1-259

1-259

Belgische Senaat

Gewone Zitting 1998-1999

Plenaire vergaderingen

Donderdag 1 april 1999 - Ochtend

Beknopt Verslag

Inhoudsopgave

Regeling van de werkzaamheden

Wetsontwerp tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen (Gedr. St. 1-1255)

Algemene bespreking (Spreker: de heer Nothomb, rapporteur)

Aanneming van de artikelen.

Wetsontwerp betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee (Gedr. St. 1-1292)

Algemene bespreking (Spreker: de heer Nothomb)

Aanneming van de artikelen.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Argentijnse Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, gedaan te Brussel op 12 juni 1996 (Gedr. St. 1-1295)

Aanneming van de artikelen.

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, aangenomen te New York op 10 december 1984 (Gedr. St. 1-1296)

Algemene bespreking (Sprekers: mevr. Sémer, rapporteur, en de heer Nothomb)

Aanneming van de artikelen.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt (Gedr. St. 1-1276) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot aanvulling van de wet van 25 ventôse jaar XI, op het notarisambt, met de artikelen 76, 1°, 78 tot 85 en 95 tot 112 (Gedr. St. 1-1277)

Algemene bespreking (Sprekers: de heren Goris en Vandenberghe, rapporteurs, de heer Desmedt, mevr. Willame-Boonen, de heren Raes en Van Parys, minister van Justitie)

Artikelsgewijze bespreking. Aangehouden stemmingen.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming (van mevrouw Nadia Merchiers c.s.; Gedr. St. 1-667)

Algemene bespreking (Spreker: mevr. Merchiers)

Aanneming van de artikelen.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, met betrekking tot de oproeping bij proces-verbaal in jeugdzaken (Gedr. St. 1-201) (Tweede behandeling)

Algemene bespreking (Spreker : mevr. Merchiers, rapporteur)

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 3 van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst (Gedr. St. 1-1204) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking (Sprekers: de heren Weyts, rapporteur, Moens, mevr. Willame-Boonen en de heer Coene)

Artikelsgewijze bespreking. Aangehouden stemming.

Wetsontwerp tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk (Gedr. St. 1-512)

Aanneming van de artikelen.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel (Gedr. St. 1-1313)

Aanneming van de artikelen.

Wetsontwerp betreffende het vervoer van zaken over de weg (Gedr. St. 1-1242) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking (Sprekers: de heren Coene, rapporteur, en Daerden, minister van Vervoer)

Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1989 houdende vaststelling van de vergoedingen verschuldigd voor het gebruik van de luchthaven Brussel-Nationaal (van de heer Leo Goovaerts; Gedr. St. 1-104)

Algemene bespreking (Sprekers:de heren Coene, rapporteur, en Daerden, minister van Vervoer)

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming van de instellingen voor de Duitstalige Gemeenschap (Gedr. St. 1-1300)

Algemene bespreking (Sprekers: de heren Nothomb, rapporteur, en Chantraine)

Aanneming van de artikelen.

Wetsontwerp betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Gedr. St. 1-1302)

Algemene bespreking (Sprekers: de heren Weyts, rapporteur, en Coene)

Aanneming van de artikelen.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1409, §1, en artikel 1410, §2, van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op de aanpassing van het bedrag van het loon dat niet vatbaar is voor overdracht of beslag (van mevrouw Bea Cantillon; Gedr. St. 1-1008)

Algemene bespreking (Sprekers: mevr. Van der Wildt en de heer Coene)

Aanneming van de artikelen.

Voorzitter: de heer Philippe Mahoux

- De vergadering wordt om 9.10 uur geopend.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Ik stel U voor aan onze agenda van deze morgen toe te voegen, het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, met betrekking tot de oproeping bij proces-verbaal in jeugdzaken (Gedr. St. 1-201/5).

Mevrouw Merchiers zal een mondeling verslag uitbrengen. (Instemming)

Wetsontwerp tot aanpassing aan de totstandkoming van de Europese Economische Ruimte van sommige wetten en besluiten ter uitvoering van verordeningen en richtlijnen van de instellingen van de Europese Gemeenschappen (Gedr. St. 1-1255)

Algemene bespreking

De heer Charles-Ferdinand Nothomb (PSC), rapporteur, (in het Frans).Het ontwerp strekt ertoe sommige bepalingen van de Europese Economische Gemeenschappen uit te breiden tot de Europese vrijhandelszone. Zwitserland heeft het akkoord verworpen. Het verdrag heeft dan ook uitsluitend betrekking op Noorwegen, IJsland en Liechtenstein voor bepaalde juridische regels. De juridische gevolgen voor België zijn marginaal. De akkoorden die na de ondertekening van de overeenkomst betreffende de Europese Economische ruimte zijn gesloten, moesten bij afzonderlijke wetten worden goedgekeurd.

Er is kritiek geuit. Sommigen hadden vragen over de terugwerkende kracht tot 1 januari 1994. De regering heeft gezegd dat die terugwerkende kracht nodig was om een juridisch vacuüm te voorkomen. In de commissie heb ik de minister gevraagd mij mee te delen hoeveel handelingen hierbij betrokken zijn. Hij heeft mij geen antwoord gegeven. Het uitblijven van dat antwoord is echter nog geen reden om dit ontwerp niet goed te keuren.

Wetsontwerp betreffende de exclusieve economische zone van België in de Noordzee (Gedr. St. 1-1292)

Algemene bespreking

De heer Charles-Ferdinand Nothomb (PSC) (in het Frans). - Dit verdrag is belangrijk voor België, aangezien het betrekking heeft op de exclusieve economische zone die door het continentaal plat wordt gevormd. Door dat verdrag wordt het gebied waarvoor België op economische vlak bevoegd is, met 2.000 km² uitgebreid.

In de commissie hebben wij nagegaan welke bevoegdheden de federale Staat en het gewest in dit gebied kunnen uitoefenen. Wij hebben geen antwoord gevonden op die vraag die later in de commissie voor de institutionele aangelegenheden zal worden besproken. Dat mag ons echter niet beletten het verdrag goed te keuren. Dit wetsontwerp is een belangrijke stap vooruit die voortvloeit uit een akkoord dat wij met Nederland, Engeland en Frankrijk hebben gesloten.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen het Koninkrijk België en Argentijnse Republiek tot het vermijden van dubbele belasting en tot het voorkomen van het ontgaan van belasting inzake belastingen naar het inkomen en naar het vermogen, en met het Protocol, gedaan te Brussel op 12 juni 1996 (Gedr. St. 1-1295)

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag tegen foltering en andere wrede, onmenselijke of onterende behandeling of bestraffing, aangenomen te New York op 10 december 1984 (Gedr. St. 1-1296)

Algemene bespreking

Mevrouw Paula Sémer (SP), rapporteur. - Tijdens een inleidende uiteenzetting gaf de minister een toelichting bij het verdrag. Op dit moment hebben 104 landen het voorliggend verdrag geratificeerd; 13 andere landen waaronder België hebben het verdrag nog niet geratificeerd. Ons land ondertekende het verdrag op 4 februari 1995 maar door het uitblijven van het advies van de Raad van State kon de ratificatieprocedure niet beëindigd worden.

Het eerste deel van het verdrag definieert het begrip foltering en somt de verplichtingen van de verdragssluitende partijen op. Er is geen uitzondering op het verbod op foltering en personen mogen niet uitgewezen worden aan een Staat waar zij het risico lopen op foltering. Het tweede deel gaat over het comité tegen folteringen, een internationaal orgaan dat de verdragssluitende partijen controleert. De minister vond dit het zwakste element van het verdrag omdat de toezichtsmiddelen niet optimaal zijn. Het verdrag is in feite een compromis met staten die wat dat betreft een terughoudend standpunt innemen. Deel drie bevat de slotbepalingen over toetreding en procedure.

Tijdens de bespreking vernamen de commissieleden dat dit comité op het niveau van de VN zal worden georganiseerd en dat de minister van justitie snel de nodige wijzigingen van het strafwetboek zal voorstellen. De minister wees er ook op dat België niet uitwijst naar landen waar gefolterd wordt en die geen partij zijn bij dit verdrag en dat multilaterale verdragen zoals het voorliggende voorrang hebben op bilaterale verdragen. De minister is het eens met de bedenking dat de toepassing van de bepalingen problematisch wordt als sommige Staten het comité niet erkennen. Als besluit herinnerde de minister eraan dat er binnen de Raad van Europa een comité tegen foltering bestaat dat zijn nut bewezen heeft.

Tot slot nog enkele persoonlijke bedenkingen. Dit verdrag heeft zijn belang in de algemene problematiek van de mensenrechten. Bij de vijftigste verjaardag van de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens bleek de nood aan verfijning en herbevestiging van de fundamentele principes. Al te vaak primeren economische belangen op de mensenrechten. De mensenrechten zijn een middel om landen te binden in een internationale gemeenschap en te motiveren voor gedeelde verplichtingen zodat conflicten binnen aanvaardbare grenzen blijven.

De goedkeuring van dit verdrag moet dan ook gezien worden in de algemene strijd voor het respect van de mensenrechten. Aantasting van de fysieke integriteit is nergens aanvaardbaar. Gelukkig wordt er vooruitgang geboekt, zoals blijkt met het arrest in de zaak Pinochet. Tot slot wil ik er op wijzen dat de oprichting van het Internationaal Strafhof de mensenrechten een duw in de rug kan geven. (Algemeen applaus)

De heer Charles-Ferdinand Nothomb (PSC) (in het Frans). - Dit Verdrag is heel belangrijk. Het betekent een stap vooruit in het kader van de VN. Wij hadden al stringentere bepalingen aangenomen in het kader van de Raad van Europa. Het gaat hier dus om een uitbreiding waardoor wij willen aantonen dat wij foltering overal willen bestrijden. De minister van Justitie heeft bevestigd dat hij van plan is zo spoedig mogelijk maatregelen voor te stellen om het Verdrag in onze nationale wetgeving toe te passen. Ik ben dus verheugd over de instemming met dit Verdrag.

- De algemene bespreking is gesloten.

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt (Gedr. St. 1-1276) (Evocatieprocedure)

Wetsontwerp tot aanvulling van de wet van 25 ventôse jaar XI, op het notarisambt, met de artikelen 76, 1°, 78 tot 85 en 95 tot 112 (Gedr. St. 1-1277)

Algemene bespreking

De heer Stephan Goris (VLD). (rapporteur) - De minister van Justitie herinnerde eraan dat het ontwerp voor het eerst in maart 1998 bij de Kamer aanhangig werd gemaakt. Het voorliggend ontwerp is het resultaat van een grondige discussie en een hoorzitting in de Kamercommissie. Het werd begin 1999 door de Kamer goedgekeurd.

De benoemingsprocedure voor notarissen wordt geobjectiveerd door het beroep te openen voor andere sociale groepen en enkel de beste kandidaten te benoemen.

Een licentiaat in het notariaat moet eerst drie jaar stage lopen en slagen voor een examen voor een commissie die uit vier notarissen en vier externen bestaat. Dan kan hij de titel kandidaat-notaris voeren. Het aantal notarissen wordt door de koning bepaald en wordt beperkt tot 60 per jaar, behoudens in een overgangsfase.

Een kandidaat-notaris kan volwaardig het beroep uitoefenen. Notarissen kunnen zich voortaan ook associëren onder de vorm van een burgerlijke vennootschap en de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan eventueel een plaatsvervangend notaris benoemen . Er wordt een verplichte pensioenleeftijd van 67 jaar ingevoerd. Voortaan moeten akten niet meer helemaal worden voorgelezen, maar enkel toegelicht.

De provinciale kamer van notarissen oefent voortaan een deel van het tuchtrecht uit. Een Nationale Kamer van Notarissen zorgt onder andere voor de eenvormigheid van de procedures. Er wordt een notarieel fonds opgericht dat notarissen vergoedt voor inkomensverlies bij daling van de erelonen en dat door een percentage op de inkomens van de notarissen wordt gespijsd.

De commissie besliste geen vertegenwoordiger van de notarissen te horen omdat de Kamer dit reeds had gedaan en omdat de wetgever in staat moet zijn zelf te beslissen. Er wordt niet ingegaan op de suggestie om naar Nederlands voorbeeld de numerus clausus in te voeren en de erelonen vrij te laten. Sommige leden vrezen dat de lange procedure velen zal afschrikken. Anderen menen dat kwaliteitsnormen werden ingebouwd, dat de benoemingen worden geobjectiveerd en dat het beroep wordt gedemocratiseerd.

Vragen werden gesteld in verband met de leeftijdsgrens, de openbare en internationale testamenten, de tegenstrijdige belangen en het kopiëren van vroegere akten en over de kwaliteit van de bewaargeving.

Over de beperking van het aantal nieuwe notarissen tot 60 per jaar waren er heel wat vragen. Dit zou nauwelijks volstaan om te voorzien in de vervanging van de uittredende notarissen. Een lid verwijst naar de relativiteit van examens en vraagt of men naar analogie met de magistratuur er niet beter zou aan doen om twee examens te organiseren. Een ander lid merkt op dat met die beperking ongeveer 70% van de kandidaat-notarissen geen uitzicht op een benoeming heeft.

Er was een gedachtenwisseling over de representatieve verenigingen van licentiaat-notarissen en over de beperking van het aantal herkansingsmogelijkheden tot drie. De vraag werd gesteld of een iemand zich mag associëren met een van zijn ouders en of bij de benoeming de familiebanden dan toch niet in aanmerking zullen worden genomen.

Volgens sommige leden zou het, gelet op het advies van de Raad van State, beter zijn de vennootschappen van notarissen te vervangen door een rechtsfiguur sui generis.

Sommige leden meenden in de overnamevergoeding discriminaties te ontwaren.

De genootschappen van notarissen worden nu per provincie in plaats van per arrondissement georganiseerd. Er waren vragen over de opportuniteit hiervan. Bepaalde leden vroegen zich af of een Nationale Kamer van Notarissen geen anachronisme is geworden.

Inzake de tuchtprocedure zijn er vragen rond de samenstelling van de provinciale tuchtorganen. Kleinere arrondissementen worden verontrust door de invloed van de grotere. Sommige leden vroegen zich ook af of er geen magistraat in de tuchtorganen moest zitting hebben om de objectiviteit te bevorderen. Verder werd gewezen op de ongelukkige redactie van artikel 108, lid 1.

Sommige commissieleden meenden dat de overgangsmaatregelen onvoldoende waren. Er werd tevens gewezen op mogelijke problemen bij benoemingen in de interimperiode die samenhangt met de inwerkingtredingsbepalingen. De minister heeft op al die opmerkingen uitvoerig geantwoord.

Na deze eerste bespreking is er nog een tweede gedachtewisseling geweest die vooral handelde over de vergelijkende toelatingsproef en de maximumquota.(Applaus)

De heer Hugo Vandenberghe (CVP), rapporteur. – Deze ontwerpen vormen een historische gebeurtenis. Wetgeving van het begin van de negentiende eeuw wordt hierdoor voor de eerste keer grondig hervormd.

Eerst wens ik te wijzen op het kwalificatieprobleem in het licht van de artikelen 77 en 78 van de grondwet. Het betreft twee ontwerpen waarvan het ene optioneel bicameraal is en het tweede verplicht bicameraal.

Volgens een lid werden drie artikelen ten onrechte als optioneel bicameraal gecatalogiseerd. Het belangrijkste van de drie is artikel 21 van het ontwerp tot wijziging van de Ventôse-wet dat handelt over de benoemingsprocedure van de leden van de benoemingscommissie door Kamer en Senaat en dat daarvoor een tweederde meerderheid voorschrijft. Volgens de Raad van State is dat artikel strijdig met de artikelen 53 en 60 van de grondwet. Onze commissie bevestigde dat de drie betrokken artikelen inderdaad in het bicamerale ontwerp moesten worden opgenomen. Na overleg in de parlementaire overlegcommissie werd beslist die overheveling door te voeren; de desbetreffende amendementen werden eenparig aangenomen.

Ik geef nu eerst verslag over het optioneel bicameraal ontwerp.

Artikel 8 werd aangepast in de zin dat de termen oom en neef werden vervangen door een familieverband in de derde graad.

Een tweede probleem betrof de verplichting van de notarissen te wijzen op tegenstrijdige belangen waardoor de partijen de mogelijkheid hebben een andere notaris aan te stellen. In realiteit komen die tegenstrijdige belangen zeer veel voor, terwijl het juist de bedoeling is verzending te voorkomen. De minister ging dan ook akkoord met een subsidiair amendement waarin wordt bepaald dat de tegenstrijdigheden manifest moeten zijn en de onevenwichten duidelijk. Dit amendement werd eenparig aangenomen.

In artikel 12 werd het eerste lid om juridisch-technische redenen gesplitst.

Artikel 35 bepaalt dat de Koning ieder jaar het aantal benoemingen vaststelt. Er waren amendementen om deze beperking af te schaffen, andere om het aantal te verhogen. Volgens de minister is de beperking het gevolg van behoeftestudies. Hij gaf wel toe dat een aantal criteria onzeker waren.

Sommige leden waren niet overtuigd van de argumentatie van de minister. Geen van de voorgestelde amendementen werd aanvaard.

De amendementen in verband met de splitsing van de Nationale Kamer van Notarissen in een Waalse en een Vlaamse Kamer, werden verworpen om te voorkomen dat de plichtenleer in het noorden en het zuiden van het land zou verschillen.

Sommige leden oordeelden dat, doordat kandidaten slechts driemaal aan het examen mogen deelnemen, er teveel kandidaten uit de boot dreigen te vallen. De minister argumenteerde dat ook aan de universiteiten "trissen" is verboden. De kandidaten beslissen zelf wanneer zij aan een examen deelnemen en kunnen hun voorbereiding plannen. De commissie besliste niettemin het verbod om meer dan driemaal aan de vergelijkende examens deel te nemen, af te schaffen.

In verband met de nieuwe benoemingsprocedure, had een lid het over de onmogelijkheid om tegen de evaluatie beroep in te stellen. De minister oordeelde dat de betrokkene altijd opmerkingen kan maken en dat een formeel beroep daarom niet noodzakelijk is.

Een amendement werd goedgekeurd volgens hetwelk de Koning zal beslissen over de representativiteit van de vereniging van licentiaten in het notariaat die de kandidaat-notaris voordragen die moet zetelen in het adviescomité.

Een amendement dat wenste te voorzien in een aanpassing van het vergelijkend examen aan de beroepservaring en de leeftijd van de kandidaat, werd niet aangenomen. Ook een amendement waarin werd voorgesteld dat alle licentiaten die aan het vergelijkend examen hebben deelgenomen en het minimum aantal punten hebben bereikt zich mogen associëren, werd niet aangenomen.

Een amendement stelde voor een genootschap van notarissen in Brussel op te richten voor het gerechtelijke arrondissement Brussel. Daardoor zouden de notarissen uit Halle-Vilvoorde geen deel uitmaken van het genootschap Leuven, maar van het genootschap Brussel. De minister antwoordde dat een gelijkaardig amendement in de Kamer verworpen was omdat men van oordeel was dat de benoeming van alle notarissen in de Vlaamse provincies diende te gebeuren door tussenkomst van de benoemingscommissie voor de Nederlandstaligen. Het amendement over het genootschap Brussel werd verworpen.

Met betrekking tot de overgangsmaatregelen werden verschillende amendementen aangenomen.

Het optioneel bicameraal ontwerp werd aangenomen met 8 stemmen bij 4 onthoudingen.

Het verplicht bicamerale wetsontwerp werd op bepaalde punten gewijzigd. Vooreerst werden de bepalingen over de aanwijzing van de leden niet-notaris van de benoemingscommissie door Kamer en Senaat in het ontwerp opgenomen.

Met betrekking tot de samenstelling van de kamers van notarissen werd niets gewijzigd.

Op de kritiek dat de kamers zetelend in tuchtzaken, niet worden voorgezeten door een magistraat zoals dat bij andere beroepsverenigingen het geval is, werd geantwoord dat men de notarissen die ook ambtenaren zijn, niet mag vergelijken met de vertegenwoordigers van andere vrije beroepen.

Op de vraag of sommige leden de werkzaamheden van de kamer niet dreigen te blokkeren zodat geen tuchtstraf kan worden uitgesproken, antwoordde de minister dat de procureur des Konings altijd zelf een tuchtprocedure zal kunnen inleiden.

Als de burgerlijke rechtbank, naar aanleiding van een beroep tegen een beslissing van de kamer, een hogere straf uitspreekt, zal de betrokkene over geen beroepsmogelijkheid meer beschikken. Daarom werd een amendement goedgekeurd volgens hetwelk in dat geval de rechtbank geen hogere straf zal kunnen uitspreken. De procureur des Konings zal wel de zaak naar zich toe kunnen trekken en de zaak aanhangig maken bij de burgerlijke rechtbank.

Een ander amendement werd aangenomen volgens hetwelk de rechtbank, voor de duur die zij bepaalt, de preventieve schorsing zal kunnen uitspreken bij het vellen van haar vonnis. De beslissing zal onmiddellijk in hoger beroep kunnen worden aangevochten. Gedurende de schorsing kan een plaatsvervanger worden aangewezen.

Het gewijzigde bicamerale ontwerp werd door de commissie eenparig aangenomen.

Tot slot verduidelijk ik nog even het standpunt van de CVP. De voorliggende ontwerpen beogen een diepgaande hervorming van het notariaat en sluiten in zekere in aan bij het Octopusakkoord. Sommige van de bepalingen zijn duidelijk geïnspireerd op dit akkoord, zoals de benoemingscommissie die duidelijk gelijkenissen heeft met de Hoge Raad voor de Justitie.

In onze huidige samenleving blijft het ambt van notaris bijzonder belangrijk. Als onpartijdig persoon die tussenkomt bij het opstellen van schriftelijke overeenkomsten is de notaris een actor van de preventieve justitie. Zijn tussenkomst ontneemt aan de partijen de zin een geding te beginnen. Bovendien hebben notarisakten de waarde en de kracht van een vonnis. Het belang van het notariaat blijkt ook uit de cijfers. In 1997 werden 750.000 notariële akten verleden en waren er 1.121 notarissen en 4.359 notariële medewerkers.

Mijn fractie stelde bij de procedurele afhandeling van de ontwerpen vast dat de kwalificatie van wetsontwerpen of voorstellen nog steeds aanleiding geeft voor problemen. Het is betreurenswaardig dat de Kamer de parlementaire overlegcommissie in deze niet meer wenst te raadplegen en dat de Senaat terzake zelf het initiatief moest nemen.

Ik kom nu even terug op de grote krachtlijnen van het ontwerp. Het ontwerp beoogt een maximale objectivering van de benoeming van notarissen en dit is een bijzondere grote vooruitgang. Een tweede belangrijke verwezenlijking is de optrekking van het maximaal te benoemen aantal notarissen. Voor de eerste drie vergelijkende toelatingsproeven zal dit aantal telkens 115 bedragen. Daarmee komt men tegemoet aan de kritiek dat er onvoldoende kandidaten zouden overblijven voor het oprichten van associaties. Naar schatting zouden twee- tot driehonderd notarissen van deze nieuwe mogelijkheid gebruik maken.

Een andere verbetering van het ontwerp betreft het afschaffen van de mogelijkheid om slechts driemaal deel te nemen aan het examen.

Het andere doel van het ontwerp is een grotere professionalisering en een verbetering van de dienstverlening. De notaris zal zijn beroep kunnen uitoefenen in een professionele vennootschap en zal zich kunnen associëren met andere titularissen of met kandidaat-notarissen. Daardoor zal de notaris optimaal kunnen inspelen op de behoeften van zijn cliënteel en op de groeiende regelgeving.

In dat verband heb ik nog een vraag voor de minister. Het oorspronkelijke ontwerp was vrij liberaal op het vlak van mogelijkheid tot associatie en vennootschappen. Na de behandeling in de Kamer blijft daar niet veel meer van over. Wat is de huidige situatie voor associaties van notarissen?

Notarissen beschikken zoals artsen en advocaten over een monopolie. Het is dan ook een goede zaak dat de notariële organisatiestructuren op een moderne leest worden geschoeid. De beroepsorde kan er over waken dat de dienst naar behoren wordt vervuld en ook de hervorming van de tuchtprocedure is een positief element.

Samenvattend kan worden gesteld dat de bepalingen uit het ontwerp de kwaliteit van de notaris en zijn diensten zal verbeteren. Dit ontwerp is geschreven vanuit de bezorgdheid voor een betere dienstverlening. De rol die de notaris heeft in het kader van de preventieve justitie wordt bestendigd en uitgebouwd. De wijzigingen zijn dermate diepgaand dat men de vraag kan stellen of mijn de ventôsewet niet beter volledig had afgeschaft en beter een nieuwe wet had geschreven. Desalniettemin vormen de voorliggende teksten een stevige basis voor het voortbestaan en de uitbouw van het notariaat. (Applaus)

De heer Claude Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans).De beide wetsontwerpen die wij onderzoeken, moderniseren de functie van het notarisambt zonder de bevoegdheden ervan te wijzigen. Zij hervormen ook de toegang tot het beroep en zijn tuchtstatuut.

De Kamer heeft de tekst in ruime mate gewijzigd, zonder rekening te houden met het overleg dat vooraf had plaatsgevonden. Bovendien was er aan de Raad van State een verschillend ontwerp voorgelegd. Het wetsontwerp houdende bepalingen betreffende het tuchtstatuut is in de commissie van de Senaat eenparig aangenomen.

Het tweede ontwerp legt de lange en lastige procedure vast welke een licentiaat in de rechten moet doorlopen om notaris te worden. Nadat hij een licentie in het notariaat heeft behaald, en gedurende ten minste drie jaar een stage heeft doorlopen, gevolgd door een positieve evaluatie, moet hij voor een vergelijkend examen slagen, gunstig gerangschikt zijn en in aanmerking komen voor één van de drie kandidaturen voor elke vacante plaats.

Er werden drie fundamentele bezwaren geuit. Het eerste betrof de beperking van het jaarlijks aantal kandidaten tot 60. Wij hebben een amendement ingediend dat bepaalt dat dit aantal jaarlijks door de Koning wordt vastgelegd naar gelang van de behoeften. Dit amendement werd met een krappe meerderheid verworpen. Wij dienen het dus opnieuw in plenaire vergadering in. De tekst is evenwel verbeterd in die zin dat gedurende de eerste drie jaren, het jaarlijks aantal kandidaten 115 zal bedragen.

Het tweede bezwaar gold het verbod meer dan drie keer aan het vergelijkend examen deel te nemen. Deze beperking zou misschien gelden voor een gewoon examen, maar niet voor een vergelijkend examen. Een kandidaat kan immers slagen voor de verschillende gedeelten, maar niet in aanmerking worden genomen. Dankzij ons amendement is deze beperking geschrapt.

De leeftijdsgrens van 67 jaar tenslotte lijkt redelijk, hoewel men er wel rekening mee moet houden dat notarissen die pas laat worden benoemd een te korte loopbaan zullen hebben. Ik heb dan ook een amendement ingediend dat ertoe strekt die leeftijdsgrens uitzonderlijk tot 75 jaar op te trekken.

Rekening houdend met deze opmerkingen is het ontwerp wel evenwichtig. Het zal objectieve, en hopelijk gedepolitiseerde, benoemingen mogelijk maken, alsook een controle tijdens de stage, een wettelijk statuut voor kandidaat-notarissen en associaties van notarissen. Ook het disciplinair statuut wordt herzien. (Applaus)

Mevrouw Magdeleine Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - Ik ben verheugd over deze lang verwachte hervorming, maar ik betreur dat wij het door de Kamer overgezonden ontwerp niet ingrijpender hebben kunnen wijzigen.

De eerste plannen voor de hervorming dateren van het begin van de jaren 90. Er staan zeer uitgewerkte voorstellen in de teksten waarover wij moeten stemmen. Zij houden een radicale hervorming in van de rol van de notaris inzake preventieve justitie en maken het hen mogelijk zich aan te passen aan de evolutie van de maatschappij.

De drie krachtlijnen van het ontwerp zijn de toegang tot het notarisambt, de invoering van het statuut van erkend kandidaat-notaris en het statuut van geassocieerd notaris, alsook de hervorming van de tuchtregels en de professionele organisatie van het notariaat. Sommige aspecten van de teksten werden betwist. Zelf betreur ik een aantal punten.

De stage van drie jaar en de oprichting van een centraal benoemingscollege voor het notariaat lijken mij pertinent. Het vergelijkend examen is geen slechte zaak, maar onze fractie kan niet aanvaarden dat de betrokkenen maar driemaal mogen deelnemen. Wij hebben een amendement ingediend om deze verbodsbepaling te schrappen.

Ik ben verheugd over de benoeming van erkende kandidaat-notarissen, de hervorming van de tuchtprocedure en de oprichting van een Nationale Kamer van notarissen, maar toch ben ik niet helemaal tevreden.

Ik heb mij verzet tegen het quotum van kandidaat-notarissen, dat niet in het oorspronkelijke ontwerp voorkwam maar via amendementen is ingevoerd bij de bespreking van het ontwerp in de Kamer. Het quotum van 60 kandidaten per jaar lijkt mij niet logisch. Onze fractie heeft een maximum van 150 laureaten per jaar voorgesteld. Ons amendement is jammer genoeg verworpen en wij moesten ons tevreden stellen met een minimalistisch overgangsamendement van de heer Vandenberghe. Dat betreur ik en ik vrees dat wij deze zaak zeer spoedig opnieuw zullen moeten bespreken.

Het eerste vergelijkend examen wordt pas in 2001 georganiseerd en de benoemingen worden reeds vanaf 3 mei 1999 geblokkeerd, zodat voor een tekort gevreesd kan worden. Men had beter in overgangsmaatregelen voorzien, maar de commissie was het daarmee niet eens. Ik hoop dat de openbare dienstverlening van het notariaat daar niet onder lijdt.

Het verheugt mij dat met betrekking tot de leeftijdsgrens van 67 jaar door de commissie een amendement is goedgekeurd dat een loopbaan van dertig jaar mogelijk maakt.

De splitsing van Brussel, vastgelegd in artikel 38, zal vele problemen doen rijzen. Daarom hebben wij beslist opnieuw een amendement in te dienen dat erin bestaat een genootschap in het leven te roepen voor het gerechtelijk arrondissement Brussel en een voor het arrondissement Leuven. Ik hoop dat u onze fractie volgt en dat u ons amendement aanneemt. (Applaus)

De heer Roeland Raes (VLAAMS BLOK). – Het Vlaams Blok gaat akkoord met de grote lijnen van dit ontwerp. Hiermee wordt de basis gelegd voor een notariaat dat is aangepast aan de noden van vandaag en dat klantvriendelijker is. Het verheugt ons dat werd gesleuteld aan de democratisering en de kwaliteitsverbetering van het notariaat.

Wij hebben slechts één fundamentele bedenking, namelijk over de Nationale Kamer voor Notarissen. Het zou logischer zijn de notarissenkamer aan te passen aan de duale realiteit van de staat. Men heeft die stap niet gezet, al was daar aanleiding toe. Ik verwijs naar de recente problemen rond de Orde van advocaten en de Orde van geneesheren. We hebben dan ook amendementen ingediend die zijn geïnspireerd op amendementen van de heer Bourgeois in de Kamer. We stellen voor een Vlaamse en Waalse Kamer voor notarissen op te richten als openbare instellingen met zetel te Brussel. De notarissen met standplaats te Brussel kiezen vrij tot welke kamer ze willen behoren. Onze amendementen vonden in de commissie geen meerderheid. We dienen ze dan ook opnieuw in.

De heer Stephan Goris (VLD), rapporteur. – Namens de VLD wijs ik er op dat dit ontwerp een lange lijdensweg kende. De jongste maanden kwam de kwestie in een stroomversnelling omdat de regering het vaste voornemen had om dit ontwerp nog voor het einde van de legislatuur te laten goedkeuren. De VLD verkoos constructief mee te werken omdat zij overtuigd is van de betekenis van de herziening. Notarissen en kandidaat-notarissen moeten zekerheid krijgen over hun statuut.

Toch bevat het ontwerp voor de VLD een aantal onvolkomenheden. Op dit ogenblik dragen ongeveer 900 licentiaten in het notariaat de titel van kandidaat-notaris. De meerderheid ervan postuleerde meermaals voor een betrekking, maar zonder resultaat. Op dit vlak voert dit ontwerp een objectieve benoemingsprocedure in. De VLD staat daar volledig achter. Toch meen ik dat die 900 kandidaten door het ontwerp in hun rechten worden geschaad door de quotaregeling en het eenvormig examen. Het is onwezenlijk dat iemand die aan alle voorwaarden voldoet, plots niet meer als valabel wordt aangezien. Ik vraag mij af of deze mensen geen verhaal hebben tegen dit ontwerp. Door de quotaregeling zal drie vierde van hen klerk blijven. Het systeem zal menselijke drama’s veroorzaken bij circa 600 van de 900 kandidaten. Ik stelde voor om de kandidaat-notarissen toe te staan deze titel formeel te mogen blijven dragen. Ik stond met mijn voorstel alleen. Vervolgens stelde ik voor de quotaregeling te schrappen en het aantal kandidaten per jaar te laten bepalen door de Koning volgens de behoeften van het moment. Ook dit voorstel kon geen meerderheid vinden, vooral onder druk van de SP. Uiteindelijk probeerde ik de quota te verhogen. Ik begrijp niet dat de SP vasthoudt aan een beperkt quotum en dus het elitaire karakter versterkt.

Ik diende een amendement in om het plafond van 60 op te trekken tot 150. Een gelijkaardig voorstel kwam er van de PRL en de PSC. Bij de stemming was de PSC echter verdeeld. Het debat ontaardde in een koehandel. De CVP suste de meerderheid door een overgangsmaatregel. Via een goedgekeurd amendement kan de minister het tweede en derde jaar 35 extra kandidaten benoemen. Voor de 900 kandidaten is dit een druppel op een hete plaat.

Intussen stuurde de PSC een zegebulletin aan de notarissen. Zij vertelt het verhaal van haar pogingen het quotum te verhogen tot 150 per jaar. De PSC vond echter niet voldoende steun bij andere partijen. Ik heb dan ook het amendement van de PSC opnieuw ingediend. De PSC kan dus consequent zijn met haar eigen amendement ofwel vallen de maskers af.

Mevrouw Magdeleine Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - Wat een schromelijke overdrijving, mijnheer Goris!

De heer Stephan Goris (VLD), rapporteur. – De PSC zal het mij niet kwalijk nemen dat ik in voorkomend geval op mijn beurt de notarissen op de hoogte zal brengen van het ware verloop van de gebeurtenissen in de Senaat.

Een ander belangrijk punt is het vergelijkende examen. De commissie nam unaniem de juiste beslissing de beperking tot drie deelnames af te schaffen. Het was één van de eisen van de VLD.

Blijkbaar is CVP-fractieleider Vandenberghe in hetzelfde bedje ziek als de PSC. Zijn woorden stemmen niet overeen met zijn daden.

Het verwonderde mij dat professor Vandenberghe geen enkel initiatief nam om een gesplitst examen voor te stellen. Mijn amendement dat ertoe strekte een apart examen in te richten voor de kandidaat-notarissen en het quotum op te voeren, was voor de minister onbespreekbaar. Ik diende ook een subsidiair amendement in volgens hetwelk tijdens de eerste drie overgangsjaren, 60 kandidaten via het vergelijkend examen geselecteerd worden en dat het saldo via een eenmalig examen uitsluitend uit de groep van de huidige, meestal oudere kandidaat-notarissen gerekruteerd worden.

Hoewel dit ontwerp zeker niet volmaakt is en onvoldoende aansluit bij de realiteit, betekent het een belangrijke evolutie voor het notarisambt. Om die reden zal onze fractie het ontwerp toch goedkeuren. (Applaus)

De heer Van Parys, minister van Justitie. - Uit het uitstekende verslag is gebleken dat de commissie het ontwerp grondig heeft besproken.

De heer Vandenberghe had nog een vraag omtrent de huidige stand van zaken inzake associaties. Art. 50, paragraaf 1, poneert het principe dat een notaris, alleen of in associatie, zijn beroep uitoefent binnen een professionele notarisvennootschap. Daarna worden de verschillende mogelijkheden van associatie aangegeven. Paragraaf 1 voert ook een beperking in, namelijk dat de vennootschappen enkel de uitoefening van het notarisambt tot doel kunnen hebben. Paragraaf 2 verbiedt alle andere vormen van associatie voor de uitoefening van het notarisambt.

Ik verheug mij over de vruchtbare discussie in de commissie. Het ontwerp bracht een unieke combinatie tot stand tussen de beoefening van een openbaar ambt en van een vrij beroep. Deze combinatie is essentieel in het raam van een kwaliteitsvolle dienstverlening. Wij slaan een brug tussen de overheid en de burger. De notaris speelt op vele momenten van het leven een belangrijke rol.

De belangrijkste uitgangspunten kwamen uitvoerig aan bod. Allereerst de objectivering van de benoemingen. Vervolgens de mogelijkheid van de kandidaat-notarissen om zich te associëren. Hun kansen worden daardoor aanzienlijk verhoogd. De hervorming van het tuchtsysteem is een derde belangrijk aspect. Bij dysfuncties zullen we efficiënt kunnen optreden.

(Verder in het Frans)

Ik verheug mij over de uitstekende sfeer van samenwerking die onder de leden van de commissie voor de Justitie en de regering heeft geheerst. Het bewijs daarvan is het resultaat van dat werk waarbij het notariaat wordt gemoderniseerd en op de 21e eeuw wordt voorbereid. Zulk een samenwerking tussen het Parlement en de regering is een garantie voor de kwaliteit van onze wetgeving. Ik hoop dat dit ontwerp nog voor het einde van deze regeerperiode zal worden aangenomen. (Algemeen applaus).

- De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt (Gedr. St. 1-1276) (Evocatieprocedure)

Bij art. 19

Artikel 35 van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 9 april 1980, wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 35. ­ § 1. Ieder jaar benoemt de Koning een bepaald aantal kandidaat-notarissen.

§ 2. Na het advies van elke benoemingscommissie voor het notariaat ingewonnen te hebben, stelt de Koning ieder jaar het aantal te benoemen kandidaat-notarissen, per taalrol, vast. Dit aantal wordt vastgesteld door de Koning op basis van het aantal te benoemen notarissen-titularis, van het aantal aangewezen plaatsvervangende notarissen, van het aantal laureaten van vroegere sessies die nog niet geassocieerd of niet benoemd zijn en in functie van de behoefte aan geassocieerden. Het totale aantal mag niet hoger zijn dan 60. De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma van licentiaat in het notariaat.

Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid wordt jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt samen met een oproep tot kandidaatstelling.

§ 3. Om tot kandidaat-notaris te worden benoemd, moet de betrokkene :

1º Belg zijn en in het genot van de burgerlijke en politieke rechten;

2º houder zijn van het stagecertificaat, bedoeld in artikel 36, § 4;

3º voorkomen op de definitieve lijst, bedoeld in artikel 39, § 5, vierde lid.

§ 4. Om het notarisambt te kunnen uitoefenen moet de kandidaat-notaris, hetzij benoemd worden tot notaris-titularis overeenkomstig artikel 45, hetzij zich associëren met een notaris-titularis overeenkomstig artikel 52, § 2. »

De voorzitter. - Op dit artikel heeft de heer Desmedt c.s. een amendement nr. 36 ingediend dat ertoe strekt paragraaf 2 van het voorgestelde artikel 35 te vervangen als volgt:

"§ 2. Na het advies van elke benoemingscommissie voor het notariaat ingewonnen te hebben, stelt de Koning ieder jaar het aantal te benoemen kandidaat-notarissen, per taalrol, vast. Dit aantal wordt vastgesteld bij in Ministerraad overleg koninklijk besluit op basis van het aantal te benoemen notarissen-titularis, op basis van het aantal aangewezen plaatsvervangende notarissen en op basis van de behoefte aan geassocieerden. De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma.

Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid wordt jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt samen met een oproep tot kandidaatstelling."

Op dit amendement heeft de heer Desmedt c.s. een eerste subsidiair amendement nr.37 ingediend dat ertoe strekt paragraaf 2 van het voorgestelde artikel 35 te vervangen als volgt:

"§ 2. Na het advies van elke benoemingscommissie voor het notariaat ingewonnen te hebben, stelt de Koning ieder jaar het aantal te benoemen kandidaat-notarissen, per taalrol, vast. Dit aantal wordt vastgesteld door de Koning op basis van het aantal te benoemen notarissen-titularis, op basis van het aantal aangewezen plaatsvervangende notarissen en op basis van de behoefte aan geassocieerden. Het totale aantal mag niet hoger zijn dan 150. De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma.

Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid wordt jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt samen met een oproep tot kandidaatstelling."

De heer Desmedt c.s. heeft op dit amendement een tweede subsidiair amendement nr. 38 ingediend dat ertoe strekt paragraaf 2 van het voorgestelde artikel 35 te vervangen als volgt:

« § 2. Na het advies van elke benoemingscommissie voor het notariaat ingewonnen te hebben, stelt de Koning ieder jaar het aantal te benoemen kandidaat-notarissen, per taalrol, vast. Dit aantal wordt vastgesteld door de Koning op basis van het aantal te benoemen notarissen-titularis, op basis van het aantal aangewezen plaatsvervangende notarissen en op basis van de behoefte aan geassocieerden. Het totale aantal mag niet hoger zijn dan 120. De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma.

Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid wordt jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt samen met een oproep tot kandidaatstelling. »

De heer Desmedt c.s. heeft een derde subsidiair amendement nr. 39 ingediend dat ertoe strekt paragraaf 2 van het voorgestelde artikel 35 te vervangen als volgt:

« § 2. Na het advies van elke benoemingscommissie voor het notariaat ingewonnen te hebben, stelt de Koning ieder jaar het aantal te benoemen kandidaat-notarissen, per taalrol, vast. Dit aantal wordt vastgesteld door de Koning op basis van het aantal te benoemen notarissen-titularis, op basis van het aantal aangewezen plaatsvervangende notarissen en op basis van de behoefte aan geassocieerden. Het totale aantal mag niet hoger zijn dan 80. De taalrol wordt bepaald door de taal van het diploma.

Het koninklijk besluit bedoeld in het eerste lid wordt jaarlijks in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt samen met een oproep tot kandidaatstelling. »

Bij art. 21

Artikel 36 van dezelfde wet, vervangen bij de wet van 16 april 1927, wordt vervangen door de volgende bepaling :

« Art. 36. ­ § 1. Om een stagecertificaat te verkrijgen , moet de betrokkene als voornaamste activiteit een stage van ten minste drie volle jaren verrichten in één of meer notariskantoren. De stage kan maximaal voor de duur van één jaar onderbroken worden.

Onverminderd het bepaalde in het vorige lid mag voor een maximale duur van één jaar de stage ook worden verricht :

1º in één of meer notariskantoren in het buitenland;

2º in een Belgisch registratiekantoor;

3º in een Belgisch hypotheekkantoor;

4º als assistent aan de faculteit voor rechtsgeleerdheid van een universiteit;

5º bij de balie.

§ 2. De stage kan pas ingaan nadat de betrokkene het diploma van licentiaat in het notariaat heeft behaald.

De Nationale Kamer van notarissen kan een afwijking aangaande de aanvangsdatum van de stageperiode toestaan indien de betrokkene gedurende minstens vijf jaar als voornaamste beroepsactiviteit een juridische functie in één of meer notariskantoren heeft uitgeoefend.

§ 3. De militaire dienst of de vervangende burgerdienst gelden niet als onderbreking, maar slechts als schorsing van de stage.

De stage mag ook worden geschorst voor een maximale duur van één jaar mits toestemming van de Nationale Kamer van notarissen.

§ 4. De duur van de stage moet blijken uit de attesten opgesteld door de stagemeester(s).

Deze attesten worden in tweevoud opgemaakt. Een exemplaar wordt aan de stagiair tegen ontvangstbewijs afgegeven. Het tweede wordt aan de Nationale Kamer van notarissen overgezonden.

Na ontvangst van de stageattesten en controle van hun overeenstemming met de in dit artikel vermelde voorwaarden reikt de Nationale Kamer van notarissen aan de stagiair een stagecertificaat uit. »

De voorzitter. - De heer Raes heeft een amendement nr. 43 ingediend dat luidt als volgt:

In het voorgestelde artikel 36, §§ 2, 3 en 4 de woorden "Nationale Kamer" te vervangen door telkens "Vlaamse of Waalse Kamer".

De heer Loones heeft een amendement nr. 48 ingediend dat luidt als volgt:

In de §§ 2 tot 4 van het voorgestelde artikel 36, het woord "Nationale" telkens te vervangen door de woorden "Vlaamse of Waalse".

Bij art. 22

De artikelen 37 tot 41 van dezelfde wet, opgeheven door de wet van 16 april 1927, worden opnieuw opgenomen in de volgende lezing :

« Art. 37. ­ § 1. De stagiairs en de houders van een stagecertificaat die als voornaamste beroepsactiviteit een juridische functie in een notariskantoor of een notariële instelling uitoefenen, worden om de drie jaar geëvalueerd door een evaluatiecommissie van het genootschap van notarissen waar zij hun beroepsactiviteit uitoefenen. Een eerste evaluatie vindt plaats na één jaar stage. Betrokkenen kunnen tevens een evaluatie vragen telkens wanneer de stage of de beroepsactiviteit in een notariskantoor of een notariële instelling wordt beëindigd. De houder van het stagecertificaat die daartoe de wens uitdrukt, wordt echter niet meer geëvalueerd.

De evaluatie geschiedt op grond van de volgende criteria :

1º de bekwaamheid;

2º de geschiktheid voor het ambt.

De Koning bepaalt uniforme standaarden waaraan de evaluaties moeten voldoen.

§ 2. Binnen elk genootschap van notarissen worden minstens twee evaluatiecommissies ingesteld. Deze commissies bestaan uit drie leden, aangewezen voor een éénmalig hernieuwbare termijn van drie jaar, te weten :

­ een notaris-titularis of geassocieerd notaris verkozen door het genootschap. Indien het genootschap meerdere gerechtelijke arrondissementen telt kan geen tweede notaris uit een bepaald arrondissement als lid worden gekozen tenzij alle arrondissementen reeds een lid tellen in een evaluatiecommissie;

­ een erenotaris aangewezen door het genootschap;

­ een extern lid, vanwege zijn deskundigheid aangewezen door de minister van Justitie op voordracht van de bevoegde benoemingscommissie.

Elk genootschap verzorgt het secretariaat van de evaluatiecommissies. De leden van de evaluatiecommissies ontvangen een vergoeding waarvan het bedrag door de Koning wordt vastgesteld.

De evaluatiecommissie onthoudt zich ervan iemand te evalueren indien één van haar leden een persoonlijk of rechtstreeks belang heeft, of indien :

1º een lid zich ten opzichte van de geëvalueerde in een graad van verwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;

2º een lid werkgever is of is geweest van de betrokkene of gezag over hem uitoefent of heeft uitgeoefend op professioneel vlak.

In die gevallen wordt de betrokkene geëvalueerd door een andere evaluatiecommissie.

§ 3. De evaluatiecommissie gaat over tot de evaluatie na de stagemeester of de werkgever en de geëvalueerde gehoord te hebben. Het verslag van de evaluatiecommissie wordt opgesteld bij consensus van de leden. Bij gebreke van een consensus worden de verschillende meningen opgenomen in het verslag. Het evaluatieverslag wordt overgezonden aan de geëvalueerde en aan de kamer van notarissen.

§ 4. Indien de betrokkene opmerkingen heeft, moet hij deze, op straffe van verval, binnen één maand na ontvangst van het evaluatieverslag, bij een ter post aangetekende brief, overzenden aan de betrokken evaluatiecommissie.

§ 5. Een exemplaar van het evaluatieverslag wordt, in voorkomend geval samen met de opmerkingen, door de evaluatiecommissie overgezonden aan de kamer van notarissen die het ter beschikking houdt van het adviescomité.

§ 6. Wanneer de betrokkene een notariskantoor of een notariële instelling gelegen in een andere provincie vervoegt, wordt zijn evaluatiedossier aan de kamer van notarissen van die provincie overgezonden.

§ 7. De leden van de betrokken evaluatiecommissies, van de kamers van notarissen en hun aangestelden die kennis hebben van de inhoud van het dossier, zijn tot geheimhouding verplicht. Artikel 458 van het Strafwetboek is op hen van toepassing.

Art. 38. ­ § 1. Er wordt een Nederlandstalige en een Franstalige benoemingscommissie voor het notariaat opgericht.

§ 2. Elke commissie bestaat uit acht werkende en acht plaatsvervangende leden van Belgische nationaliteit.

De Nederlandstalige benoemingscommissie is bevoegd voor :

1º de rangschikking van de meest geschikte kandidaten voor een benoeming tot kandidaat-notaris, waarvan de taal van het diploma van licentiaat in het notariaat het Nederlands is;

2º de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot notaris-titularis met standplaats in de provincies Antwerpen, Limburg, Oost-Vlaanderen, West-Vlaanderen en Vlaams-Brabant;

3º de klachten van particulieren met betrekking tot notariskantoren gevestigd in de gerechtelijke arrondissementen, bedoeld onder 2º.

De Franstalige benoemingscommissie is bevoegd voor:

1º de rangschikking van de meest geschikte kandidaten voor een benoeming tot kandidaat-notaris, waarvan de taal van het diploma van licentiaat in het notariaat het Frans is;

2º de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot notaris-titularis met standplaats in de gerechtelijke arrondissementen die deel uitmaken van de provincies Henegouwen, Luik, Luxemburg, Namen en Waals-Brabant;

3º de klachten van particulieren met betrekking tot notariskantoren gevestigd in de gerechtelijke arrondissementen, bedoeld onder 2º.

§ 3. De Nederlandstalige en Franstalige benoemingscommissie vormen samen de verenigde benoemingscommissies.

De verenigde benoemingscommissies zijn bevoegd :

1º voor de rangschikking van de kandidaten voor een benoeming tot notaris-titularis met standplaats in een van de tweetalige vredegerechtskantons van het gerechtelijk arrondissement Brussel, bedoeld in artikel 43, § 12, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

2º voor de klachten van particulieren met betrekking tot notariskantoren gevestigd in de vredegerechtskantons bedoeld onder 1º;

3º voor het opstellen van het programma van de vergelijkende toelatingsproef, bedoeld in artikel 39, § 2;

4º om adviezen en voorstellen te doen over de algemene werking van het notariaat.

§ 4. Elke benoemingscommissie is als volgt samengesteld :

1º drie notarissen, waarvan er één minder dan vijf jaar benoemd is, uit drie verschillende genootschappen;

2º één geassocieerd notaris die geen titularis is;

3º één magistraat in functie gekozen uit de zittende magistraten van de hoven en rechtbanken en de magistraten bij het openbaar ministerie;

4º een docent of een hoogleraar in de rechten aan een faculteit voor rechtsgeleerdheid van een Belgische universiteit, die geen notaris, kandidaat-notaris of geassocieerde notaris is;

5º twee externe leden met een voor de opdracht relevante beroepservaring.

Voor elk lid wordt een plaatsvervanger aangewezen die aan dezelfde voorwaarden voldoet.

§ 5. De kandidaten voor een mandaat in een benoemingscommissie mogen in de loop van hun mandaat de leeftijdsgrens voor het uitoefenen van het ambt van notaris niet overschreden hebben.

De werkende leden van de benoemingscommissies die notaris zijn en hun plaatsvervangers worden respectievelijk aangewezen door de leden van de algemene vergadering van de Nationale Kamer van notarissen naargelang zij tot de Nederlandse of de Franse taalrol behoren.

Elk lid wordt volgens zijn taalrol aangewezen voor de ene of de andere benoemingscommissie. De taalrol wordt voor notarissen door de taal van hun diploma van licentiaat in het notariaat bepaald; voor docenten en hoogleraren door die van hun diploma van licentiaat of doctor in de rechten. Ten minste één lid van de Franstalige benoemingscommissie of een plaatsvervanger, moet het bewijs leveren van de kennis van het Duits overeenkomstig het bepaalde in de artikelen 43, § 13, tweede lid, en 43quinquies van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken.

§ 6. Een mandaat in een benoemingscommissie is onverenigbaar met :

1º een mandaat in de Nationale K amer van notarissen, in een kamer van notarissen, in een evaluatiecommissie bedoeld in artikel 37 of in een adviescomité bedoeld in artikel 38bis ;

2º de hoedanigheid van procureur des Konings;

3º een mandaat in de Hoge Raad voor de Justitie of in de Adviesraad van de magistratuur;

4º een bij verkiezing verleend politiek mandaat.

Het mandaat houdt van rechtswege op indien :

1º een onverenigbaarheid ontstaat bedoeld in het eerste lid;

2º een lid de hoedanigheid verliest om zitting te kunnen hebben in een benoemingscommissie;

3º een lid zich kandidaat stelt voor een benoeming tot notaris of kandidaat-notaris.

§ 7. De leden van een benoemingscommissie hebben zitting voor een termijn van vier jaar; een uittredend lid is niet onmiddellijk herkiesbaar. Niemand mag echter gedurende meer dan twee termijnen deel uitmaken van de benoemingscommissie.

Elk lid kan op zijn verzoek van zijn mandaat worden ontheven door de voorzitter van de benoemingscommissie.

Het werkend lid dat van zijn mandaat wordt ontheven, wordt van rechtswege opgevolgd door zijn plaatsvervanger, die het mandaat uitdient. De voorzitter verzoekt om de aanwijzing van een nieuwe plaatsvervanger die het mandaat uitdient van het plaatsvervangend lid, dat hetzij werkend lid geworden is, hetzij van zijn mandaat werd ontheven.

§ 8. Elke benoemingscommissie kiest uit haar werkende leden, bij gewone meerderheid, voor een éénmalige hernieuwbare termijn van twee jaar, een voorzitter en een vice-voorzitter die in voorkomend geval de voorzitter vervangt, alsmede een secretaris. De voorzitter en de vice-voorzitter mogen niet beiden notaris of geassocieerd notaris zijn.

Het voorzitterschap van de verenigde benoemingscommissies wordt beurtelings bekleed voor een termijn van twee jaar door de respectieve voorzitters van de benoemingscommissies. Het eerste voorzitterschap zal worden toevertrouwd aan de oudste van beide.

§ 9. Om geldig te kunnen beraadslagen en beslissen, moet de meerderheid van de leden van de benoemingscommissie aanwezig zijn. In geval van afwezigheid of verhindering van een werkend lid, treedt zijn plaatsvervanger op. De beslissingen worden bij gewone meerderheid van stemmen genomen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de benoemingscommissie, of van de vice-voorzitter die hem vervangt, doorslaggevend.

Om geldig te kunnen beraadslagen en beslissen, moet bij de verenigde benoemingscommissies een meerderheid van de leden van elke benoemingscommissie aanwezig zijn. De beslissing wordt genomen bij gewone meerderheid van stemmen. Bij staking van stemmen is de stem van de voorzitter van de verenigde benoemingscommissies doorslaggevend.

§ 10. Het is de leden van een benoemingscommissie verboden deel te nemen aan een beraadslaging of een beslissing waarbij zij een persoonlijk of rechtstreeks belang hebben of indien :

1º een lid zich ten overstaan van een kandidaat in een graad van verwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;

2º een lid betreffende een kandidaat een advies heeft verleend voor de benoeming waarover het gaat of lid is geweest van een adviesverlenende instantie als bedoeld in artikel 39, § 3;

3º een lid werkgever is of was van een kandidaat of gezag over hem uitoefent of heeft uitgeoefend op professioneel vlak.

§ 11. De nadere regels voor de werking van de benoemingscommissies en het presentiegeld van de leden worden bepaald door de Koning. De benoemingscommissies kunnen een huishoudelijk reglement opstellen dat dient goedgekeurd te worden door de Koning.

Art. 38bis . ­ Er bestaat één adviescomité van notarissen per provincie, dat belast is met het uitbrengen van adviezen ten behoeve van de benoemingscommissies.

Voor de toepassing van deze wet wordt het grondgebied van de tweetalige vredegerechtskantons van het gerechtelijk arrondissement Brussel, bedoeld in artikel 43, § 12, tweede lid, van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken, beschouwd als een elfde provincie.

Elk adviescomité is als volgt samengesteld :

1º vier notarissen waarbij, indien het genootschap meerdere gerechtelijke arrondissementen omvat, uit één arrondissement hoogstens twee leden kunnen afkomstig zijn;

2º één kandidaat-notaris ingeschreven op het tableau.

De leden notarissen worden aangewezen door de betrokken kamers van notarissen. Minstens één van hen moet lid zijn van de kamer.

Van het adviescomité voor Brussel-Hoofdstad dienen twee notarissen behorend tot de Franse en twee behorend tot de Nederlandse taalrol deel uit te maken.

De leden kandidaat-notarissen worden aangewezen door de minister van Justitie op voordracht van een representatieve vereniging van licentiaten in het notariaat. Over de representativiteit van deze vereniging wordt door de Koning beslist ondermeer op basis van het aantal leden ervan.

Het lid kandidaat-notaris van het adviescomité voor Brussel-Hoofdstad behoort afwisselend tot de Nederlandse en tot de Franse taalrol.

Voor elk lid wordt op dezelfde wijze een plaatsvervanger aangewezen.

De leden van een adviescomité hebben zitting voor een termijn van één jaar en hun mandaat is maximaal drie maal hernieuwbaar.

Het is de leden van een adviescomité verboden deel te nemen aan een beraadslaging of een beslissing waarbij zij een persoonlijk of rechtstreeks belang hebben of indien :

1º een lid zich ten opzichte van de kandidaat in een graad van verwantschap bedoeld in artikel 8, bevindt;

2º een lid werkgever is of is geweest van de kandidaat of gezag over hem uitoefent of heeft uitgeoefend op professioneel vlak.

De werking van de adviescomités wordt bepaald door de Nationale Kamer van notarissen.

De Koning bepaalt uniforme standaarden waaraan de adviezen die betrekking moeten hebben op de bekwaamheid en geschiktheid van de kandidaat, moeten voldoen.

Art. 39. ­ § 1. De houder van een stagecertificaat bedoeld in artikel 36, § 4, die kandidaat-notaris wil worden, moet, op straffe van verval, zijn kandidatuur bij een ter post aangetekende brief bij de minister van Justitie indienen binnen een termijn van één maand na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 35, § 2, tweede lid.

Om ontvankelijk te zijn, moet iedere kandidaatstelling voor een benoeming tot kandidaat-notaris de door de Koning bepaalde bijlagen bevatten.

§ 2. Elke kandidaat die aan de voorwaarden van artikel 35, § 3, 1º en 2º, voldoet, wordt volgens zijn taalrol verwezen naar de ene of de andere benoemingscommissie bedoeld in artikel 38, § 1.

Elke benoemingscommissie moet de voor de uitoefening van het notarisambt noodzakelijke kennis, maturiteit en praktische bekwaamheden van de kandidaten beoordelen en de meest geschikte kandidaten rangschikken op basis van hun bekwaamheid en geschiktheid. De rangschikking wordt opgemaakt op grond van een vergelijkend examen dat bestaat uit een schriftelijk en een mondeling gedeelte en op grond van een onderzoek van de adviezen. Tot het mondeling gedeelte worden slechts die kandidaten toegelaten die op het schriftelijk gedeelte minstens 60% van de punten hebben behaald. Het mondeling gedeelte wordt afgenomen vooraleer de leden van de benoemingscommissie kennis kunnen nemen van de adviezen. Op het mondeling gedeelte moet de kandidaat minstens 50% van de punten hebben behaald.

Het schriftelijk en het mondeling gedeelte tellen in gelijke mate mee voor de berekening van de einduitslag van het vergelijkend examen .

Het programma van het schriftelijk en mondeling gedeelte wordt opgesteld door de verenigde benoemingscommissies. Het programma wordt bij ministerieel besluit door de minister van Justitie goedgekeurd en in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

§ 3. Binnen vijfenzeventig dagen na de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad van het koninklijk besluit bedoeld in artikel 35, § 2, tweede lid, nodigt de benoemingscommissie de kandidaten die toegelaten worden tot het mondeling gedeelte uit. Terzelfder tijd verzoekt de benoemingscommissie de minister van Justitie om schriftelijke en gemotiveerde adviezen over deze kandidaten in te winnen bij :

1º de procureur des Konings van het arrondissement waar de kandidaat zijn woonplaats heeft met betrekking tot de vraag of de kandidaat veroordelingen heeft opgelopen en of er een strafonderzoek hangende is;

2º het adviescomité van notarissen van de provincie waar de kandidaat zijn beroepsactiviteit in het notariaat uitoefent of het laatst heeft uitgeoefend.

Deze adviezen dienen binnen vijfenveertig dagen na het verzoek door de adviesverlenende instanties in tweevoud te worden overgezonden aan de minister van Justitie. Het adviescomité zendt gelijktijdig een afschrift van zijn advies bij een ter post aangetekende brief aan de betrokken kandidaat.

§ 4. De kandidaat kan binnen twintig dagen na de verzending van het afschrift, zijn opmerkingen over dat advies bij een ter post aangetekende brief gelijktijdig aan de adviesverlenende instantie en aan de minister van Justitie overzenden.

§ 5. De benoemingscommissie maakt binnen zestig dagen na de oproep tot de kandidaten voor het mondeling gedeelte een voorlopige rangschikking op van de meest geschikte kandidaten op basis van de resultaten van het schriftelijke en mondelinge gedeelte.

De minister van Justitie zendt de gevraagde adviezen over aan de voorzitter van de benoemingscommissie nadat deze laatste hem de voorlopige rangschikking heeft overgezonden.

De benoemingscommissie kan beslissen om de betrokkene die opmerkingen heeft overgezonden, nogmaals te horen in toepassing van § 4.

Na het onderzoek van de adviezen gaat de benoemingscommissie over tot een definitieve rangschikking van de kandidaten en zendt de lijst van de gerangschikte kandidaten ter benoeming over aan de minister van Justitie samen met een gemotiveerd proces-verbaal dat ondertekend wordt door de voorzitter en de secretaris van de betrokken benoemingscommissie. De benoemingscommissie voegt hierbij ook de dossiers van de gerangschikte kandidaten. Er worden maximaal zoveel kandidaten gerangschikt als er vacante plaatsen zijn van kandidaat-notaris, zoals vermeld in het koninklijk besluit dat bekendgemaakt is in het Belgisch Staatsblad, overeenkomstig artikel 35, § 2, samen met de oproep tot kandidaatstelling voor de betrokken vergelijkende toelatingsproef.

§ 6. De Koning benoemt de betrokkenen tot kandidaat-notaris binnen de maand na de overzending van de definitieve lijst met de gerangschikte kandidaten. Deze benoemingen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

§ 7. De gegadigde die niet tot kandidaat-notaris is benoemd, kan zich de volgende jaren opnieuw kandidaat stellen.

§ 8. Elke kandidaat kan, mits schriftelijk verzoek gericht aan de benoemingscommissie, binnen acht dagen afschrift krijgen van het gedeelte van het proces-verbaal dat uitsluitend op hem en op de benoemde kandidaten betrekking heeft.

Art. 40. ­ De kandidaat-notarissen worden opgenomen op het in artikel 77 bedoelde tableau. De kandidaat-notaris die op dit tableau voorkomt, is onderworpen aan het gezag van de beroepsorganen van de notarissen.

Art. 41. ­ §1. Wanneer een kandidaat-notaris sedert ten minste zes maanden zijn voornaamste beroepsactiviteit niet meer in een notariskantoor uitoefent, wordt zijn inschrijving op het in artikel 77 bedoelde tableau door de kamer van notarissen weggelaten. De kandidaat-notaris kan evenwel om ernstige redenen vragen dat zijn inschrijving op het tableau wordt gehandhaafd. De kandidaat-notaris wordt gehoord.

De beslissing van de kamer van notarissen wordt met redenen omkleed en binnen één maand wordt er kennis van gegeven aan de kandidaat-notaris. Deze laatste kan, binnen een termijn van één maand na de kennisgeving, tegen die beslissing bij een ter post aangetekende brief beroep instellen bij de Nationale Kamer van notarissen.

Het directiecomité bedoeld in artikel 92, § 1, hoort de kandidaat-notaris en doet binnen twee maanden na de instelling van het beroep, uitspraak. Van de met redenen omklede beslissing wordt binnen de kortst mogelijke tijd kennis gegeven aan de kandidaat-notaris en de betrokken kamer.

§ 2. De kandidaat-notaris die zijn beroepsactiviteit in een notariskantoor beëindigt, kan de kamer van notarissen om de weglating van zijn inschrijving op het tableau verzoeken.

§ 3. Een kandidaat-notaris die met toepassing van §1 of §2 weggelaten is van het tableau kan op elk ogenblik aan de kamer van notarissen van het rechtsgebied waar hij opnieuw zijn voornaamste beroepsactiviteit in een notariskantoor uitoefent, zijn wederinschrijving vragen. Tegen een weigering is beroep mogelijk bij de Nationale K amer van notarissen overeenkomstig de regels bepaald in § 1.

De voorzitter. - De heer Loones heeft een amendement nr. 49 ingediend luidende als volgt:

In de voorgestelde artikelen 37 tot 41, het "Nationale" telkens vervangen door de woorden "Vlaamse, respectievelijk Waalse".

De heer Loones heeft een tweede amendement nr. 50 ingediend dat ertoe strekt in het voorgestelde artikel 38, § 4, 4°, het "Belgische" te doen vervallen.

De heer Raes heeft een amendement nr. 44 ingediend dat ertoe strekt in het voorgestelde artikel 38, §§ 5 en 6, 1°, de woorden "Nationale Kamer" telkens te vervangen door "Vlaamse Kamer of Waalse Kamer".

Bij art. 27

Artikel 50 van dezelfde wet wordt vervangen door de volgende bepaling;

« Art. 50. ­ § 1. a) Een notaris kan, alleen of in associatie, zijn beroep uitoefenen binnen een professionele vennootschap onder de voorwaarden en op de wijze hierna bepaald. Hij blijft nochtans persoonlijk titularis van het notarisambt en is met de vennootschap hoofdelijk aansprakelijk voor de beroepsfouten die hij begaat, onverminderd verhaal van de vennootschap op de notaris.

b) Een notaris kan zijn beroep uitoefenen in associatie met een of meer notarissen-titularis, waarvan de standplaats gelegen is in hetzelfde gerechtelijk arrondissement. Artikel 5, § 1, tweede zin, is van toepassing.

Een associatie is eveneens mogelijk met een of meer kandidaat-notarissen die zijn opgenomen op het tableau bijgehouden door een kamer van notarissen.

De vennoten mogen hun beroep, noch geheel noch gedeeltelijk, buiten de vennootschap uitoefenen. Elke vennoot draagt de titel van geassocieerd notaris.

c) De vennootschappen bedoeld in deze paragraaf hebben tot enig maatschappelijk doel het uitoefenen, al dan niet in associatie, van het beroep van notaris. Zij mogen geen andere goederen bezitten dan die omschreven in artikel 55, § 1, a) , eerste lid.

d) De bepalingen van de volgende artikelen van deze afdeling zijn van toepassing op de in deze afdeling bedoelde vennootschappen, ongeacht de vorm waarvoor wordt gekozen.

§ 2. Alle andere vormen van associatie of vennootschap zijn voor de uitoefening van het beroep van notaris verboden.

§ 3. De vennootschappen bedoeld in de § 1 zijn burgerlijke vennootschappen die de vorm kunnen aannemen van een bij wet geregelde vennootschap of samenwerkingsverband, uitgezonderd de naamloze of de commanditaire vennootschap.

§ 4. Onverminderd het bepaalde in artikel 52, wordt het contract tot oprichting van een in § 3 bedoelde vennootschap of samenwerkingsverband gesloten, en de eventuele wijzigingen van het contract aangenomen, onder de opschortende voorwaarde van goedkeuring door de kamer van notarissen.

De kamer van notarissen onderzoekt de contracten op hun wettelijkheid en verenigbaarheid met de regels van de deontologie. De betrokkenen kunnen tegen een negatieve beslissing van de kamer van notarissen beroep instellen bij de Nationale Kamer van notarissen.

Overeenkomsten die ten definitieven titel worden gesloten of zelfs stilzwijgend worden uitgevoerd, zonder goedkeuring van de kamer van notarissen, kunnen worden nietig verklaard en kunnen aanleiding geven tot een hogere tuchtstraf. »

De voorzitter. - De heer Desmedt c.s. heeft een amendement n° 40 ingediend dat ertoe strekt de paragraaf 2 van het voorgestelde artikel 50 vervangen als volgt :

« § 2. Alle andere vormen van associatie of vennootschap voor de uitoefening van het beroep van notaris zijn verboden. Toegestaan zijn evenwel de associaties of vennootschappen van een notaris en licentiaten in het notariaat die aan het examen hebben deelgenomen en ten minste het minimum aantal punten hebben behaald zoals voorgeschreven in artikel 39, § 2, van deze wet. »

Bij art. 39

Titel III van dezelfde wet, gewijzigd door de wet van 23 september 1985, de « Algemene bepalingen » van dezelfde wet, die bestaan uit artikel 68, gewijzigd bij koninklijk besluit nr. 213 van 13 december 1935, en artikel 69 worden door de volgende bepalingen vervangen :

« TITEL III

Beroepsorganisatie

Afdeling I

Genootschappen van notarissen

Art. 68. ­ In de hoofdplaats van elke provincie wordt een genootschap van notarissen opgericht, bestaande uit de volgende leden :

1º de notarissen die hun standplaats in de provincie hebben, geassocieerd zijn met of aangewezen zijn tot plaatsvervanger van een notaris met standplaats in de provincie;

2º de kandidaat-notarissen die op het tableau van het genootschap zijn opgenomen.

Het genootschap van notarissen is een openbare instelling.

Art. 69. ­ De algemene vergadering van het genootschap van notarissen heeft tot taak :

1º onder haar leden een kamer van notarissen te verkiezen;

2º de regels vast te stellen die betrekking hebben op de notariële praktijk.

De genootschappen mogen bij de uitoefening van deze bevoegdheid geen afbreuk doen aan de bevoegdheid van de Nationale Kamer van notarissen. De beslissingen hebben slechts bindende kracht na goedkeuring door de Koning, die steeds aanpassingen kan aanbrengen;

3º haar huishoudelijk reglement op te stellen;

4º jaarlijks de begroting vast te stellen en de rekeningen goed te keuren, die door de kamer van notarissen worden voorgelegd;

5º jaarlijks de bijdrage ten laste van de leden van het genootschap vast te stellen en onder hen om te slaan;

6º de vertegenwoordigers van het genootschap bij de Nationale Kamer van notarissen en hun plaatsvervangers te verkiezen, overeenkomstig artikel 92, § 2.

Art. 70. ­ De algemene vergaderingen van het genootschap worden gehouden in een daartoe geschikt lokaal in het rechtsgebied van het genootschap.

Ieder jaar hebben er rechtens twee algemene vergaderingen plaats, een in mei en een in november. Bovendien kunnen er buitengewone algemene vergaderingen worden gehouden indien de kamer van notarissen het raadzaam acht, of indien ten minste een vijfde van de leden van het genootschap daartoe een gemotiveerd verzoek tot de kamer van notarissen heeft gericht.

De algemene vergaderingen worden bijeengeroepen bij gewone brief, ondertekend door de voorzitter of de secretaris van de kamer van notarissen, die ten minste vijftien dagen voor de vergadering moet worden verzonden en die de agenda bevat.

Art. 71. ­ De voorzitter en de secretaris van de kamer van notarissen vervullen dezelfde functies in de algemene vergadering.

Art. 72. ­ Alle leden van de algemene vergadering van elk genootschap hebben één beraadslagende stem.

Art. 73. ­ In de algemene vergadering kan slechts worden beslist als ten minste twee derden van de leden aanwezig is en meer dan de helft van die aanwezige leden voorstemt.

Indien het aanwezigheidsquorum niet wordt bereikt, komt na verloop van ten minste vijftien dagen een tweede algemene vergadering samen, die kan beslissen ongeacht het aantal aanwezige leden.

Niettegenstaande het bepaalde in het vorige lid, kunnen de in artikel 69, 2º, bedoelde regels pas worden aangenomen als de helft van de leden, bij geheime stemming, voorstemt.

Die regels worden binnen een maand na hun goedkeuring door de Koning bij omzendbrief ter kennis gebracht van de leden van het genootschap en verkrijgen dientengevolge bindende kracht.

Art. 74. ­ Het kohier van de jaarlijkse bijdragen bedoeld in artikel 69, 5º, wordt, indien tot gedwongen invordering moet worden overgegaan, uitvoerbaar verklaard door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg van de hoofdplaats van de provincie, op advies van de procureur des Konings.

Tegen een gedwongen invordering kan door elk betrokken lid van het genootschap beroep worden ingesteld bij het hof van beroep van het rechtsgebied.

Art. 75. ­ De algemene vergadering van de maand november stelt de begroting van het genootschap vast voor het volgende kalenderjaar, alsmede de bijdrage die haar leden zullen moeten betalen.

De algemene vergadering van de maand mei onderzoekt en keurt de rekeningen van het genootschap goed voor het voorafgaande kalenderjaar. Zij verkiest de leden van de kamer van notarissen bedoeld in artikel 78 en, in voorkomend geval, de vertegenwoordigers van het genootschap bij de Nationale Kamer van notarissen alsook hun plaatsvervangers. »

De voorzitter. - Mevrouw Willame-Boonen en de heer Lallemand hebben een amendement nr. 42 ingediend luidende als volgt:

In het voorgestelde artikel 68 na de eerste volzin, die het eerste lid wordt, een tweede lid invoegen, luidende:

«In afwijking van het eerste lid wordt voor het gerechtelijk arrondissement Brussel een genootschap opgericht dat zijn zetel te Brussel heeft, en voor het arrondissement Leuven een genootschap dat zijn zetel te Leuven heeft.»

De heer De Decker heeft een amendement nr. 52 ingediend dat ertoe strekt in het voorgestelde artikel 68, eerste lid, de woorden "In de hoofdplaats van elke provincie" te vervangen door de woorden "Per gerechtelijk arrondissement".

De heer De Decker heeft ook een amendement nr. 53 ingediend luidende als volgt: In het voorgestelde artikel 74, eerste lid, de woorden "van de hoofdplaats van de provincie" vervangen door de woorden "van het gerechtelijk arrondissement".

Bij art. 41

In dezelfde wet worden onder titel III een nieuwe onderafdeling 3 van afdeling II, een afdeling III en een afdeling IV ingevoegd, bestaande uit de artikelen 86 tot 94:

« Onderafdeling 3

Adviesprocedure

Art. 86. ­ Bij geschillen tussen leden van het genootschap die aanhangig gemaakt worden bij de kamer van notarissen, worden de betrokken leden ofwel uitgenodigd door de secretaris bij gewone brief, met het oog op een minnelijke regeling, ofwel rechtstreeks door de syndicus opgeroepen bij een ter post aangetekende brief.

Een opgeroepen lid heeft het recht een lid van de kamer van notarissen te wraken overeenkomstig de regels bepaald in artikel 101.

Art. 87. ­ De verslaggever wint alle nuttige inlichtingen in en de kamer van notarissen beslist bij gewone meerderheid na hem te hebben gehoord. De verslaggever en de syndicus nemen niet deel aan de beraadslaging en de stemming.

Art. 88. ­ De beslissing wordt met redenen omkleed, in het register opgetekend en door de voorzitter en de secretaris ondertekend. Zij maakt melding van de naam van de aanwezige leden.

De beslissing kan niet worden tegengeworpen aan personen die geen partij waren bij de adviesprocedure.

Het advies wordt binnen acht dagen aan de betrokkenen meegedeeld bij gewone brief, ondertekend door de secretaris.

Art. 89. ­ Wanneer in andere omstandigheden dan die omschreven in artikel 86 aan de kamer van notarissen advies wordt gevraagd, wordt gehandeld op de wijze bepaald in de artikelen 87 en 88.

Afdeling III

Nationale Kamer van notarissen

Art. 90. ­ De Nationale Kamer van notarissen is een openbare instelling met zetel te Brussel.

Art. 91. ­ Naast de taken die haar door andere bepalingen van deze wet zijn opgedragen, heeft de Nationale Kamer van notarissen tot taak :

1º de algemene regels inzake deontologie vast te stellen en een algemeen reglementair kader vast te stellen waarbinnen de bevoegdheden van de genootschappen van notarissen, bedoeld in artikel 69, 2º en 5º, en van de kamers van notarissen, bedoeld in artikel 76, 3ºen 5º, uitgeoefend worden;

2º alle geschikte maatregelen te nemen tot nakoming, binnen de grenzen en onder de voorwaarden die zij bepaalt, van de verplichtingen die uit de beroepsaansprakelijkheid van de notarissen voortvloeien;

3º aan de kamers van notarissen noodzakelijke of nuttige aanbevelingen te doen met het oog op de naleving van de tucht;

4º minnelijke schikkingen tot stand te brengen inzake de geschillen, bedoeld in artikel 76, 3º, tussen leden van verschillende genootschappen. Indien geen minnelijke schikking tot stand kan worden gebracht, moet zij, op verzoek van een van de bij de zaak betrokken leden, de betrokkenen horen en advies uitbrengen, behalve wat de burgerlijke rechten betreft;

5º de algemene regels vast te stellen :

­ inzake de stage;

­ inzake de boekhouding en de wijze waarop zij moet worden gevoerd;

6º ieder jaar haar rekeningen en begroting goed te keuren en het aandeel van elk genootschap van notarissen in haar werkingskosten vast te stellen;

7º in hoger beroep de regels te bepalen voor de overdracht aan de betrokken notarissen van alle lichamelijke en onlichamelijke roerende bestanddelen van een opgeheven plaats;

8º op eigen initiatief of op verzoek, ten behoeve van alle openbare overheden of privé-personen, adviezen uit te brengen in verband met aangelegenheden van algemeen belang betreffende de uitoefening van het notarisberoep;

9º binnen de grenzen van haar bevoegdheid, alle leden van de genootschappen van notarissen van het Rijk te vertegenwoordigen ten aanzien van elke overheid of instelling;

10º in rechte op te treden, als eiser of als verweerder, in om het even welke zaak die het notarisberoep in zijn geheel aanbelangt;

11º haar huishoudelijk reglement op te stellen.

Om bindend te zijn, moeten de regels bepaald in het eerste lid, 1º en 5º, en de maatregelen bedoeld in het eerste lid, 2º, door de Koning goedgekeurd worden. Hij kan in voorkomend geval aanpassingen aanbrengen.

Indien de Nationale Kamer van notarissen in gebreke blijft de in het tweede lid bedoelde regels of maatregelen vast te stellen, heeft de Koning de macht om zelf het initiatief hiertoe te nemen.

Art. 92. ­ § 1. De organen van de Nationale Kamer van notarissen zijn:

1º de algemene vergadering;

2º het directiecomité.

§ 2. De algemene vergadering van de Nationale Kamer van notarissen bestaat uit de vertegenwoordigers van de genootschappen of, bij hun afwezigheid, uit hun plaatsvervangers. Zij worden verkozen door de algemene vergadering van het genootschap uit de leden die sedert ten minste tien jaar het notarisambt uitoefenen.

Per begonnen schijf van dertig notarissen heeft elk genootschap recht op één vertegenwoordiger.

Het mandaat van vertegenwoordiger en van plaatsvervanger duurt vijf jaar en is niet verlengbaar. Het aantal vertegenwoordigers en plaatsvervangers wordt jaarlijks voor een vijfde hernieuwd, waarbij kleinere fracties buiten beschouwing worden gelaten.

De vertegenwoordiger of plaatsvervanger die tijdens het mandaat in de plaats van een vertegenwoordiger of plaatsvervanger wordt gekozen, dient het mandaat van zijn voorganger uit, maar is niet onmiddellijk herkiesbaar.

De algemene vergadering van de Nationale Kamer van notarissen beslist bij tweederde meerderheid van de uitgebrachte stemmen.

§ 3. Het directiecomité van de Nationale Kamer van notarissen bestaat uit een voorzitter, een vice-voorzitter, een secretaris, een penningmeester en twee verslaggevers, die allen door de algemene vergadering onder haar leden worden gekozen, voor een termijn van ten hoogste drie jaar zonder dat deze termijn de duur van het mandaat bedoeld in § 2, derde lid, kan overschrijden.

De voorzitter en de vice-voorzitter, de secretaris en de penningmeester en elk van beide verslaggevers moeten tot verschillende taalgroepen behoren.

De leden van het directiecomité komen uit de vijf rechtsgebieden van de hoven van beroep; minstens drie leden van het directiecomité hebben hun standplaats in een gerechtelijk arrondissement waarin geen zetel van een hof van beroep gelegen is.

§ 4. Het directiecomité is bevoegd voor de voorbereiding van de taken van de Nationale Kamer van notarissen en voor de uitvoering van de haar door de Nationale Kamer van notarissen opgedragen taken.

Voor de uitoefening van de taken omschreven in artikel 91, eerste lid, 9º en 10º, wordt de Nationale Kamer van notarissen vertegenwoordigd door de voorzitter of door het daartoe door hem gedelegeerd lid van het directiecomité.

Het directiecomité voert de beslissingen van de algemene vergadering uit en brengt haar op de hoogte van de vervulling van zijn taken.

Afdeling IV

Nietigverklaring en verhaal

Art. 93. ­ De beslissingen die een genootschap overeenkomstig artikel 69, 2º, neemt, worden binnen één maand na hun dagtekening aan de Nationale Kamer van notarissen meegedeeld.

De Nationale Kamer van notarissen kan deze beslissingen binnen drie maanden na mededeling ervan nietig verklaren. Die termijn heeft schorsende kracht. Zij worden pas voorgelegd aan de Koning nadat deze termijn is verstreken.

Latere beslissingen van de Nationale Kamer van notarissen, die de door de genootschappen vroeger opgestelde reglementen niet uitdrukkelijk herroepen, vernietigen in voornoemde reglementen slechts die beslissingen welke met de nieuwe beslissingen onverenigbaar of strijdig zijn.

Art. 94. ­ De beslissingen van de genootschappen die een bijdrage, een omslagregeling of een aandeel in de kosten vaststellen, worden binnen één maand meegedeeld aan de Nationale Kamer van notarissen.»

De voorzitter. - De heer Raes heeft een eerste amendement nr. 45 ingediend dat luidt als volgt:

In het opschrift van de voorgestelde afdeling III de hoofding «Nationale Kamer van notarissen» vervangen door de woorden «Vlaamse Kamer, respectievelijk Waalse Kamer, van notarissen».

De heer Loones heeft een amendement nr. 51 ingediend dat luidt als volgt:

In de voorgestelde tekst de volgende wijzigingen aanbrengen :

A. Het opschrift van afdeling III, subartikel 90, vervangen door het volgende opschrift :

«Afdeling III

Vlaamse en Waalse Kamer van notarissen».

B. Artikel 90 vervangen als volgt :

«Art. 90. ­ Er bestaat een Vlaamse Kamer van notarissen en een Waalse Kamer van notarissen. Beide kamers zijn een openbare instelling met zetel te Brussel.

De Vlaamse Kamer van notarissen bestaat uit de genootschappen van notarissen van de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Gent, Hasselt, Ieper, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oudenaarde, Tongeren, Turnhout en Veurne.

De Waalse Kamer van notarissen bestaat uit de genoodschappen van notarissen van de gerechtelijke arrondissementen Aarlen, Bergen, Charleroi, Dinant, Doornik, Eupen, Hoei, Luik, Marche-en-Famenne, Namen, Neufchâteau, Nijvel en Verviers.

De notarissen met standplaats in het gerechtelijk arrondissement Brussel kiezen vrij tot welke kamer zij behoren».

C. In artikel 91, eerste lid, 9º, de woorden «van het Rijk» doen vervallen.

De heer Raes heeft een tweede amendement nr. 46 ingediend luidende als volgt:

Het voorgestelde artikel 90 vervangen als volgt :

«Art. 90. ­ Er worden een Vlaamse en een Waalse Kamer voor notarissen opgericht. Beide Kamers zijn openbare instellingen en hebben hun zetel in Brussel.

De Vlaamse Kamer van notarissen bestaat uit de genootschappen van notarissen van de gerechtelijke arrondissementen Antwerpen, Brugge, Dendermonde, Gent, Hasselt, Ieper, Kortrijk, Leuven, Mechelen, Oudenaarde, Tongeren, Turnhout en Veurne.

De Waalse Kamer van notarissen bestaat uit de genootschappen van notarissen van de gerechtelijke arrondissementen Aarlen, Bergen, Charleroi, Dinant, Doornik, Eupen, Hoei, Luik, Marche-en-Famenne, Namen, Neufchâteau, Nijvel en Verviers.

De notarissen met standplaats in het gerechtelijk arrondissement Brussel kiezen vrij tot welke Kamer zij behoren.»

De heer Raes heeft een derde amendement nr. 47 ingediend dat luidt als volgt:

In het 9º van het voorgestelde artikel 91 het zinsdeel «van het Rijk» te doen vervallen.

Bij art. 52

In afwijking van artikel 35, § 2, eerste lid, van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notarisambt, mag het totale aantal voor de eerste drie vergelijkende toelatingsproeven telkens maximaal 115 bedragen.

De voorzitter. - De heer Desmedt c.s. heeft een amendement nr. 41 ingediend dat ertoe strekt dit artikel te doen vervallen.

De heren Goris en Desmedt hebben een amendement nr. 34 ingediend dat ertoe strekt dit artikel te vervangen als volgt:

"Art. 52.- In afwijking van artikel 35, § 2, eerste lid van de wet van 25 ventôse jaar XI op het notaris-ambt, mag het totale aantal voor de eerste vijf vergelijkende toelatingsproeven maximaal 200 bedragen."

Op dit amendement hebben zij een subamendement nr.35 ingediend dat ertoe strekt dit artikel te vervangen als volgt:

"Art. 52.- Ten behoeve van 165 licentiaten in het notariaat die de stage voorzien in het kader van het notarisambt hebben volbracht, wordt door de Koning, uiterlijk tegen 31 december 1999, een eenmalige toelatingsproef georganiseerd. De Koning benoemt vervolgens de geslaagden tot kandidaat-notaris. Deze benoemingen worden in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt."

- De stemming over de amendementen wordt aangehouden

Artikelsgewijze bespreking van het wetsontwerp tot aanvulling van de wet van 25 ventôse jaar XI, op het notarisambt, met de artikelen 76, 1°, 78 tot 85 en 95 tot 112 (Gedr. St. 1-1277)

De voorzitter. - De commissie stelt volgend nieuw opschrift voor: "Wetsontwerp tot aanvulling van de wet van 25 ventôse jaar XI, op het notarisambt, met de artikelen 38, § 5, 76, 1°, 78 tot 85 en 95 tot 112" (Instemming).

Bij art. 5 (vroeger art. 24, II)

In dezelfde wet wordt een nieuwe titel IV ingevoegd met het opschrift « Tucht », die de artikelen 95 tot 112 bevat, luidende als volgt :

« Afdeling I

Tuchtstraffen

Art. 95. ­ Elk lid van een genootschap van notarissen dat door zijn gedrag afbreuk doet aan de waardigheid van het notariaat of dat zijn plichten verzuimt, kan de in deze afdeling bepaalde tuchtstraffen oplopen.

Art. 96. ­ De tuchtstraffen van eigen rechtsmacht zijn :

1º terechtwijzing;

2º blaam;

3º tuchtrechtelijke geldboete van 5 000 tot 200 000 frank, die in de Schatkist wordt gestort.

De tuchtrechtelijke geldboete kan samen met een andere tuchtstraf worden opgelegd.

Art. 97. ­ De hogere tuchtstraffen zijn :

A) voor de notarissen ­ titularis , geassocieerde notarissen of plaatsvervangers :

1º tuchtrechtelijke geldboete van meer dan 200 000 tot 500 000 frank, die in de Schatkist wordt gestort;

2º schorsing;

3º afzetting.

De tuchtrechtelijke geldboete kan samen met een andere tuchtstraf worden opgelegd.

B) voor de kandidaat-notarissen : de schorsing of schrapping van het tableau;

C) voor de erenotarissen : de schorsing of het verlies van hun eretitel.

Afdeling II

Tuchtprocedure voor de Kamer van notarissen

Art. 98. ­ De kamer van notarissen neemt, door toedoen van de syndicus, kennis van de tuchtzaken, hetzij ambtshalve, hetzij op klacht, hetzij op schriftelijke aangifte door de procureur des Konings.

Art. 99. ­ Het lid van het genootschap aan wie een feit ten laste is gelegd, wordt door de syndicus hiervan in kennis gesteld bij een ter post aangetekende brief waarin het feit wordt omschreven. Die brief wordt door de syndicus ondertekend en door de secretaris, die daarvan aantekening houdt, verzonden. Deze brief informeert het lid over de plaats en het tijdstip waarop hij kennis kan nemen van het dossier met betrekking tot het ten laste gelegde feit.

Het betrokken lid kan schriftelijk of mondeling zijn reactie laten kennen.

Art. 100. ­ Wanneer de syndicus van oordeel is dat een ten laste gelegd feit aan de kamer van notarissen moet worden voorgelegd, roept hij dit lid op voor de kamer van notarissen en zendt hij het dossier over aan de voorzitter van de kamer van notarissen. Van deze oproeping wordt gelijktijdig een kopie overgezonden aan de procureur des Konings van het gerechtelijk arrondissement waar de betrokken notaris zijn standplaats heeft. In de oproeping maakt hij melding van het ten laste gelegde feit en van de plaats en het tijdstip waarop dit lid kennis kan nemen van het dossier. Het opgeroepen lid kan zich laten bijstaan door een notaris, een erenotaris of een advocaat. Hij kan, uiterlijk acht dagen na zijn oproeping, vorderen dat getuigen door de kamer van notarissen opgeroepen worden op de zitting vastgesteld voor de debatten. Hij kan ook, binnen dezelfde termijn, stukken ter staving van zijn verdediging neerleggen.

De kamer van notarissen roept de leden van het genootschap die bij de zaak betrokken zijn op, alsook de belanghebbende derden die daartoe de wens hebben geuit, om te worden gehoord. Elk van hen kan worden bijgestaan door een notaris, een erenotaris of een advocaat.

De kamer van notarissen kan ook ambtshalve de belanghebbende notarissen oproepen. Deze laatsten kunnen worden bijgestaan of vertegenwoordigd door een notaris, een erenotaris of een advocaat.

Art. 101. ­ Het lid van het genootschap dat opgeroepen werd, kan zijn recht van wraking uitoefenen tegen elk van de leden van de kamer van notarissen die over zijn zaak moeten beslissen om de redenen bepaald in artikel 828 van het Gerechtelijk Wetboek. Het recht van wraking kan tevens uitgeoefend worden tegen leden van de kamer van notarissen wanneer hun standplaats of de zetel van hun associatie gelegen is in hetzelfde gerechtelijk kanton waarin de standplaats of de zetel van de associatie van het opgeroepen lid gelegen is.

Het opgeroepen lid richt hiertoe uiterlijk drie dagen voor de debatten, op straffe van verval, aan de voorzitter van de betrokken kamer van notarissen een gedagtekend en ondertekend geschrift waarin hij de naam vermeldt van het lid of de leden die hij wil wraken, met opgave van de redenen van de wraking.

De kamer van notarissen doet binnen vijftien dagen na ontvangst van het geschrift, uitspraak over de gegrondheid van de wraking en het gevolg dat er eventueel aan wordt gegeven. De gewraakte leden nemen geen deel aan dit debat noch aan de stemming. Zij worden vervangen door verkiesbare leden die door loting worden aangeduid.

Van de met redenen omklede beslissing wordt binnen de kortst mogelijke tijd aan het opgeroepen lid van het genootschap kennis gegeven.

Art. 102. ­ De zitting voor de debatten wordt door de kamer van notarissen vastgesteld met inachtneming van een termijn die niet minder mag bedragen dan vijftien dagen na de datum waarop het lid aan wie een feit ten laste gelegd wordt, werd opgeroepen om voor die kamer van notarissen te verschijnen.

De debatten zijn openbaar tenzij het lid van het genootschap dat opgeroepen werd, om behandeling met gesloten deuren verzoekt.

Het lid aan wie een feit ten laste is gelegd, heeft het recht op die zitting, zelf of bij monde van de persoon die hem bijstaat, bedoeld in artikel 100, eerste lid, zijn middelen van verweer uiteen te zetten. De opgeroepen getuigen mogen zowel door hem, als door de kamer van notarissen ondervraagd worden.

Art. 103. ­ De kamer van notarissen beslist bij geheime stemming met volstrekte meerderheid, na de syndicus en de verslaggever, die niet aan de beraadslaging en aan de stemming deelnemen, te hebben gehoord. De kamer van notarissen kan de in artikel 96 bepaalde tuchtstraffen opleggen.

Art. 104. ­ De beslissing wordt binnen één maand na de sluiting van de debatten in openbare terechtzitting uitgesproken.

De beslissing wordt met redenen omkleed, in het daartoe bestemd register opgetekend en tijdens de zitting waarop zij werd uitgesproken, door de voorzitter en de secretaris op de minuut getekend.

Iedere beslissing maakt melding van de naam van de aanwezige leden.

Art. 105. ­ Binnen acht dagen na de uitspraak wordt van de beslissing bij een ter post aangetekende brief kennis gegeven aan het betrokken lid alsook aan de verschenen partijen. De secretaris vermeldt dit in de kantlijn.

Een beslissing waarbij een tuchtstraf wordt uitgesproken, wordt binnen dezelfde termijn aan de procureur des Konings van het rechtsgebied meegedeeld.

Art. 106. ­ Als de tuchtstraf bij verstek wordt uitgesproken, kan het lid van het genootschap aan wie een feit ten laste is gelegd daartegen verzet aantekenen binnen vijftien dagen na de toezending van de kennisgeving.

Het verzet wordt bij een ter post aangetekende brief aan de secretaris van de kamer van notarissen gericht.

Indien het verzet te laat is gedaan, wordt het onontvankelijk verklaard.

Indien het lid van het genootschap echter kan aantonen dat hij onmogelijk tijdig kennis kon krijgen van de uitspraak , kan hij buitengewoon verzet aantekenen binnen een termijn van vijftien dagen na de dag waarop hij effectief kennis van de uitspraak heeft gekregen.

De kamer van notarissen ontbiedt de partij die verzet aantekent en geeft haar de gelegenheid haar argumenten naar voor te brengen. Zij doet, zelfs bij haar afwezigheid, uitspraak. De beslissing wordt in ieder geval geacht op tegenspraak te zijn gewezen.

De bepalingen van artikel 105 zijn van toepassing.

Art. 107. ­ Binnen één maand na de kennisgeving kan tegen de beslissing van de kamer van notarissen beroep worden ingesteld bij de burgerlijke rechtbank. Dit rechtsmiddel kan worden aangewend door het betrokken lid, door de syndicus en door de procureur des Konings. Het heeft schorsende kracht.

De rechtbank waarbij het beroep is ingesteld, doet uitspraak in laatste aanleg.

Zij kan alleen de in artikel 96 bedoelde straffen opleggen of het lid van het genootschap aan wie het feit ten laste is gelegd, vrijspreken.

Afdeling III

Tuchtprocedure voor de burgerlijke rechtbank

Art. 108. ­ De procureur des Konings of de kamer van notarissen kunnen een zaak bij de burgerlijke rechtbank aanhangig maken, tenzij deze kamer van notarissen voor dezelfde feiten een tuchtstraf heeft uitgesproken. Bij dagvaarding door de kamer van notarissen, deelt de syndicus dit gelijktijdig mee aan de procureur des Konings.

De dagvaarding om voor de rechtbank te verschijnen heeft tot gevolg dat de zaak aan de kamer van notarissen wordt onttrokken.

Art. 109. ­ De bevoegde rechtbank is die van het rechtsgebied waar het gedagvaarde lid professioneel actief is of laatst is geweest.

Art. 110. ­ § 1. De rechtbank kan de in artikel 96 of artikel 97 bepaalde tuchtstraffen opleggen, behalve in het geval bedoeld in artikel 107, laatste lid.

§ 2.Tegen de beslissing van de burgerlijke rechtbank kan hoger beroep worden ingesteld bij het hof van beroep. Deze beslissingen zijn niet uitvoerbaar bij voorraad.

De rechtbank kan, voor de duur die zij bepaalt, aan de notaris tegen wie zij schorsing of afzetting heeft uitgesproken, een verbod om zijn beroep uit te oefenen opleggen, niettegenstaande hoger beroep. De bepalingen van artikel 112, § 4, zijn van overeenkomstige toepassing.

De rechtbank van eerste aanleg of het hof van beroep kan, op verzoek van de procureur des Konings respectievelijk de procureur-generaal, van de kamer van notarissen of van de betrokkene het verbod op elk ogenblik opheffen.

§ 3. De geschorste notaris moet, voor de duur van de schorsing, de uitoefening van zijn beroep stopzetten. Bij overtreding van deze bepaling zijn de straffen bedoeld onder het tweede lid van deze paragraaf op hem toepasbaar. Tijdens de duur van de schorsing mag hij de algemene vergadering van het genootschap van notarissen niet bijwonen en is hij niet verkiesbaar tot lid van de kamer van notarissen, noch tot vertegenwoordiger van het genootschap ­ of tot plaatsvervangend vertegenwoordiger ­ bij de Nationale Kamer van notarissen. Indien de betrokkene reeds tot één van de voormelde functies is verkozen, mag hij gedurende de duur van schorsing deze functie niet uitoefenen en moet er in zijn vervanging worden voorzien.

De notaris die uit zijn ambt is ontzet, moet de uitoefening van zijn beroep stopzetten, zulks op straffe van schadevergoeding en, in voorkomend geval, andere veroordelingen waarin de wet voorziet ten aanzien van openbare ambtenaren die ondanks afzetting hun ambt blijven uitoefenen.

Voorafgaande bepalingen zijn van toepassing vanaf het ogenblik dat de beslissing houdende uitspraak van de tuchtstraf definitief is geworden.

Art. 111. ­ § 1. In geval van afzetting of schorsing voor méér dan vijftien dagen wordt overeenkomstig artikel 64, § 3, eerste lid, onmiddellijk een plaatsvervanger aangewezen.

Duurt de afzetting of de schorsing ten hoogste vijftien dagen, dan kan een plaatsvervanger worden aangewezen, op verzoek van hetzij de uit zijn ambt ontzette of geschorste notaris, hetzij de kamer van notarissen, hetzij de procureur des Konings. Naargelang het geval is het advies van de procureur des Konings of van de kamer van notarissen vereist. Indien de betrokkene erom verzoekt, wordt uitspraak gedaan in raadkamer.

§ 2. Indien bij schorsing van een notaris een plaatsvervanger wordt aangewezen , heeft deze het recht op betaling van de door hem gemaakte kosten, alsook op de vergoeding die de voorzitter van de rechtbank na advies te hebben ingewonnen van de kamer van notarissen vaststelt, dit alles op kosten van de vervangen notaris. Het ereloon voor de tijdens de schorsing verleden akten dient om de plaatsvervanger en het kantoorpersoneel te bezoldigen en de algemene kosten te betalen. Het eventuele overschot wordt gestort aan de plaatsvervanger of aan de notarissen die in de plaats van de geschorste notaris hebben geïnstrumenteerd. Het eventuele tekort wordt door de vervangen notaris gedragen.

§ 3. Wanneer een notaris uit zijn ambt is ontzet, heeft de plaatsvervanger recht op het ereloon voor de tijdens de plaatsvervanging verleden akten, waarmee hij de bezoldiging van het kantoorpersoneel en de algemene kosten moet betalen. Het eventuele tekort wordt door de vervangen notaris gedragen.

§ 4. Als de vervangen notaris in hoger beroep wordt vrijgesproken, heeft hij recht op het verschil tussen het ereloon dat de plaatsvervanger heeft ontvangen, na aftrek van de bezoldiging van deze laatste die door de voorzitter van de rechtbank wordt vastgesteld na het advies te hebben ingewonnen van de kamer van notarissen, en de bedragen die tijdens de plaatsvervanging zijn besteed aan de bezoldiging van het kantoorpersoneel en de betaling van de algemene kosten.

Afdeling IV

Preventieve schorsing

Art. 112. ­ § 1. Aan de notaris die het voorwerp uitmaakt van een strafrechtelijke vervolging of tuchtrechtelijke procedure wegens feiten die aanleiding kunnen geven tot een hogere tuchtstraf, kan een preventieve schorsing opgelegd worden overeenkomstig de volgende modaliteiten. De betrokken notaris wordt in kort geding voor de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg gedagvaard, hetzij door de kamer van notarissen, hetzij door de procureur des Konings. In dit laatste geval wint de voorzitter het advies in van de kamer van notarissen.

Indien er ernstige vermoedens bestaan ten aanzien van de gegrondheid van de ten laste gelegde feiten en er kennelijk gevaar bestaat dat de voortzetting van zijn beroepsactiviteit derden ernstig nadeel kan berokkenen of in belangrijke mate afbreuk kan doen aan de waardigheid van het notariaat, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg de betrokken notaris preventief schorsen voor hoogstens de duur van de procedure. De beschikking is, niettegenstaande enig verzet of beroep, vanaf de uitspraak uitvoerbaar.

§ 2. Indien uit klachten tegen een notaris of uit onderzoeken blijkt dat er kennelijk gevaar bestaat dat de voortzetting van zijn beroepsactiviteit derden ernstig nadeel kan berokkenen of in belangrijke mate afbreuk kan doen aan de waardigheid van het notariaat, kan de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg aan de betrokkene, nog voor een tucht- of strafrechtelijke procedure werd ingeleid, een preventieve schorsing opleggen.

De vordering wordt ingeleid op eenzijdig verzoekschrift van de kamer van notarissen of van de procureur des Konings. In dit laatste geval wint de voorzitter het advies in van de kamer van notarissen.

De maatregel kan slechts voor een duur van maximaal één maand worden opgelegd. De beschikking is, niettegenstaande enig verzet of hoger beroep, vanaf de uitspraak uitvoerbaar.

§ 3. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg kan op verzoek van de procureur des Konings, van de kamer van notarissen of van betrokkene de maatregel op elk ogenblik opheffen.

§ 4. De notaris die preventief geschorst is, mag tijdens de duur van de maatregel zijn beroep niet uitoefenen. Hij mag de briefwisseling die verband houdt met zijn beroep niet ondertekenen en mag geen cliënten ontvangen. Hij heeft recht op het ereloon verschuldigd naar aanleiding van akten verleden tijdens de preventieve schorsing, behoudens hetgeen bepaald onder § 7.

§ 5. Indien de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, overeenkomstig § 1, de notaris meer dan vijftien dagen preventief schorst, stelt hij onmiddellijk een plaatsvervanger aan, overeenkomstig artikel 64, § 3, eerste lid. Duurt de preventieve schorsing ten hoogste vijftien dagen, dan kan de voorzitter van de rechtbank een plaatsvervanger aanstellen op verzoek van, hetzij de notaris die preventief geschorst is, hetzij de kamer van notarissen, hetzij de procureur des Konings. Naargelang het geval is het advies van de procureur des Konings of van de kamer van notarissen vereist.

§ 6. Indien de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg, overeenkomstig § 2, de notaris meer dan vijftien dagen preventief schorst, stelt hij, op verzoek van de kamer van notarissen een plaatsvervanger aan.

Duurt de preventieve schorsing ten hoogste vijftien dagen, dan kan de voorzitter van de rechtbank een plaatsvervanger aanstellen op verzoek van de notaris die preventief geschorst is of van de kamer van notarissen.

§ 7. De plaatsvervanger, aangesteld overeenkomstig § 5 of § 6, heeft, ten laste van de vervangen notaris, recht op terugbetaling van de kosten die hij heeft gemaakt, alsook op de vergoeding die door de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg werd vastgesteld na het advies van de kamer van notarissen te hebben ingewonnen.

In voorkomend geval zullen de §§ 2 en 4 van artikel 111 op analoge wijze worden toegepast. ».

De voorzitter. - De heer Loones heeft een amendement nr. 5 ingediend dat luidt als volgt:

In de derde zin van het voorgestelde artikel 110, § 3, eerste lid, het woord "Nationale" vervangen door de woorden "Vlaamse of Waalse".

- De stemming over het amendement en het artikel wordt aangehouden

- De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming (van mevrouw Nadia Merchiers c.s.; Gedr. St. 1-667)

Algemene bespreking

Mevrouw Nadia Merchiers (SP). - Tijdens de bespreking van de wet van 2 februari 1994 tot wijziging van de wet van 8 april 1965 hebben zowel Kamer als Senaat geijverd voor de onmiddellijke opheffing van artikel 53 maar uiteindelijk werd hiervan afgezien wegens het gebrek aan opvangplaatsen in gesloten instellingen. Tijdens deze legislatuur hebben we een nieuw initiatief genomen omdat een gebrek aan infrastructuur de opname van minderjarigen in gevangenissen bij voorlopige maatregel niet kan rechtvaardigen.

Iedereen vindt dat de wet op de jeugdbescherming aan herziening toe is maar over de manier bestaat nog geen eensgezindheid. De SP pleit voor een gestructureerd overleg met de Gemeenschappen ten einde complementariteit na te streven: de Gemeenschappen nemen een preventieve en begeleidende taak op zich, Justitie staat in voor het sanctierecht en de gedwongen hulpverlening.

De SP pleit voor de uitbouw van gesloten instellingen met vorming en begeleiding van jongeren en voor de toepassing van alternatieve sancties waarvan herstelrecht een onderdeel kan zijn.

We hadden liever dat artikel 53 onmiddellijk kon worden opgeheven maar we kunnen ons neerleggen bij de inwerkingtreding uiterlijk op 1 januari 2002. Hiermee zal het overleg met de Gemeenschappen gestimuleerd worden en zullen de opvangmogelijkheden beter ontwikkeld worden.

Ik dank de collega's en vooral de minister die het voorstel gesteund hebben. Wij verwachten dat in de nabije toekomst minderjarigen niet meer bij voorlopige maatregel in de gevangenis zullen worden opgesloten.

De SP zal dit wetsvoorstel uiteraard goedkeuren (Applaus).

- De algemene bespreking is gesloten.

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 8 april 1965 betreffende de jeugdbescherming, met betrekking tot de oproeping bij proces-verbaal in jeugdzaken (Gedr. St. 1-201) (Tweede behandeling)

Algemene bespreking

Mevrouw Nadia Merchiers (SP), rapporteur. - In de commissie voor de Justitie heeft de indiener van het oorspronkelijke voorstel gezegd dat de Kamer van volksvertegenwoordigers de geest van zijn tekst volledig heeft gerespecteerd. De Kamer heeft wel voor een andere technische oplossing gekozen. Een nieuw artikel 46bis wordt in de wet van 1965 ingevoegd, terwijl de aanvullingen voorgesteld bij de artikelen 45, 2, b) en 54 bis, 2e lid van dezelfde wet werden weggelaten, waarschijnlijk om niet in herhaling te vallen. De indiener van het oorspronkelijke voorstel aanvaard dit, hoewel hij ervan overtuigd is dat zijn wetsvoorstel vollediger was.

Een ander commissielid vond de tekst van de Senaat duidelijker.

Er wordt ook op gewezen dat de aangebrachte wijzigingen het gevolg zijn van regeringsamendementen.

De commissie heeft het ontwerp eenparig aangenomen. (Applaus)

- De algemene bespreking is gesloten.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 3 van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst (Gedr. St. 1-1204) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Johan Weyts (CVP), rapporteur. - De wet van 1995 geeft uitvoering van de EU-richtlijn 86/653 tot harmonisatie van de regels voor de handelsagentuur. Hoewel deze richtlijn enkel was bedoeld voor het goederenverkeer breidde de wetgever het toepassingsgebied uit tot de diensten, behalve die uit de sector van het bank- en verzekeringswezen. Achteraf bleek echter dat er in deze sectoren nood was aan een betere omkadering van het statuut van de tussenpersonen.

De Senaatscommissie ging ervan uit dat het statuut enkel van toepassing was op de handelsagenten, die zich in juridische zin onderscheiden van makelaars, en heeft daarom enkele wijzigingen aangebracht aan het ontwerp.

De eerste wijziging heeft betrekking op de uitwinningsvergoeding. Als de verzekeringsagent op dit vlak voldoende waarborgen heeft, is de agentuurovereenkomst niet onderworpen aan de wet. Er moet nog een tekstcorrectie worden aangebracht in de tekst van artikel 2 van het ontwerp. In plaats van de woorden "… en die vergoeding minstens anderhalve maal meer bedraagt dan … " leze men "… en die vergoeding minstens de helft meer bedraagt dan …".

De heer Guy Moens (SP). - In het Frans kan men de woorden "… et que cette indemnité est au moins une fois et demie supérieure à celle prévue à …" best vervangen door de woorden "… que cette indemnité s'élève à au moins une fois et demie celle prévue à …". (Instemming)

De heer Johan Weyts (CVP), rapporteur. - De tweede wijziging maakt het mogelijk om het bedrag en de berekening van de commissielonen over te laten aan een paritair comité. Door de derde wijziging wordt het opstellen van de trimestriële commissiestaat uitgesteld tot 30 juni 2000.

De commissie heeft het geamendeerde ontwerp aangenomen met 7 stemmen bij 1 onthouding.

De heer Guy Moens (SP). - De totstandkoming van deze regeling lijkt op een processie van Echternach. De EU-richtlijn was enkel bedoeld voor de agenten die zich bezighouden met goederentransacties. De Belgische wetgever heeft de bescherming dan uitgebreid tot de diensten, behalve die van de bank- en verzekeringssector. Na klachten over onderbescherming heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers een wetsvoorstel goedgekeurd om de toepassing van de wet uit te breiden. In de Senaatscommissie vond men de bescherming dan weer te verregaand. Uiteindelijk werd een compromis gevonden.

De uitwinningspremie wordt uit het toepassingsgebied van de wet uitgesloten, er komt een paritair orgaan en de commissiestaten worden uitgesteld tot eind juni 2000. Ik hoop dat de Kamer dit ontwerp niet nog eens zal wijzigen en dat er zo een einde komt aan deze processie van Echternach. (Applaus)

Mevrouw Magdeleine Willame-Boonen (PSC) (in het Frans).De door de Kamer aangenomen tekst kan niet worden toegepast omdat hij helemaal niet strookt met de economische realiteit van de sector. De Senaat diende bijgevolg zijn verantwoordelijkheid op te nemen en hij heeft dan ook wijzigingen voorgesteld, hoewel de vervaldag van 4 mei voor de deur staat.

De eerste wijziging onttrekt de handelsagenten van de verzekeringssector, die bovendien al gunstiger maatregelen genieten, aan het toepassingsgebied van de wet

De tweede wijziging bepaalt dat de commissielonen waarover volgens artikel 15 van de wet geval per geval moet worden onderhandeld, kunnen worden geregeld door bemiddeling van de representatieve organen van de sectoren van de krediet- en beursinstellingen.

De laatste wijziging betreft de problematiek van de millenniumbug: de inwerkingtreding van de verplichting voorgeschreven door artikel 16 van de wet van 1995 om driemaandelijks een overzicht te geven van de commissielonen die de opdrachtgever aan de agent verschuldigd is, is uitgesteld tot 30 juni van het volgend jaar

Rekening houdend met de recente actualiteit en met het feit dat de IPPA-groep het statuut van de bedienden van zijn agentschappen in handelsagenten wil veranderen, hopen wij dat deze tekst de goedkeuring van de Kamer kan krijgen en nog het licht zal zien vóór het einde van deze regeerperiode.

De heer Luc Coene (VLD). - Dit ontwerp kende een hele lijdensweg en heeft heel wat gemoederen doen oplaaien. De tekst die in de Kamer werd goedgekeurd bleek overigens onuitvoerbaar te zijn.

De VLD gaat akkoord met twee van de drie wijzigingen, maar niet met de uitsluiting van de verzekeringsagenten uit het toepassingsveld van de wet. Hoewel de betrokkenen het zelf hadden gevraagd zou dit immers een verkeerde berekening kunnen zijn. De wet schreef minimale, maar geen verplicht te volgen voorwaarden voor. Individuele afspraken waren dus niet uitgesloten. Nu zouden onder druk van de concurrentie de voorwaarden danig kunnen verslechteren, dat de minimale bescherming van de wet heilbaar zou zijn. Intussen echter hebben de verzekeringsagenten zichzelf uit de wet gesloten.

Wij zijn niet gelukkig met de datum van inwerkingtreding. Na de goedkeuring van het ontwerp in de Kamer hebben vele financiële instellingen misbruik van deze voorkennis gemaakt om een aantal agenten op te zeggen of om contracten eenzijdig te wijzigen. Wij hebben in de commissie dan ook een amendement ingediend om het ontwerp terugwerkende kracht te verlenen tot 1 januari 1999. De meerderheid achtte deze bijkomende bescherming voor de agenten niet nodig. Wij betreuren dit. We dienen dit amendement dan ook opnieuw in. Indien men die aanpassing niet aanvaardt, zullen we ons onthouden.

- De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter. – De commissie stelt volgend nieuw opschrift voor: "Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op de aanpassing van het bedrag van het loon dat niet vatbaar is voor overdracht of beslag" (Instemming).

Met het oog op de overeenstemming tussen de Franse en de Nederlandse tekst moet in de Nederlandse versie van artikel 2 worden gelezen "die vergoeding minstens anderhalve maal zo hoog is als...".

A l'article 4 (ancien article 3)

La présente loi ne s'applique pas aux obligations dont l'exécution a été demandée en justice avant la date de son entrée en vigueur.

Pour ce qui est des secteurs des assurances, des établissements de crédit et des marchés réglementés de valeurs mobilières, l'article 16 de la loi du 13 avril 1995 relative au contrat d'agence commerciale entre en vigueur le 30 juin 2000.

M. le président. - M. Coene a déposé un amendement n° 24 à l'article 4, alinéa 1er, tendant à remplacer les mots "la date de son entrée en vigueur" par les mots "le 1er janvier 1999".

De heer Luc Coene (VLD). – Mijn amendement strekt ertoe om artikel 4, eerste lid aan te passen om de agenten retroactief een bijkomende bescherming te geven vanaf 1 januari 1999, zoals ik heb toegelicht in de algemene bespreking.

De heer Van Parys, minister van Justitie. – Deze zaak werd besproken in de commissie. Ik houd mij dan ook aan de in commissie goedgekeurde tekst.

- De stemming over het amendement wordt aangehouden.

Wetsontwerp tot wijziging van een aantal bepalingen betreffende het huwelijk (Gedr. St. 1-512)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel (Gedr. St. 1-1313)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

Wetsontwerp betreffende het vervoer van zaken over de weg (Gedr. St. 1-1242) (Evocatieprocedure)

Algemene bespreking

De heer Luc Coene (VLD), rapporteur.Namens de VLD wijs ik er op dat dit ontwerp vier doelstellingen heeft, namelijk de verbetering van de structuur van de reglementering, de aanpassing van de reglementering aan de EU-regels, de vereenvoudiging van de vervoervergunningen en de bestraffing van de medeactoren. Wij onderschrijven deze doelstellingen. Wij hebben enkel een probleem met de invulling van de bestraffing van de medeactoren.

De invoering van de medeverantwoordelijkheid van de medeactoren heeft twee doelen namelijk het afraden van het gebruik maken van een vervoerder die wettelijk niet in orde is en het verminderen van de druk van de medeactoren op de vervoerder. Iedereen is het erover eens dat deze problemen een realiteit zijn en dat het nodig is bestraffend op te treden. Van alle bestraffingen betreffen 41% vervalsingen van de tachograaf en de rust- en rijtijden, 15% problemen met vergunningen en 15% overbelading.

Wij hebben problemen met de invoeging van de termen "wetens en willens". Hoe zal men dat kunnen bewijzen?

De regering wil blijkbaar de indruk wekken dat zij de medeverantwoordelijkheid invoert, maar tegelijkertijd ondermijnt ze deze door toevoeging van de woorden "wetens en willens". Hierdoor zal de bewijsvoering worden bemoeilijkt. De medeverantwoordelijkheid dreigt dode letter te blijven. Het amendement dat we hadden ingediend, werd niet aangenomen. De VLD-fractie zal zich dan ook onthouden.

De heer Daerden, minister van Vervoer (in het Frans).- Zoals de heer Coene u heeft uitgelegd, is in de Kamer, zowel in de commissie als nadien, in plenaire vergadering, lang gedebatteerd. Tijdens het debat in de commissie zijn wij dieper ingegaan op het probleem van de woorden "wetens en willens". Over de nagestreefde doelstellingen bestaat echter geen onenigheid.

Ik heb gevraagd de basistekst niet te wijzigen, aangezien het debat een richtsnoer kan zijn voor de rechter die moet nagaan welk doel de wetgever voor ogen heeft.

Wetsvoorstel tot wijziging van het koninklijk besluit van 22 december 1989 houdende vaststelling van de vergoedingen verschuldigd voor het gebruik van de luchthaven Brussel-Nationaal (van de heer Leo Goovaerts; Gedr. St. 1-104)

Algemene bespreking

De heer Luc Coene (VLD), rapporteur. - Ik wens het standpunt van mijn fractie uiteen te zetten.

Dit voorstel heeft een lange geschiedenis. Het werd in 1997 ingediend door collega Goovaerts en was gebaseerd op een regeling die sinds 1995 op de luchthaven van Zaventem van toepassing was om de geluidshinder gevoelig te verminderen.

In 1998 vaardigde de minister een KB uit dat het stelsel voor de rechten gevoelig wijzigde. Het KB voerde een onderscheid in volgens vliegtuigtypes en het uur van opstijgen of landen. In de praktijk bedraagt het verschil in kostprijs tussen dag- en nachtvluchten per kilogram vracht maar 10 centiem. Voor de betrokken vervoersmaatschappij DHL maakt dit niet veel uit, voor de burgers daarentegen wel.

Ik heb dan ook zelf een voorstel ingediend, als amendement op het voorstel-Goovaerts, dat de rechten 's nachts gevoelig wil opdrijven. Een algemeen verbod op nachtvluchten is met de huidige meerderheid niet haalbaar. In ons land bestaan er ook geen geluidsnormen, die overigens ook moeilijk te controleren zijn. Alleen een forse verhoging van de rechten kan dus een oplossing bieden.

Bij de oprichting van BIAC heeft de minister de rechten in de beheersovereenkomst laten inschrijven. Hij vindt dat dit contract nu nog niet kan worden aangepast. Dit getuigt van kwade trouw, want de minister kende ons voorstel dat overigens door zijn administratie werd gesteund.

Mijn voorstel biedt ook het voordeel dat een maatschappij niet aan de rechten kan ontsnappen door haar vluchtroutes te verschuiven.

Bij de stemming zal blijken of de meerderheidspartijen willen dat de geluidshinder daadwerkelijk wordt beperkt.

De VLD-fractie zal tegen de conclusies van de commissie stemmen.

De heer Daerden, minister van Vervoer (in het Frans) Ik houd mij reeds vele jaren intensief bezig met de problemen inzake de bestrijding van geluidshinder. Wij hebben reeds bepaald dat een langere periode als nacht moeten worden beschouwd en wij hebben de soorten vliegtuigen opnieuw gedefinieerd. Voorts hebben wij de vergoedingen ingrijpend gewijzigd op basis van het uur van de vlucht en het veroorzaakte geluid. Die bepalingen zijn aangenomen op basis van overleg met alle betrokken partijen. De organisaties van omwonenden hebben trouwens reeds bevestigd dat het met het dossier de goede kant uitgaat.

Uiteraard moeten wij verder gaan. Daarom zijn in het beheerscontract twee belangrijke punten opgenomen. Vanaf eind dit jaar zullen tijdens de nacht bovengrenzen gelden voor het lawaai. Bovendien zal de BIAC zich moeten laten registreren door een Europees label van goed milieubeheer. Het uitgewerkte systeem is een compromis tussen het recht van de omwonenden op een goede levenskwaliteit en de noodzakelijke economische ontwikkeling. Daarom heb ik de commissie gevraagd dit voorstel te verwerpen. Ik het echter begrip voor het betoog van de heer Coene.

De heer Luc Coene (VLD). - Het is merkwaardig dat de minister beweert dat de diverse drukkingsgroepen in de gemeenten rond de luchthaven van Zaventem akkoord zouden gaan met zijn oplossing. Uit al hun pamfletten blijkt immers dat zij het beleid van de minister verwerpen.

De minister zegt dat men verder moet gaan voor de inperking van de geluidsoverlast. Het gaat hem duidelijk over de vorm niet om de inhoud.

Uit zijn uiteenzetting over de maximale quota blijkt dat de minister niet veel begrepen heeft van de zaak. Het nachtlawaai wordt niet opgelost door het aantal decibels per toestel te verminderen maar hangt af van het totaal aantal toestellen dat in een tijdsbestek landt of opstijgt. Enkel met een systematische verhoging van de rechten voor nachtvluchten zal men maatschappijen ertoe dwingen hun activiteiten anders te organiseren. Een leefbare situatie kan immers al bereikt worden door de vluchten vier uur uit te stellen.

Tot slot beweert de minister dat hij een compromis heeft bereikt tussen de omwonenden en de maatschappijen. Dat is gelogen want het gaat hier enkel om een compromis ten voordele van DHL waarvoor de minister zal beloond worden.

- De algemene bespreking is gesloten.

- Over de conclusies van de commissie wordt later gestemd.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 31 december 1983 tot hervorming van de instellingen van de Duitstalige Gemeenschap (Gedr. St. 1-1300)

Algemene bespreking

De heer Charles-Ferdinand Nothomb (PSC), rapporteur, (in het Frans). – Dit wetsontwerp maakt een einde aan een geschil over de financiering van de Duitstalige Gemeenschap. Sinds de goedkeuring van de wet van 18 juli 1990 tot regeling van de financiering van deze gemeenschap werden namelijk bepaalde lasten van het verleden, die wel voor de andere gemeenschappen golden, voor de Duitstalige Gemeenschap geschrapt.

Dit dossier is door het Rekenhof en door de administratie van Begroting onderzocht. De federale regering heeft uiteindelijk een compromis met de Gemeenschap gesloten. Aan laatstgenoemde worden drie dotaties toegekend. De wet van 31 december 1983 tot hervorming der instellingen voorzag vooreerst voor 1989 in een eenmalig krediet van 65 miljoen voor het Fonds Maron. Aangezien deze bepaling van 1990 dateerde, kon zij in 1989 evenwel niet worden uitgevoerd.

Vervolgens heeft de Gemeenschap tussen 1983 en 1990 slechts vijf zevenden van het totaalbedrag van de saldi van de geannuleerde kredieten ontvangen, zoals bepaald in de wet van 5 maart 1984 betreffende de saldi en de lasten van het verleden van de Gemeenschappen en de Gewesten en betreffende de nationale economische sectoren. De Duitstalige Gemeenschap had dus recht op de overblijvende twee zevenden, namelijk 222 miljoen.

Tenslotte is de bijkomende dotatie van 11 miljoen toegekend aan de Duitstalige Gemeenschap voor de financiering van de lasten verbonden aan de overdracht van instellingen van openbaar nut, sinds 1990 van de begroting geschrapt.

In totaal had de Gemeenschap op een bedrag van 397 miljoen aanspraak kunnen maken. Als men de 143 miljoen, die overeenstemt met de bedragen die sinds 1990 te veel werden gestort, in mindering brengt, blijft er 254 miljoen over. Die zal worden overgemaakt in drie jaarlijkse schijven, namelijk in 1999, 2000 en 2001. De structurele dotatie van 11 miljoen wordt voor de volgende jaren behouden.

Tenslotte zou ik de regering willen bedanken voor de goede regeling van dit geschil en meedelen dat de Raad van de Duitstalige Gemeenschap zich verheugt over het indienen van dit ontwerp, dat met de gewettigde eisen van de Duitstaligen rekening houdt. Dit ontwerp is in de commissie eenparig aangenomen.

De heer Hubert Chantraine (PSC) (in het Frans). - Als enige senator uit de Duitstalige Gemeenschap wil ik de heer Nothomb feliciteren met zijn uitstekend verslag. Voorts wil ik zeggen hoe blij ik ben dat dit dossier tot een goed einde is gekomen. Met dit ontwerp krijgt onze Gemeenschap genoegdoening op een belangrijk en onontbeerlijk punt, wat bewijst dat de dialoog tussen de federale overheid en de deelentiteiten geen ijdel begrip is.(Applaus)

Wetsontwerp betreffende de beroepstucht voor accountants en belastingconsulenten (Gedr. St. 1-1302)

Algemene bespreking

De heer Johan Weyts (CVP) rapporteur, - Dit is een onderdeel van een groter ontwerp tot regeling van de boekhoudkundige en fiscale beroepen. De sector zelf heeft aangedrongen op dit tuchtrechtelijk statuut.

Sommige senatoren hadden bedenkingen bij de oprichting van één enkel overkoepelend instituut voor alle beroepen. De pogingen om enkele beroepen een bijzondere rol te geven zouden tot corporatisme en kostenverhogingen kunnen leiden. Er wordt opgemerkt dat sommige categorieën toch met name in de wet worden vernoemd en dat voorliggend ontwerp daar niets aan verandert. Toch kan het niet dat iedereen zich zomaar belastingsconsulent mag noemen. Met de betrokkenen werden hoorzittingen georganiseerd. De Koning bepaalt de datum van inwerkingtreding. De minister zal proberen voor begin mei de procedure rond te krijgen.

Het ontwerp werd aangenomen met 7 stemmen bij 1 onthouding. Het verslag werd eenparig goedgekeurd.

De heer Luc Coene (VLD). – De oorspronkelijke bedoeling van dit ontwerp was om de bijstand te regelen voor de burger door erkende belastingconsulenten en, hieruit voortvloeiend, om de titel van belastingconsulent te beschermen. Om diverse redenen is men van deze doelstelling afgestapt. Het huidige voorstel is volgens ons echter niet meer dan een pure territorium- en titelbescherming. Volgens ons is dat niet nodig omdat de burger mondig genoeg is om uit te maken wie een bekwaam fiscalist is en wie niet.

In dit ontwerp krijgt het ministerie van Financiën een belangrijke vinger in de pap want het kan de consulent disciplinair vervolgen als hij de belangen van de schatkist manifest ontloopt of als hij de voorgeschreven procedures niet volgt. De grote zorgvuldigheid die van de drie betrokken beroepsgroepen wordt verlangd wordt echter van de advocaten niet vereist. Volgens ons is dit pure discriminatie.

De VLD zal dan ook tegen dit ontwerp stemmen.

- De algemene bespreking is gesloten.

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1409, §1, en artikel 1410, §2, van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op de aanpassing van het bedrag van het loon dat niet vatbaar is voor overdracht of beslag (van mevrouw Bea Cantillon; Gedr. St. 1-1008)

Algemene bespreking

Mevrouw Francy Van der Wildt (SP). - De SP kan met dit voorstel akkoord gaan. Het sluit aan bij de pogingen om de armoedegrens te doorbreken. Deze kleine aanpassing doet niets af aan de grote hervorming die hier nodig is.

Het gedeelte van het loon dat niet vatbaar is voor beslag is berekend op een minimum inkomen om een redelijk bestaan te leiden. Nu wordt rekening gehouden met de notie kind ten laste. Ten einde ingewikkelde berekeningen te vermijden wordt een eenvoudige forfaitaire verhoging van het niet voor beslag vatbare gedeelte met 2000 frank per kind voorzien. Ook de kinderbijslag blijft vrij van beslag.

De voorgestelde maatregel heeft een sociale grondslag. De aanzet is gegeven voor een rechtvaardige behandeling van gezinnen met kinderen. De SP zal dan ook het voorstel steunen. (Applaus)

De heer Luc Coene (VLD). – Het gaat hier om een positief voorstel. Wat bij betalingsmoeilijkheden nu rest voor gezinnen met kinderen is onvoldoende om op een menswaardige wijze te leven. Wij juichen dit voorstel dan ook toe en zullen het steunen.(Applaus)

- De algemene bespreking is gesloten.

Artikelsgewijze bespreking

De voorzitter. - De commissie stelt volgend nieuw opschrift voor: "Wetsvoorstel tot wijziging van artikel 1409 van het Gerechtelijk Wetboek, met het oog op de aanpassing van het bedrag van het loon dat niet vatbaar is voor overdracht of beslag" (Instemming).

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

- De vergadering wordt om 12.50 uur gesloten.

Verhinderd:

De heren Hatry, om persoonlijke redenen, Foret, wegens beroepsplichten, en Ceder, wegens andere plichten.

Erratum

In de inhoudsopgave en op blz. 3857 en 3860 van het Beknopt Verslag nr. 1-257 van de ochtendvergadering van donderdag 25 maart 1999 dient het wetsvoorstel tot wijziging van artikel 45 van de wet van 27 december 1984 houdende fiscale bepalingen (van de heer Paul Hatry, Gedr. St. 1-42) geschrapt te worden bij het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel (Gedr. St. 1-1283) en toegevoegd te worden aan het wetsontwerp betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen (Gedr. St. 1-1282) (Evocatieprocedure).