3-93

3-93

Belgische Senaat

3-93

Handelingen - Nederlandse versie

DONDERDAG 20 JANUARI 2005 - OCHTENDVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Wetsontwerp tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973 en van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen (Stuk 3-515)

Regeling van de werkzaamheden

Wetsontwerp tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973 en van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen (Stuk 3-515)

Berichten van verhindering


Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin

(De vergadering wordt geopend om 10.05 uur.)

Wetsontwerp tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973 en van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen (Stuk 3-515)

Algemene bespreking

De heer Stefaan Noreilde (VLD), rapporteur. - De commissie voor de Binnenlandse Zaken en de Administratieve Aangelegenheden besprak dit door de Kamer verzonden wetsontwerp in haar vergadering van 11 januari jongstleden, die zowel door de volksvertegenwoordigers als de media druk bijgewoond werd. De minister van Binnenlandse Zaken, de heer Dewael, lichtte de inhoud van de wet toe. Als rapporteur vat ik de algemene bespreking in de plenaire vergadering van de Senaat aan met een korte synthese.

Sinds 1989 heeft elke partij die in beide Kamers door minstens één verkozene vertegenwoordigd wordt, op basis van artikel 15 van de wet op de partijfinanciering, recht op een jaarlijkse dotatie.

Sinds 1995 moet een partij die aanspraak wil maken op een dergelijke dotatie in haar statuten opnemen dat zij zich ertoe verbindt het Europees Verdrag voor de rechten van de mens na te leven. Doet ze dat niet, dan verliest ze krachtens artikel 15bis haar recht op een dotatie.

In 1999 werd daar nog een artikel 15ter aan toegevoegd. Daarin staat dat een politieke partij haar recht op dotatie verliest als ze door eigen toedoen, of door toedoen van haar componenten, lijsten, kandidaten of gekozenen, duidelijk en door middel van verscheidene, met elkaar overeenstemmende tekenen, aantoont dat ze vijandig staat tegenover de rechten en vrijheden van het EVRM en de bijbehorende aanvullende protocollen. Bij de Raad van State kan in dat geval een klacht worden ingediend door minstens vijf leden van de Controlecommissie. Een tweetalige kamer van de Raad van State moet zich over de klacht buigen. De procedure en toepassingsbepalingen worden bij koninklijk besluit vastgelegd. Het ontwerp van koninklijk besluit dat ter uitvoering van de wet door de vorige minister van Binnenlandse Zaken, de heer Duquesne, werd opgesteld, kreeg van de Raad van State echter een negatief advies omdat enkele regels van de procedure geen wettelijke basis hadden.

Het voorliggende ontwerp wil hieraan als volgt tegemoetkomen. De aanvraag moet rechtstreeks tot de Raad van State worden gericht door ten minste één derde van de leden van de Controlecommissie. De Raad van State doet uitspraak binnen zes maanden na de aanhangigmaking middels een gemotiveerd arrest. Zij kan de dotatie intrekken ten belope van het dubbele van het bedrag van de voor het stellen van de gelaakte daad gedane uitgaven of voor een periode van minimaal 3 maanden en maximaal 1 jaar. De Koning kan bijkomende regels vaststellen met betrekking tot de inhoud van de aanvraag en bepaalt de datum van inwerkingtreding van deze wet.

De toelichting van de minister werd gevolgd door een uitgebreid debat, dat zich vooral toespitste op de principes en opportuniteit van de wet en zijn al dan niet retroactieve toepassing. Voor een overzicht van de door de verschillende fracties verdedigde opinies verwijs ik vanzelfsprekend naar het geschreven verslag.

De veertien ingediende amendementen werden alle verworpen en het wetsontwerp werd in zijn geheel aangenomen met 13 tegen 3 stemmen. Als rapporteur en namens de collega's, dank ik de diensten van de Senaat voor het gepresteerde werk. Iedereen zal het met mij eens zijn dat de debatten correct werden weergegeven.

De heer Philippe Moureaux (PS). - Over dit wetsontwerp werd lange tijd gediscussieerd in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden. Dat kan verbazingwekkend lijken, want het is gewoon een tekst tot uitvoering van een wet die jaren geleden al werd aangenomen. Het ontwerp is echter ook het resultaat van langdurig wetgevend werk dat op sommige punten als een lijdensweg kan worden beschouwd.

Eigenlijk herhalen we dus een debat dat al in 1999 werd gevoerd. Op dat ogenblik werden immers zowel het beginsel als de procedure voor het mogelijke ontnemen van de financiering van niet-democratische partijen in onze wetgeving opgenomen.

Moet ik er nog op wijzen dat de wet van 4 juli 1989, die de controle van de verkiezingsuitgaven en de financiering van de politieke partijen regelt, meermaals werd aangepast om efficiënt te kunnen strijden tegen bepaalde partijen die de fundamentele vrijheden betwisten?

Dat gebeurde voor het eerst in 1995, toen een artikel 15bis werd ingevoegd dat bepaalde dat alle politieke partijen zich in hun statuten ertoe moeten verbinden de rechten en fundamentele vrijheden zoals gewaarborgd door het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden en de aanvullende protocollen bij dat Verdrag in acht te nemen, om de overheidsdotatie te kunnen ontvangen.

Daarbij wordt onmiddellijk gedacht aan de niet-naleving van artikel 14 van dat Verdrag, dat elke discriminatie verbiedt die inzonderheid gestoeld is op ras, huidskleur of afkomst. De filosofie van artikel 14 wordt volledig overgenomen in de antiracismewet, die elke discriminatie veroordeelt jegens een persoon wegens zijn ras, huidskleur, afstamming, afkomst of nationaliteit.

Het Verdrag van Rome is geen vodje papier. Het is een fundamenteel internationaal verdrag dat de hoeksteen vormt van de Europese constructie en deel uitmaakt van ons positief recht.

Het is dan ook gewettigd partijen te straffen die onverdraagzaamheid, racisme en xenofobie prediken, want ons erfgoed van humanistische waarden mag daardoor niet worden aangetast.

Zich er via zijn statuten toe verbinden het Verdrag van Rome na te leven is één zaak. Die verbintenis daadwerkelijk nakomen is iets anders, vooral als er geen sancties zijn...

Om dit uitblijven van een concreet gevolg te verhelpen, hebben wij in 1999, door de invoeging van artikel 15ter beslist verder te gaan dan die eenvoudige formele statutaire verplichting en die financiële bestraffing toepasbaar te maken.

Artikel 15ter vertrouwt die verantwoordelijkheid toe aan de afdeling administratie van de Raad van State, die voortaan bevoegd is om in de feiten te onderzoeken of een politieke partij, haar componenten, kandidaten en verkozenen wel degelijk de fundamentele waarden van de democratie in acht nemen, en om die partij in voorkomend geval haar overheidsdotatie te ontnemen.

Bij de stemming in 1999 was dit artikel een compromis tussen bijna alle democratische partijen.

De uitvoering van de bepalingen van dat artikel veroorzaakte echter een aantal procedureproblemen. De afdeling wetgeving van de Raad van State had er immers op gewezen dat het huidige artikel 15ter de bevoegdheid voor de regeling van de procedure voor het ontnemen van de dotatie voor de Raad van State aan de Koning toewijst, terwijl artikel 160 van de Grondwet vereist dat de grondbeginselen van elke procedure voor de Raad van State bij wet en niet bij koninklijk besluit worden bepaald.

Vandaag moeten we er dus voor zorgen dat er een toereikende wettelijke basis is voor de afwikkeling van de procedure voor de Raad van State, overeenkomstig artikel 160 van de Grondwet.

Dit wetsontwerp wil ervoor zorgen dat dergelijke droogleggingsprocedures voortaan voor de Raad van State kunnen worden gebracht. Op die manier wordt een einde gemaakt aan de huidige onduidelijkheid om de bestaande wet toe te passen, en wordt eindelijk klaarheid geschapen over de wil om die wet toe te passen.

Als woordvoerder van de PS-fractie in dit debat zal ik kort enkele voor ons belangrijke overwegingen formuleren. Voor ons rijst het probleem van de terugwerking niet. Zoals ik in de commissie al heb gezegd, kan de tekst die we straks zullen aannemen geen amnestie met zich meebrengen, om de eenvoudige reden dat het beginsel van de drooglegging van de ondemocratische partijen sinds bijna zes jaar is opgenomen in artikel 15ter.

Het gaat hier om een eenvoudige toepassing van de algemene rechtsbeginselen, wat trouwens door de Raad van State zelf werd bevestigd.

De referentiewet is dus die van 1999. Zij die handelingen stelden of uitlatingen deden die niet in overeenstemming waren met de rechten en de fundamentele vrijheden wisten dus toen al dat ze een sanctie konden oplopen.

De naamsverandering van een partij die zichzelf opvolgt, kan geen weerslag hebben op de uitvoering van deze wet.

Het kan dus niet dat politieke formaties die een nieuwe onschuld willen verwerven, ontsnappen aan het toepassingsgebied van artikel 15ter.

Soms werden de beslissingen van de assemblees om de dotaties te behouden en dit voorstel tegenover elkaar geplaatst. Ik vind dat mijn denkwijze moet worden gevolgd, want we gaan ervan uit dat het om dezelfde politieke formatie gaat. Er is dan ook geen enkele reden om de regels in de assemblees te wijzigen. Integendeel, de wet van 1999 moet onverkort worden toegepast.

Deze tekst wordt volgens ons een zeer belangrijke stap voorwaarts voor het behoud van onze democratie. Het is immers onaanvaardbaar dat overheidsgeld wordt toegekend aan politieke partijen die de vrijheid van de burgers willen beperken. De democratie zou eens en voor altijd moeten ophouden partijen te financieren die haar willen vernietigen.

Het is gewettigd bewegingen te beteugelen die met eigen middelen meningen uiten die aansporen tot discriminatie, haat of geweld. Het is nog meer gewettigd ze elke tegemoetkoming van de overheid te ontnemen waardoor ze meer middelen krijgen om die meningen in de maatschappij te verspreiden.

Voor ons is het belangrijk erop te wijzen dat een echte democratie slechts kan worden opgebouwd op het fundament van het gewaarborgde respect voor eenieder en van de erkenning van de gelijkheid van eenieder, ongeacht zijn afkomst, cultuur, godsdienst, geslacht of leeftijd...

Dit wetsontwerp is de uitdrukking van de wil van iedereen in dit land voor wie de menselijke waardigheid de eerste bezorgdheid is.

Een meerderheid van de democratische partijen, zowel in het noorden als in het zuiden van het land, zowel van de oppositie als van de meerderheid, heeft zich achter deze oplossing geschaard.

Dat verheugt ons, want het is van belang dat dit ontwerp gesteund wordt door de grootst mogelijke meerderheid.

Wij vinden daarenboven dat de oplossingen die vandaag in de tekst aan bod komen, alle waarborgen bieden om de procedure voor de drooglegging van de antidemocratische partijen met inachtneming van de rechten van de verdediging te realiseren.

Ze werden voorzichtig en zonder overhaasting geformuleerd en werden aangepast aan de kritiek en de verduidelijkingen van de Raad van State.

Ik denk meer bepaald aan de uitbreiding van de rechtsmiddelen en de herziening van de beslissingen, maar ook aan het feit dat de verantwoordelijkheid voor de beslissing voortaan wordt toevertrouwd aan de Raad van State en dus geen beslissing is van politieke partijen, wat sommigen vreesden.

Wij wilden deze taak al in 1999 toevertrouwen aan de Raad van State, een instelling die onafhankelijk is van zowel de wetgevende als de uitvoerende macht, zodat men parlementsleden niet langer zou kunnen verwijten dat ze andere parlementsleden willen straffen. Op die wijze zijn politici niet langer rechter en partij.

In de aangenomen tekst werden de bezorgdheden en de gevoeligheden opgenomen van allen die deze doelstelling hebben gedeeld en nog steeds delen.

Sommigen willen wellicht een andere keuze maken en geven daarvoor soms verbazingwekkende verklaringen.

Anderen riepen uit dat het om een bijzondere wet gaat, op maat gemaakt om hun belangen te schaden. Als ze zich eindelijk open opstellen en begrip tonen, zullen ze nochtans geen hinder ondervinden van deze wet.

Het gaat om een principewet tot bestraffing van racistische daden die ingaan tegen het Verdrag van de rechten van de mens.

Als vertegenwoordiger van een Franstalige partij voeg ik eraan toe dat deze wet niet stopt aan de taalgrens. Ook het Franstalige landsgedeelte kent dat soort kwalen. In bepaalde Franstalige kringen moet men ophouden te denken dat dit soort problemen alleen in het Nederlandstalige landsgedeelte voorkomen. Ze bestaan ook aan Franstalige kant, al hebben ze daar een andere omvang. Deze wet is zowel op de Franstaligen als op de Nederlandstaligen gericht.

Als ze moet worden toegepast, staat het niet vast dat zulks niet eerst voor een Franstalige partij zou zijn. Ik zou uiteraard liever hebben dat de gedragingen waarnaar we verwezen hebben, ophouden te bestaan en dat de wet niet hoeft te worden toegepast.

Ik herhaal nogmaals dat het om een principewet gaat ter bestraffing van daden die ingaan tegen het Verdrag van de rechten van de mens. De tekst zal dus worden toegepast op alle politieke formaties, zowel Franstalige als Vlaamse, die deze rechten met voeten treden.

Het is niet omdat we nu zullen beschikken over dit belangrijke juridische instrument om bepaalde weerzinwekkende daden te bestrijden, dat we ons niet verder moeten inzetten voor de strijd tegen het racisme. Naast deze strijd op juridisch gebied bestaat de grootste uitdaging voor de PS-fractie in de politieke strijd, de strijd op het terrein, de opvoeding van jongeren en volwassen tegen de ideeën van extreem-rechts en de racistische ideeën.

We moeten de jongere generaties humanitaire waarden bijbrengen, verdraagzaamheid, vrijheid, democratische waarden, alsook de waarden van de rechtsstaat. Die waarden zijn tegenovergesteld aan de waarden die allerhande extremisten voorstaan. In Frankrijk heeft de heer Le Pen recent nog botweg gezegd dat de SS'ers uiteindelijk niet zo slecht waren, al hebben ze misschien wel enkele vergissingen begaan. Men moet beseffen dat, wanneer men zich inschikkelijk toont ten opzichte van die groeperingen, van die racistische ideeën, die goeie SS'ers, die blijkbaar gewone mensen zijn en slechts enkele vergissingen begaan, op een dag opnieuw zullen opduiken.

Gelet op het verleden, op alles wat de mensen in alle Europese landen hebben meegemaakt in de periode waarin het nationaal-socialisme zegevierde, in naam van alle gemeenschappen die in het bijzonder werden geviseerd, denk ik dat het vandaag getuigt van burgerzin en van respect voor hen om ons aan te sluiten bij de voorgestelde tekst.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Formeel gesproken handelt dit debat over een gewone procedurele regeling voor de toepassing van de wet op de partijfinanciering. De uiteenzetting van de heer Moureaux bewijst evenwel dat het debat niet door iedereen op die manier wordt begrepen. Wie bezwaren heeft tegen de procedurele uitwerking van de toepassing van de wet op de partijfinanciering, wordt immers blijkbaar verdacht van sympathie voor verklaringen `à la Le Pen'. Daarom verzoek ik de collega's zich te beperken tot de bespreking van de kwaliteit van het wetsontwerp en geen intentieproces te voeren. Andere opvattingen mogen niet a priori als ondemocratisch of zelfs als strijdig met de mensenrechtenverklaring worden beschouwd.

Het lijdt geen enkele twijfel dat CD&V achter het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens staat. Dat Verdrag bevat overigens ook het recht op vrije meningsuiting. De vrijheid van meningsuiting in de politiek is de essentie van de democratie. Wij vechten niet met wapens, maar met woorden. De strijd moet op het publieke forum worden gevoerd. Hoewel vele meningen als storend kunnen worden ervaren, zijn we verplicht hun bestaan te aanvaarden. Dat is een voorwaarde voor potentiële tolerantie. De Open Society van Karl Popper veronderstelt dat de meest excessieve uitingen van opinies worden aanvaard als voorwaarde voor echte tolerantie. Een onverschillige of afwijzende ingesteldheid tegenover elke andere opvatting wijst op een gebrek aan innerlijke tolerantie van de democratie.

Artikel 58 van de Grondwet handelt over de parlementaire onverantwoordelijkheid. Een parlementslid kan niet gerechtelijk worden vervolgd naar aanleiding van een mening of een stem, in de uitoefening van zijn functie uitgebracht. Het arrest van het Arbitragehof van 6 februari 2001 bepaalt dat de wet op de partijfinanciering niet kan worden toegepast op opvattingen die worden geuit door parlementsleden in de uitoefening van hun functie.

De bovengrens voor tolerantie ligt in een parlementaire democratie dus vrij hoog, want de vrijheid van meningsuiting buiten het parlement wordt eveneens beschermd.

Er is evenwel ook een ondergrens. Zo bepaalt de Franse grondwet dat de staatsvorm - de republiek - niet vatbaar is voor wijzigingen en bevat de Duitse grondwet bepalingen die nooit kunnen worden veranderd. Het verbod op de nazipartij is er bijvoorbeeld niet vatbaar voor discussie.

Het Europees Hof voor de rechten van de mens heeft aanvaard dat er een beperking is voor de vrijheid van mening bij het stellen van handelingen of daden die de uiting zijn van racisme of van negationisme. Het verbod van een Turkse politieke partij werd aanvaard omdat die partij van plan was de sharia in te voeren. Een dergelijk systeem is in een democratie immers uitgesloten.

De meningsuiting in een democratie is de uitdrukking van een waardendemocratie. De democratie waarvoor de christen-democraten staan, is geen formele, maar een waardendemocratie. Die waarden kunnen op een bepaald ogenblik primeren op bepaalde individuele opvattingen of handelingen. Het gaat om een belangenafweging. Gezien het grote belang van de vrije meningsuiting in het politieke discours, is dit een zeer delicate operatie en evenwichtsoefening. Daarbij kan niet met onevenredig politiek geweld of agressiviteit te werk worden gegaan. De indruk mag niet worden gewekt dat een meerderheid, of eventueel een minderheid, via een andere weg de politieke tegenstrever de les zal lezen.

Ik ben blij dat de heer Moureaux zegt dat het EVRM moet worden gerespecteerd. Als een partij dat niet doet, zegt hij, dan moet de dotatie van die partij worden betwist. Dat kan dan ook gelden voor de partijen die in 2002-2003 de kieshervorming hebben goedgekeurd. Het Arbitragehof heeft die meerderheid immers veroordeeld. De dubbele kandidatuur werd toen ingevoerd onder voorwaarden die strijdig waren met een bepaling uit het EVRM. De indruk bestaat dat - in de praktijk - sommige bepalingen van het EVRM belangrijk zijn en andere minder belangrijk. Volgens ons kan het organiseren van verkiezingen onder voorwaarden die niet democratisch zijn, een even ernstige inbreuk uitmaken op de waardendemocratie als andere inbreuken.

Het beginsel zelf stellen wij niet ter discussie, maar wij vinden dat we niet eenzijdig te werk mogen gaan. In een democratie is machtsmisbruik van een meerderheid om de verkiezingen te manipuleren eveneens een ernstige inbreuk op de democratische basisopvattingen.

Tot daar de vaststellingen over de achtergrond, die we naar voren moeten brengen omdat het debat nu eenmaal zo wordt gevoerd.

Ik kom nu tot de procedure. Daarover dienen we drie amendementen in. Indien de meerderheid sommige daarvan kan aanvaarden, zullen we ons stemgedrag daaraan aanpassen.

Ik zal twee amendementen toelichten. Het eerste, waarover ik ook verschillende publieke opmerkingen heb gehoord, betreft de werking van de wet in de tijd. Juridisch is dat geen probleem, aangezien het een procedureregel betreft. Een procedureregel heeft geen invloed op de werking in de tijd van een inhoudelijke, materieelrechtelijke regel. De grondwetgever heeft in 1999 de persdelicten aan de bevoegdheid van de correctionele rechtbank toegewezen wanneer het gaat om uitingen van racisme of xenofobie. Daarvóór was het Hof van assisen ter zake bevoegd. De gewijzigde grondwetsbepaling heeft ertoe geleid dat een partij werd vervolgd voor feiten gepleegd vóór de grondwetsherziening van 1999. Er werd toen niet gezegd dat, aangezien de grondwetsherziening van 1999 de procedure voor de bestrijding van persdelicten had veranderd, die procedure pas vanaf dan voor die feiten van toepassing is. De regel is, en de Raad van State bevestigt dat, dat de procedure geen invloed heeft op de werking van de wet ten gronde. Ik heb daarover verschillende verklaringen van de meerderheid en van de minister van Binnenlandse Zaken gelezen. Die zijn niet eenduidig, maar verwarrend en onduidelijk. We leven ook in een bepaalde politieke context. Mevrouw Vanlerberghe heeft het over nieuwe feiten of over andere formules. Formeel-juridisch is dat allemaal niet relevant, maar er moet wel duidelijkheid bestaan.

De meerderheid - althans sommige Vlaamse partijen van de meerderheid - zou van oordeel zijn dat deze procedure hoe dan ook enkel kan worden toegepast voor de toekomst. Dat werd volgens mij ook gesuggereerd door de minister van Binnenlandse Zaken. We hebben dit dan ook opgenomen in een amendement, dat aan het oordeel van de Senaat wordt onderworpen.

We hebben een tweede, nog meer fundamenteel bezwaar tegen deze procedurele regeling. De vordering om de partijdotatie te ontnemen kan volgens het ontwerp in werking worden gesteld door één derde van de leden. Dat vinden wij werkelijk willekeurig. De heer Moureaux zegt dat de parlementsleden geen rechter en partij willen zijn. Dat is zeer goed. Toch volstaat de vraag van één derde van de leden van de controlecommissie, namelijk zeven parlementsleden, om de vordering voor de Raad van State in te stellen. Als we deze regel afwegen tegenover de betekenis van de vrijheid van meningsuiting, de democratische openheid tegenover alle mogelijke opvattingen, het verbod van willekeur ten aanzien van deze uitingen, dan vindt de CD&V-fractie dat één derde een onvoldoende democratische waarborg biedt tegen machtsmisbruik.

Er is ook geen aanknopingspunt dat die éénderderegel verantwoordt. Ik ga niet in op allerlei juridisch-technische details, maar wanneer bijvoorbeeld de parlementaire onschendbaarheid in strafzaken moet worden opgeheven, is in de kamer een meerderheid vereist. Om de strafvervolging te doen schorsen is een tweederde meerderheid vereist in de kamer. Wanneer een oppositiepartij voor het Arbitragehof een wet wil betwisten waarbij ze geen persoonlijk functioneel belang heeft, moeten twee derde van de leden van de assemblee de voorzitter verzoeken een vordering voor het Arbitragehof in te leiden.

Welke redenering schuilt hierachter? Ons land is communautair verschillend samengesteld met andere politieke meerderheden en gevoeligheden. We kunnen dan ook niet toestaan dat quota in het leven worden geroepen waarbij de ene politieke groep - gemakkelijk - een proces voert tegen de andere en omgekeerd. Er moet een voldoende ruime consensus zijn om de discussie boven de partijpolitiek te verheffen. Daarom moet volgens CD&V worden overwogen om ons amendement goed te keuren dat bepaalt dat een tweederde meerderheid van de leden van de controlecommissie vereist is om een vordering bij de Raad van State in te leiden. Eén derde van de leden van de controlecommissie is immers een minderheid. Daarenboven is er geen waarborg dat die stem wordt uitgebracht door voldoende representatieve vertegenwoordigers van de verschillende communautaire bevolkingsgroepen van ons land en bestaat er dus gevaar voor een politieke afrekening of politieke willekeur.

Onze fundamentele bezwaren tegen de procedurele regeling zijn dus niet ingegeven door onze wankelmoedigheid ten opzichte van de mensenrechtenbeginselen, die we volledig onderschrijven en die ook in de Grondwet van de Europese Unie werden opgenomen. Met onze bezwaren willen we er alleen op wijzen dat dergelijke discussies uit democratisch oogpunt zo belangrijk zijn dat ze boven elke vorm van schijn van partijpolitieke partijdigheid moeten worden verheven. Dit wetsontwerp beantwoordt daar volstrekt niet aan.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Ik ben tevreden dat de plenaire vergadering van onze assemblee dit debat eindelijk voert.

De bevriezing van dit ontwerp, dat bijna een jaar geleden door de Kamer werd overgezonden, sierde onze assemblee niet. Het was tijd dat de democraten die hier gelukkig de meerderheid uitmaken, dit ontwerp konden bespreken en snel goedkeuren. Dit ontwerp is van wezenlijk belang voor de strijd tegen extremisten.

In de commissie werden natuurlijk vertragingsmanoeuvres uitgevoerd. Deze keer werd er geen leerboek over de aardrijkskunde van Thailand voorgelezen, maar we hebben toch wel enkele fratsen moeten verduren.

In 1999 werd artikel 15ter in de wet ingevoegd. De heer Moureaux heeft ons daaraan herinnerd. Gewoonlijk zeg ik dat de wet van 1999, die het beschikkende gedeelte van de wet van 1995 aanvult, de pijler is, de basis voor wat we vandaag doen.

In het wetsontwerp staat niets nieuws, maar het organiseert wel de noodzakelijke procedure en is precies daarom fundamenteel. Een principewet zonder procedure is als een wagen zonder motor, niets waard.

Wij passen het principe toe `Geen vrijheid voor de vijanden van de vrijheid.' Voltaire zei: "Ik vraag u de vrijheid in naam van uw principes, maar ik weiger ze u in naam van de mijne."

Ik ben van mening dat er grenzen zijn aan het recht op vrije meningsuiting. De overheidsfinanciering van de politieke partijen heeft het precies mogelijk gemaakt om misbruiken te voorkomen. Hoe kunnen we dan aanvaarden dat de belastingbetaler vrijheidsbedreigende instrumenten helpt te financieren?

De procedurewet is onmiddellijk van toepassing, maar ze kan slechts worden begrepen in het licht van de principewet, zodat elk feit dat sinds de inwerkingtreding van artikel 15ter in maart 1999 werd gepleegd, in overweging dient te worden genomen. Voorts bepaalt de tekst nochtans ook dat er overeenkomende tekenen moeten bestaan met een feit dat werd gepleegd na de inwerkingtreding van de procedurewet.

Zo wordt de continuïteit hersteld. De eenheid van opzet wordt immers in overweging genomen. In die zin is er geen sprake van amnestie, noch van amnesie, mevrouw Durant. In die zin dient de retroactiviteit ook als een vals probleem te worden aangezien, als een verkeerde manier van voorstellen.

Mijnheer de voorzitter, het gaat hier niet om strafrechtspraak, maar algemene principes moeten naar analogie daarmee wel blijven gelden. Er geldt geen terugwerkende kracht, maar de procedurewet treedt wel onmiddellijk in werking.

Het is vergelijkbaar met iemand die voor de correctionele rechtbank verschijnt; al zijn antecedenten worden aan het procesdossier toegevoegd, ook de ermee verbonden dossiers overigens.

We hadden dus nood aan een onafhankelijk orgaan, een scheidsgerecht buiten het Parlement. Ik ben tevreden dat onze spontane en oordeelkundige keuze naar de Raad van State is uitgegaan.

Sommige commissieleden hebben ingeroepen dat een Franstalige minderheid haar wil zou willen opleggen aan een Nederlandstalige meerderheid. Zij wilden zodoende een communautair debat of zelfs conflict uitlokken. Zij dichten ons kwade bedoelingen toe en dat is onaanvaardbaar. Zij geven een halfslachtige en misleidende voorstelling van zaken. De strijd tegen het extremisme gaat ons allemaal aan, of wij nu in het zuiden of in het noorden van het land leven.

In de verenigde commissies voor de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen zag een partij haar dotatie voor drie maanden geschorst. Het was spijtig genoeg een Franstalige partij. De strijd tegen het extremisme gaat ons allemaal aan en moet op verschillende fronten worden gevoerd. Het is een belangrijk stuk van de puzzel, een sluitsteen van de constructie, maar het is slechts één element onder vele andere. Wij staan allemaal aan dek, want er dreigt altijd gevaar.

Waarom nummertjes opvoeren in de commissie, als men zich niets te verwijten of niets te vrezen heeft? In zo'n geval heeft men niet het recht een nalatenschap onder voorbehoud van boedelbeschrijving te aanvaarden.

Men kan zijn ware aard niet verbergen achter een opgesmukte gevel. We doen vandaag dus een belangrijke stap. Dat stemt mij echt tevreden.

De heer Paul Wille (VLD). - De tekst die eerder in de Kamer is behandeld en vandaag hier ter goedkeuring wordt voorgelegd is een parlementair initiatief en dat is uitstekend. De discussie die hier vandaag wordt gevoerd heeft een toegevoegde waarde want het standpunt van één van de traditionele politieke families is in elk geval duidelijker geworden. Iets wat, met alle respect voor collega Van Peel, niet het geval was in de commissie.

Laten we ons eerst even concentreren op wat deze tekst niet is, maar wat wel door sommigen werd gesuggereerd, namelijk dat het om een droogleggingswet zou gaan. Dat is niet zo want alle elementen, zowel de duur van het optreden na een gemotiveerd arrest, als het bedrag van het evenement waarvoor men aansprakelijk kan worden gesteld, tonen aan dat dit geen droogleggingswet is. Naar mijn aanvoelen wordt te weinig aangeduid wat de impact is van een mogelijke uitspraak van de Raad van State op de financiering en de financieringsmogelijkheden van politieke partijen.

Het is ook geen wet die gericht is tegen een bestaande of op te richten partij. Dit is intellectueel en politiek onjuist. Bovendien ben ik verrast over de discussie die door één partij, namelijk het Vlaams Belang, wordt uitgelokt omdat precies die partij met nadruk heeft verwezen naar de aanwezigheid in hun statuten van het EVRM. Men kan dus onmogelijk voorhouden dat de achterliggende idee bij een aantal indieners was om daarmee een partij te willen treffen, precies omdat we er van uitgaan dat deze groep deze tekst met alle gemak zou kunnen goedkeuren. Heel lang heeft men geprobeerd om het debat aldus te draineren. De heer Van Peel ging in de commissie mee in die richting en concentreerde zich op het effect van de inwerkingtreding van dit initiatief op de publieke opinie en op de positionering van één partij, namelijk het Vlaams Belang. Ik heb daarover gezegd dat ik dat wat pover vond, omdat de discussie ten gronde toch de moeite waard was. Vandaag heeft CD&V, weliswaar op een behendige manier, zijn standpunt wat uitgediept en is men nu ook inhoudelijk op de zaak ingegaan. Het is mogelijk dat er een ander aanvoelen is over de meerderheden die beslissen, maar het concept waarbij de politiek de zaak aanhangig maakt en de beslissing elders wordt genomen, ligt ons wel en we sluiten ons daar graag bij aan.

Ten slotte was er nog een discussie over de retroactiviteit. Het is geen enkel politiek observator ontgaan dat wij deze discussie in de goede richting hebben gekregen door het engagement van een aantal collega's-fractieleiders, die hebben gezegd wat hun intentie is met betrekking tot de toepassing van deze wet. Uit een aantal gewaardeerde tussenkomsten van collega's, uit meerderheid en oppositie, is ook gebleken wat precies het effect kan zijn van gebeurtenissen uit het verleden. Op basis daarvan zullen wij met overtuiging de voorliggende tekst goedkeuren, in de hoop dat hij bij de traditionele partijen een ruime meerderheid achter zich zal krijgen.

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)

De heer Francis Delpérée (CDH). - Het wetsontwerp dat wij vandaag behandelen is een essentieel ontwerp. Het gaat niet over de relaties tussen meerderheid en oppositie, noch over de verhoudingen tussen de gemeenschappen, maar over de democratie en de rechtsstaat.

Daarom zal CDH de tekst zonder aarzeling en zonder voorbehoud goedkeuren.

Op bepaalde punten zouden technische amendementen kunnen worden aanvaard. Gelet op het belang van de materie en de terecht nagestreefde doelstellingen, is het evenwel niet raadzaam de inwerkingtreding van de wet te vertragen.

Het is juist - ook anderen hebben dat gezegd - dat het afnemen van financiële middelen van een politieke partij niet het enige middel mag zijn waarover wij beschikken.

De strijd moet eerst op het vlak van de ideeën worden gevoerd door het discours en de uitingen van onverdraagzaamheid aan de kaak te stellen wanneer het moet, en dat met de vereiste kracht.

De strijd moet ook op juridisch vlak worden gevoerd door aan te tonen dat de ideeën van ondemocratische groepen overduidelijk de principes van onze Grondwet en van het EVRM schenden en dat die uitspraken en gedragingen over het algemeen de bilaterale en multilaterale verbintenissen van België ten aanzien van vreemde Staten niet eerbiedigen.

De strijd moet ook worden gevoerd op sociaal-economisch vlak door een beleid van nabuurschap dat getto's doet verdwijnen, apartheid tegengaat en de waardigheid van allen die in dit land leven, zonder uitzondering respecteert.

De strijd moet tevens op electoraal vlak worden gevoerd. Ik neem initiatieven om verkiesbaarheidsvereisten uit te werken die steunen op de moraliteitsvoorwaarden waaraan het Hof van Beroep van Gent heeft herinnerd, namelijk verdraagzaamheid en solidariteit.

We wensen onze houding echter niet te versluieren: het financiële aspect van de strijd tegen ondemocratische groepen heeft eveneens zin. Het verheugt me dat dit wetsontwerp de wetgevende Kamers de middelen geeft om de principes inzake de financiering van de politieke partijen, die sinds 1999 werden vastgelegd, uit te voeren.

Wat het al dan niet retroactieve karakter van de wet betreft, bevat de wet op de financiering twee soorten bepalingen, namelijk inhoudelijke bepalingen en procedureregels. Die laatste gaan we vandaag goedkeuren.

De inhoudelijke bepalingen staan in de wet sinds 1999. Dat betekent dat iedereen sinds bijna zes jaar moet weten welke feiten laakbaar zijn. De huidige wet verandert niets aan die juridische situatie.

In de wet betreffende de financiering van de politieke partijen zullen voortaan ook procedureregels staan. Volgens het bekende adagium zijn procedurewetten onmiddellijk van toepassing. Het heeft geen zin daar een retroactieve werking aan te verlenen. Hoe zou de controlecommissie zich via een soort tijdmachine virtueel in 1990, 1995 of 2000 kunnen situeren?

De procedureregels gelden uiteraard enkel voor de toekomst. Dat betekent dat de controlecommissie vanaf morgen een klacht bij de Raad van State kan indienen voor feiten die werden begaan vanaf het ogenblik dat de inhoudelijke bepalingen bekend en gepubliceerd waren, dat wil zeggen vanaf 1999.

Herlees, mijnheer Coveliers, advies 36.172/4 van de Raad van State van 4 december 2003. Dat is duidelijk: de feiten zijn sinds 1999 strafbaar.

Tot slot: als ondervoorzitter van de controlecommissie zal ik er nauwlettend op toezien dat de tekst die we vandaag goedkeuren geen dode letter blijft.

Mevrouw Myriam Vanlerberghe (SP.A-SPIRIT). - Dit ontwerp werd uitvoerig besproken en goedgekeurd in de Kamer. Vorige week werd het ook goedgekeurd in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden van de Senaat. Veel nieuws is daar niet meer verteld. Het is een wet waarover men zeer logisch kan nadenken en discussiëren. Alleen zijn er in commissie een aantal zaken gebeurd die misschien wel voorspelbaar waren maar die me toch wat verbaasd hebben.

De inhoud is duidelijk. Iedereen weet wat de bedoeling is van dit ontwerp. Wie als partij de mensenrechten niet respecteert, kan een dotatie of een gedeelte ervan verliezen. Wie bewust als partij aanzet tot schendingen van mensenrechten en fundamentele rechten loopt het risico minder geld te krijgen voor haar werking. Kan een democraat daar tegen zijn? Ik denk het niet. Ik hoop dat CD&V zijn standpunt en zijn amendementen nader zal toelichten. Vorige week hebben we tijdens de inhoudelijke discussie in de commissie een deel van de democratische partijen gemist. Ik heb dat toen betreurd en betreur dit nog altijd.

Partijen kiezen er zelf voor om onder deze wetgeving te vallen. Het is een duidelijke keuze mensenrechten te schenden of om ondemocratische voorstellen of programma's op te stellen. We horen al te vaak klagen dat anderen een partij in het hoekje willen drummen. In feite hoort deze partij dit maar al te graag en als niemand het zegt, zegt ze het zelf wel.

De Raad van State moet onderzoeken of een eventuele klacht al dan niet gegrond is. Mijnheer Vandenberghe, men kan over procedures discussiëren; er moet echter een duidelijke keuze worden gemaakt. Dat lijkt me niet zo moeilijk.

Een democratische samenleving respecteert de mensenrechten. Wie als partij weigert dit respect op te brengen, twijfelt aan onze democratische samenleving. Is dat een recht? Misschien. Moet men daarvoor dotaties krijgen? Dat is de vraag. Een overheid die steunt op een democratie en die opkomt voor de mensenrechten, kan moeilijk een partij financieren die ingaat tegen alles waarvoor ze staat. Zo onlogisch en zo moeilijk uit te leggen is dat allemaal niet. Als een partij zich door haar acties en uitspraken kant tegen alles wat in deze samenleving als fundamenteel wordt aanvaard, is er een probleem en kan de Raad van State na een klacht eventueel optreden. Meer staat er niet in dit ontwerp.

Het wetsontwerp lijkt alleen maar delicaat. Het is alleen maar een aanvulling op een wet die elke partij al zo lang recht geeft op dotaties. Het is dus niet nieuw. Vandaag voeren we gewoonweg een wetswijziging door die al lang had moeten plaatsvinden.

Een bepaalde partij heeft vorige week aangetoond hoe goed haar leden teksten kunnen voorlezen, vooral tot hun eigen genoegen. Die partij heeft er ook zelf voor gekozen de slachtofferrol aan te nemen. Die rol werd haar zeker niet door de andere partijen opgedrongen.

De SP.A-SPIRIT-fractie zal dit wetsontwerp met overtuiging goedkeuren. Alle bestaande en toekomstige partijen zullen dan vooraf weten dat het respect voor mensen en voor onze democratie een minimumvereiste is om mee te kunnen doen in het democratisch goedgekeurde systeem van partijfinanciering.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Vorige week heeft zich naar aanleiding van de bespreking van voorliggend wetsontwerp in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden een beschamende voorstelling afgespeeld. Het scenario voor dit theaterstuk werd elders geschreven en de auteurs hebben zich nauwelijks de moeite getroost om het onderliggende principe van dit wetsontwerp te verdedigen.

Het was een beschamend kijkstuk, niet wegens onze interventies, die volgens sommigen veel te lang waren, maar wel omdat we nooit een antwoord hebben gekregen op enkele van onze pertinente vragen. Zo kregen we nooit een antwoord op onze vraag of het logisch is dat in een democratie politieke partijen andere politieke partijen voor een rechtbank kunnen dagen. Het was beschamend omdat nooit werd ingegaan op onze opmerking dat dit wetsontwerp het zoveelste radertje is in een duivels mechanisme dat reeds meer dan tien jaar draait. Het was beschamend omdat we nooit een antwoord hebben gekregen op onze opmerkingen dat het niet politiek correcte discours, dat men vandaag voor de zoveelste maal tracht te muilkorven, in een aantal Europese landen niet alleen gemeengoed, maar zelfs regeringsbeleid is geworden. Het was beschamend omdat de leden van de meerderheid nooit zijn ingegaan op onze steekhoudende argumenten over de juridisering van het politieke bedrijf. Dit wetsontwerp is de zoveelste stap in een poging om het politieke debat niet langer op het politieke forum, maar voor rechtbanken en magistraten te voeren.

In de commissie werd misschien wat verveeld naar onze interventies geluisterd. Leden van de meerderheid vroegen ons hoelang we nog aan het woord zouden blijven aangezien ze naar huis wilden. Dit wetsontwerp was zo fundamenteel dat het snel moest worden goedgekeurd. Het is jammer dat een wet nog altijd door het Parlement moet worden goedgekeurd. Dit geldt zeker voor senatoren die hun assemblee nog altijd beschouwen als een reflectiekamer en als een soort van beroepskamer ten aanzien van de Kamer van Volksvertegenwoordigers. Als het er echter op aankomt om de grootste politieke formatie in Vlaanderen te muilkorven en droog te leggen, kan het echter niet snel genoeg gaan. Het Parlement is dan slechts nog een kleine, vervelende hindernis die node moet worden genomen.

In de politieke geschiedenis van dit land is nooit een partij dermate achtervolgd en vervolgd als de onze. Zelfs de Kommunistische Partij van België heeft nooit het lot moeten ondergaan dat onze partij te beurt viel. We hebben intussen vier jaar van processen achter de rug. Vier jaar lang werden we achtervolgd in rechtbanken, gerechtshoven en het Hof van Cassatie. Vier jaar lang heeft men gezocht naar de rechters die moesten worden gevonden, namelijk rechters die bereid waren de politieke rol te spelen die hen werd toegedicht.

Die rechters vond men in het begin ook niet. In de commissie heb ik geciteerd uit het vonnis van de rechtbank van eerste aanleg. Wie goed luisterde, begreep dat de rechter destijds zei: `Er wordt hier aan politiek gedaan en politiek hoort niet thuis in een rechtbank.' Inderdaad, politieke programma's moeten niet door rechtbanken of magistraten worden beoordeeld. Politieke programma's moeten enkel en alleen door de kiezer worden beoordeeld. Dat is het fundament van de democratie. Anders glijdt men, zoals nu in ons land, af naar praktijken die in totalitaire regimes ook worden gebruikt: rechtbanken inschakelen om politieke opponenten uit te schakelen. Deze wet is opnieuw een stap in die richting. Vandaag is dit halfrond dan ook geen parlement meer, maar een rechtbank, met de heer Moureaux in de rol van openbare aanklager, in de rol van Robespierre, en de senatoren in de rol van een jury die haar verdict eigenlijk al lang heeft geveld.

Deze wet is inderdaad een muilkorfwet. Men wijkt ermee af van de oorspronkelijke filosofie van de wet op de partijfinanciering, die zeer eenvoudig was: vermijden dat partijen voor hun financiering nog langer bij bedrijven moesten aankloppen en daardoor belangenvermenging tegengaan. De grote democraten van de PS weten wat dat is, belangenvermenging en moeten gaan aankloppen bij bedrijven. Daar wilde men van af en in ruil zouden de partijen met overheidsmiddelen worden gefinancierd, op voorwaarde dat ze verkozenen hadden. Dat waren de voorwaarden, niets meer. Als de heer Wille zegt dat deze wet niet `à la tête du client' is geschreven, mag ik dan even lachen? In 1995 is men begonnen met het toevoegen van inhoudelijke criteria en toen was natuurlijk het hek van de dam. Welke inhoudelijke criteria worden wel en welke worden niet in aanmerking genomen? Er werd gekozen voor het EVRM, maar op welke manier? Lees de tekst er maar eens op na: als er overeenstemmende tekenen zijn die een zekere vijandigheid ten aanzien van het EVRM aanduiden, dan kan de procedure worden gestart. Volgens bepaalde juristen schendt men zelfs het EVRM, indien de vrijwel enige bron van inkomsten van partijen een overheidsdotatie is en men die overheidsdotatie afneemt. Wanneer kan men zeggen dat een partij vijandig staat tegenover het EVRM? Als ze veroordeeld is door het Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg. Dan is bewezen dat ze vijandig staat tegenover het EVRM. Vandaag lees ik in de krant dat de Belgische staat voor de zoveelste keer door het Hof van de Rechten van de Mens in Straatsburg is veroordeeld. Gaat de heer Delpérée, bij wijze van eerste casus, dan de dotatie afnemen van de partij waartoe de minister van Justitie behoort? Gaat hij bij de Raad van State aankloppen om de dotatie van de PS af te pakken? De tekenen zijn duidelijk, er is zelfs geen debat meer nodig: de Belgische staat is in Straatsburg veroordeeld. Dat zijn dan de partijen die ons komen vertellen hoezeer we het EVRM moeten respecteren.

Ook inhoudelijk rammelt de wet aan alle kanten. Men maakt van de Raad van State een uitzonderingsrechtbank. Volgens de Grondwet en volgens de minister van Binnenlandse Zaken, toen hij nog geen minister was maar oppositieleider in de Kamer, is het in strijd met artikel 160 van de Grondwet om de Raad van State op te leggen over dergelijke zaken uitspraak te doen.

De beroepsprocedure is afgeschaft. In tegenstelling met het oorspronkelijke artikel 15ter is de tweetalige kamer van de Raad van State niet meer bevoegd. Men heeft integendeel de algemene vergadering bevoegd gemaakt. De paritair samengestelde algemene vergadering van de Raad van State zal dus moeten oordelen of er een aantal tekenen zijn die erop kunnen wijzen dat het EVRM niet wordt gerespecteerd.

Het gaat ook niet aan dat één derde van de controlecommissie de procedure in gang kan zetten. De controlecommissie telt twintig leden, zeven leden zijn dus voldoende. De heer Delpérée heeft zich als eerste gemeld en ik ben ervan overtuigd dat morgen de andere zes bijzonder snel zullen volgen. Dan zitten we opnieuw in een systeem waar politieke partijen andere politieke partijen bestrijden door ze voor een rechtscollege te brengen, in dit geval de Raad van State. Vanuit democratisch oogpunt is dit verwerpelijk.

Er is bovendien ook nog altijd de grootste twijfel over de terugwerkende kracht. De amendementen die het Vlaams Belang in dit verband in de commissie indiende werden natuurlijk niet aangenomen. Ook de verjaringstermijn werd geschrapt. Voor alles bestaat een verjaringstermijn; voor moorden, diefstallen, verkrachtingen, maar in dit geval blijkbaar niet. Ook dit is uit democratisch oogpunt verwerpelijk.

Is het de bedoeling de democratie te redden, de mensenrechten te vrijwaren, het racisme te bestrijden? Dit ontwerp is onmiskenbaar gericht tegen het Vlaams Belang.

De ontstaansgeschiedenis van artikel 15ter is trouwens duidelijk. De PS heeft al geprobeerd om via artikel 15bis onze dotatie te ontnemen. Toen dat niet lukte zou de wet worden aangepast. Na de uitspraak van het Hof van Cassatie op 9 november 2004 was het hek helemaal van de dam. Men beweert dat we ons niet het mikpunt moeten voelen, maar in de kranten lezen we en op de radio horen we dat alle Franstalige partijen met dit ontwerp maar één doel hebben, namelijk het Vlaams Belang treffen en droogleggen. Dat heeft niets te maken met democratie of mensenrechten. Het gaat om de zoveelste moordpoging op de meest succesvolle politieke formatie van de laatste decennia.

We zijn misschien een bedreiging voor de gevestigde politieke machten. We hebben de doodzonde begaan in ons programma voor een onafhankelijk Vlaanderen te pleiten. Men heeft het op ons gemunt. De redenering mag niet worden omgekeerd. Het is alsof men eraan zou twijfelen dat mevrouw Bousakla wordt bedreigd.

Dat dit initiatief van de Franstalige partijen komt, is niet verwonderlijk. Elk initiatief in deze zin kwam immers van hen. Ik frons mijn wenkbrauwen als ik mevrouw Defraigne hier hoor pleiten voor de democratie. Ik antwoord haar dat het Vlaams Belang nooit een Nols in zijn rangen heeft gehad.

Die kon zich in zijn uitspraken heel wat meer permitteren dan datgene waarvoor het Vlaams Blok werd veroordeeld. En gisteren las ik in een krant dat de heer Simonet ook in Brussel een droogleggingswet wil invoeren. Diezelfde Simonet schreef in 1990, namens de Franstalige liberalen van de PRL, over het immigratieprogramma van die partij het volgende:

"Het wordt hoog tijd om energiek op te treden tegen de illegale en clandestiene immigratie, om de toegang tot bepaalde vormen van sociale zekerheid te hervormen, om de aanzuigkracht van het huidige gulle systeem te beperken en om het vertrek aan te moedigen van migranten die zich niet kunnen integreren."

Een man als Simonet kan zich dat natuurlijk veroorloven, want men zal in de controlecommissie betreffende de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen nooit zeven leden vinden die op basis van dergelijke uitspraken tegen hem bij de Raad van State een klacht willen indienen.

Ik wil al deze Franstaligen vragen wat ze met deze wet denken te bereiken. Wat is hun bedoeling? Willen ze `de grootste' zijn, de grootste kampioen in verdraagzaamheid door de meest onverdraagzame wetten van de voorbije tien jaar goed te keuren? Ik kan u zeggen, collega's van de PS, de MR en van Ecolo: in Vlaanderen pikt men dit niet meer, daar aanvaardt men niet dat men altijd diezelfde partij op de korrel neemt, dat men wetten en zelfs de Grondwet aanpast om partijen voor een rechtbank te kunnen dagen. Ik ben ervan overtuigd dat een deel van ons recente verkiezingssucces inderdaad te danken is aan de terechte verontwaardiging over onze veroordeling door het hof van beroep van Gent. Want, of u het graag heeft of niet, mijnheer Moureaux, het Vlaams Belang heeft intussen meer dan een miljoen kiezers. Met deze wet treft u dus minstens die een miljoen kiezers en wil u hun vertegenwoordiging gewoon uitschakelen. Dat is al totaal ondemocratisch; maar de heer Eerdekens wilde nog verder gaan, hij wilde op een gegeven moment het Vlaams Blok zelfs laten verbieden! En dat allemaal in naam van de democratie.

De heer Philippe Moureaux (PS). - Ik ben volledig gekant tegen een verbod van politieke partijen. Ik zal mijn naam nooit verbinden aan een dergelijk voorstel.

Het gaat in geen geval om een verbod, maar om een probleem dat als volgt kan worden omschreven: moet de democratie diegenen financieren die er dag na dag de grote principes van vernietigen?

U hebt uitstekend aangetoond dat de heer Simonet van gedachten is veranderd. Waarom zou u op uw beurt niet van gedachten veranderen?

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Het is niet de taak van de rechtbanken, mijnheer Moureaux, om te oordelen over inhoudelijke programma's. De rechter maakt daarbij trouwens een zware fout, aangezien hij beweert dat wij vijandig staan tegenover het EVRM, terwijl onze statuten duidelijk het tegendeel zeggen. Het gaat overigens niet om daden, maar om meningen. En meningen kunnen niet worden vervolgd, wat men hier ook beweert en wat men hier vandaag ook probeert te doen. Aan de Franstaligen zeg ik in alle sereniteit: u zult moeten leren leven met het feit dat er in Vlaanderen een Vlaams-nationale rechtse partij bestaat die een miljoen kiezers vertegenwoordigt. Ook dat is democratie, mijnheer Moureaux, maar die wil u duidelijk fnuiken.

De Franstaligen geven ons ten minste nog het voordeel van de duidelijkheid. De PS is terzake altijd zeer duidelijk geweest, zodat we hier heel goed weten tegenover wie we staan. Aan Vlaamse kant komt echter vooral hypocrisie boven. Mevrouw Vanlerberghe moet me bijvoorbeeld eens uitleggen waarom de voorzitter van de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden in december nog zei dat hij absoluut geen vragende partij was om dit ontwerp te behandelen. Ze moet me eens duidelijk maken waarom de voorzitter van het Vlaams Parlement zei dat hij absoluut geen voorstander was van het intrekken van een dotatie, terwijl zij zelf hier dit ontwerp door dik en dun verdedigt. Ik ben maar een eenvoudige Belanger, maar ik begrijp de logica niet.

Bij de VLD is het nog erger. Ik heb het dan niet over de VLD van de heer Coveliers, maar over `de' VLD.

Waarom weigert de VLD in het Vlaams Parlement de dotatie voor het Vlaams Belang in te trekken terwijl ze in de Senaat de procedure voor de drooglegging steunt? In het Vlaams Parlement is de procedure tot het intrekken van de dotatie nochtans veel eenvoudiger. De houding van de heer Wille en van minister Dewael is onbegrijpelijk. Waarom is minister Dewael vandaag zo hevig voorstander van het principe uit het voorliggende ontwerp terwijl hij het in 1999 zo heftig heeft bestreden?

Golden die principes in 1999 dan niet? Toen stond de heer Dewael als oppositieleider in de Kamer te fulmineren tegen dit wetsontwerp. Hij heeft een totale ommezwaai gemaakt. Wie deel uitmaakt van de meerderheid moet naar het pijpen van de PS dansen en samen ten strijde trekken tegen het Vlaams Belang.

Dit ontwerp is tot stand gekomen dankzij een cynische koehandel. In de Kamer wilde de N-VA. een wetswijziging zodat een partij niet meer zowel in de Kamer als in de Senaat moet vertegenwoordigd zijn om een dotatie te krijgen. De Franstaligen waren dat voorstel niet genegen. De VLD heeft de steun van de PS voor dat voorstel slechts verkregen op voorwaarde dat ze artikel 15ter van de wet op de partijfinanciering zou goedkeuren. Het gaat dus helemaal niet om grote morele of democratische principes; het gaat eenvoudigweg om een cynische koehandel. Ondertussen wordt de grootste partij van Vlaanderen aangevallen.

Dit ontwerp dient de democratie niet, maar het verkracht ze; dit ontwerp dient de vrije meningsuiting niet, maar het fnuikt ze; dit ontwerp dient het EVRM niet, maar het schendt het; dit ontwerp dient ten slotte Vlaanderen niet, want het verzwakt de politieke slagkracht van Vlaanderen.

Dit ontwerp past in een reeks maatregelen, wetten, procedures en reglementen om het Vlaams Belang het leven moeilijk te maken. Het past in het cordon sanitaire. Een dergelijk cordon sanitaire kan wel rond een partij worden gelegd, maar nooit rond ideeën.

Mevrouw Marie-Hélène Crombé-Berton (MR). - Het is juist dat dit ontwerp slechts een procedurewet is, maar het vormt wel het eindpunt van een evolutie die teruggaat tot de invoering van de overheidsfinanciering van de partijen in 1994. De democratie wacht reeds meer dan tien jaar. Dit is een kleine stap voor de Senaat, een grote stap voor de democratie.

We moeten ons er uiteraard van bewust zijn dat we met de goedkeuring van dit ontwerp het kwaad niet uitroeien, noch het onbehagen of het ongenoegen van al die burgers die zowel in het noorden als in het zuiden van het land voor die partijen stemmen die de vrijheid, hun vrijheid, loochenen. Dat geloven zou noch redelijk, noch verantwoord zijn.

Dit debat geeft alle democratische partijen de gelegenheid zich bewust te worden van de legitimiteit van de door die burgers gestelde vragen en er andere antwoorden op te formuleren dan de verwerping van de andere.

Het is niet onnuttig eraan te herinneren dat de rechtsstaat de ruimte van vrijheid is die steunt op de principes van verdraagzaamheid, maar niet de verdraagzaamheid die grenst aan laksheid en voedsel geeft aan de overtuigingen van hen die haar bestrijden. Tolerantie is het respect voor de fundamentele waarde die gelijkheid is, zonder vooroordelen, zonder inschikkelijkheid ook. Een rechtsstaat is geen staat waar de rechten kunnen worden genegeerd.

De overheidsfinanciering van de partijen, met als tegenwicht de transparantie van de rekeningen en het verbieden van giften door ondernemingen, maakte het ideeëndebat mogelijk en ging in tegen het eenheidsdenken. Ze ging uit van de veronderstelling dat zij die de democratie negeren, niet tegelijk kunnen profiteren van een systeem dat er de grondslagen van wil beschermen. Sommigen zullen zeggen dat we te veel nadruk leggen op symbolen, maar het verleden heeft bewezen dat symbolen soms zwaar doorwegen.

Wij hebben de plicht het collectieve geheugen te bewaren. De grondslagen van onze democratie, vrijheid en gelijkheid, werden in bloed geschreven.

Daarom draag ik deze stemming op aan allen die, gisteren en vandaag, slachtoffer waren en zijn van regimes die het mooiste in de menselijke natuur met voeten treden: het respect voor de andere.

De heer Marc Van Peel (CD&V). - Ons land bestaat al heel lang uit een Nederlandstalig en een Franstalig gedeelte. Dat zal wellicht nog lang zo blijven. Die twee gebieden hebben elk hun eigen publieke opinie die onderling over een aantal dingen nogal van mening verschilt. Daarbij denk ik niet zozeer aan een probleem als Brussel-Halle-Vilvoorde maar wel aan aspecten van het sociaal-economische beleid of het verkeersbeleid bijvoorbeeld. Die tegenstelling maakt het de wetgever niet altijd gemakkelijk.

Een van de hedendaagse maatschappelijke problemen is het migratieprobleem. Het is zowat veertig jaar geleden opgedoken, maar werd toen niet als probleem gepercipieerd. Vandaag is het een gegeven, waarmee we zullen moeten leven, en wat de CD&V betreft, ook willen leren leven. De samenleving wordt kleurrijker.

We kunnen echter niet ontkennen dat migratie ook een aantal maatschappelijke problemen met zich brengt. Die maatschappelijke problemen verwekken onderbuikgevoelens die politiek kunnen worden uitgebuit. In de voorbije decennia werden onze medeburgers geconfronteerd met andere leefgewoonten en mensen die in sociaal bijzonder zwakke posities zijn terechtgekomen en daardoor overlast veroorzaken en zich schuldig maken aan crimineel gedrag. Dat alles wekt nogal eens xenofobe en racistische veralgemeningen op.

Bij ons maar ook in buurlanden zien we dat bepaalde politieke partijen daar groot van worden en dat levert een probleem op voor de democratie. Het is een bijzonder legitieme doelstelling om die partijen te bestrijden. Elkaar bestrijden is overigens het wezen van politieke partijen. Het is bovendien ook legitiem van mening te verschillen over de manier waarop die strijd moet worden gevoerd. Niet legitiem is echter om wie van mening verschilt over de te volgen strategie, te verslijten voor een kloon van degenen die bestreden worden. Dat is me in de voorbije weken overkomen en dat is verkeerd, want het doodt het debat.

Het is mijn innige overtuiging dat het volkomen verkeerd is om zeven parlementsleden de kans te geven een zaak aanhangig te maken bij de Raad van State om te trachten de financiering aan een partij te ontnemen. De consensus daarover in de commissie moet veel breder zijn. Het zegt veel over de volstrekt contraproductieve manier waarop dit debat wordt gevoerd. Vanuit de terechte veroordeling van de onderbuikgevoelens waarop bepaalde partijen teren, vluchten sommigen in hooggestemde idealen om die partijen te bestrijden in de veronderstelling dat het onafgebroken proclameren van die idealen het probleem zal oplossen. De realiteit op het terrein leert ons dat die ontkenningsstrategie vooral een tegenovergesteld effect heeft.

(Voorzitter: mevrouw Anne-Marie Lizin.)

Wat men van het Vlaams Belang ook moge vinden - persoonlijk sta ik mijlenver van dat ideeëngoed -, de partij is er de voorbije twaalf verkiezingen systematisch op vooruitgegaan.

Er wordt nu een politieke strategie uitgewerkt om dat fenomeen in te dijken, namelijk een verdere juridische bestrijding en het afnemen van de financiering. Op die heilloze weg doen we vandaag een nieuwe heilloze stap, want we bedenken een procedure die absoluut niet te verdedigen is, zoals de heer Vandenberghe heeft aangetoond. De democratische partijen maken zichzelf wijs dat ze de democratie op die manier gaan beschermen, terwijl ze net het tegenovergestelde doen. Partijen zoals het Vlaams Belang, het Front national en andere extreem-rechtse partijen zijn groot geworden door bepaalde problemen aan te kaarten - weliswaar op een ontoelaatbare manier - die door de democratische partijen voortdurend werden ontkend.

Een tijd geleden was het not done statistieken over criminaliteit vrij te geven omdat die statistieken zouden hebben aangetoond dat een groot deel van de criminele feiten door allochtonen werd gepleegd. Vandaag tonen de statistieken aan dat onze gevangenissen voor meer dan twee derde door allochtonen worden bevolkt. De manier waarop het Vlaams Blok en andere extreem-rechtse partijen dat probleem aan de kaak stelden, was volstrekt ontoelaatbaar. In hun uitingen en hun pamfletten legden ze immers een rechtstreekse link tussen afkomst en allochtoon-zijn en de criminele feiten. In een eerste fase moffelden de andere partijen die statistieken weg. Omdat het probleem niet openbaar werd gemaakt, bestond het zogezegd niet. Veel beter was geweest het probleem te erkennen en het debat erover aan te gaan zonder uit het oog te verliezen dat heel wat allochtone jongeren sociaal-cultureel en sociaal-economisch een bijzonder kwetsbare groep vormen. Pas toen het debat op dat niveau kwam, kwamen oplossingen in zicht.

Over de aanpak van de criminaliteit zien we wel dat de publieke opinie zoals ze door de democratische partijen wordt verwoord, van mening verschilt in de verschillende landsgedeelten. Alle Vlaamse partijen vinden bijvoorbeeld dat we naar een totaal ander jeugdsanctierecht moeten gaan om het probleem bij de wortel aan te pakken. De minister van Justitie is echter van oordeel dat zulks absoluut niet nodig is en de meeste Franstalige partijen zijn het daarover met haar eens.

Alle Vlaamse partijen hebben al herhaaldelijk bij monde van hun partijvoorzitter verkondigd dat de snel-Belg-wet een slechte wet is, die moet worden gewijzigd omdat ze in geen inburgeringsprocedure voor nieuwe Belgen voorziet. Vrijwel de volledige Franstalige politieke wereld wijst een wetswijziging af. Binnen de Vlaamse politieke wereld bestaat er vandaag een consensus om het kwaad bij de wortel aan te pakken als onderdeel van de strategie om racisme en xenofobie te bestrijden. De Franstaligen hebben uiteraard het recht om er een andere mening op na te houden, maar ze moeten beseffen dat ze ons op die manier beletten het extreem-rechtse gedachtegoed op een efficiënte manier te bestrijden.

Thans wordt er met de `drooglegging' een juridische oplossing voorgesteld. Die weg heeft in het verleden bewezen volstrekt contraproductief te zijn. De voorzitters van de Vlaamse meerderheidspartijen zijn het daarmee eens want toen hen om een reactie werd gevraagd op de veroordeling van het Vlaams Blok wegens overtreding van de racismewet, gaven ze nietszeggende commentaren en verklaarden ze dat het Vlaams Blok langs politieke weg moest worden bestreden. De Vlaamse politieke wereld is zich er goed van bewust dat de wapens die ons - met de beste bedoelingen - worden aangereikt, een tegenovergesteld effect hebben.

Wij betreuren dat er over dit onderwerp geen debat kan worden gevoerd met de Franstalige partijen. De gevolgen van die toestand liggen voor de hand. Zodra dit wetsontwerp wordt goedgekeurd, zullen zeven senatoren in de Controlecommissie betreffende de verkiezingsuitgaven en de boekhouding van de politieke partijen en bij de Raad van State een klacht indienen, wat extreem-rechts weer veel media-aandacht zal opleveren. Voorts zullen we er voor de zoveelste keer in zijn geslaagd bij een groot deel van de Vlaamse publieke opinie de indruk te wekken dat we niet bereid zijn ten gronde in te gaan op de polemiek en de problemen die ontegensprekelijk reëel zijn, effectief aan te pakken. In plaats van ervoor te zorgen dat een vreedzaam samenleven tussen mensen van verschillende overtuiging en afkomst mogelijk is, bestrijden we extreem-rechts door hun financiering af te nemen. De modale Vlaming concludeert daaruit noodgedwongen dat de politieke partijen niet over valabele argumenten beschikken en dat de zogenaamde racisten het bij het rechte eind hebben.

Ik betreur die contraproductieve houding die de Senaat gaat aannemen. Het Vlaams parlement heeft het verstandiger gespeeld. Precies omdat een meerderheid in dat parlement het Vlaams Belang wil bestrijden, wilde het de partij geen geld afpakken. Daarover bestond een grote consensus in Vlaanderen.

Intentieprocessen volgens dewelke de Vlaamse partijen de kerels van het Vlaams belang achternalopen slaan nergens op. De Franstaligen hebben ook problemen met het EVRM. Daar gaat het niet om. Het gaat er wel om dat we een ernstig debat voeren over welke maatregelen efficiënt zijn om te voorkomen dat een bepaald gedachtegoed onze democratie overwoekert. Dat is onze stelling. Wij hoopten daarvoor enig begrip te krijgen. De Vlaamse meerderheidspartijen volgen vandaag echter gewoon de compleet contraproductieve strategie van de Franstaligen.

Wij betreuren dat en hopen dat men inziet dat wanneer een tweederde meerderheid van de controlecommissie nodig is om een klacht in te dienen, elke zweem van twijfel over het bestaan van een politiek intentieproces voor een groot deel zal worden weggenomen. Wij zullen straks bij de stemming nog een ultieme poging doen om dat te bereiken.

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - Andere sprekers hebben al gezegd dat dit debat de voortzetting is van een debat dat lang geleden is begonnen. Artikel 15ter werd in 1999 goedgekeurd. Het voorstel dat we nu behandelen, werd in de Kamer ingediend door mevrouw Gerkens en de heer Eerdekens en werd een jaar geleden in de Kamer goedgekeurd. Ik verwelkom degenen die in dit dossier hun keuze hebben gemaakt en die vandaag een meerderheid mogelijk maken.

Een belangrijk element is de retroactiviteit. Zoals ik in de commissie heb gezegd, en zoals ook andere sprekers op deze tribune hebben verklaard, verandert de naamsverandering niets ten gronde. Hier past amnestie noch amnesie. Deze tekst, die we zonder voorbehoud steunen, maakt het afnemen van middelen mogelijk bij inbreuken op het mensenrechtenverdrag, begaan sinds 1999.

Deze tekst vormt, indien hij wordt goedgekeurd, een belangrijke stap, maar geen eindpunt. De volgende stap is de uitvoering van de besluiten die de regering zal nemen, en de politieke wil die de democraten zullen tonen om het middel te gebruiken dat ons nu wordt geboden.

De tweede stap zal de wijziging van de reglementen van onze parlementaire assemblees zijn, zowel die van de Franse Gemeenschap als die van het Brussels en het Waals Gewest. Wat dat betreft, betreur ik de keuze die in Vlaanderen werd gemaakt. Groen heeft de toepassing van die regels verdedigd in het Vlaams Parlement, maar werd daarin niet gevolgd. Aan Franstalige kant moeten de nodige reglementaire bepalingen worden aangenomen om de financiële middelen van fracties die voorstellen verdedigen die ingaan tegen het Verdrag inzake de mensenrechten, te kunnen afnemen.

Waarom is het nuttig deze wet aan te nemen? Zoals de heer Moureaux het goed heeft verwoord, gebeurt dat om de visie die wij als democraten op de menselijke waardigheid hebben, te verdedigen, om te strijden tegen de banalisering van racistische en xenofobe voorstellen, a fortiori op een ogenblik waarop de zestigste verjaardag van de bevrijding van Auschwitz wordt gevierd, en omdat het schokkend is partijen te financieren die de vrijheid fnuiken. Alles moet worden gedaan opdat zij niet kunnen beschikken over één euro overheidsgeld wanneer zij handelingen stellen of verklaringen afleggen die ingaan tegen het mensenrechtenverdrag. Dat is een principekwestie.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Mevrouw, dat belastinggeld komt ook wel van onze kiezers. Zij zullen het misschien ook choquerend vinden dat een gedeelte van hun belastinggeld naar uw partij gaat.

Mevrouw Isabelle Durant (ECOLO). - De heer Van Peel sprak over objectieve meningsverschillen, over uiteenlopende opvattingen en strategische verschillen. Dat respecteer ik. Ik stel nochtans vast dat sommigen, ook aan Vlaamse kant, hun verantwoordelijkheid willen nemen. Een rekenkundig bezwaar, zoals het probleem van het derde, mag geen hindernis vormen voor een politieke wil of strategie. Rekenkunde mag niet op hetzelfde niveau staan als politiek. Vele burgers van dit land, in Vlaanderen en in Wallonië, hebben petities ondertekend en hebben uiting gegeven aan hun overtuiging. Zij vragen dat wij optreden.

Ik ben dus verheugd dat sommigen hebben gekozen voor actie. Wij moeten de moed hebben om deze tekst goed te keuren, maar ook om hem toe te passen. Onze wetgeving telt meer dan één tekst die nooit werd toegepast. We moeten erop toezien dat deze tekst wel wordt toegepast en dat hij één van de middelen wordt tegen alles wat tegen het verdrag inzake de mensenrechten indruist.

Deze wet is des te belangrijker omdat zij moet zorgen voor solidariteit tussen alle democraten, Frans- en Nederlandstaligen. Laat ons ermee ophouden de verschillen in appreciatie te gebruiken als iets dat ons verdeelt. Ze kunnen ons integendeel verenigen. Deze wet moet ons solidair maken in onze wil om zowel in de samenleving als in de parlementaire assemblees en in alle democratische instellingen een halt toe te roepen aan bepaalde voorstellen die nu met overheidsgeld worden gefinancierd. Wij zullen deze wet dus zonder enige aarzeling goedkeuren.

De heer Hugo Coveliers (VLD). - In het Angelsaksische systeem bestaat bij uitspraken van hoven en rechtbanken de dissenting opinion. De Supreme Court in Amerika, bijvoorbeeld, bestaat uit negen rechters. Soms nemen er zes daarvan een bepaalde beslissing, die dan meestal in Europa wordt afgekeurd, terwijl de drie overige een dissenting opinion geven. Ik ben daar voorstander van. Mijn uiteenzetting moet dus worden beschouwd als de liberale dissenting opinion. Ik geef die opinie namens mezelf en ook namens mijn collega Jean-Marie Dedecker, die op het ogenblik voor de Senaat in India verblijft. Toch neem ik alle verantwoordelijkheid voor deze dissenting opinion op mij.

Bij het uiten van zo'n opinie moet men zich altijd wapenen en ervoor zorgen dat men zich baseert op autoriteiten. Ik citeer dus uit het boek `Angst, afgunst en het algemeen belang', dat ons aller Guy Verhofstadt in 1994 schreef. "Waarom het recht niet geven om een deel, zeggen we 20%, van de door hem betaalde belasting naar eigen inzicht te bestemmen? Op zijn aangifteformulier zou een vakje moeten voorkomen waarop hij een som kan invullen voor Artsen Zonder Grenzen, Greenpeace, de Vlaamse Opera, het Stedelijk Museum, een te restaureren monument, noem maar op. Wie weet zal de burger ook zijn ideologische zuil steunen, zijn kerk of vakbond. Dat zal dan ten minste vrij democratisch in zijn werk gaan en niet volgens de ongrijpbare voorschriften van de politieke wereld".

Een principewet zonder procedure is erg, maar een procedurewet zonder principes, zoals dit wetsontwerp, is nog veel erger. Marcel Storme heeft daarover een boek geschreven: `Mijmeringen van een gepensioneerd hoogleraar'. Ook de heer Delpérée zou dat kunnen doen, in de plaats van zich prejudicieel uit te spreken. Door dat wel te doen, heeft hij het zichzelf immers onmogelijk gemaakt om zitting te hebben in de commissie. Hij zal dus moeten worden gewraakt bij een eventuele beslissing.

De bedoeling van dit wetsontwerp bestond erin de factoren die destijds corruptie in de hand werkten, zoals stortingen van bedrijven die deels naar een politicus en deels naar de partij gingen, te voorkomen. Daarom werden de partijen eigenlijk omgevormd tot parastatale instellingen, die geld krijgen en dat naar eigen inzicht kunnen besteden. Ze moeten wel een openbare boekhouding voeren. Dat is het verschil met de vakbonden, die ook veel geld krijgen, maar geen openbare boekhouding moeten voeren.

Een liberaal systeem zou erin bestaan dat de mensen vrij kunnen kiezen naar welke partij hun belastinggeld gaat. Voor wie geen beslissing kan nemen, kan de verdeling gebeuren volgens het aantal stemmen van de politieke partijen. Het stoot mij voor de borst dat met dit ontwerp de grootste partij in Vlaanderen wordt geviseerd, een partij die waarschijnlijk veel meer belastingbetalers telt dan de grootste partij in Wallonië. Al die mensen in Vlaanderen die belastingen betalen, zullen dat opnieuw aanvoelen als een transfer. Dan kan weer iemand met bestelwagens naar Wallonië rijden, wat opnieuw aanleiding kan geven tot een klacht wegens racisme.

In dit ontwerp wordt het strafrecht, waarvan de ethische waarde zeer beperkt is, zoals professor Van Neste schrijft, oneigenlijk gebruikt. Er wordt immers strafrechtelijke bevoegdheid gegeven aan een administratief rechtscollege en er worden een aantal voorschriften gemaakt die eigenlijk ingaan tegen het Europees Verdrag voor de rechten van de mens. Ik word als verkozen senator gediscrimineerd, want ik mag niet mede bepalen wie wordt vervolgd, terwijl de heer Delpérée, die al gezegd heeft wat hij zal doen, dat wel mag. Ik kan dus een procedure voor het Arbitragehof inleiden.

Bovendien gaat het hier om opiniedelicten. Ik ben het niet eens met een aantal standpunten van het Vlaams Belang, maar wanneer men op dit gebied iets zegt, wordt men vrij snel een fascist genoemd. Ik voel mij echter in goed gezelschap, want in een recent debat dat ik met de heer Moureaux had in Anderlecht, werd hij ook voor fascist uitgescholden. Hij heeft die man op zijn beurt ook voor fascist uitgescholden. Wanneer men geen argumenten meer heeft, doet men zoiets gemakkelijk.

Dit wetsontwerp gaat over opiniedelicten. De heer Eerdekens, die inmiddels Waals minister van Sport is, heeft het over iets waartegen men zich kant, dus over een opiniedelict en niet over een daad. Het gaat bijvoorbeeld niet over de moord op een gewezen partijvoorzitter. Het gaat ook niet over de veroordeling wegens corruptie van een gewezen partijvoorzitter. Het gaat wel over aanwijzingen dat iemand tegen het EVRM gekant is. Daar heb ik vragen bij. Is het feit dat iemand koketteert met een dictator als Fidel Castro, dat iemand op bezoek gaat naar Noord-Korea of op berenjacht in Wit-Rusland, het meest autoritaire regime van Europa en volgens mevrouw Rice zelfs een schurkenstaat, dan ook geen aanwijzing dat die persoon tegen het EVRM gekant is?

Het is de bedoeling van de indieners van het voorstel het Blok, of - zo men wil - het Belang, te pakken, zoals collega Van Peel zei. Omdat ze daar niet in slagen met politieke argumenten, doen ze het door het Vlaams Belang geld af te pakken.

Het stoort mij dat er opnieuw geld van één miljoen Vlaamse belastingbetalers wordt afgepakt, terwijl er veel geld gegeven wordt aan een aantal Franstalige partijen die dat evenmin verdienen. Want wat is het verschil tussen het bekritiseren van een arrest van het Hof van Cassatie en het bekritiseren van een arrest van de Raad van State? Is het niet even inciviek over een arrest van de Raad van State te zeggen: `Ce n'est qu'une chambre flamande'? Waarom moet een partij die dat zegt, dan nog geld krijgen als ze evenzeer discrimineert?

Er zijn nog andere zaken waartegen ik bezwaren heb, zoals de procedure. Gaat het over een inquisitoire of een accusatoire procedure? In het zeer degelijke verslag van collega Noreilde vind ik dat niet terug. Indien het om accusatoire procedure gaat, waar halen die zeven leden van dit huis, met de bevooroordeelde professor Delpérée op kop, dan het recht om een onderzoek te doen? Waar halen ze het recht om de resultaten van hun onderzoek als objectief te beschouwen? En waar is de controle van de onafhankelijke rechter, die het EVRM vereist? Of gaat de commissie, die politieman wil spelen, controle dulden van het Comité P?

Dit is inderdaad een tekst zonder principes, zoals mevrouw Defraigne zei, maar hij druist bovendien zelf in tegen het EVRM. In Vlaanderen zal de publieke opinie zich afvragen waarom dat nu moet gebeuren? Klopt het niet wat de heer Van Peel in de commissie zei, namelijk dat de PS, die in België niet langer de grootste partij is, want het Vlaams Belang is groter, er alle belang bij heeft de andere Vlaamse partijen zo te verzwakken en dat ze dit op een perfide wijze tracht te bereiken door het Vlaams Blok te diaboliseren, waardoor die partij in zijn slachtofferrol steeds nieuwe electorale successen kan boeken?

Ik heb er ook bezwaar tegen dat zeven leden van de commissie Franstalig zijn. Welk beeld zal men in Vlaanderen krijgen wanneer die commissie op vraag van de PS het Vlaams Belang strafrechtelijk of administratiefrechtelijk zal vervolgen?

Zou het misprijzen voor de Vlaamse eisen, bijvoorbeeld de eisen van de Vlamingen in Brussel, waar ook het EVRM wordt overtreden, ... (De heer Delpérée knikt ontkennend) Mijnheer Delpérée, professor Tanghe van de Universiteit Antwerpen schrijft dat wie altijd alleen maar zichzelf gelijk geeft, helemaal niet tolerant is.

Waarom moet deze wet er nu precies komen, nu de onverwijlde splitsing van het arrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde, bevolen in het arrest van het Arbitragehof - toch even eerbiedwaardig als het Hof van cassatie en de Raad van State - en opgenomen in het regeerakkoord van de Vlaamse regering, op de agenda staat? Waarom willen de Franstaligen precies nu deze eis doordrukken? Als liberaal kan ik dit niet goedkeuren.

Ik heb nog een laatste technisch argument. Er is inderdaad niet in een verjaringstermijn voorzien. Zou dat ook geen reden zijn tot verbreking door het Arbitragehof? Dit is de enige wil van de PS die als misdrijf wordt gekwalificeerd, maar waarop geen enkele verjaringstermijn staat. We zouden eens moeten nagaan wat allemaal gedaan en gezegd werd sinds 1989. Zeven Vlaamse parlementsleden zouden dan wellicht ook een procedure kunnen opstarten die aanleiding zou kunnen geven tot het afnemen van subsidies.

De collega's die dit wetsontwerp zullen goedkeuren, zijn hypocriet. Ik ben bereid om te zeggen dat een aantal ideeën van het Vlaams Belang fout zijn. Ik ben echter niet bereid om als een idioot achter de eisen van de PS aan te lopen die alleen maar het succes van het Vlaams Belang in de hand zullen werken, zodat het cordon sanitaire zelfs niet meer nodig zal zijn omdat de andere partijen in de minderheid zullen zijn.

Ik citeer tot slot de klassiek-liberale denktank Nova Civitas, die zegt dat dit ontwerp niet Vlaams, niet liberaal en niet democratisch is, maar verkeerd, links en dom. Verkeerd, omdat men de democratie moet respecteren en men dat niet doet. Links, omdat de VLD opnieuw het spel meespeelt van de PS en de SP.A, die van Vlaanderen en Wallonië opnieuw een DDR après la lettre willen maken. Dom, omdat men opnieuw het Vlaams Belang in de martelaarsrol zal plaatsen.

Op 12 december 2003 heb ik tijdens mijn laatste speech als fractievoorzitter gezegd dat men niet moest komen janken wanneer in juni bij de Vlaamse verkiezingen het Vlaams Belang opnieuw een grote overwinning zou boeken. Nu zeg ik dat als men zo voortdoet, men het de Antwerpenaar niet kwalijk kan nemen als hij in oktober 2006 het cordon overbodig maakt.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Ik heb in dit debat al zeer interessante betogen gehoord; vooral de juridische thesis over de heer Delpérée van de heer Coveliers kon mij bekoren.

Er zijn geen Waalse partijen die plotseling de nood voelen om het Vlaamse volk te beschermen tegen de grote boze wolf die het Vlaams Belang zou zijn. Dit geldt zeker niet voor de partij van mevrouw Durant, die maar een vijfde van de stemmen heeft gehaald die mijn partij heeft gehaald. Sinds mijn intrede in de Senaat in 1989 geloof ik niet meer in dergelijke heilige ethische principes. Wel geloof ik in de achterliggende bedoeling dat sommige partijen met de uitschakeling van het Vlaams Belang een politieke tegenstrever willen uitschakelen die het thema van de onafhankelijkheid hoog op de politieke agenda heeft geplaatst.

De grote vrees van de Waalse partijen dat Wallonië ooit zichzelf zou moeten besturen en dat ze voor hun eigen financiële verantwoordelijkheid zouden worden geplaatst, is de achterliggende reden van dit wetsontwerp. De vrees dat Wallonië niet langer zal kunnen vegeteren op Vlaamse kosten heeft vooral de PS op de kast gejaagd. De PS beantwoordt immers volledig aan de uitspraak van een voormalige Duitse bondskanselier dat men beter een hongerige herdershond naast een smakelijke Bockwurst kan zetten dan een socialist naast geld dat niet van hem is. Onder druk van de PS zijn de andere Waalse partijen mee gehuppeld en ook de SP.A collaboreert mee teneinde de geldtransfers naar Wallonië te beschermen.

Gelukkig vormen de Vlamingen nog altijd de meerderheid in dit land. Mocht dat niet het geval zijn, dan zou ik al lang in de gevangenis zitten wegens mijn politieke overtuigingen, net zoals de Ierse en de Baskische nationalisten.

Zelfs wanneer de socialisten zouden dromen van een nieuwe repressie waardoor ze de Vlaams-nationalisten zouden kunnen opsluiten, dan nog zal de onafhankelijkheidsidee blijven groeien.

Volgens mij doen de Waalse partijen met de indiening van het wetsontwerp niet alleen een poging om de geldstromen naar Wallonië nog enkele jaren te kunnen behouden, maar ook een doorzichtige poging om alle Vlamingen te stigmatiseren. Alle Vlamingen moeten van zichzelf zeggen dat ze racisten of zelfs fascisten zijn. De Waalse vertegenwoordigers kunnen zichzelf dan het odium van antiracisme aanmeten.

Wallonië weet dat een ultieme conferentie over de boedelscheiding onafwendbaar is. Uit alles blijkt dat die boedelscheiding er vroeg of laat komt. Zo wees collega Van Peel er nog op dat er twee totaal uiteenlopende denkrichtingen en culturen bestaan in dit land. Een partij die tot enkele decennia geleden volledig unitaristisch was, geeft nu toe dat er twee culturen samengebald zijn in één land!

Op die onafwendbare conferentie wil Wallonië worden geconfronteerd met een beschaamd en onderdanig Vlaanderen dat zou moeten instemmen met een verdeling van de gigantische staatsschuld op basis van de bevolkingscijfers. Professoren hebben berekend dat de staatsschuld van om en bij de 10.000 miljard Belgische frank voor 60% gegenereerd werd door Wallonië, voor 30% door Vlaanderen en voor 10% door Brussel. Wallonië kan enkel ontkomen aan het elementaire principe dat de schuldenaar betaalt, als Vlaanderen wordt verlamd door een - aangeprate - aanval van collectieve zelfbeschuldiging.

Het Vlaams Belang staat dat in de weg. Het Vlaams Blok, onze voorganger, zorgde ervoor dat één miljoen Vlamingen de eis voor een eerlijke verdeling van de middelen steunden. Het Vlaams Belang, overnemer van die rechten, plichten en eisen, draagt die eis verder uit. Daarom en daarom alleen moet het wetsontwerp door de strot van de Senaat worden geduwd en moeten er sancties volgen tegen de partij die de Waalse grijplust durft aan te klagen.

Ik verkondig dat hier met zoveel klem, omdat ik de verkiezingsprogramma's heb gelezen. Die moeite zou iedereen eens moeten doen. In het verkiezingsprogramma van de Parti socialiste staat dat mijn partij de toegang moet worden ontzegd tot de openbare media, dat elke subsidiëring ons moet worden ontnomen, dat het ons onmogelijk moet worden gemaakt te genieten van de openbare steun aan het onderwijs, de pers, de persoonsgebonden materies, de eredienst, de niet-confessionele filosofie. Ons moet ook het recht worden ontzegd deel te nemen aan raadplegingen of onderhandelingen met betrekking tot de arbeidsverhoudingen. In het verkiezingsprogramma van de Parti socialiste staat dus de - ongrondwettelijke - burgerlijke dood ingeschreven. Al wie op gezag van de Parti socialiste wordt uitgeroepen tot racist, wordt tot die burgerlijke dood veroordeeld. De Grondwet is voor de Parti socialiste totaal onbelangrijk. Het is natuurlijk heel eenvoudig te verklaren niet te willen praten met racisten en dan achteraf zelf te bepalen wie de racisten zijn. Dat is eenvoudig en dodelijk voor elk gesprek.

Dat programma over de burgerlijke dood voor de Vlaams nationalisten wordt hier goedgekeurd en uitgevoerd door het wetsontwerp. Alle jaknikkers, Vlamingen en Franstaligen, die dit ontwerp goedkeuren, legitimeren daarmee het exclusieve PS-recht op het bepalen van wat goed en kwaad is. Wie nu dit ontwerp goedkeurt, is het meteen ook eens met het stelling dat alleen de PS het geweten van het land is en mag bepalen wie goed of fout is. Vandaag zijn de nationalisten fout, maar morgen zijn dat de christen-democraten en overmorgen de liberalen.

We mogen de mogelijkheid niet uitsluiten dat de regering eerstdaags valt, struikelt over de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde. De PS houdt daar nu rekening mee - daarom moet dit ontwerp met zoveel spoed door de Senaat worden gejaagd - en start nu al haar verkiezingscampagne. De Vlaamse partijen die straks bij de stemming manifest zullen collaboreren met de PS, zullen daarvoor bij de verkiezingen worden afgestraft. De Waalse partijen die zich als slippendragers van de Parti socialiste gedragen - ook de partij van de heer Delpérée - zullen moeten vaststellen dat een kopie nooit het origineel kan vervangen. Dat hebben we zelf ondervonden. De winsten voor deze campagnestunt zullen enkel naar de Parti socialiste gaan, niet naar de jaknikkers en slippendragers.

De heer Francis Delpérée (CDH). - Ik ben in staat zelf te denken. Ik heb de goede raad van het Vlaams Belang niet nodig.

De heer Wim Verreycken (VL. BELANG). - Ik begrijp dat de heer Delpérée geen raad nodig heeft. Hij moet wel geniaal zijn als ik de omvang van zijn partij zie. Daarnet heb ik nog de genialiteit van mevrouw Durant moeten toejuichen, lid van een partij die van een belangrijke vertegenwoordiging geslonken is tot twee armzalige senatoren. De partij van de heer Delpérée voor wie ik nog altijd zal buigen als hij hier alleen zal zitten, zal verschrompelen omdat ze zal worden opgeslorpt door het origineel.

In de jongste versie van de internetpetitie van klein-links tegen de partijfinanciering van het Vlaams Belang staan prachtige namen, onder meer Mieke Bla-bla, Mieke Boem-boem, Kemal Atatürk, mijnheer De Winter, mijnheer Annemans. De handtekeningen zijn blijkbaar erg betrouwbaar! De petitie werd door 57.000 personen ondertekend. Indien ik de rekenkunde volg van een zekere SS uit Hasselt, die stelde dat 75% van de Vlamingen tegen het Vlaams Blok stemde, dan kom ik tot de vaststelling dat 5.950.000 Vlamingen vragen de partijfinanciering van het Vlaams Belang niet in te trekken.

Ik sluit me dus graag aan bij deze overweldigende meerderheid en vraag het wetsontwerp weg te lachen.

Regeling van de werkzaamheden

De heer Patrick Dewael, vice-eerste minister en minister van Binnenlandse Zaken. - Ik weet niet wat precies werd overeengekomen, maar ik heb om 12.30 uur een afspraak met EU-commissaris Frattini. Zal ik een ander regeringslid vragen om mij te vervangen of wordt het debat deze namiddag hernomen?

De voorzitter. - Er moet alleszins een lid van de Regering aanwezig zijn.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Wanneer wordt de vergadering geschorst? Om halfeen is er een vergadering van het Bureau.

De voorzitter. - We zullen de sprekerslijst vanochtend afwerken.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - We gaan toch het Bureau niet laten vergaderen terwijl de plenaire vergadering nog bezig is.

De heer Paul Wille (VLD). - Dat is nog gebeurd.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Dat is mogelijk, mijnheer Wille, maar het is niet ernstig.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het gaat hier niet om filibusteren of het bemoeilijken van de besprekingen. We kunnen misschien de vergadering om 13 uur schorsen en deze namiddag het debat voortzetten.

De voorzitter. - We zullen de vergadering om 13 uur schorsen en om 14.30 uur hervatten.

(Instemming)

Wetsontwerp tot wijziging van de gecoördineerde wetten op de Raad van State van 12 januari 1973 en van de wet van 4 juli 1989 betreffende de beperking en de controle van de verkiezingsuitgaven voor de verkiezingen van de federale kamers, de financiering en de open boekhouding van de politieke partijen (Stuk 3-515)

Voortzetting van de algemene bespreking

Mevrouw Nele Jansegers (VL. BELANG). - Vorige week, toen dit wetsontwerp in de commissie werd besproken, hebben we getracht ons vreemdelingenstandpunt voor te stellen. De commissievoorzitter liet dit echter niet toe. Bovendien waren de commissieleden niet geïnteresseerd. Het verbaast ons niet. De traditionele partijen zijn immers niet geïnteresseerd in wat wij over het vreemdelingenbeleid zeggen. Als we iets zeggen is het sowieso altijd mis. Het liefst van al wil men over dit thema gewoon zwijgen en doen alsof er geen problemen zijn.

Ik vat het standpunt van het Vlaams Belang kort samen. De overheid moet in de eerste plaats voor haar eigen onderdanen zorgen. Daarom moet een streng, maar rechtvaardig vreemdelingenbeleid worden gevoerd en moeten aan nieuwkomers duidelijke voorwaarden worden opgelegd. Alleen op die manier kan men de rechten van de eigen bevolking garanderen en bereidwillige nieuwkomers echte kansen bieden. Dat is niet gebeurd. De overheid liet het probleem verrotten.

Wie niet van kwade wil is, weet dat onze kritiek zich altijd in de eerste plaats op de overheid richtte en niet op de vreemdelingen zelf. Wie kan het iemand kwalijk nemen dat hij naar een beter leven zoekt? Wie kan het iemand kwalijk nemen dat hij liefst met zijn hele familie in één wijk samenwoont?

Wie kan het iemand kwalijk nemen dat hij zich niet aanpast aan de geldende gebruiken en wetten, als niemand hem dat vraagt, als bovendien de Franstaligen in dit land zich boven de wet stellen en geen enkele afspraak nakomen die ooit met de Nederlandstaligen werd gemaakt? Ik denk bijvoorbeeld aan de taalwetten, de faciliteitenregeling, aan Voeren, Komen, Brussel-Halle-Vilvoorde... Hoe kan men dan van nieuwkomers eisen dat zij zich aan onze wetten houden en bepaalde afspraken respecteren? Hoe kunnen we van hen vragen ons te respecteren, als de Vlamingen op geen greintje respect van de Franstaligen in dit land kunnen rekenen?

Een streng maar rechtvaardig vreemdelingenbeleid zorgt ervoor dat degenen die niet bereid zijn om zich in te schakelen in onze samenleving, er ook niet meer in toegelaten worden. Zo worden degenen die de keuze hebben gemaakt om hier te wonen, leven en werken en zich inspannen om die moeilijke maar noodzakelijke aanpassing te doen, niet over één kam geschoren met de onwilligen. Integratie met behoud van de eigen cultuur is een contradictio in terminis: wie als Vlaming vroeger in Wallonië ging werken, heeft Frans geleerd, zijn kinderen zijn vandaag Walen; wie als Vlaming morgen naar Amerika verhuist, wordt een Amerikaan. Het niet verloochenen van zijn afkomst of zijn roots is iets heel anders dan het in stand willen houden van zijn eigen cultuur en gebruiken of het willen opleggen van de eigen normen aan de bevolking van het land waar men is gaan wonen.

Dit zijn standpunten van het gezond verstand, die door een grote meerderheid van de Vlamingen worden aanvaard. Wie dat betwist, moet wat meer onder de mensen komen. De kreetjes van geveinsde en selectieve verontwaardiging in de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden vorige week hebben dan ook weinig indruk gemaakt.

Wij weten, net als iedereen, dat ons vreemdelingstandpunt helemaal niet de echte reden voor het wetsontwerp van de heer Eerdekens is. De heer Eerdekens bewees deze week nog maar eens hoe lichtzinnig hij mensen beschuldigt en dat hij er absoluut geen benul van heeft wat volgens de wet mag en niet mag.

De echte reden van dit ontwerp is geld. Op korte termijn misschien dat van het Vlaams Belang, op lange termijn dat van Franstalig België. België sneuvelt op het ogenblik dat Wallonië één eurocent moet transfereren naar Vlaanderen. Dat is de conclusie van professor Juul Hannes. Zijn jarenlange studies bewezen dat Vlaanderen al sinds 1983 geld naar Wallonië transfereert. Hij bewees ook dat de stelling die in 2000 door Gérard Deprez in Le Soir werd gelanceerd een manifeste en perfide leugen is. Die beweerde namelijk dat "pendant une période proportionnellement plus longue que la période actuelle, c'est la Wallonie qui a transféré ses richesses à la Flandre".

In de 19de eeuw was Vlaanderen veel armer dan Wallonië en toch was de omvang van de transfers nooit zwaarder dan in de jaren '40 en '50 van die eeuw. Zelfs toen er in Vlaanderen een massale sterfte was door hongersnood, bleven de transfers doorgaan. De studie van professor Hannes is bekend. Zijn cijfers werden berekend en herberekend door de KBC, door Abafim en deze zijn eveneens bekend. De 40 miljoen euro die ons land het voorbije weekend verzamelde voor de slachtoffers van de tsoenami in Azië zijn peanuts in vergelijking met het waanzinnige en kolossale bedrag van de verplichte Vlaamse `solidariteit' met Wallonië.

De heer Moureaux verbaasde zich dat wij de PS zo veel macht toeschreven. Als u zo veel macht heeft, mijnheer Moureaux, dan komt dat in de eerste plaats door de onmacht van de Vlamingen, door de onmacht van de meerderheid van dit land, die toelaat dat een arrogante Franstalige minderheid dit land blijft besturen. Als u macht heeft, dan is het omdat Vlaamse politici platbroeken zijn, die toelaten dat u de boel chanteert en de miljardendiefstal jaar na jaar kan blijven organiseren.

Is Wallonië beter geworden van die massale Vlaamse financiële instroom? Wat is er met al die middelen gebeurd? Als we geld inzamelen voor Azië wil iedereen weten waarvoor dat geld precies zal worden gebruikt, maar als dat geld naar onze zuiderburen gaat, is dat blijkbaar niet nodig. Ook daarover mag er niet worden gesproken.

Dit wetsontwerp heeft enkel en alleen te maken met het succesverhaal van een partij die in de eerste plaats opkomt voor Vlaams zelfbestuur, voor Vlaams geld in Vlaamse handen en voor een Vlaams beleid voor Vlaanderen. De Franstaligen weten dat als zij ooit met het Vlaams Belang aan een onderhandelingstafel moeten zitten, zij de echtscheiding zullen moeten tekenen. Dat wij niet - zoals de andere Vlaamse partijen - naar een onderhandelingstafel komen met een tas vol compromissen en toegevingen, maar met een tas vol eisen en onverzettelijkheid.

De PS wint vandaag een veldslag en zal misschien op termijn onze partijfinanciering kunnen afpakken. De tijd zal uitwijzen wie de oorlog zal winnen. Wij zijn er alleszins van overtuigd dat het einde van dit corrupte en onrechtvaardige België in zicht is en we zullen er alles aan doen opdat de waanzinnige, door niets te verantwoorden, onrechtvaardige miljardenstroom van Vlaanderen naar Wallonië ophoudt.

(Voorzitter: de heer Staf Nimmegeers, eerste ondervoorzitter.)

De heer Yves Buysse (VL. BELANG). - Na dertig jaar integratiebeleid moeten we het volgende constateren: een derde van de niet-westerse immigranten is afhankelijk van een uitkering en heeft een structurele achterstand in scholing; niet-westerse immigranten zijn oververtegenwoordigd in de statistieken van de criminaliteit en jeugdcriminaliteit en in de statistieken van vroegtijdige schoolverlaters; de overgrote meerderheid van de niet-westerse migranten is georiënteerd op de landen van herkomst en is in sociale contacten op mensen van de eigen groep gericht.

Dat alles blijkt uit de woonkeuze, de partnerkeuze, de voorkeur voor het vakantieland en economische investeringen in het land van herkomst; de kernnormen en -waarden die in ons land gelden worden impliciet en steeds vaker ook expliciet afgewezen. Met name onder moslims - zelfs onder hen die voldoende economisch geïntegreerd zijn - worden opvattingen gehuldigd, al dan niet met religie verbonden, die in strijd zijn met de kernnormen van onze samenleving; de grote steden kampen mede onder druk van grote concentraties migranten met onveilige en verloederde wijken; het draagvlak voor de aanvaarding van niet-westerse immigranten door de autochtone landgenoten is duidelijk afgenomen en dreigt nog verder af te brokkelen; het falende integratiebeleid komt niet tegemoet aan de reële angst voor verloedering en criminaliteit waardoor er sociale en politieke instabiliteit in de samenleving ontstaat; de cohesie van de samenleving neemt mede af omdat vele niet-westerse migranten geen verplichtingen voelen ten opzichte van een samenleving die niet op de eigen groepswaarden is gebaseerd. De ontvangende samenleving wordt slechts als instrument beschouwd om er zelf op vooruit te gaan; er is een `witte' vlucht uit grote steden en zelfs voorsteden naar minder verstedelijkte delen van het land.

Dat is verstandige praat. Het zou, op punten en komma's na, uit een brochure van het Vlaams Belang kunnen komen, maar het zijn letterlijke citaten uit de nota over het integratiebeleid van de Nederlandse zusterpartij van de VLD, de VVD. Deze Nederlandse liberale partij maakt een analyse die in ons land enkel door het Vlaams Belang wordt gemaakt, en heeft er als regeringspartij mede voor gezorgd dat het huidige asiel- en integratiebeleid in Nederland als voorbeeld voor de meerderheid in ons land kan dienen.

Het huidige beleid in Nederland komt niet zomaar uit de lucht gevallen. Het is het gevolg van een realistische kijk op de zaak door de grote Nederlandse partijen. De meerderheidspartijen in ons land stoppen beter met zich blind te staren op de opeenvolgende reeks van verkiezingsoverwinningen van het Vlaams Belang en nemen beter een voorbeeld aan wat hun zusterpartijen in Nederland over bepaalde vreemdelingendossiers zeggen. Ik doel niet op de standpunten van de vertegenwoordigers van de Lijst Pim Fortuyn of van de groep rond Geert Wilders. Ik heb het gewoon over de beleidsvoorstellen van de VVD, de CDA en D66.

De Nederlandse beleidsmaatregelen hebben hun effect zeker niet gemist. Volgens de cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek zijn het aantal naturalisaties in Nederland in 2003 immers bijna gehalveerd ten opzichte van 2002. In 2003 kregen slechts 24.579 vreemdelingen de Nederlandse nationaliteit, terwijl dat er in 2002 nog 41.879 waren. In België wordt de snel-Belgwet nog steeds toegepast, niettegenstaande de verkiezingsbeloftes van bijna alle Vlaamse partijen om de wet zo vlug mogelijk bij te sturen.

Nederland is niet het enige Europese land waar de beleidsmakers de jongste jaren de ogen hebben geopend voor de problemen en tot handelen zijn overgegaan. Heel wat landen zien wel in dat gezinshereniging als één van de belangrijkste immigratiekanalen moet worden aangepakt. Op de gezinshereniging rust in dit land echter nog steeds een taboe.

Sinds 2003 kondigt minister van Binnenlandse Zaken strengere maatregelen aan: we zouden eens zien wat we zouden zien... De voorbije drie jaar werd de wetgeving op dit vlak gewijzigd in Denemarken, Duitsland, Oostenrijk, Frankrijk, Italië, Groot-Brittannië, Spanje en Portugal.

In Denemarken werd de gezinshereniging het sterkst beperkt. De details hierover staan te lezen in het verslag van de commissie. Vandaag plukken de Denen de vruchten van hun beleid en de minderheidsregering, die de steun heeft van de verstandig rechtse oppositie, zal bij de aanstaande verkiezingen wellicht bekrachtigd worden door de Deense kiezers.

De jongste maanden zijn er overigens een aantal opvallende uitspraken van beleidsmakers in andere Europese landen te noteren. Zo oogstte Otto Schily in Duitsland onlangs nog een storm van politiek correct protest toen hij in navolging van de Britse premier Blair pleitte voor de oprichting van opvangcentra voor politieke vluchtelingen in eigen regio, en dus niet in Duitsland. Voor alle duidelijkheid, Schily is geen rechtse rakker, maar wel één van de voormalige advocaten van de Rote Armee Fraktion en tegenwoordig socialistisch minister van Binnenlandse Zaken.

Ook Helmut Schmidt deed zijn duit in het zakje. Eind november stelde de voormalige socialistische kanselier in een interview dat een democratische maatschappij maar moeilijk verenigbaar is met het multiculturele concept. Ik citeer: "Misschien op lange termijn. Maar als men vraagt waar multiculturele maatschappijen tot op heden hebben gefunctioneerd, komt men al snel tot het besluit dat ze enkel daar vreedzaam functioneren waar de staat op een autoritaire wijze wordt geregeerd." "In zoverre", zo voegde hij eraan toe, "was het een fout dat we in het begin van de jaren '60 gastarbeiders uit vreemde culturen naar ons land hebben gehaald."

Zo kom ik tot één van de meest essentiële vaststellingen in de discussie rond dit wetsontwerp. De standpunten van de grootste partij van dit land, de vertegenwoordiger van de grootste groep belastingbetalers, worden verketterd en bestreden en moeten dienen om haar partijfinanciering af te nemen. In vele van de ons omringende landen zijn diezelfde standpunten echter wel bespreekbaar. Meer nog, in een aantal Europese landen zijn die standpunten opgenomen in beleidsvoorstellen of worden ze gewoon uitgevoerd. Nochtans hebben ook die landen het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en al zijn protocollen goedgekeurd.

In Nederland blijft het integratiedebat in volle hevigheid woeden. Uit de vele artikels en beschouwingen die hierover de voorbije weken en maanden te lezen waren, viel alvast één uitspraak te noteren. Ik citeer: "Wie niet met de Nederlandse samenleving wil meedoen, kan beter zijn koffers pakken." Die uitspraak laat niets aan duidelijkheid te wensen over. Kwam ze uit de mond van iemand van het Vlaams Belang dan zou hij wellicht vervolgd worden op grond van voorliggend wetsontwerp. De uitspraak is echter niet van Geert Wilders of Hilbrand Nawijn, maar wel van Ahmed Aboutaleb, wethouder in Amsterdam en bevoegd voor Onderwijs en Integratie.

De voorzitter. - We zetten onze werkzaamheden voort vanmiddag om 14.30 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 12.40 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: mevrouw Anseeuw, om gezondheidsredenen, de dames Bouarfa, Derbaki Sbaï en Van dermeersch, wegens andere plichten, de heren Collas, Dedecker, Destexhe, Mahoux, Steverlynck, Van den Brande en Willems, met opdracht in het buitenland.

-Voor kennisgeving aangenomen.