3-213

3-213

Belgische Senaat

3-213

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 12 APRIL 2007 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Verzoekschrift

Inoverwegingneming van voorstellen

Mondelinge vragen

Wetsontwerp op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2371) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot opheffing van artikel 8 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, en tot wijziging van artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (Stuk 3-2372)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten, belastingen en andere maatregelen, in uitvoering van de richtlijn 2006/84/EG van de Commissie van 23 oktober 2006 (Stuk 3-2373) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de vergoedingen toegekend aan kunstenaars (Stuk 3-2374) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging, wat de private ziekteverzekeringsovereenkomsten betreft, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst (Stuk 3-2355) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, wat de fusie door overneming van de onderlinge verzekeringsverenigingen betreft (Stuk 3-2356) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Stuk 3-2358) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot aanpassing van de wetgeving inzake de bestrijding van omkoping (Stuk 3-2039) (Evocatieprocedure)

Mondelinge vragen

Wetsontwerp met betrekking tot de kosteloze borgtocht (Stuk 3-2056) (Evocatieprocedure)

Mondelinge vragen

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 505 van het Strafwetboek en van artikel 35 van het Wetboek van strafvordering in verband met de in geval van heling toepasselijke verbeurdverklaring (Stuk 3-1610) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand (Stuk 3-2095) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 340, §3, van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 3-2096)

Wetsvoorstel houdende diverse structurele maatregelen teneinde de gerechtelijke achterstand weg te werken in burgerlijke zaken (van mevrouw Clotilde Nyssens, Stuk 3-53)

Wetsontwerp houdende bepalingen inzake de woninghuur (Stuk 3-2122)

Wetsontwerp tot invoeging van een artikel 391sexies in het Strafwetboek en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de strafbaarstelling en het uitbreiden van de middelen tot nietigverklaring van het gedwongen huwelijk (Stuk 3-2129) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (IV) (Stuk 3-2121) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 33 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (Stuk 3-2124) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer ten einde recidive voor vluchtmisdrijven strenger te bestraffen (Stuk 3-2125) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2345) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 39/20, 39/79, en 39/81 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2346)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2370) (Evocatieprocedure)

Stemmingen

Regeling van de werkzaamheden

Vraag om uitleg van de heer Berni Collas aan de Eerste minister over «de erkenning van JCLUB.be» (nr. 3-2263)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «sepot van verkrachtingszaken» (nr. 3-2267)

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «de problematiek van de deskundigen die door de parketten en rechtbanken worden opgeroepen in het kader van gerechtelijke deskundigenonderzoeken in strafzaken en de daaraan verbonden gerechtskosten» (nr. 3-2269)

Vraag om uitleg van de heer Wouter Beke aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «het koppelen van integratievoorwaarden aan het verkrijgen van de Belgische nationaliteit» (nr. 3-2274)

Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «het fonds voor lekkende stookolietanks» (nr. 3-2264)

Vraag om uitleg van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de terugbetaling van medische voedingsproducten voor patiënten met een stofwisselingsziekte» (nr. 3-2254)

Vraag om uitleg van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «weesgeneesmiddelen» (nr. 3-2268)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «een nazorgplan voor kankerpatiënten» (nr. 3-2266)

Vraag om uitleg van de heer Wouter Beke aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «referentieterugbetaling van geneesmiddelen» (nr. 3-2273)

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Werk over «beveiligde chatboxen» (nr. 3-2265)

Berichten van verhindering

Bijlage


Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin

(De vergadering wordt geopend om 15.25 uur.)

Verzoekschrift

De voorzitter. - Bij brief van 23 maart 2007 hebben mevrouw Lydia Deveen en de heer Hugo Weckx aan de Senaat overgezonden, een verzoekschrift met de vraag, de bepalingen van artikel 67, §2, van de Grondwet in het Reglement van de Senaat in te schrijven.

-Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden en naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Inoverwegingneming van voorstellen

De voorzitter. - De lijst van de in overweging te nemen voorstellen werd rondgedeeld.

Leden die opmerkingen mochten hebben, kunnen die vóór het einde van de vergadering mededelen.

Tenzij er afwijkende suggesties zijn, neem ik aan dat die voorstellen in overweging zijn genomen en verzonden naar de commissies die door het Bureau zijn aangewezen. (Instemming)

(De lijst van de in overweging genomen voorstellen wordt in de bijlage opgenomen.)

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Hugo Vandenberghe aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «de BTW-eenheid en het advies van het Comité voor de Belastingen op de toegevoegde waarde» (nr. 3-1491)

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - BTW-eenheid betekent dat groepen van belastingplichtigen, bijvoorbeeld vennootschapgroepen, kunnen worden behandeld als één belastingplichtige. De invoering van de BTW-eenheid kan een verbetering betekenen voor de Belgische concurrentiepositie en voor de werkgelegenheid.

Artikel 11, eerste alinea, van de BTW-richtlijn 2006/112/EG van de Raad van Europese Unie bepaalt: `Na raadpleging van het raadgevend comité voor de belasting op de toegevoegde waarde (BTW-comité) kan elke lidstaat personen die binnen het grondgebied van deze lidstaat gevestigd zijn en die juridisch gezien zelfstandig zijn, doch financieel, economisch en organisatorisch nauw met elkaar verbonden zijn, tezamen als één belastingplichtige aanmerken.' België heeft gebruik gemaakt van deze mogelijkheid via artikel 4, §2, van het BTW-wetboek en het koninklijk besluit nr. 55. Dat koninklijk besluit is in werking getreden op 1 april 2007.

De lidstaten moeten het BTW-comité raadplegen indien ze de BTW-eenheid willen invoeren. Die procedure werkt niet opschortend. De wetgever reageert bijgevolg dat hij niet hoeft te wachten op een advies van voornoemd Comité waarin de invoering van de BTW-eenheid in België wordt besproken. Langs de andere kant kan een lidstaat die de verplichting niet naleeft, zich echter niet ten nadele van de belastingplichtigen op de BTW-eenheid beroepen.

Heeft België de verplichting nageleefd vóór 1 april 2007? Zo ja, kan de minister mij informeren over de informatie die naar het BTW-comité werd verstuurd? Zo niet, wanneer zal België de verplichting nakomen? Op welke bijeenkomst van het BTW-comité zal de BTW-eenheid worden onderzocht?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën. - België heeft het verzoek tot raadpleging van het BTW-comité voor de fiscale eenheid inzake BTW vóór 1 april 2007 verstuurd. Toch staat dit verzoek niet op de agenda van het BTW-comité van 25 april 2007. Normaal gezien zal het samen met de verzoeken van de andere lidstaten, op het volgende BTW-comité worden behandeld. Na die vergadering, die wellicht in mei zal plaatsvinden, zal ik meer informatie kunnen geven.

Mondelinge vraag van mevrouw Sfia Bouarfa aan de vice-eersteminister en minister van Financiën over «de geldtransfers van migranten» (nr. 3-1485)

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Uit recent onderzoek van de Europese Investeringsbank, de EIB, blijkt dat migranten, niet alleen uit Middellandse Zeelanden, maar ook uit andere landen, elk jaar meer dan 13 miljard euro naar hun land van oorsprong verzenden.

Die transfers, die voortdurend toenemen, vertegenwoordigen tot 20% van het BBP van de betrokken landen en dragen bij tot de ontwikkeling van de plaatselijke economie.

De transfers verlopen zowel officieel, via gespecialiseerde bureaus met een goede faam, als informeel, bijvoorbeeld wanneer een familielid terugkeert naar het land van herkomst.

Het onderzoek van de EIB betreurt dat deze transfers niet efficiënt en weinig transparant gebeuren. De commissies van de geldtransferbedrijven kunnen oplopen tot 10 à 15% van het bedrag, soms tot 15 euro voor een kleine overschrijving van 100 euro. Vaak wordt dan een beroep gedaan op informele, niet gecontroleerde circuits die kunnen dienen voor het witwassen van geld.

Als de commissies lager zouden zijn, zouden de migranten meer geld kunnen opsturen en zou het informele circuit minder aantrekkelijk worden.

De EIB raadt aan echte concurrentie tussen de geldtransferbedrijven te laten spelen. Op die manier kunnen de kosten worden gedrukt en kunnen de banken in de landen van oorsprong en in de gastlanden er meer worden bij betrokken.

Deze transfers zijn belangrijk voor de families van de migranten. Welke maatregelen zal de minister nemen om deze transfers efficiënter en transparanter te laten verlopen?

De heer Didier Reynders, vice-eersteminister en minister van Financiën. - Uit de studie, gefinancierd door de EIB, blijkt inderdaad dat de kosten voor het verzenden van kleine bedragen door migranten naar hun land van oorsprong relatief hoog zijn.

Deze tarieven verschillen naargelang de plaats van bestemming. Zo is Marokko voor een transfer van 400 euro tweemaal minder duur dan de andere Middellandse Zeelanden. Deze tarieven zijn degressief. Een bescheiden transfer van 100 euro kost 26 euro terwijl een transfer van 2.500 euro naar Afrika 77 euro kost. De progressieve verminderingen worden toegepast afhankelijk van de bestemming van de toegezonden sommen. Er bestaat een preferentiële tarifering per land.

Ten slotte zijn er getrouwheidsprogramma's. Personen die regelmatig van deze diensten gebruik maken kunnen punten opsparen om een tariefvermindering te krijgen. Elke transactie geeft recht op punten naargelang de grootte van het bedrag. De klant krijgt een tariefvermindering van vijf euro per schijf van vijftig opgespaarde punten.

De tarifering van de operaties voorziet in de mogelijkheid voor de begunstigde om onmiddellijk over het geld te beschikken tegen overlegging van de transactiecode die hem door de verzender werd meegedeeld, terwijl de banken meerdere dagen nodig hebben om het bedrag op de rekening van de begunstigde te plaatsen, en een toeslag vorderen voor een snellere afwikkeling. Deze dienst heeft een kostprijs. De tarifering is eveneens gebaseerd op de frequentie van het gebruik van het netwerk en op zijn omvang: hoe groter het netwerk en hoe groter het aantal klanten, hoe lager de kosten.

De transactieprijs vormt inderdaad een belemmering voor personen die bescheiden bedragen transfereren. Sinds kort wordt de problematiek van de transfer van fondsen door migranten door de internationale gemeenschap gevolgd, zowel door de Wereldbank als door de Europese Investeringsbank en de Inter-Amerikaanse Ontwikkelingsbank.

Daarenboven worden regelmatig internationale conferenties georganiseerd met als doelstelling de transactiekosten te verlagen.

België zal binnenkort een conferentie over het thema migratie en ontwikkeling organiseren waarin de problematiek van geldtransfers door migranten aan bod komt. Mevrouw Bouarfa kan hiervoor trouwens contact opnemen met mijn collega van Ontwikkelingssamenwerking.

De toename van de concurrentie tussen gespecialiseerde agentschappen kan tot een daling van de kosten voor geldtransfers leiden. Tevens is een reglementering nodig voor deze agentschappen om ervoor te zorgen dat enkel betrouwbare tussenpersonen de toelating krijgen om dergelijke transacties te verrichten.

De kosten kunnen ook beperkt worden in overleg met de autoriteiten van de partnerlanden. De tarifering van de agentschappen wordt immers mede bepaald door de bedrijfskosten in de landen van bestemming.

Een verbeterde toegang tot het banksysteem voor de begunstigden en voor de migranten in de andere landen zou het werken met twijfelachtige tussenpersonen kunnen beperken.

Dwangmaatregelen ter vermindering van tarieven lijken niet aan te bevelen. Het is verkieslijk te handelen in overleg met de lidstaten van de EU en de partnerlanden op basis van de bevindingen van de verschillende fora die deze problematiek van nabij volgen.

België is voorstander van deze tariefverminderingen en zal de op het Europese en internationale niveau genomen beslissingen uitvoeren.

We hebben al geprobeerd de contacten met de partnerlanden uit te breiden om de kosten voor kleine bedragen te doen dalen.

Mevrouw Sfia Bouarfa (PS). - Ik dank de minister voor zijn antwoord.

Ik pleit er niet voor dat de migranten hun geld naar het land van oorsprong sturen, maar soms hebben ze geen andere oplossing om behoeftige ouders of kinderen die in hun land zijn gebleven te helpen.

In België is de term `migrant' achterhaald, want de personen in kwestie hebben vaak de Belgische nationaliteit. Zoals de minister zei, moeten we streven naar meer transparantie en de uitbuiting van deze mensen bestrijden. Heel wat banken met een goede faam houden zich hoofdzakelijk bezig met de geldtransfers van buitenlanders naar hun land van oorsprong. We hadden structuren kunnen opzetten om deze buitenlanders in ons land op te vangen. Sommige vreemdelingen worden uitgebuit door hun land van oorsprong. Zij worden er niet altijd goed ontvangen en kampen vaak met moeilijkheden als ze naar hun land willen terugkeren.

Het zou ook interessant zijn om met de minister voor ontwikkelingssamenwerking een systeem op te zetten waarbij onze Belgische investeerders worden betrokken. Dat systeem zou tot doel hebben bij te dragen tot de ontwikkeling van de landen van oorsprong. De getransfereerde bedragen vertegenwoordigen immers een belangrijk deel van hun BBP. We kunnen op die manier het stelsel transparanter maken en de uitbuiting van deze buitenlandse werknemers bestrijden. Die uitbuiting kan soms leiden tot het witwassen van geld en andere duistere financiële praktijken.

Wetsontwerp op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2371) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot opheffing van artikel 8 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, en tot wijziging van artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (Stuk 3-2372)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Collas voor een mondeling verslag.

De heer Berni Collas (MR), rapporteur. - Beide wetsontwerpen werden in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer 51-2963/1 en 51-2964/1). Ze werden op 29 maart 2007 eenparig aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en overgezonden naar de Senaat. Het optioneel bicameraal ontwerp werd op 30 maart 2007 geëvoceerd. De commissie heeft beide wetsontwerpen besproken tijdens haar vergaderingen van 11 april 2007.

In zijn inleidende uiteenzetting zei de minister van Financiën het volgende.

De hoofddoelstelling van deze wetsontwerpen is te zorgen voor de gedeeltelijke omzetting naar Belgisch recht van de `transparantierichtlijn', Richtlijn 2004/109/EG betreffende de transparantievereisten die gelden voor informatie over uitgevende instellingen waarvan effecten tot de handel op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en tot wijziging van Richtlijn 2001/34/EG.

Deze richtlijn beoogt een actualisering van een bestaande richtlijn betreffende de toelating van de effecten tot de officiële notering aan een effectenbeurs en de informatie die over deze effecten moet worden gepubliceerd op het vlak van informatie over reeds genoteerde ondernemingen. Ze behelst twee domeinen van openbaarmaking van informatie: de openbaarmaking van periodieke en doorlopende informatie over emittenten waarvan de effecten reeds tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten en de openbaarmaking van informatie over belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten, de zogenaamde transparantiekennisgevingen.

Deze wetsontwerpen bevatten bepalingen met betrekking tot beide onderdelen. Ze vormen voor een groot deel een getrouwe omzetting van de bepalingen van de richtlijn. De inhoudelijke veranderingen die de nieuwe regels met zich meebrengen voor de bestaande Belgische wetgeving zijn beperkt.

Het wetsontwerp op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen is drieledig. Het eerste deel, getiteld `Verplichtingen voor houders van belangrijke deelnemingen in emittenten' - artikelen 1 tot 29 -, voorziet in de omzetting van de transparantierichtlijn en dient ter vervanging van hoofdstuk I van de wet van 2 maart 1989. Dit hoofdstuk bevat onder andere de regels voor de kennisgeving: de drempels, de gebeurtenissen en titels waarvoor de kennisgeving verplicht is, de personen die de kennisgeving moeten doen en de personen aan wie ze moet worden gericht. Dit deel wordt aangevuld met artikelen houdende technische wijzigingen van het Wetboek van Vennootschappen - artikelen 37 tot 41 - en van verschillende wetten waarin naar de wet van 2 maart 1989 wordt verwezen - artikelen 30 tot 36, 43, 57 en 58 -, teneinde de coherentie met de bepalingen van het wetsontwerp te verzekeren.

Het tweede deel is getiteld `Verplichtingen voor emittenten inzake periodieke en doorlopende informatie' omvat artikel 42. Dit deel vervangt artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002 en waarborgt eveneens de omzetting van de transparantierichtlijn. Het wetsontwerp regelt onder andere de verplichtingen die moeten worden nageleefd inzake kennisgeving, de emittenten voor wie de verplichtingen gelden en het taalregime.

Het derde deel strekt ertoe op grond van de wet van 2 augustus 2002 de bevoegdheden waarover de CBFA beschikt op bepaalde punten aan te passen aan de vereisten van de Lamfalussyrichtlijnen: artikelen 46 tot 56.

Delen 1 en 2 moeten nog door koninklijke besluiten worden aangevuld: een besluit betreffende de kennisgeving van belangrijke deelnemingen, die het koninklijk besluit op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen van 10 mei 1989 zal vervangen, en een besluit betreffende de verplichtingen voor emittenten, die het besluit betreffende de verplichtingen van emittenten van financiële instrumenten die zijn toegelaten tot de verhandeling op een Belgische gereglementeerde markt van 31 maart 2003 zal vervangen.

Het wetsontwerp tot opheffing van artikel 8 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare aanbiedingen, en tot wijziging van artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten bevat de verplicht bicamerale bepalingen.

In de algemene bespreking vroeg de heer Collas om een duidelijkere definitie van het begrip `emittent', ook al staat in artikel 3 een definitie. De minister antwoordt dat in het voorliggende wetsontwerp twee definities van emittent staan. Enerzijds omschrijft artikel 3 `emittent' als elke publiekrechtelijke of privaatrechtelijke rechtspersoon waarvan aandelen tot de verhandeling op een gereglementeerde markt zijn toegelaten. Anderzijds behoudt artikel 42, dat artikel 10 van de wet van 2 augustus 2002 vervangt, de definitie van de wet van 2002 en omschrijft het de emittenten van financiële instrumenten.

De heer Willems vraagt zich af hoe het CBFA over de noodzakelijke informatie met betrekking tot de participatiepercentages kan beschikken als er geen spontane mededeling door de betrokken aandeelhouders gebeurt.

De minister stelt dat de lijsten van aanwezigen op de algemene vergaderingen hiervoor het meest voor de hand liggende middel zijn. Verder zijn er ook nog de mededelingen van andere aandeelhouders of van andere betrokken personen. Het vinden van aandeelhouders die zich niet gemeld hebben, blijft echter de moeilijkste stap. Nadien bestaan er voldoende sanctionerende maatregelen.

Het wetsontwerp 3-2371 in zijn geheel werd eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

De artikelen 1 tot en met 5 van het wetsontwerp 3-2372, alsook het wetsontwerp in zijn geheel werden eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2371) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2963/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot opheffing van artikel 8 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, en tot wijziging van artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (Stuk 3-2372)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2964/2.)

-De artikelen 1 tot 5 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten, belastingen en andere maatregelen, in uitvoering van de richtlijn 2006/84/EG van de Commissie van 23 oktober 2006 (Stuk 3-2373) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Collas voor een mondeling verslag.

De heer Berni Collas (MR), rapporteur. - Het voorliggende optioneel bicamerale wetsontwerp werd oorspronkelijk in de Kamer van Volksvertegenwoordigers als wetsontwerp van de regering ingediend. De Kamer heeft het op 29 maart 2007 eenparig aangenomen en het werd op 30 maart 2007 aan de Senaat overgezonden, die het heeft geëvoceerd. De commissie heeft het ontwerp op 11 april 2007 besproken.

Het voorliggende wetsontwerp heeft tot doel Richtlijn 2006/84/EG van de Commissie van 23 oktober 2006 tot aanpassing van Richtlijn 2002/94/EG, in verband met de toetreding van Roemenië en Bulgarije tot de Europese Unie, uit te voeren.

De bijlage bij het wetsontwerp vormt de nieuwe bijlage IV bij de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van de schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten, belastingen en andere maatregelen. Ze verschilt van de vorige versie in die zin dat de twee nieuwe Staten die op 1 januari 2007 tot de Europese Unie zijn toegetreden aan de lijst van de Lidstaten werden toegevoegd.

Het wetsontwerp in zijn geheel werd eenparig aangenomen door de negen aanwezige leden. Vertrouwen werd gegeven aan de rapporteur voor zijn mondeling verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2977/2.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de vergoedingen toegekend aan kunstenaars (Stuk 3-2374) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Hermans voor een mondeling verslag.

Mevrouw Margriet Hermans (VLD), rapporteur. - Dit wetsontwerp werd besproken op 11 april 2007.

Sedert 1 juli 2003 is het sociaal statuut van de kunstenaars in werking getreden. Binnen dit sociaal statuut is een regeling uitgewerkt waardoor de kleine vergoedingen die bij kleinschalige artistieke activiteiten aan kunstenaars worden toegekend onder strikte voorwaarden als forfaitaire onkostenvergoedingen worden aangemerkt.

De regering heeft geoordeeld dat die specifieke sociale maatregel niet kan werken zonder een fiscale begeleidende bepaling. Er moet ook over worden gewaakt dat op fiscaal vlak de rechtszekerheid wordt gewaarborgd. De fiscale maatregel bestaat erin dat de bedragen die in aanmerking komen voor de sociale regeling in de meeste gevallen worden vrijgesteld van belasting. De toepassingsvoorwaarden zijn natuurlijk aangepast in functie van de fiscale regels.

Aangezien in het fiscale recht een onderscheid wordt gemaakt tussen beroepsinkomsten en diverse inkomsten en de artistieke activiteiten een beroepskarakter of een occasioneel karakter kunnen hebben, wordt de vrijstelling zowel inzake beroepsinkomsten als inzake diverse inkomsten geregeld.

Artikel 2 wijzigt artikel 38 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, teneinde de forfaitaire onkostenvergoeding die binnen de uitoefening van een beroepsmatige activiteit als kunstenaar is verkregen en aan bepaalde voorwaarden voldoet, vrij te stellen. Het gaat om de forfaitaire onkostenvergoeding toegekend wegens het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren van artistieke werken voor rekening van een opdrachtgever. Die vrijstelling wordt toegestaan tot beloop van een maximumbedrag dat is vastgesteld op 2.000 euro per kalenderjaar. Zodra het bedrag wordt overschreden, is het deel boven 2.000 euro per kalenderjaar een belastbaar inkomen.

In een nieuwe paragraaf 4 van dit artikel 2 wordt gedefinieerd wat moet worden verstaan onder het leveren van artistieke prestaties en/of het produceren artistieke werken enerzijds en opdrachtgever anderzijds. Daartoe zijn de omschrijvingen gebruikt die zijn opgenomen in het sociale statuut.

Het wetsontwerp werd unaniem goedgekeurd. Vertrouwen werd gegeven aan de rapporteur.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2994/2.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging, wat de private ziekteverzekeringsovereenkomsten betreft, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst (Stuk 3-2355) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Kapompolé voor een mondeling verslag.

Mevrouw Joëlle Kapompolé (PS), rapporteur. - Het voorliggende wetsontwerp werd oorspronkelijk in de Kamer van Volksvertegenwoordigers als wetsontwerp van de regering ingediend. De Kamer van Volksvertegenwoordigers heeft het op 29 maart 2007 met 103 stemmen voor bij 25 onthoudingen aangenomen.

Het werd vervolgens aan de Senaat overgezonden, die het dezelfde dag nog heeft geëvoceerd. Onze commissie heeft het op 11 april 2007 besproken.

Het wetsontwerp strekt ertoe de rechten van de verzekerden, met inbegrip van de zieken en de gehandicapten, in het kader van de private ziekteverzekering aanzienlijk te verbeteren en te beschermen. Hieronder worden verstaan de ziektekostenverzekering, de arbeidsongeschiktheidsverzekering, de invaliditeitsverzekering en de verzekering gewaarborgd inkomen.

Er worden drie maatregelen voorgesteld.

De individuele ziekteverzekering wordt levenslang gemaakt zowel voor de verzekeringsnemer als voor zijn gezinsleden (doorgaans partner en kinderen) die mede in zijn verzekering zijn opgenomen.

De onbetwistbaarheid van de individuele ziekteverzekering wordt nu wettelijk geregeld.

Er wordt een recht op individuele voortzetting van de verzekering gecreëerd voor elke verzekerde in een groepsverzekering. Dat recht kan worden uitgeoefend zodra de verzekerde om gelijk welke reden het voordeel van de groepsverzekering verliest (bijvoorbeeld vrijwillig of gedwongen ontslag, faillissement of vereffening, pensionering). Desbetreffend wordt een informatieplicht opgelegd aan de werkgever, eventueel aan de curator of de vereffenaar.

Het wetsontwerp in zijn geheel werd eenparig aangenomen door de negen aanwezige leden.

Vertrouwen werd gegeven aan de rapporteur voor een mondeling verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2689/6.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, wat de fusie door overneming van de onderlinge verzekeringsverenigingen betreft (Stuk 3-2356) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Anseeuw voor een mondeling verslag.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD), rapporteur. - Onderlinge verzekeringsverenigingen kunnen niet gemakkelijk kapitaal aantrekken, omdat ze hun financiering nagenoeg uitsluitend halen uit de door de leden betaalde premies, terwijl de eisen inzake financiële soliditeit alsmaar strenger worden.

Om hun financiële structuur te versterken moeten deze verenigingen nieuwe mogelijkheden krijgen. Zo is de fusie van onderlinge verzekeringsverenigingen nog niet geregeld. Voor verzekeringsondernemingen met een andere juridische organisatievorm is dat wel het geval. De fusie daarvan wordt geregeld door het Wetboek van Vennootschappen.

Het wetsontwerp beoogt de fusie door overneming te vergemakkelijken, onder andere door uit te sluiten dat één van de vennoten zijn deel van het vermogen kan opeisen ter gelegenheid van de vereffening die met de fusie gepaard gaat. De procedure van de fusie door overneming bepaald in de artikelen 670 en volgende van het Wetboek van Vennootschappen wordt dus van toepassing gemaakt op de verenigingen, met de nodige afwijkingen en aanpassingen.

De uitbreiding van deze procedure zal zorgen voor eenvormigheid in de procedure van fusie van verzekeringsondernemingen en voor gelijkheid tussen de verschillende rechtsvormen van verzekeringsondernemingen. Het wetsontwerp is logisch, brengt zekerheid en gelijke behandeling en verstevigt de financiële structuur van de onderlinge verzekeringsverenigingen.

Het ontwerp werd unaniem goedgekeurd en vertrouwen werd gegeven aan de rapporteur.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2842/6.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Stuk 3-2358) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Galand voor een mondeling verslag.

De heer Pierre Galand (PS), rapporteur. - Het voorliggende optioneel bicamerale wetsontwerp werd oorspronkelijk in de Kamer van Volksvertegenwoordigers als wetsontwerp van de regering ingediend.

De Kamer heeft het op 29 maart 2007 eenparig aangenomen. Het werd op 30 maart 2007 overgezonden aan de Senaat, die het dezelfde dag nog heeft geëvoceerd.

De commissie heeft het ontwerp op 11 april 2007 besproken.

Vice-eersteminister en minister van Financiën Reynders stelt dat het wetsontwerp een antwoord geeft op de kritiek die de Europese Commissie in de ingebrekestelling nr. 2005/5061 van 4 april 2006 formuleert met betrekking tot het Belgische stelsel inzake de belastingvoordelen voor hypothecaire leningen, en meer in het bijzonder voor de fiscale stimuli voor de bouw of verwerving van een woning. Die voordelen moeten worden uitgebreid tot de woningen gelegen in een Lidstaat van de Europese Economische Ruimte. Het wetsontwerp strekt ertoe het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 in die zin aan te passen.

Het wetsontwerp in zijn geheel werd eenparig aangenomen door de negen aanwezige leden.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2951/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot aanpassing van de wetgeving inzake de bestrijding van omkoping (Stuk 3-2039) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Philippe Mahoux (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het ontwerp van de minister werd besproken in de commissie voor de Justitie, maar ik heb niet de eer gehad de minister van Financiën daar te mogen onmoeten. Zoals gebruikelijk stuurde hij voor de ernst van de discussie zijn staatssecretaris.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2677/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van de heer Luc Willems aan de vice-eersteminister en minister van Begroting en Consumentenzaken en aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «de mogelijke inbreuken op de privacy en de mededinging door ZOOMIT» (nr. 3-1483)

De heer Luc Willems (VLD). - Sinds kort commercialiseren vier Belgische grootbanken de zogenaamde ZOOMIT-toepassing. Iedereen met een internetbankabonnement voor deze banken kan via ZOOMIT onmiddellijk facturen elektronisch ontvangen, beheren en betalen.

De bedoeling is dat een particulier van de internetbank een eigen financiële portaalsite maakt. Via deze portaalsite heeft de particulier toegang tot al de documenten met een persoonlijk en financieel karakter zoals loonfiches, gedomicilieerde en andere facturen, maar ook andere administratieve documenten zoals polissen en dergelijke kunnen via deze toepassing verzonden worden. Bovendien zou ZOOMIT ook voor een korte termijn archivering zorgen.

Elke huidige gebruiker van de internetbank van een van deze grootbanken heeft automatisch toegang tot deze service nadat hij zich akkoord verklaard heeft met de algemene voorwaarden. Volgens ZOOMIT bereiken zij 3 miljoen internetbankgebruikers.

ZOOMIT wordt hiermee een platform waarlangs post tussen bedrijven en particulieren kan verwerkt en bezorgd worden en bovendien de documenten enige tijd kunnen bewaard worden. Het is echter geen neutraal platform waarlangs deze gevoelige informatie circuleert. Aangezien de grootbanken dit systeem beheren, krijgen zij nu ook mogelijk inzage in de inhoud van alle documenten die gekoppeld zijn aan betalingen, zoals loon, levensverzekeringspolissen, afbetalingen en dergelijke. De particulier heeft geen controle meer over deze informatie en zijn privacy wordt geschonden. Wanneer een particulier een andere bankinstelling wenst, rijst de vraag wat met de ontvangen informatie in zijn elektronische brievenbus gebeurt.

Net zoals in de telecom- en energiesector is er nood aan neutrale distributieplatformen voor het verzenden en ontvangen van privacygevoelige gegevens van particulieren. Grootbanken hebben er belang bij om ook in deze informatie inzage te krijgen. Ze kunnen hiermee bijvoorbeeld ongezien over de informatie van een concurrerende verzekeraar beschikken en aan de particulier ongevraagd een ander voorstel doen voor een gelijkaardig product. Daarnaast kunnen de banken per gebruiker weten voor welk soort document ze zich hebben ingeschreven en kunnen ze op een heel eenvoudige manier te weten komen welke concurrerende diensten hun klanten gebruiken.

Kent de minister de ZOOMIT-toepassing waarmee de grootbanken de verzending van financiële en administratieve documenten aan de bankrekeningen koppelt?

Werd de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer hierover geraadpleegd?

Is de verstrengeling door de grootbanken van de toegang tot de financiële rekeningen met het transport van financiële en administratieve documenten niet strijdig met de mededingingsregels en met de voorschriften inzake koppelverkoop? Dienen de Dienst en de Raad voor de mededinging niet geraadpleegd te worden?

Zijn de rechten van de kleinere banken en de bemiddelaars gevrijwaard wanneer de grootbanken een systeem voor elektronische postuitwisseling volledig controleren via hun filiaal Isabel nv?

Zijn er geen mededingingsbeperkende elementen indien het webbankingplatform niet opengesteld wordt voor andere marktactoren en enkel voorbehouden blijft voor ZOOMIT, een toepassing van Isabel nv in handen van de grootbanken?

Is het aanvaardbaar dat ZOOMIT zijn product commercialiseert met het argument dat er toegang is tot drie miljoen particuliere internetgebruikers, daar waar deze particulieren hiervan niet op de hoogte zijn?

Moeten er geen regels komen teneinde een neutraal platform te waarborgen waarlangs de communicatie van dergelijke delicate informatie kan verlopen, zodat bijvoorbeeld financiële instellingen zelf geen inzage in de onderliggende documenten kunnen krijgen?

In het ZOOMIT-systeem wordt de bankrekening als persoonlijke brievenbus beschouwd voor alle vertrouwelijke correspondentie. Wil dit zeggen dat wanneer, bijvoorbeeld, een vader de gsm-factuur van zijn zoon betaalt, hij ook de factuur kan zien? Of kan, bijvoorbeeld, een volmachthouder inzage krijgen in de factuur voor een ziekenhuisopname?

Kan een burger zijn elektronische brievenbus meenemen of behouden indien hij van bank verandert of indien zijn bank zijn bankrekening afsluit? Is dit conform het herenakkoord tussen de minister en de banken van februari 2004 om de mobiliteit van klanten van banken te bevorderen door vereenvoudigde administratieve lasten bij het veranderen van bank?

Mevrouw Freya Van den Bossche, vice-eersteminister en minister van Begroting en Consumentenzaken. - De vragen gaan vooral over de bescherming van de persoonlijke levenssfeer en de mededinging, een bevoegdheid van de ministers van Justitie en van Economie. Toch wil ik proberen een zo volledig mogelijk antwoord te geven.

ZOOMIT is een commercieel product dat door de banken vrij kan worden aangeboden aan hun klanten mits alle wettelijke regels, waaronder de economische reglementering en de privacyregels, worden gerespecteerd.

Als minister van Consumentenzaken lijkt het mij essentieel dat, naast de bescherming van de persoonlijke levenssfeer, de consument steeds de vrije keuze behoudt over de manier waarop hij zijn facturen wenst te ontvangen. Ik verwijs hiervoor naar de wet van 3 december 2006 tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken tot instelling van een verbod om de prijs van een product of dienst te verhogen omdat de consument weigert via bankdomiciliëring te betalen of zijn facturen via elektronische post te ontvangen.

De reglementering rond koppelverkoop is hier niet van toepassing. Om van een gezamenlijk aanbod te spreken moet het gaan om een aanbieding waarbij het verkrijgen van het voordeel - meer mogelijkheden voor het bijhouden van facturen en een makkelijker betaalbeheer - gebonden is aan het kopen van een ander product of dienst. Bij de ZOOMIT-toepassing richten de banken zich echter in essentie tot de bestaande houders van een internetaccount - de gebruikers van internetbankieren - en wordt ZOOMIT bijgevolg niet afhankelijk gemaakt van het aangaan van een internetaccount.

De Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer deelt mij mee dat ze inderdaad over het ZOOMIT-project werd geïnformeerd. Op grond van die informatie en rekening houdend met de algemene ontwikkeling van elektronische facturatietoepassingen die zich tot de consument richten, zoals Certipost, is de commissie van oordeel dat een grondig onderzoek van dergelijke systemen en de mogelijke gevolgen daarvan voor de persoonlijke levenssfeer nodig is.

De commissie zal daarom, samen of in samenspraak met commissies uit andere lidstaten, nagaan welke analoge concurrentiële systemen vandaag bestaan en wat de impact ervan is op de persoonlijke levenssfeer. Het onderzoek zal medio 2007 afgerond zijn. Op grond daarvan zal de commissie wellicht uit eigen overweging, hetzij op verzoek van de regering of van de wetgevende kamers, een advies uitbrengen, met name over de mogelijke gevolgen van dergelijke systemen op de persoonlijke levenssfeer en de garanties die dergelijke systemen moeten bieden.

Zonder op dit onderzoek en de conclusies van de commissie vooruit te willen lopen, lijkt het mij fundamenteel dat toepassingen van elektronische facturatie maximaal garanderen dat enkel de geadresseerde van de informatie, of diegenen die hij daartoe uitdrukkelijk machtigt, toegang krijgt tot de verzonden informatie. Dit betekent dat zowel aan de kant van de gebruiker als aan de kant van de beheerder van de informatie maatregelen moeten worden genomen die de toegang tot de informatie beveiligen.

Ik denk bijvoorbeeld aan de situatie waarin een persoon het financiële beheer voor een ander persoon mag of kan doen. Dit betekent immers niet dat er vanzelfsprekend toegang kan zijn tot de correspondentie van die andere persoon.

Aan de kant van de beheerder is het risico op oneigenlijk gebruik van informatie kleiner indien ze verzonden en beheerd wordt via een onafhankelijk platform, met andere woorden door een beheerder die geen belang heeft bij de inhoud van de informatie. Dit zal zeker een criterium zijn wanneer de overheid op zoek gaat naar een platform voor haar correspondentie naar de consument. De noodzaak van de neutraliteit van het platform is alleszins één van de elementen die door de Commissie voor de bescherming van de persoonlijke levenssfeer worden onderzocht.

Ook aan de gebruikerskant moeten de nodige garanties worden ingebouwd. Een sterke beveiliging van de informatie, bijvoorbeeld door het gebruik van de elektronische identiteitskaart kunnen ongemachtigd gebruik voorkomen.

Wat het mededingingsrechtelijk aspect van de zaak betreft, kan vooral worden gewezen op de mogelijkheid voor de grootbanken om - via de toerekening van de kosten - dit platform te gebruiken als middel om deze markt af te sluiten voor de kleinere banken en voor te behouden voor hun eigen gebruik en cliënteel. Deze horizontale marktafsluiting kan in strijd zijn met de mededingingsregels vervat in artikel 2 van de wet tot bescherming van de economische mededinging, gecoördineerd op 15 september 2006. In dit geval zal de Mededingingsautoriteit inderdaad moeten optreden. Tot op heden zijn daarover echter geen klachten bij de Mededingingsautoriteit bekend. Er werd evenmin enig gerucht opgevangen inzake mogelijke problemen betreffende dit platform. Dit behoort echter tot de bevoegdheid van de minister van Economie.

Ten slotte moet er inderdaad op worden toegezien dat de mobiliteit van de klanten wordt gegarandeerd. Procedures die het voor de consument complexer maken om van bank te veranderen, moeten vanzelfsprekend worden vermeden.

De heer Luc Willems (VLD). - Ik hoop dat de verschillende ministers die in deze zaak bevoegd zijn, inderdaad zullen optreden op de wijze die het antwoord aangeeft.

Wetsontwerp met betrekking tot de kosteloze borgtocht (Stuk 3-2056) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Philippe Mahoux (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Dit wetsontwerp op de borgtocht komt ongetwijfeld in aanmerking voor de prijs van het slechtste wetsontwerp. Ik heb reeds meermaals opgemerkt dat ontwerpen wel goede bedoelingen kunnen hebben, maar hun doel volkomen voorbijschieten omdat de tekst technisch knoeiwerk is en juridisch ondermaats is zodat de tekst niet toepasselijk is. Ook deze tekst zal aanleiding geven tot bijkomende discussies, betwistingen en processen.

De meerderheid heeft beslist om alle opmerkingen van de Senaat - wat ze ook mogen zijn - a priori te verwerpen. Geen enkele tekst die de Kamer heeft overgezonden, mag worden geamendeerd. De meerderheid spreekt over de open samenleving, maar het is typisch voor dogmatisch denken om elk argument van de andere a priori te verwerpen. Elk amendement van de andere is a priori fout. Dat is typisch voor een gesloten opvatting, voor een gesloten wereldbeeld en dus voor een gesloten partijsysteem. We zien nogmaals de tegenstelling tussen de retoriek en de werkelijkheid. Op de tribune wordt tolerantie, openheid, verdraagzaamheid geprezen, maar in de parlementaire werkelijkheid heerst een gesloten wereldbeeld. Geen enkel amendement, zelfs niet de kleinste technische opmerking van objectieve commentatoren in de rechtsleer, in de adviezen van de dienst Wetsevaluatie of in de adviezen van de Raad van State, wordt in aanmerking genomen. De meerderheid heeft een nieuw natuurrecht uitgevonden: het is de Senaat verboden te amenderen.

In die omstandigheden rijst natuurlijk de vraag waarom we hier nog vergaderen. Alle discussies zouden kunnen worden vervangen door een register waarin wordt genoteerd welke wetsontwerpen de Kamer van volksvertegenwoordigers overzendt. Dat register wordt dan voor ontvangst ondertekend en daarna wordt meegedeeld dat de meerderheid de ontwerpen goedkeurt. Zo zouden we op een meer creatieve en originele wijze aan de politieke activiteit kunnen deelnemen.

Het wetsontwerp met betrekking tot de kosteloze borgtocht beoogt een betere informatie en een verdergaande bescherming van de kosteloze borg.

Onze opmerkingen zijn van juridisch-technische aard in het kader van de algemene juridische beginselen die de borgtocht in het Burgerlijk Wetboek beheersen. Ik betreur trouwens dat de dienst Burgerlijke Wetgeving van de Federale Overheidsdienst Justitie die voor deze materie bevoegd is, niet bij de totstandkoming van een zo belangrijk ontwerp werd betrokken.

De borgtocht wordt in het ontwerp beperkt tot de schulden die bestaan op het ogenblik van het sluiten van de overeenkomst van borgtocht. Aldus wordt de borgstelling `alle sommen' onmogelijk. Ik verwijs naar de nietigheidssanctie die wordt bepaald in het artikel 8 van het ontwerp, het voorgestelde artikel 2043sexies. De verbodsbepaling komt echter niet met zoveel woorden in de tekst voor.

Verder wordt beoogd dat het bedrag van de borgstelling in verhouding staat tot de financiële mogelijkheden van de natuurlijke persoon die zich borg stelt. Indien dat niet het geval zou zijn, is de borgstelling nietig, wat afwijkt van wat in de bijzondere wetten is bepaald in het kader van de kosteloze borgstelling ingeval van faillissement.

De regering beweert dat een en ander geen probleem kan vormen, aangezien beide regelingen cumulatief zouden zijn, wat echter een hele reeks nieuwe problemen schept.

Een van de grotere problemen van dit ontwerp is juist het gebrek aan samenhang tussen de voorgestelde tekst en de bestaande wetgeving, zowel de relevante bepalingen van het Burgerlijk Wetboek, als de bijzondere wetsbepalingen met betrekking tot de borg in het kader van de collectieve schuldenregeling en het faillissement.

De Raad van State heeft gewezen op dat probleem en beklemtoont dat een en ander aanleiding kan geven tot problemen onder de artikelen 10 en 11 van de Grondwet, aangezien de memorie van toelichting geen voldoende redenen geeft voor die verschillen.

In het verleden heeft de wetgever zich al gebogen over de kosteloze persoonlijke zekerheden in het kader van bijzondere wetten, namelijk in de faillissementswet en in de procedure voor de collectieve schuldenregeling. Zoals de Raad van State aangeeft, roept het ontwerp nieuwe verschilpunten in het leven.

Voorbeelden van verschilpunten zijn de volgende.

Volgens de ingediende tekst is een borgtochtovereenkomst waarvan het bedrag kennelijk niet in verhouding staat tot de terugbetalingsmogelijkheden van de borg nietig, terwijl in de bijzondere wetten de borg geheel of gedeeltelijk van zijn verbintenissen kan worden bevrijd, zo zijn verbintenis niet in verhouding staat tot zijn vermogen. Er bestaat dus een verschil tussen `niet in verhouding staan' en `kennelijk niet in verhouding staan'.

Een ander voorbeeld: volgens de ingediende tekst moet het vermogen van de borg worden beoordeeld op het ogenblik dat de overeenkomst wordt gesloten, terwijl volgens de bijzondere wetten de evenredigheid wordt beoordeeld aan de hand van het vermogen op het ogenblik dat de rechter een uitspraak doet. De regering wijst er in de memorie van toelichting op dat de ongelijke behandeling voor haar geen problemen doet rijzen ten aanzien van het gelijkheidsbeginsel omdat de verschillende wetten cumulatief worden toegepast.

Er dienen ter zake twee opmerkingen te worden gemaakt. In de eerste plaats leidt de cumulatieve toepassing tot een nieuwe ongelijkheid in het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. In het kader van een faillissement of een collectieve schuldenregeling kunnen de kosteloze borgtochten een zaak voor twee verschillende rechters brengen, in andere gevallen kan de onevenredige aard van een verbintenis maar door één rechter worden beoordeeld. Daarenboven staat de cumulatieve toepassing kosteloze borgtochten in het kader van een faillissement of een collectieve schuldenregeling toe om de evenredigheid van verbintenissen te laten beoordelen op twee verschillende ogenblikken, namelijk op het ogenblik dat de rechter uitspraak doet, bij faillissement en collectieve schuldenregeling, en bij het sluiten van de overeenkomst, waarover dit ontwerp handelt. De verbintenissen van kosteloze borgtochten buiten die context kunnen worden beoordeeld op basis van een situatie bij het sluiten van de overeenkomst.

De cumulatieve toepassing doet ook problemen rijzen op procedureel vlak. Wanneer het verzoek van een borg, die de onevenredige aard van zijn verbintenis heeft aangevoerd in het kader van een faillissement of collectieve schuldenregeling, door de rechtbank wordt afgewezen, moet hij zijn verbintenis uitvoeren. Hoe worden de beide procedures gecombineerd wanneer hij op basis van dit ontwerp zijn zaak aanhangig maakt voor een andere rechter? Wat gebeurt er wanneer de tweede rechter de borgtochtovereenkomst nietig verklaart?

De cumulatieve toepassing doet ook problemen rijzen op het vlak van de billijkheid. Een borg voert in het kader van een collectieve schuldenregeling de onevenredige aard van zijn verbintenissen aan. De rechter beoordeelt dit aan de hand van het vermogen en de inkomsten van de borg op het ogenblik van zijn uitspraak en verwerpt het verzoek. De borg brengt de zaak voor de vonnisrechter die moet nagaan of zijn verbintenis niet kennelijk te onevenredig was op het ogenblik dat hij ze aanging. Als de vonnisrechter het verzoek inwilligt, is de borg bevrijd aangezien zijn verbintenissen nietig worden verklaard, terwijl zijn terugbetalingsmogelijkheden op dat ogenblik groter zijn dan bij het begin. Dit is geen billijk resultaat.

Daarenboven bevat de tekst tegenstrijdige bepalingen over de omvang van de borg. Ik verwijs in dit opzicht naar de artikelen 7 en 8, waarop ik overigens amendementen heb ingediend. De redactie van het ontwerp is van uitzonderlijk slechte kwaliteit op het vlak van de legistiek, het taalgebruik en de coherentie tussen de nieuwe bepalingen en de bestaande bepalingen van het Burgerlijk Wetboek. Om die reden zullen we tegen het ontwerp stemmen.

Mijn amendementen werden in de commissie voor de Justitie reeds uitvoering besproken. Ik verwijs naar de technische discussie die we hadden over de omvang van het bedrag waarvoor men moet instaan en de draagwijdte van de rente en de berekening ervan. Op dit vlak rijzen er opnieuw problemen in het licht van de artikelen 10 en 11 van de Grondwet.

Een ander voorbeeld van de slechte legistiek heeft betrekking op een definitie. Welke zin heeft het in artikel 2043bis de definitie op te nemen van kosteloze borgtocht voor de toepassing van het nieuwe hoofdstuk 5 als in de daaropvolgende artikelen allerlei andere omschrijvingen worden gebruikt? Ik geef een voorbeeld. In artikel 2043quater de borgtocht bedoeld in artikel 2043bis, in artikel 2043quinquies de borgtocht in de zin van dit hoofdstuk, in artikel 2043sexies, de borgtocht in de zin van artikel 2043bis en in artikel 2043octies de borgtocht.

Wat leren we daaruit? We leren daaruit dat men Latijn moet kennen: er is namelijk niet alleen een artikel bis, maar ook een ter, quater, quinquies, sexies, septies en octies. Dat is de kern van dit ontwerp: bij elk ander Latijns woord krijgen we een andere definitie!

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik wens alleen mee te delen dat we voorstander zijn van een dergelijk project. In de commissie kregen we echter een nota van de dienst wetsevaluatie van de Senaat. Er waren zoveel opmerkingen dat er geen rekening mee kon worden gehouden omdat er niet meer genoeg tijd is om deze tekst tussen Kamer en Senaat te laten pendelen.

De tekst laat te wensen over, niet alleen vanuit wetgevingstechnisch oogpunt, maar hij is ook onsamenhangend. Om die reden zal de CDH zich bij de stemming onthouden.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Ik wens een opmerking te maken over de werkzaamheden van onze assemblee.

Sommige geëvoceerde teksten amendeert de Senaat inderdaad niet, omdat hun evocatie niet altijd te maken heeft met de inhoud. We moeten ook erkennen dat opmerkingen van de oppositie die betrekking hebben op de vorm, soms tot doel hebben de eindstemming uit te stellen.

Tijdens deze zitting evoceren we een tekst over heling, die in de Kamer werd goedgekeurd en die wij hebben gewijzigd. De Kamer bespreekt vandaag een wet over de echtscheiding, die na amendering in de Senaat werd teruggestuurd naar de Kamer.

Ik wenste dit toch te benadrukken ten behoeve van de waardering van het werk in de beide assemblees.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De interventie van de heer Mahoux is het typevoorbeeld van een sofisme.

Ik heb niet gezegd dat ik betreur dat de wet op de echtscheiding is geamendeerd. Ik heb gezegd dat, wanneer men deze week en volgende week tientallen wetsontwerpen op de agenda zet om ze in enkele dagen door de zogenaamde parlementaire behandeling te jagen, dit erop neerkomt dat er, zoals trouwens blijkt uit de verslagen, in feite geen behandeling is. In dergelijke omstandigheden kunnen die ontwerpen niet echt worden besproken.

Bovendien is het met betrekking tot dit ontwerp zo dat de opmerkingen van de dienst wetsevaluatie bijzonder talrijk zijn. Ik heb in de voorbije vier jaar nooit een meer vernietigend advies gelezen van de dienst wetsevaluatie dan dit over de borgtocht. Als men daar geen rekening mee houdt, denk ik dat het gerechtigd is zijn stem daarover te verheffen, ook al is het in de woestijn.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2730/5.)

De voorzitter. - Artikel 4 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 1 ingediend (zie stuk 3-2056/2) dat luidt:

Artikel 5 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 2 ingediend (zie stuk 3-2056/2) dat luidt:

Artikel 7 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 3 ingediend (zie stuk 3-2056/2) dat luidt:

Artikel 8 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 4 ingediend (zie stuk 3-2056/2) dat luidt:

Artikel 9 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 5 ingediend (zie stuk 3-2056/2) dat luidt:

Artikel 10 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 6 ingediend (zie stuk 3-2056/2) dat luidt:

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Mondelinge vragen

Mondelinge vraag van mevrouw Christel Geerts aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de werking en ondersteuning van de Alzheimerliga's» (nr. 3-1487)

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - Dementie is een ingrijpende ziekte: de zieke en zijn omgeving worden geconfronteerd met tal van opdrachten. Het is erg belangrijk dat men vanuit de samenleving bijzondere aandacht heeft voor de vele vormen van hulp en zorg die nodig zijn.

De Alzheimerliga's zijn eerst en vooral verenigingen van, voor en door familieleden van dementerenden. Naast het oprichten van familiegroepen, het werken aan bewustmaking en het opnemen van de belangenbehartiging, trachten ze ook bruggen te bouwen tussen familieleden en professionele hulpverleners. Hun initiatieven zijn noodzakelijk en worden algemeen genomen sterk geapprecieerd door de dementerende patiënt en zijn omgeving.

Een van de belangrijke dienstverleningen betreft het oproepnummer, waar mensen op een laagdrempelige manier met al hun vragen terecht kunnen. De Alzheimer Liga biedt dagelijks telefonische hulp en informatie via het gratis oproepnummer 0800-15225. Sinds april 2003 kunnen familieleden en mantelzorgers van dementerenden met hun vragen terecht bij deze gratis info- en hulplijn die nuttige informatie geeft. Op jaarbasis komen er ongeveer een 2000-tal oproepen binnen. Ongeveer 80% van de oproepen zijn afkomstig van familie en ongeveer 18% van professionelen. De telefonische oproepen worden in de drie landstalen beantwoord zowel door professionelen als door vrijwilligers die hiervoor opgeleid zijn. Toch is er nog steeds geen structurele tegemoetkoming vanwege de overheid.

Uiteraard maken ook de liga's steeds meer gebruik van het web als informatiemedium. Tegelijkertijd groeit bij de partners het besef dat nog meer interactief moet worden gewerkt. Het werkveld heeft vragen bij een mogelijke verdere versnippering nu het verneemt dat ook de overheid een eigen website zou organiseren.

Is het juist dat de financiering van de telefonische dienstverlening sinds enige jaren is gestopt? Plant de federale overheid een website over de dementieproblematiek? Hoe zal die functioneren ten opzichte van de bestaande websites? Wordt de mogelijkheid van een portaalsite overwogen? Wordt in de interkabinettenwerkgroep Ouderenzorgbeleid ingegaan op de rol en functie, en uiteraard ook op de ondersteuningsmogelijkheden voor de Alzheimerliga's?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De telefonische dienstverlening werd ooit gefinancierd via het WHO collaborating centre. Een ondoelmatig gebruik van die middelen en het geringe aantal oproepen hebben ertoe geleid dat dit project werd afgebouwd en uiteindelijk stopgezet.

Aangezien de gemeenschappen en gewesten voor dat soort dienstverlening bevoegd zijn, bestaan er momenteel verschillende telefoonlijnen: een Nederlandstalig 070-nummer van de dementiecentra, een Franstalig 02-nummer voor Alzheimer-België, een drietalig 0800-nummer van de Alzheimer Liga. Een enig nummer zou die diensten zichtbaarder maken.

We plannen inderdaad een website over de dementieproblematiek. We financieren een websiteproject via het WHO collaborating centre van België. Het is de bedoeling een federale portaalsite te creëren die zal doorverwijzen naar de bestaande websites van de expertisecentra voor dementie en de Alzheimerliga's.

Op de jongste interministeriële conferentie Volksgezondheid werd beslist een werkgroep Dementie op te richten. In de nota die werd opgesteld om die werkgroep voor te bereiden, werden de resultaten van onder meer de Qualidemstudie, de RIZIV-consensusvergadering en de mening van de experts verwerkt.

Vandaag worden reeds heel wat initiatieven genomen en gefinancierd voor personen met dementie. Zo zijn er de geheugenklinieken, de Vlaamse expertisecentra, de Alzheimerliga's, de ontwikkeling van het geriatrisch zorgprogramma. Die initiatieven moeten echter geplaatst worden in de ontwikkeling van een zorgtraject voor personen met dementie. Het multidisciplinaire karakter en de intersectorale samenwerking tussen de verschillende zorgactoren kunnen ertoe bijdragen dat de zorg wordt geoptimaliseerd en rekening houdend met de zorgnoden, kan worden aangeboden in een continuüm van wonen en zorg.

In de ontwikkeling van een dergelijk zorgnetwerk zijn onder meer ook de communicatie en informatieverspreiding belangrijke elementen. De gemeenschappen en gewesten hebben hierin een belangrijke rol. Aangezien de discussie zal worden gevoerd in de interkabinettenwerkgroep Ouderenzorgbeleid, zal de rol van zowel de federale overheid als van de gemeenschappen en gewesten, zeker aan bod komen.

Mevrouw Christel Geerts (SP.A-SPIRIT). - De minister gaf aan dat de financiering van de telefonische dienstverlening werd stopgezet omdat er te weinig gebruik van werd gemaakt. Dat verbaast me want in de verslagen las ik dat er ongeveer 2.000 oproepen waren, wat toch wijst op een zekere dynamiek. Ik neem ook nota van het feit dat de minister zich ertoe engageert om een portaalsite te creëren. Dat is positief want hierdoor kunnen alle positieve initiatieven aan bod komen. Is in de interkabinettenwerkgroep ouderenzorgbeleid een rol weggelegd voor de Alzheimerliga's?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De liga's nemen niet rechtstreeks deel omdat ze ressorteren onder de gemeenschappen, maar het zou logisch zijn dat de liga's vertegenwoordigd zijn in de interkabinettenwerkgroep. Wat de portaalsite betreft, wijs ik erop dat ik daarvoor al financiële middelen heb vrijgemaakt.

Mondelinge vraag van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «vaccinatie om baarmoederhalskanker te voorkomen» (nr. 3-1493)

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Er heerst nog steeds een controverse over de vaccinatie van tienermeisjes tegen het humaan papillomavirus, HPV, om baarmoederhalskanker te voorkomen. Dat virus ligt aan de basis van 99% van de baarmoederhalskankers. Na de vele berichten over de wetenschappelijke waarde van die vaccins vragen vele ouders zich af of ze hun tienerdochter niet zouden laten inenten.

Acht op de tien vrouwen zijn met het virus besmet en uiteindelijk zal 1% van hen baarmoederhalskanker ontwikkelen. Dat komt neer op 667 nieuwe gevallen en 326 overlijdens per jaar in België.

Het nieuwe vaccin lijkt op het virus en lokt daarom afweerreacties uit. Die antilichamen beschermen tegen de twee meest voorkomende vormen van HPV, die aan de basis liggen van het merendeel van alle baarmoederhalskankers. Er is momenteel één vaccin op de markt, Gardasil, en een tweede, Cervarix, wordt binnen enkele maanden verwacht. Hun werkingsmechanisme verschilt, maar de preventieve werking ervan is gelijkwaardig.

Vaccinatie gebeurt het best via de scholen en schoolartsen bij meisjes van elf of twaalf jaar. Drie inentingen zijn hiervoor nodig. Na de eerste inenting volgen de twee andere respectievelijk na twee en na zes maanden.

De drie inentingen kosten 412 euro. Voor gezinnen met meerdere dochters is dat onbetaalbaar. De terugbetaling verschilt echter sterk: het socialistische, het christelijke en het neutrale ziekenfonds betalen ongeveer 50 euro per dosis terug, het onafhankelijke en het liberale ziekenfonds 150 euro.

De vraag rijst dan ook of er geen algemene terugbetaling moet komen. Hiervoor moet de wetenschappelijke waarde van de vaccins echter bewezen zijn.

Heeft de minister reeds uitsluitsel over de effectiviteit van de vaccins?

Is de minister van plan om de vaccinatie van tienermeisjes te stimuleren?

Zo ja, zal voor iedereen hetzelfde terugbetalingstarief gelden?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Gardasil is een vaccin ter preventie van hooggradige cervicale dysplasie (CIN 2/3), cervixkanker, hooggradige vulvaire dysplastische laesies (VIN 2/3) en externe genitale wratten als gevolg van het humaan papillomavirus (HPV) type 6, 11, 16 en 18.

De indicatie is gebaseerd op het aantonen van de werkzaamheid van Gardasil bij volwassen vrouwen van 16 tot 26 jaar en op het aantonen van de immunogeniciteit van Gardasil bij 9- tot 15-jarige kinderen en adolescenten.

Zoals met alle vaccins is het mogelijk dat een vaccinatie met Gardasil niet alle gevaccineerden bescherming biedt. Ook biedt Gardasil enkel bescherming tegen ziekten die door HPV type 6, 11, 16 en 18 worden veroorzaakt. Daarom moet men geschikte voorzorgsmaatregelen tegen seksueel overdraagbare aandoeningen blijven nemen.

Alvorens dit vaccin op grote schaal aan tienermeisjes toe te dienen, had ik graag het advies van de Hoge Gezondheidsraad ontvangen.

Ik wil natuurlijk tienermeisjes de beste kansen tegen baarmoederhalskanker bieden.

Volgens de procedure bij het RIZIV is de terugbetaling afhankelijk van de firma. Tot nu toe heeft de Commissie tegemoetkomingen geneesmiddelen geen aanvraag ontvangen.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Werd het advies van de Hoge Gezondheidsraad al gevraagd?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ja, maar we hebben nog geen antwoord gekregen. Dat zouden we moeten ontvangen voor de interministeriële conferentie, aangezien de beslissing in overleg met de gewesten moet worden genomen.

Mondelinge vraag van de heer Philippe Mahoux aan de vice-eersteminister en minister van Justitie en aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «personen die anoniem begraven worden» (nr. 3-1484)

De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Philippe Mahoux (PS). - In Frankrijk worden jaarlijks 1000 tot 3000 mensen die dood worden aangetroffen en niet worden geïdentificeerd, anoniem begraven.

Dat leidt vaak tot een menselijk drama omdat die mensen anoniem worden begraven, soms op nauwelijks enkele kilometers van degenen die naar hen blijven zoeken.

Van de niet-geïdentificeerde lichamen wordt niet systematisch een DNA-staal genomen. Nochtans zou het erfelijk materiaal kunnen worden vergeleken met dat van familieleden van de verdwenen personen en een eventueel aanknopingspunt zijn voor het onderzoek.

Is de toestand in België gelijkaardig? Worden die mensen ook hier anoniem begraven? Zo ja, kan de minister meedelen over hoeveel mensen het gaat?

Welke maatregelen worden er genomen om een lichaam te identificeren? Wordt er een DNA-staal genomen van overleden, niet geïdentificeerde personen? Wordt het vervolgens geverifieerd met de gegevens van de als vermist opgegeven personen?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Momenteel heeft de cel Verdwenen personen 249 dossiers van niet-geïdentificeerde lichamen. Het betreft 111 mannen, 29 vrouwen en 109 lichaamsdelen. In afwachting van een eventuele identificatie worden de niet-geïdentificeerde personen door de gemeentediensten begraven met vermelding van een nummer.

Voor de identificatie op zich is er geen eenduidige aanpak. Elk dossier is verschillend. Er is de visuele identificatie door een familielid of de identificatie van persoonlijke bezittingen. In de meeste gevallen is er een gerechtelijk medisch onderzoek met het oog op de identificatie. De post-mortemgegevens worden bewaard.

Er wordt geen DNA afgenomen van niet-geïdentificeerde personen.

De heer Philippe Mahoux (PS). - We moeten dit probleem onderzoeken. Er worden mensen begraven die niet zijn geïdentificeerd, met alle gevolgen van dien voor de families van vermiste personen.

We hebben onlangs nog een wet betreffende vermiste personen goedgekeurd. Er rijzen problemen wanneer men blijft zoeken naar vermiste personen die misschien al overleden zijn. Als er niet systematisch een DNA-staal wordt genomen en het genetische materiaal niet wordt vergeleken met dat van familieleden van vermiste personen, laten we een belangrijk middel om tot opheldering te komen onbenut.

Ik overweeg een wetsvoorstel in te dienen om de afname van een DNA-staal van elk niet-geïdentificeerd lichaam te verplichten, het DNA te bewaren en het te vergelijken met dat van de familieleden van vermiste personen.

Mondelinge vraag van mevrouw Clotilde Nyssens aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «het statuut van sommige gerechtelijke actoren» (nr. 3-1489)

De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Het eerste deel van mijn vraag gaat over de gerechtsdeskundigen.

De Kamer zal eerstdaags stemmen over een wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek betreffend het deskundigenonderzoek. Hierbij wordt het statuut van deskundige niet geregeld. De pers berichtte vanochtend over de problemen van deskundigen. Zij willen een statuut.

Waarom heeft de minister geen initiatief genomen om een oplossing te vinden voor het probleem van de verschillende statuten van de deskundigen? Zij wachten reeds lang op een regeling van hun beroep.

Het tweede deel van mijn vraag gaat over het statuut van magistraat.

Onlangs nog heeft de commissie voor de Justitie voor de zoveelste keer hoge magistraten gehoord. Zij hebben bepaalde omstandigheden `gelaakt'. We hebben een interessante gedachtewisseling gehad over de maatschappelijke `erkenning' van de magistraat en over de problemen verbonden aan dat beroep.

Wat is de stand van zaken van de wetsontwerpen of van andere maatregelen om het sociale statuut van magistraten te verbeteren?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van mevrouw Onkelinx.

Hoewel de wetgeving met betrekking tot het statuut van beide groepen nog niet is hervormd, is er toch al een en ander veranderd.

Zo heeft het Nationaal Instituut voor Criminalistiek en Criminologie, op mijn verzoek, gedurende anderhalf jaar bij een duizendtal deskundigen een studie gemaakt. Die telt bijna 800 pagina's. Het doel hiervan was de basis te bepalen voor een aangepast statuut meer bepaald voor deskundigen in strafzaken.

De Kamer van Volksvertegenwoordigers kon die studie gebruiken in het kader van haar besprekingen over de hervorming van het gerechtelijk onderzoek in burgerlijke zaken, waarover ze in principe vanmiddag zal stemmen. Uiteindelijk werd beslist het statuut van deskundige en het deskundigenonderzoek apart te behandelen. Het statuut van deskundige omschrijven is immers een complexe aangelegenheid omdat met meerdere parameters rekening moet worden gehouden.

Ik heb de Eerste voorzitter van het Arbeidshof van Luik de opdracht gegeven een studie te maken over het statuut van magistraat. Hij heeft me daarover verslag uitgebracht. Ik weet dat ook de Adviesraad van de magistratuur zich over de problematiek buigt.

Uiteraard kunnen niet alle problemen in een regeerperiode worden opgelost, maar we hebben wel de basis gelegd zodat die dossiers in het begin van de volgende regeerperiode onmiddellijk kunnen worden aangepakt.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Dat zijn dan al twee prioriteiten voor de nieuwe regeerperiode.

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «het achterlaten door Waalse ambulanciers van een gewonde Nederlandstalige vrouw» (nr. 3-1490)

De voorzitter. - De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik verneem zopas dat de minister op een soortgelijke vraag al in de Kamer heeft geantwoord, maar ik schets nog even kort waarover het gaat.

In het paasweekend brak een Nederlandstalige vrouw haar arm tijdens een wandeling in Voeren. Vervolgens zou de 100-centrale in Hasselt zijn opgeroepen, waarna Franstalige ambulanciers uit Hermalle ter plaatse werden gestuurd. Aangezien de vrouw geen Frans kende, vroeg ze om naar een Nederlandstalig ziekenhuis te worden gebracht. Dit werd geweigerd door de Franstalige ambulanciers, die overigens geen Nederlands spraken, en vervolgens de vrouw aan haar lot zouden hebben overgelaten.

Ik wil deze vraag linken aan twee schriftelijke vragen die Vlaams Belangvoorzitter Vanhecke, toen nog senator, in 2004 stelde. In antwoord op zijn twee vragen over grensoverschrijdende samenwerking voor de dringende medische hulp en de brandweer liet de minister van Binnenlandse Zaken verstaan dat een grensoverschrijdende samenwerking op deze gebieden tot de mogelijkheden behoorde en dat de nodige contacten werden gelegd om er werk van te maken.

Bevestigt de minister de feiten van het vermelde incident?

Zo ja, waarom worden Nederlandstalige oproepen uit Voeren nog altijd afgehandeld door eentalig Franstalige ambulancediensten uit Wallonië?

Hoever staat het met de aangekondigde grensoverschrijdende samenwerking ter zake, temeer daar Maastricht voor Voeren het meest raadzaam was omdat zich daar het dichtstbijzijnde ziekenhuis bevindt?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees het antwoord van minister Dewael.

Inzake dringende medische hulpverlening is Binnenlandse Zaken bevoegd voor de installatie en werking van de zogenaamde 100-centra. Concreet komen noodoproepen van incidenten in de provincie Limburg terecht in het 100-centrum te Hasselt. Het personeel dat de oproepen ontvangt, moet de wettelijk vastgelegde regels toepassen.

Deze regels zijn duidelijk: bij oproepen voor dringende medische hulpverlening wordt de ambulancedienst uitgestuurd die het snelst op de plaats van het incident aanwezig kan zijn, onafhankelijk van de taal van de dienst. De ambulancedienst moet het slachtoffer vervoeren naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis en mag daar niet van afwijken.

In het geval van Voeren zijn de spelregels correct nageleefd. Ter aanvulling wil ik erop wijzen dat er ook omgekeerde situaties zijn: slachtoffers die zich in de provincie Luik op de rand van de taalgrens bevinden, worden na interventie van het 100-centrum van Luik om dezelfde redenen soms ook naar het ziekenhuis in Tongeren gebracht. In Voeren heeft de betrokkene ervoor gekozen om de wettelijk correct aangeboden dringende medische hulp niet te aanvaarden.

Ikzelf wil hieraan nog toevoegen dat ik dit soort problemen zoveel mogelijk probeer te verminderen. Daartoe heb ik meer bepaald de ondersteunende dispatchingsystemen, de CAD ASTRID of CityGIS, geprogrammeerd, met daarbij een taalmodule die met de collega's van de FOD Binnenlandse Zaken werd getest, en zijn er accurate interventieprotocollen uitgewerkt, die vanuit het terrein werden bepaald. In de provincie Limburg gebeurde dit door de Provinciale Commissie voor Dringende Geneeskundige Hulpverlening.

Men zal het met mij eens zijn dat in geen enkel geval de overlevingskansen van de burgers in gevaar mogen worden gebracht. Indien er binnen een redelijke termijn geen ambulance van het gekozen taalgebied ter plaatse kan komen, kan daarom inderdaad de dichtstbijzijnde ziekenwagen vanuit het andere taalgebied worden gestuurd. Voor dringende geneeskundige hulpverlening is vijf minuten een maximaal aanvaardbaar verschil om toch de voorkeur te geven aan het alternatief van het andere taalgebied.

Het is opvallend dat taalproblemen zich hoofdzakelijk voordoen wanneer de interventie minder dringend is. Als de patiënt niet meer bewust is, is hulpverlening heel dringend en telt de gebruikte taal iets minder.

Door een efficiëntere behandeling van de oproepen zou men meer rekening kunnen houden met de taalkeuze. Ons handboek voor medische regulatie wordt in Leuven uitgetest onder wetenschappelijk toezicht.

Ik citeer uit het verslag van dokter Machiels, de federale gezondheidsinspecteur van Limburg: `Mijn conclusie als federale gezondheidsinspecteur Limburg is: het betrof geen levensbedreigende rit, dus de MUG was niet nodig. Er was wel een correcte houding tussen het oproepcentrum 100 en de ambulancedienst van Blegny. Er was geen weigering in hoofde van de ambulancier.' Het gesprek verliep in het Nederlands. De ambulanciers waren zeker niet Nederlandsonkundig.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik dank de minister voor zijn antwoord, maar hij antwoordt naast de kwestie. De eerste vraag was of hij de feiten bevestigt. Hij bevestigt de feiten niet.

Er zijn twee elementen. Wie wordt opgeroepen en wie gaat ernaar toe? Wat gebeurt er nadien?

Hier gaat het over het tweede element. De dame in kwestie vroeg om naar een Nederlandstalig ziekenhuis te worden gebracht. Ze kreeg als antwoord: `Als u naar een Nederlandstalig ziekenhuis wil, doe het dan op eigen kracht.' Dat heeft haar echtgenoot dan ook moeten doen.

Mijn voorganger Frank Vanhecke heeft de minister van Binnenlandse Zaken op 27 augustus 2003 en op 18 februari 2004 naar aanleiding van een gelijkaardig voorval een vraag gesteld. In antwoord op de eerste vraag kreeg hij als antwoord: `Ik heb ter zake het secretariaat van de Benelux gevraagd contact te leggen met de lokale en provinciale overheden om na te gaan welke oplossing voor de bevolking van Voeren de best mogelijke brandweerzorg en dus ambulancezorg betreffen. Wat de gemeente Voeren betreft, kan besloten worden dat grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden kunnen tot stand komen naast de toepassing van artikel 10 van de vernoemde wet van 31 december 1963.' Begin 2004 zegt de minister van Binnenlandse Zaken: `Er werden al diverse contacten gelegd door de adjunct-secretaris-generaal met de gemeente Voeren en de naburige gemeenten in het kader van eventuele grensoverschrijdende samenwerkingsverbanden. Ik wacht momenteel de resultaten van deze gesprekken af.'

Naar aanleiding van dit incident vraag ik de minister opnieuw hoe het zit met die grensoverschrijdende samenwerking.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Voor het eerste deel van de vraag, raad ik de heer Van Hauthem aan om zich opnieuw te richten tot de minister van Binnenlandse Zaken.

Inzake het tweede deel, over het grensoverschrijdende vervoer van patiënten, zijn er twee belangrijke momenten. Op het moment van de oproep beslist de 100-centrale welk ziekenhuis een ambulance moet uitsturen. Als de ambulance eenmaal ter plekke is, moet beslist worden naar welk ziekenhuis de patiënt moet worden vervoerd. De medische consensus is daaromtrent heel duidelijk: naar het dichtstbijzijnde ziekenhuis. Daar kan alleen van worden afgeweken als een MUG-arts ter plaatse is die met het oog op de pathologie van de patiënt een iets verder gelegen gespecialiseerd ziekenhuis verkiest. Er bestaat nog een tweede uitzondering. Die moet vastgelegd worden door de Provinciale commissie, die regelt in welke omstandigheden een patiënt naar een iets verder gelegen ziekenhuis mag worden gebracht. In casu was de Provinciale Commissie Limburg bevoegd, maar die heeft nog geen consensus over deze kwestie bereikt. Zolang dat niet het geval is, kan er dus van de basisregel niet worden afgeweken.

Toch is grensoverschrijdend vervoer van patiënten vandaag al mogelijk. Drie weken geleden is dat al gebeurd in de streek van Kortrijk-Rijsel-Doornik. Voor Voeren kan ik op het ogenblik niet zeggen of daar al contacten bestaan, maar als de heer Van Hauthem volgende week mijn collega Dewael ondervraagt, zal hij zonder twijfel de exacte informatie daaromtrent krijgen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik neem het minister Demotte uiteraard niet kwalijk dat hij mijn vraag beantwoordt, maar ik begrijp niet dat hij mij doorverwijst naar zijn collega van Binnenlandse Zaken. Mijn vraag was namelijk aan minister Dewael gericht.

Ik heb geen antwoord gekregen op de vraag of de minister de feiten bevestigt of ontkent. Hebben de Franstalige ambulanciers ja dan neen geweigerd de vrouw in kwestie naar een Nederlandstalig ziekenhuis te brengen?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik lees uit het verslag van het incident volgend citaat: `De echtgenoot van de patiënt heeft een attest ondertekend dat zij afzag van vervoer naar Blegny.'

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Het is vrij duidelijk waar dit op neerkomt: de ambulanciers wilden een handtekening, zodat zij zich aan hun verantwoordelijkheid konden onttrekken en zij niet naar een iets verder gelegen ziekenhuis moesten rijden.

In de streek van Lennik, waar ik woon, komt soms de MUG van het AZ van Jette, soms die van Erasmus, soms een ziekenwagen van de brandweer van de dienst 100, die afhangt van de brandweer van Lennik. Als het gaat om een gebroken arm of een andere niet-levensbedreigende kwetsuur, dan vragen de ambulanciers de patiënt waar hij naartoe wil. Het verslag dat de minister net heeft voorgelezen, bevestigt de feiten: de ambulanciers wilden deze vrouw niet naar een Nederlandstalig ziekenhuis vervoeren, omdat dit iets verder gelegen is dan het dichtstbijzijnde Franstalige. En uit het feit dat de vrouw een handtekening werd gevraagd, blijkt duidelijk dat er geen sprake was van een levensbedreigende kwetsuur.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Dat is niet helemaal correct. De beslissing naar welk ziekenhuis de patiënt wordt gebracht, hangt namelijk niet af van de ambulanciers, maar van de dienst 100. Als een patiënt vraagt om naar een bepaald ziekenhuis te worden gebracht, moeten de ambulanciers daar de toelating voor krijgen van de dienst 100. Bij het voorval in Voeren hadden de ambulanciers die toelating niet gekregen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Feit is dat het structurele probleem, dat mijn collega Vanhecke al in zijn vragen van 2003 en 2004 aankaartte, nog altijd niet is weggewerkt en dat er zelfs geen schot in de zaak komt. Het wetsontwerp op de civiele bescherming, dat bij de Senaat is ingediend, biedt al evenmin een oplossing.

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «het uitrukken van een ziekenwagen met personeel zonder kennis van het Nederlands naar de Vlaamse gemeente Galmaarden» (nr. 3-1492)

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Het probleem waarover ik een vraag stel is niet nieuw en het is niet mijn bedoeling in te gaan op het ontbreken van een MUG-dienst in Halle, waardoor het zuiden van het Pajottenland een MUG-dienst moet ontberen.

In de krant van vandaag lezen wij andermaal dat een ziekenwagen uitrukt met personeel dat geen Nederlands kent. Deze keer doen de feiten zich voor in de Vlaams-Brabantse gemeente Vollezele, een deelgemeente van Galmaarden. De bemanning van de ziekenwagen die vanuit Edingen werd uitgestuurd door de MUG-dienst van Geraardsbergen, kende geen Nederlands en reed daardoor verloren met gevolg dat nuttige tijd verloren ging, wat faliekant verkeerd had kunnen aflopen.

Waarom worden nog altijd ambulances waarvan het personeel geen Nederlands kent vanuit Wallonië naar Vlaams-Brabant gestuurd? In principe wordt Vollezele vanuit Ninove bediend.

Waarom is er, niettegenstaande de taalwet in bestuurszaken, bij de ambulancediensten in Edingen nog altijd personeel dat blijkbaar geen of onvoldoende Nederlands kent?

Wanneer zal dit probleem eindelijk worden opgelost?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Ik heb dit soort vragen van de heer Van Hauthem vroeger al beantwoord. Ik heb toen de principes uitgelegd. Ik vind het niet nodig om dat nog eens te herhalen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Vindt de minister het normaal dat een MUG-dienst uit Geraardsbergen een ambulance stuurt vanuit Edingen met Nederlandsonkundig personeel waardoor ze verkeerd rijden en de weg naar het ziekenhuis in Aalst niet vinden? Voor mij kan zoiets niet.

Het is zover gekomen dat de brandweer van Lennik op eigen kosten in Tollembeek een ambulancedienst gaat oprichten om het Pajottenland te bedienen. Vindt de minister dat normaal?

Halle heeft geen MUG-dienst gekregen. Het moest zich tevreden stellen met een PIT, of paramedisch interventieteam. Daar bovenop zien we nu dat een ambulance vanuit Edingen eerst in Vollezele verkeerd rijdt een daarna de spoeddienst in Aalst niet vindt dat alles wegens gebrek aan kennis van het Nederlands. Vindt de minister dat allemaal normaal?

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Wie doof is, hoort niet.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Wie dood is, hoort evenmin.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 505 van het Strafwetboek en van artikel 35 van het Wetboek van strafvordering in verband met de in geval van heling toepasselijke verbeurdverklaring (Stuk 3-1610) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - De heer Willems verwijst naar zijn schriftelijk verslag.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Geruime tijd bleef de behandeling van het wetsontwerp tot wijziging van artikel 505 van het Strafwetboek en van artikel 35 van het Wetboek van strafvordering in verband met de in geval van heling toepasselijke verbeurdverklaring geblokkeerd omdat de meerderheid het niet eens was over een eventuele amendering.

Iedereen was het erover eens dat de voorliggende tekst en over het algemeen ook artikel 505 van het Strafwetboek dienden te worden verduidelijkt. Een klaar en duidelijke tekst zou immers het strafrecht ten goede komen. De Kamer heeft het aangedurfd de tekst goed te keuren zonder het advies van de Raad van State af te wachten. In het advies, dat naderhand kwam, dringt ook de Raad van State aan op klaarheid en duidelijkheid, mede in het licht van de rechtspraak van onder meer het Hof van Cassatie in die materie. Spijtig genoeg stel ik vast dat de tekst van artikel 505 die thans voorligt, bezwaarlijk helder kan worden genoemd.

In de voorliggende tekst wordt het systeem van de heling en dat van de witwasserij vermengd. Door de misdrijven van heling en witwasserij in één wettelijke bepaling samen te voegen ontstaan problemen. Ik blijf bij mijn overtuiging dat in het kader van de coherentie en de duidelijkheid van de wetgeving, het beter zou zijn geweest om beide misdrijven in afzonderlijke artikelen te behandelen. Het is immers raadzaam om in teksten die strafbepalingen bevatten, zeker inzake primair strafrecht zoals in het geval van heling, maximale duidelijkheid over de reikwijdte ervan na te streven.

Ik kan erin komen dat men is uitgegaan van een zekere bezorgdheid in de banksector bij de toepassing van de wetgeving inzake witwasserij om uiteindelijk te komen tot het vergelijk dat vandaag wordt voorgesteld, maar ik vraag me af of daarmee wel voldoende duidelijkheid is geschapen en of de problemen wel definitief van de baan zijn.

Wanneer witwasserij van het hoofddelict wordt losgekoppeld, rijst de vraag wanneer de bewijslast ontstaat bij de beweerde betichting van witwasserij. In beginsel zou betrokkene zich kunnen beroepen op artikel 2279 van het Burgerlijk Wetboek en moet het openbaar ministerie het tegenbewijs aanvoeren dat het bezit van betrokkene al of niet wordt gedekt door de bepalingen van bovengenoemd artikel. Een zorgvuldige omschrijving van die problemen vind ik niet terug in de tekst.

Door thans uitzonderingen voor één enkele categorie op te nemen creëert men trouwens ook problemen op het vlak van de gelijkheid en bestaat het risico dat de tekst de gelijkheidstoets niet doorstaat.

Belangrijk is ook dat de confiscatie van een vermogensvoordeel wordt beschouwd als een straf. De rechtspraak van het Europees Hof voor de rechten van de mens bevestigt dat.

Ik citeer uit artikel 2, dat artikel 505 van het Strafwetboek grondig wijzigt: "5º tussen het tweede en derde lid worden volgende leden ingevoegd, luidende: `Behalve ten aanzien van de dader, de mededader en de medeplichtige van het misdrijf dat de zaken bedoeld in artikel 42, 3º, heeft opgeleverd, hebben op fiscaal vlak de misdrijven bedoeld in het eerste lid, 2º en 4º, uitsluitend betrekking op feiten gepleegd in het raam van ernstige en georganiseerde fiscale fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen of procédés van internationale omvang worden aangewend.

De in de artikelen 2, 2bis en 2ter van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme beoogde instellingen en personen kunnen zich op het vorig lid beroepen voor zover zij zich, ten aanzien van de beoogde feiten, hebben geconformeerd aan de voorziene verplichting van artikel 14quinquies van de wet van 11 januari 1993 die de wijze van informatieverstrekking aan de cel van informatieverwerking regelt.'"

Deze tekst is niet klaar en duidelijk. Hoe moeten al die bepalingen overigens samen worden gelezen? Na het eerste lid wordt in het tweede lid de link gelegd met de wet op de witwasserij. Is het toepassingsgebied van de wet op de witwasserij hetzelfde als dat van het eerste lid? Ik verneem zojuist dat bij de duizenden bepalingen in de programmawet die het parlement nog moet aannemen, ook de antiwitwaswet wordt gewijzigd en dat in België ook DDR-advocaten zullen worden ingevoerd. Een DDR-advocaat moest de burger die een advocaat raadpleegde verklikken, zo niet was hij zelf strafbaar. Dat werd dan beschouwd als een vorm van civisme.

Het toepassingsgebied van het tweede lid is a priori van een totaal andere aard of is niet noodzakelijk hetzelfde als `ernstige en georganiseerde fraude waarbij bijzonder ingewikkelde mechanismen worden gebruikt'. Door het toepassingsgebied van twee verschillende normen in één bepaling te hanteren en te zeggen: de betrokkene bevrijdt zich wanneer hij iets meldt, behalve indien hij dader, mededader of medeplichtige is, ontstaat een metafysisch vraagstuk. Veronderstel: ik meld iets, maar ik weet dat het om een misdrijf gaat en ik verleen mijn materiële medewerking aan de uitvoering van dat misdrijf. Ben ik dan dader, mededader of medeplichtige? En is de vrijstelling die ik krijg door een beroep te doen op de witwaswet, een vrijstelling ten aanzien van de kwalificatie dader, mededader en medeplichtige?

Indien dit niet het geval is, zou ik willen weten in welke hypothese men dader, mededader en medeplichtige is en in welke hypothese de uitzondering van het tweede lid 5º kan worden ingeroepen.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Ik heb ook deelgenomen aan de werkzaamheden van de commissie. De bespreking verliep inderdaad moeilijk. Het heeft maanden geduurd voordat we het standpunt van de meerderheid kenden. Bovendien bevredigt de eindtekst niet, vooral niet vanuit het oogpunt van het gelijkheidsbeginsel.

Na de reacties van de advocaten te hebben gehoord, ben ik er zeker van dat de tekst aanleiding kan geven tot een arrest van het Arbitragehof.

Ik geef toe dat het om een moeilijke materie gaat, maar ze werd toch onderzocht in de commissie voor de Justitie van de Senaat, die daarvoor bevoegd is en die de begrippen van het strafrecht met de nodige omzichtigheid moet behandelen. Ik betreur dan ook dat de Senaat de tekst op die heeft behandeld. Wij hadden beter gekund. De banken hebben een voorkeursbehandeling gekregen. Ik ben er niet van overtuigd dat dit de goede weg was.

Net als in de commissie zal ik tegen het ontwerp stemmen.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Justitie, zie stuk 3-1610/8.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand (Stuk 3-2095) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 340, §3, van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 3-2096)

Wetsvoorstel houdende diverse structurele maatregelen teneinde de gerechtelijke achterstand weg te werken in burgerlijke zaken (van mevrouw Clotilde Nyssens, Stuk 3-53)

De voorzitter. - Ik stel voor de twee ontwerpen en het voorstel samen te bespreken. (Instemming)

Algemene bespreking

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Ik dank de rapporteur voor deze uitvoerige toelichting, geheel in de stijl van alle verslagen die we deze middag al gehoord hebben. Ik zal dus beknopt kunnen zijn.

Het lijkt erop dat ik mijzelf moet blijven herhalen, zoals dat gebeurde in de toespraak tot de hoofden van Lebak. Ook dit wetsontwerp is de zoveelste illustratie van Paars: de verpakking dekt nooit de inhoud.

De verpakking, de vitrine is het belangrijkste ...

De heer Paul Wille (VLD). - Wordt u niet wat triomfalistisch, mijnheer Vandenberghe?

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Helemaal niet, parlementsleden hebben het recht zich te uiten op het spreekgestoelte van het parlement. De leden van de meerderheid hebben evenwel spreekverbod gekregen. Zij moeten alles slikken. Ik heb grote bewondering voor hun indrukwekkende slikvermogen.

Het opschrift van dit wetsontwerp alleen al is onjuist. Het ontwerp beoogt immers het sneller in staat stellen van gerechtszaken. Dat is niet noodzakelijk hetzelfde als bestrijding van de gerechtelijke achterstand.

Ook de Hoge Raad voor de Justitie merkte in zijn advies op dat het opschrift de lading niet dekt. Het Koninklijk Verbond van Vrede- en Politierechters was eveneens van oordeel dat het ontwerp, gelet op de reeds bestaande bepalingen van het Gerechtelijk Wetboek, geen enkel nut heeft en de procedure alleen maar logger zal maken. Dat betekent dat er met zekerheid bijkomende werklast wordt gecreëerd en dat het ontwerp onproductief zal zijn. Enkele weken geleden onderstreepte de hoge magistratuur in de commissie voor de Justitie dat dit wetsontwerp enkel en alleen de verdere vertraging van de instaatstelling van de zaken in de hand zal werken.

Ik dacht dat men in de participatieve democratie en in de open samenleving, waar men luistert naar de burger, ook zou kunnen luisteren naar de magistraten. Waarom worden de magistraten in deze legislatuur systematisch buiten spel gezet? Zij moeten wel met uw teksten werken. Van hen hangt het af of uw teksten effect zullen hebben of niet. Het is immers de rechterlijke macht die de wet interpreteert, niet de wetgevende macht. Wat baat het normen vast te leggen wanneer diverse instanties van magistraten al aangeven dat de toestand hierdoor enkel zal verslechteren? We moeten afwachten wat daarvan na de verkiezingen in de praktijk overblijft.

Het bepalen van de kwaliteit van de magistraat vergelijken met kakelende kippen die eieren moeten leggen is wat kort door de bocht. De rechtspraak moet aan bepaalde kwaliteitsnormen voldoen. De ene zaak is de andere niet. Als minister van mobiliteit is minister Landuyt wellicht voorstander van de versnelling van de justitie.

Hij had het over de arresten die geveld worden door de hoven van beroep, waarvoor hij trouwens de grootste eerbied heeft als kandidaat-minister van Justitie. Blijkbaar vindt hij dat hij vijanden moet maken in kringen waarvoor hij morgen als minister bevoegd wil zijn. Hij zegt dat de gemiddelde productie van de raadsheren van de hoven van beroep 2,5 arresten per maand bedraagt. Hij houdt evenwel geen rekening met de strafzaken die in beroep worden behandeld. Het aantal burgerlijke zaken gewoon delen door het kader - dat, zoals iedereen weet, nooit volzet is - leidt tot een onaanvaardbare productiegerichte benadering van de rechtspraak.

De link naar het tuchtrecht met betrekking tot de juridische activiteit als zodanig en binnen die grenzen, vind ik moeilijk verdedigbaar en zou een gevaar kunnen betekenen voor de onafhankelijkheid van de magistratuur.

Wat de toepassing in de praktijk betreft, moet volgens dit ontwerp de zaak worden vastgesteld op de eerst nuttige datum. In de praktijk zal er dus niets veranderen. Welke snelheden men ook aanwendt voor het in staat stellen van het dossier, als de behandelingstermijn dezelfde blijft als vandaag, is er geen versnelling van de procedure en wordt de gerechtelijke achterstand ook niet verminderd.

Het wetsontwerp is de zoveelste illustratie van het onnoemelijke aantal pleisters dat door de meerderheid op houten benen wordt gelegd. Op structureel vlak wordt niets ondernomen tegen de oorzaken van de gerechtelijke achterstand, terwijl men een maatregel die daarmee niets te maken heeft, verkoopt als een wet ter bestrijding van de gerechtelijke achterstand.

Ook dit wetsontwerp is van een uiterst bedenkelijke legistieke kwaliteit. Er wordt geen rekening gehouden met recente wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek. Voor één en hetzelfde begrip - het in staat stellen van een zaak - wordt zes keer een andere omschrijving gebruikt in het ontwerp. Waarschijnlijk denkt men dat het gaat om poëzie en dat men nooit hetzelfde woord mag gebruiken.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Uiteraard was een initiatief nodig in verband met de gerechtelijke achterstand en de instaatstelling van gerechtszaken in het Gerechtelijk Wetboek. Eens te meer loopt men echter te vlug van stapel.

Hoewel de maatregelen in verband met het in staat stellen niet slecht zijn - we willen allemaal dat de rechter een grotere rol toebedeeld krijgt bij de instaatstelling -, voldoen sommige bepalingen van deze tekst niet. Zo begrijp ik niet dat men de magistraten financiële sancties wil opleggen. Het is niet op die manier dat men het bijzonder complexe probleem van de gerechtelijke achterstand zal oplossen. Het opleggen van financiële sancties lijkt mij sterk ideologisch getint.

De uitwerking van een evaluatienorm voor de werklast van de magistraten is het eerste wat moet worden gedaan. Ik weet dat de minister ermee bezig is en studies heeft besteld. Ik hoop dat die studies zeer kwaliteitsvol en zeer evolutief zullen zijn. De werklast verschilt immers van de ene rechtbank tot de andere, van aanleg tot beroep. Zonder eerst de werklast te kennen, zijn algemene maatregelen niet mogelijk. Nog eens, het gaat veel te snel.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand (Stuk 3-2095) (Evocatieprocedure)

(Voor de tekst verbeterd door de commissie voor de Justitie, zie stuk 3-2095/4.)

De voorzitter. - Op het opschrift heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 11 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 6 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 12 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 7 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 13 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 9 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 17 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 10 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 14 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 12 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 18 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 13 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 20 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 18 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 21 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 20 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 15 ingediend (zie stuk 3-2056/2) dat luidt:

De heer Hugo Vandenberghe heeft amendement 16 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

Artikel 22 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 19 ingediend (zie stuk 3-2095/2) dat luidt:

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van artikel 340, §3, van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 3-2096)

(Voor de tekst verbeterd door de commissie voor de Justitie, zie stuk 3-2096/3.)

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp houdende bepalingen inzake de woninghuur (Stuk 3-2122)

Algemene bespreking

Mevrouw Fauzaya Talhaoui (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Het wetsontwerp voegt in de wet van 20 februari 1991 een artikel 1bis in dat bepaalt dat de huurovereenkomsten met betrekking tot de hoofdverblijfplaats voortaan schriftelijk moeten worden opgesteld.

In de loop van de discussie wilde men ook het opschrift veranderen. Ook in de Kamer werd hierover gedebatteerd. Er werd beslist het opschrift niet te wijzigen.

Dat de vermelding van de duur van de huurovereenkomst niet wordt verplicht, werd door sommige commissieleden betreurd.

Het wetsontwerp werd aangenomen met 7 stemmen voor en 4 tegen.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2874/3.)

De voorzitter. - Op het opschrift heeft de heer Hugo Vandenberghe amendement 1 ingediend (zie stuk 3-2122/2) dat luidt:

-De stemming over dit amendement wordt aangehouden.

-De artikelen 1 en 2 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot invoeging van een artikel 391sexies in het Strafwetboek en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de strafbaarstelling en het uitbreiden van de middelen tot nietigverklaring van het gedwongen huwelijk (Stuk 3-2129) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Philippe Mahoux (PS), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

Mevrouw Anke Van dermeersch (VL. BELANG). - Het paarse vreemdelingenbeleid is al acht jaar lang bijzonder laks. De waarheid gebiedt me echter te zeggen dat het voorliggende wetsontwerp hierop een zeldzame uitzondering vormt. Het Vlaams Belang stelt verheugd vast dat de paarse meerderheid een poging doet het probleem van de gedwongen huwelijken eindelijk aan te pakken. Naar verluidt is ons land hiermee een van de eerste leden van de Raad van Europa om gedwongen huwelijken te criminaliseren.

Voortaan zal het parket zelf vorderingen kunnen instellen als er ernstige aanwijzingen zijn. Voorheen kon alleen een van de echtgenoten dat doen. Vanzelfsprekend heeft het slachtoffer van een gedwongen huwelijk slechts in zeer beperkte mate het lef om naar een rechtbank te stappen.

Het blijft de vraag welk gevolg de parketten aan dit signaal zullen geven. Zullen de parketten voldoende middelen, instrumenten en personeel krijgen om op het terrein adequaat op te treden? Heeft het wetsontwerp niet eerder een symbolische functie en zal het in de praktijk geen lege doos blijken?

Er wordt echter een positief signaal gegeven. Huwelijken zonder wederzijdse instemming kunnen immers als een schending van de fundamentele rechten worden beschouwd. Slechts als een huwelijk uit vrije wil wordt aangegaan en de waardigheid en de fysieke integriteit van de partners wordt gewaarborgd, kan er van een huwelijk sprake zijn. Het was dus hoog tijd dat tegen gedwongen huwelijken wordt opgetreden. Het is dan ook een goed teken dat het wetsontwerp snel wordt goedgekeurd.

We zullen de implementatie ervan met argusogen volgen. Een onderzoek van de UCL bij 1.200 leerlingen tussen 15 en 18 jaar heeft immers aangetoond dat het voorkomen van gedwongen huwelijken in ons land als problematisch kan worden beschouwd. Van de ondervraagde jongeren bevestigt 73,4% dat gedwongen huwelijken in ons land nog steeds een realiteit zijn; 23% verklaart zelfs weet te hebben van gedwongen huwelijken in de eigen vriendenkring of familiekring.

Het wetsontwerp biedt jammer genoeg minder soelaas voor gedwongen huwelijken die in landen van herkomst worden gesloten. Uit een studie in de provincie Limburg bleek dat personen van Turkse en Marokkaanse origine hun huwelijkspartner in 75% van de gevallen in het land van herkomst vinden. Het hoeft niet gezegd dat een significant deel van die huwelijken onder dwang gebeurt. Dat velen hun huwelijkspartner in het land van herkomst vinden, wordt volgens het onderzoek onder andere verklaard door het feit dat allochtone jongeren in ons land seksueel veel actiever zijn dan autochtone jongeren. Allochtone jongens zouden meer seksuele contacten hebben, terwijl allochtone meisjes zich in hun levensgemeenschap terugtrekken. Het resultaat hiervan is dat allochtone jongens op zoek gaan naar een huwelijkspartner in het land van herkomst, want daar is het aanbod van maagdelijke en reine meisjes het grootst. Omgekeerd geldt ook dat allochtone meisjes die hier leven aan partners in het land van herkomst worden uitgehuwelijkt. Dat gebeurt in eerste instantie met het oog op de gezinshereniging.

Voor die problemen biedt het wetsontwerp niet meteen een antwoord. Het machogedrag binnen de moslimcultuur en de ongelijkheid van mannen en vrouwen binnen die gemeenschappen moeten in ieder geval nog worden aangepakt. Het voorliggende wetsontwerp is hoe dan ook een stap in de goede richting. Om die reden zullen we het goedkeuren.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Justitie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2767/5.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (IV) (Stuk 3-2121) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - De heren Van Nieuwkerke, Willems en Vankrunkelsven, mevrouw Zrihen en mevrouw Talhaoui, rapporteurs, verwijzen naar hun schriftelijk verslag.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Voor de zoveelste maal moeten we eraan herinneren dat een wetsontwerp als dit een andere procedure verdient. Ter staving verwijs ik naar de diverse adviezen van de Raad van State, die wetsontwerpen houdende diverse bepalingen gelijkstellen met een programmawet.

Wijzigingen aan de huurwetgeving opnemen in een programmawet is onaanvaardbaar en heeft tot gevolg dat de parlementaire behandeling gebeurt in omstandigheden die niet stroken met de letter noch met de geest van de Grondwet. Al meermaals heb ik tegen een dergelijke procedure zowel technische als juridische argumenten ingebracht. Het Arbitragehof zal uitmaken of de gevolgde procedure van programmawetten en ontwerpen houdende diverse bepalingen de toets van de rechtsstaat kan doorstaan. De huurwet had dan ook een aparte behandeling verdiend.

Paars verdraagt geen op- of aanmerkingen. Als die toch worden gemaakt, worden die geïnterpreteerd als een miskenning van haar goede bedoelingen. Van een sofisme gesproken. Het systeem dat gebruikt wordt om een politieke doelstelling te bereiken, is niet geschikt of onbruikbaar op het terrein. Zo zal de regeling voor de huurwaarborgen meer problemen opleveren dan oplossingen aanreiken. Het risico bestaat immers dat een verhuurder niet verhuurt aan een huurder die de waarborg van twee maanden niet in één betaling regelt. Het bedrag van de waarborg wordt een indicatie van de financiële draagkracht van de huurder. Dat werkt stigmatiserend en dat kan toch niet de bedoeling zijn. Men had dus beter naar andere oplossingen gezocht om het woonrecht te verzekeren.

Met de bepaling over de verplichte publiciteit voor de huurprijs en de gemeenschappelijke lasten, wat als huurlasten zou moeten worden uitgedrukt, namelijk de provisie voor water- en elektriciteitsverbruik en de kosten voor de reiniging van gemene delen of liftonderhoud in een appartementsgebouw, creëert de nieuwe wettekst nogmaals een ongelijkheid. De verhuurder van een appartement in een appartementsgebouw is verplicht alleen de gemeenschappelijke lasten te vermelden, terwijl de verhuurder van een alleenstaande woning helemaal geen lasten dient te vermelden, aangezien er geen gemeenschappelijke lasten zijn. De term `gemeenschappelijke lasten' is niet neutraal.

In een algemene regeling inzake bekendmaking van de huurprijs wordt dus een bepaling opgenomen die enkel van toepassing is op appartementsmede-eigendom.

Bovendien raakt de maatregel die de verhuurder verplicht de huurprijs openbaar te maken, toch in zekere zin aan de bescherming van de persoonlijke levenssfeer van de verhuurder. De verhuurder wordt inderdaad verplicht een deel van zijn inkomen publiek te maken. Zal dat niet tot gevolg hebben dat sommige woningen niet meer worden verhuurd? Zal dat niet contraproductief zijn? Op dat punt had men ten minste verder moeten nadenken en had men het advies van de privacycommissie moeten vragen. Ik weet wel dat het publiekelijk aankondigen van de huurprijs in bepaalde gevallen door eventuele concrete omstandigheden in mindere of meerdere mate verantwoord kan worden, maar als men dat als een lineaire maatregel wou invoeren, had men vooraf het advies van de privacycommissie moeten vragen.

De vraag is ook of de doelstelling die de regering beoogt, namelijk een meer transparante huurmarkt, met deze maatregel wordt bereikt. Niets belet de verhuurder een andere, lees hogere, dan de werkelijk beoogde huurprijs te afficheren om minder vermogende huurders af te schrikken. Met als bijkomend effect wellicht een stijging van de huurprijs.

Bovendien krijgen gemeentelijke ambtenaren een zeer ruime appreciatiebevoegdheid om de hoogte van de boete te bepalen, namelijk 50 tot 200 euro. De vraag is of een dergelijke appreciatiebevoegdheid nog conform het rechtszekerheidsbeginsel is. Ik wil er ook op wijzen dat tijdens de discussies in de commissie niet is geantwoord op mijn vraag of de federale wetgever wel bevoegd is om deze maatregel aan de gemeenten op te leggen, gelet op de regionalisering van de gemeentewet. Bovendien zal dat met zich brengen dat sommige wetsbepalingen in bepaalde gemeenten wel en in andere gemeenten niet worden toegepast. Er wordt dus een nieuwe ongelijkheid gecreëerd. De meerderheid is ervan overtuigd dat het aankondigen van de huurprijs een goede maatregel is, maar of die ook werkelijk wordt uitgevoerd, zal door de gemeenten worden bepaald. Ofwel is het een goede maatregel en dan moet de meerderheid overtuigd zijn van haar gelijk en hem opleggen. Ofwel is het geen goede maatregel en dan moet ze hem schrappen. Het compromis dat nu wordt voorgesteld is zeer gebrekkig. De doelstelling van de regering wordt in ieder geval niet afdoende gerealiseerd. Met deze maatregel wil de regering de huurmarkt transparanter maken, maar als de gemeenten mogen beslissen of ze hem toepassen of niet, blijft er van die transparantie niet veel meer over.

Daar komt bij dat de toepassing van administratieve sancties de facto een deel van het huurcontentieux zal doorschuiven naar de politierechters, die al overbelast zijn. Hen nog meer werk bezorgen kan toch absoluut niet de bedoeling zijn. Bovendien is de vrederechter de natuurlijke rechter voor huurzaken.

Het grote aantal standaardbijlagen bij elke te sluiten huurovereenkomst dreigt een administratieve rompslomp te veroorzaken, waar niemand op zit te wachten. Huurovereenkomsten zullen boeken worden waarbij de vraag rijst wie ze met kennis van zaken zal lezen.

De huurwetgeving verdient een ernstige benadering, want ze belangt honderdduizenden burgers aan. De huurwetgeving werd de afgelopen jaren herhaaldelijk, detaillistisch, fragmentair gewijzigd. Dat verhindert een globale, gerichte aanpak om het recht op wonen te verzekeren.

Met paars zijn de armoede, de sociale uitsluiting toegenomen en de woonvoorwaarden verslechterd. De voorliggende maatregelen laten niets beters vermoeden.

Mevrouw Jacinta De Roeck (SP.A-SPIRIT). - Ik heb het verloop van het ontwerp van programmawet houdende diverse bepalingen met bijzondere interesse gevolgd. In deze programmawet zit namelijk de herziening van een aantal artikelen uit het Burgerlijk Wetboek met betrekking tot de relatie huurder-verhuurder. Al van bij haar aantreden kondigde de regering aan dat ze deze artikelen zou herzien. Uiteindelijk moet dit op een drafje gebeuren via een programmawet, wat zeer ongewoon is voor artikelen van het Burgerlijk Wetboek.

Men kan deze werkwijze leuk vinden of niet, maar we stellen wel vast dat een aantal maatregelen van het ontwerp de huurder ten goede komen. Er wordt opgetreden tegen het gebrek aan transparantie van de private huurmarkt, die in België te lang stiefmoederlijk is behandeld. Verhuren is een zware en sociaal relevante verantwoordelijkheid en moet dus binnen een strikt wettelijk kader gebeuren. Dat kader wordt door deze bepalingen een stuk duidelijker en dat juich ik toe.

Toch heb ik enkele vragen. Deze maatregelen dienen om de balans tussen huurder en verhuurder terug in evenwicht te brengen. Betekent dit dat sinds de laatste grote huurwetwijziging in 1991 niets werd gedaan om deze ongelijkheid weg te werken. Als deze ongelijkheid de laatste jaren zo groot is dan liggen de oorzaken hiervan liggen niet bij het wettelijke huurkader, maar bij de sociaaleconomische evoluties. Zonder volledig te willen zijn, som ik er enkele op.

De doelgroep van huurders verarmt. Tegelijk verkleint deze doelgroep. Meer mensen kunnen een huis kopen dankzij de belastingaftrek voor hypothecaire leningen. In Vlaanderen is ongeveer 73% van de bevolking eigenaar en in Wallonië 67% en dat aantal stijgt. Maar voor heel wat mensen blijft een eigen woning financieel onhaalbaar. Het sociaaleconomische profiel van de huurder gaat achteruit. De doelgroep van huurders telt procentueel meer alleenstaanden met of zonder kinderen, gescheiden mannen en vrouwen, allochtonen en senioren.

In België stijgen de koop- en huurprijzen een stuk sneller dan de inflatie. De sterke opwaartse prijsbeweging, gecombineerd met het neerwaarts evoluerende inkomen van de gemiddelde huurder, zorgt ervoor dat de maandelijkse huur een grotere hap neemt uit het gezinsbudget. Nu al staat de helft van de huurders maandelijks een derde van zijn inkomen af aan huur.

Het beperkte aanbod aan sociale huisvesting en de trage groei ervan dwingt mensen met een laag sociaaleconomisch profiel een woning te zoeken op de private huurmarkt, waar er geen sociale correcties zijn. Mensen in armoede, allochtonen, asielzoekers, thuislozen, mensen met een leefloon kampen veelvuldig met financiële en psychosociale problemen. Zij vinden moeilijk een gezonde en betaalbare woning op de private huurmarkt.

De uitdagingen voor het woonbeleid zijn immens. Het socialehuisvestingsbeleid moet zijn taak veel grondiger waarmaken. De wachtlijsten voor sociale woningen moeten worden weggewerkt door een veel grotere investering in sociale huur- en koopwoningen. Behoeftige huurders op de private huurmarkt moeten worden gesteund. Ter vergelijking: de kost van de fiscale aftrek voor hypothecaire leningen wordt geschat op 1,5 miljard euro, terwijl de huursubsidies in Vlaanderen 20 miljoen euro bedragen.

Met de aankomende vergrijzing komt ook een grote groep gepensioneerden op de private huurmarkt terecht. Hun inkomen daalt significant na hun pensionering, maar de huurprijs niet, zodat een groep gepensioneerden zeker betalingsmoeilijkheden zal ondervinden.

Uiteraard liggen de oplossingen vooral bij de gewesten, die bevoegd zijn voor de huisvesting. In Brussel is de huisvestingsnood trouwens ronduit catastrofaal is. Liefst 57% huurt er een woning, 90% van hen een appartement. In Vlaanderen is dat 25% en in Wallonië dik 30%.

Het ontwerp van programmawet houdende diverse bepalingen bevat een reeks goede aanzetten, zoals de verplichte vrijgave van de huurprijs, de duidelijke definiëring van de huurherstellingen en de huurwaarborg. Die maatregelen zullen ervoor zorgen dat de private huurmarkt transparanter en eerlijker wordt. Voor mensen in armoede zal het makkelijker worden om een betaalbare woning te vinden. Bovendien beperkt het striktere wettelijk kader het risico van misbruik.

De strijd voor een betere en betaalbare huisvesting gaat echter verder. In dit debat moeten de armoedeorganisaties blijven gehoord worden als belangrijkste klankbord voor het beleid. Het huisvestingsbeleid evolueert echter traag. De volgende regering moet een grote inhaalbeweging waarmaken. Ik hoop dat de federale overheid in de domeinen waarvoor zij bevoegd is, de nodige maatregelen zal blijven nemen voor een sociaal huisvestingsbeleid en dat zij hiervoor zal blijven luisteren naar de armoedeorganisaties. Zij moeten op dit gebied hun maatschappelijke rol absoluut ten volle blijven spelen en de publieke opinie blijven wakker schudden.

Mevrouw Clotilde Nyssens (CDH). - Wij zullen ons onthouden bij alle stemmingen over bepalingen betreffende huurovereenkomsten. Hoewel sommige maatregelen positief zijn, is het geheel onevenwichtig.

Bij een hervorming van de huurwet moet gestreefd worden naar een evenwicht tussen huurder en verhuurder. In dit geval zijn alle bepalingen gunstig voor de huurder. We zouden ons daarover kunnen verheugen. In de praktijk heeft een onevenwicht echter altijd een pervers effect en keren de maatregelen zich tegen de huurders omdat de eigenaars de wetgeving trachten te ontwijken.

Daarom zal onze fractie zich onthouden.

De heer Rudy Demotte, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Het is inderdaad intrigerend na te gaan om welke redenen de huurwet te ver of onvoldoende ver gaat.

De regering weet dat ze voor meer transparantie moet zorgen. De meeste sprekers hier herhalen wat al uitgebreid werd gezegd en toegelicht in de commissie. Ik zeg dat om niet de indruk te geven dat we geen rekening zouden hebben gehouden met een aantal argumenten.

Sommige beschouwingen hebben betrekking op de mogelijke reacties van eigenaars op de nieuwe bepalingen. Dat is uiteraard speculeren. De tekst zal nieuwe bakens uitzetten.

De bekendmaking van de huur bevordert de transparantie waarnaar velen vragen. Niemand zal betreuren dat terzake vooruitgang kan worden geboekt. Transparantie is goed zowel voor de eigenaars als voor de huurders.

Om discriminatie tegen te gaan, moet het duidelijk zijn wanneer er sprake is van discriminatie. De regering heeft ook hier de grootst mogelijke transparantie willen garanderen.

De heer Vandenberghe vroeg zich af of de federale overheid wat de boetes betreft, geen inbreuk pleegt op de prerogatieven van de gemeentelijke overheid, gezien de nieuwe bevoegdheidsverdeling en de regionalisering van de gemeentewet. In feite zijn het de gemeenten zelf die over de boetes beslissen.

Wat de huurwaarborg betreft, hoeft de eigenaar niet te weten op welke manier die werd samengesteld.

Omdat ik niet aan alle commissiewerkzaamheden over de verschillende wetsontwerpen heb kunnen deelnemen, wens ik, met uw goedvinden, mevrouw de voorzitter, terug te komen op de vragen over heling en witwasserij.

Een van de vragen die de heer Vandenberghe stelde, betreft het feit dat de verbeurdverklaring wordt beschouwd als een straf. Uit de werkzaamheden van de commissie blijkt duidelijk dat deze bepaling in een heel precieze context moet worden gesitueerd, namelijk in het geval de rechter een straf uitspreekt wetend dat hij gedwongen is tot verbeurdverklaring over te gaan. De rechter kan nu kiezen.

Er werd geopperd dat er verwarring bestaat tussen de begrippen heling en witwasserij.

De regering heeft willen verhinderen dat mensen die beroepshalve betrokken zijn bij financiële operaties, eeuwigdurend het risico zouden lopen strafrechtelijk te worden vervolgd voor heling. Dat risico is reëel, want het gaat om een voortdurend misdrijf. Men heeft dat risico verminderd door ervoor te zorgen dat zij niet kunnen worden vervolgd op grond van het beheer en de aanvaarding van sommen waarvan zij kunnen vermoeden dat ze volledig of gedeeltelijk voortkomen uit ernstige en georganiseerde fiscale fraude, als zij daarvan aangifte doen bij de CFI, de Cel voor Financiële Informatieverwerking.

Er is dus geen sprake van een gelijkschakeling van heling en witwasserij. Men heeft de financiële tussenpersonen de mogelijkheid willen geven zelf geen risico te lopen, voor zover zij de CFI op de hoogte hebben gebracht van hun twijfels over de herkomst van het geld.

In het verslag wordt eraan herinnerd dat ook de particulieren bij die maatregelen betrokken moeten worden.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissies is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2873/27.)

(De tekst van de amendementen wordt uitzonderlijk in de bijlage opgenomen.)

-De stemming over de amendementen wordt aangehouden.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 33 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (Stuk 3-2124) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer André Van Nieuwkerke (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden, zie stuk 3-2124/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer ten einde recidive voor vluchtmisdrijven strenger te bestraffen (Stuk 3-2125) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer André Van Nieuwkerke (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst geamendeerd door de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden, zie stuk 3-2125/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2345) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 39/20, 39/79, en 39/81 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2346)

De voorzitter. - Ik stel voor deze wetsvoorstellen samen te bespreken. (Instemming)

Algemene bespreking

De heer Francis Delpérée (CDH), rapporteur. - Ik verwijs naar mijn schriftelijk verslag.

Ik vestig de aandacht van de senatoren erop dat we over twee wetsontwerpen moeten stemmen, een integraal bicameraal ontwerp onder artikel 77 van de Grondwet en een virtueel bicameraal ontwerp onder artikel 78 van de Grondwet. Beide strekken ertoe de wet van september 2006 te wijzigen door de oprichting van de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen.

De commissie heeft het wetsontwerp onder artikel 77 van de Grondwet aangenomen met tien stemmen bij twee onthoudingen. Het andere wetsontwerp werd eenparig aangenomen.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2345) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2845/6.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 39/20, 39/79, en 39/81 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2346)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2845/5.)

-De artikelen 1 tot 5 worden zonder opmerking aangenomen.

-Over het wetsontwerp in zijn geheel wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2370) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Het woord is aan mevrouw Bousakla voor een mondeling verslag.

Mevrouw Mimount Bousakla (SP.A-SPIRIT), rapporteur. - Op 10 april werd het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden besproken. Dit wetsontwerp beoogt de omzetting van een Europese richtlijn die tot doel heeft wetenschappelijke onderzoekers van buiten de Europese Unie makkelijker te kunnen aantrekken. De richtlijn beoogt de afschaffing van de arbeidsvergunning en de arbeidskaart voor buitenlandse wetenschappelijke onderzoekers.

Bij de algemene bespreking werden twee vragen gesteld. De heer Collas vroeg naar de voorwaarden voor erkenning als onderzoeksinstelling. De staatssecretaris verwees voor zijn antwoord naar een koninklijk besluit.

Mevrouw Bouarfa steunde het idee voor een uitwisseling van wetenschappelijke onderzoekers tussen verschillende landen. Ze stelde ook de braindrain in vraag en vroeg ervoor te zorgen dat wetenschappers uit ontwikkelingslanden gemakkelijk naar hun land van oorsprong kunnen terugkeren.

De administratieve vereenvoudiging uit de richtlijn houdt in dat de verblijfsvergunning en de arbeidskaart worden vervangen door één enkele vergunning.

Het wetsontwerp werd op 29 maart 2007 eenparig goedgekeurd door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het geëvoceerde ontwerp werd in de Senaatscommissie eenparig aangenomen door de tien aanwezige leden.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 51-2976/3.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Stemmingen

(De naamlijsten worden in de bijlage opgenomen.)

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 505 van het Strafwetboek en van artikel 35 van het Wetboek van strafvordering in verband met de in geval van heling toepasselijke verbeurdverklaring (Stuk 3-1610) (Evocatieprocedure)

Stemming 1

Aanwezig: 52
Voor: 44
Tegen: 3
Onthoudingen: 5

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het werd geamendeerd en zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp met betrekking tot de kosteloze borgtocht (Stuk 3-2056) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 2

Aanwezig: 54
Voor: 16
Tegen: 37
Onthoudingen: 1

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de overige amendementen van de heer Hugo Vandenberghe. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 3

Aanwezig: 54
Voor: 38
Tegen: 5
Onthoudingen: 11

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot aanpassing van de wetgeving inzake de bestrijding van omkoping (Stuk 3-2039) (Evocatieprocedure)

Stemming 4

Aanwezig: 53
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met het oog op het bestrijden van de gerechtelijke achterstand (Stuk 3-2095) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 11 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 5

Aanwezig: 55
Voor: 17
Tegen: 37
Onthoudingen: 1

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de overige amendementen van de heer Hugo Vandenberghe. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 6

Aanwezig: 55
Voor: 37
Tegen: 7
Onthoudingen: 11

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 340, §3, van het Gerechtelijk Wetboek (Stuk 3-2096)

Stemming 7

Aanwezig: 56
Voor: 38
Tegen: 1
Onthoudingen: 17

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

-De goedkeuring van het wetsontwerp impliceert dat het wetsvoorstel houdende diverse structurele maatregelen teneinde de gerechtelijke achterstand weg te werken in burgerlijke zaken (van mevrouw Clotilde Nyssens, Stuk 3-53) vervalt.

Wetsontwerp houdende bepalingen inzake de woninghuur (Stuk 3-2122)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 1 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 8

Aanwezig: 57
Voor: 18
Tegen: 38
Onthoudingen: 1

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 9

Aanwezig: 57
Voor: 38
Tegen: 7
Onthoudingen: 12

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot invoeging van een artikel 391sexies in het Strafwetboek en tot wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek met het oog op de strafbaarstelling en het uitbreiden van de middelen tot nietigverklaring van het gedwongen huwelijk (Stuk 3-2129) (Evocatieprocedure)

Stemming 10

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp houdende diverse bepalingen (IV) (Stuk 3-2121) (Evocatieprocedure)

De voorzitter. - We stemmen over amendement 5 van de heer Jan Steverlynck.

Stemming 11

Aanwezig: 57
Voor: 15
Tegen: 39
Onthoudingen: 3

-Het amendement is niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen over amendement 6 van de heer Hugo Vandenberghe.

Stemming 12

Aanwezig: 57
Voor: 15
Tegen: 38
Onthoudingen: 4

-Het amendement is niet aangenomen.

-Dezelfde stemuitslag wordt aanvaard voor de overige amendementen van de heer Hugo Vandenberghe. Deze amendementen zijn dus niet aangenomen.

De voorzitter. - We stemmen nu over het wetsontwerp in zijn geheel.

Stemming 13

Aanwezig: 57
Voor: 38
Tegen: 19
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 33 van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer (Stuk 3-2124) (Evocatieprocedure)

Stemming 14

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het werd geamendeerd en zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 16 maart 1968 betreffende de politie over het wegverkeer ten einde recidive voor vluchtmisdrijven strenger te bestraffen (Stuk 3-2125) (Evocatieprocedure)

Stemming 15

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het werd geamendeerd en zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2345) (Evocatieprocedure)

Stemming 16

Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 1
Onthoudingen: 8

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 39/20, 39/79, en 39/81 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2346)

Stemming 17

Aanwezig: 56
Voor: 47
Tegen: 1
Onthoudingen: 8

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2370) (Evocatieprocedure)

Stemming 18

Aanwezig: 53
Voor: 45
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Mevrouw Margriet Hermans (VLD). - Ik wou voor stemmen.

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2371) (Evocatieprocedure)

Stemming 19

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot opheffing van artikel 8 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, en tot wijziging van artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (Stuk 3-2372)

Stemming 20

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is aangenomen.

-Het zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten, belastingen en andere maatregelen, in uitvoering van de richtlijn 2006/84/EG van de Commissie van 23 oktober 2006 (Stuk 3-2373) (Evocatieprocedure)

Stemming 21

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de vergoedingen toegekend aan kunstenaars (Stuk 3-2374) (Evocatieprocedure)

Stemming 22

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging, wat de private ziekteverzekeringsovereenkomsten betreft, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst (Stuk 3-2355) (Evocatieprocedure)

Stemming 23

Aanwezig: 57
Voor: 45
Tegen: 0
Onthoudingen: 12

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, wat de fusie door overneming van de onderlinge verzekeringsverenigingen betreft (Stuk 3-2356) (Evocatieprocedure)

Stemming 24

Aanwezig: 57
Voor: 40
Tegen: 0
Onthoudingen: 17

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Wetsontwerp tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Stuk 3-2358) (Evocatieprocedure)

Stemming 25

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

-Het wetsontwerp is ongewijzigd aangenomen. Bijgevolg wordt de Senaat geacht te hebben beslist het niet te amenderen.

-Het zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden met het oog op de bekrachtiging door de Koning.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor volgende week deze agenda voor:

Donderdag 19 april 2007 om 15 uur

In memoriam de heer Michel Toussaint, Minister van Staat.

Inoverwegingneming van voorstellen.

Actualiteitendebat en mondelinge vragen.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen; Stuk 3-2367/1.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen; Stuk 3-2368/1.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, betreffende de dotatie aan dat hof; Stuk 3-1063/1 tot 6. (Pro memorie)

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol, opengesteld voor ondertekening te Berlijn van 1 juni 2006 tot 1 november 2006, tot wijziging van de Overeenkomst inzake de oprichting van een Internationale Commissie voor de Internationale Opsporingsdienst, gesloten te Bonn op 6 juni 1955; Stuk 3-2376/1. (Pro memorie)

Wetsontwerp houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 2 maart 2007 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de Overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs de 13de januari 1993; Stuk 3-2386/1. (Pro memorie)

Wetsontwerp houdende de instemming met het samenwerkingsakkoord van 9 februari 2007 tot wijziging van het samenwerkingsakkoord van 13 december 2002 tussen de Federale Staat, het Vlaams Gewest, het Waals Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering en de financiering van de bodemsanering van tankstations; Stuk 3-2114/1 tot 4.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp betreffende de bestraffing van namaak en piraterij van intellectuele eigendomsrechten; Stuk 3-2126/1.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp tot wijziging van de procedure tot vaststelling van de maximale referentierentevoet voor verzekeringsverrichtingen van lange duur; Stuk 3-2127/1 en 2.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp betreffende de burgerrechtelijke aspecten van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten; Stuk 3-2348/1 en 2.

Wetsontwerp betreffende de aspecten van gerechtelijk recht van de bescherming van intellectuele eigendomsrechten; Stuk 3-2349/1.

Evocatieprocedure
Wetsontwerp betreffende de consumentenakkoorden; Stuk 3-2359/1.

Toe te voegen:
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 14 juli 1991 betreffende de handelspraktijken en de voorlichting en de bescherming van de consument, in verband met de collectieve consumptieakkoorden (van mevrouw Joëlle Kapompolé en mevrouw Olga Zrihen); Stuk 3-1407/1.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 8bis van de wet van 27 februari 1987 betreffende de tegemoetkomingen aan personen met een handicap, om de wachttijd voor de vaststelling van een handicap in te korten (van mevrouw Stéphanie Anseeuw c.s.); Stuk 3-1473/1 tot 4.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling en het koninklijk besluit van 22 september 2004 houdende oprichting van cellen duurzame ontwikkeling in de federale overheidsdiensten, de programmatorische federale overheidsdiensten en het ministerie van Landsverdediging (van mevrouw Fauzaya Talhaoui en de heer Bart Martens); Stuk 3-1864/1 en 2.

Toe te voegen:
Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 5 mei 1997 betreffende de coördinatie van het federale beleid inzake duurzame ontwikkeling (van mevrouw Isabelle Durant); Stuk 3-727/1.

Voorstel van resolutie betreffende de diagnose en begeleiding van de dementerende patiënt (van mevrouw Christel Geerts c.s.); Stuk 3-1588/1 tot 3.

Voorstel van resolutie inzake het participatief selecteren van indicatoren voor duurzame ontwikkeling voor België (van mevrouw Fatma Pehlivan c.s.); Stuk 3-1607/1 tot 3.

Verslag van de Nationale Commissie voor de Evaluatie van de wet van 3 april 1990 betreffende de zwangerschapsafbreking (wet van 13 augustus 1990) ten behoeve van het Parlement (1 januari 2004 - 31 december 2005); Stuk 3-1849/1.

Voorstel van resolutie betreffende het tot stand brengen van een gelijke beloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Olga Zrihen c.s.); Stuk 3-2047/1 en 2.

Toe te voegen:
Voorstel van resolutie betreffende de gelijke verloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Margriet Hermans en mevrouw Stéphanie Anseeuw); Stuk 3-1180/1 tot 3;

Voorstel van resolutie teneinde in België de doelstellingen te bereiken die in Lissabon werden vastgelegd inzake de werkgelegenheidsgraad van vrouwen (van mevrouw Jihane Annane en mevrouw Nathalie de T' Serclaes); Stuk 3-1347/1 tot 3;

Voorstel van resolutie betreffende het bevorderen van een gelijke beloning van vrouwen en mannen (van mevrouw Olga Zrihen en mevrouw Marie-José Laloy); Stuk 3-1633/1 tot 3.

Voorstel van resolutie betreffende de conclusie van het themadebat over het "Energiebeleid in België" (van de heer Bart Martens c.s.); Stuk 3-2354/1.

Vanaf 17.30 uur:

Naamstemmingen over de afgehandelde agendapunten in hun geheel.

Naamstemming over het ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, betreffende de dotatie aan dat hof; Stuk 3-1063/1. (Stemming met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, van de Grondwet).

Vragen om uitleg

-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.

Vraag om uitleg van de heer Berni Collas aan de Eerste minister over «de erkenning van JCLUB.be» (nr. 3-2263)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, antwoordt.

De heer Berni Collas (MR). - De drie jeugdraden van ons land, de Vlaamse Jeugdraad, de Conseil de la Jeunesse d'Expression française en de Rat der deutschsprachigen Jugend, hebben op dinsdag 27 maart een gemeenschappelijk informatie- en eisenmemorandum voorgesteld aan de toekomstige gekozenen.

De drie voorzitters van de jeugdraden vragen hoofdzakelijk de erkenning van JCLUB.be, een officieel overlegorgaan tussen de drie jeugdraden, als `uitgangspunt voor federale besprekingen en de erkenning van de inspanningen die elk van de drie raden in dat verband hebben geleverd.'

JCLUB.be wenst ook erkend te worden als overleg- en aanspreekpunt van de jongeren op federaal niveau.

Het memorandum bevat onder meer de volgende punten: jeugdrecht, interregionale en internationale mobiliteit, jeugd en werk, duurzame ontwikkeling, drugs, samenleven in een democratie.

Omdat sommige materies federaal zijn, wil ik u de volgende vragen stellen. Vindt u een dergelijk platform wenselijk? Wie is bevoegd voor de erkenning van het overlegorgaan? Kan een samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de gemeenschappen worden afgesloten om dit platform een wettelijk kader en een rechtsgrondslag te geven?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van de eerste minister.

De idee om de jongeren op federaal niveau de kans te geven zich op een structurele manier uit te drukken, lijkt me niet slecht. Dat zou een goede zaak zijn voor materies zoals de federale drugswetgeving, de jongerenwerkgelegenheid en de veiligheid.

Ik heb echter geen enkele officiële vraag van de jongeren gekregen. Ik kan dus ook geen officieel antwoord geven.

De heer Berni Collas (MR). - Ik dank u voor uw positieve instelling wat het principe betreft.

Mevrouw de staatssecretaris, met uw goedvinden lees ik het voorwoord bij het Memorandum in de aanloop naar de verkiezingen van 10 juni 2007 van de drie Jeugdraden: `Een goed jaar geleden startten de drie jeugdraden van de gemeenschappen in België een geregeld overleg om te bekijken welke gemeenschappelijke wensen we wilden aankaarten in het licht van de komende verkiezingen.

De eisen in dit memorandum komen niet zo maar uit de lucht vallen, maar zijn het resultaat van kritische reflectie, argumentatie en concrete conclusies.

Uiteraard vinden de drie jeugdraden dat jongeren een eigen visie en mening hebben waarnaar geluisterd moet worden. We hopen dat jullie inderdaad luisteren, maar vooral in jullie beleidswerk ook iets doen met deze gezamenlijke eisen.'

Ik heb getracht naar de jongeren te luisteren.

Het document draagt de titel `Memorandum in de aanloop naar de verkiezingen van 10 juni 2007 van de drie Jeugdraden'. Ik ging ervan uit dat ook de regering dat document had ontvangen.

Mevrouw de staatssecretaris, laat me toe om misschien aan de jeugdraden te vragen waarom de regering dat document nog niet mocht ontvangen.

Ik apprecieer alleszins de principieel positieve houding van de federale regering ten aanzien van het verzoek om erkenning.

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «sepot van verkrachtingszaken» (nr. 3-2267)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - Reeds eerder ondervroeg ik de minister over verkrachtingen en over het vervolgingsbeleid ter zake (stuk 3-4170) en kreeg ik een uitgebreid antwoord. Enkele elementen vereisten, gezien de ernst van dergelijke delicten, een bijkomende toelichting.

Uit het antwoord bleek dat 74 verkrachtingszaken werden geseponeerd wegens andere prioriteiten. Twintig dossiers werden geseponeerd wegens de beperkte maatschappelijke weerslag ervan, 4 dossiers wegens het geringe nadeel en 63 dossiers werden opzijgeschoven daar het misdrijven van relationele aard betroffen. Voor 18 dossiers was er te weinig recherchecapaciteit. Dit staat haaks op het beleid van de minister en op de rondzendbrief waarin ze aangeeft dat die delicten de absolute prioriteit moeten krijgen.

Het gevoerde beleid heeft er toe geleid dat het aantal aangiften is gestegen, wat positief is. Van de zaken die binnenliepen bij de parketten in de periode 2003-2005 werden er echter 38,58 procent geseponeerd.

Wat vindt de minister ervan dat er ondanks haar rondzendbrief dossiers worden geseponeerd wegens andere prioriteiten, de beperkte maatschappelijke weerslag of misdrijven van relationele aard?

Kan ze verklaren hoe het mogelijk is dat ondanks de hoge prioriteit die ze terecht toekent aan deze misdrijven er 74 dossiers werden geseponeerd wegens `andere prioriteiten'?

Kan ze expliciet aangeven wat er valt onder de omschrijving `andere prioriteiten'? Zal ze optreden tegen deze mogelijkheid van sepot?

Kan ze aangeven hoe het mogelijk is dat in 63 dossiers van verkrachting niet werd vervolgd wegens `misdrijven van relationele aard', gezien de wetgever sinds enkele jaren ook verkrachtingen binnen een relatie strafbaar heeft gesteld? Zal ze dit voortaan verbieden?

Kan ze aangeven hoe het mogelijk is dat ondanks de hoge prioriteit die ze terecht toekent aan deze misdrijven er 20 dossiers werden geseponeerd wegens `beperkte maatschappelijke weerslag' en kan ze aangeven in welke mate een verkrachting een beperkte maatschappelijke weerslag heeft?

Kan ze in detail aangeven waarom een verkrachting kan worden geseponeerd op grond van de `te jeugdige leeftijd'? Betreft het de leeftijd van het slachtoffer of de dader en wat was de gemiddelde leeftijd voor deze grond van sepot?

Kan ze toelichten of de niet vervolging in 109 dossiers wegens het gedrag van het slachtoffer aansluit bij de hoge prioriteit die ze toekent aan de vervolging in deze dossiers en acht ze deze grond niet eerder seksistisch?

Hoe reageert ze op de grond van niet vervolging wegens `te weinig recherchecapaciteit' en kan ze aangeven of in deze dossiers om bijkomende onderzoekscapaciteit werd gevraagd? Zo ja, werd die verleend? Zo neen, acht ze die grond van niet-vervolging in de toekomst nog legitiem?

Hoe kan de redelijke termijn nog worden overschreden gezien de hoge prioriteit van deze misdrijven? Kan ze dit toelichten?

Kan ze de grond van niet-vervolging `nadeel gering' toelichten? Moet er ook hier niet worden opgetreden?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van mevrouw Onkelinx.

Verkrachting is een bijzonder afschuwelijk misdrijf. Ik ben uiteraard van mening dat het vervolgen en veroordelen van de daders van dergelijke feiten een evidente en absolute prioriteit is. Dit misdrijf is des te ondraaglijker wanneer het binnen het gezin wordt gepleegd.

In maart 2006 heb ik met het College van procureurs-generaal een gemeenschappelijke circulaire uitgevaardigd betreffende alle huiselijke geweld. De circulaire beveelt een nultolerantie aan voor deze feiten, die allemaal gerechtelijk moeten worden vervolgd. De circulaire is op 3 april 2006 van kracht geworden.

De cijfers waarnaar wordt gevraagd, zijn van vóór deze datum, zodat op basis daarvan geen correcte evaluatie van de circulaire kan worden gemaakt. Er wordt echter wel gewerkt aan de evaluatie van die circulaire.

Ik kan onmogelijk persoonlijk voor alle dossiers nagaan waarom ze werden geseponeerd. Ik zal in ieder geval nooit aanvaarden dat een verkrachtingsdossier geseponeerd wordt, louter en alleen omdat het geen prioriteit zou zijn.

De redenen om te seponeren die in de dossiers worden opgegeven, geven niet altijd alle elementen weer waarmee rekening werd gehouden, noch de nuances die deze beslissing van het parket rechtvaardigen. Zo kunnen dergelijke dossiers worden geseponeerd omdat ze ongegrond zijn, omdat het slachtoffer slechts een zeer vage klacht heeft geuit of omdat de vervolging voor het slachtoffer meer schadelijke gevolgen zou hebben dan het seponeren.

Ook een te lange termijn tussen het plegen van de feiten en de vervolging voor de rechtbank kan een reden zijn om te seponeren, zoals trouwens ook bepaald wordt door het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Dat verandert natuurlijk niets aan het feit dat ik vind dat het vervolgen en veroordelen van verkrachters een absolute prioriteit is.

Vraag om uitleg van de heer Christian Brotcorne aan de vice-eersteminister en minister van Justitie over «de problematiek van de deskundigen die door de parketten en rechtbanken worden opgeroepen in het kader van gerechtelijke deskundigenonderzoeken in strafzaken en de daaraan verbonden gerechtskosten» (nr. 3-2269)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, antwoordt.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - Een arrest van de Raad van State van 30 oktober 2006 heeft het ministerieel besluit vernietigd van 18 september 2002 tot vaststelling van het normaal bedrag van de honoraria van de personen opgeroepen in strafzaken wegens hun kunde of hun beroep, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 28 september 2002.

De initiatiefnemers van die eis zijn gerechtsdeskundigen van de Belgische Kamer van Deskundigen gelast met Gerechtelijke en Scheidsrechterlijke opdrachten, gespecialiseerd op het gebied van auto-expertise en accidentologie.

Als gevolg van de vernietiging is het oude barema, bepaald in het ministerieel besluit van 20 november 1980, gewijzigd door het ministerieel besluit van 14 november 1986 en het ministerieel besluit van 8 november 1994, nog steeds van toepassing.

Ik heb vernomen dat, ondanks de vernietiging van het ministerieel besluit van 18 september 2002 door de Raad van State, de parketten instructies hebben gekregen om de erelonen van de deskundigen te begrenzen tot de bedragen die in 2006 zijn vastgesteld. Een omzendbrief in die zin werd trouwens overgezonden aan de procureurs des Konings van het Rijk. In afwachting van een nieuwe bepaling die een wettelijke basis creëert voor de gerechtskosten, bevat deze omzendbrief een voorlopige procedure voor de opstelling van het requisitoir: de rechter moet in zijn requisitoir vermelden dat de deskundige het barema voor de gerechtskosten in strafzaken moet toepassen dat bij deze circulaire is gevoegd. De magistraat kan evenwel, aangezien dat barema al jaren niet is geïndexeerd, aan de deskundige de toestemming verlenen het te overschrijden. Om een goed beheer van de staatsgelden te verzekeren moet de magistraat op het moment van de taxatie nagaan of de expert het hierbij gevoegde barema van 2006 niet overschrijdt.

Op de requisitoirs moet worden vermeld dat de deskundige kennis heeft genomen van het toegestane barema en instemt met de bedragen ervan bij de aanvaarding van zijn opdracht.

Bovendien zou de administratieve cel van de dienst gerechtskosten die belast is met de controle van de betaling van de erelonen, hebben beslist om de honorariastaten van alle deskundigen die de nieuwe beslissing van de Raad van State volgen en die hun prestaties naar geweten aanrekenen, voor de commissie te brengen.

Wat is het standpunt van de minister ten aanzien van de reactie van de administratie op dat besluit? Is er geen misbruik door de administratie? Is het normaal dat de honorariastaten van de deskundigen systematisch aan de commissie worden voorgelegd?

Heeft de omzendbrief van de minister van Justitie kracht van wet? Wordt hij niet verkeerd toegepast en tegen de gerechtsdeskundigen gebruikt?

Bovendien moeten alle gerechtsdeskundigen in strafzaken telkens wachten tot maart op hun eerste betalingen voor dossiers die sinds oktober van het jaar voordien werden ingediend. Ze moeten dus vijf maanden wachten op hun eerste cent. Door die situatie krijgen de gerechtsdeskundigen geen vergoeding terwijl ze toch de kosten en lasten moeten blijven dragen.

Over het algemeen verlopen er zes maanden na de indiening van het verslag eer het parket begint met de betaling.

Ik wens het standpunt van de minister te kennen. Denkt hij maatregelen te nemen om dit te verhelpen? Moet er geen oplossing worden gevonden om de termijn tussen de indiening van het verslag en de effectieve betaling in te korten en om de wachttijd op te heffen voor dossiers die ingediend worden in de loop van oktober?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van mevrouw Onkelinx.

Ik moet eerst enkele van uw uitspraken in uw vraag om uitleg van 29 maart laatstleden rechtzetten.

De Raad van State heeft inderdaad het ministerieel besluit van 18 september 2002 tot vaststelling van het normaal bedrag van de honoraria van de personen opgeroepen in strafzaken vernietigd. Die vernietiging heeft geleid tot de opheffing ex tunc van de intrekking die in het vernietigd besluit stond, waardoor het vorige barema automatisch opnieuw van kracht werd.

Het algemeen reglement op de gerechtskosten, waarvan de recentste versie werd vastgesteld door het koninklijk besluit van 28 december 1950, is niet vernietigd.

De materiële draagwijdte van het arrest van de Raad van State is aldus duidelijk omschreven.

De afdeling wetgeving, en niet de afdeling administratie van de Raad van State was naar aanleiding van vroegere hervormingsplannen inderdaad van oordeel dat de wettelijke basis voor het algemeen reglement zwak of onvoldoende was.

Het besluit van de afdeling administratie van de Raad van State van 30 oktober 2006 heeft dus een versnelling van de hervorming van het stelsel van de gerechtskosten veroorzaakt. Dat hervormingsproces was al voor een groot deel aangevat.

De nieuwe regeling krijgt gestalte in een nieuwe wettelijke basis, een gemoderniseerd algemeen reglement en een geactualiseerd barema van erelonen dat aan het algemeen reglement zal worden toegevoegd.

In de wettelijke basis is voorzien door programmawet II van 27 december 2006, artikelen 2 tot 6. Die bepalingen definiëren de gerechtskosten, de rol van de magistraat en de controle- en betalingsprocedure. De belangrijkste vernieuwing schuilt in de beroepsprocedure. De commissie voor de gerechtskosten wordt omgevormd tot een autonoom administratief rechtscollege dat zicht uitspreekt over de beroepen tegen de beslissingen van de administratie of een magistraat. Omgekeerd kan de administratie zich tot de beroepscommissie richten voor een beroep tegen een beslissing van een taxerend magistraat.

Voortaan zal het systeem dus veel duidelijker zijn. De administratie of de magistraat neemt de beslissingen die zij of hij nodig acht, op basis van de wet, het algemene reglement en de barema's; een ontevreden expert richt zich tot de commissie. Er is geen beroep mogelijk tegen de beslissingen van de commissie, maar er is wel een gewoon beroep mogelijk bij de Raad van State.

Die bepalingen treden in werking als het koninklijk besluit inzake de oprichting van de commissie is genomen. Dat proces bevindt zich in de eindfase.

Het nieuwe algemene reglement inzake gerechtskosten bestaat in een modernisering, een verduidelijking van de wijze van vergoeding, de vaststelling van de bedragen die aan de deskundigen verschuldigd zijn, de terugvordering van gerechtskosten, de betaling van de kosten van rogatoire commissies, enzovoort.

De goedkeuring van het nieuwe algemene reglement is eveneens in een eindfase. De ministerraad heeft tijdens zijn laatste vergadering een voorontwerp van koninklijk besluit in eerste lezing goedgekeurd.

Het algemeen reglement bevat op dit ogenblik, voor de prestaties van andere diensten dan die van een deskundige, de normale bedragen die worden toegekend aan personen die een dienst verlenen. Het barema van deskundigenonderzoeken dat werd geherstructureerd en gerationaliseerd, zal aan dat besluit worden toegevoegd. Het principe van de jaarlijkse indexering van de bedragen werd niet gewijzigd.

Het arrest van de Raad van State, afdeling administratie, dat u vermeldt, beoogt geenszins de vervanging van het barema door het principe van de opmaak van de honorariastaat naar geweten. Dat is een verkeerd interpretatie van de bepaling van het arrest van de Raad van State. Het beroep op de opmaak naar geweten is daarentegen toegestaan door het barema en door het algemeen reglement als de prestaties niet in een bepaalde categorie kunnen worden ondergebracht of als de zaak zeer bijzondere kenmerken vertoont. Er worden overschrijdingen toegestaan en de experts stellen de erelonen vast op basis van een uurtarief, volgens de werkelijke uren, en tegen een vast tarief. Dat is een uitzonderlijk principe, dat in het stelsel is opgenomen en dat beheerd wordt door de administratie en de taxerende magistraat. Het werd niet ingevoerd door het arrest van de Raad van State, daar het vernietigingsarrest nr. 164258 de opheffing van het barema van 2006 en de terugkeer naar het vroegere barema beoogt.

Dat barema, een onbetwistbare reglementaire basis, wordt dus gebruikt. Om de experts niet te benadelen heb ik de gerechtelijke overheden de toestemming verleend de oude tarieven toe te passen en daarbij rekening te houden met de evolutie van de levensduurte. Dat is de draagwijdte van mijn omzendbrief nr. 90.

In circulaire nr. 90 van de directeur-generaal van de rechterlijke organisatie wordt dat principe enkel herhaald en wordt gepreciseerd dat de afwijkingen van dat principe uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd en uitzonderlijk moeten zijn. De administratie heeft met recht en reden deze daad van goed bestuur gesteld.

De formule om de tarieven door de deskundige te laten aanvaarden heeft uiteraard tot doel elke betwisting over het toepasselijk bedrag te voorkomen. De deskundige werkt tegen een tarief dat hij heeft aanvaard en hij was niet verplicht dat te doen. De deskundige die niet tevreden is met het tarief heeft dus de mogelijkheid de opdracht te weigeren. De magistraat zal dan een andere deskundige vragen.

De uitdrukking `systematisch aan de commissie voorleggen' is niet geschikt, aangezien sinds het arrest van de Raad van State de `oude' Commissie voor de gerechtskosten haar werkzaamheden heeft stopgezet. De `nieuwe' commissie zal haar werkzaamheden aanvatten zodra het organiek koninklijk besluit inzake de werking van de commissie in werking treedt.

De administratie is volkomen in haar recht als ze de tarieven van een expert buitensporig acht en als ze voorheen het advies van de commissie vroeg. De administratie handelde op die manier legitiem ten aanzien van dubieuze dossiers, aangezien die commissie tot doel had bijstand te verlenen bij de vaststelling van de normale vergoeding, meer bepaald door de aanwezigheid van een expert in haar schoot. Het gaat dus niet om een laakbare daad, maar om de efficiënte aanwending van de beschikbare juridische middelen. In de toekomst zal het principe omgekeerd worden: de administratie zal beslissen en de vrager zal in beroep kunnen gaan. Het systeem zal aan duidelijkheid winnen.

Ik kom tot uw drie laatste vragen.

Ten eerste heeft de administratie in dit bepaald geval snel, efficiënt en met zin voor een goede besteding van de middelen gehandeld. Ze heeft de continuïteit van de openbare dienst verzekerd en tegelijkertijd de nieuwe bepalingen voorbereid. Ze heeft dus met zin voor verantwoordelijkheid en snel gehandeld in een situatie die door een externe gebeurtenis werd veroorzaakt

U weet ook dat een omzendbrief geen kracht van wet heeft. De juridische basis van de betaling is enerzijds het algemeen reglement en anderzijds het barema in zijn vroegere versie, die opnieuw van kracht is door de vernietiging van de latere versie. De omzendbrief herinnert daar enkel aan en stelt, vanuit de bezorgdheid de experts correct te vergoeden, dat een aanpassing aan de levensduurte is toegestaan.

Ten slotte is er geen systematische vertraging in het begin van het jaar. Uw informatie daarover is niet juist. Met de basistoelage voor de uitgaven van de gerechtskosten konden de verschuldigde honoraria steeds worden betaald, ondanks de stijging van de uitgaven voor die post.

De vertragingen waarvan de deskundigen het slachtoffer menen te zijn, hebben verschillende oorzaken. Een eerste oorzaak is zeker de laattijdige indiening van de honorariastaten of de onvolledigheid van de gegevens. Een tweede oorzaak is dat het tarief van het barema niet wordt nageleefd, waardoor een herzieningsprocedure nodig is. Een derde oorzaak schuilt in de verhoudingen tussen de deskundigen en de magistraat. De eerste onderhandelingspartner van de deskundige is de magistraat. Krachtens het principe volgens hetwelk een schuld haalbaar maar niet draagbaar is, moeten zij ervoor zorgen dat de taxatie van hun honoraria binnen een redelijke termijn gebeurt en anders het initiatief nemen om die beslissing van de magistraat te verkrijgen.

Als er na die stap abnormale termijnen worden vastgesteld, nemen de deskundigen, die over het algemeen snel zijn, contact op met de diensten om te vragen naar de redenen van de vertraging van de betaling.

In de toekomst zal de werking op basis van de nieuwe wettelijke bepalingen moeten worden geëvalueerd. Aangezien de wet bepaalt dat het koninklijk besluit houdende het algemeen reglement door het parlement binnen een jaar moet worden bekrachtigd, zullen we de balans van de werking van het nieuwe stelsel kunnen opmaken.

De heer Christian Brotcorne (CDH). - De minister heeft een zeer goed gedocumenteerd en uitvoerig antwoord gegeven. Ik wil het met een fris hoofd nog eens doornemen.

Vraag om uitleg van de heer Wouter Beke aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken over «het koppelen van integratievoorwaarden aan het verkrijgen van de Belgische nationaliteit» (nr. 3-2274)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, antwoordt.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Op Vlaams niveau worden momenteel een aantal voorstellen gelanceerd met betrekking tot taallessen voor allochtone ouders.

Vlaams minister van Onderwijs Vandenbroucke wil allochtone ouders aanmoedigen om Nederlands te leren en wil daarvoor ook een gratis cursus Nederlands aanbieden. Zijn partijgenote Temsamani wil nog een stap verder gaan. Zij wil allochtone ouders verplichten lessen Nederlands te volgen als ze hun kind willen inschrijven in een Vlaamse school.

Taalachterstand is één van de belangrijkste factoren waarom allochtone kinderen het niet zo goed doen op school. Als ouders hun kinderen in de beginjaren kunnen bijstaan, zijn ze vertrokken en kunnen ze op eigen kracht verder. Maar om te kunnen helpen met huiswerk en om met de school te kunnen communiceren over eventuele problemen is kennis vereist en die ontbreekt vaak.

Wij juichen voorstellen en maatregelen die de verantwoordelijkheid van allochtone ouders versterken toe. Positieve betrokkenheid van ouders bij de schoolloopbaan van kinderen is inderdaad een kritische succesfactor.

Het succes van dergelijke maatregelen hangt echter in grote mate af van een goed gecoördineerd beleid tussen het Vlaamse en het federale niveau. Pas als dat gerealiseerd is, zijn de verwachtingen ten aanzien van nieuw- en oudkomers echt duidelijk. Als men in Vlaanderen dus een inburgeringbeleid volgt, dan moet dat worden afgestemd op de federale wetgeving over nationaliteitsverwerving.

Wij dringen daarom al jaren aan op een koppeling tussen het recht op gezinshereniging en de verplichting om in te burgeren, zodat wie niet inburgert het recht op verblijf verliest. Hetzelfde geldt voor de nationaliteitsverwerving: geen recht op de Belgische nationaliteit zonder bewijs van inburgering, wat onder meer de kennis van één van de landstalen inhoudt.

De minister zegt nu dat wie Belg wil worden zich moet integreren. Daarmee onderschrijft hij het standpunt van CD&V hieromtrent. Jammer genoeg is tijdens de paarsgroene regering de integratievoorwaarde uit de nationaliteitswetgeving verdwenen. Ook onder paars is de integratiebereidheid niet opnieuw als voorwaarde in de wetgeving opgenomen.

Nu, na acht jaar beleid, pleit de minister opnieuw voor het koppelen van de integratievoorwaarden aan de verwerving van de Belgische nationaliteit. Waarom hebben hij en Open VLD dat standpunt niet verdedigd tijdens de acht jaar dat ze in de federale regering zaten? Is de minister van plan om op korte termijn nog concrete wijzigingen aan te brengen aan de nationaliteitswetgeving?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord voor van minister Dewael.

Het is inderdaad zo dat ik voorstander ben van een aantal aanpassingen aan de Belgische nationaliteitswetgeving.

Ik heb mij tijdens deze legislatuur ingezet om ongerijmdheden in die wetgeving weg te werken. Mijn collega van Justitie, die bevoegd is voor deze materie, heeft, mede op mijn verzoek, een wetgevend initiatief genomen. Dit heeft geleid tot de aanpassing van de nationaliteitswetgeving op verschillende punten.

Ik som de voornaamste aanpassingen nogmaals op:

Ik meen dat deze aanpassingen noodzakelijk waren en de regering heeft haar verantwoordelijkheid ook genomen.

Ik hoop dat de vraagsteller ooit in de mogelijkheid zal zijn als bewindsman vast te stellen dat hij niet al zijn inzichten uitgevoerd kan krijgen in een regeerakkoord dat steeds een compromis moet zijn, tenzij de partij van de vraagsteller de absolute meerderheid zou behalen, wat ik uiteraard niet hoop.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Ik dank de minister voor de intenties die hij mij toemeet voor een volgende legislatuur.

Concreet denk ik dat er, alvast in Vlaanderen, een consensus bestaat over het feit dat er een koppeling moet zijn tussen integratie, taalbereidheid en nationaliteitsverwerving. In Vlaanderen zitten we daaromtrent op één lijn; het is jammer dat we daarover fundamenteel van mening verschillen met onze Waalse landgenoten. Dat is wellicht de reden waarom daarover onder paars geen enkele vooruitgang is geboekt, maar integendeel een achteruitgang kan worden vastgesteld.

Ik hoop dat onze duidelijke intentie om dat in een volgend regeerakkoord op te nemen, werkelijkheid zal worden.

Vraag om uitleg van de heer Hugo Vandenberghe aan de minister van Economie, Energie, Buitenlandse Handel en Wetenschapsbeleid over «het fonds voor lekkende stookolietanks» (nr. 3-2264)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, antwoordt.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Een jaar geleden al stelde ik de minister een vraag over het fonds voor lekkende stookolietanks. Vorig jaar was het fonds nog steeds niet operationeel, hoewel dat was aangekondigd voor 2005.

Staatssecretaris Mandaila Malamba las vorig jaar in de Senaat het antwoord van de minister. Daaruit bleek dat er wel heel wat commotie, maar nog steeds geen fonds was. Eind januari 2006 zouden de diensten van de minister opnieuw een politieke werkgroep, met vertegenwoordigers van de drie gewestelijke kabinetten, samenroepen om uit de impasse te raken. Indien die gesprekken positief verliepen, zou in september 2006 de oprichting van het fonds een feit zijn. Het bleef echter bijzonder stil.

Hoe staat het met de oprichting van het fonds voor lekkende stookolietanks?

Indien het fonds nog niet operationeel is, hoe komt het dat de minister niet uit de impasse is geraakt en hoe ziet hij de verdere ontwikkeling van het fonds voor lekkende stookolietanks?

Indien het fonds is opgericht, sinds wanneer is het dan operationeel? Wat zijn de concrete, uitgewerkte initiatieven van het fonds?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van minister Verwilghen.

Bodemsanering is een bevoegdheid die volledig aan de gewesten toekomt.

De enige bevoegdheid die ik in deze materie als minister van Energie heb, is het innen van een bijdrage via het prijzenmechanisme van de programmaovereenkomst om aldus een fonds de nodige middelen te bezorgen.

De bevoegde regionale kabinetten hebben echter geen enkel initiatief genomen om een degelijke oplossing voor te stellen voor het probleem van lekkende stookolietanks. Zoals ik had beloofd, hebben mijn medewerkers verschillende vergaderingen georganiseerd waar nieuwe elementen naar voren werden gebracht. Onder meer de bijdrage van verzekeringen zou een belangrijke rol spelen.

Ik kon echter geen consensus verkrijgen die ook voor de sector en voor de federale kabinetten voldoening gaf.

De sector wil dat er een premie komt voor de vernieuwing van tanks. De gewesten aanvaarden dat. De federale kabinetten willen zich echter beperken tot de sanering van vervuilde terreinen, wat in feite een regionale bevoegdheid is.

Ik zie echter een uitweg met medewerking van de verzekeringssector. De onderhandelingstijd om hierover met de gewesten tot een akkoord te komen, is echter veel te kort om deze regering de gelegenheid te geven nog een samenwerkingsakkoord te bereiken. De gewesten moeten dan de genomen initiatieven voortzetten.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - De minister verwijst nu naar de gewesten. Nochtans was het de federale regering die het fonds aankondigde. Zoals gewoonlijk gaf de regering ons een mooie, maar lege doos.

Vraag om uitleg van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de terugbetaling van medische voedingsproducten voor patiënten met een stofwisselingsziekte» (nr. 3-2254)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken, antwoordt.

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Stofwisselingsziekten komen niet zo vaak voor zodat de problemen van door de ziekte getroffen patiënten minder aan bod komen.

Voor volwassenen en kinderen met een stofwisselingsziekte zijn medische voedingsproducten natuurlijk erg belangrijk. Medische voeding is dieetvoeding voor medisch gebruik, namelijk voedingsmiddelen die worden aangeboden als speciaal bewerkte of samengestelde voedingsmiddelen voor bijzondere voeding en die onder medisch toezicht door patiënten moeten worden gebruikt. Deze voedingsmiddelen zijn bestemd voor de voeding, uitsluitend of gedeeltelijk, van patiënten, wier vermogen om via gewone voedingsmiddelen, bepaalde nutriënten of bepaalde metabolieten in te nemen, te verteren, te absorberen, te metaboliseren of uit te scheiden, beperkt, aangetast of verstoord is. Zij zijn eveneens bestemd voor de patiënten die andere medisch bepaalde behoeften aan nutriënten hebben, voor de behandeling waarvan niet louter met wijziging van het normale voedingspatroon noch met andere voedingsmiddelen voor bijzondere voeding, noch met een combinatie van beide, kan worden volstaan.

Het leven van verschillende patiënten kan positief beïnvloed worden door het tijdig aanbieden van nieuwe verbeterde medische voedingsproducten.

In het buitenland zijn die gewoonlijk snel op de markt beschikbaar, maar in ons land lijkt de procedure vaak nogal stroef te verlopen. Sommige termijnen zijn niet wettelijk vastgelegd en dat zorgt voor de nodige moeilijkheden.

Zo bepaalt het koninklijk besluit van 24 oktober 2002 de procedures, termijnen en voorwaarden waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tegemoetkomt in de kosten van dieetvoeding voor medisch gebruik. Een aanvraag tot opname op de lijst kan worden gericht tot de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen. Binnen de tien dagen na de ontvangst van de aanvraag tot opname van een medische voeding, gaat het secretariaat van de commissie na of het ingediende dossier volledig is. Als de aanvraag volledig is, wordt het dossier aan de commissie doorgestuurd. Als de aanvraag onvolledig is, deelt het secretariaat dat mee aan de aanvrager binnen de tien werkdagen na de ontvangst van de aanvraag met de vermelding van de elementen die ontbreken. Dat verloopt allemaal zeer goed.

De commissie formuleert dan een gemotiveerd voorstel dat een standpunt bevat omtrent de vergoedingswaarden, de vergoedingsbasis en de vergoedingscategorie. Hier knelt het schoentje. Hierop staat namelijk geen termijn. Er bestaat wel een termijn van dertig dagen voor de aanvrager om op dit voorstel te reageren of eventueel uitstel te vragen. Ook op een reactie die de aanvrager op het voorlopige voorstel doet, staat geen termijn op het antwoord van de commissie daarop. Op het definitieve voorstel is het dus soms lang wachten.

De aanvragers, vaak farmaceutische firma's, moeten zich dus aan een strikte termijn houden, maar voor de overheidsinstellingen die uitsluitsel moeten geven, zijn geen termijnen opgelegd. Dat maakt het voor de firma's natuurlijk erg lastig en demotiverend. Ze weten wel wanneer ze een aanvraag indienen en waaraan ze zich moeten houden, maar ze weten nooit wanneer ze uiteindelijk een antwoord zullen krijgen. Voor de patiënten is het natuurlijk ook frustrerend omdat zij ook zien dat buitenlandse patiënten reeds gebruik kunnen maken van de nieuwe producten.

Is de minister van dit probleem op de hoogte? Erkent hij dat er leemtes in de wetgeving zijn? Overweegt hij de nodige aanpassingen in het koninklijk besluit op te nemen?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord.

Ik ben op de hoogte van de bepalingen van het koninklijk besluit van 24 oktober 2002 tot vaststelling van de procedures, termijnen en voorwaarden waaronder de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen tegemoetkomt in de kosten van dieetvoeding voor medisch gebruik.

In die reglementering wordt geen melding gemaakt van de maximumtermijn tussen de aanvraag en de publicatie. Tijdens het onderzoek van de vele aanvragen die bij de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen werden ingediend vragen zowel de vertegenwoordigers van de apothekers als de vertegenwoordigers van de verzekeringsinstellingen of de uitgenodigde deskundigen regelmatig extra informatie aan de bedrijven of aan meer gespecialiseerde deskundigen. Ongeacht de reglementering worden de termijnen opgeschort vanaf de dag waarop het secretariaat de vraag om extra informatie verstuurt tot de dag waarop het antwoord wordt ontvangen.

De huidige reglementering kan evenwel worden aangepast zodat de periode tussen de aanvraag van het bedrijf en de publicatie in het Belgisch Staatsblad wordt ingekort. Die vraag zal aan de Overeenkomstencommissie apothekers-verzekeringsinstellingen worden voorgelegd.

Vraag om uitleg van mevrouw Mia De Schamphelaere aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «weesgeneesmiddelen» (nr. 3-2268)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.

Mevrouw Mia De Schamphelaere (CD&V). - Op het ogenblik kennen we ongeveer 7.000 zeldzame ziekten. Het zijn - vaak ernstige en chronische - aandoeningen die, volgens de Europese regelgeving, bij minder dan 5 op 10.000 Europeanen voorkomen. Dat betekent voor België een maximum van 5.000 patiënten per ziekte, maar talrijke ziekten zijn veel zeldzamer. Men schat dat in Europa al snel 25 miljoen mensen of zo'n 5% van de bevolking - patiënten en hun familie - op de een of andere manier met een zeldzame ziekte worden geconfronteerd. Trekken we deze cijfers door naar België, dan gaat het om zo'n 500.000 mensen.

Het onderzoek naar en de ontwikkeling van weesgeneesmiddelen voor die zeldzame ziekten is niet vanzelfsprekend vanwege de complexiteit van de ziekten en het beperkte aantal patiënten. Vaak rijzen dan ook vragen over de rentabiliteit van dergelijke geneesmiddelen.

De farmaceutische industrie is dan ook niet geneigd te investeren in zeer dure onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's, wanneer onzekerheid bestaat over het terugverdienen van de geïnvesteerde bedragen.

Om ten dele aan deze problemen tegemoet te komen, vaardigde de Europese Unie in 2000 de verordening betreffende de erkenning van de weesgeneesmiddelen uit. Deze stelt dat erkende weesgeneesmiddelen kunnen rekenen op Europese en nationale stimuleringsinstrumenten, teneinde hun ontwikkeling en het op punt stellen te vergemakkelijken. Belangrijkste steunmaatregel is dat het weesgeneesmiddel tien jaar lang een beschermde markt krijgt tegenover gelijkaardige producten. Dat is een belangrijke aanvulling op de gebruikelijke octrooibescherming. Verder genieten kmo's die weesgeneesmiddelen produceren, een verminderde registratiekost, is een centrale registratie in de Europese Unie verplicht en krijgen ze gratis advies bij het opstellen van onderzoeksprotocollen en registratieaanvragen. Hierdoor is het aantal erkende weesgeneesmiddelen op de Europese markt al opgelopen tot dertig en kregen meer dan 400 ontwikkelingsprojecten het statuut van weesgeneesmiddel in ontwikkeling.

Tal van Europese landen, waaronder Nederland, Frankrijk, Italië, Spanje en Zweden, hebben al werk gemaakt van nationale stimuleringsmaatregelen om te zoeken naar weesgeneesmiddelen voor zeldzame aandoeningen. Zo heeft Nederland al in april 2001 een officiële stuurgroep in het leven geroepen om te wegen op het beleid inzake weesziekten en weesgeneesmiddelen. Frankrijk ging nog verder. Daar werd een nationaal plan ontwikkeld om de toegankelijkheid tot diagnose, behandeling en verzorging voor patiënten met een zeldzame aandoening te verbeteren.

In België worden elf van de dertig goedgekeurde weesgeneesmiddelen terugbetaald, maar er is nood aan reflectie over hoe men de algemene aanpak van zeldzame aandoeningen, met inbegrip van de beschikbaarheid van weesgeneesmiddelen, kan verbeteren.

Onlangs hebben diverse Belgische gezondheidspartners een informele stuurgroep Weesgeneesmiddelen opgericht. Is de minister van plan om deze stuurgroep formeel te erkennen en uit te breiden? Deze stuurgroep moet een vertegenwoordiging zijn van patiënten, artsen, overheid, ziekenfondsen, wetenschappers en de industrie en zou de motor moeten zijn om de kennis van zeldzame ziektes en weesgeneesmiddelen te bevorderen en beleidsmaatregelen te ontwikkelen.

In een van de jongste programmawetten heeft de minister ervoor gezorgd dat de taks op de omzet van weesgeneesmiddelen wordt verminderd. Heeft hij ook plannen voor een meer algemene aanpak? Zal hij een beleidsactieplan opzetten om zeldzame aandoeningen bij de zorgverstrekkers en het grote publiek beter bekend te maken, de ontwikkeling van weesgeneesmiddelen aan te moedigen en de beschikbaarheid ervan te verbeteren?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van minister Demotte.

Het probleem van de toegang tot weesgeneesmiddelen is mij bekend en krijgt mijn aandacht. Ik heb dienaangaande dan ook al diverse initiatieven genomen.

Een koninklijk besluit van 8 juli 2004 heeft een college van artsen opgericht, dat bij de dienst Geneeskundige Verzorging van het RIZIV is ondergebracht. De opdrachten ervan en de te volgen procedures worden in het besluit duidelijk omschreven.

De Commissie tegemoetkoming geneesmiddelen onderzoekt zorgvuldig elke aanvraag tot terugbetaling. Er wordt telkens een specifieke werkgroep opgericht van artsendeskundigen op het vlak van de betrokken pathologie, die voor de CTG aanbevelingen formuleert inzake terugbetalingscriteria. Indien de CTG geen advies met een tweederde meerderheid van de stemmen uitbrengt, neem ik de beslissing. Zo heb ik een positieve beslissing genomen omtrent de terugbetaling van het weesgeneesmiddel Myozyme voor de behandeling van de ziekte van Pompe, ondanks de extreem hoge kost van dat geneesmiddel. Bij mijn keuze heb ik me laten leiden door het unanieme advies van de deskundigen ter zake, die allen de klinische voordelen van het geneesmiddel erkenden. Bovendien verhoogt Myozyme aanzienlijk de levenskwaliteit.

De wet van 10 juni 2006 tot hervorming van de heffingen op de omzet van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten, die op 8 september 2006 in het Belgisch Staatsblad werd gepubliceerd, stelt de weesgeneesmiddelen vrij van de heffing op farmaceutische specialiteiten. Ik heb ook steunmaatregelen uitgewerkt voor onderzoekers die verbonden zijn aan universiteiten of farmaceutische ondernemingen.

Ik heb een werkgroep Universiteit en onderzoek opgericht, waarvoor vertegenwoordigers van de regering, van pharma.be en van de vier grootste farmaceutische ondernemingen van ons land worden uitgenodigd. In die werkgroep wordt de samenwerking met de universiteiten en het oriënteren van jongeren naar research besproken. De specifieke problematiek van het fundamenteel onderzoek behoort niet tot de bevoegdheid van de minister van Volksgezondheid.

Ten slotte zijn er besprekingen aan de gang om een vervroegde evaluatieprocedure van nieuwe geneesmiddelen en weesgeneesmiddelen door de CTG in te voeren. Deze vervroegde evaluatieprocedure kan van start gaan zodra het Europees Comité voor de evaluatie van geneesmiddelen voor menselijk gebruik een positief advies heeft gegeven. We moeten het formele akkoord van de Europese Commissie niet afwachten. Deze procedure kan ervoor zorgen dat de geneesmiddelen sneller op de Belgische markt komen en dus voor de patiënten sneller beschikbaar zijn.

Mevrouw De Schamphelaere sprak over de informele werkgroep rond weesgeneesmiddelen. Ik heb natuurlijk niets tegen de oprichting van welke werkgroep dan ook, vooral niet wanneer het een probleem betreft dat zo belangrijk is als dat van de weespathologieën. Een onlangs ingediend voorstel van resolutie bepaalt zeer nauwkeurig de opdrachten die aan de werkgroep moeten worden toevertrouwd.

De wetenschappelijke aspecten van de weesgeneesmiddelen zijn al zorgvuldig geëvalueerd door EMEA, die de gebruikscontext bepaalt en het statuut van weesgeneesmiddel toekent. De leden van de CTG onderzoeken aandachtig deze elementen, samen met de farmaco-economische aspecten, die primordiaal zijn in het kader van een beter gebruik van de beschikbare middelen. Zoals reeds hoger vermeld, legt de CTG op basis van al die elementen de terugbetalingsvoorwaarden vast. Daarbij baseert ze zich ook op de geregistreerde indicaties en de beschikbare klinische studies.

Ik durf dus te zeggen dat ik al het mogelijke gedaan heb en nog steeds doe om voor de patiënten de toegang tot weesgeneesmiddelen te vergemakkelijken en de patiënten geïnformeerd heb over alle initiatieven ter zake.

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «een nazorgplan voor kankerpatiënten» (nr. 3-2266)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - De Nederlandse Gezondheidsraad maakte onlangs een rapport bekend dat erop wijst dat medische specialisten betere afspraken moeten maken over de nazorg van kankerpatiënten. Er kan, luidens de raad, aan de nazorg nog veel worden verbeterd. Meer in het bijzonder vindt de raad dat elke patiënt een nazorgplan naar huis moet meekrijgen. Daarin moet staan wie welke zorg biedt en wanneer. De controle zou gemiddeld een jaar moeten duren.

Verder moeten de huisarts en de specialist aan het einde van die periode duidelijke afspraken maken wie de verdere zorg voor zijn rekening neemt en welke punten in het bijzonder in de gaten moeten worden gehouden. Na een intensieve medische behandeling blijft er bij de meeste patiënten een gevoel van onzekerheid. Als de therapie met succes is afgerond, vragen patiënten zich af wat er nog meer kan worden gedaan. Als het met de therapie niet gelukt is de kanker uit te schakelen, is het de vraag hoe de symptomen zo goed mogelijk bestreden kunnen worden en wie daarbij kan helpen. Nazorg is in beide situaties dan ook erg belangrijk.

Hoe reageert de minister op de suggesties van de Nederlandse Gezondheidsraad? Wat is er in België beleidsmatig voorzien in verband met de nazorg bij kanker? Wat vindt de minister van de suggestie om voor elke kankerpatiënt een nazorgplan uit te werken? Kan de minister toelichten welke andere beleidssporen hij overweegt voor het nazorgtraject van kankerpatiënten?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van de minister.

De Vlaamse Gezondheidsraad stelt een controlekader voor om de nazorg van kankerpatiënten beter te structureren. De meeste voorstellen van de raad worden in België bij de oncologische zorg reeds toegepast, zoals het belang van de psychosociale zorg en de begeleiding van de kankerpatiënten.

In België besteden de zorgverstrekkers tijdens de nazorg aandacht aan het informeren en begeleiden van de patiënt, aan het vroegtijdig opsporen van nieuwe symptomen van kanker en aan de evaluatie van de medische behandeling. In elk ziekenhuis coördineert een multidisciplinair team de nazorg.

Elke patiënt wordt bij iedere stap van de behandeling persoonlijk begeleid. Elke vorm van kanker vereist een stelselmatige nazorg. Zo maakt het koninklijk besluit over de borstklinieken het mogelijk om bij borstkanker een algemene en optimale nazorg te bieden.

Vraag om uitleg van de heer Wouter Beke aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «referentieterugbetaling van geneesmiddelen» (nr. 3-2273)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.

De heer Wouter Beke (CD&V). - Op 1 juni 2001 startte het systeem van referentieterugbetaling, waarmee de overheid het voorschrijven van goedkopere geneesmiddelen ging stimuleren. Met dit systeem wil de overheid een kwalitatieve, effectieve en veilige farmaceutische zorg bieden aan een substantieel lagere prijs, zowel voor de patiënt als voor de gemeenschap. De verwachte besparingen kunnen worden gebruikt voor de snellere en betere terugbetaling van geneesmiddelen die nieuwe therapeutische mogelijkheden bieden. Dat komt onrechtstreeks het onderzoek naar nieuwe geneesmiddelen ten goede.

Hoeveel heeft de referentieterugbetaling tijdens de afgelopen legislatuur jaarlijks opgebracht? Aan welke nieuwe geneesmiddelen werd de opbrengst gespendeerd?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van minister Demotte.

In het hiernavolgende overzicht worden alleen de besparingen opgenomen die het gevolg zijn van het invoeren van het referentievergoedingssysteem. Er zijn immers ook nog andere maatregelen genomen, zoals het vervroegd toepassen van prijsdalingen op geneesmiddelen, de wijziging van remgeldplafonds, enzovoorts.

In 2005 zijn aan het referentievergoedingssysteem enkele wijzigingen aangebracht. Sinds 1 juli zijn de generieken en de kopieën en dus de terugbetalingsbasis 30% goedkoper, in plaats van 26%. Sinds 1 oktober is het systeem uitgebreid tot alle farmaceutische vormen.

Het referentievergoedingssysteem leverde volgende besparingen op: 17,152 miljoen euro in 2004, 91,922 miljoen euro in 2005 en 27,319 miljoen euro in 2006.

Een dertigtal geneesmiddelen van klasse 1 - de innoverende geneesmiddelen - werden in de periode januari 2004 tot december 2006 opgenomen in de lijst van de vergoedbare farmaceutische specialiteiten. Ik zal de lijst van deze geneesmiddelen bezorgen aan de heer Beke.

Vraag om uitleg van mevrouw Stéphanie Anseeuw aan de minister van Werk over «beveiligde chatboxen» (nr. 3-2265)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven antwoordt.

Mevrouw Stéphanie Anseeuw (VLD). - De minister van Werk maakte eind maart bekend dat het project van veilige chatboxen onvoldoende succes heeft. Zo bezochten in heel de maand februari slechts 75 kinderen een veilige chatbox. De veilige chatboxen zijn een goed initiatief en verdienen het dat er een doorstart komt, waarbij we als overheid meer oog hebben voor de eigenheden van de jeugdcultuur. Waarom deze chatbox niet aanbieden aan de jeugdzenders? Elke jeugdzender heeft immers een eigen doelpubliek. De waaier is zeer groot, gaande van gamers die op JIM.be aan hun trekken komen tot de jongere Ketnetters. De jeugdzenders kunnen deze chatbox personaliseren en er bijvoorbeeld filmpjes en downloads op plaatsen.

Een ander probleem ligt in het te gesloten karakter van de beveiligde chat. Waarom zou men deze niet openbreken, waarbij iedereen kan deelnemen, mits identificatie via eID bij de beheerder? Jongeren zitten immers niet graag in een gesloten cocon. De moderator of de beheerder kan waar nodig de identiteit van de chatter achterhalen als er klachten zijn of als de chat ontaardt.

Wat vindt de minister van de suggestie om de beveiligde chatboxen aan te bieden aan alle jeugdzenders, waarbij deze laatste de chatboxen kunnen personaliseren door er bijvoorbeeld filmpjes aan te koppelen?

Is de minister voorstander van een aanpassing van het concept van de beveiligde chatboxen? Is hij het met me eens, gezien de resultaten van het onderzoek van enkele media naar het chatgedrag van jongeren, dat verdere bewustmaking van de risico's die jongeren op de chat soms kunnen lopen, vereist is? Hoe wordt dit ingevuld?

Heeft hij met de providers en de websitebeheerders overlegd om concrete afspraken te maken over chatten? Vindt hij ook dat zelfregulering een stuk van de puzzel is? Is hij voorstander van de verdere uitbouw, ondersteuning en eventuele opleiding van de moderatoren van chatsites?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Consumentenzaken. - Ik lees het antwoord van minister van Vanvelthoven.

De beveiligde chatboxen zoals die vorig jaar ontwikkeld zijn door Fedict, in samenwerking met ISPA - de associatie van de internetproviders in België - kunnen door jeugdzenders worden geïntegreerd in hun portaalomgevingen. Reeds van in het begin was het de bedoeling om deze beveiligde chatboxen te laten integreren in andere, bestaande portaalomgevingen, wat dan ook gebeurd is. Op de website www.saferchat.be is te zien dat de beveiligde chatboxen enkel via andere, bestaande portaalsites benaderd kunnen worden. Deze portaalsites zijn op dit ogenblik chat.be, KreyNet, Skynet, in het bijzonder Kid City, en Telenet. Elke portaalsite heeft zijn eigen `look and feel' kunnen geven aan deze beveiligde chatboxen en ze aldus volledig kunnen integreren in hun eigen omgeving. Er zijn gesprekken tussen mijn administratie, Fedict en de VRT over het gebruik van de eID en de kids-ID in de volgende versie van KetnetKick, het multimedia computerspel van Ketnet, de kinderzender van de VRT. Deze nieuwe versie wordt verwacht in de eerste helft van 2008.

Het publiek dat chat op bijvoorbeeld chat.be of KreyNet is een ander publiek dan dat van Skynets Kid City. Toch gaat het om dezelfde software, maar ze werd door de verantwoordelijken van deze portaalsites anders aangekleed en ingevuld. Mijn administratie, in samenwerking met ISPA, levert enkel de basissoftware van de beveiligde chatboxen. Hoe die chatboxen moeten worden aangekleed en ingevuld, wordt overgelaten aan de verantwoordelijken van de portaalsites. Tenslotte kennen die hun doelpubliek - en wat zij verlangen - het best.

Daarnaast heb ik reeds in 2005, naar aanleiding van het bezoek van Bill Gates aan België, met Microsoft, in het bijzonder met MSN - zowat dé populairste chatsite onder de jeugd, en zelfs onder de bevolking - de idee ontwikkeld om binnen MSN zich aan te melden met de eID of kids-ID, naast zij die zich aanmelden met een `nickname'. Zo weet elke chatter wie bereid is zijn echte naam te geven en wie niet. Het voorstel van senator Anseeuw gaat in diezelfde richting met dit verschil dat de chatter zich enkel bekend maakt bij de chatboxbeheerder en niet aan elke chatter. Dit idee moet zeker verder bekeken worden.

Heel wat studies, bewustmakingsprojecten, etc. werden reeds rond dit thema uitgevoerd. Zeer geregeld verschijnt in de pers één en ander over het chatgedrag van onze jongeren. Dat is inderdaad nog niet voldoende. Verdere bewustmaking is nodig. De overheid kan het initiatief nemen door zelf bewustmakingscampagnes te voeren, of kan stimulerend optreden door die organisaties die vandaag bezig zijn met `safe chat' te ondersteunen.

Zoals ik reeds heb aangegeven heb ik de beveiligde chatboxen samen met ISPA ontwikkeld. Wij hebben dus niet alleen samen gezeten, maar zelfs samengewerkt! De beveiligde chatboxen zijn daarvan het resultaat. Daarnaast hebben wij ISPA ook kunnen stimuleren om een eigen ethische code op te stellen van wat accepteerbaar is op een chatbox en wat niet. Deze ethische code wordt nu door de chatboxbeheerders toegepast.

De ethische code is een goed voorbeeld van zelfregulering. Ik ben het dus zeker met de senator eens dat zelfregulering een belangrijk onderdeel van de oplossing vormt. Deze taak behoort toe aan de eigenaars van de chatboxen.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats donderdag 19 april om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 19.35 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Van de Casteele, de heren Vankrunkelsven en Verreycken, in het buitenland, mevrouw Tindemans, de heren Dedecker, Destexhe en Wilmots, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Naamstemmingen

Stemming 1

Aanwezig: 52
Voor: 44
Tegen: 3
Onthoudingen: 5

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Christian Brotcorne, Francis Delpérée, Clotilde Nyssens.

Onthoudingen

Wouter Beke, Mia De Schamphelaere, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 2

Aanwezig: 54
Voor: 16
Tegen: 37
Onthoudingen: 1

Voor

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Isabelle Durant.

Stemming 3

Aanwezig: 54
Voor: 38
Tegen: 5
Onthoudingen: 11

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Wouter Beke, Mia De Schamphelaere, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Stemming 4

Aanwezig: 53
Voor: 53
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 5

Aanwezig: 55
Voor: 17
Tegen: 37
Onthoudingen: 1

Voor

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Isabelle Durant.

Stemming 6

Aanwezig: 55
Voor: 37
Tegen: 7
Onthoudingen: 11

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Wouter Beke, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Francis Delpérée, Isabelle Durant, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Stemming 7

Aanwezig: 56
Voor: 38
Tegen: 1
Onthoudingen: 17

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Isabelle Durant.

Onthoudingen

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Stemming 8

Aanwezig: 57
Voor: 18
Tegen: 38
Onthoudingen: 1

Voor

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Isabelle Durant.

Stemming 9

Aanwezig: 57
Voor: 38
Tegen: 7
Onthoudingen: 12

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Onthoudingen

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 10

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 11

Aanwezig: 57
Voor: 15
Tegen: 39
Onthoudingen: 3

Voor

Wouter Beke, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Nele Jansegers, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Francis Delpérée, Clotilde Nyssens.

Stemming 12

Aanwezig: 57
Voor: 15
Tegen: 38
Onthoudingen: 4

Voor

Wouter Beke, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Mia De Schamphelaere, Nele Jansegers, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Tegen

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Christian Brotcorne, Francis Delpérée, Isabelle Durant, Clotilde Nyssens.

Stemming 13

Aanwezig: 57
Voor: 38
Tegen: 19
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Stemming 14

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 15

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 16

Aanwezig: 57
Voor: 48
Tegen: 1
Onthoudingen: 8

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Isabelle Durant.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Stemming 17

Aanwezig: 56
Voor: 47
Tegen: 1
Onthoudingen: 8

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Tegen

Isabelle Durant.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Stemming 18

Aanwezig: 53
Voor: 45
Tegen: 0
Onthoudingen: 8

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Michel Delacroix, Nele Jansegers, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Stemming 19

Aanwezig: 56
Voor: 56
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 20

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 21

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 22

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Stemming 23

Aanwezig: 57
Voor: 45
Tegen: 0
Onthoudingen: 12

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Isabelle Durant, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande.

Stemming 24

Aanwezig: 57
Voor: 40
Tegen: 0
Onthoudingen: 17

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Marie-Hélène Crombé-Berton, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Franco Seminara, Fauzaya Talhaoui, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Ludwig Vandenhove, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

Onthoudingen

Wouter Beke, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Sabine de Bethune, Francis Delpérée, Mia De Schamphelaere, Nele Jansegers, Clotilde Nyssens, Etienne Schouppe, Jan Steverlynck, Hugo Vandenberghe, Luc Van den Brande, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem.

Stemming 25

Aanwezig: 57
Voor: 57
Tegen: 0
Onthoudingen: 0

Voor

Jihane Annane, Stéphanie Anseeuw, Wouter Beke, Sfia Bouarfa, Mimount Bousakla, Jacques Brotchi, Christian Brotcorne, Yves Buysse, Jurgen Ceder, Pierre Chevalier, Berni Collas, Jean Cornil, Hugo Coveliers, Frank Creyelman, Marie-Hélène Crombé-Berton, Sabine de Bethune, Christine Defraigne, Michel Delacroix, Francis Delpérée, Amina Derbaki Sbaï, Jacinta De Roeck, Mia De Schamphelaere, Nathalie de T' Serclaes, Isabelle Durant, Pierre Galand, Christel Geerts, Jean-Marie Happart, Margriet Hermans, Nele Jansegers, Joëlle Kapompolé, Jeannine Leduc, Nele Lijnen, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Bart Martens, Philippe Moureaux, Staf Nimmegeers, Stefaan Noreilde, Clotilde Nyssens, Luc Paque, Fatma Pehlivan, Etienne Schouppe, Franco Seminara, Jan Steverlynck, Fauzaya Talhaoui, Hugo Vandenberghe, Lionel Vandenberghe, Dany Vandenbossche, Luc Van den Brande, Ludwig Vandenhove, Anke Van dermeersch, Joris Van Hauthem, Myriam Vanlerberghe, André Van Nieuwkerke, Luc Willems, Paul Wille, Olga Zrihen.

In overweging genomen voorstellen

Wetsvoorstellen

Artikel 81 van de Grondwet

Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek, het Gerechtelijk Wetboek en het Wetboek van de Belgische Nationaliteit teneinde de voorrang van het burgerlijk huwelijk boven iedere andere viering te herbevestigen (van mevrouw Christine Defraigne; Stuk 3-2380/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsvoorstel tot regeling van de reclame voor cosmetische ingrepen (van mevrouw Christine Defraigne; Stuk 3-2382/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsvoorstel betreffende de toepassing van het verlaagd BTW-tarief op diensten van autokeuringscentra ten gunste van sommige invaliden of gehandicapten (van de heer Christian Brotcorne; Stuk 3-2384/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsvoorstel tot wijziging van de programmawet van 2 augustus 2002 en van de wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme, teneinde een betere strijd te kunnen voeren tegen de handel in "bloededelstenen" (van de heer Pierre Galand; Stuk 3-2385/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Voorstel van bijzondere wet

Artikel 77 van de Grondwet

Voorstel van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen met betrekking tot de brandweerdiensten (van de heer Wouter Beke c.s.; Stuk 3-2388/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Voorstellen van resolutie

Voorstel van resolutie tot huldiging van de Rechtvaardigen van België (van mevrouw Christine Defraigne en de heer Alain Destexhe; Stuk 3-2383/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Voorstel van resolutie tot wijziging van het koninklijk besluit van 23 maart 1998 betreffende het rijbewijs teneinde de diplomatieke en consulaire overheden in staat te stellen aan Belgen die in het buitenland verblijven of er zich bevinden een duplicaat van het rijbewijs uit te reiken en het te vernieuwen (van mevrouw Anne-Marie Lizin; Stuk 3-2387/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Voorstel van resolutie tot erkenning van de Palestijnse Staat door België (van mevrouw Amina Derbaki Sbaï; Stuk 3-2389/1).

-Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Voorstellen van verklaring tot herziening van de Grondwet

Voorstel van verklaring tot herziening van artikel 21, tweede lid, van de Grondwet om het aan te vullen met het principe dat de wet altijd boven religieuze akten staat (van mevrouw Christine Defraigne; Stuk 3-2379/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet (van de heer Luc Van den Brande c.s.; Stuk 3-2381/1).

-Verzonden naar de Commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Vragen om uitleg

Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:

-Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden.

Evocaties

De Senaat heeft bij boodschappen van 30 maart 2007 en van 3, 4 en 10 april 2007 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van:

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2345/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging, wat de private ziekteverzekeringsovereenkomsten betreft, van de wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst (Stuk 3-2355/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 9 juli 1975 betreffende de controle der verzekeringsondernemingen, wat de fusie door overneming van de onderlinge verzekeringsverenigingen betreft (Stuk 3-2356/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van sommige bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 teneinde ze in overeenstemming te brengen met bepaalde principes van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap en de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte (Stuk 3-2358/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp betreffende de consumentenakkoorden (Stuk 3-2359/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 10 april 1995 betreffende de herverdeling van de arbeid in de openbare sector (Stuk 3-2360/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 3 juli 1967 betreffende de preventie van of de schadevergoeding voor arbeidsongevallen, voor ongevallen op de weg naar en van het werk en voor beroepsziekten in de overheidssector en van de arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 (Stuk 3-2361/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2362/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (Stuk 3-2363/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (Stuk 3-2364/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp tot wijziging, wat de vaststelling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 65 jaar betreft, van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970 (Stuk 3-2366/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 8 augustus 1981 houdende de oprichting van het Nationaal Instituut voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van de Hoge Raad voor oorlogsinvaliden, oud-strijders en oorlogsslachtoffers en van het koninklijk besluit van 22 juni 1983 houdende statuut van nationale erkentelijkheid ten gunste van de leden van het Expeditiekorps voor Korea, teneinde "27 juli 1953" te vervangen door "15 september 1954" in het statuut van nationale erkentelijkheid ten gunste van de leden van het expeditiekorps voor Korea (Stuk 3-2369/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (Stuk 3-2370/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden.

Wetsontwerp op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in emittenten waarvan aandelen zijn toegelaten tot de verhandeling op een gereglementeerde markt en houdende diverse bepalingen (Stuk 3-2371/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 20 juli 1979 betreffende de wederzijdse bijstand inzake de invordering van schuldvorderingen die voortvloeien uit bepaalde bijdragen, rechten, belastingen en andere maatregelen, in uitvoering van de richtlijn 2006/84/EG van de Commissie van 23 oktober 2006 (Stuk 3-2373/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 inzake de vergoedingen toegekend aan kunstenaars (Stuk 3-2374/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Niet-evocatie

Bij boodschap van 11 april 2007 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de bekrachtiging door de Koning, het volgende niet geëvoceerde wetsontwerp:

Wetsontwerp betreffende de pensioenen van de openbare sector (Stuk 3-2123/1).

-Voor kennisgeving aangenomen.

Boodschappen van de Kamer

Bij boodschappen van 29 maart 2007 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van dezelfde dag werden aangenomen:

Artikel 77 van de Grondwet

Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de federale Staat, de Franse Gemeenschap en het Waals Gewest met betrekking tot het administratief en financieel beheer van de provinciale coördinaties voor de gelijkheid van vrouwen en mannen (Stuk 3-2357/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot aanpassing van het Gerechtelijk Wetboek aan de wetgeving ter bestrijding van discriminatie en tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2365/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2367/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Ontwerp van bijzondere wet tot wijziging van de bijzondere wet van 2 mei 1995 betreffende de verplichting om een lijst van mandaten, ambten en beroepen, alsmede een vermogensaangifte in te dienen, wat betreft de gemeentelijke en provinciale mandatarissen (Stuk 3-2368/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot opheffing van artikel 8 van de wet van 2 maart 1989 op de openbaarmaking van belangrijke deelnemingen in ter beurze genoteerde vennootschappen en tot reglementering van de openbare overnameaanbiedingen, en tot wijziging van artikel 121 van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiële sector en de financiële diensten (Stuk 3-2372/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Artikel 78 van de Grondwet

Wetsontwerp tot wijziging, wat de vaststelling van de graad van blijvende arbeidsongeschiktheid na de leeftijd van 65 jaar betreft, van de wetten betreffende de schadeloosstelling voor beroepsziekten, gecoördineerd op 3 juni 1970 (Stuk 3-2366/1).

-Het ontwerp werd ontvangen op 30 maart 2007; de uiterste datum voor evocatie is dinsdag 24 april 2007.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 29 maart 2007.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Artikel 80 van de Grondwet

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1981 tot bestraffing van bepaalde door racisme of xenofobie ingegeven daden (Stuk 3-2362/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 30 maart 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 april 2007.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 29 maart 2007.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp ter bestrijding van discriminatie tussen vrouwen en mannen (Stuk 3-2363/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 30 maart 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 april 2007.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 29 maart 2007.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Wetsontwerp ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie (Stuk 3-2364/1).

-Het wetsontwerp werd ontvangen op 30 maart 2007; de uiterste datum voor evocatie is maandag 16 april 2007.

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 29 maart 2007.

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Kennisgeving

Wetsontwerp betreffende de verhaalbaarheid van de erelonen en kosten verbonden aan de bijstand van een advocaat (van mevrouw Fauzaya Talhaoui en de heer Flor Koninckx; Stuk 3-1686/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 29 maart 2007 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek met betrekking tot de geschillen inzake de toewijzing, de herziening en de weigering van de materiële hulp (Stuk 3-1939/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 29 maart 2007 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek inzonderheid met betrekking tot bepalingen inzake het gerechtspersoneel van het niveau A, de griffiers en de secretarissen en inzake de rechterlijke organisatie (van de Regering; Stuk 3-2009/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 29 maart 2007 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Wetsontwerp tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakorganisaties van de griffiers van de rechterlijke orde, de referendarissen bij het Hof van Cassatie en de referendarissen en de parketjuristen bij de hoven en rechtbanken (van de Regering; Stuk 3-2010/1).

-De Kamer heeft het ontwerp aangenomen op 29 maart 2007 zoals het haar door de Senaat werd overgezonden.

Indiening van wetsontwerpen

De Regering heeft volgende wetsontwerpen ingediend:

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol, opengesteld voor ondertekening te Berlijn van 1 juni 2006 tot 1 november 2006, tot wijziging van de Overeenkomst inzake de oprichting van een Internationale Commissie voor de Internationale Opsporingsdienst, gesloten te Bonn op 6 juni 1955 (van de Regering; Stuk 3-2376/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Wetsontwerp houdende instemming met het Samenwerkingsakkoord van 2 maart 2007 tussen de Federale Staat, het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest betreffende de uitvoering van de Overeenkomst tot verbod van de ontwikkeling, de productie, de aanleg van voorraden en het gebruik van chemische wapens en inzake de vernietiging van deze wapens, gedaan te Parijs de 13de januari 1993 (van de Regering; Stuk 3-2386/1).

-Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging.

Arbitragehof - Arresten

Met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbitragehof - Prejudiciële vragen

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Arbitragehof - Beroepen

Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Arbitragehof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Algemene vergaderingen van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de voorzitter van Algemene Vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken ressorterende onder het Hof van Beroep te Brussel (FR) overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor het jaar 2006 van de Algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken ressorterende onder het Hof van Beroep van Brussel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 27 maart 2007.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de voorzitter van Algemene Vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken ressorterende onder het Hof van Beroep te Brussel overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor het jaar 2006 van de Algemene vergadering van de vrederechters en de rechters in de politierechtbanken ressorterende onder het Hof van Beroep van Brussel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Arbeidsauditoraten

Bij brief van 21 maart 2007 heeft de arbeidsauditeur te Namen en te Dinant overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Arbeidsauditoraat te Namen en te Dinant, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 7 maart 2007.

Bij brief van 26 maart 2007 heeft de arbeidsauditeur te Doornik overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Arbeidsauditoraat te Doornik, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 22 maart 2007.

Bij brief van 27 maart 2007 heeft de arbeidsauditeur te Nijvel overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Arbeidsauditoraat te Nijvel, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 8 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de arbeidsauditeur te Aarlen, Marche-en-Famenne, Neufchâteau, overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Arbeidsauditoraat te Aarlen, Marche-en-Famenne, Neufchâteau, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 27 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de arbeidsauditeur te Mechelen overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Arbeidsauditoraat te Mechelen, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 28 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2006 heeft de arbeidsauditeur te Dendermonde overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de 2005 van het Arbeidsauditoraat te Dendermonde, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 15 maart 2006.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de arbeidsauditeur te Luik overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Arbeidsauditoraat te Luik, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering op 27 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Hof van Beroep

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de eerste voorzitter van het Hof van Beroep te Brussel, overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het activiteitenverslag 2006 van het Hof van Beroep te Brussel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Arbeidshof

Bij brief van 27 maart 2007 heeft de eerste voorzitter van het Arbeidshof te Bergen, overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Arbeidshof te Bergen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Parketten

Bij brief van 21 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Eupen overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Eupen, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 15 maart 2007.

Bij brief van 22 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Mechelen overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Mechelen, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 16 maart 2007.

Bij brief van 22 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Veurne overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Veurne, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 20 maart 2007.

Bij brief van 26 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Tongeren overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Tongeren, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 22 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Dinant overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Dinant, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 26 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Nijvel overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Nijvel, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 16 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Gent overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Gent, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 6 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Ieper overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Ieper, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 20 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Turnhout overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Turnhout, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 27 maart 2007.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Charleroi overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Charleroi, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 27 maart 2007.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Hoei overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Hoei, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 29 maart 2007.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Namen overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Namen, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 29 maart 2007.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de Procureur des Konings te Oudenaarde overeenkomstig artikel 346 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van het Parket van de Procureur des Konings te Oudenaarde, goedgekeurd tijdens zijn korpsvergadering van 27 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Rechtbanken van koophandel

Bij brief van 22 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Aarlen en Neufchâteau overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Aarlen en Neufchâteau, 8 en 13 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Antwerpen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Antwerpen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 20 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Dinant overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Dinant, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 27 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Mechelen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Mechelen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van koophandel te Namen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag voor 2006 van de Rechtbank van koophandel te Namen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 27 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Rechtbanken van eerste aanleg

Bij brief van 22 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Brugge, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 19 maart 2007.

Bij brief van 22 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Hoei overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Hoei, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 22 maart 2007.

Bij brief van 26 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Dendermonde, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 22 maart 2007.

Bij brief van 26 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Luik overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Luik, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 21 maart 2007.

Bij brief van 27 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Brussel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 22 maart 2007.

Bij brief van 27 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Doornik overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Doornik, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Tongeren, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 27 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Hasselt, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 29 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Marche-en-Famenne overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Marche-en-Famenne, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 26 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Oudenaarde, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 27 maart 2007.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de voorzitter van de Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 29 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Arbeidsrechtbanken

Bij brief van 21 maart 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbank te Antwerpen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 14 maart 2007.

Bij brief van 27 maart 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Brugge overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbank te Brugge, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 8 maart 2007

Bij brief van 27 maart 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Charleroi overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbank te Charleroi, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 8 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Mechelen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbank te Mechelen, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 23 maart 2007.

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbanken te Verviers en te Eupen overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbanken te Verviers en te Eupen, goedgekeurd tijdens hun algemene vergadering van 6 maart 2007.

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Nijvel overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek aan de Senaat overgezonden, het werkingsverslag 2006 van de Arbeidsrechtbank te Nijvel, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 12 maart 2007.

Bij brief van 30 maart 2007 heeft de voorzitter van de Arbeidsrechtbank te Hasselt overeenkomstig artikel 340 van het Gerechtelijk Wetboek 2006 van de Arbeidsrechtbank te Hasselt, goedgekeurd tijdens zijn algemene vergadering van 22 maart 2007.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Verdrag inzake de rechten van het kind

Bij brief van 29 maart 2007 heeft de vice-eerste minister en minister van Justitie, aan de Senaat overgezonden, overeenkomstig artikel 2 van de wet van 4 september 2002 tot instelling van een jaarlijkse rapportage over de toepassing van het Verdrag inzake de rechten van het kind, het jaarverslag voor 2006.

-Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

Raadgevend Comité voor Bio-ethiek

Bij brief van 28 maart 2007 heeft de voorzitter van het Raadgevend Comité voor Bio-ethiek aan de Senaat overgezonden:

het advies nr. 38 van 13 november 2006 betreffende genetisch onderzoek met het oog op het vaststellen van de afstamming na het overlijden.

-Verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden en naar de commissie voor de Justitie.