1-240

BELGISCHE SENAAT


GEWONE ZITTING 1998-1999
____


BEKNOPT VERSLAG


PLENAIRE VERGADERING

Woensdag 3 februari 1999

________



INHOUD



WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 104 VAN HET WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992 TENEINDE DE GIFTEN IN GELD AAN ERKENDE DIERENASIELEN FISCAAL AFTREKBAAR TE MAKEN (van de heer Philippe Charlier, Gedr. St. 1-784)
Aanneming van de artikelen.

WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN DE WET VAN 28 DECEMBER 1983 BETREFFENDE HET VERSTREKKEN VAN STERKE DRANK EN BETREFFENDE HET VERGUNNINGSRECHT MET HET OOG OP DE INSTELLING VAN EEN COLLEGE VAN ARBITERS (Gedr. St. 1-1160)
Aanneming van de artikelen.

WETSONTWERP HOUDENDE GOEDKEURING VAN DE RESOLUTIE BETREFFENDE HET VIERDE AMENDEMENT OP DE STATUTEN VAN HET INTERNATIONAAL MONETAIR FONDS (Gedr. St. 1-1185)
Aanneming van de artikelen.

WETSONTWERP TOT INVOEGING VAN EEN ARTIKEL 15ter IN DE WET VAN 4 JULI 1989 BETREFFENDE DE BEPERKING EN DE CONTROLE VAN DE VERKIEZINGSUITGAVEN VOOR DE VERKIEZING VAN DE FEDERALE KAMERS, DE FINANCIERING EN DE OPEN BOEKHOUDING VAN DE POLITIEKE PARTIJEN EN VAN EEN ARTIKEL 16bis IN DE OP 12 JANUARI 1973 GECOORDINEERDE WETTEN OP DE RAAD VAN STATE (Gedr. St. 1-1197)
Algemene bespreking. (Sprekers : de heren Verreycken, Coveliers, Happart, rapporteur; Caluwé, Van Hauthem, Ceder, Raes, Buelens en Boutmans.)
Artikelsgewijze bespreking. - Aangehouden stemmingen.

WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 574 VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK (Gedr. St. 1-1033)
Aanneming van de artikelen.

INTREKKING VAN EEN WETSVOORSTEL

VRAAG OM ADVIES AAN DE RAAD VAN STATE

VAST COMITE VAN TOEZICHT OP DE INLICHTINGENDIENSTEN




_____________






VOORZITTER : DE HEER SWAELEN

____


De vergadering wordt om 14.10 u. geopend.





WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 104 VAN HET WETBOEK VAN DE INKOMSTENBELASTINGEN 1992 TENEINDE DE GIFTEN IN GELD AAN ERKENDE DIERENASIELEN FISCAAL AFTREKBAAR TE MAKEN (van de heer Philippe Charlier, Gedr. St. 1-784)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSVOORSTEL TOT WIJZIGING VAN DE WET VAN 28 DECEMBER 1983 BETREFFENDE HET VERSTREKKEN VAN STERKE DRANK EN BETREFFENDE HET VERGUNNINGSRECHT MET HET OOG OP DE INSTELLING VAN EEN COLLEGE VAN ARBITERS (Gedr. St. 1-1160)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSVOORSTEL HOUDENDE GOEDKEURING VAN DE RESOLUTIE BETREFFENDE HET VIERDE AMENDEMENT OP DE STATUTEN VAN HET INTERNATIONAAL MONETAIR FONDS (Gedr. St. 1-1185)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





WETSONTWERP TOT INVOEGING VAN EEN ARTIKEL 15ter IN DE WET VAN 4 JULI 1989 BETREFFENDE DE BEPERKING EN DE CONTROLE VAN DE VERKIEZINGSUITGAVEN VOOR DE VERKIEZINGEN VAN DE FEDERALE KAMERS, DE FINANCIERING EN DE OPEN BOEKHOUDING VAN DE POLITIEKE PARTIJEN EN VAN EEN ARTIKEL 16bis IN DE OP 12 JANUARI 1973 GECOÖRDINEERDE WETTEN OP DE RAAD VAN STATE (Gedr. St. 1-1197)

Algemene bespreking


De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Ik beroep me op artikel 63 van het Reglement om de raadpleging van de Raad van State over dit ontwerp te vragen. Na twee negatieve adviezen van de Raad moest de Kamer van volksvertegenwoordigers het ontwerp grondig wijzigen. Voor de in de Kamer goedgekeurde versie werd geen advies meer gevraagd, omdat men blijkbaar vreesde dat ook dit negatief zou zijn. Het gaat niet op dat in de beroepsmogelijkheid wordt voorzien bij het Hof van Cassatie, omdat dit Hof nooit ten gronde oordeelt. De wetgeving op het gebruik van de talen in bestuurszaken maakt het doorsturen naar een tweetalige, paritair samengestelde instantie niet mogelijk. Tenslotte heeft het geen zin de uitwerking van de juridische procedure aan de regering over te laten, omdat dan het gevaar bestaat dat een wisselende politieke meerderheid achteraf de tekst opnieuw wijzigt.

De Voorzitter. - Krachtens artikel 63 van het reglement ben ik verplicht een verzoek tot raadpleging van de Raad van State in te volgen, voor zover het door 24 senatoren wordt gesteund. Dit is hier dus duidelijk niet het geval. In het ander geval wordt de raadpleging overgelaten aan de discretionaire bevoegdheid van de voorzitter. Daar de heer Verreycken dergelijk verzoek vroeger reeds heeft geformuleerd, zijn de mogelijkheden van artikel 63 van het Reglement volledig uitgeput.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Volgens artikel 63, punt 2 van het reglement is het mogelijk om in de loop van de bespreking een dergelijk verzoek te richten tot de voorzitter. Dan wordt de bespreking geschorst en doet de vergadering uitspraak.

De Voorzitter. - De heer Verreycken vergist zich. Met een « dergelijk verzoek » wordt een verzoek door 24 leden bedoeld. Ik stel vast dat de vraag niet door 24 leden wordt gesteund.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Wanneer er een mondeling verzoek wordt geformuleerd, is het normaal dat de voorzitter aan de vergadering vraagt of het verzoek door 24 leden wordt gesteund.

De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - Er zijn verschillende mogelijkheden om het advies van de Raad van State te vragen. Er kan een schriftelijk verzoek zijn. Dan kunnen er geen problemen rijzen. Daarnaast is er de mogelijkheid van een mondeling verzoek. In dat geval moet de bespreking worden geschorst en moet de vergadering uitspraak doen.

De Voorzitter. - Ik verschil dienaangaande met u van mening. Ik meen dat het mondeling verzoek moet worden gesteund door 24 leden.

De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - Dat moet worden vastgesteld door een stemming.

De Voorzitter. - De vergadering wordt voor tien minuten geschorst, waarna we uitspraak over het probleem zullen doen.

- De vergadering wordt om 14.25 uur geschorst en om 14.35 uur hervat.

De Voorzitter. - Conform het reglement zullen wij nu uitspraak doen over de vraag van de heer Verreycken. Wij moeten nagaan of 24 leden bereid zijn dit voorstel te steunen. Wij stemmen bij zitten en opstaan.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Dit betekent dat we daarmee besluiten het ontwerp al dan niet naar de Raad van State over te zenden. Volgens art. 46 van het reglement kan de assemblée slechts een besluit nemen als de meerderheid van de leden aanwezig is. Als bij zitten en opstaan wordt gestemd kan ieder lid een verwijzing naar een volgende vergadering vragen.

De Voorzitter. - Dit is een pertinente, maar reeds gevoerde discussie. Het komt er nu op aan vast te stellen of 24 leden dit verzoek steunen. Als dit niet het geval is, kan de Senaat de bespreking aanvatten.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Als bij zitten en opstaan wordt vastgesteld of 24 leden mij steunen, moeten alle senatoren de gelegenheid krijgen zich uit te spreken. Daarom kan volgens het reglement ieder lid de verwijzing naar een volgende vergadering vragen.

De Voorzitter. - Hier gaat het niet om een besluit van de Senaat, maar om de vaststelling of 24 leden een voorstel steunen.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Maar dan is paragraaf 2 van artikel 46 van toepassing. Eén van de twee paragrafen van art. 46 is alleszins van toepassing.

De heer Moens (SP). - De voorzitter is te lankmoedig. De vraag van de heer Verreycken is onontvankelijk. Als in artikel 63 « echter » staat, dan wil dit zeggen mondeling, in tegenstelling tot schriftelijk.

De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - De heer Moens doet artikel 63 geweld aan. De vergadering en niet 24 leden moeten uitspraak doen. Uitspraak doen wil hier zeggen het besluit nemen al dan niet naar de Raad van State te gaan. Hoe kan een assemblée een besluit nemen als de meerderheid niet aanwezig is ? De leden krijgen niet de gelegenheid aanwezig te zijn. Als de meerderheid van de senatoren niet aanwezig is, moet de stemming worden uitgesteld.

De Voorzitter. - Ik moet u tegenspreken. U beroept zich op het feit dat de senatoren niet « gepakt » mogen worden op het feit dat ze toevallig met weinig aanwezig zijn. Om dit te vermijden bepaalt het reglement dat de vergadering eerst voor korte tijd wordt geschorst om de leden de gelegenheid te geven zich aan te sluiten bij hun 24 collega's.

We gaan nu over tot de stemming die moet uitmaken of ten minste 24 leden het verzoek van de heer Verreycken steunen.

De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - Waarom bepaalt artikel 63 dan dat ingeval van mondeling verzoek, de bespreking moet worden geschorst ? Dat is toch om de senatoren de gelegenheid te geven zich uit te spreken ?

De Voorzitter. - Om de senatoren de gelegenheid te geven zich aan te sluiten bij hun 24 collega's.

De heer Coveliers (VLD). - De interpretatie van de heer Van Hauthem houdt duidelijk een discriminatie in. Vierentwintig senatoren kunnen een wetsvoorstel verwijzen naar de Raad van State. Volgens de interpretatie van de heer Van Hauthem echter zijn er bij een mondeling verzoek tot verwijzing 36 senatoren nodig. Het is wel zo dat als er uiteindelijk moet worden gestemd, er 36 senatoren moeten aanwezig zijn.

- Het verzoek tot raadpleging van de Raad van State wordt niet gesteund door 24 leden.

De heer Happart (PS), verslaggever (in het Frans). - Krachtens het in de Kamer aangenomen ontwerp mag de overheidsfinanciering alleen gaan naar partijen die het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens naleven. Dit is het resultaat van uitgebreide besprekingen op basis van twee wetsvoorstellen, het ene van de heren Eerdekens en Janssens, het andere van de heren Viseur en Deleuze, tot wijziging van de wet van juli 1989 betreffende de controle van de verkiezingsuitgaven en de financiering van de politieke partijen.

De Raad van State wordt bevoegd om zich uit te spreken over een klacht die door ten minste vijf leden van de parlementaire controlecommissie kan worden ingediend als zij van oordeel zijn dat een politieke partij duidelijk aantoont dat ze vijandig staat tegenover het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens van 1950. De dotatie kan worden ingetrokken : of wel ten belope van het dubbele van het bedrag van de uitgaven die zijn gefinancierd voor het stellen van een met het Verdrag strijdige daad, of wel voor een periode die niet korter dan drie maanden, en niet langer dan een jaar mag zijn.

Er werd overwogen het advies van de Raad van State of van een grondwetspecialist te vragen. De commissie heeft dat niet gedaan. Het ontwerp werd niet geamendeerd; met instemming van de Kamer zijn er alleen technische verbeteringen in aangebracht. Voor het onderzoek en de bespreking van de artikelen verwijs ik naar het schriftelijk verslag.

De politieke inzet van het ontwerp reikt verder dan de invoering van een procedure. De democratie staat op het spel. De politieke oppositie heeft gewaarborgde rechten maar men mag het haar niet mogelijk maken te kwader trouw de wil van een grote meerderheid te dwarsbomen.

De tekst van het ontwerp geeft de wil weer van al degenen die als eerste zorg de menselijke waardigheid hebben. Men had er vanuit kunnen gaan dat het normaal is dat het Internationaal Verdrag wordt nageleefd. Dat is jammer genoeg niet het geval. Wij moeten racistische daden dan ook bestraffen. Bovendien stoppen de mensenrechten niet aan de taalgrens : de menselijke waardigheid kan niet worden geregionaliseerd.

De strijd die hier wordt gevoerd, is pedagogisch en niet demagogisch. Wij zullen deze tekst met een grote meerderheid goedkeuren. Dat zal een overwinning van het humanisme op de haat zijn.

Het Verdrag van Rome is fundamenteel. Het maakt deel uit van ons recht. Onze Grondwet en onze wetten moeten bij dat Verdrag aansluiten. Artikel 14 van dit Verdrag heeft betrekking op discriminatie. Er bestaan gegronde redenen om racistische partijen te bestraffen. Wij kunnen niet aanvaarden dat de overheid de vijanden van de democratie financiert.

In 1995 is de wet op de financiering van de partijen gewijzigd om partijen te verplichten in hun statuten de naleving van het Verdrag van de rechten van de mens op te nemen. De gekozen bestraffingsmethode schenkt voldoening en kan worden toegepast. Dat is waar het op aankomt. Een meerderheid van democratische partijen, zowel uit het noorden als uit het zuiden van het land, van de oppositie en de meerderheid, heeft zich bij deze oplossing aangesloten. Er zullen geen parlementsleden door andere parlementsleden worden gestraft, aangezien de Raad van State, een onafhankelijk rechtscollege, zal nagaan of de woorden, de geschriften of het programma van een partij al dan niet strijdig zijn met het Verdrag.

Wie uiterst rechts is, kan een veroordeling oplopen als hij discriminatie op basis van ras, godsdienst, taal of geslacht verdedigt.

De opdracht van de magistraten van de Raad van State zal moeilijk zijn, maar hun rol bestaat erin deze moeilijke taken te vervullen. Wij zullen zien wie werkelijk democraat is en wie niet.

De wetten moeten te goeder trouw worden toegepast. Het kan paradoxaal lijken dat in de Raad van State zoveel vertrouwen wordt gesteld, maar zijn paritaire samenstelling vormt een waarborg.

De democratie en de schendingen van de democratie zijn sinds de Tweede Wereldoorlog veranderd. Het is maar normaal dat de middelen ter verdediging van ons democratisch bestel worden aangepast.

De heer Coveliers (VLD). - Met deze tekst begeven wij ons op een gevaarlijk pad wat betreft de interpretatie van democratische vrijheden. De vrije meningsuiting is ook in een democratie niet absoluut, want op bepaalde onderwerpen en opinies rust steeds een taboe. Maar het is de vraag of de staat in een democratie het recht heeft om opinies van derden te beknotten, ook al zijn die afschuwelijk en gemakkelijk te weerleggen. En in hoeverre mag ze daarvoor haar toevlucht nemen tot maatregelen als financiële sanctionering ?

Voltaire zei ooit aan een tegenstander : « Ik verafschuw uw mening, maar ik ben bereid te sterven voor uw recht om uw mening te uiten ». We moeten inderdaad al het nodige doen om het recht op vrije meningsuiting in een zo groot mogelijk mate te beschermen. Een gezonde democratie moet afwijkende meningen kunnen tolereren.

Men schermt te vaak met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens o.a. om politieke partijen te sanctioneren. Dat is dan niet zo gezond.

Xenofobie richt zich tegen alles wat vreemd is. Is er in democratische partijen soms geen fobie t.a.v. alles wat niet eigen is ?

Het past niet om aan administratieve rechters te vragen de strafwet toe te passen, zeker niet als het gaat om opiniedelicten i.v.m. xenofobie en racisme. Wat moet er gebeuren wanneer andere overtredingen van de strafwet worden gepleegd door een partij of door vooraanstaande leden van een partij ? Moet men bij een veroordeling wegens corruptie het gefraudeerd bedrag ook in mindering brengen van de subsidie? En is de manier waarop de VLD wordt afgeschilderd in sommige programmaboekjes van de SP ook geen vorm van racisme ? Men moet voorzichtig zijn met de zeer brede definitie, want in het strafrecht is er maar weinig rechtspraak inzake racisme en xenofobie.

Het initiatief van de PS is de beste propaganda die men kan maken voor het Vlaams Blok. Het is dwaas, want politieke partijen moeten elkaar bestrijden met politieke argumenten. Door dit wetsontwerp goed te keuren, geven wij de indruk dat we het niet kunnen halen en daarom de hulp van een ander inroepen.

Ook uit juridisch oogpunt is het geen goede tekst. Een aantal basisprincipes worden immers op de helling gezet. De Raad van State, dat een administratief rechtscollege is en blijft, wordt bevoegd gemaakt inzake burgerlijke rechten. Het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens beschermt immers vooral burgerlijke rechten. Bovendien wordt de zaak voorgelegd aan een tweetalige kamer. Blijkbaar heeft de PS geen vertrouwen in de Vlaamse kamers van de Raad van State. Worden de wetten op het gebruik der talen in rechtszaken en in bestuurszaken hierdoor niet overtreden ? Het Hof van Cassatie krijgt er nog een taak bij, ditmaal als beroepsinstantie. Bovendien is het erg delicaat om de uitvoering van een dergelijke wet te laten regelen bij koninklijk besluit.



Voorzitter : de heer Mahoux, eerste ondervoorzitter


Dit ontwerp is dan ook geen hoogmis van de democratie. Men tast de financiële middelen van een partij aan, in plaats van overtuigingskracht in te zetten. Naar verluidt is het de bedoeling voor de verkiezingen geen enkele klacht te formuleren. Waarom moeten wij ons dan nu over dit ontwerp uitspreken ? De enige partij die voordeel haalt uit dit ontwerp is het Vlaams Blok, en dan nog dank zij de PS. Een merkwaardige alliantie !

Ik blijf de vrije meningsuiting verdedigen. Ik blijf me verzetten tegen meningen die ik verkeerd vind, maar daarvoor heb ik geen financieel wapen nodig. De VLD zal dit ontwerp dan ook niet goedkeuren.

De heer Caluwé (CVP). - Artikel 17 van het EVRM maakt beperkingen mogelijk op de toepassing van het verdrag zelf met de bedoeling de door het Verdrag beschermde rechten en vrijheden te vrijwaren. Die beperking is terecht, zoals de geschiedenis uitwijst, maar die beperking vereist een restrictieve en selectieve benadering, die uitdrukkelijk in artikel 18 van het Verdrag wordt geformuleerd.

Het oorspronkelijk in de Kamer ingediende voorstel was niet in overeenstemming met artikel 18 van het EVRM. Het was te ruim. Dat oorspronkelijke voorstel was ook te breed in de afweging van de nood aan een sanctie en het feit dat de beslissing bij een politiek orgaan werd gelegd, wekte de schijn van partijdigheid. Nu wordt die beslissing bij de Raad van State gelegd. Er zijn dus grondige verbeteringen aan het oorspronkelijk voorstel aangebracht. Toch blijven er nog vragen, ook juridische. Hoe zal de afweging van de sancties door de Raad van State gebeuren ? Wat is de rol van het Hof van Cassatie ? Wat moet er gebeuren wanneer Cassatie een verbreking uitspreekt ?

Ondanks die vragen meenden we dat we niet opnieuw het advies van de Raad van State moesten vragen. We wilden de bespreking niet langer nodeloos rekken. Bovendien is er nog een bij ministerraad overlegd uitvoeringsbesluit nodig dat noodzakelijk voor advies naar de Raad van State moet. Tenslotte berust de uiteindelijke sanctie ook bij de Raad van State en we zijn ervan overtuigd dat die geen lichtvaardige veroordelingen zal uitspreken en rekening zal houden met het respect voor artikel 17 van het EVRM. De Raad zal zich steunen op de vereiste van verschillende overeenstemmende bewijzen en niet steunen op één enkel feit om een sanctie op te leggen.

Ik geef enkele voorbeelden. Ik ben geen voorstander van de doodstraf maar ik meen dat voorstanders ervan hun visie moeten kunnen verdedigen. Nochtans zou die verdediging strijdig zijn met het EVRM. Dit mag echter niet worden gesanctioneerd.

Ik ben voorstander van het recht op eigendom. Ik meen evenwel dat voorstanders van de collectivisatie van de eigendom hun argumenten naar voor moeten kunnen brengen. Bij een ruime interpretatie van de wet zouden die voorstanders geen aanspraak op financiering kunnen maken, omdat hun visie strijdig is met het eerste protocol bij het EVRM.

Nog een ander voorbeeld is het huwelijk. Ik ben voorstander van een positieve discriminatie van het huwelijk. Wie een fiscale discriminatie van het huwelijk voorstaat, zou in strijd zijn met artikel 12 van het EVRM en zou dus worden bedreigd door een sanctionering.

Ik zou dus tot voorzichtigheid willen aanmanen. Bij een brede interpretatie van de wet moet bijvoorbeeld het FDF zich zorgen maken. Een wetenschapper toonde immers onlangs aan dat de essentie van de FDF-ideologie eigenlijk racistisch is. Ik meende dat het nuttig was daar, tot slot van mijn betoog, op te wijzen.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Ik hoorde zonet een uitgebreide argumentatie om de Raad van State te raadplegen. Toch achtte de spreker dat niet nodig. In het verslag lees ik echter dat vier van de tien commissieleden een advies van de Raad van State vroegen en ik vermoed dat de CVP-fractie onder die vier was. Ik vraag dan ook duidelijkheid van de verschillende sprekers.

De heer Caluwé (CVP). - De Raad van State zal zich over het geheel nog moeten uitspreken. De procedure moet immers nog in een in de ministerraad overlegd koninklijk besluit worden vastgelegd. Daarover is het advies van de Raad van State nodig.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Toen de vergadering aanving met een procedurekwestie liep het halfrond bijna vol. Nu is het halfrond alweer bijna leeg. Een procedureslag tegen het Vlaams Blok is blijkbaar belangrijker dan de discussie ten gronde.

Morgen zullen weer enkele democratische principes ten grave worden gedragen. De meesten menen dat zij hun democratische plicht doen door de anderen van ondemocratie te beschuldigen. Nochtans voeren zij met dit wetsontwerp een belemmering in van de vrijheid van spreken, van vereniging en van denken zelfs. Dit ontwerp is de triomf van de politieke lafheid. De duidelijke, burgervriendelijke en recht-verdedigende taal van onze woordvoerders wordt door anderen afgedaan als volksmisleiding. Nooit kwam het bij hen op dat de mogelijkheid bestaat dat het Vlaams Blok gelijk heeft. Zij hebben daarentegen een schutkring uitgeroepen en hun wetgevende opdracht misbruikt om een politieke tegenstrever uit te schakelen.

Toen eind vorig jaar een Russische politica vermoord werd, verklaarde een collega dat niet de zwakken worden vermoord, maar wel diegenen die aanklagen en de macht bedreigen. Ook hier moeten rebellen die de macht van de gewoontepartijen bestrijden, met alle middelen worden bestreden.

Dit wetsontwerp past in een strategie die over de hele wereld wordt toegepast. Rebellen werden en worden weggehouden van de democratische werkingsmiddelen. Daarna volgt meestal een verbod op werking en repressie. Maar meestal blijkt de macht van het volk niet te stoppen te zijn en wordt de voormalige rebellenleider tot president benoemd.

Het « één tegen allen »-effect dat ons werd opgedrongen zorgt vandaag reeds voor een groeiende sympathie in Vlaanderen. Iedereen weet nu dat wij propere handen hebben, dit in tegenstelling tot de PS die aan de basis ligt van dit wetsontwerp. Hiermee kan deze partij de aandacht afleiden van de echte problemen in Wallonië. De Vlaamse partijen gaven wat tegengas door te verklaren dat de wet in geen geval nog voor de verkiezingen zal worden toegepast omdat dit het Vlaams Blok te veel publiciteit zou bezorgen. De indieners weten dus dat zij fout zijn. Zij vrezen de verontwaardiging van de kiezer.

De Senaat zou nu kunnen aantonen dat hij zijn taak emstig neemt en de Kamer terug fluiten. Als morgen blijkt dat het bevel tot bestrijding van het Vlaams Blok met alle middelen, kritiekloos wordt opgevolgd, is dit droevig voor onze instelling.

Elke wet moet de burger beschermen tegen een al te opdringerige overheid zoals die ter ziele gegane « volksdemocratieën » waarin de socialistische partijen oppermachtig waren. Het is daarom onze taak om de Vlamingen te beschermen tegen deze aanfluiting van de democratie.



Voorzitter: de heer Frank Swaelen


Dit wetsontwerp wijst een half miljoen Vlamingen aan als wetsovertreders die niet langer geïnformeerd mogen worden over de wijze waarop hun mandatarissen hun opdracht vervullen. Dit wetsvoorstel is dus manifest anti-Vlaams. Indien deze wet ook Waalse partijen zou viseren, zou ze ook gebruikt worden tegen partijen waarvan de top is veroordeeld voor corruptie. Dit wetsontwerp zal niet raken aan de Waalse voorrechten want het staat borg voor de machtsgetrouwheid aan de socialistische familie.

Deze wet zal ooit tegen u de Vlaamse collega en tegen alle partijen gebruikt worden die het machtsmisbruik van machtsgetrouwen zullen aanklagen.

De heer Coveliers (VLD). - Als deze tekst tegen alle partijen kan gebruikt worden is er toch geen probleem? Enkel indien ze gebruikt kan worden tegen bijna partijen zou er een probleem zijn.

De heer Verreycken (Vlaams Blok). - Het probleem is dat het een wapen is van de socialistische familie tegen volksvertegenwoordigers die de stem van het volk laten horen. Wij worden nog liever gebroodroofd dan één druppel water in onze wijn te doen. De andere Vlaamse partijen moeten de moed opbrengen om het spook van de totalitaire socialistische « volksdemocratieën » af te wijzen.

De heer Van Hauthem (Vlaams Blok). - Het is cynisch dat net de heer Happart, die zijn politieke reputatie gebouwd heeft op het in een bezemhok steken van Vlaamse kleuters in Voeren, de verslaggever moet zijn van een wetsvoorstel dat de democratie moet versterken en het racisme bestrijden. Het is hypocriet dat net die partijen die veroordeeld zijn in een arrest van het Hof van Cassatie, ons vandaag de les komen spellen.

Ik herinner u graag aan de uitspraak van de heer Van den Berghe tijdens het debat over de wijziging van de parlementaire onschendbaarheid van volksvertegenwoordigers. Hij waarschuwde er toen voor dat het politieke debat zich moet afspelen op de beschikbare fora en niet voor de rechtbank. Hij zei ook dat politieke tegenstanders bestreden moeten worden met politieke en niet met juridische argumenten. Wat is dit ontwerp anders dan het monddood maken van een politieke opponent met juridische middelen ?

Het ontwerp zou de democratie zogenaamd versterken en racisme bestrijden maar in feite viseert het enkel het Vlaams Blok. Reeds tijdens de bespreking van de racismewet in de controlecommissie van de Kamer kondigde de heer Deleuze van Ecolo aan dat er in de toekomst werk zou worden gemaakt van het afschaffen van de overheidsdotatie voor het Vlaams Blok. Toen minister Grouwels bij de bespreking van dit ontwerp aankondigde dat de wet ook van toepassing kon zijn op het FDF haastte de SP zich om te zeggen dat dit niet het geval kon zijn en werd zij teruggefloten.

Het gaat dus niet om de verkrachting van de democratie. Als de wet van toepassing was op andere partijen zou de PRL, die in Brussel jarenlang een figuur als Nols als boegbeeld had, ook veroordeeld moeten worden. Ook zo voor de heer Simonet, die in de Kamercommissie Binnenlandse Zaken openlijk praatte over de begeleide terugkeer van allochtonen met C-130 vliegtuigen. Het was trouwens niet het Vlaams Blok maar de PS die in '93 zei dat er geen sprake kon zijn van een Vlaamse burgemeester in Brussel en die PS werd nooit in een cordon sanitaire geslagen door haar Vlaamse coalitiepartners.

Ondanks dat cordon sanitaire kan het Vlaams Blok rekenen op een half miljoen kiezers. In plaats van een beleidsmatige oplossing te bieden voor de problemen van onze hedendaagse samenleving die wij op de politieke agenda geplaatst hebben, pakt men liever de boodschapper aan. De strijd wordt niet langer gevoerd in het stemhokje maar via de omweg van de overheidsdotatie. Men heeft de wijziging van de wet op de partij financiering schaamteloos misbruikt door inhoudelijke criteria vast te knopen aan de overheidsdotatie.

De wijze waarop de tekst tot stand is gekomen was een vaudeville. Er zijn ontelbaar verschillende constructies opgezet door de indieners die uiteindelijk niet meer wisten wat ze wilden.

De Raad van State heeft die constructie afgewezen omdat het dan om een uitzonderingsrechtbank zou gaan. Eventjes heeft men nog gedacht aan de vaste nationale cultuurpactcommissie. Het verwondert me dat de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties niet ter sprake is gekomen.

Het toekennen van bevoegdheid aan de Raad van State is ongrondwettelijk, omdat het om een administratief rechtscollege gaat. Op aandringen van de CVP werd het Hof van Cassatie als beroepsinstantie aangewezen. Krachtens de gecoördineerde wetten op de Raad van State is dit niet mogelijk. Tenslotte wordt de uitvoering overgelaten aan de regering.

Ik betreur het dat de Senaat als reflexiekamer tekort is geschoten in zijn taak als hoeder van correcte logistieke teksten. Dit ontwerp is immers niet meer dan « een emmer juridische snot ».

Men verklaart zichzelf democraat, men zoekt gelijkgezinden en dan decreteert men wie al dan niet ook nog democraat is. De zelfverklaarde democraten wentelen zich dan nog in een arrogante zelfgenoegzaamheid. Zoals in de nazitijd worden vonnissen geveld in afwezigheid van de beklaagden.

Eens te meer is de CVP gezwicht voor de chantage van de PS. Reeds in 1995 waarschuwde de inmiddels overleden hoofdredacteur van Knack tegen het verkondigen van vanzelfsprekende waarheden en tegen het schuilen achter een zogenaamd politiek correct denken. In naam van dit denken voert men het totalitarisme binnen als een sluipend gif. Uiteindelijk wordt de oppositie uitgeschakeld.

Vandaag pakt men de partijfinanciering aan en morgen wellicht de persvrijheid. Uitgerekend het Vlaamse Blok zal nog de enige partij zijn in dit land die de persvrijheid hoog in het vaandel schrijft. Terwijl buschauffeurs worden afgeranseld en leraars met messen worden neergestoken, terwijl Turken in ons land huizen van Koerden in brand steken wordt het Vlaams Blok als grote vijand van de democratie gedoodverfd. Dit zal niet in dank worden afgenomen door de bevolking. En toch zal dit ontwerp morgen wellicht door een grote meerderheid worden aangenomen. Zulks staat voor ons gelijk met het perverteren van de democratie.

De Vlamingen zijn verdraagzaam, maar te veel is te veel. Zoveel onverdraagzaamheid wordt zelfs voor de Vlaming te veel. Ik begrijp dat de PS een externe vijand zoekt en dat ook de SP die zoekt om haar schandalen te verdoezelen. Ik begrijp echter niet dat de CVP deze waanzin niet stopt. De CVP zal in haar eigen gildenhuizen worden uitgespuwd. Hier buiten de Senaat zal immers het gezond verstand zegevieren. (Applaus bij het Vlaams Blok.)

De heer Ceder (Vlaams Blok). - De media berichten steeds over deze wet als over een wet tegen racistische partijen. Het woord racisme komt echter niet in de wet voor. Deze wil de partijfinanciering onttrekken aan partijen die vijandig staan tegenover het EVRM. Juridisch-technisch is dit merkwaardig. Het EVRM legt immers geen verplichtingen op aan privé-personen, maar aan staten. De rechten van de mens regelen de relatie tussen de overheid en haar onderdanen, niet de verhouding tussen burgers onderling. Hoe wil men dan nu het al dan niet respecteren van de rechten van de mens beoordelen in hoofde van een privé-persoon of -vereniging ? Deze denkfout werd reeds gemaakt door de vertegenwoordigers van de meerderheidspartijen in de Vaste Nationale Cultuurpactcommissie toen zij zegden dat de groeperingen die de mensenrechten schenden onder de democratie-exceptie van het Cultuurpact vallen.

We zitten dus met een probleem. In dit ontwerp poogt men dit probleem op te vangen door te spreken over « vijandigheid » tegenover het EVRM. Dat kan men enkel aantonen door een intentieproces. Tenzij een partij openlijk haar vijandigheid tegenover het EVRM zou belijden, zal elk standpunt van een partij moeten worden gelezen in het licht van haar andere programmapunten en van de jurisprudentie van Straatsburg om te concluderen of deze partij van plan is het EVRM te schenden.

Daarmee is het probleem nog niet opgelost. De interpretatie van het EVRM is geen voor de hand liggende zaak. Er zijn vele veroordelingen van staten waarvan we moeilijk kunnen aannemen dat ze de rechten van de mens met voeten willen treden. Volgens deze wet wordt echter aan de Raad van State en zelfs aan de Financiële Controlecommissie, een definitieve interpretatie van het EVRM gevraagd. Indien men geen vijf leden bereid vindt voor een klacht, kan de Raad van State geen uitspraak doen. Ik voorspel dat wij nooit vier andere leden zullen vinden om een klacht tegen het FDF in te dienen, juist omdat deze wet enkel tot doel heeft het Vlaams Blok te treffen.

De partij die door de Raad van State zou worden veroordeeld tot een financiële sanctie, zal haar standpunten nooit kunnen voorleggen aan het EVRM. Ze zal in Straatsburg niet kunnen vragen een inhoudelijk onderzoek te verrichten naar de vraag of haar bestreden standpunten inderdaad een overtreding van het EVRM zijn.

De wet is trouwens niet duidelijk over wat met vijandigheid tegenover het EVRM wordt bedoeld. Betreft het een algemene vijandigheid tegenover het hele EVRM of tegenover het concept van de mensenrechten of tegen één of meerdere concrete in het Verdrag of zijn protocollen vastgelegde rechten ? Wat als een partij het EVRM respecteert maar vijandig staat tegenover één bepaald artikel ? Kan een partij pleiten voor de herinvoering van de doodstraf zonder verlies van de partijfinanciering ? Is dat geen inperking van de vrije meningsuiting ? Wat als een partij standpunten inneemt die strijdig zijn met één of meerdere artikelen of protocollen en dit zelf erkent en een aanpassing van het EVRM betracht ? Mag dat ? Mag men pleiten voor de afschaffing van artikel 16 dat aan de overheid toelaat beperkingen op te leggen aan de politieke activiteit van vreemdelingen ?

Een partij kan haar financiering voor maximum een jaar verliezen. Er moet dus elk jaar een nieuw proces worden gevoerd. Hoever kan men in de tijd teruggaan om de houding van de partij in te schatten ? Zal een bepaalde tekst telkens opnieuw kunnen worden gebruikt ? Ik denk aan het proces van de Liga voor Mensenrechten tegen het Vlaams Blok waarbij de Liga het racistische karakter van de partij poogde aan te tonen aan de hand van teksten die al verjaard waren en ondanks het feit dat geen van die teksten één overtreding van de racismewet inhielden. Kan men teksten die meer dan één jaar voordien werden verspreid in aanmerking nemen in de beoordeling ?

De logica laat veronderstellen dat men slechts één jaar kan teruggaan. Men zal een onderscheid moeten maken tussen gelegenheidsteksten en teksten met een blijvend karakter. Gaat een verkiezingsprogramma een hele legislatuur mee ?

Wat bij herroeping van teksten ? Al die interpretatieproblemen wijzen erop dat pogingen om het politieke programma van een partij te beoordelen fout, kunstmatig en in strijd met de democratie zijn.

Sommigen zeggen : wie het schoentje past, trekke het aan. Wij voelen ons evenwel allerminst aangesproken door deze wet. Wij maken ons ongerust omwille van een aantal vaststellingen.

Als men een dergelijke draconische wet goedkeurt, dan heeft men toch wel één of meer bestaande partijen voor ogen. Over welke partij gaat het dan wel ?

Sommigen zeggen duidelijk dat het de bedoeling is het Vlaams Blok te treffen. Deze wet wil het EVRM niet beschermen. Waarom sprak men anders eerst over een wet tegen racistische praktijken of tegen ondemocratische partijen ?

Eigenlijk ben ik er vrij gerust in. Vermits ons partijprogramma niet strijdig is met het EVRM, zal de Vlaamse kamer van de Raad van State nooit vaststellen dat wij onder de toepassing van deze wet vallen. Waarom voorziet de wet overigens in een tweetalige Kamer ? Rekent men wellicht op een zeker vooroordeel bij de Franstalige rechters ? Zij zullen evengoed moeten vaststellen dat ons programma nergens indruist tegen het EVRM.

We zijn niet bang. We zijn wel principieel gekant tegen elke wet die het recht op vrije meningsuiting aantast.

Wat mij een beetje verontrust, is dat sommigen denken dat zij het Vlaams Blok op droog zaad kunnen zetten door te beweren dat het Blok tegen het EVRM ingaat. Vooral langs Franstalige kant gaat men in zijn zelfgecreëerde mythes geloven. Men moet mij nog de eerste tekst tonen die strijdig is met het EVRM. De studiedienst van de CVP kwam tot de povere conclusie dat mogelijk twee punten van ons 70-punten programma een probleem konden stellen. In onverdachte tijden, op zijn congres van 8 juni 1996, beeft het Vlaams Blok zich gebonden aan een aantal principes van de democratie. De principes 6 en 7 van het hoofdstuk over de rechten en vrijheden gaan over het EVRM.

Deze wet betreft ons niet. Maar het blijf een slechte wet.

De heer Raes (Vlaams Blok). - Dit debat is surrealistisch. De aangehaalde motivering van het wetsontwerp is beslist niet de echte. Men wil politieke partijen treffen die zich vijandig gedragen tegenover het EVRM. In feite gaat het om één enkele partij die niet bij naam wordt genoemd.

Dit ontwerp is de zoveelste stap in een escalatie. Nadat wij vorig jaar onze veiligheidscampagne voorstelden, kwam ons gedachtegoed steeds heviger onder vuur te liggen. Dit blijkt ook uit de collectieve hysterie die uitbrak na ons Brusselcongres. Op de Franstalige zenders werden debatten gevoerd over de vraag hoe men het Vlaams Blok monddood kon maken.

Een eerste proef van politieke moord ligt nu voor : men wil de wettelijk voorziene financiële steun aan partijen geheel of gedeeltelijk inhouden. In de Kamer wordt op dit ogenblik gedebatteerd over de beperking van de vrije meningsuiting rond het thema racisme. Andere initiatieven zijn op til.

Wat zit hier achter ? Het Vlaams Blok is de Vlaamse onafhankelijkheidspartij die een zelfbewuste Vlaamse staat wil uitbouwen. Deze eis komt hard aan bij vele politieke tegenstrevers. Een romantisch Vlaamse beweging kon men nog weglachen. Dat is de reden waarom de batterijen in stelling worden gebracht met een cordon sanitaire, drooglegging, censuur, beroepsverbod, inquisitie.

Deze wet is een schakel in het geheel : men wil een politieke opinie en de draagster ervan criminaliseren. Dat de andere politieke partijen ons bekampen, hoort bij de politieke activiteit. Dat men een politieke tegenstrever monddood wil maken, gaat er bij ons niet in.

Men had alvast de lange en verhullende titel kunnen vervangen door « wetsontwerp ter bestrijding van het nationalistisch gedachtegoed » of « wetsontwerp ter bestrijding van elke separatistische partij ». Dit zou duidelijker en eerlijker zijn geweest.

Wij zullen dit ondemocratische en onrechtvaardige wetsontwerp niet goedkeuren. (Applaus bij het Vlaams Blok.)

De heer Buelens (Vlaams Blok). - De kurkdroge en nietszeggende titel van dit wetsontwerp camoufleert de ware bedoeling ervan. Het Vlaams Blok wijzigt hem liever in : « Wetsontwerp ter bestrijding van een partij die de gezinswaarden verdedigt. »

Voor onze partij is het monogame huwelijk dat openstaat voor kinderen de stevigste grondslag voor een evenwichtige samenleving. Dat grondbeginsel gaat in tegen het beleid van de norm- en waardenloze libertijnse partijen die onder leiding staan van een mannetjesputter die het parlement monddood maakt en een hekel heeft aan onze doelstellingen. Samen met de andere partijen probeert hij zijn tegenstander niet met argumenten te bestrijden maar met een drooglegging van de partijfinanciering.

Het Vlaams Blok zal blijven strijden tegen evoluties die het gezin als hoeksteen van de maatschappij ondermijnen, zoals homohuwelijken en samenlevingscontracten. In een artikel in het maandblad Nucleus getuigde een bekeerde homofiel nog dat een legalisering van homohuwelijken voor een explosie van « huwelijken » en daarna echtscheidingen zou zorgen. En terwijl men samenlevingscontracten op een sokkel zet, blijven brave gehuwden in de kou staan. De CVP en de VLD schoten in de Kamer ons voorstel af tot opheffmg van de fiscale discriminatie van gezinnen van gehuwden.

Het Vlaams Blok zal blijven strijden tegen gezinsonvriendelijke voorstellen zoals het voorgenomen gedoogbeleid inzake softdrugs, dat een regelrechte aanslag is op de jeugdigen uit het gezin.

Ook onze beginselvastheid inzake abortus en euthanasie ergert andere partijen. Wij blijven « nee » zeggen tegen beide barbaarse praktijken, die al te vaak gebeuren onder de brede noemer « noodsituatie ». Enkel het Vlaams Blok kiest voor een totaal verbod op abortus. Palliatieve zorg is het enige gezinsvriendelijke alternatief voor euthanasie.

Het is begrijpelijk dat men een partij die zo dwarsligt ten opzichte van het libertijnse gedachtegoed wil droogleggen en liefst uit de circulatie ziet verdwijnen.

Inzake het wegwerken van fiscale discriminaties voor gehuwden hanteren de « Grote Roerganger » en zijn regeringslakeien vaak de drogreden dat er geen geld is. Er is nochtans veel geld, maar het stroomt al jaren naar het zuiden. Ook academische onderzoeken hebben uitgewezen dat wij de melkkoe van het zuiden zijn geworden. Het Vlaams Blok wil, in het belang van de Vlaamse gezinnen, een einde stellen aan deze onvoorwaardelijke en ongecontroleerde solidariteit en streeft naar een onafhankelijk Vlaanderen.

Daarom moet de titel van dit wetsontwerp gewijzigd worden en moeten de partijen ervoor uitkomen dat het Vlaams Blok als gezinspartij geviseerd wordt.

De massale steun van de bevolking voor onze partij zal blijven bestaan, met of zonder partijfinanciering. Zonder partijfinanciering kan men het mijn partij moeilijk maken, maar niemand kon ons verhinderen om te denken en te zeggen waar we voor staan. En we zullen dit blijven doen.

Overigens heb ik me doodgeërgerd aan de insinuatie van de heer Coveliers dat het Vlaams Blok alle allochtonen als criminelen beschouwt.

De heer Boutmans (Agalev). - Mijn partij hecht veel belang aan de bestrijding van racisme. Het is immers een volkenrechtelijke verplichting en een essentiële vereiste voor de opbouw van een leefbare samenleving. Wij zijn dan ook van mening dat het ongeoorloofd is om subsidies toe te kennen aan partijen die de rassenhaat stimuleren.

Het oorspronkelijk voorstel wilde de toepassing afhankelijk maken van deze voorwaarden. Vele politieke delicten zijn in de praktijk niet te vervolgen, en de bestuurlijke overheden leggen weinig ijver aan de dag om processen-verbaal op te maken.

Dit voorstel is het best mogelijke. Wij kunnen ermee akkoord gaan omdat het betrekking heeft op fundamentele waarden, en niet op één bepaalde strekking. Ik hoop dat in de toekomst de gehele controle op de verkiezingsuitgaven zal toevertrouwd worden aan een administratief rechtscollege.

- De algemene bespreking is gesloten.



Artikelsgewijze bespreking


De Voorzitter. - De heren Verreycken en cs. hebben verschillende amendementen ingediend die ertoe strekken het opschrift van het ontwerp te vervangen. Het eerste amendement (nr. 1) strekt ertoe het opschrift als volgt te doen luiden : « Wetsontwerp ter bestrijding van het Vlaams Blok. »

Het tweede amendement (nr. 5) stelt voor : « Wetsontwerp ter bestrijding van een separatistische partij. »

Het derde amendement (nr. 6) stelt voor : « Wetsontwerp ter bestrijding van een Vlaamse partij die de waarden van het gezin verdedigt. »

Het vierde amendement (nr. 12) stelt voor : « Wetsontwerp ter bestrijding van de vrije mening. »

Bij art. 2 :

In de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale Kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen, wordt een artikel 15ter ingevoegd, luidend als volgt : « Artikel 15ter. § 1. Indien een politieke partij door eigen toedoen of door toedoen van haar componenten, lijsten, kandidaten of gekozenen, duidelijk en door middel van verscheidene, met elkaar overeenstemmende tekenen, aantoont dat ze vijandig staat tegenover de rechten en vrijheden die gewaarborgd worden door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950, goedgekeurd bij de wet van 13 mei 1955, en door de aanvullende protocollen bij dat Verdrag die in België van kracht zijn, moet de dotatie die krachtens dit hoofdstuk aan de in artikel 22 bedoelde instelling wordt toegekend, zo een tweetalige kamer van de Raad van State dat beslist, binnen vijftien dagen door de Controlecommissie worden ingetrokken, ten belope van het bedrag waartoe de Raad van State heeft beslist.

Elke klacht die wordt ingediend door ten minste vijf leden van de Controlecommissie moet rechtstreeks aan de Raad van State worden gericht. De aldus doorgegeven klacht vermeldt het onderwerp van de aanvraag, de vermeende steller van de betwiste daad, de gedetailleerde omschrijving ervan en, in voorkomend geval, de wijze waarop ze werd gefinancierd. De Raad van State brengt, binnen een termijn van twee maanden na de aanhangingmaking, een behoorlijk met redenen omkleed arrest uit en kan beslissen de dotatie die krachtens dit hoofdstuk aan de in artikel 22 bedoelde instelling wordt toegekend, in te trekken hetzij belope van het dubbele van het bedrag van de voor het stellen van die daad gefinancierde of gedane uitgaven, hetzij voor een periode die niet korter mag zijn dan drie maanden noch langer dan één jaar.

§ 2. Tegen het arrest van de Raad van State kan binnen een termijn van dertig dagen een voorziening in cassatie worden ingesteld bij het Hof van Cassatie. Die voorziening heeft geen schorsende kracht.

§ 3. De procedure alsmede de wijze waarop de betrokkenen worden gehoord, worden vastgelegd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit. »

De Voorzitter. - De heren Verreycken en cs. heeft op dit artikel een amendement (nr. 35) ingediend luidende als volgt :

In paragraaf 3 van het voorgestelde artikel 15ter, de woorden « worden vastgelegd bij een in Ministerraad overlegd koninklijk besluit » vervangen door de woorden « worden vastgelegd op de volgende wijze :

- via aangetekend schrijven met ontvangstbewijs worden de volgende personen uitgenodigd te verschijnen voor het College : de partijvoorzitter, de ondervoorzitter, de penningmeester, de fractievoorzitter van de Kamer, de fractievoorzitter van de Senaat, de fractievoorzitters in de gewest- en de gemeenschapsraden, de verantwoordelijke van de studiedienst indien aanwezig en, in voorkomend geval, de auteur van het gewraakte document of stuk;

- de partijvoorzitter, de fractievoorzitter van de Kamer en de fractievoorzitter van de Senaat kunnen ieder maximaal vijf personen aanduiden die bovenop de hoger geciteerde personen via dezelfde weg opgeroepen worden te verschijnen;

- de partijvoorzitter laat met een aangetekend schrijven met ontvangstbewijs aan de voorzitter van het College weten in welke taal de rechtspleging zal worden voltrokken. Bij gebreke van een dergelijk schrijven is deze taal het Nederlands;

- de openingszitting vindt ten vroegste plaats zes maanden na de verzending van de laatste uitnodiging;

- ieder van de uitgenodigde personen heeft het recht een memorie neer te leggen en zijn standpunt mondeling en gedurende minstens twee uren uiteen te zetten;

- tijdens de debatten dienen die leden van de Kamer en/of van de Senaat die de klacht hebben ingediend permanent aanwezig te zijn;

- het tussen te komen arrest wordt ten laatste binnen de veertien maanden na de sluiting van de debatten gewezen. »

- De stemming over de amendementen en over artikel 2 wordt aangehouden

- De overige artikelen worden zonder opmerking aangenomen.





WETSONTWERP TOT WIJZIGING VAN ARTIKEL 574 VAN HET GERECHTELIJK WETBOEK (Gedr. St. 1-1033)

- De artikelen worden zonder opmerking aangenomen.

- Over het geheel zal later worden gestemd.





INTREKKING VAN EEN WETSVOORSTEL



De Voorzitter. - Aan het Bureau wordt medegedeeld dat mevrouw Van der Wildt haar wetsvoorstel houdende de oprichting van een Tabakspreventiefonds (Gedr. St. 1-821/1) wenst in te trekken.

Dit wetsvoorstel is thans aanhangig bij de commissie voor de sociale aangelegenheden.

Ik stel u dus voor dit wetsvoorstel van onze agenda af te voeren.





VRAAG OM ADVIES AAN DE RAAD VAN STATE



De Voorzitter. - Bij brief van 29 januari 1999 heeft de voorzitter, met toepassing van artikel 62-2 van het reglement en op verzoek van ten minste één derde van de leden van de Senaat, het beredeneerd advies gevraagd van de afdeling wetgeving van de Raad van State over drie reeksen amendementen betreffende het wetsvoorstel tot wijziging van het Gerechtelijk Wetboek en van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging (Doc. Senaat nr. 1-614/9), en het wetsvoorstel tot invoering van een artikel 309bis in het Gerechtelijk Wetboek en wijziging van artikel 20 van de wet van 5 augustus 1991 tot bescherming van de economische mededinging (Doc. Senaat nr. 1-417/11).

- Voor kennisgeving aangenomen.





VAST COMITE VAN TOEZICHT
OP DE INLICHTINGENDIENSTEN


Eedaflegging van de voorzitter


Op 2 februari 1999 heeft de heer Jean-Claude Delepière, substituut van de procureur des Konings te Brussel, plaatsvervangend voorzitter van het Comité van Toezicht op de inlichtingendiensten, overeenkomstig artikel 2 van het decreet van 20 juli 1831 betreffende de eed, in handen van de voorzitter van de Senaat de eed afgelegd als voorzitter van het Vast Comité.

Hij zal het mandaat van mevrouw Véronique Paulus de Châtelet, ontslagnemend voorzitter, voleindigen.

- De vergadering wordt om 17.05 uur gesloten.

- Morgen om 10.30 uur en 15 uur, openbare vergadering.





VERHINDERD



De heren Vautmans, Devolder, met opdracht in het buitenland; Urbain, wegens beroepsplichten; Poty, Hazette en Ph. Charlier, wegens andere plichten.





Het Beknopt Verslag geeft een samenvatting van de debatten

Het volledig verslag verschijnt in de Parlementaire Handelingen