4-70

4-70

Belgische Senaat

4-70

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 2 APRIL 2009 - OCHTENDVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Wetsontwerp houdende instemming met het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, en met de Bijlage, gedaan te Londen op 23 maart 2001 (Stuk 4-1188)

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol van 1996 tot wijziging van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 2 mei 1996 (Stuk 4-1192)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement (Stuk 4-1252) (Evocatieprocedure)

Wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek inzake het bewijs tot machtiging van een andere kiezer bij tijdelijk verblijf in het buitenland (van mevrouw Martine Taelman en de heer Patrik Vankrunkelsven, Stuk 4-590)

Wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen (Stuk 4-1253)

Wetsontwerp tot machtiging van de Minister van FinanciŽn om leningen aan het Groothertogdom Luxemburg toe te staan (Stuk 4-1256) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten (Stuk 4-1257) (Evocatieprocedure)

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens met het oog op het verbod op de financiering van de vervaardiging, het gebruik of het bezit van uraniumwapens (van de heer Philippe Mahoux, Stuk 4-704)

Voorstel van resolutie betreffende de verdere terugdringing van de wereldwijde leprabesmetting (van mevrouw Els Schelfhout c.s., Stuk 4-1157)

Voorstel van resolutie om de strijd tegen tuberculose op te voeren (van de heer FranÁois Roelants du Vivier c.s., Stuk 4-1123)

Berichten van verhindering


Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, eerste ondervoorzitter

(De vergadering wordt geopend om 10.10 uur.)

Wetsontwerp houdende instemming met het Internationaal Verdrag van 2001 inzake de burgerlijke aansprakelijkheid voor schade door verontreiniging door bunkerolie, en met de Bijlage, gedaan te Londen op 23 maart 2001 (Stuk 4-1188)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Hermans verwijst naar haar schriftelijke verslag.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Vanmiddag zullen wij hopelijk een belangrijk verdrag van 2001 goedkeuren over schade door verontreiniging door bunkerolie. Dat is een bekend fenomeen voor wie de ontwikkelingen in het maritieme milieu volgt. Alleen erger ik mij aan het feit dat het verdrag acht jaar later nog moet worden goedgekeurd.

Bovendien vrees ik dat we opnieuw meemaken wat met het MARPOL-verdrag gebeurde. De Senaat keurde het MARPOL-verdrag goed in 1984. Omdat de uitvoeringsbesluiten en bijlagen niet tijdig in het Belgisch Staatsblad werden gepubliceerd, kon een aantal feitelijke overtredingen van die wetgeving niet worden bestraft. Zo heeft de rechtbank van Brugge vonnissen geveld over grove incidenten, meer bepaald een oliespoor van 30 km lang en 80 m breed. Het openbaar ministerie vorderde 4 miljoen euro schadevergoeding. De rechter kon die schadevergoeding echter niet toekennen omdat de regering nagelaten had uitvoeringbesluiten en bijlagen te publiceren.

Ik hoop dat dit met het voorliggende verdrag niet het geval zal zijn.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp. Zie stuk 4-1288/1.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol van 1996 tot wijziging van het Verdrag van 1976 inzake beperking van aansprakelijkheid voor maritieme vorderingen, gedaan te Londen op 2 mei 1996 (Stuk 4-1192)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Hermans verwijst naar haar schriftelijke verslag.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Om naar een schriftelijk verslag te verwijzen, moet de rapporteur wel aanwezig zijn.

Er zijn senatoren die graag als rapporteur op een verslag worden vermeld; ik vind het niet meer dan normaal dat ze dan ook bij de bespreking in plenaire vergadering aanwezig zijn.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging is dezelfde als de tekst van het wetsontwerp. Zie stuk 4-1192/1.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement (Stuk 4-1252) (Evocatieprocedure)

Wetsvoorstel tot wijziging van het Kieswetboek inzake het bewijs tot machtiging van een andere kiezer bij tijdelijk verblijf in het buitenland (van mevrouw Martine Taelman en de heer Patrik Vankrunkelsven, Stuk 4-590)

Wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen (Stuk 4-1253)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Ik stel voor de wetsontwerpen en het wetsvoorstel samen te bespreken. (Instemming)

De voorzitter. - Het woord is aan de heer Claes voor een mondeling verslag.

De heer Dirk Claes (CD&V), rapporteur. - Het eerste wetsontwerp werd eerder in de Kamer goedgekeurd en na evocatie in de Senaatscommissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden behandeld. Daar werd het op 31 maart goedgekeurd.

De twee wetsontwerpen strekken er in de eerste plaats toe de verbeteringen die door de wet van 13 februari 2007 voor de federale wetgevende verkiezingen werden ingevoerd, te integreren in de wetgeving tot regeling van de modaliteiten van de verkiezing van de gewest- en de gemeenschapsparlementen, alsook van het Europees Parlement.

De voorliggende wetsontwerpen zullen onder andere voor vrijwilligers de mogelijkheid creŽren om zich vanaf 18 jaar als bijzitter voor de kies- en telbureaus te melden. Vroeger moest een bijzitter minstens 30 jaar zijn. Het gebeurde geregeld dat ouders van kleine kinderen als bijzitter werden opgeroepen.

Voorts zullen de nummers van de kandidaten mee op de lijst worden geplaatst, wat vroeger niet het geval was.

Het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen brengt ook nog een aantal wijzigingen aan die zich na de verkiezingen van 10 juni 2007 opdrongen. Voorts worden nog een aantal specifieke wijzigingen in het Algemeen Kieswetboek aangebracht.

Zo zullen bijvoorbeeld de verkiezingen in de toekomst door internationale waarnemers kunnen worden gevolgd. Hiermee wordt ingegaan op een vraag van de OVSE.

Tenslotte beoogt het wetsontwerp twee welbepaalde doelstellingen. In de eerste plaats wordt de toekenning van een volmacht versoepeld. Men zal tot op de dag vůůr de verkiezingen via een verklaring op eer volmacht kunnen verlenen bij een verblijf in het buitenland. Het zal met andere woorden mogelijk worden om zonder attest van het verblijf in het buitenland volmacht te verlenen, en dat tot de dag vůůr de verkiezingen. Daarnaast wordt een antwoord geboden op het arrest nr. 187/2005 van het Arbitragehof. De schorsing van het stemrecht naar aanleiding van een strafrechtelijke veroordeling wordt opgeheven. De rechter zal die nu steeds moeten uitspreken en de duur ervan bepalen.

De Raad van State heeft in zijn advies over de twee wetsontwerpen geen specifieke opmerkingen geformuleerd.

Het wetsvoorstel van mevrouw Taelman en de heer Vankrunkelsven vervalt. De amendementen van senator Jansegers c.s. op wetsontwerp 4-1252 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement zijn onontvankelijk verklaard. De amendementen op wetsontwerp 4-1253 houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen van de heer Coveliers c.s. en van de heer Buysse en mevrouw Jansegers zijn verworpen.

Beide wetsontwerpen zijn in de commissie unaniem aangenomen door de aanwezige leden.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Ik wijs de huidige minister niet met de vinger na, maar het valt te betreuren dat er geen regeling is getroffen om Belgen die in het buitenland verblijven, aan de verkiezingen voor de parlementen van de deelstaten en voor het Europees Parlement te laten deelnemen. Ik vind dat zeer erg. Het zijn belangrijke verkiezingen. Tienduizenden Belgen wonen in het buitenland, maar betalen in BelgiŽ belastingen. Ze komen hun verplichtingen als Belg na, maar ze krijgen geen stemrecht.

Ik begrijp dat dit niet kon worden geregeld op korte termijn, maar we weten toch al vijf jaar dat verkiezingen voor de parlementen van de deelstaten en voor het Europees Parlement zullen plaatsvinden. Ik weet dat een tweederde meerderheid nodig is voor een dergelijke regeling en dat een dergelijke regeling ook verband houdt met andere zaken, maar ik betreur het toch. Het is onaanvaardbaar.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement (Stuk 4-1252) (Evocatieprocedure)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 52-1798/6.)

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Het is een kwalijke gewoonte om enkele maanden voor de verkiezingen de wetgeving aan te passen. In dit ontwerp worden wijzigingen die na de verkiezingen van 2007 noodzakelijk werden, opgenomen, maar dat had de voorbije twee jaar moeten gebeuren. Dit is echt geen goede manier van werken.

Ik ben verontwaardigd omdat de voorzitter van de commissie enkele amendementen over de kieskringen onontvankelijk heeft verklaard. We hebben ze dan ook opnieuw in openbare vergadering ingediend.

De wet van 23 maart 1989 bepaalt dat er vier kieskringen zijn: de Duitstalige, de Vlaamse, de Waalse en de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Onze amendementen, die op deze laatste kieskring betrekking hebben, werden op een volslagen arbitraire manier onontvankelijk verklaard, zodat ze niet konden worden besproken. Daartoe verwees de voorzitter van de commissie naar artikel 59 van het Reglement dat, in tegenstelling tot het Reglement van de Kamer, wel toestaat bepalingen toe te voegen aan een wetsvoorstel of een wetsontwerp als ze daarmee verband houden.

Onze amendementen die ertoe strekken bepalingen toe te voegen, vallen perfect binnen de contouren van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 23 maart 1989 betreffende de verkiezing van het Europees Parlement, waarin we wijzigingen wensen aan te brengen.

Ik herhaal dat de voorzitter van de commissie deze amendementen op een volslagen arbitraire manier onontvankelijk heeft verklaard. Het is toch niet omdat men voorzitter is van de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden dat men moet denken ook voorzitter te zijn van bijvoorbeeld het Parlement van AlbaniŽ.

Ik heb de voorzitter van de Senaat gisteren dienaangaande dan ook een brief bezorgd. Daarenboven verwijs ik naar precedenten. Voor de federale verkiezingen van 2007 heeft men immers ook zogenoemde technische wijzigingen aangebracht in het Kieswetboek.

Wij hebben toen van die bespreking gebruik gemaakt om enkele amendementen met betrekking tot de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde in te dienen. Ze werden wel ontvankelijk verklaard en er werd kort over gediscussieerd, zoals men kan nagaan in het verslag van collega Delpťrťe. Die amendementen werden terecht ontvankelijk verklaard, omdat ze bijkomende wijzigingen in het Algemeen Kieswetboek wilden aanbrengen en daarmee perfect binnen de contouren bleven van wat toen werd besproken.

Ik zal dus niet aanvaarden dat onze amendementen, die we, zoals dat hoort, opnieuw hebben ingediend in de plenaire vergadering, onontvankelijk worden verklaard, want dan kunnen we de boeken wel sluiten. Dan moeten we nooit meer een ontwerp amenderen, want als een amendement ertoe strekt zaken te wijzigen waar het ontwerp zelf niet aan raakt, dan kan er altijd worden ingeroepen dat het onontvankelijk is. Dat is te gek voor woorden.

Ik weet wel - of kan tenminste vermoeden, want bewijzen kan ik het natuurlijk niet - waarom onze amendementen onontvankelijk werden verklaard, namelijk wegens hun inhoud, de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Op het tweede ontwerp hebben we immers ook amendementen ingediend en die zijn merkwaardig genoeg wel ontvankelijk verklaard.

De Senaat mist weer eens een kans om de kieskringen ook voor de verkiezing van het Europees Parlement aan te passen aan de grondwettelijke realiteit. De kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde geldt niet alleen bij de verkiezingen voor de Kamer en de Senaat, maar helaas ook voor het Europees Parlement. Ik weet wel dat we deze keer niet kunnen zwaaien met een arrest van het Grondwettelijk Hof, maar dat doet niets af aan de politieke logica achter de reden waarom aan Vlaamse kant de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de Kamer wordt gevraagd.

Met de huidige grondwettelijke indeling in taalgebieden is het absoluut niet logisch dat de Vlaamse lijsten gelden in Vlaanderen en Brussel en de Franstalige lijsten in WalloniŽ en Brussel en Halle-Vilvoorde. Vijf jaar geleden werd aan Vlaamse kant ook al gezegd dat dit moest veranderen. In 2003 keurde het Vlaams Parlement bijna unaniem een resolutie goed die aandrong op een splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde om de evidente redenen die hier al zo vaak zijn herhaald. De Vlaamse regering werd `met aandrang' gesommeerd het regeerakkoord op dit punt uit te voeren en ervoor te zorgen dat de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde en het gerechtelijk arrondissement gesplitst werden vůůr de volgende Europese verkiezingen. Na het arrest van het Grondwettelijk Hof van mei 2003 kwam in 2004, met de Europese verkiezingen, de lakmoesproef en eigenlijk moesten de kieskringen toen al aan de grondwettelijke realiteit en aan de indeling in taalgebieden worden aangepast. Daar werd destijds geen gehoor aan gegeven. Intussen is het vijf jaar later en is er voor de Kamer nog niets gebeurd. De zaak zit nu niet in de ijskast, maar in de diepvriezer tot na 7 juni.

De Vlaamse partijen, die hier overigens schitteren door afwezigheid, hebben schromelijk nagelaten in de praktijk te brengen wat ze al twee verkiezingen lang aan de Vlaamse kiezers beloven, namelijk dat er een einde komt aan de discriminatie die het bestaan van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde nog altijd inhoudt. Maar de Vlaamse collega's hebben straks bij de stemming nog steeds de mogelijkheid onze amendementen, die heel eenvoudig de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde opheffen, goed te keuren en alsnog hun beloftes aan de kiezers waar te maken.

De heer Francis Delpťrťe (cdH). - Mijnheer de voorzitter, ik vraag de toepassing van artikel 59, tweede lid, van ons Reglement en de onontvankelijkheidsverklaring van de amendementen die niet rechtstreeks verband houden met het voorliggende wetsontwerp. Er is geen reden om stil te blijven staan bij het opschrift van het ontwerp betreffende de verkiezing van het Europees Parlement omdat het ontwerp slechts technische bepalingen bevat. Wij hebben trouwens de aandacht gevestigd op de inhoud: de regeling voor de bijzitters, de volmachtregeling, de uitvoering van een arrest van het Grondwettelijk Hof en een advies van de Raad van State. Dat heeft niets te maken met de kieskringen zoals ze in de wet op de Europese verkiezingen zijn vastgelegd.

Ik voeg eraan toe - de heer Van Hauthem wees er trouwens al op - dat het arrest van 26 mei 2003 niets met het onderwerp te maken heeft omdat het slechts betrekking heeft op de verkiezing van de volksvertegenwoordigers. De grondwettelijke beginselen die de heer Buysse in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden heeft ingeroepen, namelijk de artikelen 1 tot 5 van de Grondwet, hebben evenmin iets met het onderwerp uit te staan.

Moet ik er nog aan herinneren dat de parlementsverkiezingen in principe verlopen op basis van provinciale kieskringen? En dat de kieskring van de provincie Luik - de heren Collas en Elsen kunnen daarvan getuigen - een verzameling is van kiezers die leven in gemeenten die voor sommigen deel uitmaken van de Franse Gemeenschap en voor anderen van de Duitstalige Gemeenschap? Het idee dat de indeling in gemeenschappen zou beantwoorden aan de indeling in kieskringen geeft de tekst een betekenis die hij niet heeft.

Ik vraag u dus het amendement onontvankelijk te verklaren.

De heer Dirk Claes (CD&V). - De commissie voor de Binnenlandse Zaken van de Kamer heeft verschillende wetsvoorstellen over de splitsing van het kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde goedgekeurd, die weliswaar door het belangenconflict zijn opgeschort. Als we de amendementen van de heer Van Hauthem nu zouden goedkeuren, zou dat een nieuw belangenconflict kunnen doen ontstaan, wat nog meer vertraging zou veroorzaken. Het is beter de lopende procedures af te wachten in plaats van een nieuwe carrousel van belangenconflicten op gang te brengen.

De heer Francis Delpťrťe (cdH). - Ik wil er nog aan toevoegen dat de voorstellen van de heer Van Hauthem of van zijn fractie als wetsvoorstel kunnen worden ingediend. Ervan uitgaan dat ze gewoon als een amendement kunnen worden behandeld, is voor mij echter een brug te ver.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - De discussie gaat niet over de inhoud van onze amendementen, maar over de vraag of ze ontvankelijk zijn. Daarvoor verwijs ik naar het verslag van de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden van 5 december 2006 over de bespreking van het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen. Die wijzigingen gingen over bijzitters, over volmachten, allemaal even technische wijzigingen als die van het ontwerp dat we vandaag behandelen. Onze fractie heeft toen amendementen ingediend met de bedoeling de kieskring te wijzigen. Die zijn ontvankelijk verklaard, eerst in de commissie en nadien ook in de plenaire vergadering, waar wij ze opnieuw hadden ingediend. Ze zijn daar bediscussieerd en er is over gestemd. Ik begrijp best dat de heer Delpťrťe niet staat te springen om onze amendementen goed te keuren, maar daar gaat het niet over. Het gaat over de vraag of wij nog het grondwettelijk recht hebben om te amenderen.

Natuurlijk hebben onze amendementen met dit ontwerp te maken. De titel van het ontwerp alleen al maakt dat zeer duidelijk: het ontwerp brengt wijzigingen aan in de wet van 23 maart 1989. Wij voegen daar enkele wijzigingen aan toe. Zo eenvoudig is dat. Stel eens voor dat de regering in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden nog een amendement had ingediend, omdat ze ontdekt had dat er iets niet klopte. Als ons amendement onontvankelijk wordt verklaard, zou dat ook met zo'n regeringsamendement moeten gebeuren. Dat is toch te gek voor woorden. Wij willen met dit amendement alleen doen wat in artikel 59 van het Reglement van de Senaat beschreven staat: `Onder een amendement wordt verstaan elk voorstel om een of meer bepalingen van een voorstel of ontwerp te wijzigen, te vervangen of te doen vervallen of om er bepalingen aan toe te voegen op een aan te geven plaats.'

De heer Francis Delpťrťe (cdH). - U moet de tekst tot aan het einde lezen. Er staat nergens dat het gaat om het wijzigen, vervangen of schrappen van een of meer bepalingen van een wet. Er staat: voorstel om een of meer bepalingen van `het' voorstel of `het' ontwerp dat wordt besproken, te wijzigen, te vervangen of te doen vervallen. Dat is niet hetzelfde.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Er staat toch zeer duidelijk `om er bepalingen aan toe te voegen'. Dat is precies wat wij doen. Overigens heeft de Senaat in 2006 precies op basis van dit artikel geoordeeld dat onze amendementen ontvankelijk waren. En nu zou de Senaat, op basis van datzelfde artikel, precies het tegenovergestelde doen? Dat kan niet.

De voorzitter. - De heer Van Hauthem heeft uiteraard, net als alle leden van de oppositie, het recht om erop te wijzen dat het amenderingsrecht door de Grondwet is vastgelegd en dat het zeer uitzonderlijk is dat de voorzitter amendementen onontvankelijk verklaart. Het precedent van 2006 kunnen we niet zonder meer verwerpen, maar de toestand vandaag is totaal anders dan die van 2006.

De voorzitter heeft de bevoegdheid om ongrondwettige amendementen onontvankelijk te verklaren. Dat blijkt uit verschillende precedenten. Welnu, ik moet rekening houden met artikel 143 van de Grondwet over de voorkoming en de regeling van belangenconflicten. Los van de discussie of we artikel 59 van het Reglement van de Senaat kunnen toepassen, rijst de vraag of het probleem vandaag niet totaal anders ligt, doordat we nu te maken hebben met een belangenconflict.

De Kamercommissie voor de Binnenlandse Zaken en de Algemene Zaken en het Openbaar ambt heeft het ontwerp tot splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde goedgekeurd en dat maakt het voorwerp uit van een belangenconflict. We moeten de procedure van de Grondwet voor de behandeling van een belangenconflict respecteren. We kunnen niet iedere week bij de behandeling van een of andere kieswet de regeling proberen in te voeren die het voorwerp uitmaakt van een belangenconflict. De procedure inzake een belangenconflict houdt immers in dat de parlementaire behandeling wordt geschorst. Door het indienen van deze amendementen zegt het Vlaams Belang dat die procedure niet geschorst is. Indien de Senaat de amendementen ontvankelijk zou verklaren, dan kan dat ertoe leiden dat, juist wegens het cumuleren van amendementen en een belangenconflict uiteindelijk nooit over dit onderwerp kan worden gestemd.

Mij motivering verschilt van die van de andere voorzitters die tot hier toe de amendementen onontvankelijk hebben verklaard. Wanneer er een belangenconflict loopt, kan niet bij wijze van amendement dezelfde tekst ter stemming worden voorgelegd, want de Senaat moet in het belangenconflict advies geven. In die omstandigheden beschouw ik de amendementen van het Vlaams Belang als onontvankelijk.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Mijnheer de voorzitter, het is mogelijk dat het uw beslissing is, maar dan is ze arbitrair.

De voorzitter. - Mijn beslissing is niet arbitrair. Ik heb ze gemotiveerd, maar op een andere wijze dan alle andere voorzitters. U kunt het daar niet mee eens zijn, maar arbitrair betekent: `ik heb gelijk omdat u ongelijk hebt'. Dat is niet mijn stijl.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Ik wens nog even te repliceren op uw argumentatie. Het belangenconflict dat nu loopt betreft een aantal wetsvoorstellen die met het ontwerp dat we vandaag behandelen niets te maken hebben.

De voorzitter. - Dat gelooft u toch zelf niet, mijnheer Van Hauthem.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Mijnheer de voorzitter, het gaat over de ontvankelijkheid van de amendementen en niet over de politieke gevolgen van een eventuele stemming erover. Dat is iets helemaal anders. U vergelijkt appels met peren. Voor twee wetsvoorstellen is een belangenconflict ingeroepen. Hier gaat het om een ander wetsontwerp, dat niets te maken heeft met het Algemeen Kieswetboek, maar met de verkiezing van het Europees Parlement. Dat wordt door een aparte wet geregeld. Er ligt nu een ontwerp ter wijziging van die wet voor. Waarom zou de Senaat niet kunnen discussiŽren over de aanpassing van de kieskringen omdat er een belangenconflict loopt over iets helemaal anders?

Het kan toch niet dat we op die manier aan besluitvorming moeten doen, dat men op die basis amendementen onontvankelijk verklaart.

De voorzitter. - Mijnheer Van Hauthem, u verwees hier naar het arrest van het Arbitragehof als ratio legis van uw standpunt. Nu beweert u dat het er niets mee te maken heeft. Het heeft er wel iets mee te maken, want het gaat om de splitsing voor verschillende verkiezingen. Het is duidelijk dat u niet van het constitutionele systeem houdt; u houdt niet van het belangenconflict; u houdt zelfs niet van oplossingen.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Mijnheer de voorzitter, u moet mij geen intenties toedichten.

De voorzitter. - U ben hier niet in het Vlaams Parlement, mijnheer Van Hauthem. In de Senaat worden soms nog eens juridische argumenten gebruikt.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Ik ben het niet eens met uw juridische argumenten.

De voorzitter. - Ik weet dat juristen a priori verdacht zijn ...

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Dat heb ik nooit gezegd.

De voorzitter. - In een systeem van een belangenconflict in een federale staat is het zo dat wanneer er een belangenconflict loopt, de parlementaire procedure over dit onderwerp - in casu de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde - geschorst is en men dit onderwerp dus niet elke week opnieuw, bij elk ontwerp, op de agenda kan plaatsen.

Ik heb er alle begrip voor dat u de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde op de politieke agenda wil plaatsen. Politiek gezien is dat een volkomen rechtmatige eis. In de Grondwet is echter de mogelijkheid van een belangenconflict opgenomen en de Grondwet gaat voor op de toepassing van artikel 59 van het Reglement. Bijgevolg verklaar ik de amendementen van de heer Van Hauthem onontvankelijk.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - U zou gelijk hebben indien er een wetsvoorstel bestond waarin de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde voor de verkiezingen voor het Europees Parlement werd voorgesteld. Indien op dat wetsvoorstel een belangenconflict zou lopen, zou het juist zijn te argumenteren dat een wetsvoorstel over enkele technische wijzigingen niet moet worden aangegrepen om een amendement in te dienen in verband met de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde. Het belangenconflict dat nu loopt, heeft echter niets te maken met de indeling in kieskringen voor de verkiezingen voor het Europees Parlement. Uw argument gaat dus niet op. Het is een politieke truc om amendementen onontvankelijk te verklaren, zodat er niet over moet worden gestemd.

De voorzitter. - Het is evident dat, nu er over het politieke probleem van de splitsing van de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde een belangenconflict loopt, uw amendement betrekking heeft op dat probleem. Dat probleem is het reŽle voorwerp van uw amendement. In het perspectief van artikel 143 van de Grondwet is dat amendement onontvankelijk.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel, met de bijlagen, heeft later plaats.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp houdende verscheidene wijzigingen inzake verkiezingen (Stuk 4-1253)

(De tekst aangenomen door de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 52-1799/6.)

De voorzitter. - Artikel 21 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Coveliers c.s. amendement 2 ingediend (zie stuk 4-1253/2) dat luidt:

Artikel 22 luidt:

Op dit artikel heeft de heer Coveliers c.s. amendement 3 ingediend (zie stuk 4-1253/2) dat luidt:

De heer Yves Buysse (VB). - De amendementen 2 en 3 hebben betrekking op de artikelen in het Algemeen Kieswetboek waarin de uitoefening van het kiesrecht tijdelijk wordt opgeschort of geschrapt. Het automatisme waarmee bepaalde veroordelingen een uitsluiting van het kiesrecht tot gevolg hebben, is volgens bepaalde rechtspraak ongrondwettig. In de toelichting van het amendement staat een hele opsomming van verschillende arresten waarin de argumenten voor die ongrondwettigheid naar voren zijn gebracht.

Essentieel voor ons is dat door het huidige systeem mensen die veroordeeld worden wegens een afwijkende mening of overtuiging, ook deelname aan de verkiezingen ontzegd wordt. Dat strookt niet met het beeld dat wij hebben van een democratisch georganiseerde samenleving.

Ook wijzen wij in de toelichting bij deze amendementen op een discriminatie, want het Hof van Cassatie heeft beslist dat bijvoorbeeld een veroordeling voor een vreemde rechtbank de uitoefening van het kiesrecht bij ons niet schorst. Dat betekent concreet dat wanneer een genaturaliseerde medeburger uit een derde land veroordeeld wordt voor bijvoorbeeld terroristische activiteiten, hem het recht tot kiezen om die reden niet kan worden ontzegd. Maar een politiecommissaris die veroordeeld wordt om de wijze waarop hij een aantal criminelen heeft opgespoord en aangehouden, kan door die veroordeling wel het kiesrecht worden ontzegd.

De voorzitter. - De heer Buysse en mevrouw Jansegers hebben amendement 1 ingediend (zie stuk 4-1253/2) dat luidt:

De heer Yves Buysse (VB). - We baseren ons op de voorbereidende werkzaamheden van de Europese commissie voor Democratie door Recht, beter bekend als de Commissie van VenetiŽ. Die commissie heeft een gedragscode met richtlijnen opgesteld en een aantal grondslagen geformuleerd waaraan verkiezingen moeten voldoen om democratisch te zijn.

Een van die grondslagen is de neutraliteit en de onpartijdigheid van de organisatie. In 2006 werden een aantal stembureaus in het Brusselse bevolkt door secretarissen of bijzitters die gekleed waren in kledij die het gelaat verhulde en daarmee een duidelijke politieke boodschap brachten.

Onderhavig amendement heeft tot doel dat alle personen die tijdens het verkiezingsproces een functie uitoefenen in een stem- of telbureau, verplicht worden die functie te vervullen in een geest van volstrekte neutraliteit, ook in hun kledij. Het amendement beoogt ook rechtszekerheid, want naar aanleiding van die vaststellingen hebben politiek leidinggevenden uitspraken gedaan die elkaar tegenspraken. Ook voor de minister is het dus handig dat het amendement vandaag wordt aangenomen.

-De stemming over de amendementen en over de artikelen waarop zij betrekking hebben wordt aangehouden.

-De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel, met de bijlagen, heeft later plaats.

Wetsontwerp tot machtiging van de Minister van FinanciŽn om leningen aan het Groothertogdom Luxemburg toe te staan (Stuk 4-1256) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Berni Collas (MR), rapporteur. - Het wetsontwerp werd op 27 maart 2009 overgezonden aan de Senaat en op dezelfde dag geŽvoceerd. De commissie heeft het wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 31 maart 2009.

De staatssecretaris wijst erop dat dit wetsontwerp betrekking heeft op het geschil over de financiŽle problemen van de Kaupthingbank.

Ik wens eerst enkele wat meer uitleg te geven bij het schriftelijke verslag, zowel wat de toelichting van de staatssecretaris betreft als mijn eigen uiteenzetting. Kaupthing BelgiŽ is een filiaal zonder rechtspersoonlijkheid van het Luxemburgse filiaal van het IJslandse moederhuis van Kaupthingbank.

Die structuur is in het verslag niet duidelijk omschreven. Hiermee beschuldig ik geenszins de diensten van de Senaat, die zeer snel hebben moeten werken.

Ingevolge de beslissingen van de Luxemburgse instanties werden de activiteiten van de Kaupthingbank opgeschort. De Belgische minister van FinanciŽn heeft evenwel beslist dat geen enkele Belgische spaarder aan zijn lot zou worden overgelaten.

De overname door een buitenlandse investeerder zou een oplossing kunnen zijn, maar dat zal afhangen van de onderhandelingen met de Luxemburgse regering.

De Belgische regering is bereid een lening met staatswaarborg toe te kennen: een eerste schijf zonder veel risico van 75 miljoen euro en een tweede meer risicovolle schijf van 85 miljoen euro.

Ik neem aan dat de opmerkingen van de heer Daras getrouw zijn weergegeven in het verslag. Naar mijn opmerkingen heb ik bij het begin van mijn verslag reeds verwezen.

Het wetsontwerp werd eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden. Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van zijn verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 52-1851/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 2 augustus 2002 betreffende het toezicht op de financiŽle sector en de financiŽle diensten (Stuk 4-1257) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Berni Collas (MR), rapporteur. - Dit wetsontwerp werd op 27 maart 2009 overgezonden naar de Senaat en nog dezelfde dag geŽvoceerd. De commissie heeft het ontwerp besproken op haar vergadering van 31 maart 2009.

De staatssecretaris verwijst naar de context van het Kaupthingdossier, waarvoor in een specifieke regeling werd voorzien door de regering, gezien het risico zich in Luxemburg afspeelde.

Voor de Belgische banksector in het algemeen werd een andere weg bewandeld, en dit wetsontwerp is daarvan de weerslag.

De regering wilde aldus bepaalde bankschuldvorderingen garanderen, wat dienstig kan zijn voor banken en coŲperatieve vennootschappen als KBC, ARCO en Cera.

Deze financiŽle instellingen hebben verliezen geleden op afgeleide financiŽle instrumenten. Daarvoor werd een financieel instrument bedacht in de zin van een `bad bank'.

Het wordt ook mogelijk een garantie te geven aan de Gemeentelijke Holding in het raam van het wettelijk raamsysteem, op advies van het Comitť voor FinanciŽle Stabiliteit.

Voor het overige geven de betrokken bepalingen geen aanleiding tot verdere vragen.

Het voorstel werd eenparig aangenomen door de 11 aanwezige leden. Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het uitbrengen van zijn verslag.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(De tekst aangenomen door de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp. Zie stuk Kamer 52-1851/4.)

-De stemming over het wetsontwerp in zijn geheel heeft later plaats.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 juni 2006 houdende regeling van economische en individuele activiteiten met wapens met het oog op het verbod op de financiering van de vervaardiging, het gebruik of het bezit van uraniumwapens (van de heer Philippe Mahoux, Stuk 4-704)

Algemene bespreking

De voorzitter. - Mevrouw Matz verwijst naar haar schriftelijke verslag.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Aangezien BelgiŽ de vervaardiging, het gebruik, het vervoer en de handel in bommen met verarmd uranium heeft verboden, leek het mij logisch ook de financiering ervan te verbieden. Op dezelfde manier werd trouwens geredeneerd voor de antipersoonsmijnen en de clustermunitie. Het voorstel dat de commissie heeft goedgekeurd beoogt precies het verbod op de financiering van wapens die als eigenschap hebben dat ze de burgerbevolking treffen en dat ze gevolgen veroorzaken op zeer lange termijn.

-De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de FinanciŽn en voor de Economische Aangelegenheden, zie stuk 4-704/4.)

-De artikelen 1 tot 3 worden zonder opmerking aangenomen.

-De stemming over het wetsvoorstel in zijn geheel heeft later plaats.

Voorstel van resolutie betreffende de verdere terugdringing van de wereldwijde leprabesmetting (van mevrouw Els Schelfhout c.s., Stuk 4-1157)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging, zie stuk 4-1157/4.)

Mevrouw Olga Zrihen (PS), rapporteur. - Het voorstel van resolutie betreffende verdere terugdringing van de wereldwijde leprabesmetting werd door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging besproken tijdens haar vergadering van 3 en 24 maart 2009.

Dit voorstel van resolutie vraagt aan de regering het voortouw te nemen in de strijd tegen lepra. Het gaat er in de eerste plaats om de strijd tegen een ziekte van de arme landen, die vaak wordt verwaarloosd, op te voeren.

In 2007 werden naar schatting 250 000 nieuwe leprabesmettingen gemeld. Wereldwijd lijden op dit ogenblik tussen 1 en 2 miljoen mensen aan de complicaties van lepra. Het is dus belangrijk de ziekte te bestrijden en nazorg te bieden aan ex-patiŽnten. Ook al daalt het aantal leprabesmettingen wereldwijd, toch mag de strijd absoluut niet worden stopgezet noch verminderd.

De regering wordt ook verzocht de internationale donorgemeenschap op te roepen om de WHO-strategie 2015 te steunen.

Alle commissieleden waren eensgezind over dit thema. Uit de besprekingen zijn geen amendementen voortgekomen die de leidende gedachte van de auteurs op belangrijke punten wijzigen. Het was evenwel van belang in deze wettekst de aandacht te vestigen op de inspanningen van ons land inzake leprabestrijding, in het bijzonder in het kader van het nieuwe gezondheidsbeleid van de DRC, samen met de autoriteiten van de partnerlanden van de Belgische ontwikkelingssamenwerking.

Het geamendeerde voorstel van resolutie in zijn geheel werd unaniem aangenomen door de negen aanwezige leden.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Collega Schelfhout en ikzelf zijn bijzonder blij dat we de steun gekregen hebben van alle leden van de verschillende partijen om deze teksten te bespreken en straks ook goed te keuren. Ik zou willen vragen dat dit niet de zoveelste resolutie wordt die wij enthousiast goedkeuren, maar waarvan we daarna niets meer horen.

De resolutie bevat een aantal zeer concrete vragen aan de regering: het voortouw nemen in de strijd tegen lepra, de EU ertoe aanzetten meer inspanningen te doen en universiteiten en wetenschappelijk instellingen motiveren. Ik hoop dat de regering dit ook doet.

Mevrouw Schelfhout en ikzelf zijn bijzonder blij dat deze resolutie er komt in het jaar dat pater Damiaan heilig wordt verklaard. Zo heeft onze resolutie ook een symbolische waarde.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

Voorstel van resolutie om de strijd tegen tuberculose op te voeren (van de heer FranÁois Roelants du Vivier c.s., Stuk 4-1123)

Bespreking

(Voor de tekst aangenomen door de commissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging, zie stuk 4-1123/1.)

De voorzitter. - Mevrouw Tindemans verwijst naar haar schriftelijke verslag.

De heer FranÁois Roelants du Vivier (MR). - Ik zou kort enkele punten van de resolutie willen onderstrepen.

Hoewel men tuberculose bijna altijd kan vermijden of verzorgen, sterven dagelijks 5000 mensen aan de ziekte. Het is een van de belangrijkste doodsoorzaken van mensen met aids. Op 33 miljoen met aids besmette personen kent amper 20% zijn serostatus en een onnoemelijk klein deel van hen - 2% in 2007 - is op tbc gescreend.

Aids maakt de tbc-epidemie in subsaharaans Afrika aanzienlijk erger; 80% van de tbc-patiŽnten in dat gebied zijn ook besmet met aids.

We moeten dus trachten te beletten dat mensen met aids aan tbc sterven.

Daarom dringen we erop aan om de preventie, de diagnose en de behandeling van tbc in de preventie, de behandeling en de verzorging van aids op te nemen. Door de bestrijding van aids en tuberculose te combineren worden levens gered.

Het verontrust de Wereldgezondheidsorganisatie dat een derde van de tbc-gevallen in de wereld niet wordt gediagnosticeerd, waardoor het gevaar voor de verspreiding van die bijzonder besmettelijke ziekte toeneemt. Bijna 40% van de tbc-gevallen worden slecht gediagnosticeerd en verzorgd. Tbc kan wel worden behandeld, maar meer en meer mensen zijn besmet met medicijnresistente of multiresistente vormen van de ziekte, waarvan de behandeling moeilijk en duur is.

Na negen jaar vooruitgang is de opsporing nu gestagneerd. Men schat het aantal door een resistente tbc-stam besmette zieken op 500 000.

De jongste tien jaar mag het totaal aantal nieuwe tbc-besmettingen dan stabiel zijn gebleven, achter die cijfers gaat een andere werkelijkheid schuil: het aantal gevallen per inwoner daalt te traag.

We moeten dus nieuwe inspanningen doen: onze financiŽle en technische hulp aan tbc-bestrijding moet een plaats krijgen in onze strategie `gezondheidszorg' ten aanzien van de getroffen landen en meer bepaald ten aanzien van onze partnerlanden inzake ontwikkelingssamenwerking.

In sommige Afrikaanse landen noteert men de hoogste tbc-besmettingsgraad ter wereld. Afrika herbergt slechts ongeveer 10% van de wereldbevolking, maar op dat continent wonen 30% van alle tbc-lijders ter wereld. Van de 22 zwaarst getroffen landen, waar 80% van alle tbc-lijders wonen, liggen er negen in Afrika.

In Afrika onderbreken vele patiŽnten hun behandeling, ze sterven of worden overgebracht in de loop van de behandeling, of ze worden eenvoudigweg niet in de metingen opgenomen.

Er dient dringend werk te worden gemaakt van de opsporing, de preventie en de behandeling van tbc bij aidspatiŽnten en omgekeerd ook van de opsporing van aids bij tbc-patiŽnten. Daartoe moeten de getroffen landen nauwer samenwerken en over een degelijker gezondheidszorg beschikken om beide ziekten te bestrijden.

Er werd al heel wat gedaan om de ziekte te bestrijden, maar er is nog heel wat werk aan de winkel om de millenniumdoelstellingen inzake ontwikkeling te halen en om de vooruitgang van de ziekte tegen 2015 te stoppen. Ons land moet zijn inspanningen om de tbc-besmettingen in de wereld terug te dringen, volhouden en zelfs opdrijven, precies omdat tbc een van de belangrijkste doodsoorzaken is bij de armste gemeenschappen van de wereld.

Dat is uiteindelijk wat de resolutie voorstelt.

-De bespreking is gesloten.

-De stemming over het voorstel van resolutie in zijn geheel heeft later plaats.

De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanmiddag om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 11.05 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Lizin, om gezondheidsredenen, mevrouw Smet, de heren Leterme, Van den Brande en Van Overmeire, in het buitenland, mevrouw Defraigne, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.