1-168

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1997-1998
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Ochtendvergadering - Donderdag 5 maart 1998

________



INHOUD



VRAGEN OM UITLEG
van de heer De Decker (contractuele juristen bij de rechtbanken van eerste aanleg) aan de minister van justitie. (Sprekers : de heren De Decker en De Clerck, minister van justitie);
van de heer Mahoux (reorganisatie van de arbeidsauditoraten en de arbeidsrechtbanken) aan de minister van justitie. (Sprekers : de heren Mahoux en De Clerck, minister van justitie);
van de heer Boutmans (spreekrecht van magistraten) aan de minister van justitie. (Sprekers : de heren Boutmans en De Clerck, minister van justitie);
van mevrouw Milquet (aanvullend verslag van de onderzoekscommissie « Dutroux ») aan de minister van justitie. (Sprekers : mevrouw Milquet en de heer De Clerck, minister van justitie);
van de heer Verreycken (IJzeren Rijn) aan de minister van vervoer. (Sprekers : de heren Verreycken en Daerden, minister van vervoer).




_____________






VOORZITTER : DE HEER MOENS,
ONDERVOORZITTER


____


De vergadering wordt om 10.10 u. geopend.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER DE DECKER AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE,
over « de contractuele juristen » bij de rechtbanken van eerste aanleg »

De heer De Decker (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik heb u in oktober jongstleden reeds over dit onderwerp geïnterpelleerd.

Blijkbaar wil de regering de slechte werking van de rechtbanken verbeteren door tien contractuele juristen ter beschikking te stellen van het parket, maar doet zij niets voor de zittende magistraten. In de rechtbank van eerste aanleg zouden contractuele magistraten worden aangesteld. Daarnaast voert u het stelsel in van de toegevoegde rechters die van de ene rechtbank naar de andere kunnen worden overgeplaatst. Die maatregelen zullen het verval bespoedigen van een justitie waarin alle samenhang zoek is. Wij stellen vast dat sommige rechters een nomadenbestaan leiden dat tegen de rechtszekerheid ingaat.

De stafhouder van de Brusselse orde heeft in het Journal des Tribunaux van december jongstleden trouwens gelaakt dat de magistratuur een onsamenhangende lappendeken wordt. Die noodkreet is mijns inziens de laatste waarschuwing voor de staking die op 29 april eerstkomend zou plaatsvinden.

Mijnheer de minister, die overwegingen lijken u nauwelijks te raken. In de rechtbank van eerste aanleg zullen dertien contractuele juristen worden aangesteld die niet zullen moeten bewijzen dat ze tweetalig zijn. In de rechtbank van eerste aanleg zijn er echter 46 rechters te weinig. Tientallen juristen die geslaagd zijn voor alle onderdelen van het examen om rechter te worden, op het taalexamen na, blijven in de kou staan, wat toch absurd is.

In die onsamenhangende wirwar wordt de inwerkingtreding aangekondigd van de wet van 9 juli 1997, die bepaalt dat bij het Hof van Beroep aanvullende contractuele raadsheren kunnen worden aangesteld. U omzeilt het echte probleem, namelijk het gebrek aan vastbenoemde magistraten. De gerechtelijke achterstand zal kolossale afmetingen aannemen doordat aan de basis niets wordt gewijzigd.

Mijnheer de minister, kunt u bevestigen dat men veeleer geneigd is om bij de magistratuur contractuelen in dienst te nemen ? Is het wetsontwerp dat ertoe strekt de eisen qua tweetaligheid in Brussel te versoepelen nog steeds actueel, gelet op het feit dat sommige Vlaamse politieke kringen daartegen gekant zijn ?

De heer De Clerck, minister van justitie (in het Frans). - De magistraten hebben op de mogelijkheid om contractuele juristen te benoemen positief gereageerd. De procureur des Konings, de heer Dejemeppe, heeft mij trouwens schriftelijk bedankt. Sinds november 1997 hebben sommige Brusselse onderzoeksrechters mij hun belangstelling voor gelijkaardig personeel te kennen gegeven. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg heeft erop aangedrongen dat administratieve juristen aan de onderzoeksrechters en de correctionele en burgerlijke rechtbanken worden toegevoegd. De onderzoeksrechters zouden op die manier over meer tijd beschikken voor hun hoofopdracht.

In de parketten werden contractuelen benoemd. Ik heb mijn instemming betuigd met de aanwerving van dertien juristen in de rechtbank. Er hebben zich ongeveer 150 kandidaten aangemeld. De voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg zal een eerste selectie doorvoeren en de rechtbank zelf een tweede selectie. Het gaat dus niet om een gepolitiseerd systeem. Vele contractuelen zijn al in dienst aangezien dit systeem, dat op dit van de referendarissen gelijkt, sinds enige tijd wordt toegepast. Vandaag helpen die juristen de magistraten bij de voorbereiding van hun dossiers.

Wij moeten evenwel de toestand in zijn geheel bekijken. Sinds 13 februari werden er plaatsvervangende rechters benoemd en nu is de personeelsformatie volzet. Bovendien wordt de wetgeving op de toegevoegde rechters binnenkort bekendgemaakt en ik hoop dat er spoedig benoemingen zullen volgen. Bij de Senaat werd een ontwerp van wet op het gebruik van de talen ingediend. Bij het parket zijn er plaatsen vacant, maar wij vinden geen kandidaten.

Tenslotte wacht ik op het advies van de Raad van State over de uitbreiding van de personeelsformaties met 240 magistraten in het hele land. Ik denk dat het om een definitieve oplossing gaat die het systeem soepeler zal maken. Ik heb onlangs alle korpsoversten van het arrondissement Brussel bijeengebracht en zij verheugen zich over al die initiatieven.

De heer De Decker (PRL-FDF) (in het Frans). - Ik dank u voor uw antwoord. Ik blijf erbij dat u bijzondere methoden gebruikt om het probleem ten gronde, nl. dat van de personeelsformatie, te regelen. U benoemt plaatsvervangende raadsheren bij het Hof van Beroep. U vraagt dus aan advocaten om het beroep van rechter uit te oefenen. Dat werkt, want de vermelding van een dergelijke functie in een curriculum vitae is altijd belangrijk. U buit dus de menselijke ijdelheid uit en dat is niet goed.

Bovendien benoemt u contractuele juristen in de rechtbank van eerste aanleg. Terwijl tientallen kandidaat-rechters voor hun examens zijn geslaagd en niet worden benoemd, is het verrassend om vast te stellen dat juristen die geen magistraten zijn, rechter worden.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER MAHOUX AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE,
over « de plannen om de arbeidsauditoraten en de arbeidsrechtbanken te reorganiseren »

De heer Mahoux (PS) (in het Frans). - Beroepsmagistraten zijn ongerust over de plannen om de arbeidsauditoraten en de arbeidsrechtbanken te reorganiseren. Het gaat namelijk om een mogelijke ontmanteling van de auditoraten.

Bepaalde voorstellen strekken ertoe de auditoraten volledige bevoegdheid te geven op economisch, sociaal en fiscaal gebied. De regering zou ze willen afschaffen en één groot parket oprichten.

Hoever staat het met deze zaak ? Zou de oprichting van een groot parket niet leiden tot meer beheersproblemen ? Zouden de beperkte middelen van de economische en financiële secties van de parketten niet nog schaarser worden als de auditoraten in de parketten worden geïntegreerd ? Wat is het standpunt van de regering ? Welke argumenten verantwoorden deze hervorming ? Welke plaats zouden de rechters in sociale zaken krijgen, want hun belang en de kwaliteit van hun werk wordt voortdurend benadrukt. Er kan immers worden gevreesd dat hun rol beperkt wordt of zelfs afgeschaft.

De heer De Clerck, minister van justitie (in het Frans). - De reorganisatie van de arbeidsauditoraten en de arbeidsrechtbanken roepen inderdaad reacties op. In december 1996 heb ik het interuniversitair centrum gevraagd een voorafgaand rapport op te stellen over de mogelijkheden van zo'n hervorming.

Ik zal u het document bezorgen dat is opgesteld door de hoogleraren gerechtelijk recht van het interuniversitair centrum. Gisteren nog hebben de decanen van de rechtsfaculteiten mij gevraagd hen nog meer bij de studie van de gerechtelijke hervormingen te betrekken.

In dat document stellen de hoogleraren voor slechts een grote rechtbank te behouden per gerechtelijk arrondissement en die onder te verdelen in vijftien kamers of secties die onder andere prejudiciële geschillen, de vredegerechten en de strafzaken zouden overnemen. Dat is slechts een academische optie. Er is ook nog geen duidelijkheid over de organisatie van de parketten volgens hetzelfde schema. Het document stelt voor secties op te richten, elk geleid door een auditeur, onder het gezag van de procureur des Konings.

Over dit document moet een openbare en politieke discussie worden gehouden. Bovendien moet de hele organisatie van het parket opnieuw worden bestudeerd. Ik heb mij daartoe verbonden na de indiening van de conclusies van de commissie-« Dutroux »-bis. Ik stel nu een beleidsnota op die aan het parlement zal worden voorgelegd. Ik ben van plan, zonder echt al een beslissing te hebben genomen, om de kleine parketten bestaande uit vijf of zes personen, die zich niet kunnen specialiseren, zoals dat van Aarlen, van Neufchâteau, van Veurne of van Ieper, ter discussie te stellen.

De volksvertegenwoordigers Viseur, Reynders en Gillet hebben een wetsvoorstel ingediend dat ertoe strekt de economische en financiële cellen van de parketten in het arbeidsauditoraat te integreren. Ik zal in mijn globale nota rekening houden met dit voorstel.

Het document van het interuniversitair centrum wijzigt niets aan de rol van de raadsheren en rechters in sociale zaken.

Het is tijd om een algemeen debat te houden.

De heer Mahoux (PS) (in het Frans). - Ik ben gerustgesteld wat de rechters in sociale zaken betreft. Voor het overige is de informatie van de minister interessant en onthou ik vooral dat het parlement een algemene nota zal krijgen vóór elke verdere stap.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER BOUTMANS AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE,
over « het spreekrecht van magistraten »

De heer Boutmans (Agalev). - Ik stel deze vraag naar aanleiding van het spreekverbod dat werd opgelegd aan de gepensioneerde procureur des Konings te Bergen, de heer Poncelet. Hij wilde immers een verklaring afleggen over de moord op zijn zoon.

Nochtans staat nergens geschreven dat zittende rechters en parketmagistraten slechts met de toestemming van hun hiërarchische oversten hun mening mogen uiten. Dit recht op vrije meningsuiting is gewaarborgd door de Grondwet, het Europees Verdrag van de Rechten van de Mens en talrijke internationale verdragen. Het spreekverbod heeft trouwens tot wantoestanden bij de magistratuur geleid. Het hoeft ons niet te verwonderen dat magistraten in het algemeen moeilijkheden hebben bij het communiceren met andere geledingen van de maatschappij. Nochtans moet elke maatschappelijke groep zich kunnen uiten over de uitoefening van zijn taak of over maatschappelijke problemen, onder voorbehoud van bepaalde reserves.

In zijn arrest van 14 mei 1987 oordeelde het Hof van Cassatie dat artikel 14 van de Grondwet noch artikel 10.1 van het Europees Handvest van de Rechten van de Mens met het spreekverbod worden overtreden. Het recht op vrije meningsuiting zou enkel gelden voor particulieren en het spreekverbod zou een interne regel zijn eigen aan de magistratuur.

Deze opvatting is niet meer van deze tijd en is niet in overeenstemming te brengen met het EVRM;

Waarom zouden parketmagistraten in de media hun mening niet mogen zeggen over het tekort aan magistratien bijvoorbeeld ?



Voorzitter : de heer Mahoux


Is de minister het met dit standpunt eens ?

Moeten de leden van de staande en zittende magistratuur zich publiek kunnen uitspreken, ook over onderwerpen van justitieel belang ? Kan hij als politiek verantwoordelijke die ongeschreven regel niet teniet doen ? Wil hij dat debat op gang brengen ? Is hij bereid een wettelijke bepaling in te schrijven over het spreekrecht van magistraten ?

De heer De Clerck, minister van justitie. - We moeten een onderscheid maken tussen publieke verklaringen over een concreet dossier en meer algemene uitspraken over de justitie. Wat de algemene niet zaakgebonden verklaringen betreft bestaat er geen enkele regel die aan de magistraten een beperking oplegt om hun zienswijze uiteen te zetten. Nog nooit zijn magistraten overigens zo sterk aanwezig geweest in het prublieke debat als vandaag. Er worden trouwens vormingscursussen georganiseerd om de magistraten daarop voor te bereiden.

Het is niet mijn bedoeling in dit opzicht regelgevend op te treden. De enige beperking die geldt heeft betrekking op het specifieke statuut van de magistraat dat tot enige reserve noopt.

Magistraten moeten in alle onafhankelijkheid kunnen oordelen over dossiers en algemeen aanspreekbaar blijven.

In verband met de mededelingen over een bepaalde strafzaak bestaan er richtlijnen. Ook hier werden initiatieven genomen die een maximale transparantie moeten waarborgen. Ik denk o.m. aan het ontwerp-Franchimont.

De heer Boutmans (Agalev). - Zelf ben ik minder optimistisch over de huidige toestand. In het colloquim over pers en gerecht dat in de Senaat plaatsvond is hierop trouwens gewezen.

De minister is het ermee eens dat die rechtsregel niet bestaat en dat de magistraten het woord mogen voeren. Ik dank de minister voor zijn duidelijke toelichting.

De heer De Clerck, minister van justitie. - Ik ben niet ingegaan op de vraag in welke mate men elkaar binnen het korps moet informeren over specifieke interventies. Als een magistraat deelneemt aan een publiek debat vind ik het betamelijk dat daarover bepaalde afspraken worden gemaakt.

De heer Boutmans (Agalev). - In het verleden werden tuchtveroordelingen uitgesproken met als enige rechtsgrond dat de betrokken magistraat geen toelating had gevraagd om publiek te spreken. Is de minister het ermee eens om die tuchtrechterlijk afdwingbare norm op te heffen.

De heer De Clerck, minister van justitie. - In het algemeen kan het spreekrecht van magistraten niet afhankelijk zijn van een voorafgaande toelating of van een preventief optreden. Dat belet niet dat er vooraf wel contacten kunnen worden genomen.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN MEVROUW MILQUET AAN DE MINISTER VAN JUSTITIE,
over « het aanvullend verslag van de onderzoekscommissie-Dutroux »

Mevrouw Milquet (PSC) (in het Frans). - Ik wil u ondervragen over uw analyse, uw intenties en uw opmerkingen naar aanleiding van het tweede rapport van de commissie-Dutroux.

Bovendien heeft de regering recent de laatste hand gelegd aan het wetsontwerp over de politie en daarover moet een ruim debat plaatsvinden in de twee Kamers.

De politiehervorming mag volgens mij niet de enige hervorming blijven. Ik vind dat ook het rechtssysteem moet worden hervormd.

Een van de grote doelstellingen van de politiehervorming is de doeltreffendheid en de bevestiging van de gemeentelijke autonomie, maar er moet een gerechtelijke controle blijven op de gevoerde onderzoeken. De structurele hervorming moet dus ook betrekking hebben op het gerechtelijk aspect, want anders zullen wij de modernisering nooit met succes kunnen bekronen.

Welke hervormingen bent u van plan uit te voeren op basis van de aanbevelingen in het tweede verslag van de commissie-Dutroux ? Hoe staat het met een eventueel federaal parket ?

U beschikt over de resultaten van de doorlichting van twee parketten. Daaruit kan men afleiden dat er zowat overal dysfuncties bestaan.

Het zou nuttig zijn dat het college van procureurs-generaal u tegen de maand juni een plan voorlegt voor bijvoorbeeld de reorganisatie van de parketten.

Denkt u, wat de hoven en rechtbanken betreft, structurele hervormingen te kunnen afronden vóór het einde van deze legislatuur, met name in verband met de mobiliteit van de magistraten ?

Er komt een Hoge Raad voor de justitie en daar ben ik blij om, maar denkt u niet dat het tuchtrecht verstrengd moet worden ? Heeft u al plannen in dit verband ?

Zult u het advies inwinnen van het college van procureurs-generaal ? Wanneer zal dit college een plan voor het strafbeleid indienen ? Zullen wij dat kunnen bespreken ? Wanneer zullen wij het seponeringsbeleid kunnen bespreken ?

De heer De Clerck, minister van justitie (in het Frans). - Ik heb reeds de gelegenheid gehad om hier de reorganisatie van de parketten toe te lichten en mijn antwoorden aan de heren Mahoux en De Decker vormen een antwoord op een aantal van uw vragen.

Momenteel zijn wij bezig met de afronding van de eerste reeks maatregelen. De tweede reeks werd gisteren al besproken in de Kamer, met name een grotere doorzichtigheid inzake benoemingen dankzij de Hoge Raad voor de justitie.

Het statuut van de magistraten moet voor de politiehervorming behandeld worden opdat die hervorming op een evenwichtige wijze kan geschieden.

Men mag zich geen illusies maken. De hele klus zal niet voor het einde van de legislatuur geklaard zijn. Toch kunnen er nu al politieke keuzes gemaakt worden om zo vlug mogelijk tot oplossingen te komen voor de toekomst. Tweeëntachtig wetsontwerpen zijn door het departement van justitie ingediend en meer dan de helft daarvan is al aangenomen. Bovendien moeten ook nog andere materies aan bod komen, zoals de hervorming van het notariaat.

Sommige grote dossiers moeten nog worden aangepakt. Inzake de organisatie van de parketten werd het, dankzij de wet van mei 1997 op het college van procureurs-generaal en de nationale magistraten, mogelijk het instrument in het leven te roepen waarmee een echt strafrechtelijk beleid kan worden gevoerd en om de onderzoeken te coördineren. Wij moeten in die zin voortwerken.

Meermaals is al voorgesteld om een federaal parket op te richten. Iedereen moet het eens zijn over het nut van een dergelijk parket, waar alle complexe dossiers die het hele land betreffen, kunnen worden gecentraliseerd. Is het evenwel nodig een nieuwe instelling te creëren die weer tot nieuwe problemen kan leiden ? Al in 1996 en 1997 pleitten hoogleraren publiekrecht voor de oprichting van een gecentraliseerd parket. Nu moet een algemene beleidsnota worden opgesteld over de hervorming van het openbaar ministerie.

Ik beloof dat hierover over een of twee maanden een debat zal plaatsvinden. Dan kan er gedebatteerd worden over het belang van het behoud van 27 arrondissementen, van de invoering van een federaal parket en van een grotere specialisatie van de leden van het openbaar ministerie.

Een tweede belangrijk dossier dat nog moet worden behandeld is Franchimont II, namelijk de bijzondere opsporingstechnieken. Er wordt in de Senaat alvast een debat gepland begin juni. Wij zullen dan conclusies moeten formuleren opdat zo vlug mogelijk een doeltreffende wetgeving tot stand kan komen.

Het derde belangrijke dossier is dat van het tuchtrecht. De tijd is rijp voor een algemene nota over de hervorming van het tuchtrecht. De huidige procedures zijn te omslachtig. Zodra de Hoge Raad voor de Justitie zal zijn geïnstalleerd, kan deze hierbij een rol spelen. In dat geval kan er voor de vakantie een debat in de Senaat plaatsvinden.

Op uw vraag met betrekking tot de lopende tuchtrechtelijke dossiers is het antwoord dat de enige dossiers waarover ik momenteel beschik betrekking hebben op de magistraten van het parket van Brussel. Het onderzoek van die dossiers is afgerond. Sommige dossiers zijn geseponeerd. Ik heb de procedure evenwel zelf tot andere magistraten uitgebreid.

De tuchtonderzoeken inzake magistraten uit Luik en Charleroi zijn nog niet af. Ik heb een kopie van het tweede verslag van de commissie-Dutroux aan de magistraten gestuurd die tuchtrechtelijk verantwoordelijk zijn voor personen die erin bedoeld zijn. In Charleroi zijn tucht- en gerechtelijke onderzoeken aan de gang. Sommige werden geseponeerd. Ik heb gevraagd dat de onderzoekers die in de autozwendel zijn verwikkeld, uit de lopende zaken worden verwijderd.

Inzake seponering bestaat er een dergelijk verschil tussen de arrondissementen dat wij onze inspanningen moeten voortzetten om de oorsprong van die verschillen vast te stellen. Het zou misschien nodig zijn een specifieke wetgeving op te stellen voor een meer efficiënte administratieve behandeling van de processen-verbaal.

Bovendien is de situatie van het arrondissement Brussel niet veel veranderd. Er werden evenwel allerlei initiatieven genomen. Ik heb ze zojuist aan de heer De Decker gedetailleerd uiteengezet.

Dankzij al die initiatieven kan een algemeen dossier worden samengesteld en als men met alle nieuwe mogelijkheden van flexibiliteit en mobiliteit van de magistraten rekening houdt, zullen wij de problemen in Brussel en in het land kunnen oplossen. De magistraten, de korpschefs en de stafhouders gaan met de grote lijnen van deze maatregelen akkoord. Wij moeten de ontwerpen nog afwerken.

Mevrouw Milquet (PSC) (in het Frans). - Ik deel met de minister sommige hervormingsideeën. Ik denk dat men zo snel mogelijk de hervorming van het openbaar ministerie die mij het meest noodzakelijk lijkt, moet tot stand brengen. Ook het parlement moet klaar staan om aan de hervorming van het gerecht prioriteit te verlenen aangezien wij die grote ontwerpen vóór het einde van de legislatuur willen goedgekeurd zien.

Inzake de tuchtonderzoeken ben ik het met de minister eens. Het is niet goed zondebokken te zoeken om de publieke opinie tevreden te stellen. Maar men mag ook niet de indruk geven de problemen en de disfuncties die echt bestaan, te negeren. Men mag niet alles seponeren.

- Het incident is gesloten.





VRAAG OM UITLEG VAN DE HEER VERREYCKEN AAN DE MINISTER VAN VERVOER,
over « De IJzeren Rijn »

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Niettegenstaande de verschillende signalen uit Vlaanderen heeft de minister zich nooit bijzonder uitgesloofd om de IJzeren Rijn nieuw leven in te blazen. Op de Europese raad van de ministers van vervoer in Helsinki heeft hij de IJzeren Rijn zelfs niet laten opnemen in de lijst van de Europese vrachtcorridors. De Nederlandse bezwaren, de Waalse bezwaren en de kostprijs van 2 à 3 miljard frank liggen aan de basis van de onverschilligheid van of ten minste temporisering door de minister.

De Nederlanders stellen alles in het werk om de Betuwelijn te bevoordelen. Zo werd hals over kop het stiltegebied « Meinweg » in Roermond aangelegd om de IJzeren Rijn te dwarsbomen. Nochtans was België zeer inschikkelijk bij de keuze van het tracé voor de hogesnelheidslijn en werd het tracé van de IJzeren Rijn in 1873 vastgelegd, in uitvoering van het scheidingsverdrag van 1839. Volgens dat verdrag draagt België de kosten voor het hele tracé, dus ook van het Nederlandse gedeelte.

De reis via de huidige omweg van 50 kilometer over Wezet en Montzen duurt 8 tot 10 uur en het tracé is vrij heuvelachtig. Wallonië houdt het bij dit tracé, omdat het aantal treinkilometers bepalend is voor de verdeling van de fondsen.

Volgens sommige deskundigen zou het geen 2 à 3 miljard, maar slechts 1,3 miljard frank kosten om de IJzeren Rijn opnieuw in gebruik te stellen. Het traject Dalheim-Roermond werd immers slechts bij het begin van dit decennium buiten dienst gesteld. Men vergeet dat de HST meer dan 150 miljard zal kosten, en dat Nederland 160 miljard over heeft voor de Betuwelijn.

Van de 13 miljoen ton goederen die tussen Antwerpen en het Roergebied worden vervoerd, gaat thans 55 % via de weg, 35 % via de binnenwateren en amper 10 % per spoor.

Intussen is Duitsland vragende partij. De Kamers van Koophandel van Duisburg en Antwerpen, die samen 42 000 bedrijven vertegenwoordigen, hebben gepleit voor het opnieuw in gebruik nemen van het historische tracé.

Mocht de minister blijven dwarsliggen, dan kan de NMBS gewoon worden geregionaliseerd of kan het traject worden geprivatiseerd. Krachtens de Europese richtlijn 91/440, die onlangs in Belgisch recht werd omgezet om een veroordeling te ontlopen, is de privatisering mogelijk, zeker als de NMBS blijft volhouden dat het goederenverkeer niet behoort tot de opdrachten van een openbare dienst. Nederland, Duitsland en Groot-Brittannië hebben deze richtlijn aangegrepen om de logge openbare besturen door privé-initiatieven te vervangen.

Ik heb uiteraard geen moeite met de splitsing van Belgische relieken of met de privatisering van diensten die de particuliere sector beter kan verzekeren. Toch kan ik er niet omheen dat de NMBS voor 75 % draait met Vlaams geld. Ik ben het eens met de havengemeenschap en met de kamers van koophandel dat de IJzeren Rijn een schakel zal vormen in de verbinding tussen Duinkerken en Oost-Europa en dat onmiddellijk geld ter beschikking moet worden gesteld om deze spoorlijn opnieuw in gebruik te nemen.

Als de NMBS-directie nog altijd van mening is dat de IJzeren Rijn maar een fopspeen is, dan moet de Vlaamse Gemeenschap zelf het initiatief nemen en de economische belangen van Vlaanderen veilig stellen.

Concreet wens ik te weten wat de minister zal ondernemen om de IJzeren Rijn onmiddellijk als eerste prioriteit aan te wijzen. Wanneer zal de minister de NMBS-verantwoordelijken bij zich roepen om hen ertoe aan te zetten de IJzeren Rijn zonder uitstel te heractiveren ? Zal de minister op de Europese Ministerraad van 17 maart het doortochtrecht inroepen om de heractivering van de IJzeren Rijn aan te kondigen ?

De heer Daerden, minister van vervoer. - De besluiten van de studie over het vervoerspotentieel van de IJzeren Rijn die op vraag van het Vlaams Gewest werd uitgevoerd, zijn optimistisch. De heer Schouppe heeft mij laten weten dat het historisch tracé de beste optie is.

De Interministeriële conferentie voor verkeer en infrastructuur zal waarschijnlijk de consensus die een werkvergadering op 20 januari bereikte, bekrachtigen.

Op 12 februari heb ik dit dossier met mijn Duitse collega Wissman besproken. Hoewel de verbinding niet is opgenomen in het Duitse federale verkeersplan, toonde minister Wissman zich bereid dit eventueel te herzien. De voorzitter van het directiecomité van de Duitse spoorwegen is van mening dat de verbinding nuttig is gelet op het belang van de Antwerpse haven en de groeiperspectieven van het vervoer per spoor tussen Antwerpen en de Ruhr.

In de marge van de volgende Transportraad zou een trilaterale vergadering kunnen plaatsvinden ten einde een gemeenschappelijk standpunt te bepalen.

De heer Schouppe was aanwezig op het onderhoud van 12 februari. De Belgische Staat en de NMBS zullen in consensus handelen.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Ik kreeg geen antwoord op de concrete vragen die ik heb gesteld. De Antwerpse havengemeenschap wil weten wanneer de IJzeren Rijn opnieuw wordt geactiveerd. Ik begrijp dat overleg nodig is, maar de signalen zijn nu sterk genoeg om de IJzeren Rijn te activeren.

De heer Daerden, minister van vervoer. - Ik begrijp volkomen welke belangen op het spel staan, alsook het belang van dit dossier.

Daarom wil ik het trouwens doen vooruitgaan.

Na het positief advies van de NMBS heb ik een interministeriële commissie samengeroepen en ik hoop dat iedereen akkoord gaat.

In Duitsland, heb ik de heer Wissman ontmoet, die heeft ingestemd met een trilaterale vergadering met Nederland. Die zou plaatsvinden op 17 maart e.k. naar aanleiding van de vergadering van de ministers van vervoer.

De Voorzitter. - Tot besluit van deze vraag om uitleg heeft de heer Verreycken de volgende gemotiveerde motie ingediend.

« De Senaat,

» gehoord de vraag om uitleg aan de heer Verreycken en het antwoord van de minister van vervoer;

» onderschrijft de argumenten van de Kamer van Koophandel van Antwerpen den Duisburg, gekoppeld aan de pleidooien van de Antwerpse havengemeenschap;

» dringt erop aan dat de IJzeren Rijn, via het historische tracé, zou worden heropend;

» verwerpt elke obstructie vanwege de NMBS;

» adviseert de Vlaamse regering om te onderzoeken hoe, ingeval van tegenwerking door de federale minister of door de NMBS, een privé uitbating van de IJzeren Rijn kan worden aangevat. »

Mevrouw Lizin en de heren Moens en Vandenberghe hebben een gewone motie ingediend.

- Over de moties zal later worden gestemd.

- Het incident is gesloten.

- De vergadering wordt om 12 uur gesloten.





BERICHTEN VAN VERHINDERING



Mevrouw de Bethune, Mevrouw Maximus, de heren Staes, met opdracht in het buitenland, Ceder, wegens beroepsplichten, Busquin, Hostekint, Vautmans, Mouton en Santkin, wegens andere plichten.





ERRATA



Beknopt Verslag nr. 1-167 (Namiddagvergadering van donderdag 19 februari 1998) :

1° Blz. 2533 tot 2538 : in het amendement nr. 4 van de heren Desmedt en Foret dienen de aanduidingen « Bij artikel 2 : », « Bij artikel 3 : » enz. tot « Bij artikel 55 : » te worden gelezen als « Artikel 2 », « Artikel 3 » enz. tot « Artikel 55 ».

2° Blz. 2538 en 2539 : in het amendement nr. 5 van de heren Desmedt en Foret dienen de aanduidingen « Bij artikel 4 : », « Bij artikel 5 : » enz. tot « Bij artikel 13 : » te worden gelezen als « Artikel 4 », « Artikel 5 » enz. tot « Artikel 13 ».

3° Blz. 2555 : De alinea die volgt op de uitslag van de stemming over het geheel van het wetsontwerp houdende afwijkende bepalingen van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 wat betreft de uitvoering van het zetelakkoord tussen het Koninkrijk België en de Groep van Staten in Afrika, het Caraïbisch gebied en de Stille Zuidzee, ondertekend te Brussel op 26 april 1993 dient als volgt te worden verbeterd : « De Voorzitter. - Het geamendeerde ontwerp zal aan de Kamer van volksvertegenwoordigers worden teruggezonden. »





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten

Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen