1-256

1-256

Belgische Senaat

Gewone Zitting 1998-1999

Plenaire vergaderingen

Donderdag 18 maart 1999 - Namiddag

Beknopt Verslag

Inhoudsopgave

Inoverwegingneming

Mondelinge vragen

- van de heer Bert Anciaux (de voordracht van Karel Van Miert als Europees commissaris);

- van mevr. Bea Cantillon (de volkstelling in 2001);

- van de heer Jacques Devolder (de willekeur van de overheid bij de behandeling van patiënten met een zeldzame ziekte);

- van mevr. Nadia Merchiers (de problematiek van de pijnklinieken);

- van mevr. Anne-Marie Lizin (de steun die OCMW's verlenen aan vluchtelingen die een bevel hebben gekregen om het grondgebied te verlaten);

- van mevr. Magdeleine Willame-Boonen (de uitoefening van het kiesrecht door de Belgen in het buitenland);

- van mevr. Anne-Marie Lizin (de gelijkwaardigheid van de graden binnen de toekomstige geïntegreerde politie);

- van mevr. Erika Thijs (het jaarlijks verslag van de Regering over de toetsing van het beleid van ontwikkelingssamenwerking aan de eerbied voor de rechten van de mens).

Wetsvoorstel tot invoering van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen (van de heer Hugo Vandenberghe c.s.; Gedr. St. 1-1217)

Voortzetting van de artikelsgewijze bespreking

Aanneming van de artikelen

Regeling van de werkzaamheden

In memoriam de heer Alfred Califice, minister van Staat

Naamstemmingen

- over de conclusies van de commissie die voorstelt het wetsontwerp betreffende de verzoeken tot uitlegging van de wetten door het Hof van Cassatie in het kader van een verzoek tot prejudicieel advies (Gedr. St. 1-1079) te verwerpen

- over het wetsvoorstel tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen (van de heer Hugo Vandenberghe c.s.; Gedr. St. 1-1217) (Nieuw opschrift)

- over het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Verenigde Mexicaanse Staten, anderzijds, de Bijlage en de Slotakte, gedaan te Brussel op 8 december 1997 (Gedr. St. 1-1227)

- over het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek India inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te New Delhi op 31 oktober 1997 (Gedr. St. 1-1256)

- over het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en de Regering van de Republiek Kazachstan, anderzijds, inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Almaty op 16 april 1998 (Gedr. St. 1-1257)

- over het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Hong Kong inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 7 oktober 1996 (Gedr. St. 1-1258)

- over het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van het beginsel "ne bis in idem", gedaan te Brussel op 25 mei 1987 (Gedr. St. 1-1228)

- over het wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake een alomvattend verbod op kernproeven, de Bijlagen 1 en 2, en het Protocol, gedaan te New York op 24 september 1996 (Gedr. St. 1-1239)

- over het wetsontwerp houdende instemming van het intergouvernementeel akkoord over een gemeenschappelijke interpretatie van de protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie, en houdende instemming met het erbij gevoegde uitvoeringsprotocol opgemaakt te Brussel op 23 november 1998 (Gedr. St. 1-1269)

- over het wetsontwerp houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen, gedaan te Brussel op 7 augustus 1996 (Gedr. St. 1-1270)

- over het wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tot herziening van de Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut, en met de Slotakte, gedaan te Florence op 18 juni 1992 en 17 september 1992 (Gedr. St. 1-1271)

- over het wetsontwerp houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 7 augustus 1996 (Gedr. St. 1-1272)

- over het voorstel van resolutie betreffende de gevolgen gegeven aan het verslag van de parlementaire commissie van onderzoek betreffende de gebeurtenissen in Rwanda (van de heer Philippe Mahoux en mevrouw Anne-Marie Lizin; Gedr. St. 1-1219)

- over het wetsontwerp betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken (Gedr. St. 1-967)

- over het wetsvoorstel houdende wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten (van mevrouw Joëlle Milquet c.s.; Gedr. St. 1-1268)

Indiening van wetsontwerpen

Indiening van voorstellen

Inoverwegingneming

Commissies

Vragen om uitleg

Verzoekschriften

Evocaties

Non-evocaties

Arbitragehof

Europees parlement

Centrale Raad voor het Bedrijfsleven

Boodschappen van de Kamer

Voorzitter: de heer Philippe Mahoux, eerste ondervoorzitter

- De vergadering wordt om 15.10 uur geopend.

Inoverwegingneming

De voorzitter. - Aan de orde is thans de inoverwegingneming van voorstellen.

U hebt de lijst van de verschillende in overweging te nemen voorstellen ontvangen met opgave van de commissies waarnaar het Bureau voornemens is ze te verwijzen.

Ik verzoek de leden die opmerkingen mochten willen maken, mij daarvan vóór het einde van de vergadering kennis te geven.

Indien intussen van geen bezwaren blijkt, worden die voorstellen in overweging genomen en verwezen naar de commissies die door het Bureau zijn aangeduid. (Instemming)

Mondelinge vragen

De voordracht van Karel Van Miert als Europees commissaris

De heer Bert Anciaux (VU). - Voor het eerst in de geschiedenis moet de Europese Commissie opstappen. Het Comité van Wijzen benadrukte onomwonden de collectieve verantwoordelijkheid van de Europese Commissie. Alle commissarissen hadden onvoldoende of geen greep op hun administratie.

Karel Van Miert zou als commissaris voor Personeelszaken tussen 1991 en 1995 onvoldoende opgetreden zijn in het dossier van de toerismefraude. Slechts enkele uren na zijn ontslag draagt Van Miert zichzelf voor als kandidaat. De regering volgt hem hierin. Het niet opnieuw voordragen van Van Miert had nochtans geen persoonlijke schuldbekentenis hoeven te betekenen, maar had een uiting kunnen zijn van respect voor het principe van verantwoordelijkheid als democratisch beginsel. De samenstelling van de nieuwe Commissie moet er volgens velen op gericht zijn de geloofwaardigheid en legitimiteit van de Europese instellingen te verhogen. Commissarissen die nu verkondigen dat men hard werkte om de scheve situaties recht te trekken, komen te laat. De geloofwaardigheid van Europa mag nu niet ten koste gaan van persoonlijke ambities.

Waarom draagt de Belgische regering Van Miert voor als kandidaat-commissaris? Wie werd betrokken bij het nemen van deze beslissing? Hoe beoordeelt de regering de besluiten van het Comité van Wijzen? Hoe staat zij tegenover het standpunt dat er best een geheel nieuwe commissie aangesteld wordt? Denkt zij niet dat zoiets de geloofwaardigheid van de Europese instellingen zal verhogen? Welk standpunt zal de Belgische regering innemen op de Top van Berlijn? Zal zij aandringen op de voorlopige stopzetting van de lopende toetredingsonderhandelingen tot op het moment dat er schoon schip is gemaakt ? Indien neen, waarom niet?

De heer Derycke, minister van Buitenlandse Zaken. - Ik antwoord namens de eerste minister.

Gisteren heeft zich een historisch feit voorgedaan. De Europese Commissie is uit eigen beweging opgestapt. Zij had ook geen andere keuze. We moeten deze zaak niet dramatiseren. Dit is niet het einde van Europa. Europa zal moeten leren leven met het komen en gaan van regeringen. Dit ontslag zal ook geen effect hebben op de Agenda 2000 waarover volgende week in Berlijn wordt gesproken. Het zijn trouwens de regeringen die daarover zullen beslissen.

Het ontslag van de Commissie kan op langere termijn de ultieme overwinning van de democratie op de instellingen betekenen en dus heilzaam werken.

Het is in de eerste plaats het Europees Parlement dat moet oordelen over het verslag van het Comité van wijzen.

Ik betreur de nogal lineaire redenering van het comité der Wijzen. Commissaris Van Miert werd onfair behandeld, vermits ook volgens Professor Van Gerven hem niets verweten kan worden. De professor verklaarde overigens aan De Standaard geschrokken te zijn van de politieke reacties.

In de passage over Toerisme stelt het rapport dat de commissaris voor Personeelsbeleid van de vorige Commissie niet zou gereageerd hebben op bepaalde aantijgingen. Sommigen insinueerden dat hiermee commissaris Van Miert werd geviseerd. Dit is niet juist. De laakbare passiviteit slaat op de Heer Cardoso.

Men beweert ook dat commissaris Van Miert zou verklaard hebben opnieuw kandidaat te zijn en de regering zou hem daarin gevolgd zou hebben. Dit is evenmin juist. Van Miert heeft zich geen kandidaat gesteld en de regering heeft haar vertrouwen in hem uitgedrukt.

De regering vindt dat er zo spoedig mogelijk eindconclusies uit de Agenda 2000 kunnen worden getrokken. Op een vergadering gisteren hebben de Benelux-landen drie punten naar voor gebracht. Allereerst moet snel een commissievoorzitter worden voorgedragen met als opdracht een programma te realiseren dat verder reikt dan de volgende negen maanden. De investituur van de formateur-voorzitter moet in overeenstemming zijn met het Verdrag van Amsterdam. Ten slotte moet ook rekening worden gehouden met het nieuw te verkiezen parlement.

De ministers van Buitenlandse Zaken zullen zondag de gebeurtenissen bespreken en de vergadering van de regeringsleiders, volgende week, voorbereiden.

De heer Bert Anciaux (VU). - Ik ben het in grote mate met de minister eens. De gebeurtenissen zouden op termijn de ultieme overwinning kunnen betekenen voor een meer democratische opstelling.

Ik vraag me wel af of de minister van Buitenlandse Zaken wel kritiek mag hebben op het rapport van het comité der Wijzen. De conclusies van het comité waren lineair in die zin dat de Commissie te weinig verantwoordelijkheid heeft opgenomen. De Commissie is collectief verantwoordelijk. Zij besteedde weinig aandacht aan onder meer de fraudebestrijding en een betere werking van de administratie.

Is het niet wijs dat men op dit ogenblik even de toetredingsonderhandelingen afremt om meer tijd te maken om te bezinnen over de problemen waarmee de Europese instellingen kampen. Het lijkt me ook belangrijk dat de nieuwe voorzitter het profiel heeft van iemand die de herwaardering van het Europees parlement hoog in het vaandel draagt en dat hij afstand doet van het hautaine gedrag dat zo kenmerkend is voor de Europese instellingen.

De volkstelling in 2001

Mevrouw Bea Cantillon (CVP). - Ik herhaal mijn vraag van een jaar geleden. Wanneer zal de regering een beslissing nemen omtrent het al dan niet organiseren van een volkstelling in 2001 en onder welke vorm zal die georganiseerd worden?

Mevrouw De Galan, minister van Sociale Zaken (in naam van minister Di Rupo). - De Hoge Raad voor de Statistiek heeft zopas zijn onderzoek naar de verschillende methodes voor de organisatie van een volkstelling beëindigd. Dat verslag wordt momenteel herlezen door de leden en zal beschikbaar zijn in de loop van april. Op grond van dit verslag zal de regering zich uitspreken over de organisatie van deze volkstelling.

Mevrouw Bea Cantillon (CVP). -Zal de beslissing tijdens deze legislatuur genomen worden?

Mevrouw De Galan, minister van Sociale Zaken. - Ja, normaal wel.

De willekeur van de overheid bij de behandeling van patiënten met een zeldzame ziekte

De heer Jacques Devolder (VLD). - Er komt geen schot in de problematiek van de zeldzame ziektes, waarvoor ik reeds meermaals tussenbeide kwam. Mensen in nood zijn aangewezen op benefietacties om de ergste noden te lenigen, wat erop duidt dat de overheid schandelijk tekortschiet. Uit facturen die ik kreeg toegezonden van een familie blijkt dat dergelijke solidariteitsacties aanleiding kunnen geven tot een schorsing van de tussenkomsten in hospitalisatiekosten door het OCMW. Kan het OCMW dergelijke benefietsteun wel meerekenen bij de bepaling van de bestaansmiddelen?

De procedure voor tussenkomst bij zeldzame ziektes zoals epidermolysis bullosa schiet zijn doel hopeloos voorbij. Enkele mediagenieke maar weinig fundamentele acties zoals de aankondiging van de minister tot terugbetaling van kankergeneesmiddelen na een betoging van kankerpatiëntjes, illustreren dit probleem. De minister onderschreef reeds mijn suggestie om dit probleem op te lossen door een individueel voorschrijfboekje of een speciale vermelding op de SIS-kaart. Een definitieve regeling blijft echter uit. Heeft het RIZIV reeds advies uitgebracht over de voorstellen die ik in januari aan de minister overmaakte? Wat is de conclusie en wanneer zal het probleem geregeld zijn?

Mevrouw De Galan, minister van Sociale Zaken. - De heer De Volder refereert aan een tragische situatie in Aartrijke waar een baby die leed aan epidermolysis Bullosa een kleine uitkering kreeg van het OCMW. Beide ouders waren werkloos en leefden van een uitkering en na een benefietactie die 350.000 frank opbracht, besloot het OCMW de maandelijkse steun op te schorten. Ik betreur dit geval maar de federale overheid heeft helaas geen voogdij-bevoegdheid over de steunverlening van het OCMW.

Veel belangrijker in deze zaak is het feit dat het gezin onwetend bleef over de maatregelen die het RIZIV op mijn vraag genomen heeft ten aanzien van de patiënten die lijden aan deze huidziekte. Sinds enkele maanden worden alle kosten ter bestrijding daarvan terugbetaald via het bijzonder solidariteitsfonds.

De kritiek over het uitblijven van maatregelen ten aanzien van chronische patiënten of zeldzame ziektes is onterecht. De maatregelen die de regering de voorbije jaren getroffen heeft zijn geen "mediagenieke stunts" maar zijn reeds jaren één van mijn prioriteiten.

Op het vlak van solidariteit met de laagste inkomensgroepen en met de chronische patiënten werden talrijke maatregelen genomen zoals de verlaging van het remgeld voor vele tienduizenden, de uitbreiding van de voorkeurregeling, de veralgemeende toegang tot de gezondheidszorg en een budget van 1,2 miljard voor chronische patiënten. Dat budget voorziet in een zorgforfait van 10.000 frank, een forfait van 10.000 frank voor incontinentiemateriaal, een maandelijkse tussenkomst van 5.000 voor invalide gezinshoofden en specifieke maatregelen ten aanzien van drie groepen van zeldzame ziektes namelijk, muciviscidose, metabole aandoeningen en neuromusculaire aandoeningen.

In afwachting van structurele oplossing kan een beroep worden gedaan op het Bijzonder Solidariteitsfonds. De recente programmawet heeft ook de procedures van het Fonds vereenvoudigd.

Binnenkort wordt in de schoot van de Wetenschappelijke Raad van het RIZIV een afdeling chronische patiënten geïnstalleerd. Ik zal in de loop van deze legislatuur een advies vragen over de invoering van een statuut van chronisch patiënt.

Het Franse systeem kan niet zomaar worden overgenomen. Voor de chronische patiënten is er een relatief eenvoudige procedure om alle kosten terugbetaald te krijgen. Onlangs werd de lijst aangevuld met een open categorie. Het Franse systeem heeft echter wel tot budgettaire ontsporingen geleid.

Bij invoering van een statuut van chronisch patiënt zal de identificatie gebeuren via de SIS-kaart. Toch moeten nog een paar vragen worden opgelost in verband met privacy, het soort chronische aandoeningen en de instantie die het statuut toekent.

De heer Jacques Devolder (VLD). - Ik dank de minister voor het uitgebreid antwoord. Uiteraard heeft de minister niet de voogdij over de OCMW. Het is echter jammer dat het betrokken OCMW pas in april de zaak zou onderzoeken. Intussen is het kind immers overleden. Het antwoord van de minister op mijn brief van augustus vorig jaar heb ik aan de ouders doorgestuurd. Ik betreur dat dit geval niet door het Bijzonder Solidariteitsfonds in aanmerking werd genomen. Onlangs verklaarde de minister aan "Knack" dat het ons ontbreekt aan een modern politiek beleid. Nochtans is ze verantwoordelijk voor het sociaal en gezondheidsbeleid.

Mevrouw De Galan, minister van Sociale Zaken. - De patiëntenvereniging werd op de hoogte gehouden. Er is jammer genoeg vaak een gebrek aan correcte informatie.

De problematiek van de pijnklinieken

Mevrouw Nadia Merchiers (SP). - Steeds meer patiënten bezoeken de dienst pijnbestrijding ziekenhuizen. De Belgian Pain Society ijvert sinds jaren voor de erkenning van pijnklinieken of referentiecentra met een multidisciplinair team in de ziekenhuizen. Ook wordt gevraagd voor een speciale opleiding "algologie" te zorgen. Op een recente studiedag heeft de minister voor deze problematiek trouwens veel belangstelling betoond. Welke initiatieven heeft hij al genomen?

De heer Colla, minister van Volksgezondheid en Pensioenen. - Naar aanleiding van het symposium met de Belgian Pain Society hebben wij contact opgenomen met de medische faculteiten om een basisopleiding pijnbehandeling te organiseren. Aan de Hoge raad voor geneesheren specialisten en huisartsen zal een advies worden gevraagd voor de specifieke opleiding voor "algoloog". Ook zal worden aangedrongen op een deskundige opleiding in talrijke andere geneeskundige specialiteiten met het oog op het verwerven van een voldoende kennis van pijnbestrijding. Zodra de Hoge raad voor Gezondheidsberoepen zal geïnstalleerd zijn, zal deze de nodige richtlijnen voor een efficiënte pijnbestrijding moeten opstellen. Er zullen afspraken worden gemaakt tussen de verschillende disciplines in de Raad.

Ten slotte zal ook de Nationale Raad voor Ziekenhuisvoorzieningen om een advies worden verzocht over de algologische functie in de ziekenhuizen en de financieringsmodaliteiten. De organisaties voor thuiszorg, palliatieve zorg, specialistische geneeskunde, ziekenhuisvoorzieningen en de BPS zullen bij de voorbereidende werken worden betrokken. Ook een zekere normering zal nodig zijn.

De steun die OCMW’s verlenen aan vluchtelingen die een bevel hebben gekregen om het grondgebied te verlaten

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS) (in het Frans). - Bepaalde OCMW’s dienen te kiezen tussen het verlenen van steun uit respect voor de menselijke waardigheid en het weigeren van die steun aan een vreemdeling die het bevel heeft gekregen het grondgebied te verlaten. Aan een Afrikaanse vrouw die sedert lang in België woont en vier kinderen heeft waarvan er een erg ziek is, is alle steun ontzegd nadat zij het bevel had gekregen het grondgebied te verlaten. Aangezien zij geen inkomsten meer had, is zij uit haar woning gezet.

Hoe reageert u op hetgeen u aan de OCMW’s oplegt? Welke plaats kent u aan de menselijke waardigheid toe? Vind u het normaal dat een OCMW dat steun zou blijven toekennen, zelf voor die steun zou moeten instaan, terwijl het om een gevolg van de federale beslissing gaat?

De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid (in het Frans). - Op dit punt is de wet duidelijk. De opdracht van de ocmw’s beperkt zich, wat betreft de personen die zich illegaal op het Belgisch grondgebied bevinden, tot de dringende medische hulpverlening. Alleen die hulpverlening wordt integraal door de federale Staat aan de ocmw’s terugbetaald. De ocmw’s kunnen aanvullende sociale steun verlenen maar die wordt, noch voor de bestaansminimumtrekkers, noch voor de illegalen door de Staat terugbetaald. Ik kan niet verder gaan dan wat in de wet is bepaald. De ocmw’s zijn van deze bepalingen op de hoogte.

In het precieze geval waarover u het had, kan de Dienst Vreemdelingenzaken om medische redenen een verlenging toestaan van de termijn waarover de persoon beschikt om het grondgebied te verlaten. De persoon in kwestie ontvangt dan een verblijfsdocument op basis waarvan hij tijdelijk op het grondgebied mag blijven in een regeling waarin hij terugbetaling van medische kosten kan genieten.

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS) (in het Frans). - De ocmw’s van de grote steden, en vooral van Brussel, waarvan de financiële toestand zorgwekkend is, kunnen geen vrede nemen met uw antwoord. Zou u niet kunnen overwegen een aanvullende bijdrage toe te kennen om ze te helpen bij deze moeilijke dossiers?

De heer Peeters, staatssecretaris voor Veiligheid, toegevoegd aan de minister van Binnenlandse Zaken, staatssecretaris voor Maatschappelijke Integratie en Leefmilieu, toegevoegd aan de minister van Volksgezondheid (in het Frans). - Ik heb geen wettelijke basis om zo te handelen. Het regeringsbeleid is erop gericht het illegale verblijf op het Belgisch grondgebied niet structureel te steunen.

De uitoefening van het kiesrecht door de Belgen in het buitenland

Mevrouw Magdeleine Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - Ik heb een dochter die in Milaan woont. Zij en haar echtgenoot zijn slechts één voorbeeld van de zowat 580.000 Belgen die in het buitenland wonen. Zou u mij kunnen uitleggen hoe zij hun stemrecht in juni eerstkomend zullen kunnen uitoefenen?

Alle diplomatieke posten vragen van de betrokkenen immers een reeks attesten en getuigschriften die vaak duur zijn en die niet worden geëist in de wettelijke bepalingen die de uitoefening van het stemrecht van de Belgen in het buitenland regelen. Zijn die attesten en getuigschriften echt nodig?

Waarom vraagt men een uittreksel uit de geboorteakte, aangezien de geboortedatum op het paspoort van de betrokkene staat en daarop pas vermeld is nadat die door de consulaire post van de gemeente is gecontroleerd?

Waarom vraagt men een attest van Belgische nationaliteit van de Belgische verwant of van de vader of moeder aangezien dat attest niets nieuws oplevert en geen garantie biedt omtrent de nationaliteit van de betrokkene?

Waarom vraagt men een attest van Belgische nationaliteit, aangezien het paspoort van de betrokkene al bewijst dat hij Belg is en dat die omstandigheid reeds afdoende gecontroleerd is?

Waarom vraagt men een militiegetuigschrift terwijl al onze ambassades en al onze consulaten beschikken over de lijst met de enkele honderden Belgische deserteurs en dienstweigeraars?

Waarom vraagt men een bewijs of een attest van woonplaats vanwege de plaatselijke autoriteiten, terwijl de woonplaats reeds blijkt uit het feit dat men beschikt over een geldige verblijfsvergunning of verblijfskaart of over een rijbewijs of een socialezekerheidskaart in de Verenigde Staten?

Waarom vraagt men een attest van de overheden van het land dat de betrokkene daar geen stemrecht heeft terwijl formulier nummer 2 alleen stelt dat een verklaring "op eer" moet worden afgegeven dat men in het land waar men gevestigd is geen stemrecht heeft?

Gaat het daarbij niet om politieke manoeuvres om de uitoefening te bemoeilijken of onmogelijk te maken van een recht dat de wetgever heeft verleend aan die 580.000 Belgen die in het buitenland verblijven?

Ik heb gehoord dat u gisteren in de Kamer op deze vragen hebt geantwoord. Kunt u in deze aangelegenheid geen concreet initiatief nemen?

De heer Van den Bossche, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken (in het Frans). - Ik heb reeds gisteren in de Kamer geantwoord op vragen van de heer Reynders over het stemrecht van de Belgen in het buitenland. Ik heb mij ertoe verbonden de procedure samen met de minister van Buitenlandse zaken opnieuw onder de loep te nemen. Het samenstellen van een dossier van een Belg die in een Europees land verblijft, kost tussen 800 en 2.000 BEF volgens de vertalingen die moeten worden gemaakt. De voorwaarden om kiezer te kunnen zijn, zijn dezelfde voor een Belg die in het buitenland verblijft als voor een burger die in België verblijft. Het college van burgemeester en schepenen doet uitspraak over de vraag of een Belg op de kiezerslijst mag worden ingeschreven. Voor een Belg in het buitenland liggen de zaken moeilijker. Het passende dossier moet bij de diplomatieke of consulaire post worden ingediend.

Wat uw vragen betreft, heeft mijn collega van buitenlandse zaken aan de diplomatieke en consulaire posten precieze instructies gegeven. In antwoord op de vragen 1 tot 4 kan ik zeggen dat de attesten moeten worden afgegeven zoals voor een burger die in België verblijft. Wat vraag 5 betreft, kan een document dat de plaatselijke autoriteiten volgens de gebruiken hebben afgegeven, volstaan. Wat vraag 6 betreft, is het voldoende een verklaring op eer voor te leggen.

Het is niet de bedoeling om de deelname aan de kiesverrichtingen van Belgen die in het buitenland verblijven te bemoeilijken. De regering heeft daarentegen maatregelen genomen om hen in staat te stellen hun stem uit te brengen. Het ministerie van Buitenlandse zaken heeft 15 mensen in dienst genomen voor het extra werk dat dit zal meebrengen. De termijn voor het indienen van de kiezerslijsten is verlengd tot 4 mei 1999.

Mevrouw Magdeleine Willame-Boonen (PSC) (in het Frans). - In uw antwoord op mijn vragen stelt u zich harder op dan tegenover de heer Reynders.

De gelijkwaardigheid van de graden binnen de toekomstige geïntegreerde politie

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS) (in het Frans). - In de tabellen over de integratie van de graden van de verschillende korpsen van de toekomstige geïntegreerde politie staan de politiecommissarissen klasse 12 en 13 en de veldwachters in de rubriek "hoofdinspecteur". De betrokkenen hebben nochtans het politiebrevet en hun basisopleiding is dezelfde als die van de politiecommissarissen klasse 14, 15, 16 en 17.

De adjudanten en de onderluitenanten van de rijkswacht, commandanten van een eenheid, staan in de rubriek "politieluitenant". De opleiding, die wordt afgesloten met een brevet van officier van politie, is evenwel dezelfde als die van de adjudanten en de onderluitenanten. De korpschefs staan eveneens aan het hoof van ploegen van 5 tot 10 personen, zoals heel wat commandanten van "kleine brigades". Bovendien zijn ze allen officier van de administratieve politie of van de gerechtelijke politie, en hebben ze hun verantwoordelijkheid van korpschef zonder tekortkomingen op zich genomen.

Deze leden van de gemeentepolitie worden dus blijkbaar gediscrimineerd. Kan die rangschikking worden herzien?

De heer Van den Bossche, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken (in het Frans). - Het "Octopus-document" is gisteren aan de betrokken vakbondsorganisaties overhandigd. Het overleg zou medio april moeten zijn afgerond. Naar gelang van de reacties van de betrokken sociale actoren kunnen wijzigingen worden aangebracht.

Mevrouw Anne-Marie Lizin (PS) (in het Frans). - Wij weten dat de situatie moeilijk is. Het gaat hier immers om een reusachtige hervorming. Ik dank u voor uw antwoord dat waarschijnlijk een positieve reactie van de veldwachters zal uitlokken. Het gaat ongeveer om tien personen in Vlaanderen, en vijfendertig in Wallonië. Het zou niet eens 2,5 miljoen kosten om hen tevreden te stellen.

Het jaarlijks verslag van de Regering over de toetsing van het beleid van ontwikkelingssamenwerking aan de eerbied voor de rechten van de mens

Mevrouw Erika Thijs (CVP). – Artikel 3 van de wet van 7 februari 1994 bepaalt dat over de eerbiediging van de mensenrechten in die landen waarmee België een algemeen akkoord van ontwikkelingssamenwerking heeft gesloten, jaarlijks een schriftelijk verslag in Kamer en Senaat moet ingediend worden vóór 31 maart. In antwoord op een vraag die ik in maart 1997 aan de bevoegde ministers stelde, verklaarde men dat er problemen waren met de vertaling en de coördinatie tussen Buitenlandse Zaken en Ontwikkelingssamenwerking voor het overzicht van de Belgische projecten en de conclusies inzake mensenrechten.

Twee jaar later heeft de regering slechts één rapport ingediend, namelijk dat van 1995. Wanneer worden de jaarverslagen 1996 en 1997 ingediend? Zal de regering er in slagen het verslag 1998 vóór 31 maart 1999 in te dienen? Welke redenen liggen aan de oorsprong van deze laattijdige indiening in het Parlement?

De heer Moreels, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de eerste minister. - De wet voorziet inderdaad in de neerlegging van een verslag over de toetsing van het beleid van ontwikkelingssamenwerking aan de eerbied voor de rechten van de mens. Dit verslag is gebaseerd op de verslagen van de Belgische diplomatieke vertegenwoordigingen en de secties van ontwikkelingssamenwerking. Buitenlandse Zaken heeft evenwel het belangrijkste aandeel. Het betreft een document van Belgische buitenlandse politiek.

Bij de voorbereiding van het verslag 1996 stootte mijn departement op diverse moeilijkheden. Een geïntegreerd verslag was niet mogelijk. Het deel ontwikkelingssamenwerking wordt ter informatie aan het parlement voorgelegd.

Voor het verslag 1997 heeft mijn departement zich speciaal ingespannen om vooral de positieve punten inzake conflictpreventie naar voor te brengen. Wat de keuze van landen betreft steunen wij op de lijst van landen waarmee wij een duurzame samenwerking wensen voort te zetten. We beschikken nog niet over de gegevens van alle landen. We zullen dan ook een basisdocument aan het parlement overmaken.

Voor het verslag 1998 verbinden we ons ertoe dat we dit voor 31 maart aan het parlement als een gecoördineerd verslag zullen voorleggen.

Ik betreur dat de verslaggeving niet helemaal is gebeurd zoals de wet ze oplegt. De mensenrechten zijn in de praktijk een belangrijke toetssteen voor de Belgische internationale samenwerking. Ik hoop dan ook dat de positieve acties die we voerden het parlement zullen kunnen overtuigen.

Mevrouw Erika Thijs (CVP). - Het probleem ligt blijkbaar vooral bij Buitenlandse Zaken. Zullen we binnenkort dan drie verslagen krijgen?

De heer Moreels, staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking, toegevoegd aan de eerste minister. - De verslagen 1996 en 1997 zullen worden ingediend zoals ik daarjuist vermeldde. Het verslag 1998 wordt als een gecoördineerd verslag overgemaakt.

Wetsvoorstel tot invoering van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen (van de heer Hugo Vandenberghe c.s.; Gedr. St. 1-1217)

Voortzetting van de artikelsgewijze bespreking

De voorzitter.- Naar aanleiding van een amendement van de heer Boutmans, werd het ontwerp teruggezonden naar de Commissie.

De heer Erdman zal namens mevrouw Jeanmoye, rapporteur, mondeling verslag uitbrengen.

De heer Fred Erdman (SP), rapporteur. - Het ontwerp werd naar de commissie teruggezonden omdat werd vastgesteld dat in het voorstel niet werd bepaald op welke manier de herroeping van uitstel en opschorting zou kunnen worden toegepast.

De minister dacht dat het voldoende was zich daarvoor op de bestaande wetgeving te steunen. De commissie oordeelde dat dit geen goede oplossing was en dat het voor de rechtszekerheid beter zou zijn de omzetting te concretiseren en een omschrijving te geven van de bijzondere omstandigheden waarin de herroeping kan gebeuren voor de rechtspersonen. Daarom werd een nieuw artikel 21 aangenomen. Wel meende de commissie dat de volledige gelijklopendheid moest worden verzekerd zodat er geen discrepantie zou zijn met de natuurlijke personen.

Deze wijziging werd door de commissie eenparig goedgekeurd.

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor volgende week de volgende agenda voor :

Donderdag 25 maart 1999 ‘s ochtends te 10 uur

1. Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 14 februari 1961 voor economische expansie, sociale vooruitgang en financieel herstel; Gedr. St. 1-1283/1 tot 3.

2. Evocatieprocedure

Wetsontwerp betreffende het Belgisch actieplan voor de werkgelegenheid 1998 en houdende diverse bepalingen; Gedr. St. 1-1282/1 tot 5. (Pro memorie)

3. Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 6 april 1995 inzake de secundaire markten, het statuut van en het toezicht op de beleggingsondernemingen, de bemiddelaars en de beleggingsadviseurs wat betreft de administratieve geldboeten die kunnen worden opgelegd door de tuchtcommissie van de markt en de marktautoriteiten; Gedr. St. 1-1286/1 tot 3.

4. Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 10 juli 1997 betreffende de valutadatum van bankverrichtingen; Gedr. St. 1-1135/5. (Pro memorie)

5. Evocatieprocedure

Art. 79, eerste lid, van de Grondwet

Wetsontwerp betreffende de mogelijke overdracht door de Federale Participatiemaatschappij van haar aandelen van het Centraal Bureau voor Hypothecair Krediet; Gedr. St. 1-1205/6 tot 9. (Pro memorie)

6. Evocatieprocedure

Wetsontwerp tot wijziging van artikel 3 van de wet van 13 april 1995 betreffende de handelsagentuurovereenkomst; Gedr. St. 1-1204/1 tot 6. (Pro memorie)

 

7. Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 18 september 1986 tot instelling van het politiek verlof voor de personeelsleden van de overheidsdiensten (van de heer Jacques D’Hooghe c.s.); Gedr. St. 1-956/1 tot 4.

8. Ontwerp van bijzondere wet tot beperking van de cumulatie van het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad, van de Waalse Gewestraad en van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad met andere ambten; Gedr. St. 1-984/8 tot 10.

9. Wetsontwerp tot beperking van de cumulatie van het mandaat van federaal parlementslid en Europees parlementslid met andere ambten; Gedr. St. 1-985/8 tot 10.

10. Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet

Wetsontwerp tot beperking van de cumulatie van het ambt van bestendig afgevaardigde met andere ambten en tot harmonisering van het financieel en fiscaal statuut van de bestendig afgevaardigde; Gedr. St. 1-986/7 tot 9.

11. Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet

Wetsontwerp betreffende de burgerrechtelijke aansprakelijkheid en de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van burgemeesters, schepenen en leden van de bestendige deputatie; Gedr. St. 1-987/8 tot 10.

12. Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet

Wetsontwerp tot verbetering van het stelsel van politiek verlof voor provincie- en gemeenteraadsleden, leden van de raad voor maatschappelijk welzijn, burgemeesters, schepenen en voorzitters van de raad voor maatschappelijk welzijn in de openbare en de particuliere sector; Gedr. St. 1-988/6 tot 8.

13. Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid, van de Grondwet

Wetsontwerp tot verbetering van de bezoldigingsregeling en van het sociaal statuut van de lokale verkozenen; Gedr. St. 1-989/7 tot 10.

14. Art. 81, derde lid, en art. 79, eerste lid ,van de Grondwet

Wetsontwerp tot beperking van de cumulatie van het mandaat van burgemeester en schepen met andere ambten; Gedr. St. 1-1041/6 tot 8.

15. Wetsontwerp houdende goedkeuring van het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en de Vlaamse Gemeenschap inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik; Gedr. St. 1-1166/1 tot 3. (Pro memorie)

16. Wetsontwerp houdende instemming met het samenwerkingsakkoord tussen de Federale Staat en het Waalse Gewest inzake de begeleiding en behandeling van daders van seksueel misbruik; Gedr. St. 1-1230/1 tot 3. (Pro memorie)

17. Vragen om uitleg :

- van de heer Eddy Boutmans aan de Minister van Justitie over "de eenheidsrechtbank of eenheidsloket" (nr. 1-621);

- van mevrouw Sabine de Bethune aan de Minister van Justitie over "de mogelijke betrokkenheid van een Belgische firma bij de voorbereiding van een coup in Congo-Brazzaville" (nr. 1-623).

 

's namiddags te 15 uur

1. Inoverwegingneming van voorstellen.

2. Mondelinge vragen.

Vanaf 16.30 uur :

Naamstemmingen over het geheel van de afgehandelde agendapunten.

Naamstemming over het ontwerp van bijzondere wet tot beperking van de cumulatie van het mandaat van lid van de Vlaamse Raad, van de Franse Gemeenschapsraad, van de Waalse Gewestraad en van de Brusselse Hoofdstedelijke Raad met andere ambten. (Stemming met de meerderheid bepaald in artikel 4, laatste lid, van de Grondwet).

3. Vragen om uitleg :

- van de heer Chris Vandenbroeke aan de Minister van Wetenschapsbeleid over "de benedenmaatse financiering van het Algemeen Rijksarchief en de eventuele toewijzing van het archiefbeheer aan de gemeenschappen" (nr. 1-622);

- van mevrouw Martine Dardenne aan de Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen over "Agenda 2000 en duurzame landbouw" (nr. 1-624).

Stemt de Senaat hiermee in ? (Instemming.)

Voorzitter: de heer Frank Swaelen

In memoriam minister van Staat Alfred Califice

De voorzitter (voor de staande vergadering) .- Alfred Califice werd geboren op 2 oktober 1916, te Melen, een gemeente in het land van Herve. Hij was de oudste in een landbouwersgezin met vier kinderen.

Reeds op jonge leeftijd, tijdens de Grieks-Latijnse humaniora in het collège royal Marie-Thérèse van Herve, werd de heer Califice aangetrokken door de ideeën van priester Cardijn en op zeventienjarige leeftijd werd hij lid van de Jeunesse Ouvrière Chrétienne. In die tijd al ging zijn aandacht naar de minst gegoeden en bekommerde hij zich met name om de arme jonge arbeiders die in barakken leefden die oorspronkelijk bestemd waren voor de slachtoffers van de Eerste Wereldoorlog.

In 1939 werd Alfred Califice gemobiliseerd en in mei 1940 maakte hij deel uit van de gevechtstroepen die moesten instaan voor de verdediging van de forten van Fléron en Evegnée.

Na de achttiendaagse veldtocht werd hij gemeentebediende en volgde hij aan de Provinciale School van Luik lessen in bestuurswetenschappen. Na zijn huwelijk vestigde hij zich in Charleroi waar hij twee en een half jaar als bediende bij ACEC werkte.

In 1945 werd Alfred Califice vakbondspropagandist en in het jaar daarop secretaris van de Confédération des Syndicats Chrétiens van de federatie Charleroi-Thuin, en dat zou hij blijven tot in 1965; in hetzelfde jaar 1946 werd hij ook lid van de PSC.

Alfred Califice liet zich in die periode opmerken door zijn vlotte omgang en door de wijze waarop hij de problemen aanpakte. Toen reeds viel het op dat hij zich onthield van theoretische bespiegelingen en voortdurend zocht naar pragmatische en billijke oplossingen.

In 1965 werd hij volksvertegenwoordiger voor het arrondissement Charleroi. Van 1968 tot 1972 was hij lid van het Europees Parlement, dat toen nog niet rechtstreeks werd verkozen.

Van 1972 tot 1980 droeg hij verantwoordelijkheid op nationaal vlak, achtereenvolgens voor Huisvesting en Ruimtelijke Ordening, Openbare Werken, Tewerkstelling en Arbeid en Waalse Aangelegenheden, Sociale Voorzorg, Sociale Zaken, Pensioenen, Volksgezondheid en Leefmilieu.

Men mag gerust zeggen dat Alfred Califice op die verschillende departementen het stempel van zijn persoonlijk beleid heeft gedrukt.

Zo voerde hij, als minister van Openbare Werken, een premiesysteem in voor de renovatie van woningen waaraan vooral in de verouderde industriegebieden van Wallonië behoefte was. Van de andere kant snoeide hij drastisch in de plannen voor de aanleg van autowegen, tot groot ongenoegen van de bouwsector.

Op het departement van Tewerkstelling en Arbeid ging de aandacht van Alfred Califice vooral naar maatregelen gericht op het terugdringen van de werkloosheid. In die periode werd ook de wet op de tijdelijke arbeid en de uitzendbureaus goedgekeurd en werd er in de Senaatscommissie voor de Sociale Aangelegenheden gewerkt aan de wijziging van de wet op de arbeidsovereenkomsten. Het ontwerp van wet op de arbeidsovereenkomsten, zoals het mede onder impuls van Califice door de Commissie was aangenomen, zou nochtans niet meer in de plenaire vergadering worden behandeld. De opvolger van de heer Califice zou het evenwel ongewijzigd overnemen en ter goedkeuring aan de Senaat overleggen. Een andere idee die door zijn opvolger zou worden gerealiseerd, was die van het derde arbeidscircuit. De invoering van dit stelsel zou het mogelijk maken duizenden werklozen werkzaamheden te laten uitvoeren die niet door de particuliere sector werden uitgevoerd maar als nuttig werden beschouwd voor de kwaliteit van het leven.

Als minister van Sociale Voorzorg had Alfred Califice voornamelijk aandacht voor de hervorming van de wetgeving met betrekking tot de gehandicapten, de vereenvoudiging van de betalingsprocedures van de kinderbijslagen en de uitkeringen aan de minst gegoeden. Het in de hand houden van de uitgaven voor geneeskundige verzorging was ook toen reeds een van de bekommernissen van de regering.

Alfred Califice had van 1980 tot 1985 zitting in onze Assemblee. Hij vervulde nog een leidinggevende functie bij de Christelijke Mutualiteiten van Charleroi en was voorzitter van het Christelijk Verbond van gepensioneerden (Union Chrétienne des Pensionnés).

Ten slotte zij in herinnering gebracht dat Alfred Califice op 2 december 1983 door de Koning tot Minister van Staat werd benoemd.

Van Alfred Califice mag worden gezegd dat hij een eerlijk, klaarziend en vastberaden man was ; trouw aan het gegeven woord en zorg voor de zwakkeren en minstbedeelden in de samenleving waren voor hem geen ijdele woorden of begrippen zonder inhoud.

In feite is hij de idealen die hij reeds in zijn jeugd koesterde zijn leven lang blijven nastreven. Dit moge blijken uit de woorden die hij zelf heeft uitgesproken op 20 juni 1985, de dag waarop hij, samen met andere collega's, door de Senaat werd gehuldigd voor zijn twintigjarig parlementair mandaat. In zijn dankwoord zei hij onder meer het volgende : "Il faudra, demain comme hier, adapter nos institutions et en même temps, avec une ferveur égale, être attentifs, à tout ce qui touche au plus près les gens dans leur vie quotidienne, qu'il s'agisse du droit civil, du système social, de la politique de santé, du cadre de vie, des conditions d'épanouissement culturel. Rien n'est jamais acquis et tous ces sujets réclameront de nouvelles ardeurs."

De Hoge Vergadering biedt zijn kinderen en de andere leden van zijn familie nogmaals haar innige deelneming aan.

De heer Viseur, minister van Financiën (in het Frans). – Namens de regering bied ik de familie van Alfred Califice mijn innige deelneming aan.

Het was een man van trouw en zijn trouw gold in de eerste plaats de christelijke vakbond. Afkomstig uit de KAJ heeft hij zijn leven gewijd aan het ACV. Zijn trouw gold ook de werknemers en de minstbedeelden, die hij vaak financieel heeft geholpen. Tenslotte was hij ook trouw aan zijn partij, de PSC, die hij op verschillende niveaus heeft gediend. Hij heeft Philippe Maystadt en mezelf overtuigd lid te worden van die partij. Hij heeft onze carrières daarna met veel aandacht gevolgd.

(Verder in het Nederlands)

De heer Alfred Califice zal in onze herinnering blijven als een rechtlijnig man, een christen-democraat trouw aan zijn beweging en een goed mens voor allen die de kans hebben gehad om met hem te werken of om op hem een beroep te doen.

(Verder in het Frans)

Namens de regering bied ik zijn familie mijn oprechte deelneming aan.

(De vergadering neemt een minuut stilte in acht.)

Naamstemmingen

Wetsontwerp betreffende de verzoeken tot uitlegging van de wetten door het Hof van Cassatie in het kader van een verzoek tot prejudicieel advies (Gedr. St. 1-1079)

De voorzitter. - Wij stemmen over de conclusies van de commissie die voorstelt dit wetsvoorstel te verwerpen.

- De conclusies worden eenparig aangenomen door de 51 aan de stemming deelnemende leden; 6 leden hebben zich onthouden. (Stemming nr. 1)

Voor hebben gestemd:

André Bourgeois, Eddy Boutmans, Door Buelens, Ludwig Caluwé, Bea Cantillon, Jurgen Ceder, Guy Charlier, Philippe Charlier, Luc Coene, Hugo Coveliers, José Daras, Sabine de Bethune, Andrée Delcourt-Pêtre, Leo Delcroix, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Vera Dua, Fred Erdman, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Robert Hotyat, Jean-François Istasse, Roger Lallemand, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Jan Loones, Philippe Mahoux, Nadia Merchiers, Guy Moens, Lisette Nelis-Van Liedekerke, Charles-Ferdinand Nothomb, Marc Olivier, Eric Pinoie, Francis Poty, Roeland Raes, Paula Sémer, Paul Staes, Frank Swaelen, Erika Thijs, Louis Tobback, Robert Urbain, Hugo Vandenberghe, Francy Van der Wildt, Joris Van Hauthem, Tuur Van Wallendael, Valère Vautmans, Fons Vergote, Guy Verhofstadt, Wim Verreycken, Johan Weyts, Magdeleine Willame-Boonen.

Onthouden hebben zich:

Christine Cornet d'Elzius, Armand De Decker, Claude Desmedt, Alain Destexhe, Michel Foret, Pierre Hazette.

De heer Pierre Hazette (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik ben afgesproken met de heer Busquin.

Wetsvoorstel tot invoering van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen (van de heer Hugo Vandenberghe c.s., Stuk 1-1217)

De heer Claude Desmedt (PRL-FDF) (in het Frans). - Deze tekst maakt deel uit van een geheel van wetgeving ter bestrijding van de grote criminaliteit. Hierbij wordt een nieuw begrip ingevoerd waarover wij het in de commissie heel lang hebben gehad. Gisteren nog is een amendement aangenomen. Het zal geen gemakkelijke zaak zijn deze wet uit te voeren. Het lijkt ons onontbeerlijk om snel tot een evaluatie ervan over te gaan. In deze geest zullen wij voor deze tekst stemmen.

De heer Jan Loones (VU). - De Volksunie zal dit voorstel goedkeuren. Wij dringen reeds lang aan op de modernisering van het strafrecht. In sommige kringen bestaat wel de vrees dat dit instrument als politiek wapen kan worden gebruikt en dat de vrijheid van vereniging in het gedrang kan komen. De Kamer van volksvertegenwoordigers zal dit punt moeten uitklaren.

De heer Eddy Boutmans (AGALEV). - Daar dit voorstel veel gelijkenis vertoont met ons eigen voorstel zullen wij het met overtuiging goedkeuren. Voor slachtoffers van milieudelicten was het totnogtoe dikwijls moeilijk om de aansprakelijkheid te doen vaststellen. De nieuwe bepalingen kunnen ook een wapen zijn in de strijd tegen de georganiseerde criminaliteit.

De heer Hugo Coveliers (VLD). - Dit voorstel is het gevolg van de aanbevelingen van de onderzoekscommissie inzake de georganiseerde misdaad. Ik denk dat het spoedig zal moeten worden geëvalueerd en aangepast. Het is in de eerste plaats bedoeld voor de bestrijding van ernstige misdrijven.

De voorzitter. - De commissie stelt volgend nieuw opschrift voor: " Wetsvoorstel tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen". (Instemming)

- Het wetsvoorstel wordt eenparig aangenomen door de 55 aanwezige leden. (Stemming nr. 2)

Voor hebben gestemd:

André Bourgeois, Eddy Boutmans, Door Buelens, Ludwig Caluwé, Bea Cantillon, Jurgen Ceder, Guy Charlier, Philippe Charlier, Luc Coene, Christine Cornet d'Elzius, Hugo Coveliers, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Leo Delcroix, Claude Desmedt, Alain Destexhe, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Vera Dua, Fred Erdman, Michel Foret, Jean-Marie Happart, Pierre Hazette, Patrick Hostekint, Robert Hotyat, Jean-François Istasse, Roger Lallemand, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Jan Loones, Philippe Mahoux, Nadia Merchiers, Guy Moens, Lisette Nelis-Van Liedekerke, Charles-Ferdinand Nothomb, Marc Olivier, Eric Pinoie, Francis Poty, Roeland Raes, Paula Sémer, Paul Staes, Frank Swaelen, Erika Thijs, Louis Tobback, Robert Urbain, Hugo Vandenberghe, Francy Van der Wildt, Joris Van Hauthem, Tuur Van Wallendael, Valère Vautmans, Fons Vergote, Guy Verhofstadt, Wim Verreycken, Johan Weyts.

De voorzitter. - Het ontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wij moeten ons nu uitspreken over tien ontwerpen houdende instemming met internationale akkoorden.

De heer Eddy Boutmans (AGALEV). - Wij zullen ons onthouden bij de stemming over de wetsontwerpen die regels van de Wereldhandelsorganisatie omzetten in bilaterale verdragen. Wij hebben grote twijfels over deze regels en in deze verdragen zijn geen sociale clausules opgenomen tot bestrijding van uitbuiting en kinderarbeid.

De heer Philippe Mahoux (PS) (in het Frans). - Wij zullen instemmen met de wetsontwerpen houdende instemming met de Overeenkomsten tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek India, de Regering van de Republiek Kazachstan en de Regering van Hong Kong inzake de bescherming van investeringen, maar wij betreuren dat ze geen clausules betreffende sociale bescherming of milieubescherming bevatten.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst inzake economisch partnerschap, politieke coördinatie en samenwerking tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Verenigde Mexicaanse Staten, anderzijds, de Bijlage en de Slotakte, gedaan te Brussel op 8 december 1997 (Gedr. St. 1-1227)

- Het wetsontwerp wordt eenparig aangenomen door de 53 aan de stemming deelnemende leden; 3 leden hebben zich onthouden. (Stemming nr. 3)

Voor hebben gestemd:

André Bourgeois, Door Buelens, Ludwig Caluwé, Bea Cantillon, Jurgen Ceder, Guy Charlier, Philippe Charlier, Luc Coene, Christine Cornet d'Elzius, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Andrée Delcourt-Pêtre, Leo Delcroix, Claude Desmedt, Alain Destexhe, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Fred Erdman, Michel Foret, Jean-Marie Happart, Pierre Hazette, Patrick Hostekint, Robert Hotyat, Jean-François Istasse, Roger Lallemand, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Jan Loones, Philippe Mahoux, Nadia Merchiers, Guy Moens, Lisette Nelis-Van Liedekerke, Charles-Ferdinand Nothomb, Marc Olivier, Eric Pinoie, Francis Poty, Roeland Raes, Paula Sémer, Paul Staes, Frank Swaelen, Erika Thijs, Louis Tobback, Robert Urbain, Hugo Vandenberghe, Francy Van der Wildt, Joris Van Hauthem, Tuur Van Wallendael, Valère Vautmans, Fons Vergote, Wim Verreycken, Johan Weyts, Magdeleine Willame-Boonen.

Onthouden hebben zich:

Eddy Boutmans, José Daras, Vera Dua

De voorzitter. - Het ontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van de Republiek India inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te New Delhi op 31 oktober 1997 (Gedr. St. 1-1256)

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie, enerzijds, en de Regering van de Republiek Kazachstan, anderzijds, inzake de wederzijdse bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Almaty op 16 april 1998 (Gedr. St. 1-1257)

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de Belgisch-Luxemburgse Economische Unie en de Regering van Hong Kong inzake de bevordering en bescherming van investeringen, ondertekend te Brussel op 7 oktober 1996 (Gedr. St. 1-1258)

- De wetsontwerpen worden in een enkele stemming eenparig aangenomen door de 52 aan de stemming deelnemende leden; 3 leden hebben zich onthouden. (Stemming nr. 4)

Voor hebben gestemd:

André Bourgeois, Door Buelens, Ludwig Caluwé, Bea Cantillon, Jurgen Ceder, Guy Charlier, Philippe Charlier, Luc Coene, Christine Cornet d'Elzius, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Andrée Delcourt-Pêtre, Leo Delcroix, Claude Desmedt, Alain Destexhe, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Fred Erdman, Michel Foret, Jean-Marie Happart, Pierre Hazette, Patrick Hostekint, Robert Hotyat, Jean-François Istasse, Roger Lallemand, Anne-Marie Lizin, Jan Loones, Philippe Mahoux, Nadia Merchiers, Guy Moens, Lisette Nelis-Van Liedekerke, Charles-Ferdinand Nothomb, Marc Olivier, Eric Pinoie, Francis Poty, Roeland Raes, Paula Sémer, Paul Staes, Frank Swaelen, Erika Thijs, Louis Tobback, Robert Urbain, Hugo Vandenberghe, Francy Van der Wildt, Joris Van Hauthem, Tuur Van Wallendael, Valère Vautmans, Fons Vergote, Wim Verreycken, Johan Weyts, Magdeleine Willame-Boonen.

Onthouden hebben zich:

Eddy Boutmans, José Daras, Vera Dua.

De voorzitter. - De ontwerpen zullen aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tussen de lidstaten van de Europese Gemeenschappen inzake de toepassing van het beginsel "ne bis in idem", gedaan te Brussel op 25 mei 1987 (Gedr. St. 1-1228)

Wetsontwerp houdende instemming met het Verdrag inzake een alomvattend verbod op kernproeven, de Bijlagen 1 en 2, en het Protocol, gedaan te New York op 24 september 1996 (Gedr. St. 1-1239)

Wetsontwerp houdende instemming met het intergouvernementeel akkoord over een gemeenschappelijke interpretatie van de protocollen met betrekking tot de monetaire associatie tussen België en Luxemburg vanaf de overgang naar de derde fase van de Economische en Monetaire Unie, en houdende instemming met het erbij gevoegde uitvoeringsprotocol opgemaakt te Brussel op 23 november 1998 (Gedr. St. 1-1269)

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de Eenvormige Beneluxwet inzake tekeningen of modellen, gedaan te Brussel op 7 augustus 1996 (Gedr. St. 1-1270)

Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst tot herziening van de Overeenkomst houdende oprichting van een Europees Universitair Instituut, en met de Slotakte, gedaan te Florence op 18 juni 1992 en 17 september 1992 (Gedr. St. 1-1271)

Wetsontwerp houdende instemming met het Protocol houdende wijziging van de eenvormige Beneluxwet op de merken, gedaan te Brussel op 7 augustus 1996 (Gedr. St. 1-1272)

- De wetsontwerpen worden in een enkele stemming eenparig aangenomen door de 56 aanwezige leden. (Stemming nr. 5)

Voor hebben gestemd:

André Bourgeois, Eddy Boutmans, Door Buelens, Ludwig Caluwé, Bea Cantillon, Jurgen Ceder, Guy Charlier, Philippe Charlier, Luc Coene, Christine Cornet d'Elzius, Hugo Coveliers, José Daras, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Andrée Delcourt-Pêtre, Leo Delcroix, Claude Desmedt, Alain Destexhe, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Vera Dua, Fred Erdman, Michel Foret, Jean-Marie Happart, Pierre Hazette, Patrick Hostekint, Robert Hotyat, Jean-François Istasse, Roger Lallemand, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Jan Loones, Philippe Mahoux, Nadia Merchiers, Guy Moens, Lisette Nelis-Van Liedekerke, Charles-Ferdinand Nothomb, Marc Olivier, Eric Pinoie, Francis Poty, Roeland Raes, Paula Sémer, Paul Staes, Frank Swaelen, Erika Thijs, Louis Tobback, Robert Urbain, Hugo Vandenberghe, Francy Van der Wildt, Joris Van Hauthem, Tuur Van Wallendael, Valère Vautmans, Fons Vergote, Wim Verreycken, Johan Weyts, Magdeleine Willame-Boonen.

De voorzitter. - De ontwerpen zullen aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Voorstel van resolutie betreffende de gevolgen gegeven aan het verslag van de parlementaire commissie van onderzoek betreffende de gebeurtenissen in Rwanda (van de heer Philippe Mahoux en mevrouw Anne-Marie Lizin; Gedr. St. 1-1219)

De heer Jacques Devolder (VLD). - De VLD zal zich onthouden. De goedkeuring van dit voorstel van resolutie zou een eersteklas begrafenis betekenen voor het maandenlange werk van de leden van de parlementaire onderzoekscommissie over Rwanda.

De heer Patrick Hostekint (SP). - Bij de sancties is onvoldoende rekening gehouden met de fouten en de disfuncties die de parlementaire onderzoekscommissie heeft vastgesteld.

Na een interne procedure kregen enkel drie lagere officieren op het terrein een administratieve straf. Het verslag van vice-admiraal Herteleer over de officieren van de generale staf en over het centrum van de operaties in Evere staat haaks op de conclusies van de Rwanda-commissie.

Wij gaan volledig akkoord met het voorstel van resolutie dat de minister van Landsverdeding vraagt ook rekening te houden met het verslag van de Rwanda-commissie en met de verklaringen van vice-admiraal Herteleer in de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden. De SP-fractie zal dit voorstel van resolutie dan ook goedkeuren.

M. Philippe Mahoux (PS)- (in het Nederlands).- In tegenstelling tot de heer Devolder meen ik dat dit voorstel van resolutie rekening houdt met het grondige werk van de Senaat. We zullen het goedkeuren want het steunt op verschillende belangrijke verslagen en wijst er ook op dat er verschillen bestaan tussen wat de stafchef tijdens zijn hoorzitting heeft gezegd en wat in het verslag staat.

Aangezien de Raad van State zegt dat het moeilijk is sancties te nemen tegen militairen als verschillende jaren verstreken zijn sedert de strafbare feiten en sommige officieren sedertdien een promotie hebben gekregen, is het belangrijk dat de resolutie voorziet in een wijziging van de tuchtprocedures.

Mevrouw Vera Dua (AGALEV). - De resolutie is het resultaat van de werkzaamheden van de Rwanda-commissie waarbij werd gepoogd de verantwoordelijkheid voor het drama in Rwanda te achterhalen. Op politiek vlak wou niemand de schuld op zich nemen. Bij het leger kregen alleen officieren op het terrein een lichte administratieve straf, maar gaat de generale staf vrijuit. Wij gaan ermee akkoord dat de tuchtprocedure moet veranderen. Toch heb ik de indruk dat met deze resolutie het binnenlands luik van het drama wordt begraven. Wij zullen ons onthouden om onze ontevredenheid uit te drukken.

De heer Jurgen Ceder (VLAAMS BLOK). - Het Vlaams Blok zal zich onthouden omdat een onrechtvaardige situatie niet werd rechtgezet. Drie officieren op het terrein krijgen een sanctie, maar niemand van de generale staf, de regering of de VN neemt zijn verantwoordelijkheid.

Een der straffen werd door de Raad van State reeds geschorst en het ziet ernaar uit dat dit ook zal gebeuren met de twee andere straffen.

De heer Alain Destexhe (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik sluit mij grotendeels aan bij wat mevrouw Dua heeft gezegd. Er is geen enkele hooggeplaatste politicus of militair verantwoordelijk gesteld. Alleen officieren van het middenkader zijn veroordeeld. Bijgevolg zullen wij ons bij de stemming over deze onbevredigende resolutie onthouden.

De heer Jan Loones (VU). - De tot dusver aangehaalde motiveringen voor de onthoudingen verklaren samen waarom ook de Volksunie zich bij de stemming zal onthouden.

Mevrouw Magdeleine Willame-Boonen (PSC) (in het Frans).Het is jammer dat wij al deze interessante zaken nu pas horen, en niet vanmorgen. Er waren dan ook maar drie leden in de zaal.

De resolutie heeft alleen betrekking op de sancties voor militairen. Over de politici zal men het misschien later nog hebben. De Raad van State heeft de sancties voor de militairen vernietigd. Men kan zich afvragen wat zou gebeurd zijn met sancties tegen hoge militairen.

De resolutie is interessant, want ze is gericht op de toekomst. We zullen ze dan ook goedkeuren, maar vragen de minister toch de statutaire procedure te hervormen.

- Het voorstel van resolutie wordt eenparig aangenomen door de 33 aan de stemming deelnemende leden; 22 leden hebben zich onthouden. (Stemming nr. 6)

Voor hebben gestemd:

André Bourgeois, Ludwig Caluwé, Bea Cantillon, Guy Charlier, Philippe Charlier, Sabine de Bethune, Andrée Delcourt-Pêtre, Jacques D'Hooghe, Fred Erdman, Jean-Marie Happart, Patrick Hostekint, Robert Hotyat, Jean-François Istasse, Roger Lallemand, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Nadia Merchiers, Joëlle Milquet, Guy Moens, Charles-Ferdinand Nothomb, Eric Pinoie, Francis Poty, Paula Sémer, Paul Staes, Frank Swaelen, Erika Thijs, Louis Tobback, Robert Urbain, Hugo Vandenberghe, Francy Van der Wildt, Tuur Van Wallendael, Johan Weyts, Magdeleine Willame-Boonen.

Onthouden hebben zich:

Eddy Boutmans, Door Buelens, Jurgen Ceder, Luc Coene, Christine Cornet d'Elzius, Hugo Coveliers, José Daras, Armand De Decker, Claude Desmedt, Alain Destexhe, Jacques Devolder, Vera Dua, Michel Foret, Pierre Hazette, Jeannine Leduc, Jan Loones, Lisette Nelis-Van Liedekerke, Roeland Raes, Joris Van Hauthem, Valère Vautmans, Fons Vergote, Wim Verreycken.

De voorzitter. - De resolutie zal aan de minister van Landsverdediging worden meegedeeld.

Door deze stemming vervallen de voorstel van resolutie nr. 1-1220, 1-1229 en 1-1245.

De heer Valère Vautmans (VLD). - Ik heb een stemafspraak met mevrouw Jeanmoye.

De heer Wim Verreycken (VLAAMS BLOK). - In de commissie werd afzonderlijk gestemd over de vier voorstellen van resolutie. Waarom stemmen wij niet over de conclusies van de commissie?

De heer Fred Erdman (SP). - Wij kunnen dat niet omdat de commissie stemde voor één voorstel en tegen de andere.

Wetsontwerp betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken (Gedr. St. 1-967)

- Het wetsontwerp wordt eenparig aangenomen door de 48 aan de stemming deelnemende leden; 9 leden hebben zich onthouden. (Stemming nr. 7)

Voor hebben gestemd:

André Bourgeois, Ludwig Caluwé, Bea Cantillon, Guy Charlier, Philippe Charlier, Luc Coene, Christine Cornet d'Elzius, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Andrée Delcourt-Pêtre, Leo Delcroix, Claude Desmedt, Alain Destexhe, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Fred Erdman, Michel Foret, Jean-Marie Happart, Pierre Hazette, Patrick Hostekint, Robert Hotyat, Jean-François Istasse, Roger Lallemand, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Philippe Mahoux, Nadia Merchiers, Joëlle Milquet, Guy Moens, Lisette Nelis-Van Liedekerke, Charles-Ferdinand Nothomb, Marc Olivier, Eric Pinoie, Francis Poty, Paula Sémer, Paul Staes, Frank Swaelen, Erika Thijs, Louis Tobback, Robert Urbain, Hugo Vandenberghe, Francy Van der Wildt, Tuur Van Wallendael, Valère Vautmans, Fons Vergote, Johan Weyts, Magdeleine Willame-Boonen.

Onthouden hebben zich:

Eddy Boutmans, Door Buelens, Jurgen Ceder, José Daras, Vera Dua, Jan Loones, Roeland Raes, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

De voorzitter. - Het ontwerp zal aan de Koning ter bekrachtiging worden voorgelegd.

Wetsvoorstel houdende wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten (van mevrouw Joëlle Milquet c.s.; Gedr. St. 1-1268)

- Het wetsvoorstel wordt aangenomen met 49 stemmen tegen 3; 5 leden hebben zich onthouden. (Stemming nr. 8)

Voor hebben gestemd:

André Bourgeois, Ludwig Caluwé, Bea Cantillon, Guy Charlier, Philippe Charlier, Luc Coene, Christine Cornet d'Elzius, Hugo Coveliers, Sabine de Bethune, Armand De Decker, Andrée Delcourt-Pêtre, Leo Delcroix, Claude Desmedt, Alain Destexhe, Jacques Devolder, Jacques D'Hooghe, Fred Erdman, Michel Foret, Jean-Marie Happart, Pierre Hazette, Patrick Hostekint, Robert Hotyat, Jean-François Istasse, Roger Lallemand, Jeannine Leduc, Anne-Marie Lizin, Jan Loones, Philippe Mahoux, Nadia Merchiers, Joëlle Milquet, Guy Moens, Lisette Nelis-Van Liedekerke, Charles-Ferdinand Nothomb, Marc Olivier, Eric Pinoie, Francis Poty, Paula Sémer, Paul Staes, Frank Swaelen, Erika Thijs, Louis Tobback, Robert Urbain, Hugo Vandenberghe, Francy Van der Wildt, Tuur Van Wallendael, Valère Vautmans, Fons Vergote, Johan Weyts, Magdeleine Willame-Boonen.

Tegen hebben gestemd:

Eddy Boutmans, José Daras, Vera Dua.

Onthouden hebben zich:

Door Buelens, Jurgen Ceder, Roeland Raes, Joris Van Hauthem, Wim Verreycken.

De voorzitter. - Het ontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden overgezonden.

Door deze stemming vervalt het wetsvoorstel houdende wijziging van de wet van 18 juli 1991 tot regeling van het toezicht op politie- en inlichtingendiensten (van mevrouw Joëlle Milquet; Gedr. St. 1-390).

Indiening van wetsontwerpen

De voorzitter.- De Regering heeft volgende wetsontwerpen ingediend :

1° Wetsontwerp houdende instemming met het Voedselhulpverdrag 1995, opgemaakt te Londen op 5 december 1994 (Gedr. St. 1-1316/1).

- Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden.

2° Wetsontwerp houdende instemming met de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili en met de administratieve schikking houdende de modaliteiten van toepassing van de Overeenkomst betreffende de sociale zekerheid tussen het Koninkrijk België en de Republiek Chili, gedaan te Brussel op 9 september 1996 (Gedr. St. 1-1317/1).

- Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden.

Deze wetsontwerpen zullen worden gedrukt en rondgedeeld.

Indiening van wetsvoorstellen

De voorzitter.- De volgende voorstellen werden ingediend :

Wetsvoorstellen :

Artikel 77

1° Wetsvoorstel betreffende de gevolgen van de ontbinding van de Federale Kamers ten aanzien van de vroeger ingediende ontwerpen en voorstellen van wet (van de heer Hugo Vandenberghe c.s.; Gedr. St. 1-1321/1).

Artikel 81

2° Wetsvoorstel tot wijziging van het Burgerlijk Wetboek inzake adoptie (van mevrouw Joëlle Milquet; Gedr. St. 1-1320/1).

3° Wetsvoorstel tot wijziging van de gezinsbijslagregeling voor zelfstandigen (van de heer Jean Bock c.s.; Gedr. St. 1-1322/1).

4° Wetsvoorstel tot wijziging van de gezinsbijslagregeling voor zelfstandigen (van mevrouw Lisette Nelis-Van Liedekerke c.s.; Gedr. St. 1-1323/1).

- Deze voorstellen zullen worden vertaald, gedrukt en rondgedeeld.

- Er zal later over de inoverwegingneming worden beslist.

Inoverwegingneming

In overweging genomen voorstellen

A. Wetsvoorstel :

Artikel 77

Wetsvoorstel betreffende de gevolgen van de ontbinding van de Federale Kamers ten aanzien van de vroeger ingediende ontwerpen en voorstellen van wet (van de heer Hugo Vandenberghe c.s.; Gedr. St. 1-1321/1).

- Verzonden naar de commissie voor de Justitie.

B. Voorstel van resolutie :

Voorstel van resolutie betreffende het BTW-tarief op arbeidsintensieve diensten (van de heer Paul Hatry; Gedr. St. 1-1294/1).

- Verzonden naar de commissie voor de Financiën en de Economische Aangelegenheden.

C. Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet :

Voorstel van verklaring tot herziening van de Grondwet (van de heer Eddy Boutmans c.s.; Gedr. St. 1-1299/1).

- Verzonden naar de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden.

Samenstelling van commissie

De voorzitter. - Bij de Senaat is een voorstel ingediend om in de commissie voor de Institutionele Aangelegenheden

- de heer Stef Goris door de heer Luc Coene als effectief lid

- de heer Luc Coene door de heer Stef Goris als plaatsvervangend lid en

- de heer Leo Goovaerts door mevrouw Lisette Nelis-Van Liedekerke als plaatsvervangend lid te vervangen.

Bij de Senaat is een voorstel ingediend om in de parlementaire overlegcommissie de heer Leo Goovaerts als plaatsvervangend lid te vervangen door de heer Luc Coene.(Instemming)

Vragen om uitleg

De voorzitter. - Het Bureau heeft volgende vragen om uitleg ontvangen:

van de heer Eddy Boutmans aan de Minister van Justitie over "de eenheidsrechtbank of eenheidsloket" (nr. 1-621)

van de heer Chris Vandenbroecke aan de Minister van Wetenschapsbeleid over "de benedenmaatse financiering van het Algemeen Rijksarchief en de eventuele toewijzing van het archiefbeheer aan de gemeenschappen" (nr. 1-622)

van Mevrouw Sabine de Béthune aan de Minister van Justitie over "de mogelijke betrokkenheid van een Belgische firma bij de voorbereiding van een coup in Congo-Brazzaville" (nr. 1-623)

van Mevrouw Martine Dardenne aan de Minister van Landbouw en de Kleine en Middelgrote Ondernemingen over "Agenda 2000 en duurzame landbouw" (nr. 1-624)

- Deze vragen worden naar de plenaire vergadering verzonden .

Verzoekschriften

De voorzitter.- Bij verzoekschrift uit Nieuwpoort zendt de burgemeester van deze stad aan de Senaat een motie betreffende de bescherming van het marine milieu in de zeegebied onder de rechtsbevoegdheid van België, aangenomen door het college van burgemeester en schepenen op 1 maart 1999.

Bij verzoekschrift uit Waarschoot onderschrijft de gemeenteraad van deze gemeente de motie van de Provincieraad van Oost-Vlaanderen met betrekking tot het mestdecreet.

- Verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse en Administratieve Aangelegenheden, belast met de verzoekschriften.

Evocaties

De voorzitter.- De Senaat heeft bij boodschappen van 16 en 17 maart 1999 aan de Kamer van volksvertegenwoordigers ter kennis gebracht dat tot evocatie is overgegaan, op die datum, van :

Wetsontwerp betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (Gedr. St. 1-1308/1).

- Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen (Gedr. St. 1-1310/1).

- Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden.

Wetsontwerp houdende budgettaire en diverse bepalingen (Gedr. St. 1-1315/1).

- Het wetsontwerp werd verzonden naar de commissie voor de Binnenlandse en de Administratieve Aangelegenheden, naar de commissie voor de Sociale Aangelegenheden en naar de commissie voor de Financiën en de Economische Aangelegenheden..

Non-evocaties

De voorzitter.- Bij boodschappen van 16 en 18 maart 1999 heeft de Senaat aan de Kamer van volksvertegenwoordigers terugbezorgd, met het oog op de koninklijke bekrachtiging, de volgende niet geëvoceerde wetsontwerpen :

Wetsontwerp houdende bekrachtiging van het koninklijk besluit van 20 mei 1997 tot wijziging van het KB/WIB 92, voorzover het betrekking heeft op de bedrijfsvoorheffing, en van het koninklijk besluit van 5 december 1997 tot wijziging van het KB/WIB 92, op het stuk van de bedrijfsvoorheffing (Gedr. St. 1-1287/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie (Gedr. St. 1-1288/1).

Wetsontwerp betreffende de identificatieprocedure via DNA-onderzoek in strafzaken (Gedr. St. 1-1289/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 30 juli 1938 betreffende het gebruik der talen bij het leger (Gedr. St. 1-1290/1).

Wetsontwerp tot wijziging van de artikelen 12, en 19, § 1, van de nieuwe gemeentewet (Gedr. St. 1-1291/1).

Wetsontwerp houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken (Gedr. St. 1-1312/1).

Wetsontwerp betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (Gedr. St. 1-1314/1).

- Voor kennisgeving aangenomen

Arbitragehof

De voorzitter.- Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, heeft de griffier van het Arbitragehof aan de Voorzitter van de Senaat kennis gegeven van :

- de beroepen tot vernietiging van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 23 juni 1998 houdende bijkomende bijstand aan personen die in een bestaansonzekere toestand verkeren ten gevolge van oorlogsomstandigheden, repressie en epuratie (rolnummers 1384, 1385, 1415, 1419, 1420, 1434, 1435, 1436, 1437, 1441, 1442, 1443, 1455, 1463, 1465, 1467, 1468, 1472, 1473, 1474, 1481, 1483, 1487, 1488, 1489, 1491 tot 1573, 1574, 1579, 1580, 1591, 1597, 1598, 1601, 1603, 1606, 1607, 1608, 1609 en 1610 : samengevoegde zaken);

- het beroep tot vernietiging van de artikelen 9 en 15, 1°, van het decreet van de Vlaamse Gemeenschap van 14 juli 1998 betreffende het onderwijs IX, ingesteld door L. Demuynck (rolnummer 1624);

- de beroepen tot vernietiging van artikel 1675/8, tweede lid, van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd door artikel 2, §2, van de wet van 5 juli 1998 betreffende de collectieve schuldenregeling ven de mogelijkheid van verkoop uit de hand van de in beslag genomen onroerende goederen, ingesteld door de Franse Orde van advocaten bij de balie te Brussel en G.-A. Dal en door de Orde van advocaten bij de balie te Luik en G. Rigo (rolnummers 1599 en 1604 : samengevoegde zaken).

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, heeft de griffier van het Arbitragehof eveneens aan de Voorzitter van de Senaat kennis gegeven van :

- de prejudiciële vraag over artikel 52 van de wet van 4 augustus 1996 betreffende het welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Brugge (rolnummer 1626);

- de prejudiciële vraag betreffende artikel 38 van de wet van 10 april 1971 over de arbeidsongevallen, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Luik (rolnummer 1602);

- de prejudiciële vragen betreffende artikel 30ter van de wet van 27 juni 1969 tot herziening van de besluitwet van 28 december 1944 betreffende de maatschappelijke zekerheid der arbeiders, gesteld door de Arbeidsrechtbank te Verviers (rolnummer 1634);

- de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 267 en volgende van het koninklijk besluit van 18 juli 1977 tot coördinatie van de algemene bepalingen inzake douane en accijnzen, gesteld door het Hof van Beroep te Gent (rolnummers 1447 en 1623 : samengevoegde zaken).

Ten slotte, met toepassing van artikel 113 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, heeft de griffier van het Arbitragehof kennis gegeven aan de Voorzitter van de Senaat van :

- het arrest nr. 31/99, uitgesproken op 10 maart 1999, inzake de vordering tot schorsing van artikel 245 en het cijfer "245" in artikel 260, eerste lid, van de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus, ingesteld door A. Vander Zwalmen (rolnummer 1581).

- Voor kennisgeving aangenomen.

Europees Parlement

De voorzitter.- Bij brief van 8 maart 1999 heeft de Voorzitter van het Europees Parlement aan de Senaat overgezonden :

- een resolutie over regionalisering van het gemeenschappelijk visserijbeleid;

- een resolutie over het eenentwintigste jaarverslag van de werkzaamheden van het Raadgevend Comité voor de veiligheid, de hygiëne en de gezondheidsbescherming op de arbeidsplaats - 1996, het verslag van de werkzaamheden van het Permanent Orgaan voor de veiligheid en de gezondheidsvoorwaarden in de steenkolenmijnen en andere winningsindustrieën - 1996 en het tussentijds verslag over het actieprogramma van de Gemeenschap op het gebeid van veiligheid, hygiëne en gezondheidsbescherming op het werk (1996-2000);

aangenomen tijdens de vergaderperiode van 24 en 25 februari 1999.

- Verzonden naar de commissie voor de Buitenlandse Aangelegenheden.

Centrale raad voor het bedrijfsleven

De voorzitter.- Bij brief van 15 maart 1999 heeft de voorzitter van de Centrale Raad voor het Bedrijfsleven aan de Senaat overgemaakt, het advies van de Raad van 15 maart 1999 over het ontwerp van koninklijk besluit houdende bepaling van productnormen voor verpakkingen.

- Neergelegd ter Griffie.

Boodschappen van de Kamer

De voorzitter. - Bij boodschappen van 12 maart 1999 heeft de Kamer van volksvertegenwoordigers aan de Senaat overgezonden, zoals ze ter vergadering van 12 maart 1999 werden aangenomen :

Artikel 77

Wetsontwerp betreffende de rechterlijke inrichting in fiscale zaken (Gedr. St. 1-967/1).

- Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de Financiën en voor de Economische Aangelegenheden.

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 19 december 1974 tot regeling van de betrekkingen tussen de overheid en de vakbonden van haar personeel (Gedr. St. 1-1313/1).

- Het wetsontwerp werd verzonden naar de Commissie voor de Binnenlandse en de Administratieve Aangelegenheden.

Artikel 78

Wetsontwerp betreffende de Belgische internationale samenwerking (Gedr. St. 1-1309/1).

- Het wetsontwerp werd ontvangen op 12 maart 1999; de uiterste datum voor evocatie is maandag 29 maart 1999.

Wetsontwerp betreffende de niet-conventionele praktijken inzake de geneeskunde, de artsenijbereidkunde, de kinesitherapie, de verpleegkunde en de paramedische beroepen (Gedr. St. 1-1310/1).

- Het wetsontwerp werd ontvangen op 12 maart 1999; de uiterste datum voor evocatie is maandag 29 maart 1999.

Wetsontwerp betreffende de oprichting van een federaal Borstvoedingscomité (Gedr. St. 1-1311/1).

- Het wetsontwerp werd ontvangen op 12 maart 1999; de uiterste datum voor evocatie is maandag 29 maart 1999.

Artikel 80

Wetsontwerp betreffende de organisatie van de elektriciteitsmarkt (Gedr. St. 1-1308/1).

- Het wetsontwerp werd ontvangen op 12 maart 1999; de uiterste datum voor evocatie is woensdag 17 maart 1999.

Wetsontwerp houdende diverse maatregelen inzake ambtenarenzaken (Gedr. St. 1-1312/1).

- Het wetsontwerp werd ontvangen op 12 maart 1999; de uiterste datum voor evocatie is woensdag 17 maart 1999.

Wetsontwerp betreffende de boekhoudkundige en fiscale beroepen (Gedr. St. 1-1314/1).

- Het wetsontwerp werd ontvangen op 12 maart 1999; de uiterste datum voor evocatie is woensdag 17 maart 1999.

Wetsontwerp houdende budgettaire en diverse bepalingen (Gedr. St. 1-1315/1).

- Het wetsontwerp werd ontvangen op 12 maart 1999; de uiterste datum voor evocatie is woensdag 17 maart 1999.

Artikel 81

Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 10 juli 1997 betreffende de valutadatum van bankverrichtingen (van de heer Francis Poty; Gedr. St. 1-1135/1).

- Het wetsontwerp werd ontvangen op 12 maart 1999; de onderzoekstermijn, die overeenkomstig artikel 79, eerste lid, van de Grondwet 15 dagen bedraagt, verstrijkt op maandag 29 maart 1999.

- De Kamer heeft de tekst geamendeerd aangenomen op 11 maart 1999.

- De vergadering wordt om 17.10 uur gesloten.

- Volgende vergaderingen, donderdag 25 maart om 10.00 en 15.00 uur.

Verhinderd

Mevr. Dardenne , om gezondheidsredenen, mevr. Jeanmoye en de heer Jonckheer, wegens andere plichten, de heren Hatry, Bock en Santkin, om persoonlijke redenen, de heren Chantraine en Goris, wegens ambtsplichten.