarrend voor de patiënt.

Waarom neemt men de Nederlandse etikettering « homeopathisch geneesmiddel zonder specifieke indicaties » niet over ?

In artikel 13 van het ontwerp-koninklijk besluit gaat het over de validatie. Terwijl Frankrijk en Duitsland termijnen van 8 en 15 jaar hanteren, spreekt het koninklijk besluit van amper 2 jaar of minder. Wat is hiervoor de reden ? Deze zeer korte periode is onhaalbaar voor de overheid en voor de bedrijven die hun producten willen regulariseren. Men mag ook niet vergeten dat de validatie van homeopathica voor de bevoegde instanties, die meestal niet voldoende vertrouwd zijn met het specifiek karakter van homeopatihica, niet eenvoudig zal zijn. In het buitenland worden dan ook experts ingeschakeld.

Ik herhaal dat het me verheugt dat de minister met zijn koninklijk besluit eindelijk werk maakt van de registratie van homeopathische geneesmiddelen. De patiënt heeft recht op een kwalitatief hoogstaande geneeskunde met kwalitatief hoogstaande producten. Daarom moet aan het ontwerp-koninklijk besluit nog flink worden geschaafd. Ik vraag dan ook of de minister bereid is het bestaansrecht van homeopathica met indicaties in het Belgisch recht in te schrijven en binnen welke termijn. Is hij bereid de verwarrende toevoeging van het woord « goedgekeurd » weg te laten bij de etikettering van middelen zonder specifieke therapeutische indicaties ? Is hij bereid om voor de validatie van bestaande homeopathica in een redelijke en haarbare tijdslimiet te voorzien ? Komt er een evaluatie na overleg met de sector ?

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - Ik heb eerder verklaard dat ik het advies van de Raad van State over het ontwerp-koninklijk besluit verwachtte vóór 1 mei. Ik heb het helaas nog steeds niet ontvangen.

Wat de homeopathische producten met indicatie betreft geeft artikel 9.2 van de richtlijn een zekere vrijheid waarvan sommige Europese landen dan ook gebruik maken. Zij passen een vereenvoudigde procedure toe. Ik zal laten nagaan of ook wij van die vrijheid gebruik kunnen maken.

Voor de homeopathische middelen zonder goedgekeurde indicatievermelding geeft de richtlijn geen vrijheid. Wij hebben de terminologie letterlijk uit de richtlijn overgenomen. Nederland heeft het woordt « goedgekeurd » wel laten vallen. Ik zal mij tot de Europese Commissie wenden om hierover uitleg te vragen.

Er zijn zestig geregistreerde homeopatische middelen met indicatie op de markt. Voor de andere middelen hebben wij voorzien in een overgangsperiode van twee jaar. Er is overigens ook voorzien in een vereenvoudigde registratie.

De heer Coveliers (VLD). - Ik dank de minister voor zijn antwoord. Hij had ons eerder beloofd dat hij vóór 1 mei over het advies van de Raad van State zou beschikken. Ik vraag dat de minister nogmaals bij de Raad van State zou aandringen. De Belgische bedrijven mogen niet langer benadeeld worden.

De heer Colla, minister van volksgezondheid en pensioenen. - Er zijn nu 6 000 homepathische middelen op de markt. Er komen er niet zoveel meer bij. De geregistreerde middelen kunnen vrij op de markt worden gekocht.

De heer Devolder (VLD). - De dokters schrijven liefst producten voor waarin zij vertrouwen kunnen hebben.

Wat mijn derde vraag betreft vraag ik aan de minister aan zijn administratie opdracht te geven overleg te plegen over de overgangstermijnen.

- Het incident is gesloten.







VRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW NELIS-VAN LIEDEKERKE AAN DE VICE-EERSTE MINISTER EN MINISTER VAN ECONOMIE EN TELECOMMUNICATIE,
over « de overheveling van de personeelsleden van de dienst Kijk- en Luistergeld te Aalst »


Mevrouw Nelis-Van Liedekerke (VLD). - De dienst Kijk- en Luistergeld werd op 1 april 1997 door de Gemeenschappen overgeheveld van Belgacom naar het BIPT. De Vlaamse regering besliste dat de dienst vanaf 1 januari 1999 definitief wordt overgenomen door de intercommunale CIPAL. In Namen en Brussel blijven de personeelsleden bij het BIPT.

De Vlaamse statutaire personeelsleden die statutair willen blijven, kunnen de dienst vrijwillige verlaten en worden ondergebracht in de mobiliteitscel van de federale overheid. De contractuele personeelsleden moeten bij CIPAL blijven. Volgens artikel 3 van het koninklijk besluit van 3 april 1997 kunnen de overgedragen personeelsleden hun voordelen die ze bij Belgacom hadden behouden, tenzij één van deze voordelen niet verenigbaar is met hun nieuwe hoedanigheid.

Samen met de VDAB zou gezocht worden naar reaffectatiemogelijkheden. Naar verluidt zouden er in de BTW-administratie reaffectatiemogelijkheden bestaan.

De statutaire personeelsleden zouden uiterlijk op 1 juni 1998 hun keuze kenbaar moeten maken aan Cipal.

Blijven de bijkomende sociale voordelen van Belgacom behouden voor personeelsleden die in de mobiliteitscel van de federale regering terechtkomen ? Zo ja, blijven deze sociale voordelen te allen tijde verbonden met de ambtenaar en zijn zij niet afhankelijk van de tewerkstellingspost ? Wat gebeurt er met de pensioenregeling ?

Kunnen de personeelsleden die hun federaal statuut wensen te behouden, tewerkgesteld worden onder dezelfde voorwaarden ?

Bestaat de mogelijkheid dat de statutaire personeelsleden alsnog hun statuut van ambtenaar kunnen behouden bij de dienst Kijk- en Luistergeld te Aalst en dat de Vlaamse regering het personeel ter beschikking stelt van Cipal ?

Wat bedoelt men met « Tenzij een van deze voordelen niet verenigbaar is met hun nieuwe hoedanigheid » ? Is het mogelijk dit duidelijker te omschrijven in het koninklijk besluit van 3 april 1997 ?

Klopt het dat de VDAB zoekt naar reaffectatiemogelijkheden voor de personeelsleden van de dienst Kijk- en Luistergeld ?

Is het correct dat er vacante betrekkingen zijn in verschillende diensten van de BTW-administratie ? Zo ja, komen de personeelsleden van de dienst Kijk- en Luistergeld hiervoor in aanmerking ?

Worden personeelsleden, die hun federaal statuut wensen te behouden, door de VDAB met voorrang behandeld ?

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie. - De ambtenaren van de dienst Kijk- en Luistergeld zullen moeten kiezen tussen een arbeidsovereenkomst bij Cipal of een overheveling naar de mobiliteitscel van de federale overheid.



(Verder in het Frans.)

Zolang hij de hoedanigheid van ambtenaar heeft, behoudt het personeelslid de sociale voordelen die Belgacom hem verzekerde. Dat geldt voor de personeelsleden die bij de mobiliteitscel zijn ingedeeld. Dit behoud staat los van de plaats van tewerkstelling. Voor het pensioen gelden de diensten bij Belgacom en de verlofperiodes vóór het pensioen volgens het herstructureringsplan als activiteitsperiode.

Het personeelslid daarentegen dat een overeenkomst met CIPAL ondertekent, verliest zijn hoedanigheid van personeelslid van het Rijk. Als hij echter zijn loopbaan onderbreekt, kan hij zich gedurende zes jaar een idee vormen over het verschil tussen het statuut van contractueel personeelslid en dat van ambtenaar.

De Vlaamse Gemeenschap kan trouwens vragen dat een personeelslid tot haar beschikking wordt gesteld, zodat ze het kan indelen bij CIPAL of bij een ander organisme dat de heffing moet innen voor rekening van de Gemeenschap.

De personeelsleden behouden alle voordelen maar ingeval van gelijke prestaties. Als ze een gevarenpremie krijgen en hun nieuw werk geen risico inhoudt, krijgen ze de premie niet meer. Een koninklijk besluit genomen ter uitvoering van het koninklijk besluit van 3 april 1997 zal een lijst bevatten met de premies en de voordelen van Belgacom. Deze lijst is het resultaat van een overleg met de vakbonden.

In verband met de vragen 5 en 7 beschik ik niet over informatie over de VDAB. Het probleem van de reaffectie rijst niet onmiddellijk, want de werkzekerheid van de personeelsleden van het BIPT is verzekerd.

De zesde vraag zal ik overzenden naar mijn collega van financiën, die schriftelijk zal antwoorden.

Mevrouw Nelis-Van Liedekerke (VLD). - Ik dank de minister voor zijn antwoord op de verschillende vragen. Ik noteer dat het herwerkt koninklijk besluit binnenkort zal verschijnen. Ik begrijp dat het de VDAB niet kan verplichten de gereaffecteerde ambtenaren in overheidsdiensten onder te brengen. Volgens geruchten zou de VDAB wel een handje willen toesteken. Toch verzoek ik hem bij zijn collega van financiën aan te dringen om de mogelijkheid te onderzoeken om de ambtenaren die niet voor Cipal kiezen, eventueel bij de BTW-administratie onder te brengen.

De heer Di Rupo, vice-eerste minister en minister van economie en telecommunicatie (in het Frans). - Wij doen wat wij kunnen voor de peroneelsleden in de reaffectatiecel. Ideaal zou zijn dat ze worden overgenomen door de gemeenschappen. Er zijn ook mogelijkheden in de federale besturen, waar ze kunnen worden gereaffecteerd in het kader van de regels voor het overheidsambt.

Mevrouw Nelis-Van Liedekerke (VLD). - Voor heel wat ambtenaren dringt de tijd.

- Het incident is gesloten.





INDIENEN VAN VOORSTELLEN



De Voorzitter. - De volgende wetsvoorstellen werden ingediend :

A. Wetsvoorstellen :

Artikel 81 :

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 53, 8°, van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, van de heren Leo Goovaerts en Valère Vautmans (Gedr. St. 1-1005/1).

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1409, § 1, en artikel 1410, § 2, van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op de aanpassing van het bedrag van het loon dat niet vatbaar is voor overdracht of beslag, van mevrouw Bea Cantillon (Gedr. St. 1-1008/1).

B. Voorstellen van bijzondere wet :

Artikel 77 :

Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van artikel 32 van de gewone wet van 9 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, betreffende voorkoming en de regeling van de belangenconflicten, van de heer Claude Desmedt (Gedr. St. 1-1006/1).





EVOCATIES



De Voorzitter. - De Senaat heeft bij boodschappen van 28 en 29 mei 1998 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van :

- Wetsontwerp tot wijziging van artikel 75 van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming (Gedr. St. 1-981/1).

Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de justitie.

- Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 24 juli 1973 tot instelling van een verplichte avondsluiting in handel, ambacht en dienstverlening (Gedr. St. 1-983/1).

Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de financiën en de economische aangelegenheden.





NON-EVOCATIE



De Voorzitter. - Bij boodschap van 3 juni 1998 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de koninklijke bekrachtiging, het volgende niet geëvoceerde wetsontwerp :

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 118 van de wet van 21 maart 1991 betreffende de hervorming van sommige economische overheidsbedrijven (Gedr. St. 1-980/1).





ASSEMBLEE VAN DE WETSEUROPESE UNIE



De Voorzitter. - Bij brief van 25 mei 1998 heeft de voorzitter van de Assemblee van de Westeuropese Unie aan de voorzitter van de Senaat overgezonden, overeenkomstig artikel V(a) van het Handvest van bovengenoemde Assemblee, de teksten over van de aanbevelingen nrs. 626 tot en met 631 en de resolutie nr. 100, aangenomen door de Assemblee tijdens het eerste deel van de vierenveertigste gewone zitting, die werd gehouden te Parijs van 18 tot en met 20 mei 1998.





BOODSCHAPPEN VAN DE KAMER



De Voorzitter. - Bij boodschap van 28 mei 1998 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals het ter vergadering van 28 mei 1998 werd aangenomen :

Artikel 78 :

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 249 van het Wetboek van registratie-, hypotheek- en griffierechten (Gedr. St. 1-1007/1).

Het wetsontwerp werd ontvangen op 29 mei 1998; de uiterste datum voor evocatie is maandag 15 juni 1998.

- De vergadering wordt om 16.55 uur gesloten.





BERICHTEN VAN VERHINDERING



Verhinderd : Mevrouw Mayence-Goossens, mevrouw Lizin, de heren Weyts en Destexhe, met opdracht in het buitenland; de heren Hazette, Foret en Buelens, wegens andere plichten.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten


Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen