5-102

5-102

Belgische Senaat

5-102

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 16 MEI 2013 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Mondelinge vragen

Verwelkoming van leden van het parlement van Marokko

Mondelinge vragen

Wetsontwerp houdende instemming met het addendum van 4 oktober 2012 aan het Samenwerkingsakkoord van 30 mei 2005 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de meerwaardeneconomie, bekrachtigd door de wet van 10 mei 2006 (Stuk 5-2039)

Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiŽle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met het oog op de uitbreiding van de controlebevoegdheid van de Cel FinanciŽle Informatieverwerking wat betreft het extremisme (van de heer Yoeri Vastersavendts c.s.; Stuk 5-1873)

Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 433novies van het Strafwetboek (van de heer Gťrard Deprez c.s.; Stuk 5-1881)

Wetsvoorstel tot aanvulling van het Strafwetboek wat betreft de bijzondere verbeurdverklaring bij mensenhandel (van de heer Bert Anciaux; Stuk 5-1215)

Wetsvoorstel houdende bestraffing van de exploitatie van bedelarij, mensenhandel en mensensmokkel in verhouding tot het aantal slachtoffers (van de heer Bert Anciaux; Stuk 5-1216)

Voorstel van begroting voor het jaar 2013 van de Bestuurlijke commissie belast met de controle op de specifieke en uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Commissie BIM (C-BIM); Stuk 5-2014)

Inoverwegingneming van voorstellen

Voordracht van kandidaten voor het ambt van staatsraad (N) bij de Raad van State

Stemmingen

Regeling van de werkzaamheden

Berichten van verhindering

Bijlage

Naamstemmingen

In overweging genomen voorstellen

Vragen om uitleg

Evocatie

Niet-evocaties

Boodschappen van de Kamer

Indiening van een wetsontwerp

Grondwettelijk Hof - Arresten

Grondwettelijk Hof - PrejudiciŽle vragen

Grondwettelijk Hof - Beroepen

Arbeidshof

Parket

Algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken

Vaste Commissie voor taaltoezicht


Voorzitster: mevrouw Sabine de Bethune

(De vergadering wordt geopend om 15.05 uur.)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Benoit Hellings aan de minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging over ęde omzetting van richtlijn 2011/85/EU tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstatenĽ (nr. 5-991)

De heer Benoit Hellings (Ecolo). - Om de financiŽle, economische en sociale crisis het hoofd te bieden hebben de Europese leiders het stabiliteits- en groeipact gewijzigd. Daartoe werden er regels goedgekeurd die een versterkt economisch en budgettair toezicht op Europees niveau instellen. Dat zogenaamde Sixpack strekt ertoe de begrotingstekorten en de staatsschuld drastisch terug te dringen omdat zij de economische en financiŽle stabiliteit van de hele Europese Unie in het gedrang zouden brengen. Recent werk, onder meer van het IMF, toont aan dat het niet zo eenvoudig is en we stellen helaas vast dat het strenge soberheidsbeleid de crisis alleen maar erger maakt. Daarover gaat mijn vraag echter niet.

Het Sixpack omvat de vijf wetgevingsvoorstellen die reeds in werking zijn getreden en de richtlijn 2011/85/EU tot vaststelling van voorschriften voor de begrotingskaders van de lidstaten. Die moet vůůr 31 december 2013 in Belgisch recht worden omgezet. Die regels worden als het ware herhaald door het Verdrag inzake stabiliteit, coŲrdinatie en bestuur (VSCB) in de Economische en Monetaire Unie, dat vorige week door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging van de Senaat is aangenomen. Mijn fractie weigerde met dat verdrag in te stemmen omdat het een restrictief neoliberaal beleid voorstaat dat een duurzame herstructurering van de economie in de weg staat. Bovendien heeft de regering nagelaten om de kleine marge te benutten waarover ze beschikte om in de instemmingswet de wijze te omschrijven waarop ze de verdragsverplichtingen ten uitvoer zal leggen en daarbij het nodige evenwicht te bewaren tussen het begrotingspad en de relance op sociaal en economisch vlak en op het vlak van milieu.

Ons land heeft nog een tweede kans om zich niet blindelings in de onverbiddelijke besparingsdrift te storten. Zo biedt artikel 6 van richtlijn 2011/85/EU elke lidstaat de mogelijkheid om bij de omzetting zelf ontsnappingsclausules in te schrijven die verwijzen naar de `specifieke omstandigheden' die zowel in het Sixpack als in het VSCB staan vermeld. Die zijn heel belangrijk want ze bieden BelgiŽ de kans om het begrotingspad te versoepelen dat momenteel de heropleving van de economie hypothekeert.

Zo wordt in artikel 4.4 van de richtlijn gevraagd dat de macro-economische prognoses rekening houden met `relevante risicoscenario's'. Mijn fractie vraagt dat de risico's verbonden aan de toename van de armoede en, aansluitend op artikel 14.3, de activering van de Dexiawaarborg, in de meerjarige prognoses als een relevant risicoscenario worden beschouwd.

Hoe zal de regering de verschillende indicatoren en clausules invullen die ze krachtens de richtlijn moet opstellen? Ik denk in het bijzonder aan de `ontsnappingsclausules' en de `relevante risicoscenario's'.

Uit die concepten blijkt de verwantschap tussen de richtlijn en het VSCB. Kan de minister aangeven waarom de regering niet van de gelegenheid gebruik heeft gemaakt om de richtlijn tegelijkertijd om te zetten met de goedkeuring van het verdrag, dat over exact hetzelfde onderwerp gaat? Wanneer denkt de regering de richtlijn om te zetten?

De heer Olivier Chastel, minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging. - De richtlijn 2011/85/EU verplicht de lidstaten over eigen becijferde begrotingsregels te beschikken die effectief de naleving van de verdragsverplichtingen inzake het begrotingsbeleid bevorderen. De richtlijn omschrijft die regels niet in detail, maar ze voorziet onder meer in de verplichting om de doelstellingen en het toepassingsgebied van die regels duidelijk te omschrijven, een effectieve en tijdige monitoring mogelijk te maken, strikte toepassingsmechanismen in te stellen en duidelijk omschreven ontsnappingsclausules vast te leggen. De richtlijn staat het gebruik van `ontsnappingsclausules' en `relevante risicoscenario's' toe. Die clausules kunnen onder meer betrekking hebben op de specifieke omstandigheden die in het verdrag zijn vastgelegd. Momenteel is nog geen beslissing genomen over de inhoud van de clausules en de indicatoren. Het is echter duidelijk dat alle relevante risicoscenario's in de macro-economische prognoses zullen worden opgenomen.

De goedkeuring van de wet houdende instemming met het verdrag is een eerste belangrijke stap naar de ratificatie van het verdrag. Het is echter niet nodig om de richtlijn om te zetten tegelijkertijd met de goedkeuring van dat verdrag. We kunnen beter geleidelijk te werk gaan en het eerst eens worden over de praktische uitvoering van de omzetting, ook met de deelgebieden. Op administratief niveau werd al meermaals met de deelgebieden vergaderd. Er wordt werk gemaakt van de omzetting en de regering zal alles doen om de termijn voor de omzetting van de teksten na te komen.

De heer Benoit Hellings (Ecolo). - Er staat heel wat op het spel. Als BelgiŽ zelf de voorwaarden kan bepalen waaronder de Europese regels concreet zullen worden toegepast, dan kan het de strijd winnen tegen sommige staten, en in het bijzonder het machtige Duitsland, dat er een strikt budgettaire visie op nahoudt en geen rekening houdt met de relancemogelijkheden in sectoren zoals onderzoek, onderwijs of nieuwe technologieŽn, met inbegrip van groene technologie. Onderzoek en onderwijs zijn gemeenschapsbevoegdheden en technologie is een bevoegdheid van de gewesten. De relancemogelijkheden bevinden zich dan ook op die beleidsniveaus.

Het is merkwaardig om te zien hoe de federale regering een begrotingspad kiest dat de begrotingen van de gemeenschappen en de gewesten onrechtstreeks versmacht. We moeten dus samen met de gewesten de criteria vastleggen voor de toepassing van het Europese strakke begrotingsbeleid zodat ruimte wordt gelaten voor een investeringsbeleid op lange termijn.

Mondelinge vraag van de heer Ahmed Laaouej aan de minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken over ęhet centraal aanspreekpunt bij de Nationale Bank van BelgiŽ voor bankrekeningen en contractenĽ (nr. 5-979)

De heer Ahmed Laaouej (PS). - De invoering van een bepaling met betrekking tot de opheffing van het bankgeheim was een belangrijke evolutie in onze wetgeving inzake de strijd tegen de fiscale fraude. De wet creŽert een goed evenwicht tussen het respect voor de privacy en de noodzaak voor de diensten van FinanciŽn om hun verificaties in geval van aanwijzingen van fraude succesvol te kunnen uitvoeren.

De wet bepaalt: "Iedere bank-, wissel-, krediet- en spaarinstelling is er toe gehouden om volgende gegevens kenbaar te maken bij een centraal aanspreekpunt dat door de Nationale Bank van BelgiŽ wordt gehouden: de identiteit van de cliŽnten en de nummers van hun rekeningen en contracten.

Wanneer de door de minister aangestelde ambtenaar bedoeld in paragraaf 2, derde lid, heeft vastgesteld dat het gevoerde onderzoek bedoeld in paragraaf 2, ťťn of meer aanwijzingen van belastingontduiking heeft opgeleverd, kan hij de beschikbare gegevens over die belastingplichtige opvragen bij dat centraal aanspreekpunt.

De Koning bepaalt de werking van het centraal aanspreekpunt."

Wordt in het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de werking van het centraal aanspreekpunt verzekerd dat de gegevens die de in de wet genoemde instellingen aan de NBB moeten kenbaar maken, wel degelijk de identiteit van de cliŽnten en de nummers van hun rekeningen en contracten zullen omvatten? Worden effectenrekeningen, termijndeposito's en gereglementeerde spaardeposito's binnen eenzelfde instelling nog altijd aan een zichtrekening gekoppeld?

De heer Koen Geens, minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken. - Het ontwerp van koninklijk besluit betreffende de werking van het centraal aanspreekpunt voorziet op de volgende wijze in de overdracht van identificatiegegevens van de cliŽnten. Voor natuurlijke personen gaat het om het identificatienummer in het Rijksregister van de natuurlijke personen, of bij gebrek daaraan de naam, de officiŽle voornaam, de geboortedatum en de geboorteplaats, of indien dat niet mogelijk is, het geboorteland. Voor rechtspersonen die bij de Kruispuntbank voor ondernemingen zijn ingeschreven gaat het om het inschrijvingsnummer. Voor alle andere cliŽnten gaat het om de volledige naam, de eventuele rechtsvorm en het land van vestiging.

Het begrip `rekening' omvat elke bankrekening die in BelgiŽ is geopend en die het de cliŽnt van de informatieplichtige mogelijk maakt inkomsten te ontvangen, geldafhalingen en geldstortingen te doen, betalingen ten voordele van derden te doen of betalingen van derden te ontvangen. Er is geen beperking van de soorten rekeningen die moeten worden aangegeven zolang het gaat om rekeningen waarop rechtstreekse transacties kunnen worden gedaan. Zo zal een termijnrekening niet worden aangegeven als ze binnen eenzelfde instelling is verbonden aan een zichtrekening voor stortingen, rechtstreekse overschrijvingen of geldafhalingen. Als de cliŽnt rechtstreeks van zijn termijnrekeningen verrichtingen kan doen, moet de rekening worden aangegeven.

Wat de contracten betreft, voorziet het ontwerp van koninklijk besluit in de melding van het bestaan van ťťn van de volgende overeenkomsten, rechtstreeks of via een tussenpersoon gesloten tussen de cliŽnt en de informatieplichtige, die niet onlosmakelijk aan een zichtrekening is verbonden: een overeenkomst voor hypothecair krediet voor andere dan beroepsdoeleinden; een overeenkomst voor verkoop op afbetaling voor andere dan beroepsdoeleinden; een leasingovereenkomst; een overeenkomst voor lening op afbetaling voor andere dan beroepsdoeleinden; een overeenkomst voor beleggingsdiensten en -activiteiten, evenals het ter beschikking houden voor de cliŽnt van zichtdeposito's of hernieuwbare termijndeposito's in afwachting van de affectatie voor of de aankoop van financiŽle instrumenten of terugbetaling; een fondsenoverdracht door een verstrekker van betalingsdiensten; elke andere overeenkomst die valt onder de hieronder vermelde punten waarbij een ontlener fondsen ter beschikking stelt van een natuurlijke of een rechtspersoon.

De heer Ahmed Laaouej (PS). - Ik neem akte van het antwoord van de minister. Ik zal het grondig bestuderen en de minister indien nodig via een schriftelijke vraag aanvullende informatie vragen.

Mondelinge vraag van mevrouw Vanessa Matz aan de minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken over ęde opheffing van het bankgeheim binnen de Europese UnieĽ (nr. 5-982)

Mevrouw Vanessa Matz (cdH). - Op de Europese Ecofinraad is geen akkoord bereikt over de automatische informatie-uitwisseling tussen de zevenentwintig lidstaten van de Europese Unie. Oostenrijk en Luxemburg hebben eens te meer geweigerd een einde te maken aan hun afwijkend stelsel. Er werd echter wel een akkoord bereikt om de Commissie met vijf landen, waaronder Zwitserland, over een betere informatie-uitwisseling te laten onderhandelen. De tijd van de bilaterale overeenkomsten met Zwitserland, de zogenaamde Rubikakkoorden, lijkt definitief voorbij. De Verenigde Staten hebben alles in het werk gesteld om een aantal landen, waaronder Zwitserland, via de ondertekening van de FATCA-akkoorden tot een grotere samenwerking te dwingen inzake de mededeling van de bankgegevens van Amerikaanse burgers.

De Ecofinraad heeft de kwestie van de Bankenunie aangekaart. Ook de pers berichtte niet over een gezamenlijk standpunt van de zevenentwintig ministers van FinanciŽn.

Welke reŽle vooruitgang werd er geboekt op de Ecofinraad?

Hoever staat het met het plan voor een Europees FATCA? Kan er, bij gebrek aan unanimiteit, een versterkte samenwerking worden overwogen?

De heer Koen Geens, minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken. - Op de jongste Ecofinraad werd belangrijke vooruitgang geboekt. Nadat Luxemburg aankondigde vanaf 1 januari 2015 de automatische uitwisseling van informatie, zoals voorzien in de spaarrichtlijn, toe te passen, heeft ook Oostenrijk zijn houding aangepast. Hierdoor konden alle lidstaten in het kader van de Ecofinraad de Europese Commissie een mandaat geven om onderhandelingen te starten met Zwitserland, Liechtenstein, Monaco, Andorra en San Marino.

Bijgevolg kan het toepassingsveld van het Europees verdrag van 2005 betreffende de informatie-uitwisseling en de belasting op de roerende inkomsten met deze landen worden uitgebreid.

De Ecofinraad stond positief tegenover het initiatief van Frankrijk, Duitsland, ItaliŽ, Spanje en het Verenigd Koninkrijk om een Europees FATCA-proefproject op te starten. De Europese Unie zal, zoals met het FATCA-akkoord in de Verenigde Staten, een hoofdrol moeten spelen om een internationaal aanvaardbare standaardnorm te ontwikkelen. We wachten nu op de resultaten van het proefproject om deze norm te evalueren.

Intussen hebben, naast BelgiŽ, ook de Tsjechische Republiek, Ierland, Nederland, Polen, Portugal, RoemeniŽ, Slovakije, Denemarken, Zweden, Finland en SloveniŽ hun steun aan dit proefproject verleend. Binnenkort zal de manier waarop de Europese Unie het beheer en de coŲrdinatie van deze twee projecten zal opvolgen, duidelijker worden.

Mevrouw Vanessa Matz (cdH). - Ik dank de minister voor het antwoord. Ik weet dat de Europese Unie niet op ťťn dag is tot stand gekomen. Maar op een moment waarop heel wat Europese landen een economische crisis doormaken en geconfronteerd worden met een onrustwekkende stijging van het aantal werklozen, proberen de zevenentwintig landen niet altijd om grote projecten vooruit te doen gaan en perspectieven te creŽren.

Ik hoop in elk geval dat BelgiŽ verder krachtdadig een grotere fiscale harmonisatie zal eisen, teneinde het Europees sociaal model te beschermen.

Ik zal de minister te gepasten tijde opnieuw over dit dossier ondervragen.

Verwelkoming van leden van het parlement van Marokko

De voorzitster. - Ik begroet de leden van het parlement van Marokko die een bezoek brengen aan de Senaat. (Algemeen applaus)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Bert Anciaux aan de minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken over ęeen mogelijk pervers effect van een verhoging van het vakantiegeld voor sommige gepensioneerdenĽ (nr. 5-983)

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Rond 15 mei wordt het vakantiegeld aan gepensioneerden uitbetaald. In het kader van de welvaartsaanpassing werd dat vakantiegeld met 5% verhoogd. Voor gepensioneerden die een maandelijks pensioen tussen 1150 en 1300 euro bruto ontvangen, heeft die verhoging, na betaling van de belasting echter eigenlijk een daling van het nettopensioen tot gevolg. Volgens de berekeningen, die door het ABVV werden gemaakt, zouden honderdduizenden mensen worden getroffen.

Het lijkt op zijn minst contradictorisch dat een maatregel die er bewust op gericht is de koopkracht op peil te houden, uiteindelijk leidt tot een daling van de koopkracht. Het gaat bovendien niet over een marginaal neveneffect. Heel wat gepensioneerden worden erdoor getroffen. Blijkbaar werden hieromtrent bij voorbaat beloftes gedaan binnen het tripartiete overleg, maar daarvan is volgens het ABVV niets terechtgekomen.

Ik had mijn vraag eerst tot de minister van Pensioenen gericht, maar nu blijkt dat dit dossier onder de verantwoordelijkheid van de minister van FinanciŽn valt.

Hoe kan het dat een verhoging van het brutopensioen uiteindelijk leidt tot een verlaging van het nettopensioen? Kan de minister dit alsnog rechtzetten? Wat gaat hij concreet doen?

De heer Koen Geens, minister van FinanciŽn, belast met Ambtenarenzaken. - De belastingdruk op pensioenen en vervangingsinkomsten wordt verlaagd door het verlenen van belastingverminderingen. De gewone belastingverminderingen voor pensioenen en vervangingsinkomsten volstaan niet om de belasting "lage vervangingsinkomsten" tot nul te herleiden. Een belastingplichtige waarvan het gezamenlijk belastbaar inkomen uitsluitend uit pensioenen en vervangingsinkomsten bestaat, wordt daarom een bijkomende vermindering verleend wanneer het gezamenlijk belastbaar inkomen niet meer bedraagt dan een bepaald referentie-inkomen. Die vermindering is gelijk aan de belasting die overblijft na toepassing van de gewone vermindering.

Wanneer het netto-inkomen meer bedraagt dan dat referentie-inkomen, wordt een bijkomende vermindering verleend die gelijk is aan het verschil tussen de belasting die overblijft na toepassing van de gewone vermindering, enerzijds, en het positieve verschil tussen het netto-inkomen en het referentie-inkomen, anderzijds.

De combinatie van de feitelijke belastingvrijstelling in artikel 154 en de belastingvermindering voor vervangingsinkomsten en pensioenen leidt tot een belastingval. Het bedrag van de feitelijke belastingvrijstelling is door de jaren heen via welvaartsaanpassingen veel sneller gestegen dan de normale belastingverminderingen, die enkel werden geÔndexeerd.

Wat de procedure betreft, werd bij het overleg met de sociale partners toegezegd het probleem te onderzoeken. Dat is ook gebeurd en mijn voorganger heeft de kern hierover een nota voorgelegd. Er is echter nooit beslist om de wet aan te passen. Zoals u weet heeft een aanpassing van de fiscale wetgeving steeds een aanzienlijke budgettaire impact. Mochten alle belastingvallen worden weggewerkt in het voordeel van de belastingplichtigen, zou dat voor het aanslagjaar 2013 652 miljoen euro kosten. Op het begrotingsconclaaf heeft, voor zover ik weet, geen enkele partij bij ter zake een voorstel ingediend.

Wat de kern van de zaak betreft, merk ik op dat de fiscale wetgeving niet recent is gewijzigd en dat het probleem dus al sinds jaren bestaat. Aan de oorsprong ligt een bijkomend belastingvoordeel dat enkel alleenstaande gepensioneerden of steuntrekkers genieten. Zij krijgen tot een bepaald inkomen een extra belastingvermindering die gehuwden niet krijgen.

Bij de combinatie van pensioen en nog een beperkt ander inkomen is er in die schijf zelfs sprake van een belastingval, omdat die extra belastingvermindering niet wordt toegepast. Zodra de belastingplichtige ook maar een miniem bedrag ander gezamenlijk belastbare inkomen heeft, zoals een onderhoudsuitkering, wordt geen bijkomende vermindering verleend, ook al ligt het inkomen van de belastingplichtige onder het referentie-inkomen.

Problemen zoals een belastingval kunnen we slechts oplossen wanneer we de extra belastingverminderingen voor zij die niet meer actief zijn ter discussie durven te stellen. De belastingvermindering voor pensioenen en vervangingsinkomsten verlaagt de belastingdruk op de lage pensioenen en de vervangingsinkomsten in belangrijke mate.

Er is geen vergelijkbare verlaging van de belastingdruk op lage inkomsten uit een beroepsactiviteit. Dat heeft tot gevolg dat, bij een nochtans vergelijkbare draagkracht, de belastingplichtigen met vervangingsinkomsten minder bijdragen dan de belastingplichtigen met een activiteitsinkomen. Een bijkomende vermindering doet het verschil nog toenemen.

Een en ander kan misschien aan bod komen wanneer de verenigde commissies binnenkort de belastinghervorming bespreken.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Ik dank de minister voor zijn antwoord, dat in mijn ogen alvast technisch correct is. Het is duidelijk dat het probleem helemaal niet nieuw is. Ik stel er de minister en zelfs zijn voorgangers, dan ook niet rechtstreeks verantwoordelijk voor.

Niettemin gaat het om een concreet probleem dat vele mensen treft die sowieso een niet al te hoog inkomen hebben. Het probleem rijst immers bij de gepensioneerden met een laag pensioen, tussen 1150 en 1300 euro bruto per maand. Ik ben van mening dat toch moet worden onderzocht of er in dit geval niet minstens voor kan worden gezorgd dat de maatregel niet tot een verlaging van het nettopensioen leidt.

Ik begrijp dat de belastingval niet alleen in dit dossier een probleem vormt en dat het volledig wegwerken ervan een zware ingreep is. De minister had het over een bedrag van 652 miljoen. Ik denk dat daarvoor geen ruimte is. Wel moet het mogelijk zijn de welvaartsaanpassing eenmalig niet door te voeren, maar te wachten tot de volgende welvaartsaanpassing. Het gelijktijdig gecumuleerd doorvoeren van die twee aanpassingen zou immers wel tot een verhoging van het netto-inkomen leiden.

Ik stel dus voor die verhoging van 5% nu niet toe te kennen. Die verhoging wel toekennen betekent immers enerzijds 5% geven, maar anderzijds 6% afnemen. Dat lijkt mij geen goede zaak. Hoewel ik besef dat het niet zo evident is om die 5% nu niet toe te kennen, moet er toch worden geprobeerd een oplossing te vinden voor de tienduizenden betrokken gepensioneerden die aldus hun nettopensioen zien dalen. Uitstel zou de regering alleszins niets kosten.

Ik vraag niet dat de minister vandaag al belooft de aanpassing uit te stellen, maar wel dat hij zich ertoe verbindt een en ander te onderzoeken.

Mondelinge vraag van mevrouw Marie Arena aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over ęde belastingontduiking in de ontginningsindustrie in Afrika en in het bijzonder in de Democratische Republiek CongoĽ (nr. 5-978)

Mevrouw Marie Arena (PS). - Op 10 mei onthulde het Africa Progress Panel in zijn rapport van 201, Equity in Extractives, praktijken waarbij bedrijven hun goederen onderwaarderen, ze aan hun filialen tegen lagere prijzen dan de marktprijs verkopen en op die manier hun belastingschulden en de daarbij behorende betalingen aanzienlijk doen dalen. We zitten midden in de strijd tegen de internationale fraude.

Het rapport verwijst naar de Democratische Republiek Congo die bij vijf transacties 1,36 miljard dollar heeft verloren. Het ging om obscure verkoopsstructuren in het kader van mijnconcessies.

De Londense maatschappij Eurasian Natural Resources Corporation, eigendom van een Belg, werd expliciet in deze zaak genoemd. Dit bedrijf zou aan de basis liggen van een beroving van een bedrag van 560 miljoen euro van de Democratische Republiek Congo.

De auteurs van de studie zeggen duidelijk dat Afrika er alleen niet zal uit geraken. Hoe kunnen we onze Afrikaanse partners helpen in de strijd tegen deze grootschalige fraude?

Kunt u ons meedelen welke acties u met de Democratische Republiek Congo hebt ondernomen om mechanismen op te zetten in de strijd tegen deze enorme fraude?

Kent u deze in Londen gevestigde vennootschap die eigendom is van een Belgische onderdaan?

Welke diplomatieke initiatieven kunt u met de Democratische Republiek Congo nemen? Is er vooruitgang in de strijd tegen de fiscale paradijzen?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - Ik ben me natuurlijk bewust van het probleem van de uitverkoop van het patrimonium van het Congolese volk.

De bedragen, zowel die uit het rapport als die van de kopers, zijn natuurlijk een ruwe schatting. Dat is het perverse van het systeem: het zal heel moeilijk zijn om een misdrijf te bewijzen.

De maatschappij ENRC is een vennootschap naar Brits recht. Het is dus aan dat land om iets te ondernemen. De nationaliteit van ťťn van de hoofdaandeelhouders doet niet ter zake.

ENRC is betrokken bij de First Quantum-zaak, die enkele jaren geleden de relaties tussen de DRC en de Wereldbank ernstig heeft vertroebeld. In het kader van de herziening van de mijncontracten in 2006 werd de Canadese onderneming First Quantum, geassocieerd met de International Finance Corporation - IFC, een filiaal van de Wereldbank -, de exploitatierechten van verschillende mijnsites in Katanga ontnomen.

Het dossier vertraagde de onderhandelingen van de Club van Parijs voor de kwijtschelding van de Congolese schuld en het heeft, door de betrokkenheid van de IFC, ook de relaties met de Wereldbank en de DRC vertroebeld.

In januari 2012 werd een akkoord bereikt tussen First Quantum en ENRC, die de exploitatierechten van deze mijnen had overgenomen. First Quantum heeft haar rechten voor de drie mijnen overgelaten voor 1,25 miljard Amerikaanse dollar.

Zoals u weet steunt BelgiŽ de bestuurlijke hervormingen van de Congolese regering. De actie van de huidige eerste minister is op dit punt bemoedigend, ook al moet er nog veel gebeuren.

We hebben samen met Gabon initiatieven genomen op het niveau van de Verenigde Naties voor een transparanter beleid inzake de mijncontracten, namelijk om het bestaan van de contracten, de medecontractanten en de bedragen waarover het gaat te kennen. Rond dit initiatief hebben zich momenteel een aantal partners verzameld.

U weet ongetwijfeld dat het IMF heeft aangedrongen op de publicatie van de mijncontracten en dat het heel strenge maatregelen heeft genomen ten opzichte van de Congolese Staat wegens het niet-publiceren van ťťn van de contracten, wat we trouwens destijds hebben gesteund.

Nagenoeg alle contracten werden gepubliceerd, met uitzondering van het COMIDE-contract. Er zijn onlangs contacten geweest tussen de Congolese centrale bank en het IMF. De uitleg van de Congolese regering lijkt voor het IMF te volstaan. Het IMF zal trouwens in juli een afvaardiging naar Congo sturen voor het opstarten van nieuwe onderhandelingen met het oog op een nieuw programma. De publicatie van deze contracten betekent evenwel nog niet dat ze billijk zijn.

De Wereldbank stelt trouwens bepaalde voorwaarden voor het bekomen van leningen en ze heeft het begrip van good governance aangepast, waarop de Congolese regering zich moet baseren.

Tot slot vermeld ik ook enkele ontwikkelingen op nationaal vlak, zoals de vergevorderde besprekingen over het ontwerp van een nieuwe mijncode, die we via onze ambassade regelmatig volgen.

De maatregelen die op internationaal vlak worden genomen tegen de fiscale paradijzen vallen onder de bevoegdheid van mijn collega van FinanciŽn, maar in overleg met mijn collega van Ontwikkelingssamenwerking proberen we na te gaan hoe we bij elk contact met de Congolese autoriteiten kunnen bijdragen tot meer transparantie bij het beheer van de mijncontracten en bij alle contracten voor de ontginning van de natuurlijke rijkdommen. Dat is een punt dat we voortdurend op de voorgrond brengen in een bilateraal kader of via organisaties zoals het Monetair Fonds of de Wereldbank.

Mevrouw Marie Arena (PS). - Ik dank de minister voor de informatie.

Zowel internationaal niveau als op het niveau van de DRC is er een probleem van belastingontduiking. Zoals de minister zegt, kan het probleem niet worden opgelost zolang bedrijven in fiscale paradijzen duistere constructies kunnen opzetten om minder belastingen te betalen.

Ik zal deze vraag voorleggen aan de minister van FinanciŽn om te weten wat de houding van BelgiŽ zal zijn als de kwestie van de fiscale paradijzen op een internationaal niveau zal worden behandeld.

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine Vermeulen aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over ęSomalilandĽ (nr. 5-985)

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA). - SomaliŽ prijkt al jaren bovenaan de lijst van de mislukte staten, maar voor het eerst sinds jaren is er licht aan het einde van de tunnel. In 2011 verjoegen troepen van de Afrikaanse Unie de islamitische Al-Shabaabmilitie uit de hoofdstad Mogadishu en een jaar later werd Hassan Sheikh Mohamud tot president verkozen. Sindsdien kent het land een voorzichtig herstel.

Op 7 mei 2013 zijn in Londen de wereldleiders samengekomen voor een conferentie over de internationale steun voor SomaliŽ. Aan die conferentie deden meer dan vijftig landen mee. Ze willen hun steun betuigen aan de nieuwe regering van SomaliŽ en de eerste beloftes zijn al gemaakt. De Europese Unie heeft namelijk laten weten dat ze vierenveertig miljoen euro uittrekt voor de uitbouw van het Somalische rechtssysteem, helemaal vernietigd na jaren van burgeroorlog en clanconflicten. Volgens de Europese commissaris voor Ontwikkeling is dat een belangrijke stap naar verder herstel.

De uitdagingen voor de Somalische regering zijn enorm: grote gebieden in het zuiden van het land zijn in handen van de Al-Shabaabmilitie en de regering hangt voor haar inkomsten volledig af van de internationale gemeenschap.

Bovendien scheurden zich twee regio's af van het land: Somaliland in 1991 en Puntland in 1998. Die hebben hun eigen instellingen en systemen uitgebouwd, maar worden door de internationale gemeenschap niet erkend. Daarom wensten ze de SomaliŽconferentie niet bij te wonen, maar nu dreigen ze wel naast de buitenlandse steun te grijpen.

Daar Somaliland geen erkenning geniet, kan het ook niet rechtstreeks rekenen op ontwikkelingshulp. Alle hulp moet via Mogadishu worden geleid.

Worden er in de diplomatieke wereld openingen gemaakt naar Somaliland om ook daar het welzijn en de ontwikkeling van de bevolking voorop te stellen?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - De niet-erkenning van Somaliland, dat deel uitmaakt van het grondgebied van SomaliŽ, betekent niet dat die regio geen ontwikkelingshulp ontvangt. In het algemeen komt immers de hulp vanwege de Europese Unie en de Verenigde Naties aan SomaliŽ ook aan Somaliland ten goede. Daarnaast ontvangt die regio gerichte steun.

Zo ondersteunt de Europese Unie in Somaliland sectoren als economische ontwikkeling en infrastructuurwerken, onderwijs en bestuur. Onder die laatste noemer gaat de steun onder meer uit naar de publieke sector, de politie, de gerechtelijke instanties, de democratische instellingen, de verkiezingsprocessen en het maatschappelijke middenveld. Somaliland heeft er zich duidelijk toe verbonden zijn publieke sector te hervormen. Daarom werd, met name op het gebied van het beheer van de overheidsfinanciŽn, de steunverlening versterkt en uitgebreid.

BelgiŽ is in Somaliland aanwezig via het Belgisch Fonds voor Voedselzekerheid. Het programma van dat fonds heeft betrekking op de basisbehoeften, dus op voedsel, gezondheid, water en basisinkomen, in negen districten van de regio.

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA). - Het lijkt me zeer belangrijk dat ook Somaliland ontwikkelingshulp kan genieten. Het welzijn en de ontwikkeling van de bevolking in zowel Somaliland als SomaliŽ moet immers een prioriteit blijven.

Wel vrees ik voor een internationale desinteresse tegenover de vooruitgang op institutioneel gebied. Ik zal dus verder nagaan of er ook op dat vlak voldoende aandacht voor Somaliland blijft.

Mondelinge vraag van de heer Johan Verstreken aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken over ęde rechten van de oppositie in RwandaĽ (nr. 5-988)

De heer Johan Verstreken (CD&V). - We zullen het nog vaak over mensenrechten hebben en natuurlijk kunnen we niet alle problemen in de wereld oplossen, maar aangezien BelgiŽ een band heeft met Rwanda, wil ik deze vraag toch stellen.

Op het ogenblik dat ik deze vraag stel, laten twee mensen zich op de Kunstberg symbolisch opsluiten om aan te klagen wat niet-democratische regimes met mensen kunnen uitrichten. Ze zullen 48 uur opgesloten blijven en leven op water en brood.

Op het moment dat Amnesty International een zeer kritisch rapport over de rechtszaak van oppositieleidster Victoire Ingabire uitbrengt, werden op 25 maart Sylvain Sibomana, waarnemend secretaris-generaal van de FDU, en enkele medestanders gearresteerd. Ze wensten het proces in beroep tegen mevrouw Ingabire van de FDU bij te wonen. Ze werden opgesloten op beschuldiging van minachting voor het openbaar gezag, aanzet tot opstand tegen de bevolking en deelname aan een illegale manifestatie. Dat is een duidelijke miskenning van de rechten van de oppositie en van een hele reeks artikelen van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

Op 10 april werd hun arrestatie met 30 dagen verlengd. Intussen zitten de betrokkenen nog steeds opgesloten. Tegelijkertijd bereiken ons alarmerende berichten dat Sylvain Sibomana en een medestander op 10 mei door leden van de veiligheidsdienst zouden zijn mishandeld. Tevens kan de heer Sibomana geen aanspraak meer maken op aangepast voedsel dat hij om medische redenen moet gebruiken. Nochtans wordt dat recht aan andere Rwandese gevangenen wel gewaarborgd. Er is dus duidelijk sprake van twee maten en twee gewichten en van schending van de mensenrechten.

Is hij op de hoogte van deze arrestaties en mogelijke mishandelingen? Zo ja, heeft hij hierover reeds contact met de Rwandese autoriteiten gehad?

Welke stappen heeft ons land, eventueel in samenspraak met de EU, gedaan om de rechten van de oppositie in Rwanda te waarborgen?

Welke gevolgen geeft de minister aan het Amnesty rapport Justice in jeopardy: the first instance trial of Victoire Ingabire? Volgt ons land in samenspraak met de andere EU-lidstaten het proces in hoger beroep tegen mevrouw Ingabire?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken, Buitenlandse Handel en Europese Zaken. - Twee militanten van de Forces dťmocratiques unifiťes (FDU), secretaris-generaal Sylvain Sibomana en Dominique Shyirambere, werden inderdaad door de politie aangehouden toen ze samen met een twintigtal militanten van de partij aan een betoging voor het gebouw van het Hooggerechtshof in Kigali deelnamen.

We worden geregeld over de zaak Sibomana ingelicht. We hebben het voorval aangekaart bij de posthoofden van de Europese Unie ter plaatse en bij het Internationaal Comitť van het Rode Kruis. Op 25 maart jongstleden ging voor het Hooggerechtshof het proces in beroep in de zaak tegen Victoire Ingabire. Mevrouw Ingabire en het parket hadden beroep aangetekend tegen het gerechtelijk vonnis, dat de leidster van oppositiepartij FDU tot acht jaar cel veroordeelt.

Uiteraard volg ik dat proces op de voet. Onze ambassade is samen met een delegatie van de Europese Unie op elke zitting van het Hooggerechtshof aanwezig. Het proces in eerste aanleg werd gekenmerkt door enkele onvolmaaktheden, maar het werd ernstig en professioneel gevoerd en het kan dus niet zomaar worden afgewezen. Daarnaast volgen we ook de situatie van de persvrijheid in Rwanda.

De heer Johan Verstreken (CD&V). - Ik suggereer de minister om de instanties in Rwanda duidelijk te maken dat mishandeling van gevangenen uit den boze is, zeker als het om oppositieleden gaat. Mochten eenvoudige zaken zoals illegale manifestaties of minachting van het openbare gezag bij ons eveneens worden bestraft, zouden er veel mensen in de gevangenis belanden. Ook mishandelingen om bekentenissen af te dwingen, kunnen niet door de beugel.

Mondelinge vraag van de heer Gťrard Deprez aan de minister van Justitie over ęde seponering van bijna ťťn op twee groepsverkrachtingszaken tussen 2009 en 2011Ľ (nr. 5-981)

De heer Gťrard Deprez (MR). - Volgens de informatie van het College van procureurs-generaal is het aantal verkrachtingszaken dat tussen 2009 en 2011 aan de parketten werd doorgestuurd, met 20% gestegen; het aantal processen-verbaal afkomstig van de politiediensten is toegenomen met 17% en het aantal klachten met burgerlijkepartijstelling is toegenomen met 58%.

Nog steeds volgens het College van procureurs-generaal zouden er in 2012 in ons land 232 groepsverkrachtingen zijn gepleegd, hetzij bijna vijf per week. Jammer genoeg werden van 2009 tot en met 2011 44% van de dossiers over groepsverkrachting geseponeerd, in meer dan de helft van de gevallen wegens "onvoldoende bewijs", de voornaamste oorzaak van de straffeloosheid.

Naar aanleiding van die droevige vaststelling werd het parket-generaal van Luik ermee belast om samen met het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie te onderzoeken op welke manier de justitie en de politie de set seksuele agressie gebruiken. Die set wordt gebruikt bij de verzameling van stalen en kledij bij een medisch onderzoek na seksuele agressie.

Overigens lijkt er ook een budgettair probleem. Immers, hoewel er meestal een uitstrijkje wordt genomen na een verkrachting, zouden twee op de drie uitstrijkjes niet worden geanalyseerd uit besparingsoverwegingen of na een beslissing van het parket.

Bevestigt de minister die cijfers en het feit dat sommige magistraten niet systematisch zouden overgaan tot DNA-analyse? Zo ja, weet de minister waarom ze dat niet doen?

Wanneer zal het koninklijk besluit worden genomen met het oog op de inwerkingtreding van de DNA-wet van 7 november 2011 betreffende de voorwaarden om een DNA- onderzoek uit te voeren en de gerechtelijke uitsluitingsperimeter? Wanneer zal de evaluatie van het gebruik van de set seksuele agressie worden afgesloten?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Er is inderdaad een toename van het aantal verkrachtingszaken dat bij de parketten binnenkomt. Dat is voornamelijk te verklaren door een sterke stijging van het aantal burgerlijke partijstellingen. Men zou eruit kunnen afleiden dat het aantal verkrachtingen als zodanig is toegenomen, maar ik hoop dat het er veeleer op wijst dat het slachtoffer van een verkrachting zich vaker uit en klacht durft in te dienen.

Immers, traditioneel wordt het dark number met betrekking tot verkrachtingen zeer hoog geschat. Een slachtoffer voelt vaak schaamte en schuld. Het feit dat er meer verkrachtingszaken bij het parket binnenkomen via een klacht kan dus evengoed een bemoedigend signaal zijn, dat erop wijst dat de slachtoffers steeds vaker de stap durven zetten om zich tot de politie en de justitie te wenden.

Uit diezelfde cijfers blijkt eveneens dat het aantal verkrachtingszaken dat geseponeerd wordt - 44% - nog steeds te hoog is. Dat is in 55% van de gevallen vooral te wijten aan een gebrek aan bewijzen.

Daarom is het inderdaad van cruciaal belang dat het lichaamsonderzoek met behulp van de set seksuele agressie en de afname van eventuele DNA-sporen snel en correct gebeuren.

Zoals senator Deprez zei, zijn het NICC en de Dienst voor het strafrechtelijk beleid van mijn departement momenteel belast met een omvangrijke evaluatie van de omzendbrief 10/2005 over de set seksuele agressie.

Senator Deprez vermeldt eveneens cijfers van de procureurs-generaal over de groepsverkrachtingen en het aantal gevallen van seponering.

Ik zal nog verdere inlichtingen inwinnen over die cijfers, aangezien de statistieken van het College geen specifieke code omvatten om aan te duiden dat het een verkrachting door een groep betreft. Ik ben dus verbaasd over die cijfers, maar ik zal er uiteraard informatie over vragen.

De evaluatie van de omzendbrief 10/2005 is omvangrijk. Ze is uitgebreider dan senator Deprez in zijn vraag beschrijft. Immers, politie en justitie worden niet als enigen ondervraagd over het gebruik van de set seksuele agressie. De vragenlijsten werden naar alle parketten, de parketten-generaal, de 27 onderzoeksrechters, de justitiehuizen, de 195 politiezones en de federale politie gestuurd. Verschillende wetsdokters, ziekenhuizen en laboratoria werden eveneens ondervraagd. Die consultatie is afgelopen en de analyse van de vragenlijsten is ook bijna beŽindigd. Bovendien zijn er nog enkele interviews aan de gang om een lijst op te stellen van good practices en van de belangrijkste problemen.

De magistraat is niet wettelijk verplicht een DNA-staal af te nemen en te analyseren. De wet van 30 november 2011 bepaalt evenwel dat als de magistraat beslist geen staal te laten analyseren, hij uitleg moet verschaffen aan het slachtoffer. Die vraag werd gesteld in het kader van de evaluatie en ik kan reeds bevestigen dat een aantal magistraten inderdaad geantwoord hebben dat ze soms geen stalen laten analyseren. De ingeroepen redenen voor die beslissing zijn vooral de volgende: de manifeste schuld van de dader die is aangetoond door een ander bewijsmiddel, de manifeste onschuld van de dader en de manifest valse klachten die jammer genoeg ook bestaan.

Het ontwerp van koninklijk besluit houdende uitvoering van de wet van 22 maart 1999 betreffende de identificatieprocedure via DNA-analyse in strafzaken dat de datum van inwerkingtreding van de wet van 7 november 2011 bepaalt, bevindt zich in een eindfase. Het ontwerp is aangepast na het advies van de Raad van State en van het College van procureurs-generaal. Het zal nu voor advies worden voorgelegd aan de minister van Begroting. De publicatie van het ontwerp wordt verwacht na dat advies.

De heer Gťrard Deprez (MR). - Ik dank de minister voor haar gedetailleerde antwoord. Als de cijfers die ik heb vermeld niet juist zijn, zal ik nota nemen van de verbeteringen die de minister me bezorgt. Ik ben verheugd dat het koninklijk besluit waardoor de wet van 7 november 2011 kan worden uitgevoerd, zich in de eindfase bevindt. Ik hoop dat die fase niet te lang zal duren.

Mondelinge vraag van mevrouw Helga Stevens aan de minister van Justitie over ęhet opleggen van een dwangsom wegens het gebrek aan behandeling voor een geÔnterneerdeĽ (nr. 5-987)

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). - De Belgische Staat werd door het Europees Hof van de Rechten van de Mens al vaak veroordeeld wegens haar beleid, of beter het ontbreken daarvan, ten aanzien van geÔnterneerden.

Onlangs werd hieraan een nieuw hoofdstuk toegevoegd want nu heeft ook de Brusselse rechtbank van eerste aanleg de Belgische Staat veroordeeld tot de betaling van een dwangsom van maar liefst 5000 euro per maand zolang een geÔnterneerde man geen therapie krijgt.

Aangezien meer dan 1100 geÔnterneerden geen behandeling krijgen, kan dit precedent zeer verregaande gevolgen hebben.

Ik hoop dan ook dat dit vonnis de minister ertoe aanzet eindelijk de koe bij de horens te vatten.

Ondertussen raakte echter bekend dat de Belgische Staat tegen deze beslissing beroep heeft aangetekend. Dat is vanuit het oogpunt van de Belgische Staat begrijpelijk, maar daarmee komen we natuurlijk geen stap verder.

Er circuleert nu wel een voorstel van een meerderheidspartij, helaas niet de partij van de minister, om een zorgplan op te stellen en daarvoor 10 miljoen euro vrij te maken, bovenop het normale budget voor de nieuwe forensische psychiatrische centra.

Hoe reageert de minister op het voorstel van een meerderheidspartij om een zorgplan voor geÔnterneerden op te stellen en hiervoor 10 miljoen euro uit te trekken? Gaan alle federale regeringspartijen hiermee akkoord? Wat houdt dit zorgplan concreet in en zal het nog voor de federale verkiezingen van 2014 worden behandeld en goedgekeurd? Waar zal de 10 miljoen euro worden gehaald?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Zoals ik al meermaals in de commissievergaderingen en in de plenaire vergadering heb gezegd, is de federale regering zich ten volle bewust van de problematiek van de geÔnterneerden. Daarom maken we volop werk van de bouw van een forensisch psychiatrisch centrum (FPC) in Gent, met 272 plaatsen, en met de bouw van een soortgelijke instelling in Antwerpen, met 180 plaatsen.

De aankondiging van de aanbestedingsopdracht voor het FPC te Gent werd op 25 maart 2013 gepubliceerd. Op dit ogenblik wordt de laatste hand gelegd aan het bestek voor de uitbating. De externe partner aan wie de uitbating van het forensisch psychiatrisch centrum zal worden toevertrouwd, zal instaan voor zowel de zorg, de hotelfunctie als voor de veiligheid. Daarbij moet rekening worden gehouden met de normen van Volksgezondheid op het gebied van zorg en met de normen van Justitie wat de veiligheid betreft. Tegen het einde van dit jaar zal de uitbater worden aangewezen. Voor Antwerpen is de procedure tot aanwijzing van de aannemer opgestart. Er hebben zich tien bouwbedrijven kandidaat gesteld.

Met die twee gebouwen zal de capaciteit in Vlaanderen niet alleen met bijna vijfhonderd plaatsen verhogen, maar zal ook de kwaliteit van de zorg enorm verbeteren. De aangepaste structuur zal ervoor zorgen dat geÔnterneerden in Vlaanderen beter en sneller worden opgevangen en dat de geÔnterneerden naar het gewone zorgcircuit doorstromen - want dat is uiteindelijk de bedoeling.

Ik ben ervan overtuigd dat ook Vlaanderen zijn verantwoordelijkheid zal moeten opnemen. Het kan immers niet de bedoeling zijn forensische psychiatrische centra te bouwen om mensen daarin levenslang op te sluiten. Het is de bedoeling om mensen beter te maken, zodat ze in heel wat gevallen naar het gewone zorgcircuit kunnen doorstromen.

Ook voor WalloniŽ werkt de regering aan een oplossing. Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan een uitbreiding van de bestaande instelling van Paifve.

Uiteraard steun ik iedereen die voorstellen doet om extra middelen vrij te maken voor de zorg van de geÔnterneerden, bovenop alle investeringen die in de FPC's zullen worden gedaan.

Ik roep ook de gemeenschappen op om binnen het kader van hun eigen bevoegdheden in middelen te voorzien om deze problematiek op te lossen. Het federale niveau moet zijn verantwoordelijkheid nemen, maar ook de gemeenschappen moeten dat doen, door ervoor te zorgen dat er voldoende plaatsen zijn in het gewone zorgcircuit.

Ik steun uiteraard alle wetsvoorstellen die in behandeling zijn. De regering is eveneens bezig met een aanpassing van een wetsontwerp over de geÔnterneerden. Echter, zolang de budgettaire middelen voor bepaalde aspecten niet in de begroting zijn ingeschreven, heeft het uiteraard geen zin om de wetgevende initiatieven aan te nemen.

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). - De minister heeft een interessante uiteenzetting gegeven over de stand van zaken met betrekking tot de uitbating van het centrum in Gent en de bouw van het centrum in Antwerpen, maar daarover ging mijn vraag niet.

Ik vroeg naar de reactie van de minister op het voorstel van collega Anciaux om 10 miljoen euro vrij te maken. Daarop heb ik geen antwoord gekregen. Het voorstel van de heer Anciaux bewijst toch dat er een reŽel probleem is. Waarom zijn extra miljoenen nodig, indien alles goed gaat? Ik heb niets nieuws gehoord.

Bovendien is de minister niet ingegaan op het probleem van het ontbreken van een behandeling voor geÔnterneerden. De twee nieuwe forensisch psychiatrische centra in Gent en Antwerpen zullen toch niet alle geÔnterneerden in BelgiŽ kunnen helpen. Het probleem blijft bestaan. Ik juich iedere stap in de goede richting toe, maar we zijn er nog lang niet.

Ik betreur dat ik geen antwoord heb gekregen op mijn concrete vragen.

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Mevrouw de voorzitster, ik wil daarover geen onduidelijkheid laten bestaan. Amper drie of vier weken geleden heb ik gezegd dat ik alle steun verwelkom, dus ook de steun en het wetsvoorstel van collega Anciaux. Het eerste probleem is de nodige middelen vrij te maken. Ik heb dat in de Senaat al meer dan eens verklaard.

Mevrouw Helga Stevens (N-VA). - Wat de minister zegt, klopt. Ik heb echter vorige verslagen gecontroleerd en ik begrijp dat zij ieder initiatief steunt, maar dat is geen antwoord op de vraag of de regering effectief middelen zal vrijmaken. Dat was mijn vraag!

Mondelinge vraag van mevrouw Lieve Maes aan de vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee over ęde achterstallige kredieten van particulierenĽ (nr. 5-986)

Mevrouw Lieve Maes (N-VA). - Deze week namen we kennis van de jongste cijfergegevens van de Centrale voor kredieten aan particulieren. Die gaven aanleiding tot verschillende krantenkoppen zoals: `leninglast weegt zwaarder dan ooit', `nieuw triest record voor onbetaalde rekeningen', en iets neutraler, `meer dan 335 000 Belgen hebben betalingsachterstand op kredieten'.

De statistieken geven aan dat in april, in vergelijking met vorig jaar, 4% meer Belgen een achterstand hadden opgelopen met het afbetalen van hun aangegane leningen en lopende kredieten. Het gaat concreet over 335 375 personen, goed voor een volume van ongeveer 2,84 miljard euro aan betalingsachterstanden. De cijfers omvatten zowel consumentenkredieten als hypothecaire kredieten.

Meer gedetailleerd neemt het aantal consumentenkredieten toe met 2,1% en het aantal achterstallige consumentenkredieten met 4,7%. Consumentenkredieten omvatten leningen op afbetaling, verkopen op afbetaling, financieringshuren en kredietopeningen.

De heer Mechels van Test-Aankoop gaf eveneens zijn visie op de cijfers. Hij zei dat de cijfers vooral een beeld geven uit het verleden. Volgens hem is er echter onvoldoende coherente informatie over het soort leningslast van elke burger, waardoor die in de praktijk ook minder beschermd wordt.

Welk initiatief zal de minister nemen om de burgers in de toekomst beter te beschermen tegen afbetalingsrisico's. Behoort dit initiatief tot de serie wetboeken over economisch recht of is het een losstaand initiatief? Overweegt de minister een uitbreiding van de registratie van schulden tot een volwaardige "schuldencentrale", zoals bijvoorbeeld in Duitsland, waardoor ook huurachterstallen, onbetaalde telecomrekeningen, energiefacturen en dergelijke transparanter en alomvattend in beeld gebracht kunnen worden?

De heer Johan Vande Lanotte, vice-eersteminister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee. - De meest recente cijfers van de Centrale voor kredieten aan particulieren geven aan dat het percentage van het aantal achterstallige contracten voor consumentenkrediet ten opzichte van vorig jaar stijgt van 5,1% naar 5,3%. Ik wil wel opmerken dat het aantal kredietaanvragen ook is gestegen. Dat betekent dat de relatieve stijging iets kleiner uitvalt dan de absolute cijfers die werden aangehaald. Natuurlijk blijft het een stijging.

Ik hecht veel belang aan de problematiek en meen dat we voldoende knipperlichten zien. In het nieuwe economisch wetboek dat op stapel staat, zou ik er de voorkeur aan geven een specifiek boek te wijden aan de kredietverlening. De discussie daarover liep vertraging op vanwege de vraag of we enkel het consumentenkrediet zouden behandelen, wat eerst de bedoeling was. Maar de evolutie van deze materie op Europees niveau leidde ertoe dat we samen met het consumentenkrediet meteen ook het hypothecair krediet moeten regelen. De teksten daarover zijn klaar en volgende week maandag worden ze een laatste keer helemaal overlopen. Ze verhuizen dan naar een werkgroep van de regering, die de voorlegging aan de ministerraad zal voorbereiden. Ik hoop dat het wetsontwerp klaar zal zijn in de maand juni. Het basisbeginsel dat we inzake consumentenkrediet willen hanteren, indien dat door de regering wordt aanvaard, is om een nieuw consumentenkrediet onmogelijk te maken zolang de aanvrager enig achterstallig krediet niet heeft aangezuiverd.

De FOD Economie is bovendien de laatste hand aan het leggen aan een brochure die bijkomende toelichting zal geven bij de Belgische regelgeving over het consumentenkrediet. Ook het beter informeren van de consument, in eenvoudige en begrijpelijke bewoordingen, blijft een aandachtspunt waar we aan werken.

Mevrouw Lieve Maes (N-VA). - Ik heb niet de indruk dat het aantal consumentenkredieten zo sterk is toegenomen, maar dat is een detail.

Het verheugt me dat de minister een oplossing zoekt voor de problematiek. Ik heb geen antwoord gehoord op mijn vraag of de minister een algemene schuldencentrale wil invoeren.

Mondelinge vraag van de heer Filip Dewinter aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen, aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid en aan de minister van Werk over ęde sociale fraude in de bouwsectorĽ (nr. 5-992)

De voorzitster. - De heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude, antwoordt.

De heer Filip Dewinter (VB). - De pers heeft de voorbije dagen meermaals uitgeweid over Oost-Europese bedrijven, waaronder Poolse, Bulgaarse en Roemeense renovatie-, bouw- en schilderbedrijven, die tegen dumpingprijzen allerlei diensten in ons land aanbieden. Het lidmaatschap van de Europese Unie biedt deze bedrijven weliswaar de mogelijkheid om hier tegen tarieven die in hun land gelden, allerlei activiteiten te verrichten, maar dat leidt wel tot oneerlijke concurrentie, schijnzelfstandigheid, sociale dumping en allicht ook tot sociale fraude. Daarenboven leidt het tot discriminatie tussen onze arbeiders, die beschermd worden door de Belgische wetgeving, en arbeiders die werken tegen minimumlonen volgens de arbeidsomstandigheden van hun thuisland.

Staatssecretaris Crombez heeft in dit verband al acties aangekondigd, maar in de praktijk worden zulke initiatieven alleszins nog niet beperkt.

Daarom liggen mijn vragen voor de hand. Welke maatregelen zal de regering nemen om deze malafide praktijken tegen te gaan en onze werknemers te beschermen? Wat doet de regering om ervoor te zorgen dat onze werknemers niet het slachtoffer worden deze praktijken van sociale dumping, schijnzelfstandigheid en andere praktijken die leiden tot de discriminatie van onze arbeiders?

De heer John Crombez, staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude. - De persberichten wijzen voor de zoveelste keer op praktijken die al geruime tijd aan de gang zijn en die voor het eerst zichtbaar werden in de transportsector.

De voorbije maanden heeft het Parlement in dit verband heel wat wetswijzigingen goedgekeurd die zich thans in de fase van de uitvoeringsbesluiten bevinden. Die besluiten worden besproken met de betrokken sectoren. Daarnaast worden de gecoŲrdineerde acties op het terrein verhoogd. In dit verband verwijs ik naar de grote actie in de transportsector die vandaag aan de kust werd gehouden.

Europa is zich ervan bewust dat de openstelling van de grenzen begeleidende maatregelen vereist, bijvoorbeeld inzake minimumlonen en bescherming van de werknemers, of specifieke maatregelen gericht op bepaalde sectoren, zoals de transportsector. Jammer genoeg werden die begeleidende maatregelen nog niet genomen. Bovendien stelt Europa heel wat vragen bij de maatregelen die de landen afzonderlijk opleggen.

Dit zijn de twee algemene conclusies. Wat betekent dit concreet voor BelgiŽ?

Europese samenwerking zal onontbeerlijk zijn. De regering probeert echter nu al zelf zoveel mogelijk problemen op te lossen en maatregelen te nemen om zowel de sociale dumping als de oneerlijke concurrentie tussen bedrijven tegen te gaan.

Intussen vragen meer en meer landen een betere coŲrdinatie om die twee fenomenen te bestrijden.

Vorig jaar en begin dit jaar is in het parlement reeds een aantal maatregelen goedgekeurd, waardoor de inspectiediensten beschikken over een instrumentarium om die fenomenen daadkrachtiger aan te pakken.

Het gaat in de eerste plaats over de wet op de schijnzelfstandigheid, die voorziet in sectorspecifieke maatregelen die tot stand zijn gekomen in overleg met de betrokken sectoren. Er wordt in dat verband vaak opgeworpen dat de aanpak van de schijnzelfstandigheid traag en moeizaam verloopt. De statistieken over het jaar 2011 toonden aan dat het aantal starters in BelgiŽ, op een economisch moeilijk moment, een piek had bereikt. Die piek was voor een groot stuk te verklaren door nieuwe zelfstandigen uit RoemeniŽ en Bulgarije, die echter geen echte zelfstandigen bleken te zijn. Intussen is het cijfer van het aantal beginnende zelfstandigen weer gedaald, wat bewijst dat de genomen maatregelen effect hebben.

Ten tweede zijn er maatregelen genomen inzake de hoofdelijke aansprakelijkheid voor lonen en voor schulden, die nu uitgevoerd worden.

Ten derde verwijs ik naar Limosa, de meldingsplicht voor buitenlandse zelfstandigen. Het Europees Hof van Justitie heeft het eerste Limosaproject vernietigd wegens de schending van het proportionaliteitsbeginsel. Intussen is Limosa aangepast aan de bezwaren van het Hof, en wordt dat project voortgezet.

Een vierde maatregel, misschien wel de belangrijkste van de genomen beslissingen, houdt verband met het misbruik van detachering. De Belgische rechter kan voortaan het A1-attest negeren, zodat bij een vermoeden van fraude dat attest niet meer volstaat om de rechtszaak stop te zetten, wat vroeger niet zo was.

Bij de inspectiediensten is een aantal extra personeelsleden in dienst genomen met het oog op het verhogen van de gecoŲrdineerde acties en de van de controles.

Aan de hand van datamining wordt een specifiekere selectie gemaakt van, bijvoorbeeld, de werven of de transport- of schoonmaakbedrijven die moeten worden gecontroleerd.

Wat is het concrete resultaat van al die genomen maatregelen?

In 2012 heeft de Sociale Inlichtingen- en opsporingsdienst (SIOD) 14 096 gecoŲrdineerde acties opgezet, onder meer in het kader van de arrondissementscellen. Bij die 14 096 acties werden 30 755 personen gecontroleerd.

Van die acties hadden er 4493 betrekking op de bouwsector, dat wil zeggen een derde van de uitgevoerde controles. Bij die bijna 5000 controles werden ongeveer 10 000 loontrekkenden en iets meer dan 2000 zelfstandigen gecontroleerd, of in het totaal 11 508 personen.

De vermelde nieuwe instrumenten zorgen ervoor dat die aanpak nog versterkt wordt.

Niettemin blijft de Europese dimensie van groot belang en op dat vlak blijft ons land op het standpunt dat de lidstaten zo veel mogelijk moeten kunnen doen en op verschillende fronten moeten kunnen optreden.

Het blijft alleszins een zeer moeilijke strijd. Ik ben het eens met de geformuleerde conclusies. Het gaat enerzijds om oneerlijke concurrentie tussen werknemers. Oost- en Zuid-Europese werknemers mogen uiteraard in ons land komen werken, als ze verloond en beschermd worden op dezelfde manier. Anderzijds is het oneerlijke concurrentie tussen bedrijven, waardoor in bepaalde sectoren Belgische zelfstandigen en KMO's failliet gaan. Het is dus de logica zelve dat de strijd tegen die fenomenen wordt opgevoerd.

De heer Filip Dewinter (VB). - De minister heeft verwezen naar een heel arsenaal aan maatregelen die in 2012 al in werking zijn getreden of werden voorbereid.

Een en ander neemt niet weg dat de nood op dit moment zeer hoog is. In zowat alle Antwerpse brievenbussen vallen dezer dagen immers pamfletten van Poolse of andere bouw- en renovatiefirma's die hun diensten aanbieden tegen uurtarieven tussen 9 en 13 euro. Geen enkel Vlaams, Waals of Brussels bedrijf dat de Belgische wetgeving respecteert, kan daarmee de concurrentie aangaan. De vertwijfeling slaat stilaan toe in de bouwsector; er zijn heel wat faillissementen te betreuren die veroorzaakt worden door die oneerlijke concurrentie.

Ik ben van mening dat er onmiddellijk opgetreden moet worden tegen dergelijke bedrijven. Als de media kunnen uitzoeken wie er achter dergelijke bedrijven schuilgaat, dan moeten de Sociale Inspectie en andere overheidsinstanties daar toch ook toe in staat zijn.

De sociale inspectie en andere overheidsinstanties moeten ook in staat zijn dat soort van malafide bedrijven snel op het spoor te komen en zo nodig aan te pakken.

Als ik het veelvoud van initiatieven overschouw dat zich nu, zeker in de grootsteden, aan het ontwikkelen is, heb ik de indruk dat de strijd langzaam maar zeker verloren is. De overheid verliest haar greep op het fenomeen en wordt overspoeld door nieuwe bedrijven en initiatieven. Die steken overal de kop op en slagen er moeiteloos in de controles en de wetgeving te omzeilen. Ze kunnen dus doorgaan met hun praktijken zonder door de overheid te worden gehinderd.

Mondelinge vraag van de heer Guido De Padt aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde treinramp in WetterenĽ (nr. 5-989)

De heer Guido De Padt (Open Vld). - De treinramp in Wetteren raakt stilaan uit het nieuws, wat niet wegneemt dat de gevolgen van een en ander nauwlettend in het oog moeten worden gehouden en onderzocht.

Zo is er nog steeds niet begonnen met het onderzoek van de bloedstalen die bij 1700 inwoners uit Wetteren en omgeving na de treinramp genomen werden. Zolang de FOD Volksgezondheid geen onderzoeksmethode heeft vastgelegd, blijven de stalen onaangeroerd en gebeurt er dus niets. Dat wekt vragen en wantrouwen op bij de getroffen bevolking.

Inmiddels legde het parket van Dendermonde ook al bewarend beslag op de bloedmonsters, wat het wantrouwen overigens nog vergroot. Met welk recht confisqueert de overheid bloedstalen van burgers? De vrijheid om zelf en via de huisarts de nodige analyses op eigen bloed te laten uitvoeren, zou immers onaangetast moeten zijn.

De huisartsen in Wetteren zijn het met die gang van zaken overigens niet eens. Volgens mij oordelen ze terecht dat elke inwoner het recht heeft om te weten of hij na het ongeval geÔntoxiceerd werd of niet. Als de overheid die inwoners niet snel en accuraat inlicht, negeert ze naar de mening van de huisartsen de fundamentele rechten van elke patiŽnt. Zij verwachten de komende dagen een kleine stortvloed aan telefoons van ongeruste burgers die zich afvragen waar de uitslagen blijven. Inmiddels heeft een van de inwoners van Wetteren in Nederland een bloedstaal laten nemen en analyseren.

Het lijkt mij vanzelfsprekend dat in de zaak heel snel duidelijkheid moet komen en dat de getroffen bewoners moeten weten waar ze aan toe zijn.

Zijn er indicaties dat bewoners uit Wetteren behept zijn met vergiftigingsverschijnselen? Waarom duurt het zolang vooraleer de bloedstalen worden onderzocht?

Steunt de minister de actie van het parket van Dendermonde dat alle bloedstalen in beslag heeft genomen en zo ja, waarom?

Bestaat de kans dat na een vrij lange bewaartijd van bloed- of urinestalen, de analyses ervan negatief kunnen worden beÔnvloed? Zal de minister opdracht geven om die analyses zo vlug mogelijk uit te voeren? Tegen wanneer zal dat kunnen gebeuren?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Beliris en de Federale Culturele Instellingen. - Bij het beheer van dit soort rampen zijn er twee fasen. De eerste fase is die van het acute crisisbeheer, terwijl in de tweede fase de langetermijngevolgen worden geŽvalueerd op basis van een epidemiologische studie.

Tijdens de eerste fase hebben de reddingswerkers onder verantwoordelijkheid van de gouverneur van Oost-Vlaanderen de crisis beheerd. In dat kader zijn bloedstalen genomen bij personen die naar de vooruitgeschoven medische post kwamen.

Op basis van een omzendbrief van 7 mei aan de huisartsen werden aanvullende bloedafnames aangeraden bij de inwoners van de rode zone en bij de reddingswerkers, of ze nu symptomen vertoonden of niet.

In het totaal gaat het voor de twee situaties om ongeveer 400 personen.

In dit kader was er geen sprake van dat mijn diensten de stalen zouden gebruiken voor de tweede fase, namelijk de evaluatie van de gevolgen op lange termijn. Ik weet dat er meer stalen werden genomen dan degene die mijn diensten hebben aanbevolen, maar dat gebeurde zeker met goede bedoelingen. Deze stalen kunnen worden gebruikt voor een klassieke analyse, maar volgens de laatste aanbevelingen van het Wetenschappelijk Instituut Volksgezondheid kunnen ze niet dienen voor de epidemiologische studie. Deze studie moet worden uitgevoerd volgens een protocol dat de afgelopen dagen door het WIV werd ontwikkeld in samenwerking met mijn kabinet en de FOD Volksgezondheid en met de goedkeuring van de gouverneur en de plaatselijke huisartsenkring. De studie zal de komende weken worden opgestart. Daarvoor moet de blootstelling worden gemeten en dat moet snel na de blootstelling gebeuren. We hebben daarvoor een bloedstaal nodig en een urinestaal om de metingen bij rokers te kunnen corrigeren. Bloedstalen zijn echter slechts bruikbaar als ze in precieze omstandigheden worden afgenomen. Voorwaarde voor een betrouwbaar resultaat is dat de bloedstalen binnen 24 uur na afname een speciale behandeling ondergaan en dat er grotere bloedstalen voor analyse ter beschikking zijn. Dat is niet gebeurd met de stalen die onmiddellijk na het ongeval werden afgenomen.

Het parket van Dendermonde heeft bewarend beslag gelegd op alle stalen. Dat verhindert geenszins eventuele bijkomende analyses door de FOD Volksgezondheid, maar het is niet mijn taak me uit te spreken over een gerechtelijke beslissing. Collega Turtelboom kan daarover misschien advies geven.

Vandaag komt er een persbericht van het WIV over de bijkomende acties op epidemiologisch vlak.

De heer Guido De Padt (Open Vld). - Ik probeer het goed te begrijpen. Momenteel is er van een 400-tal personen bloed afgenomen, dat in het kader van het langetermijnonderzoek niet mag worden geanalyseerd. De bloedstalen voor de epidemiologische studie moeten nog worden afgenomen en binnen 24 uur worden geanalyseerd. De door het parket in beslag genomen stalen kunnen dus niet meer dienen voor die langetermijnstudie. De vraag is dan waarom het parket de stalen in beslag heeft genomen en de mensen verder in het ongewisse worden gelaten over de eventuele giftige stoffen die in hun bloed aanwezig zijn geweest. Als ik de dokter bloed laat afnemen voor een analyse, dan wil ik graag snel de uitslag kennen.

De situatie is heel onduidelijk. De huisartsen krijgen het bericht dat het bloed niet in een laboratorium wordt onderzocht. Tegelijk moet er nog bloed worden afgenomen voor een langetermijnstudie. Aangezien niemand hier nog iets van begrijpt, is het wenselijk dat een perscommuniquť voor duidelijkheid zorgt.

Mondelinge vraag van mevrouw Olga Zrihen aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding over ęde vermindering van de financiŽle steun aan het Europees programma voor voedselhulp aan de minstbedeeldenĽ (nr. 5-980)

Mevrouw Olga Zrihen (PS). - Op 8 februari jongstleden hebben de leiders van de Europese Unie een draconische vermindering van de Europese voedselhulp voor de periode 2014-2020 goedgekeurd. Het besparingsbeleid, dat een historische daling van drie procent van de Europese begroting oplegt, heeft als gevolg dat er, in vergelijking met het budget voor 2007-2013, voor veertig procent wordt gesnoeid in het budget voor het Europees programma voor voedselhulp aan de minstbedeelden (EPVM).

Het programma zoals het vandaag bestaat, is gedoemd eind dit jaar te verdwijnen. Nadat Duitsland in 2011 naar het Hof van Justitie van de EU is gestapt, hebben de rechters geoordeeld dat de aankopen van voedseloverschotten door het EPVM voortaan via het sociale beleid van de Unie moeten worden gefinancierd.

Vanaf 1 januari 2014 zal het EPVM dus worden vervangen door het Fonds voor Europese hulp aan de minstbedeelden, dat toegevoegd wordt aan het Europees Sociaal Fonds (ESF). De huidige voorwaarden om een financiering van het ESF te krijgen, impliceren een cofinanciering: de begunstigden worden verplicht ten minste een tweede financieringsbron te vinden, die nationaal, publiek of privť mag zijn. Overigens zullen voor de periode 2014-2020 driehonderd miljoen euro per jaar aan het Fonds voor Europese hulp aan de minstbedeelden worden toegekend, een bedrag dat ver onder de vijfhonderd miljoen euro ligt dat tussen 2007-2013 jaarlijks aan de lidstaten werd toegekend ten bate van de bevolkingsgroepen in extreme moeilijkheden op het grondgebied van de EU.

De beslissing van de 27 met betrekking tot de sterke daling van de voedselhulp is in tegenspraak met de doelstelling van de strijd tegen de armoede en sociale uitsluiting die in de EU-strategie 2020 is opgenomen. Die strategie plande een gecoŲrdineerde actie van de EU waarbij "in de nodige middelen wordt voorzien". Er is dus een flagrante tegenspraak!

Op welke manier denkt de federale regering de hulp en de financiering van de voedselbanken te kunnen verzekeren en de terugtrekking van de Europese Unie op dat terrein te verzachten?

Welk overleg werd of zou in dat verband kunnen worden opgestart met de deelstaten?

Mevrouw Maggie De Block, staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - BelgiŽ heeft van bij de aanvang het voorstel tot oprichting van een Fonds voor hulp aan de minstbedeelden door de Europese Commissie gesteund. De Belgische positie was duidelijk: het toegewezen budget moest zo hoog mogelijk zijn; de administratieve beleidstaken moesten worden beperkt; de inkomsten van het Fonds moesten alle armen ten goede komen en niet alleen bepaalde deelgroepen; er moesten maatregelen worden genomen om een goede overgang tussen het einde van het huidige Europese voedselprogramma en de inwerkingtreding van het nieuwe fonds te verzekeren.

Het budget dat de Commissie voorstelt, namelijk 2,5 miljard euro, vertegenwoordigt inderdaad een belangrijke daling ten opzichte van het huidige programma. Bovendien voldoet het niet aan de doelstellingen van het fonds en aan de groeiende vraag van de Lidstaten. De Europese onderhandelingen hebben evenwel niet geleid tot een verhoging van het budget.

Tijdens de volgende interministeriŽle conferentie over Integratie, het overlegplatform tussen de federale en de deelstaatautoriteiten, van 10 juni, zal worden voorgesteld om op korte termijn te starten met de besprekingen over het Fonds voor hulp aan de minstbedeelden, met de ministers belast met de strijd tegen de armoede en met sociale aangelegenheden van de Gemeenschappen en de Gewesten.

Zo zullen in de werkgroep "armoedebestrijding" van die interministeriŽle conferentie de voorbereidende werkzaamheden voor het inzetten van dit nieuwe Fonds kunnen beginnen, aangezien de Europese Commissie vraagt dat we een operationeel programma hebben. De werkgroep zal daarnaast bijkomende voedselhulpmaatregelen plannen ten voordele van de actoren op het terrein.

Mevrouw Olga Zrihen (PS). - Ik onderstreep dat er op Europees niveau tweehonderd miljoen euro te weinig is voor een groeiend aantal zeer kwetsbare personen.

We wachten met ongeduld op de interministeriŽle conferentie van 10 juni waarop er overleg kan plaatsvinden met de deelstaten. Sommige maatregelen die moeten worden genomen, hangen af van het federale niveau, zoals de verlaging van de btw op onverkochte voedingsmiddelen. Ik denk ook aan de gewestelijke programma's die voor die producten kunnen worden opgezet.

Op die manier kunnen we het gebrek aan Europese steun gedeeltelijk goedmaken, maar ik zou de staatssecretaris willen aansporen ervoor te blijven pleiten dat het Europese niveau de aangekondigde bedragen behoudt. Dat kan overbodig lijken, maar de kwetsbaarheid zal groeien en we moeten aanwezig zijn op het terrein om aan de doelstellingen voor steun aan de Europese bevolking te beantwoorden.

Mondelinge vraag van mevrouw Fauzaya Talhaoui aan de staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding over ęde lacunes in het Belgisch asielbeleid voor holebi'sĽ (nr. 5-984)

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - Het aantal asielaanvragen om reden van vervolging op basis van seksuele geaardheid is sinds 2007 vervijfvoudigd. Ik las in een krant dat het om ruim duizend aanvragen en ongeveer tweehonderd erkenningen gaat. Vluchtelingenwerk Vlaanderen wijst op de stereotiepe westerse benadering waarmee de criteria voor vervolging op basis van seksuele geaardheid worden gescreend. Dat blijkt ook uit de wijze waarop het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen de aanvragers benadert. Het CGVS vertrekt van de veronderstelling dat alle holebi's een liederlijk en intensief uitgaansleven leiden en dus hun weg kennen in de specifieke homoseksuele scenes in het land waar ze worden vervolgd. Er wordt verwacht dat de asielaanvragers weten welke homobars en welke tijdschriften voor holebi's in het land van herkomst bestaan. Daarnaast zullen de holebi's in kwestie als bewijs hun seksuele partners moeten kunnen opsommen.

In landen waar homoseksualiteit wordt vervolgd, verboden is of met de dood wordt bestraft, is het voor holebi's juist erg moeilijk om voor hun homoseksualiteit uit te komen. Daarom is het is uiterst belangrijk om de dossiers niet vanuit onze westerse stereotypen en percepties te beoordelen. De interviewers van het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen zouden met de culturele context van het land van herkomst rekening moeten houden.

Bevestigt de staatssecretaris dat het aantal asielaanvragen om reden van vervolging wegens de seksuele geaardheid is vervijfvoudigd? Begrijpt de staatssecretaris de kritiek van onder meer Vluchtelingenwerk Vlaanderen? Klopt het dat de ambtelijke beoordelaars niet goed weten hoe ze de vervolging in het land van herkomst moeten inschatten? Hoe zal de staatsecretaris dat euvel aanpakken? Zal zij overleggen met organisaties uit het gespecialiseerde middenveld, zoals Vluchtelingenwerk Vlaanderen, of met de holebigemeenschap, die met die materie toch meer affiniteit hebben?

Mevrouw Maggie De Block, staatssecretaris voor Asiel en Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding. - Het aantal asielaanvragen op basis van motieven als genderidentiteit en seksuele oriŽntatie, is inderdaad toegenomen. Die aangroei is gedeeltelijk het gevolg van een versterkte bewustwording rond deze problematiek in de landen van herkomst. Daarnaast stelt het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen, CGVS, ook vast dat personen soms onterecht verklaren wegens genderredenen te zijn gevlucht. Bepaalde filiŤres spelen hier trouwens handig op in.

Het CGVS voert zijn opdracht in volledige onafhankelijkheid uit. De uitvoerende en wetgevende macht kunnen dus niet interveniŽren. De Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, een onafhankelijk rechtscollege, controleert of de wijze waarop het CGVS asielaanvragen beoordeelt in overeenstemming is met de wet, het recht en de Europese en internationale standaarden.

Ik kan ter informatie wel meegeven dat het CGVS binnen de Europese Unie, en ook door de VN- Vluchtelingenorganisatie UNHCR, als een voorloper inzake genderbeleid wordt erkend. Het CGVS richtte reeds in 2005 een gendercel op met coŲrdinator en gespecialiseerde protection officers die gendergebonden asielaanvragen behandelen. Het CGVS organiseert opleidingen van protection officers over verschillende genderaspecten en focust hierbij specifiek op seksuele oriŽntatie en genderidentiteit. Tijdens asielinterviews waakt het CGVS erover dat een klimaat van transparantie, vertrouwen en respect wordt gecreŽerd, zodat de asielzoeker zijn verhaal kan vertellen.

Daarnaast hebben 96 tolken van het CGVS in 2012 een opleiding gekregen die specifiek was gericht op het verhoor van holebi-asielzoekers. De protection officers krijgen via een databank geactualiseerde informatie over de situatie van holebi's en transgenders in de herkomstlanden. De asielinstantie laat zich ook regelmatig door nationale en internationale experts adviseren. Ten slotte heeft het CGVS voor de protection officers die de individuele dossiers behandelen ook een vademecum rond gendergebonden asielaanvragen opgesteld.

Het CGVS interpreteert gender-concepten ruim en hanteert een uitgebreid beschermingsbeleid met betrekking tot holebi-asielzoekers. Bijzondere aandacht gaat hierbij naar de voorkoming van stereotype beoordelingen. Het Commissariaat-generaal werkt in dit kader aan een voortdurende kwaliteitsversterking.

De studie waaraan mevrouw Talhaoui refereert, is overigens methodologisch beperkt omdat ze enkel op een aantal negatieve beslissingen is gebaseerd. De veralgemeende conclusies miskennen mijn inziens het reeds geleverde werk, waardoor we in deze materie een voorloper zijn. Dat werk wordt trouwens continu voortgezet. We mogen echter niet blind zijn voor de realiteit dat gendergebonden motieven in bepaalde gevallen onterecht worden ingeroepen. Dat is in het nadeel van de mensen die er echt recht op hebben. Daarop zijn onze procedures zoals steeds gericht en daarom blijven we aan finetuning doen.

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a). - Ik dank de staatssecretaris voor haar antwoord. Ik wist niet dat het Commissariaat-generaal al zo verfijnd was. Ik juich dat natuurlijk toe.

Sommige asielaanvragen zijn inderdaad ingegeven door fraude, maar we moeten de realiteit onder ogen zien. Er worden mensen vervolgd wegens hun seksuele geaardheid. Als ik zie wat voor straffen of andere vormen van vervolging mensen in Rusland en in sommige Arabische, Islamitische, landen riskeren wegens hun seksuele geaardheid, dan mogen we daar niet blind voor zijn.

Holebi's kunnen als vluchteling worden beschouwd omdat ze behoren tot een bepaalde sociale groep, zoals omschreven in de Conventie van GenŤve.

Op de duizend asielaanvragen worden iets minder dan tweehonderd erkend; dat is gelukkig meer dan de tien procent die geldt voor de globale asielaanvragen. Ik vraag de staatssecretaris toch toe te zien op het verloop van de asielprocedure. Het is een heel gevoelige problematiek, onder meer wat de tolken betreft. Ik herinner me, toen ik op de universiteit de praktijk van vluchtelingen- en asielrecht opvolgde, heel veel asielzoekers schrik hadden van de tolken zelf, zeker als ze van hetzelfde land afkomstig waren. Ik ben blij dat er vorming wordt gegeven, maar soms hebben de asielzoekers schrik om heel hun verhaal te doen aan een tolk die uit hetzelfde land komt. Ik zeg dit enkel uit bezorgdheid.

Mondelinge vraag van de heer Richard Miller aan de staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's en staatssecretaris voor Wetenschapsbeleid over ęde asbestslachtoffers in de buurt van HarmigniesĽ (nr. 5-990)

De heer Richard Miller (MR). - De Belgische Vereniging van Asbestslachtoffers, Abeva, heeft nieuwe cijfers gepubliceerd over het aantal mensen dat in de regio Bergen, en meer bepaald rond Harmignies, werd getroffen. In dat gebied was de oude fabriek van Coverit gevestigd, een filiaal van Eternit. In de fabriek, die in 1987 werd gesloten, werden bouwmaterialen, waaronder asbestcementplaten, geproduceerd. In totaal zouden meer dan 170 van de 250 arbeiders die in Coverit werkten, zijn overleden.

Alle aangehaalde cijfers zijn verontrustend: van de 210 geÔnventariseerde slachtoffers zouden er 171 overleden zijn en 39 zieken zouden er zwaar aan toe zijn. De slachtoffers wonen niet alleen in Harmignies, maar ook in Givry, Haulchin, Bray, Bougnies, Bergen en in andere gemeenten binnen een straal van twintig kilometer rond de voormalige fabriek. Bovendien hebben sommige personen die aan asbestgerelateerde ziekten zijn overleden, niet in die fabriek gewerkt. Mogelijk werden mensen die in de buurt van de fabriek woonden, besmet door asbestvezels die door de wind werden verspreid.

Tot op heden werd met betrekking tot Harmignies nog geen enkele rechtszaak aangespannen, onder meer omdat Coverit, dat in 1987 de deuren heeft gesloten, een filiaal van Eternit was.

Wat is de analyse van de staatssecretaris met betrekking tot die nieuwe cijfers? Welke rechtsmiddelen staan nog open voor de voormalige arbeiders en andere slachtoffers? Heeft de administratie van de staatssecretaris initiatieven genomen om in het bijzonder de bevolking van Harmignies en omstreken te informeren, bijvoorbeeld over het Asbestfonds?

Zijn de recente cijfers van Abeva juist? Worden ze door het Fonds voor Beroepsziekten bevestigd? Is officieel onderzoek gevoerd naar het aantal personen die lijden aan ziekten die door asbest zijn veroorzaakt?

De heer Philippe Courard, staatssecretaris voor Sociale Zaken, Gezinnen en Personen met een handicap, belast met Beroepsrisico's, en voor Wetenschapsbeleid. - Net als de heer Miller heb ik via de pers kennisgenomen van de cijfers van Abeva. Ik heb ze echter nog niet grondig kunnen analyseren. Ik heb Abeva voorgesteld om elkaar op 21 mei eerstkomend te ontmoeten.

Zodra ik de officiŽle cijfers van Abeva heb ontvangen, zal ik het Fonds voor Beroepsziekten vragen ze aan zijn gegevens af te toetsen. De cijfers van Abeva zijn uiteraard hoger in de gebieden rond de drie vermelde productiecentra. Het klopt dat in die gebieden een groot probleem rijst. Asbest veroorzaakt echte problemen.

Ook heb ik het Asbestfonds gevraagd een nieuwe campagne voor artsen op te zetten, in het bijzonder in de betrokken gebieden.

Wanneer asbestose of mesothelioom wordt vastgesteld, wordt onmiddellijk werk gemaakt van een snelle schadeloosstelling.

Zodra ik de vertegenwoordigers van Abeva heb ontmoet, zal ik de heer Miller op de hoogte brengen van onze analyse. We onderzoeken het probleem teneinde bijkomende oplossingen te vinden.

Ik ben me terdege bewust van de problemen. Er wordt rekening mee gehouden en het Asbestfonds en het Fonds voor Beroepsziekten zullen binnenkort voorstellen doen.

De heer Richard Miller (MR). - Ik dank de staatsecretaris voor zijn antwoord, voor zijn aandacht voor dit dossier en voor zijn bereidheid om vooruitgang te boeken in de dossiers van de getroffen personen.

Ook dank ik hem nu reeds voor het feit dat hij me het resultaat van de vergadering van 21 mei zal meedelen.

Wetsontwerp houdende instemming met het addendum van 4 oktober 2012 aan het Samenwerkingsakkoord van 30 mei 2005 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de meerwaardeneconomie, bekrachtigd door de wet van 10 mei 2006 (Stuk 5-2039)

Algemene bespreking

De voorzitster. - Mevrouw Lijnen verwijst naar haar schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Sociale Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 53-2643/3.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiŽle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met het oog op de uitbreiding van de controlebevoegdheid van de Cel FinanciŽle Informatieverwerking wat betreft het extremisme (van de heer Yoeri Vastersavendts c.s.; Stuk 5-1873)

Algemene bespreking

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (sp.a), corapporteur. - De heer Morael en ik verwijzen naar het schriftelijk verslag.

De heer Richard Miller (MR). - De commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden heeft de CFI - Cel voor FinanciŽle Informatieverwerking - in de loop van 2011 gehoord. Die gedachtewisseling heeft de leden van onze commissie doen beseffen dat de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiŽle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme sommige lacunes bevat.

Na die hoorzitting heeft onze uitstekende collega, de heer Vastersavendts, het initiatief genomen om een tekst op te stellen die tegemoetkomt aan een van de vragen van de CFI. Dat parlementaire initiatief werd ondersteund en medeondertekend door de MR-fractie.

Tot op heden bestond er inderdaad geen wettelijke basis waarop de CFI informatie in verband met witwasverrichtingen of financiering van terrorisme aan de gerechtelijke overheden kan doormelden indien de onderliggende activiteit enkel verband blijkt te houden met extremisme. De CFI kon dergelijke informatie slechts bezorgen als er een band bestond tussen het extremisme en terroristische activiteiten. Ze kon dus enkel inlichtingen overbrengen in gevallen van terrorisme en niet van extremisme.

De tekst waarover we zo dadelijk zullen stemmen en die de MR-fractie steunt, voorziet in een uitbreiding van de taken en de opdrachten van de CFI opdat terrorisme, maar ook extremisme, tot haar controlebevoegdheid zouden behoren. We zijn bijzonder gelukkig met het gerealiseerde werk om het begrip extremisme beter te definiŽren.

De MR-fractie is dus verheugd over deze maatregel, die een bijkomende stap vormt in de strijd tegen de criminaliteit. Hij maakt het ook mogelijk het engagement van onze fractie in de strijd tegen de toenemende radicalisering, extremisme en terrorisme te bevestigen.

De heer Yoeri Vastersavendts (Open Vld). - Dit wetsvoorstel kwam tot stand op verzoek van de Cel voor FinanciŽle Informatieverwerking (CFI). Ze vroeg reeds een wijziging in haar jaarverslag van 2010, en herhaalde haar vraag nadien meermaals.

Er werd vastgesteld dat bepaalde extremistische groeperingen die neigen naar terrorisme niet konden worden doorgelicht door de CFI. Vandaag is er nog steeds geen wettelijke basis om informatie in verband met de witwasverrichtingen of de financiering van terrorisme aan de gerechtelijke overheden te bezorgen wanneer de onderliggende activiteit van de financiers enkel verband lijkt te houden met extremisme. Die lacune in de wetgeving wordt weggewerkt door het huidige wetsvoorstel.

De Cel voor FinanciŽle Informatieverwerking kan vandaag enkel een onderzoek verrichten naar reeds bekende organisaties die op een beperkende lijst staan. Extremistische organisaties blijven steeds buiten schot en blijven buiten het gezichtsveld waardoor mogelijke radicalisering niet of in ieder geval niet tijdig wordt opgemerkt. Het te laat detecteren van radicalisering kan mogelijk bijzonder nefaste gevolgen hebben voor de veiligheid van de Staat en vooral voor de veiligheid van onze burgers.

Extremisten kunnen vandaag terugvalbasissen of ondersteuningsnetwerken vormen om terroristische aanslagen te financieren, zonder dat de Cel voor FinanciŽle Informatieverwerking hen kan doorlichten. Ik verwijs naar de steunnetwerken in verband met de jihadstrijders.

Om de bevoegdheid van de Cel voor FinanciŽle Informatieverwerking duidelijk af te bakenen werd onder meer op aandringen van collega Etienne Schouppe, een amendement aangenomen dat de grenzen bepaalt waarbinnen de financiering van extremisme kan worden onderzocht. Voor die definitie werd teruggegrepen naar de bestaande definitie uit de wet houdende de regeling van de inlichtingen- en veiligheidsdiensten. Die definitie heeft reeds jarenlang haar nut bewezen. Door ze nu wettelijk te verankeren, zijn er duidelijke grenzen voor de CFI.

Het wetsvoorstel werd mede ingediend door collega's Ludo Sannen, Martine Taelman, Richard Miller en Louis Siquet.

De actualiteit leert ons dat lacunes in de wetgeving snel moeten worden gedicht, zeker wanneer de handhaving van de openbare orde in het gedrang komt. Ik wens de collega's daarom te danken voor de snelheid en de steun bij de behandeling van dit wetsvoorstel.

Mevrouw Lieve Maes (N-VA). - Met dit wetsvoorstel willen de indieners een beperkte uitbreiding van het takenpakket van de cel FinanciŽle Informatieverwerking invoeren, waardoor niet enkel terrorisme onder haar bevoegdheid valt, maar ook extremisme. Het is zeker zo dat extremisme kan aanzetten tot terrorisme. Nochtans dient men voor ogen te houden dat terrorisme een misdrijf is en extremisme dit in de regel niet is.

Wanneer extremisme wordt ingevoegd in de preventieve witwaswet, is dat dus een bijzondere afwijking, daar tot op heden de illegale herkomst van het geld of de activa telkens verband houdt met een onderliggend misdrijf.

We hebben bedenkingen bij de vooropgestelde oplossing. Door het woord "extremisme" in te voegen in de lijst van onderliggende misdrijven aan het witwassen van geld, worden alle verplichtingen van de preventieve witwaswet van toepassing op de financiering van extremisme. In het bijzonder zullen alle meldingsplichtige personen en instellingen moeten nagaan of hun cliŽnten er extremistische opvattingen en bedoelingen op nahouden, alsook of de financiŽle transactie betrekking heeft op activiteiten die met dat gedachtegoed verband houden. Dat is noch realistisch, noch wenselijk. Ook verder in het proces zijn er punten die ons de wenkbrauwen doen fronsen. Onze fractie zal dan ook tegen het voorstel stemmen, daar ze de voorgestelde oplossing buiten proportie vindt voor het beoogde doel.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Wij zijn voorstander van dit wetsvoorstel en vinden dat er een aantal goede zaken inzitten. Persoonlijk zal ik mij onthouden, omdat ik een probleem blijf hebben met de definitie van het begrip extremisme.

Dit op zich goede voorstel gaat terug op de definitie die dateert van 1998. Daar ging ik toen niet mee akkoord en daar ga ik nog steeds niet mee akkoord.

De definitie die toen van extremisme werd gegeven luidt: "Activiteiten die erop gericht zijn racistische, xenofobe, anarchistische, nationalistische of totalitaristische doeleinden te bereiken". Men gooit anarchisme, nationalisme en totalitarisme op een hoop. Dat vind ik niet kunnen. Bovendien wordt in die definitie nergens het communisme vermeld, een politiek systeem dat verantwoordelijk was voor een heel groot aantal slachtoffers in de wereldgeschiedenis. Ook islamitisch fundamentalisme ontbreekt in de definitie van 1998.

Het wetsvoorstel dat vandaag voorligt, zal weliswaar een mouw passen aan de nog altijd geldende definitie van 1998, die niet goed is. Nu de cel FinanciŽle Informatieverwerking de verduidelijking heeft gegeven - waarmee ik het eens kan zijn - dat het wetsvoorstel tegen de financiering van gewelddaden en terrorisme gericht is, en niets meer beoogt, zullen onze fractieleden het voorstel goedkeuren.

Mijn onthouding is niet alleen ingegeven door de definitie van het begrip "extremisme", maar ook door mijn overtuiging dat de vrijheid van meningsuiting in geen enkel opzicht beperkt mag worden. Omzichtigheid is dus geboden. De collega's van de N-VA hebben gelijk wanneer ze zeggen dat door dit wetsvoorstel de verplichtingen inzake preventie van witwaswet toepasselijk zullen zijn en dat financiŽle instellingen en zelfstandigen opgezadeld zullen worden met het onderzoeken van eventuele opiniedelicten en het melden ervan bij de cel FinanciŽle Informatieverwerking. Dat kan de vrije meningsuiting inderdaad in het gedrang brengen.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden zie stuk 5-1873/4.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 433novies van het Strafwetboek (van de heer Gťrard Deprez c.s.; Stuk 5-1881)

Wetsvoorstel tot aanvulling van het Strafwetboek wat betreft de bijzondere verbeurdverklaring bij mensenhandel (van de heer Bert Anciaux; Stuk 5-1215)

Algemene bespreking

Mevrouw Cťcile Thibaut (Ecolo), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag

De heer Gťrard Deprez (MR). - Voorliggend wetsvoorstel is het resultaat van de werkzaamheden in de werkgroepen Mensenhandel. De eerste werkgroep werd voorgezeten door de heer Claes, de tweede door mevrouw Dťsir. Dat zal trouwens niet het enige resultaat van die werkgroepen zijn, andere zullen volgen. Ik wens alle collega's die hieraan hebben meegewerkt, te danken omdat ze tot een kwaliteitsvol verslag hebben geleid en wetgevend werk mogelijk maken.

Sinds 2009 is het bij mensenhandel niet meer mogelijk een onroerend goed verbeurd te verklaren. Als gevolg van het arrest van 27 mei 2009 van het Hof van Cassatie is het immers niet meer mogelijk tot verbeurdverklaring van onroerende goederen over te gaan wanneer niet door een wettekst in de mogelijkheid is voorzien, zelfs niet wanneer het pand gediend heeft tot het plegen van het misdrijf.

Artikel 7 van Richtlijn 2011/36/EU van het Europees Parlement en de Raad inzake de voorkoming en bestrijding van mensenhandel en de bescherming van slachtoffers daarvan, bepaalt evenwel dat de lidstaten de nodige maatregelen moeten nemen opdat hun bevoegde autoriteiten hulpmiddelen en opbrengsten, vervat in de artikelen 2 en 3, zouden kunnen aanslaan en verbeurd verklaren. Om dit probleem op te lossen en ons te conformeren naar de Europese richtlijn hebben we een voorstel ingediend om artikel 14 van de wet van 10 augustus 2005 betreffende de strijd tegen de mensenhandel en mensensmokkel te vervolledigen met een bijzondere bepaling aangaande de onroerende goederen, zoals al het geval is voor de huisjesmelkers. In ons land was het op basis van de huidige wetgeving mogelijk om huisjesmelkers te vervolgen voor mensensmokkel, maar het was niet mogelijk om mensenhandelaars te vervolgen.

Ik dank mijn collega en vriend Bert Anciaux, die een wetsvoorstel over hetzelfde onderwerp had ingediend, om het parlementair initiatief aan mij te laten. Dank u, collega.

Ik verheug me eveneens over de uitstekende samenwerking met het kabinet van de minister van Justitie. Ik dank de minister voor de amendementen op het oorspronkelijke wetsvoorstel. Dankzij deze amendementen kon de wetgevende techniek worden verbeterd en het toepassingsveld worden uitgebreid. Ik kan dus alleen maar alle collega's verzoeken voor dit wetsvoorstel te stemmen.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden, zie stuk 5-1881/4.)

De voorzitster. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Wetsvoorstel tot aanvulling van de artikelen 382ter en 433novies van het Strafwetboek, en van artikel 77sexies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met betrekking tot de verbeurdverklaring van de onroerende goederen.

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsvoorstel houdende bestraffing van de exploitatie van bedelarij, mensenhandel en mensensmokkel in verhouding tot het aantal slachtoffers (van de heer Bert Anciaux; Stuk 5-1216)

Algemene bespreking

Mevrouw Sabine Vermeulen (N-VA), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Bert Anciaux (sp.a). - Met dit voorstel zullen de exploitatie van bedelarij en prostitutie evenals de mensenhandel en mensensmokkel bestraft kunnen worden in verhouding tot het aantal slachtoffers. Volgens mij is het noodzakelijk dat de juridische en politionele diensten de mogelijkheid hebben om met nogal indrukwekkende wapens de strijd aan te gaan tegen die vormen van mensonterende praktijken.

Mevrouw Caroline Dťsir (PS). - Ik zal heel tevreden zijn als deze twee wetsvoorstellen worden aangenomen. Het betreft een vervolledigen van de voorstellen van de ad-hocwerkgroep.

Zoals gezegd, moet BelgiŽ alles in het werk stellen om de strijd tegen de mensenhandel voort te zetten.

Deze twee wetsvoorstellen, zowel dat van de heer Anciaux als dat van de heer Deprez, zijn een nuttige vervollediging van onze wettelijke beschikkingen.

Ik verheug me eveneens over de uitstekende samenwerking met de regering, die een belangrijke technische bijdrage heeft geleverd.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden, zie stuk 5-1216/4.)

De voorzitster. - Ik herinner eraan dat de commissie een nieuw opschrift voorstelt: Wetsvoorstel houdende bestraffing van de exploitatie van bedelarij en van prostitutie, mensenhandel en mensensmokkel in verhouding tot het aantal slachtoffers.

-De artikelen 1 tot 11 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.

Voorstel van begroting voor het jaar 2013 van de Bestuurlijke commissie belast met de controle op de specifieke en uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Commissie BIM (C-BIM); Stuk 5-2014)

Bespreking

(Voor de begroting goedgekeurd door de commissie belast met de parlementaire begeleiding van het Vast Comitť van Toezicht op de inlichtingen- en veiligheidsdiensten, zie stuk 5-2014/3.)

De heer Philippe Mahoux (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag. Wel herinner ik de collega's eraan dat het gaat om de goedkeuring van de begroting van de commissie belast met de controle op de specifieke en uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens. Die commissie heeft een zeer belangrijke opdracht, onder meer inzake het toezicht op zeer ingrijpende methoden.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van begroting heeft later plaats.

Inoverwegingneming van voorstellen

De voorzitster. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.

Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vůůr het einde van de vergadering mededelen.

Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)

(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)

Voordracht van kandidaten voor het ambt van staatsraad (N) bij de Raad van State

De voorzitster. - Bij brief van 29 april 2013 heeft de eerste voorzitter van de Raad van State meegedeeld dat de algemene vergadering van de Raad ter openbare zitting van 16 april 2013, overeenkomstig artikel 70 van de gecoŲrdineerde wetten op de Raad van State, overgegaan is tot het opmaken van een lijst van kandidaten voorgedragen voor de benoeming tot een ambt van Nederlandstalig staatsraad.

De eerste voorzitter van de Raad van State heeft de kandidaturen van de volgende personen ontvangen:

Werden door de Raad van State voorgedragen voor het vacante ambt, evenwel zonder eenparigheid van stemmen:

Aangezien de voordracht niet unaniem is, zijn artikel 70, ß1, zevende lid, en artikel 80, tweede lid, van de gecoŲrdineerde wetten op de Raad van State, van toepassing: "Indien er geen eenparigheid van stemmen is bij een eerste of bij een nieuwe voordracht naar aanleiding van een weigering, kunnen de Kamer van volksvertegenwoordigers of de Senaat beurtelings, binnen een termijn van ten hoogste dertig dagen vanaf de ontvangst van de mededeling van deze voordracht:

Op dinsdag 13 mei 2013 heeft de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden de kandidaten gehoord, overeenkomstig artikel 70, ß1, achtste lid, en artikel 80, tweede lid, van de gecoŲrdineerde wetten op de Raad van State.

De commissie stelt voor de door de Raad van State voorgestelde lijst te bevestigen.

Daar niemand het woord vraagt, stel ik voor dat de Senaat de door de Raad van State voorgestelde lijst bevestigt.

(Instemming)

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Wetsontwerp houdende instemming met het addendum van 4 oktober 2012 aan het Samenwerkingsakkoord van 30 mei 2005 tussen de Federale Staat, het Vlaams, het Waals en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en de Duitstalige Gemeenschap betreffende de meerwaardeneconomie, bekrachtigd door de wet van 10 mei 2006 (Stuk 5-2039)

Stemming 1

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is eenparig aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsvoorstel tot aanvulling van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiŽle stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, met het oog op de uitbreiding van de controlebevoegdheid van de Cel FinanciŽle Informatieverwerking wat betreft het extremisme (van de heer Yoeri Vastersavendts c.s.; Stuk 5-1873)

Stemming 2

Aanwezig: 60
Voor: 44
Tegen: 11
Onthoudingen: 5

Mevrouw Freya Piryns (Groen). - Onze fractie steunt uiteraard het doel van het wetsvoorstel. We vinden immers dat alles in het werk moet worden gesteld om de financiering van terrorisme tegen te gaan op alle mogelijke manieren. Het wetsvoorstel blijft echter vaag. Vele collega's hebben in de commissie gezegd dat er geen duidelijke omschrijving gegeven werd voor het woord extremisme. De door de meerderheid geboden oplossing is nog steeds niet duidelijk genoeg. Vandaar onze onthouding.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Ik heb mij, zoals aangekondigd, onthouden, maar de andere leden van onze fractie hebben voor het voorstel gestemd. We staan wel achter dit wetsvoorstel, vooral als het wordt toegepast zoals bedoeld door de Cel FinanciŽle Informatieverwerking, namelijk duidelijk gericht tegen de financiering van gewelddaden en terrorisme, maar niets meer.

Voor ons is de definitie van het begrip extremisme nog altijd niet wat ze zou moeten zijn. Het is nog steeds de definitie zoals ze in 1998 werd vastgelegd en ze kan ruim geÔnterpreteerd worden. Ik vind dat de vrije meningsuiting in geen geval beperkt mag worden. Vandaar mijn onthouding.

-Het wetsvoorstel is aangenomen.

-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsvoorstel tot aanvulling van de artikelen 382ter en 433novies van het Strafwetboek, en van artikel 77sexies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met betrekking tot de verbeurdverklaring van de onroerende goederen (van de heer Gťrard Deprez c.s.; Stuk 5-1881)

Stemming 3

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsvoorstel is eenparig aangenomen.

-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

-Ten gevolge van deze stemming vervalt het wetsvoorstel tot aanvulling van het Strafwetboek wat betreft de bijzondere verbeurdverklaring bij mensenhandel (van de heer Bert Anciaux; Stuk 5-1215).

Wetsvoorstel houdende bestraffing van de exploitatie van bedelarij en van prostitutie, mensenhandel en mensensmokkel in verhouding tot het aantal slachtoffers (van de heer Bert Anciaux; Stuk 5-1216)

Stemming 4

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsvoorstel is eenparig aangenomen.

-Het wetsontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Voorstel van begroting voor het jaar 2013 van de Bestuurlijke commissie belast met de controle op de specifieke en uitzonderlijke methoden voor het verzamelen van gegevens door de inlichtingen- en veiligheidsdiensten (Commissie BIM (C-BIM); Stuk 5-2014)

Stemming 5

Aanwezig: 61
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Mevrouw Zakia Khattabi (Ecolo). - Ik onthoud me vooral uit principiŽle overwegingen. Iedereen weet dat de oppositie geen toegang heeft tot dergelijke comitťs. We kunnen moeilijk systematisch voorstellen van de meerderheid goedkeuren zonder dat we over voldoende elementen beschikken om een oordeel te kunnen vormen.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VB). - Onze fractie heeft zich onthouden omdat we het ongehoord vinden dat de begroting 2013 van de bestuurlijke commissie pas in mei wordt voorgelegd. Dat zegt heel veel over de werking van de instelling. Zoals mevrouw Khattabi ook al zei, kan de oppositie moeilijk oordelen als ze uitgesloten wordt uit bepaalde commissies en dus informatie mist.

-De begroting is aangenomen. Ze zal worden meegedeeld aan de eerste minister, aan de minister van Begroting en Administratieve Vereenvoudiging en aan de voorzitter van de Bestuurlijke Commissie.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitster. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:

Donderdag 23 mei 2013

's morgens om 10 uur

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake stabiliteit, coŲrdinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie tussen het Koninkrijk BelgiŽ, de Republiek Bulgarije, het Koninkrijk Denemarken, de Bondsrepubliek Duitsland, de Republiek Estland, Ierland, de Helleense Republiek, het Koninkrijk Spanje, de Franse Republiek, de Italiaanse Republiek, de Republiek Cyprus, de Republiek Letland, de Republiek Litouwen, het Groothertogdom Luxemburg, Hongarije, Malta, het Koninkrijk der Nederlanden, de Republiek Oostenrijk, de Republiek Polen, de Portugese Republiek, RoemeniŽ, de Republiek SloveniŽ, de Slowaakse Republiek, de Republiek Finland en het Koninkrijk Zweden, en met de Notulen van het verdrag inzake stabiliteit, coŲrdinatie en bestuur in de Economische en Monetaire Unie, gedaan te Brussel op 2 maart 2012; Stuk 5-1939/1 en 2. [Pro memorie]

Wetsontwerp betreffende de wijziging van de Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling; Stuk 5-2084/1 en 2. [Pro memorie]

's namiddags om 15 uur

Actualiteitendebat en mondelinge vragen.

Hervatting van de agenda van de ochtendvergadering.

Inoverwegingneming van voorstellen.

Vanaf 17 uur: Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.

-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.

De voorzitster. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats op donderdag 23 mei om 10 uur en om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 17.25 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: de heer Morael, om gezondheidsredenen, mevrouw Vogels, de heren Brotchi, Cheron en Pieters, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, FranÁois Bellot, Hassan Bousetta, Huub Broers, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpťrťe, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gťrard Deprez, Caroline Dťsir, Leona DetiŤge, Filip Dewinter, Dalila Douifi, Andrť du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-FranÁois Istasse, Lies Jans, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Paul Magnette, Philippe Mahoux, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Freya Piryns, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cťcile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Johan Verstreken, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Stemming 2

Aanwezig: 60
Voor: 44
Tegen: 11
Onthoudingen: 5

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, FranÁois Bellot, Hassan Bousetta, Yves Buysse, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpťrťe, Willy Demeyer, Guido De Padt, Gťrard Deprez, Caroline Dťsir, Leona DetiŤge, Filip Dewinter, Dalila Douifi, Andrť du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Jean-FranÁois Istasse, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Paul Magnette, Philippe Mahoux, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Els Van Hoof, Yoeri Vastersavendts, Johan Verstreken, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Tegen

Huub Broers, Jurgen Ceder, Bart De Nijn, Louis Ide, Lies Jans, Lieve Maes, Elke Sleurs, Helga Stevens, Wilfried Vandaele, Karl Vanlouwe, Sabine Vermeulen.

Onthoudingen

Benoit Hellings, Zakia Khattabi, Freya Piryns, Cťcile Thibaut, Anke Van dermeersch.

Stemming 3

Aanwezig: 60
Voor: 60
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, FranÁois Bellot, Hassan Bousetta, Huub Broers, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpťrťe, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gťrard Deprez, Caroline Dťsir, Leona DetiŤge, Filip Dewinter, Dalila Douifi, Andrť du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-FranÁois Istasse, Lies Jans, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Paul Magnette, Philippe Mahoux, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Freya Piryns, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Johan Verstreken, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Stemming 4

Aanwezig: 61
Voor: 61
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, FranÁois Bellot, Hassan Bousetta, Huub Broers, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpťrťe, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gťrard Deprez, Caroline Dťsir, Leona DetiŤge, Filip Dewinter, Dalila Douifi, Andrť du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Benoit Hellings, Louis Ide, Jean-FranÁois Istasse, Lies Jans, Zakia Khattabi, Ahmed Laaouej, Bart Laeremans, Nele Lijnen, Lieve Maes, Paul Magnette, Philippe Mahoux, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Freya Piryns, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Cťcile Thibaut, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Anke Van dermeersch, Els Van Hoof, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Johan Verstreken, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Stemming 5

Aanwezig: 61
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Voor

Bert Anciaux, Marie Arena, FranÁois Bellot, Hassan Bousetta, Huub Broers, Jurgen Ceder, Dirk Claes, Alain Courtois, Rik Daems, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Christine Defraigne, Jean-Jacques De Gucht, Francis Delpťrťe, Willy Demeyer, Bart De Nijn, Guido De Padt, Gťrard Deprez, Caroline Dťsir, Leona DetiŤge, Dalila Douifi, Andrť du Bus de Warnaffe, Cindy Franssen, Louis Ide, Jean-FranÁois Istasse, Lies Jans, Ahmed Laaouej, Nele Lijnen, Lieve Maes, Paul Magnette, Philippe Mahoux, Bertin Mampaka Mankamba, Vanessa Matz, Richard Miller, Philippe Moureaux, Fatma Pehlivan, Ludo Sannen, Etienne Schouppe, Louis Siquet, Elke Sleurs, Helga Stevens, Guy Swennen, Martine Taelman, Fauzaya Talhaoui, Dominique Tilmans, Wilfried Vandaele, Els Van Hoof, Karl Vanlouwe, Yoeri Vastersavendts, Sabine Vermeulen, Johan Verstreken, Fabienne Winckel, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Filip Dewinter, Benoit Hellings, Zakia Khattabi, Bart Laeremans, Freya Piryns, Cťcile Thibaut, Anke Van dermeersch.

In overweging genomen voorstellen

Wetsvoorstellen

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens met betrekking tot het markeren van munitie die specifiek ontworpen is voor wapens bestemd voor uitsluitend militair gebruik en hun verpakking (van de dames Nele Lijnen en Vanessa Matz; Stuk 5-2079/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 36 van het wegverkeersreglement om een helmplicht voor jonge fietsers in te voeren (van mevrouw Anke Van dermeersch c.s.; Stuk 5-2080/1).

-Verzonden naar de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 13 februari 1998 houdende bepalingen tot bevordering van de tewerkstelling en van de wet van 31 januari 2009 betreffende de continuÔteit van de ondernemingen, ten einde in bepaalde gevallen van aangekondigde sluiting de overdracht van activiteiten te ondersteunen (van mevrouw Christine Defraigne; Stuk 5-2085/1).

-Verzonden naar de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 12 van het Wetboek van de BTW teneinde giften van goederen uit overtollige voorraden die in primaire levensbehoeften voorzien aan erkende liefdadigheids-, humanitaire of filantropische organisaties fiscaal aan te moedigen (van de heer Ahmed Laaouej c.s.; Stuk 5-2088/1).

-Verzonden naar de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden

Voorstellen van resolutie

Voorstel van resolutie met betrekking tot de responsabilisering op het vlak van de export van Belgische wapens naar LibiŽ (van mevrouw Nele Lijnen; Stuk 5-2078/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging

Voorstel van resolutie betreffende de instemming met het Internationaal Verdrag inzake het opruimen van wrakken, opgemaakt te Nairobi op 18 mei 2007 (van mevrouw Sabine Vermeulen en de heer Karl Vanlouwe; Stuk 5-2087/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging

Vragen om uitleg

Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:

Evocatie

De Senaat heeft bij boodschap van 13 mei 2013 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van het volgend wetsontwerp:

Wetsontwerp betreffende de wederverkoop van toegangsbewijzen tot culturele en sportieve evenementen (Stuk 5-2081/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden.

Niet-evocaties

Bij boodschappen van 7 en 14 mei 2013 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de bekrachtiging door de Koning, de volgende niet-geŽvoceerde wetsontwerpen:

Wetsontwerp inzake de toepassing van het beginsel van de wederzijdse erkenning op vonnissen en probatiebeslissingen met het oog op het toezicht op probatievoorwaarden en alternatieve straffen uitgesproken in een lidstaat van de Europese Unie (Stuk 5-2019/1).

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 658 van het Gerechtelijk Wetboek, teneinde het mogelijk te maken dat een zaak nadat die aan een rechter is onttrokken, door het Hof van Cassatie wordt verwezen naar een rechtbank van een ander rechtsgebied (Stuk 5-2049/1).

Wetsontwerp tot wijziging van het Strafwetboek om het in overeenstemming te brengen met het Internationaal Verdrag betreffende de bestrijding van daden van nucleair terrorisme, gedaan te New York op 14 september 2005, en met de Wijziging van het Verdrag inzake externe beveiliging van kernmateriaal, aangenomen te Wenen op 8 juli 2005 door de Conferentie van de Staten die partij zijn bij het Verdrag (Stuk 5-2050/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 22 april 1999 betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (Stuk 5-2052/1).

Wetsontwerp tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek, de wet van 31 december 1851 met betrekking tot de consulaten en de consulaire rechtsmacht, het Strafwetboek, het Gerechtelijk Wetboek en de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met het oog op de strijd tegen de schijnhuwelijken en de schijn-wettelijke samenwoningen (Stuk 5-2053/1).

-Voor kennisgeving aangenomen.

Boodschappen van de Kamer

Bij boodschappen van 2 en 8 mei 2013 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:

Artikel 78 van de Grondwet

Wetsontwerp tot wijziging van verschillende wetgevingen inzake de continuÔteit van de ondernemingen (Stuk 5-2057/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 3 mei 2013; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 21 mei 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 2 mei 2013.

Wetsontwerp betreffende de wederverkoop van toegangsbewijzen tot culturele en sportieve evenementen (Stuk 5-2081/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 13 mei 2013; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 28 mei 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 8 mei 2013.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 26 januari 2006 betreffende de aanhouding van een verplichte voorraad aardolie en aardolieproducten en de oprichting van een agentschap voor het beheer van een deel van deze voorraad en tot wijziging van de wet van 10 juni 1997 betreffende de algemene regeling voor accijnsproducten, het voorhanden hebben, en het verkeer daarvan en de controles daarop (Stuk 5-2082/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 13 mei 2013; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 28 mei 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 8 mei 2013.

Artikel 80 van de Grondwet

Wetsontwerp houdende wijziging van artikel 30 van de wet van 13 juni 2005 betreffende de elektronische communicatie (Stuk 5-2083/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 13 mei 2013; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 21 mei 2013.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 8 mei 2013.

Kennisgeving

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van het Benelux-Verdrag inzake de intellectuele eigendom (merken en tekeningen of modellen), gedaan te Brussel op 22 juli 2010 (Stuk 5-1946/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 8 mei 2013 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Internationaal Verdrag van Hongkong voor het veilig en milieuvriendelijk recyclen van schepen, gedaan te Hongkong op 15 mei 2009 (Stuk 5-1957/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 8 mei 2013 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol tot wijziging van de Overeenkomst van 14 januari 1964 ter uitvoering van artikel 37, lid 2, van het Verdrag tot instelling van de Benelux Economische Unie, gedaan te Brussel op 6 juni 2012 (Stuk 5-1966/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 8 mei 2013 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Indiening van een wetsontwerp

De Regering heeft volgend wetsontwerp ingediend:

Wetsontwerp betreffende de wijziging van de Overeenkomst tot oprichting van de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling (Stuk 5-2084/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Grondwettelijk Hof - Arresten

Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Grondwettelijk Hof - PrejudiciŽle vragen

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Grondwettelijk Hof - Beroepen

Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbeidshof

Bij brief van 30 april 2013 heeft de eerste voorzitter van het Arbeidshof te Luik, overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2012 van het Arbeidshof te Luik, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergaderingen van 1 februari en 19 april 2013.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Bij brief van 2 mei 2013 heeft de eerste voorzitter van het Arbeidshof te Bergen, overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2012 van het Arbeidshof te Bergen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 april 2013.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Parket

Bij brief van 2 mei 2013 heeft de Procureur des Konings te Marche-en-Famenne overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2012 van het Parket van de Procureur des Konings te Marche-en-Famenne, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 24 april 2013.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken

Bij brief van 5 mei 2013 heeft de voorzitter van Algemene Vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken ressorterende onder het Hof van Beroep te Brussel overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2012 van de Algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken ressorterende onder het Hof van Beroep te Brussel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 29 april 2013.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Vaste Commissie voor taaltoezicht

Bij brief van 15 mei 2013, heeft de minister van Binnenlandse Zaken, overeenkomstig artikel 62 van de door het koninklijk besluit van 18 juli 1966 samengeordende wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, aan de Senaat overgezonden, het jaarverslag voor 2012.

-Ter Griffie gedeponeerd.