4-56

4-56

Belgische Senaat

4-56

Handelingen - Nederlandse versie

MAANDAG 5 JANUARI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING


Waarschuwing: de blauwe kleur geeft aan dat het gaat om uit het Frans vertaalde samenvattingen.


Bespreking van de verklaring van de regering

Regeling van de werkzaamheden

Berichten van verhindering

Bijlage


Voorzitter: de heer Armand De Decker

(De vergadering wordt geopend om 14.35 uur.)

Bespreking van de verklaring van de regering

De heer Joris Van Hauthem (VB). - In zijn repliek na de bespreking van de regeerverklaring in de Kamer zei de premier dat we geen spektakel moeten verwachten en dat de oppositie weinig nieuws had verteld. Ten eerste antwoord ik daarop dat we van de premier geen spektakel verwachten omdat de meerderheid daar wel voor zorgt. Ten tweede stel ik vast dat de premier zelf bijzonder weinig nieuws vertelde, op een paar punten na die men moeilijk als banaal kan afdoen, maar daar kom ik later op terug.

De verklaring van de premier komt samengevat hierop neer: we doen voort zoals we bezig waren en men zal wel zien wat er te zien valt; laat me doen en stel vooral niet te veel vragen. Dus blijven we onvoldaan.

De regering heeft terecht gesteld dat we de ergste financiŽle crisis meemaken sinds de jaren dertig. De nadelige economische gevolgen daarvan moeten zich zelfs nog laten voelen. We weten ook wel dat een land op zich daar niet tegenop kan. Maar spijtig genoeg hebben we zelfs geen spoor van enige visie over de structuur van het wereldwijde financiŽle kapitalisme gehoord of gelezen. We weten niet hoe de regering daarover denkt. Hoe komt het dat financiŽle markten en transacties steeds virtueler worden? Hoe komt het dat ze verder dan ooit verwijderd zijn van de economische realiteit? Hoe kan het dat, ondanks de bestaande regulering, ook Belgische banken zich hebben laten verleiden tot en meeslepen in financiŽle avonturen waarvan men dacht dat ze hier eigenlijk niet mogelijk waren. Hoe zullen we het hoofd bieden aan de gevolgen van de bancaire en economische crisis?

Eťn ding is zeker. Los van het feit dat we een open economie zijn, die afhankelijk is van wat zich op internationaal vlak afspeelt, is het duidelijk dat de federale overheid de crisis niet aankan en dat ook nooit zal kunnen. Er zijn immers niet alleen maatregelen nodig, maar ook geld daarvoor en dat geld is er niet meer, onder meer door de financieringswet die de federale staat helemaal heeft uitgekleed. In die context kan de federale overheid alleen opereren door vandaag zwaar in het rood te gaan en op die manier ook de komende generaties opnieuw op te zadelen met een structurele schuld die hoe dan ook door iemand zal moeten worden betaald. De federale staat is op zijn limieten gestoten, maar wil het blijkbaar niet geweten hebben.

Ik wil iedereen hier de lectuur aanbevelen van The Size of Nations, een boek uit 2003 van de economen Alberto Alesina en Enrico Spolaore. Hun conclusie was dat in een geglobaliseerde economische en financiŽle wereld kleine regionale economieŽn of kleinere entiteiten, die homogeen zijn en een degelijk bestuur hebben, het best gewapend zijn om in te spelen op de veranderende internationale economische conjunctuur. De Belgische federale staat kan dat niet meer.

Het motto van de regering is: we doen voort zoals we bezig waren en de boodschap, tot elf keer toe verwoord, is dat we vertrouwen moeten hebben. Er is geen sprake meer van goed bestuur of van geloofwaardigheid, maar van vertrouwen dat de basis zou zijn van alles. Vertrouwen alleen kan ons redden. Het klonk bijna als `werp uw kommer op de Heer en alles komt goed'. We vragen ons wel af waar dat vertrouwen op gestoeld moet zijn. Hoe kunnen we vertrouwen hebben in een premier die zegt dat het relanceplan moet worden uitgevoerd, terwijl hijzelf nauwelijks twee weken geleden verklaarde dat hij er niet in geloofde.

Hij zei toen namelijk het volgende: `Maar als Reynders een relanceplan van 3,5 miljard euro voorstelt, kan ik niet meer zwijgen. We hadden al een structureel - geen conjunctureel - tekort van 1% van het bbp of 3,5 miljard euro. Dat volstond wel als relance, iets waarin ik trouwens niet geloof ... Meer koopkracht verdwijnt immers in meer invoer en meer sparen, zeker in de huidige onzekerheid. Dat de BTW op de bouw moest verlagen bij een zo lage hypothecaire rente, daarbij stel ik vragen, maar elk zijn verantwoordelijkheid.'

Een nog net niet premier die openlijk vragen heeft bij de wijze waarop de vorige regering de crisis aanpakte. Als hij dan zelf komt zeggen dat hij dat beleid volledig zal uitvoeren, moeten wij daarin dan vertrouwen hebben? Moeten we vertrouwen hebben in een regering die na negen maanden kibbelen, nog altijd zelfs geen aanzet heeft gegeven tot een fatsoenlijk asiel- en migratiebeleid? Moeten wij vertrouwen hebben in een regering waarvan twee ministers - van Open Vld om ze niet te noemen - om de haverklap verklaarden dat ze zich niet thuis voelden in deze coalitie, waarmee geen coherent beleid meer te voeren valt.

De premier zegt dat we geen spektakel moeten verwachten. Zoals ik al zei, zorgde de meerderheid daar zelf voor en dat doet ze nog altijd.

De premier heeft de oppositie in de Kamer gekapitteld. Ik geef toe dat het bijzonder moeilijk is oppositie te voeren ten aanzien van een meerderheid die tegen zichzelf oppositie voerde en nog altijd voert. Al achttien maanden beloert men elkaar, probeert men elkaar vliegen af te vangen, speelt men perfide politieke spelletjes, tot en met de vorming van de regering-Van Rompuy I toe. De premier kapittelde de oppositie en hoopte dat ze op een andere manier aan politiek zou doen. Misschien zou deze regering, deze meerderheid, deze premier, zichzelf en zijn eigen meerderheid moeten aanraden op een andere manier aan politiek te doen. Het schouwspel van de jongste weken was niet fraai. Alles stond in het teken van de electorale, de partijpolitieke berekening die niets meer met het algemeen belang te maken had.

Ik geef twee voorbeelden. De kwestie van het al dan niet samenvallen van de federale en de regionale verkiezingen is een discussie die sinds 2007 als een monster van Loch Ness steeds weer opduikt en verdwijnt. De Vlaamse regering had daarover aanvankelijk geen duidelijk standpunt. Tot op het ogenblik dat men zag dat Yves Leterme er op federaal vlak een boeltje van maakte, wat Kris Peeters en zijn CD&V in de aanloop van de regionale verkiezingen van juni 2009 schade zou kunnen berokkenen. Pas dan heeft CD&V het geweer van schouder veranderd en afgezien van samenvallende verkiezingen. Peeters en CD&V wilden vermijden dat de verkiezingen van juni 2009 overvleugeld zouden worden door het debacle van de federale regering die sinds 2007 aan de macht is.

Bij Open Vld hebben we het omgekeerde gezien. De Vld is altijd voor samenvallende verkiezingen geweest om de stabiliteit van het land te garanderen en een coherent beleid te kunnen voeren. Tot de naam Dehaene opdook. Dehaene is een groot voorstander van samenvallende verkiezingen. De Vld vreesde dat samenvallende verkiezingen de positie van Dehaene in de Europese verkiezingen zouden versterken ten nadele van Guy Verhofstadt.

Bijgevolg heeft Open Vld eveneens uit partijpolitieke en electorale overwegingen de eis van samenvallende verkiezingen laten vallen.

De Franstalige partijen waren oorspronkelijk bijna allemaal voorstander van samenvallende verkiezingen. Toen ze vernamen dat de heer Van Rompuy eerste minister zou worden, waren ze tegen samenvallende verkiezingen. Blijkbaar was alles mogelijk zodra Leterme door Van Rompuy was vervangen. Toch durft de eerste minister aan de oppositie nog te vragen op een andere manier aan politiek te doen!

Een tweede voorbeeld is de onderzoekscommissie. In oktober vroeg de oppositie zowel in de Kamer als in de Senaat om een parlementaire onderzoekscommissie op te richten teneinde na te gaan hoe de regering de bankencrisis heeft afgehandeld en vooral of er geen andere opties waren dan die waarvoor is gekozen. De meerderheid heeft zich destijds tegen de oprichting van een dergelijke onderzoekscommissie verzet omdat het onderwerp te delicaat was en het risico bestond dat een dergelijke commissie in partijpolitieke spelletjes zou verzanden. De meerderheid kon wel instemmen met een bijzondere gemengde commissie die eventueel op basis van een verslag van een groep van experts misschien een en ander kon uitklaren.

In december was er opeens de brief en even later het verslag van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie. Plots verandert de stemming. Open Vld, node gevolgd door CD&V, wil ineens absoluut dat een parlementaire onderzoekscommissie wordt opgericht, en dat niet alleen naar de eventuele schending van de scheiding der machten, maar ook naar de manier waarop de bankencrisis is aangepakt. Nauwelijks een maand na de eerste afwijzing was dus iedereen voorstander van een parlementaire onderzoekscommissie. Nu wordt in de regeerverklaring de oprichting van een parlementaire onderzoekscommissie over de schending van de scheiding van de machten aangekondigd. Hierbij zullen eerst experts worden ingeschakeld; men weet zelfs nog niet of in de commissie magistraten onder ede zullen kunnen worden gehoord. Het parlementaire onderzoek naar de afhandeling van de bankencrisis is opnieuw naar de bijzondere gemengde commissie verwezen. Toch wordt aan de oppositie gevraagd op een andere manier aan politiek te doen!

Na het ontslag van minister Vandeurzen en het daaropvolgende ontslag van de voltallige regering is een Open Vld-minister gevlucht naar de post van voorzitter van de Kamer. Een andere Open Vld-minister zal volgend jaar zo goed als zeker naar de Europese Commissie vertrekken. Toch wordt aan de oppositie gevraagd op een andere manier aan politiek te doen! We zouden zelfs vertrouwen moeten hebben in die manier van werken.

Wij worden geacht vertrouwen te hebben in een regering waarvan zelfs Inge Vervotte geen deel meer wil uitmaken omdat ze er geen vertrouwen in heeft. In een open brief legt ze de vinger op de wonde; ze zegt dat het voor haar niet meer hoeft als alleen CD&V moet bloeden terwijl liberalen uit beide landsgedeelten mogen blijven zitten.

Uit de afwikkeling van de regeringscrisis blijkt dat de Belgische restauratie volop aan de gang is. De Vlaamse vleugel van CD&V, of ten minste dat deel van de partij dat zich in 2004 en 2007 zeer Vlaams opstelde, maar zich al tot het Belgische pragmatisme bekeerde, is vervangen door de `staatsmannen' van de oude CVP. Het is bepaald cynisch dat uitgerekend Wilfried Martens van stal moest worden gehaald om de meest koele minnaar van het Vlaamse kartel, de heer Van Rompuy, te lanceren, nadat hij eerst Jean-Luc Dehaene, die andere koele minnaar van het kartel, had gepolst.

De premier heeft in de Kamer een langdurig applaus gekregen. Hij kreeg uiteraard, wellicht uit beleefdheid, een applaus van zijn eigen fractie, maar ook van de andere meerderheidspartijen kreeg hij een bijzonder enthousiast applaus. Dat applaus was niet enkel voor Van Rompuy bedoeld, het was vooral een applaus voor de exit van Leterme. Toen ik het overdonderende applaus van de meerderheidspartijen op TV zag, had ik de indruk dat de meerderheidspartijen, behalve CD&V, tevreden waren dat ze eindelijk van Leterme verlost waren, achttien maanden na de verkiezingsoverwinning van 2007.

Vaak werd de vraag gesteld of Yves Leterme het wel kon. Veel minder werd de even pertinente vraag gesteld: mocht hij het wel? Op die vraag is het antwoord ondubbelzinnig: neen. Hij mocht het niet, nog los van de vraag of hij het kon of niet. Nochtans had Yves Leterme er alles aan gedaan om een aanvaard Belgisch premier te worden, volgens het aloude Belgische stramien dat wie opklimt op de Belgische politieke ladder zijn Vlaamse pluimen moet achterlaten. Yves Leterme had zijn opeenvolgende verkiezingsoverwinningen te danken aan wat een uitgesproken Vlaams programma werd genoemd en aan de belofte om op verschillende vlakken te breken met het verleden, om te breken en af te rekenen met niet alleen de paarse politieke cultuur, maar vooral met het paarsgroene en vervolgens het paarse beleid. Wat blijft nog van die belofte over? Wat blijft er na achttien maanden nog over van goed bestuur en van een gezonde begrotingspolitiek? Wat blijft er nog over van de afschaffing van de snel-Belgwet? Wat blijft er nog over van het uitgesproken Vlaams programma? Wat blijft er nog over van de vijf minuten politieke moed inzake Brussel-Halle-Vilvoorde? De vijf minuten duren nu al vijf jaar. Wat blijft er over van de grote staatshervorming zonder welke de CD&V nooit in een regering zou stappen? Alles heeft Yves Leterme opgegeven. Hij heeft zijn beloften weggegooid, hij heeft zijn geloofwaardigheid te grabbel gegooid, hij heeft zelfs zijn eigen geesteskind, zijn kartel, opgeofferd om toch maar in de Wetstraat 16 te raken en er vooral te blijven. Dat is trouwens een gelijkenis met Guy Verhofstadt, want ook hij had het op een zeker ogenblik over de Belgische ziekte die moest worden aangepakt met een verregaande staatshervorming, en zelfs met een volledige splitsing van de sociale zekerheid. Ook hij verbrandde nadien wat hij had aanbeden. Blijkbaar is het de tragiek van elke veelbelovende Vlaamse politicus die hoop creŽert in Vlaanderen, maar nadien buigt ten behoeve van de raison d'…tat. Yves Leterme heeft dus zelf zijn Vlaamse droom aan diggelen geslagen, maar bij sommigen was dat nog niet genoeg. Sommigen hebben hem nooit vergeven dat hij met zijn 800 000 voorkeurstemmen paars had weggeveegd. Yves Leterme moest er hoe dan ook aan geloven, ook al had hij al alles verloren. De brief van de voorzitter van het Hof van Cassatie was de gedroomde gelegenheid om met Leterme, die alles al had opgegeven, definitief komaf te maken.

Wat een cynisch politiek spektakel! En ook dat heeft Inge Vervotte goed begrepen.

Toch vraagt men aan de oppositie op een andere manier aan politiek te doen!

Ik merk trouwens op dat de Franstalige pers Leterme heel anders heeft aangepakt en bejegend dan ze vandaag eerste minister Van Rompuy bejegent. Dat verschil in aanpak is duidelijk en alleszeggend en ik begrijp ook waarom.

Hoewel in de regeerverklaring weinig nieuws staat en hoewel de knelpunten van het verleden nog altijd niet zijn weggewerkt, heeft de nieuwe premier wel ťťn belangrijke daad gesteld: BHV wordt toch naar een werkgroep verwezen en er zal over worden onderhandeld.

Goedgelovig als we zijn, hebben we ons altijd laten wijsmaken, zowel in het Vlaams Parlement als in de Senaat, dat er niet over BHV zou worden onderhandeld, dat de parlementaire procedure zijn gang zou kunnen gaan en dat voor het overige in een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap zou worden verder gewerkt aan de staatshervorming, welke dat ook mag zijn.

Vandaag verwijst het regeerakkoord naar het advies van de Senaat bij het eerste belangenconflict waarin uitdrukkelijk een onderhandelde oplossing voor BHV wordt aanbevolen, en suggereert het dat die onderhandelde oplossing pas verwacht wordt na de verkiezingen van juni 2009. Wat een cynisch spektakel om Kris Peeters dat kleine succesje uit zijn Vlaamse regeerakkoord niet te gunnen. We zijn dus weer ver af van de vijf minuten politieke moed.

Nu de scheiding der machten op eenieders tong ligt, wordt het misschien tijd om op een andere manier aan politiek te doen door de arresten van het Grondwettelijk Hof eindelijk uit te voeren en na te leven.

Met Herman Van Rompuy is het complete Belgische denkkader terug. Koste wat het kost moet er een regering zijn, waarbij men het cynisme zover drijft dat er aan Vlaamse zijde zelfs geen meerderheid is.

Ik herinner me trouwens - en jammer genoeg is de eerste minister niet aanwezig - dat Eric Van Rompuy in 2004 nadat hij mee de onderhandelingen over de vorming van een Vlaamse regering had gevoerd, waarvan hij tot zijn ontgoocheling geen deel uitmaakte, van zijn broer Herman Van Rompuy een open brief ontving waarin die schreef: `Be free, Eric!' Die oproep prijkt nog altijd bovenaan de weblog van Eric Van Rompuy, die na de eedaflegging van de nieuwe premier nu schoorvoetend toegeeft dat hij zich zal moeten inhouden, wil hij zijn broer niet in verlegenheid brengen. Heeft Herman zijn broer Eric deze keer misschien toegefluisterd: `Be quiet, Eric!'?

Deze regering heeft geen oplossing voor de uitdagingen die ons wachten. Ze vertoont ook niet de minste stabiliteit. Geen enkele Belgische regering is overigens nog in staat tot enige stabiliteit of om welk beleid dan ook te voeren. Of men dat nu graag heeft of niet, het Belgisch federalisme is verzand in zijn eigen contradicties en dat leidt tot het soort immobilisme dat we nu al achttien maanden kennen. We leven nu eenmaal in twee democratieŽn, in twee werelden en net zoals in Tsjecho-Slowakije op de vooravond van de scheiding is het gewoonweg onmogelijk een federale regering te vormen die de veruitwendiging is van het verkiezingsresultaat in Vlaanderen en WalloniŽ.

Kortom als men het cynisme ziet van de afgelopen maanden en weken, de politieke spelletjes, het afmaken van iemand die al op de grond lag omdat hij daar was gaan liggen, en vervolgens de nieuwe premier hoort verklaren dat we op een andere manier aan politiek moeten doen, dan schaam ik me diep over de nieuwe regering.

Mevrouw Christine Defraigne (MR). - Meteorologische beeldspraak deed opgeld de jongste maanden. Op 14 oktober wees de eerste minister er in zijn algemene beleidsverklaring op dat er onweer op komst was. Vandaag waarschuwt men ons niet langer voor storm, maar voor een echte klimaatverandering.

Het klopt dat we de jongste weken wervelstormen en tsunami's hebben gekend, want de beving in de financiŽle, de bank- en vandaag ook in de economische wereld is over de hele planeet uitgedijd. De schokgolf zal nog lang voelbaar blijven.

Of het nu een aardbeving, een tsunami of een wervelstorm was, het onweer sleurde de premier van oktober 2008 alleszins mee. Midden in de sociaaleconomische ramptoestand heeft ons land zich de luxe van een typisch Belgische politieke crisis veroorloofd. Minder dan drie maanden na de jongste regeerverklaring heeft onze nieuwe premier een korte, beknopte programmacorrectie gebracht met als enige dwingende bekommernis het door de financiŽle en politieke crisissen veroorzaakte gevoel van onveiligheid en onzekerheid wegwerken.

De burgers van dit land moeten een verhoogd gevoel van veiligheid en vertrouwen ingeboezemd krijgen. Om dat te realiseren wil de premier geen beroering uitlokken, noch overhaast te werk gaan of improviseren; in plaats van revolutie predikt hij evolutie. Met zijn optreden bewandelt hij vastberaden de weg van de continuÔteit.

De MR zal hem niet verwijten, zoals sommigen doen, dat zijn programma kort, beknopt of synthetisch is. Men mag toch niet vergeten dat een meerwaarde ervan politieke stabiliteit is.

De eerste minister kiest voor een volgehouden inspanning, maar in de politiek duurt een week nu eenmaal een eeuw en zes maanden duren langer dan een eeuwigheid. Wil hij misschien zijn hemel verdienen?

Het verheugt ons alleszins dat hij het relanceplan wil uitvoeren. We moeten onze ondernemingen extra zuurstof geven, al is het maar door de betalingstermijnen voor met name de socialezekerheidsbijdragen te verlengen. De BTW-verlaging van 21% naar 6% voor de bouw is eveneens belangrijk. Sommigen hebben erop gewezen dat als de bouw goed gaat, alles goed gaat in ons land. Hopelijk zit er nog iets in onze zegswijzen.

Daarnaast moeten we de activiteit en de competitiviteit van onze ondernemingen verzekeren. Wij herhalen met klem dat competitiviteit niet haaks staat op sociale vooruitgang.

Wij staan achter de doorbraken inzake werkloosheid. Werknemers die werkloos worden om economische redenen, ontvangen meteen een hogere uitkering. Belangrijk is dat die verhoogde uitkeringen de tijdelijke werkloosheid betreffen.

In het sociale register hoor ik twee valse noten of liever twee rusten. Hopelijk gaat het niet om afgesproken stilte of omertŗ. Enerzijds bedoel ik de `prijs voor de liefde', die mindervaliden moeten betalen; een grove sociale onrechtvaardigheid.

Daaraan moet een einde worden gemaakt.

Anderzijds bedoel ik de volledige afschaffing van de solidariteitsbijdragen op de pensioenen die binnen de kortste keren van kracht moet worden.

Ik betreur dat de minister van Justitie afwezig is, maar ik overloop de projecten die voor hem in de steigers staan.

Er moet een stand van zaken worden opgemaakt van de verwezenlijkingen van de FOD Justitie tijdens de vorige regeerperiode, meer bepaald met betrekking tot de gerechtelijke achterstand en het verloop van de procedures. Het is tijd om na te gaan welke weerslag de genomen maatregelen hebben gehad, nu sommige ervan worden aangevochten voor het Europees Hof voor de Rechten van de Mens. Ik denk ook aan de kwestie van de verhaalbaarheid van de erelonen.

Veel erger is de overbevolking van de gevangenissen. Te zijner tijd heeft minister van Justitie Vandeurzen een masterplan voor de bouw van nieuwe gevangenissen voorgesteld. Samen met enkele andere senatoren heb ik de gevangenis van Vorst bezocht. In een democratische rechtsstaat kunnen we niet aanvaarden dat mensen, zij het veroordeelden, in mensonwaardige omstandigheden worden opgesloten. Dat gebeurt nochtans in de gevangenis van Vorst.

Ook al heeft het project van de gevangenissen geen succes en is het niet populair, we kunnen dergelijke toestanden niet blijven dulden. Meer nog, de overbevolking in de gevangenissen doet vragen rijzen over de doeltreffendheid van de bestraffing.

Het is dus hoog tijd - en te gelegener tijd zal ik me tot de huidige minister van Justitie wenden - om eens grondig na te denken over straffen, strafleer en alternatieve maatregelen zoals de elektronische enkelband.

De bouw van nieuwe gevangenissen mag dan nuttig zijn, ik vrees dat ze het vat der DanaÔden worden. In Frankrijk heeft men immers kunnen vaststellen dat hoe meer gevangenissen men bouwt, hoe sneller ze volzet zijn, zonder dat bestraffing daarom doeltreffender wordt of de criminologische respons meer voldoening schenkt.

Over die kwestie moeten we eens grondig nadenken. We mogen niet zomaar denken dat we met nieuwe gevangenissen heel het probleem van de gevangenisoverbevolking kunnen oplossen. We weten dat rechtbanken niet graag alternatieve straffen uitspreken, terwijl we nochtans die richting uit moeten.

De vorige regering heeft de gerechtelijke achterstand niet opgelost met wat ik soms als opsmukingrepen heb bestempeld. Justitie moet de budgettaire middelen krijgen om in mensen en materieel te investeren en zodoende een snelle en afdoende rechtspraak te waarborgen met eerbied voor de rechten van de verdediging.

Het Phenixinformatiseringsproject bevindt zich overigens nog in embryonale toestand en de nieuwe minister zal er dus snel werk van moeten maken, want sommige rechtbanken - ik gekscheer nauwelijks - notuleren nog met een ganzenveer.

Ik kom nu tot de netelige kwestie van de parlementaire onderzoekscommissies over enerzijds de eerbiediging van de scheiding der machten en anderzijds de bancaire en financiŽle crisis. Ik heb de indruk dat men twee problemen door elkaar haalt.

Eerst en vooral dient een commissie de oorzaken van de bancaire en financiŽle crisis te bestuderen en de manier waarop erop moet worden gereageerd. Het gaat om diepgaand, langdurig en onafhankelijk studiewerk, ver van de alledaagse politieke beroering. In dat opzicht beschikt de Senaat over bijzondere expertise. Als reflectie- en studiekamer kan hij een meerwaarde bieden door als verslag een nuttig referentiedocument goed te keuren waaruit men alle besluiten kan trekken.

Het andere, meer politieke aspect betreft de inmenging van de uitvoerende macht in de gerechtelijke wereld. Daar gaat het om politieke verantwoordelijkheid. De Kamer wil zich daarover ongetwijfeld ontfermen, gezien politieke controle uitoefenen nu eenmaal een van haar prerogatieven is. Ik wijs er alleen op dat inzake inmenging in een andere macht en inzake niet-eerbiediging van de scheiding der machten ook de Senaat enige ervaring heeft. Wij werden immers geconfronteerd met die problematiek, die onze assemblee in vuur en vlam zette. We kunnen dus ons steentje bijdragen.

Het is belangrijk om de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap snel weer op te starten. Het is nu tijd om steriele attitudes te overstijgen en om constructief en in openheid over alle onderwerpen een dialoog tot stand te brengen tussen de twee grote gemeenschappen van ons land teneinde tot een evenwichtige en duurzame hervorming te komen. Dat zal ongetwijfeld een zekere tijd vergen. Een dergelijke hervorming heeft maar zin als ze nieuwe rechten in het leven roept en de fundamentele rechten en vrijheden van onze medeburgers uitbeidt.

Tot daar enkele samenvattende bedenkingen opgediend in de Senaat als mosterd na de maaltijd, gezien de Kamer de regeerverklaring al heeft goedgekeurd. Een man met ervaring aan het hoofd van de regering en door de wol geverfd in alle confrontaties, beraadslagingen en onderhandelingen, luidt een nieuwe periode van stabiliteit in. Die wens spreek ik althans namens mijn fractie uit. Tijden van twijfel en onzekerheid zijn immers uiterst schadelijk. Tweeduizend jaar geleden al zei Thucydides dat bij de uitoefening van macht omzichtigheid de diepste indruk op mensen maakt. Met zijn oefening voor de Kamer van volksvertegenwoordigers staaft de eerste minister Thucydides' uitspraak. Omzichtigheid en gematigdheid, we zullen ze de komende maanden hard nodig hebben.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Er zijn jaren dat men met Nieuwjaar niet weet wat men de anderen moet toewensen. Er zijn jaren dat de problemen zo groot zijn dat men niet weet welke wens men het eerst moet formuleren.

Vandaag bevinden we ons spijtig genoeg in een situatie die maakt dat de nieuw aangetreden regering geconfronteerd wordt met een uitdaging die we sedert de Tweede Wereldoorlog zelden hebben gezien. We hebben te maken met een permanente opeenvolging van paradoxen, paradoxen bij de verklaring van de financiŽle crisis. Degenen die de afgelopen vijftien jaar voortdurend de privatisering en de deregulering hebben bepleit, waren na de bankencrisis van september 2008 plots grote voorstanders van staatsinterventie. De soepelheid van de plotse nieuwe ideologische opstelling was uitzonderlijk. Een paradox zien we trouwens ook bij de fractieleider van het Vlaams Belang, die mevrouw Vervotte als argument nodig heeft om zijn aanval tegen de regering te onderbouwen.

Door die opeenvolging van paradoxen zijn `de wetten van de ijzeren logica in de economie en de politiek' niet meer geldig. De politiek is het observeren van de realiteit, het interpreteren van de realiteit en het zoeken naar oplossingen voor de problemen.

Het probleem vandaag is dat de klassieke parameters, om te beginnen de financieel-economische, niet hebben uitgelegd dat de crisis op komst was en dat ze evenmin zullen aanduiden hoe we de situatie in 2009 zullen kunnen beheersen. De klassieke financieel-economische parameters spelen niet en voor ons land spelen de klassieke politieke parameters evenmin.

De Duitse kanselier Merkel verklaarde: `De financiŽle excessen zonder sociaal-economisch verantwoordelijkheidsbesef, het verliezen van elke maat van vele bankiers en managers - niet allen - heeft de wereld naar een zeer diepe crisis gevoerd. De wereld heeft gewoon buiten elke proportie geleefd.'.

De vorige regering heeft, zoals de andere Europese regeringen en de Amerikaanse, geprobeerd het financieel systeem overeind te houden met geld. Dat mag echter niet de indruk wekken dat geld alleen het probleem van onze samenleving zal oplossen.

We zouden inderdaad een debat kunnen voeren over het onderscheid tussen liberalisme en neoliberalisme. Dat zou een interessant debat zijn. Maar, zoals de heren Sarkozy en Chirac, toch niet de meest communistische leiders in West-Europa, opmerkten, is het systeem van deregulering ingestort.

Het systeem van de deregulering is een andere vorm van regulering. Het is de privatisering van het publiekrecht. De spelregels in de samenleving worden gewijzigd, waardoor het privaatrecht publiekrecht wordt en aan private overeenkomsten, constructies en financiŽle zekerheden een betekenis wordt gegeven die ze niet hebben.

Ik heb in het verleden vaak moeten horen dat mijn uiteenzettingen abstracties zijn. De financiŽle zekerheden en financiŽle producten die de jongste tien jaren werden gecreŽerd en die niemand begreep, zijn echter abstracties van een nog hoger niveau. De wet op de financiŽle zekerheden van 2004 van de paarse meerderheid, de wet van 2002 waarin het onderscheid tussen de klassieke gebruikersbank en de investeringsbank is opgegeven en het gebrek aan controle dat eruit is voortgevloeid, hebben bijgedragen tot de financiŽle crisis in ons land.

Ik voer geen intentieproces, ik stel alleen maar vast. Het komt erop aan de juiste conclusie te trekken, namelijk dat dit alles heeft geleid tot een vrije markt zonder begrenzing en tot financiŽle markten die werken zonder begrenzing. Ik kan akkoord gaan met een vrije markt ŗ la Smith, maar Adam Smith spreekt ook over de eerlijke koopman. Een markt zonder ethiek is niet mogelijk. Als alles voortdurend wordt geprivatiseerd, als alle ethische beginselen uitsluitend betrekking hebben op private zaken, als men van oordeel is dat er geen publieke ethiek kan bestaan, dan stapt men af van het idee van de eerlijke koopman.

Het is dus belangrijk dat de regering weet dat niet alle maatschappelijke problemen met financiŽle middelen kunnen worden opgelost. Het debat over de financiŽle crisis zal hier vandaag niet worden beslecht. Het heeft jammer genoeg veel uitlopers want het zijn de gewone belastingbetalers die de tientallen miljarden euro zullen moeten ophoesten.

Ik hoop dat de gemengde commissie van Kamer en Senaat, die het onderzoek naar de Bankcommissie zal moeten voeren, ook het andere idee dat samen met het idee van de eerlijke koopman is teloorgegaan, namelijk de verantwoordelijkheid, niet uit het oog zal verliezen. Het gaat immers niet op dat politici permanent en terecht ter verantwoording worden geroepen, maar dat ten opzichte van het grootste financiŽle schandaal in honderd jaar het woord verantwoordelijkheid niet mag vallen. Iedereen moet zijn verantwoordelijkheid op zich nemen; iedereen moet ter verantwoording kunnen worden geroepen. Er moet geen heksenjacht worden ontketend en niet iedereen moet op gelijke voet worden gesteld, maar het is duidelijk dat bepaalde conclusies moeten worden getrokken uit de evolutie van de jongste tien jaar.

Er zijn natuurlijk de omstandigheden die geleid hebben tot het ontslag van Yves Leterme. Mevrouw de Bethune zal straks de persoonlijke verdiensten van gewezen eerste minister Leterme en van de gewezen ministers Vandeurzen en Vervotte nogmaals onderstrepen. De onderzoekscommissie zal vaststellen wat moet worden vastgesteld. Het onderzoek is wettelijk geregeld. Ik heb in 1995 een wetsvoorstel ingediend om de wet op het parlementaire onderzoek van 1888 te moderniseren, omdat wij toen geconfronteerd werden met de zaak Dutroux, het horen van de magistraten en de invloed van het parlementair onderzoek op het gerechtelijk onderzoek.

Gelet op de aard van de problematiek is dit vandaag in de eerste plaats een zaak voor een parlementaire onderzoekscommissie. Men zal daar omzichtig moeten mee omgaan. Men zal de verklaring van de eerste minister, de brief van het Hof van Cassatie en vervolgens de nota met aanwijzingen rustig en sereen moeten bekijken, zonder zich te laten opjagen. Een eminent jurist en minister van Staat van de Franstalige liberale partij zei ooit: `een echt juridisch oordeel vergt sereniteit en bedenktijd'. Een goed juridisch oordeel is geen snelrecht. Het recht onderstelt de inachtneming van vele subtiliteiten en van verschillende dimensies in de besluitvorming.

We hebben gezien hoe alles verlopen is in de Kamer. Live! Het leek wel alsof O. J. Simpson was ontsnapt uit de gevangenis. Terwijl de camera's bleven draaien werd druk gespeculeerd over het ontslag van de eerste minister. Ik begrijp dat de media zoiets nodig hebben voor hun kijkcijfers, maar is dat een volwassen, gedegen juridisch oordeel? Was het de bedoeling van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie dat aan zijn brief de draagwijdte werd toegekend die men daaraan gegeven heeft? Dat zal moeten blijken uit het parlementair onderzoek.

Persoonlijk ben ik van oordeel dat er sprake was van overacting. Het recht op een parlementair onderzoek was al toegezegd op woensdag, maar met betrekking tot de cascade van gebeurtenissen en gevolgtrekkingen moet de toekomst nog uitwijzen wie gelijk heeft en wie zich heeft vergist.

Gelet op de inhoud van de brief van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie was het de plicht van de minister van Justitie om op te stappen. Hij hield de eer aan zichzelf, want wanneer de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie een minister van Justitie, zij het op indirecte wijze, in de wind zet, heeft die minister geen andere keuze dan ontslag te nemen. Anders zou hij de strijd tussen de machten organiseren. Het is de verdienste van de minister van Justitie dat hij de strijd der instellingen niet heeft gewenst, maar dat hij door zijn ontslag de discussie heeft kunnen objectiveren. Na het ontslag van de minister van Justitie en na de verklaringen van andere partijen van de meerderheid heeft ook de eerste minister gemeend zijn ontslag te moeten indienen. We betreuren deze gang van zaken, omdat ze, zoals de huidige eerste minister al zei, een verdere aantasting betekent van het vertrouwen dat we in de instellingen en in de meerderheidspartijen wensen te creŽren. Dit alles kwam op een slecht ogenblik zodat we in een toestand zijn terechtgekomen die niemand bij de CD&V heeft gewenst. De feiten zijn echter wat ze zijn en we moeten er verder mee leven.

We hopen dat de regering in staat is om in 2009 de financiŽle en economische problemen onder controle te houden, ook als we weten dat de klassieke wijze van bestuur in 2009, net zoals op het einde van 2008, niet mogelijk zal zijn. We wensen de regering het beste toe en zullen ze loyaal steunen.

Het land, de meerderheid en het parlement hebben de voorbije achttien maanden grote gelegenheden laten liggen om BelgiŽ beter uit te rusten om de strijd tegen de crisis aan te binden en om de crisis te overwinnen. Wie verhindert dat gevolg wordt gegeven aan de kiesuitslag in Vlaanderen draagt een grote verantwoordelijkheid.

In een democratie houdt men rekening met de kiezer. De Vlaamse kiezer heeft in juni 2007 een signaal gegeven over de richting waarin de hervormingen dienen te gaan. Gedurende achttien maanden is daaraan geen gevolg gegeven. Men moet toch beseffen dat, wanneer gedurende achttien maanden essentiŽle maatregelen onmogelijk worden gemaakt, het land verzwakt is wanneer een nieuwe regering aantreedt. Het vertrouwen zelf is aangetast. De regering moet eerst en vooral de financieel-economische toestand onder controle krijgen om onze burgers nog meer nadeel te besparen. Maar wij moeten ook over instellingen, een slagvaardige uitvoerende macht en een samenwerking tussen de deelstaten kunnen beschikken om tot een besluitvorming van een grotere kwaliteit en grotere financiŽle waarborgen te kunnen komen. Ik hoop dat we de komende twee jaren de verloren tijd kunnen terugwinnen en dat iedereen bereid is in de juiste richting te denken om ons land institutioneel te moderniseren.

Voormalig minister van Binnenlandse Zaken, de heer Dewael, heeft gezegd dat we verkiezingen kunnen organiseren zonder rekening te houden met het arrest van het Grondwettelijk Hof. Dat is niet juist. Hij ontkent niet dat zulke verkiezingen ongrondwettig zijn, wel dat er toch geen rechtsmiddel is omdat het parlement de geloofsbrieven zal goedkeuren. Ik wil niet polemiseren of in detail treden, maar er bestaan wel degelijk rechtsmiddelen. Volgens artikel 13 van het EVRM moet er zelfs een rechtsmiddel zijn. Dat de CD&V-senaatsfractie voorstander is van verkiezingen zonder gevolg te geven aan het arrest van het Grondwettelijk Hof, is dus niet correct.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Dat is juist, maar het is wel cynisch te zeggen dat gevolg moet worden gegeven aan het arrest zonder er de politieke consequenties aan vast te knopen. We weten hoe dat arrest in Vlaanderen politiek is vertaald.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Het probleem moet worden opgelost, maar ik wil daar nu niet over polemiseren. De regering heeft daarover verklaringen afgelegd.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - In Vlaanderen werd dat arrest vertaald in wetsvoorstellen. Het is cynisch te zeggen dat de parlementaire procedure haar gang moet gaan en tegelijk aan de Franstaligen tot tweemaal toe te vragen opnieuw een belangenconflict in te roepen om tijd te winnen.

De heer Hugo Vandenberghe (CD&V). - Er is de verkiezingsuitslag van 2007. Die geeft de richting van de hervormingen aan. Er zijn institutionele aanpassingen nodig. Ik hoop dat er een sfeer kan worden gecreŽerd en dat de wijsheid aanwezig is om belangrijke stappen vooruit te doen en ook het BHV-probleem op te lossen. Dat is de bedoeling, zo niet staan we voor een groot probleem.

Ik wil besluiten met het EVRM. Ik denk dat collega Wille me op dat punt zal steunen. De laatste vrijdag van januari viert het Europees Hof voor de rechten van de mens zijn vijftigjarig bestaan. Het Hof heeft veel te weinig middelen en heeft een werklast van 95 000 zaken. Ik dring er bij de regering op aan om, in het kader van de scheiding der machten en de geloofwaardigheid van de rechtsstaat, de Raad van Europa en het Europees Hof voldoende middelen te geven om te kunnen werken in omstandigheden die tonen dat we respect hebben voor de beginselen waarin we geloven.

Ik hoop dat de Senaat de wijsheid heeft om oplossingen voor te stellen die tot een betere verstandhouding in het land leiden.

De heer Philippe Mahoux (PS). - We hebben een eerste minister en we hebben een regering! Dat is positief.

Ik wil eerst verwijzen naar de internationale context, meer bepaald de toestand in Gaza, waar de inwoners worden vernederd, gekwetst en gedood onder de bommenregen.

Ik heb me altijd verzet tegen elke vorm van integrisme en tegen geweld en raketaanvallen gericht op burgers, maar ik wil met klem benadrukken dat we in de huidige situatie moeten vermijden om de strijdende partijen in een onverzoenbare situatie te dwingen.

Ik betreur dat onze minister van Landsverdediging de zaal verlaat op het ogenblik dat ik een internationaal onderwerp aansnijd.

Ik denk niet dat het goed is dat we een ziekenhuis in Zuid-Libanon verlaten, noch dat we onze hulp bij de opruiming van mijnen terugschroeven, gelet op de dramatische toestand in het Midden-Oosten. We doen dit om troepen naar het zuiden van Afghanistan te sturen, weliswaar in het kader van een NAVO-operatie, maar de verwarring met de troepen van een andere alliantie is evident.

Dit is een herhaling van de bespreking van de vorige regeringsverklaring. Maar intussen is er veel gebeurd: de financiŽle crisis, het interprofessioneel akkoord, het begrotingsakkoord binnen de regering, enz.

De beslissingen moeten snel worden uitgevoerd, in het bijzonder het interprofessioneel akkoord.

De financiŽle crisis dreigt uit te monden in een economische crisis, die gevolgen zal hebben voor de burgers, met name inzake werkgelegenheid. De regering moet dus dringend handelen en het relanceplan uitvoeren.

De eerste minister heeft gesproken over de versterking van de sociale zekerheid. Dat is voor ons een prioriteit, wat trouwens ook werd herhaald in het interprofessioneel akkoord. Daarom moet dit akkoord snel concreet omgezet worden in beslissingen van de regering, ik denk in het bijzonder aan de verhoging van de sociale uitkeringen.

Naargelang van de omstandigheden spreken economen, hetzij van een stijging, hetzij van een daling van de koopkracht. Deze morgen nog kwam de heer Defeyt tot de conclusie dat de koopkracht momenteel stijgt.

Nog niet zo lang geleden zei hij het tegenovergestelde.

In ieder geval stellen veel van onze medeburgers vast dat hun koopkracht afneemt en kunnen ze dagdagelijks de eindjes maar moeilijk aan elkaar knopen. We moeten de heer Defeyt daarop wijzen. Vooral aan hen moet de regering denken bij het nemen van beslissingen.

Inzake Justitie werden zojuist de ontoelaatbare omstandigheden geschetst waarin mensen leven die in voorlopige hechtenis zijn genomen. Velen onder ons hebben de gevangenis van Vorst al bezocht, maar dat is niet het enige voorbeeld. De toestand van die mensen is onaanvaardbaar. Ik wil mevrouw Defraigne eraan herinneren dat sedert de vorige verkiezingen geen week voorbijgaat zonder dat er een parlementair initiatief tot strafverhoging wordt genomen. Alsof dat het aantal misdrijven zou doen dalen.

In dat verband vestig ik de aandacht van de minister van Justitie, die hier vandaag niet is, op het misbruik van de voorlopige hechtenis. Ik vraag hem verder vertrouwen te stellen in het parlement voor de uitwerking, de bespreking en de eventuele goedkeuring van wetten die betrekking hebben op zijn departement en waarmee zijn voorganger al had ingestemd.

Dan kom ik tot de parlementaire commissies. Het gevaar bestaat dat zodra de financiŽle crisis is opgelost, er wordt overgegaan tot de orde van de dag. FinanciŽle kringen en het internationaal financieel systeem reageren nogal dikhuidig in geval van crisissen.

Als de gemengde parlementaire commissie van Kamer en Senaat de echte oorzaken van de crisis niet blootlegt en de verantwoordelijkheid van de betrokkenen niet vaststelt, dan loopt men het gevaar dat als de crisis is overgewaaid, met dezelfde gesprekspartners voort wordt gewerkt en er helemaal niets wordt veranderd aan het Belgische of het internationale systeem.

De andere commissie, de onderzoekscommissie die in de Kamer van Volksvertegenwoordigers zal worden opgericht, zal objectief klaarheid moeten scheppen over de invloed en inmenging die de verschillende bestuursniveaus op elkaar hebben willen uitoefenen, tegen de geest van onze wettelijke normen in en in het bijzonder wat de scheiding der machten betreft.

Over het asiel- en migratiebeleid werd in de regeringsverklaring niets gezegd. Toch is het een punt dat in de regeringsverklaring staat waarnaar de eerste minister verwijst en al wat daarin staat, moet ook worden uitgevoerd, indien men wil dat er vertrouwen heerst.

De eerste minister had het over een evolutie, veeleer dan over een revolutie. Misschien verwees hij naar het Darwinjaar. Daar zou ik me over verheugen, nu wat verworven leek in de wetenschap, in de wijsbegeerte en in verband met het pluralisme in onze samenleving, soms opnieuw op de helling wordt gezet. Deze evolutie moet evenwel concreet vertaald worden opdat er in onze maatschappij meer rechtvaardigheid en meer gelijkheid.

De heer Paul Wille (Open Vld). - In De Standaard van dit weekend noemde een commentator de Senaat een politiek sterfhuis. Sterven maakt onlosmakelijk deel uit van het leven. In vele sterfhuizen wordt vaak ook heel verstandig en wijs gesproken. Soms wordt heel kort over de aflijvige gesproken, waarna al snel de toekomst aan bod komt. Er valt immers een en ander te regelen en de onderlinge verstandhouding is daarbij belangrijk. Misschien is de vergelijking met het politiek sterfhuis niet eens zo slecht.

In het debat over de regeringsverklaring moet onze reflectiekamer kwaliteit nastreven. Een doublure van het kamerdebat is niet nodig. Wel moeten we trachten dieper te peilen naar de uitdagingen die zowel de uitvoerende als de wetgevende macht wachten. Nu een gewezen parlementsvoorzitter eerste minister is geworden, durven we hopen op een parlementair reveil waarbij de regering faciliterend kan werken rond een aantal vraagstukken zoals de Open Vld-voorstellen rond euthanasie.

Wij hopen dat de Senaat nadrukkelijk aanwezig zal zijn in de discussie rond de staatshervorming waarover de Franstalige partijen nu met geen woord reppen. Nu het blad met de illusoire denksporen is omgedraaid, moet de finaliteit van die discussie zowel qua tijdspad als qua inhoud aanvaardbaar zijn voor de Vlaamse liberale partij. Wij zwijgen dus niet.

De Senaat geeft vormelijk geen vertrouwen aan de regering. De regering zal niettemin rekening moeten houden met onze ambities, aangezien haar ontwerpen ook door de Senaat moeten worden goedgekeurd. Gezien de ervaring van de meeste regeringsleden ben ik ervan overtuigd dat de regering weet hoe ze met de Senaat moet omgaan. Ik erken dat Yves Leterme met zijn programmawet al meer rekening hield met het parlement.

Men zegt vaak dat het om een doorstart gaat van de regering met dezelfde partijen. De hamvraag is of met dezelfde partijen en hetzelfde programma nu ineens zoveel beter gewerkt zal kunnen worden. Onze fractie zal alleszins proberen de cohesie, het teamwork in de hand te werken. Wij eisen natuurlijk ook respect voor onze eigen standpunten. We vragen collegialiteit, ook in moeilijke kwesties zoals asiel en migratie. We vragen dat de standpunten, de gevoeligheden, de overtuigingen van Open Vld voldoende aan bod kunnen komen. Het debat is open en de gedachten zijn vrij.

Net als de nieuwe regeringsleider is Open Vld zich ervan bewust dat de financiŽle en economische crisis voor het land, de begroting, de economie, de werkgelegenheid, de burger, de spaarder leidt tot verarming, onrust, onzekerheid.

(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, eerste ondervoorzitter.)

Het enige mogelijke antwoord op de crisis is een krachtdadig beleid. Als reflectiekamer dringt de Senaat niet alleen aan op snelle maatregelen, maar wijst hij ook op de gevolgen op lange termijn. Zo is het niet mogelijk om nu schulden te maken en die naar de toekomstige generaties door te schuiven.

De kredietcrisis moet hic et nunc worden bestreden. Dat betekent echter niet dat we de toekomst uit het oog mogen verliezen of naar de achtergrond mogen schuiven. Indien extra middelen worden vrijgemaakt, dan moeten die worden aangewend voor duurzame investeringen, in het bijzonder in duurzame energie en milieutechnologie om de economie te `vergroenen'.

Rekening houdend met de draagwijdte en de aard van de problemen zal de Senaat van 2009 een andere Senaat zijn dan die van 2007 en 2008. Met name de financiŽle en economische dossiers zullen een veel belangrijker onderdeel van onze werkzaamheden vormen.

Een regering die streeft naar een open, toekomstgerichte en duurzame economie, moet ervoor zorgen dat de economie structureel wordt versterkt. Hiervoor moeten we een dynamische en flexibele samenleving hebben waarin het voor werkgevers heel makkelijk is om ouderen, jongeren en burgers van allochtone afkomst tewerk te stellen. In het recente verleden heeft Open Vld een voorstel gedaan om de statuten van arbeiders en bedienden te harmoniseren. Een modern statuut is belangrijk. We mogen ook niet in de verleiding komen de grenzen voor werknemers uit Oost-Europa dicht te houden.

We hebben de staatsschuld opnieuw laten oplopen. Het is meer dan ooit noodzakelijk om vooruit te zien. Een toekomstgerichte en open economie is een economie met minder protectionisme, met minder bureaucratie en met een prioriteit voor structurele oplossingen in de financiŽle sector en de economie.

De notionele intrest heeft er alleszins voor gezorgd dat ondernemingen die van de maatregel gebruik hebben gemaakt, thans veel beter gewapend zijn om de huidige crisis te bestrijden. Wat Open Vld betreft mag de notionele intrest nog worden versterkt.

Ondertussen liggen de financiŽle markten op apegapen. De spaarder is in zijn portefeuille getroffen. De bedrijven hebben het moeilijk om kredieten te krijgen. Zo is er geen geld meer voor het mooie project van het Belgische windenergiepark.

Het is van essentieel belang dat de middelen die de overheid momenteel in diverse banken inbrengt, niet door die banken worden opgepot, maar worden geÔnjecteerd in de economie en in mensen. Mijn fractie zal binnenkort een voorstel indienen dat ertoe strekt het investeren in kmo's via aandelen te stimuleren. Bedrijven moeten heel hoge intresten betalen voor investeringsmiddelen, als ze al kredieten krijgen. Terwijl bedrijven en kmo's met moeite middelen vinden, zijn de spaarders ontevreden omdat hun geld onvoldoende opbrengt. Wij proberen beide partijen samen te brengen, in de geest van de wet Cooreman-De Clercq, die de aandeelhouders in staat stelde minder roerende voorheffing te betalen en die ook een vrijstelling voor schenkings- en successierechten inhield. Met een dergelijke maatregel kan het herstel van de economie worden bevorderd en tegelijkertijd kan het vertrouwen van de burger in de economie en in de beurs worden versterkt.

In verband met het sociaal akkoord en de manier waarop oudere werknemers worden behandeld, zijn we ten slotte van oordeel dat er diepgaander denkwerk nodig is, want we zijn bezorgd over oudere werklozen en werkwilligen.

Een ander aspect is duurzame ontwikkeling en de strijd tegen de opwarming van de aarde. We hebben op dat punt de eerste aanzet gegeven in de Senaat. Voor Open Vld kan door consequent te investeren in milieugoederen niet alleen de doorstart van de economie worden bewerkstelligd, maar ook de klimaatopwarming worden omgebogen. Kijk naar Duitsland: 250 000 mensen werken ondertussen in de sector van de duurzame energie, waardoor nu reeds een inkomen van 240 miljard euro op jaarbasis gegenereerd wordt. Als we weten dat er in 2020 in Duitsland meer mensen zullen werken in de sector van de duurzame energie dan in de auto-industrie, wordt het tijd om ook hier pragmatisch te gaan denken. In de huidige omstandigheden moeten we meer dan ooit verder denken dan onze neus lang is. In een senaatsdebat over een regeringsverklaring moeten meningen naar voren worden gebracht over de sectoren en domeinen waarin na het einde van de crisis moet worden geÔnvesteerd, zodat de doelstellingen duidelijk zijn. Willen we dat er wordt geÔnvesteerd in duurzame economie, die stevige groei combineert met het vrijwaren van het leefmilieu, of gaan we naar de oude stijl, maar met de zekerheid dat we worden geconfronteerd met een grondstoffen- en energiecrisis?

De heer Vandenberghe heeft me weer een beetje gejend met zijn beschouwingen over de financiŽle en economische crisis. Het gaat dan altijd op een wat ideologische manier over het neoliberalisme en het faillissement ervan. In het debat daarover is het van belang een belangrijk onderscheid te maken. Het beleid dat we de jongste jaren in heel wat landen hebben gezien kan niet als liberaal worden bestempeld, en zeker niet als sociaal-liberaal. Het was een beleid van conservatieven.

Maar elk heeft zijn verantwoordelijkheid. Vorig jaar gingen er 8512 bedrijven failliet, dat is 1 op 102. Dat is een belangrijk feit. Verantwoordelijkheden vastleggen is ťťn zaak, oplossingen zoeken is nog beter. Ook al is er al gewerkt rond de faillissementswetgeving, we zullen ervoor moeten zorgen, vooral in kmo's, dat mensen die ťťn keer een tegenslag hebben niet onmiddellijk door de overheid en door de maatschappij worden gefnuikt. Ook op dat punt zullen wij maatregelen voorstellen.

Over ethische problemen staat er niets in de regeringsverklaring. Dat vinden wij helemaal niet erg, want we hadden afgesproken dat dit een zaak voor het parlement is. In een open samenleving moet de dialoog altijd mogelijk zijn en hebben de politici de plicht om de bekommernissen van de mensen te vertalen in het beleid. Wij willen gewoon verder debatteren, we willen hoorzittingen, en indien mogelijk, maatregelen. We denken hierbij aan maatregelen voor euthanasie voor dementerenden en minderjarigen. In de samenleving bestaat onmiskenbaar een groot draagvlak voor euthanasie bij ondraaglijk menselijk lijden en medisch uitzichtloze situaties. Sommigen kiezen voor palliatieve zorg. Dat is goed! Sommigen kiezen daar niet voor. Een verfijning van de wet is dus noodzakelijk. Daarom doe ik, evenals de heer Vandenberghe, een oproep: wij vragen aan de Senaat en aan de meerderheid om de behandeling van onze voorstellen te faciliteren, en niet op de lange baan te schuiven.

Een volgend punt betreft het parlementair toezicht op de inlichtingendiensten en de Staatsveiligheid. Nu de bespreking van de BIM-wet op handen is, maar ook na minder goede ervaringen in een recent verleden, is onze fractie van mening dat de parlementaire controle ondubbelzinnig moet worden gevrijwaard en niet mag verglijden naar de uitvoerende macht.

De heer Hugo Coveliers (VB). - Wat een hypocrisie!

De heer Paul Wille (Open Vld). - Wie is er hier hypocriet?

De heer Hugo Coveliers (VB). - U uiteraard.

U hebt die parlementaire controle uitgehold door uitsluitend leden van de meerderheid tot de commissie toe te laten. Zoals ik al heb gezegd, worden soortgelijke commissies in OekraÔne en Kazachstan door een lid van de oppositie voorgezeten.

De heer Paul Wille (Open Vld). - Uw hypocrisie bestaat erin dat u tot op vandaag gewacht hebt om hierover iets te zeggen. Ik doe een voorstel. U zou tevreden moeten zijn en u mag het overigens verbeteren, maar niets zeggen en dan de initiatiefnemer hypocrisie verwijten, dat gaat iets te ver.

De heer Hugo Coveliers (VB). - Mijnheer Wille, ik protesteer daartegen al jaren, maar u was er niet toen ik dat deed.

De heer Paul Wille (Open Vld). - Ons inziens is een parlementaire onderzoekscommissie onvermijdelijk geworden, willen we de parlementaire controle blijvend garanderen.

Nog een ander punt. Een duurzaam en kwaliteitsvol buitenlands beleid stopt niet aan een landsgrens, zeker niet aan de grens van een klein land als het onze. Eťn miljard en meer mensen leven met minder dan ťťn euro en jaarlijks sterven twee miljoen kinderen bij gebrek aan drinkbaar water. Een aantal heel geloofwaardige collega's proberen op dit gebied al jarenlang aan ťťn lijn te trekken.

Het plan van de regering om miljoenen mensen in Afrika toegang te geven tot water is een tastbare sleutel van duurzame vooruitgang.

De minister van Defensie weet dat Open Vld vindt dat wij met onze bondgenoten concreet willen bijdragen tot vredesmissies, maar waakzaam moeten blijven ingeval van operaties die dat kader overschrijden. Net zoals voor de missie naar Afghanistan zal onze fractie elk optreden beoordelen volgens de criteria van peacekeeping en na een parlementair debat. Natuurlijk willen we, net als de heer Mahoux, een duurzame oplossing voor het conflict in de Gazastrook, waar onzinnig geweld beide partijen op een onzinnige en onaanvaardbare manier treft.

De heer Vandenberghe was me voor, maar ook ik wens met veel nadruk dat de regering zich er uitdrukkelijk toe zou verbinden om de Raad van Europa en zijn assemblee te financieren. Jarenlang wordt al in de uitgaven van die instelling gesnoeid. BelgiŽ is niet de minste lidstaat, want het zit het comitť van de begroting voor. Ik ben razend over wat er gebeurt. Stilaan belandt de besluitvorming in handen van ambassadeurs en ministers en dat ten koste van de instelling zelf. Ik hoop dat iedereen me wil bijvallen als ik betoog niet te willen behoren tot die generatie van politici die de instelling, de tempel van de mensenrechten in 47 landen, mee zou hebben vermoord.

Mocht het nog gaan over veel geld over 0,1% of 0,2% van het bbp, dan zou ik het nog begrijpen, maar het gaat over twee keer geen geld. Daarom vraag ik na een aantal jaren beleefd aandringen deze keer een verbintenis. We sparen al jarenlang op de werking, maar vandaag is het wezen van de instelling in gevaar. Het principe van de nulgroei in reŽle termen moet worden opgeheven. Ik dring absoluut aan op een betekenisvolle budgetverhoging voor de Raad van Europa.

Ik besluit. Onze fractie wil dat de regering in vijfde versnelling gaat. Niet morgen, nu. Er is te veel tijd verloren.

Wij vragen met bekwame spoed maatregelen te nemen ter vrijwaring van de koopkracht van de zwakken, van de gedupeerden en van de hele middenklasse in onze maatschappij.

Wij verwachten snelle, doeltreffende maatregelen rond de dossiers Fortis, Kaupthing en voor de hele financiŽle sector.

We kunnen met niets minder tevreden zijn dan met een open, toekomstgericht en duurzaam economisch beleid.

Namens de Open Vld-fractie geef ik duidelijk aan dat wij in elk geval loyaal en constructief zullen meewerken aan het welslagen van het regeerakkoord, ook inzake de voor ons noodzakelijke staatshervorming.

Enkel wie goed werk levert, bewijst het land een dienst. Wie beseft welk werk we nu en op termijn voor de boeg hebben, kan zich best ook realiseren dat teamwerk en alleen teamwerk daarvoor aangewezen is. De Open Vld-fractie wil daarvoor gaan.

De heer Josť Daras (Ecolo). - Het nieuwe jaar begint dus met een nieuwe regering, een nieuwe verklaring van de regering, een nieuwe eerste minister en enkele nieuwe ministers ... Voor de rest is er weinig nieuws, behalve een - symbolisch, moreel - engagement tot stabiliteit. Het land heeft inderdaad nood aan stabiliteit.

Ik ken onze nieuwe eerste minister, de heer Van Rompuy, al enkele jaren en ik respecteer hem. Ik vind het jammer dat hij er niet is; met zijn aanwezigheid had hij blijk gegeven van respect voor de Senaat.

De belofte om stabiliteit te brengen inspireert me tot twee opmerkingen.

Enerzijds zal de goede wil van de eerste minister niet volstaan om de stabiliteit te waarborgen die ons land zo nodig heeft en die we zo wensen. Niets wijst erop dat die stabiliteit gewaarborgd is; ik denk onder andere aan de onrust binnen de partij van de eerste minister. Het klopt dat de CVP, nu CD&V, een lange traditie heeft in het liquideren van haar voorzitters en eerste ministers. We kunnen de heer Van Rompuy enkel een langer leven toewensen ...

Anderzijds is stabiliteit geen politiek project; het is een middel om doelstellingen te verwezenlijken.

Vooral de volgende zin uit de verklaring van de regering is mij bijgebleven: `Zij zal het regeerakkoord van de vorige regering ... in zijn geheel uitvoeren'. Men vertrekt dus vanuit een perspectief van continuÔteit. Een twintigtal jaar geleden heeft een eerste minister van dezelfde partij de formule `verandering in de continuÔteit' uitgevonden. Het gaat hier ongetwijfeld om een nieuwe versie van datzelfde principe, of misschien van de stelling dat alles verandert omdat niets verandert, die de schrijver Jean-FranÁois Kahn een vijftiental jaren geleden poneerde.

Wat is, naast het engagement tot stabiliteit, het politieke project? In de verklaring staat niets over de internationale politiek, een thema dat hier reeds door meerdere sprekers is aangehaald. Hoe kan een nieuwe eerste minister in zijn eerste regeringsverklaring nalaten de woorden `Congo', `Grote meren', `Europees Voorzitterschap' en `Gaza' te vermelden? De heer Mahoux wijst er terecht op dat zich een zeer onrustwekkend drama afspeelt. We hadden alleszins mogen hopen dat onze regering de ambassadeur van IsraŽl ontbiedt en haar onze grote bezorgdheid over de huidige toestand meedeelt. Hoe het ook zij, er wordt met geen woord over de internationale politiek gerept.

Er wordt ook niets gezegd over het Voorzitterschap van de Europese Unie dat BelgiŽ in 2010 zal bekleden en dat dus normaliter een zaak is voor de huidige regering. Voor het overige wordt gezegd dat de engagementen van de vorige regering zullen worden nagekomen, behalve die waaraan men door de crisis moet verzaken, zoals de creatie van 200 000 jobs. Dat is geen ironie. De heer Van Rompuy heeft zich in de Kamer verdedigd door te stellen dat de wereld veranderd is en dat de financiŽle en economische crisis heeft toegeslagen.

Misschien hoopt de nieuwe regering de burgers gerust te stellen met de belofte om het regeerakkoord van de vorige regering na te komen, maar ze moet eraan toevoegen dat ze daar niet in zal slagen. We mogen de 200 000 jobs en de middelen voor het Zilverfonds vergeten. Ik hoop voor minister Michel dat het groeipad voor het budget voor Ontwikkelingssamenwerking behouden blijft. Sommige sprekers hebben er terecht op gewezen dat sommige gebieden in de wereld met veel grotere problemen kampen dan wij en veel belang hechten aan onze hulp.

In de nieuwe verklaring van de regering wordt erkend dat er opnieuw een structureel begrotingstekort komt. In de Kamer is zopas een begroting ingediend. Hoewel dit geen bevoegdheid is voor de Senaat, kunnen we er niet aan voorbijgaan want de begroting is bepalend voor het beleid. We horen vandaag dat het begrotingstekort tweemaal zo groot zal zijn als verwacht. We horen dat de ontvangsten, en vooral de fiscale, aanzienlijk lager zullen zijn dan verwacht. Dat is echt jammer; ik ben geen onheilsprofeet.

We weten dat deze min of meer nieuwe regering een nieuw begrotingsconclaaf zal moeten houden om de begroting recht te trekken. Ze zal moeten kiezen tussen een groter tekort of een sterker relanceplan. Het waardevolle interprofessionele akkoord moet worden uitgevoerd en ik denk niet dat de regering daaraan zal raken. Dat betekent dus dat er bijna geen beleidsmarge dreigt over te blijven. Dat is een nieuwe en moeilijke situatie.

Ik had graag gezien dat de regering die situatie in haar verklaring had erkend en dat ze in het Parlement de waarheid had gezegd. Waarom geeft ze niet toe dat de doelstellingen van de vorige regering, hoe bescheiden ook, moeten worden bijgesteld? Dan zouden we de keuzes kunnen beoordelen. Hoe zal de regering de begroting aanpassen en wat zijn de gevolgen voor de verschillende beleidsdomeinen, en met name voor het relanceplan?

Dat is de kernvraag waarop het vertrouwen rust dat de heer Van Rompuy in zijn regeringsverklaring zo vaak aanhaalt. Vertrouwen is in de eerste plaats de waarheid spreken in plaats van over eigenaardige zaken te spreken die in de begroting staan. Vertrouwen in de toekomst kan niet worden opgelegd; het moet groeien. Voor de burgers en de bedrijven betekent dit dat ze bijvoorbeeld hun spaargeld op een veilige plek kunnen plaatsen.

Het Kaupthingdossier is nog altijd niet opgelost. Volgens een recente peiling is de Bank van de Post de bank waarin de burgers nog een beetje vertrouwen hebben. Die heeft het imago van een overheidsbank. Ik zeg wel het imago want de kapitaalstructuur van die bank is gewijzigd. Zolang het Fortisdossier niet is uitgeklaard weet men niet goed of de Bank van de Post een overheidsbank dan wel een min of meer gemengde bank is. De problemen blijven bestaan. Wat er ook van zij, het feit dat een overheidsbank vertrouwen inboezemt, moet tot nadenken stemmen.

Om vertrouwen te hebben is werkzekerheid noodzakelijk. Wie zijn werk behoudt, zal zijn koopkracht niet zien dalen, behalve als de energieprijzen stijgen. Wie zijn werk verliest, technisch werkloos wordt, in een onzeker statuut terechtkomt of wie nu al problemen kent, heeft nood aan vertrouwen.

Vertrouwen houdt ook in dat men zeker is van een pensioen. Wie kan vandaag nog waarborgen dat de pensioenen binnen tien of twintig jaar nog zullen volstaan? Dat is nochtans nodig om van vertrouwen te kunnen spreken.

Meer algemeen houdt vertrouwen ook een gecoŲrdineerd beleid voor de aanpak van de opwarming van de aarde in. Ik dacht dat ik de heer Wille heb horen zeggen dat leden van zijn fractie de eersten waren om dat thema in onze assemblee aan te kaarten. Waarschijnlijk heb ik gedroomd.

Vertrouwen is noodzakelijk om plannen te maken, om te investeren in de aankoop van een woning. Dergelijk vertrouwen kan niet worden opgelegd; het kan niet worden bewerkstelligd met toverspreuken vanaf de tribune. Het is de moeilijkste opdracht voor de regering, die niet uit tovenaars bestaat. Niemand durft beweren dat het makkelijk zal zijn het vertrouwen te herstellen. Hoe dan ook, over stabiliteit praten is niet genoeg. Vertrouwen wordt hersteld door een politiek project, waarbij eerst de angst wordt weggenomen van diegenen die vrezen voor de toekomst en van diegenen die zich terecht zorgen maken over hun spaargeld, hun pensioen, hun job, hun inkomsten en hun kinderen. Tot hen moet de regering zich in de eerste plaats richten, en niet tot degenen die de crisis waarschijnlijk zonder problemen zullen doorspartelen.

De opwarming van de aarde is de eerste uitdaging; daarnaast zijn er veel andere uitdagingen die voortvloeien uit de huidige crisis.

We roepen op tot een green deal om de opwarming van de aarde te bestrijden. Aangezien de gewesten over het merendeel van de investeringsmiddelen beschikken is een gecoŲrdineerd beleid tussen de Federale staat en de gewesten absoluut noodzakelijk. We mogen niet blijven stilstaan bij de vraag wie waarvoor bevoegd is, maar we moeten het eens worden, overlappingen vermijden en samen aan hetzelfde zeel trekken. Dat is tot op heden zeker nog niet het geval.

Zou ik het nog durven hebben over de 250 miljoen die GDF SUEZ via Electrabel moet betalen? De begroting heeft die 250 miljoen nodig en GDF SUEZ kan ze ook betalen. Het bedrijf betwist het bedrag echter nu het centrales heeft geruild met E.ON, een operatie die GDF SUEZ geen frank heeft gekost.

Zelfs dat is vandaag niet zeker. Ik heb het dan niet over het geruzie tussen de minister van Energie en de CREG. Er kan dus niet worden beweerd dat op dat vlak het vertrouwen werd hersteld.

Ook wat de controle en de regulering van de financiŽle wereld betreft, durft niemand vandaag zeggen dat de burger terug vertrouwen heeft.

Op die domeinen kunnen we niet inactief blijven. Toch bevinden we ons nu opnieuw in een onduidelijke periode, een periode van lusteloosheid.

Ik kan niet voorbijgaan aan het probleem van de mensen zonder papieren. Sommige van die mensen zijn hier al jaren en wachten sinds het aantreden van deze regering op een rondzendbrief - wij hadden liever een wet of een besluit gehad - met duidelijke criteria en informatie over hun toekomst en hun regularisatiemogelijkheden. Dat zou hun een beetje hoop kunnen geven.

Ik heb tijdens het debat over de eerste regeringsverklaring op deze tribune gezegd dat, als men de passage leest die over die mensen gaat, het duidelijk is dat daarover zwaar werd onderhandeld door degenen die vooruitgang wilden boeken. Toen, meer dan een jaar geleden, kon men nog geloven dat vooruitgang mogelijk was. Maar een partij die toen en nu nog steeds lid is van de regering blokkeert de zaak en belet dat vooruitgang wordt gemaakt. Over dit probleem staat trouwens geen woord in de verklaring van de heer Van Rompuy.

De regering is over geen enkele van de punten die ik heb opgesomd, gevallen. Ze is gevallen over een probleem inzake de verhouding tussen de rechterlijke en de uitvoerende macht. Dat probleem is veel beperkter van omvang dan de problemen die ik heb opgesomd.

De Kamer besliste een onderzoekscommissie over dit onderwerp op te richten. Al bij die oprichting blijkt de wil van de regering en ook van de meerderheidpartijen om er een kader voor uit te werken.

Er moet een beetje respect voor het parlement zijn. Het is het parlement dat onderzoekscommissies kan oprichten, beslissen of en welke experts het wil horen en hoe het wil werken. Ik vraag u dan ook dit voorrecht aan het parlement te laten, los van de tegenstelling tussen meerderheid en minderheid, zeker nu leden van de vorige en huidige regering betrokken partij zijn. De regering moet daarover zwijgen en het parlement uitnodigen die onderzoekscommissie op te richten om volledige duidelijkheid te scheppen.

Indien men het vertrouwen wil herstellen - dat begrip komt terecht twaalf keer voor in de zes bladzijden van de regeringsverklaring - moet worden voorkomen dat de democratie gaat gelijken op een worstelring waarin de wetgevende en de uitvoerende macht het tegen elkaar opnemen.

(Voorzitter: de heer Armand De Decker.)

Dat is geen goede manier om het vertrouwen van de burger te herstellen.

Mijn besluiten kunnen worden samengevat aan de hand van twee begrippen. Het eerste is vermoeidheid. Ik heb het niet over die van mezelf, noch over degene die de heer Van Rompuy te wachten staat bij zijn uitputtende taak van eerste minister, een functie waarbij men soms heel wat moet kunnen incasseren. Ik heb het evenmin over de vermoeidheid van het parlement dat al anderhalf jaar dan de ene en dan weer de andere kant wordt uitgestuurd met erg weinig echte regeringsontwerpen die de ministers in de commissies komen verdedigen, maar met wetten houdende diverse bepalingen en programmawetten waarvan de laatste meer dan 500 artikelen bevat.

Ik wil het hebben over de vermoeidheid van het land. BelgiŽ is moe omdat het niet weet waarheen het gaat, moe van regeringen die niet regeren, regeringen die geen oppositie behoeven omdat de spanningen binnen de meerderheid al sterk genoeg zijn.

De burgers zijn moe, afgemat omdat ze niet weten hoe ze worden geregeerd, noch waarheen ze gaan. Toch bruist dit land van energie, bij de burgers, de verenigingen, de bedrijven, maar dit moet worden gekanaliseerd. De indruk mag niet ontstaan dat dit land het zonder gids moet stellen.

Het tweede begrip van mijn conclusie betreft het nationalisme. De communautaire dialoog wordt weer opgestart. Zoals altijd zullen wij van goede wil zijn, maar de zaken moeten duidelijk zijn. Het nationalisme kent geen grenzen. Ik wil alle democratische collega's op het hart drukken dat ze geen compromis mogen aanvaarden - een compromis is altijd bedrieglijk - want Vlaanderen zal altijd meer willen en wanneer het ooit onafhankelijk zou worden zal het interne en externe vijanden uitvinden.

Vanaf september 2007 hebben wij met betrekking tot de N-VA gezegd dat het nationalisme geen grenzen kent. Wij zijn bereid een communautaire dialoog aan te gaan om ons land een betere toekomst te verschaffen, niet om compromissen te sluiten, noch om een onafwendbare splitsing af te remmen.

Sommigen zullen terecht opmerken dat er niets nieuws is in de thema's die wij aansnijden. Ze moeten ons niet verwijten standvastig te zijn. Zijzelf tonen zich uiterst standvastig in hun vluchtige politiek zonder ziel, zonder hart, zonder inhoud.

Neem het ons niet kwalijk dat we altijd dezelfde verwijten maken. Wij blijven een onverzettelijke oppositie voeren, waarbij we evenwel blijk geven van verantwoordelijkheidszin. Wij willen een positieve rol spelen voor ons land en voor zijn burgers.

De heer Francis Delpťrťe (cdH). - Ik wil in het begin van het jaar 2009 een wens uiten, een engagement aangaan en een vraag stellen.

Ik begin met de wens. Ik wens de regering die op 30 december geÔnstalleerd is en op 2 januari het vertrouwen van de Kamer heeft gekregen, een lang leven. Ik wens haar een bestaan dat overeenstemt met de wetten van een meetkundige reeks.

De regering-Verhofstadt III heeft drie maanden bestaan, de regering-Leterme I negen maanden. Als ik de logica van de meetkundige reeks volg en goed tel, kom ik aan zevenentwintig maanden voor de regering-Van Rompuy I, want drie maal drie is negen en drie maal negen is zevenentwintig. Dat brengt ons tot net na de parlementsverkiezingen van juni 2011.

Het is niet alleen een rekenkundige kwestie. Ik zal niemand iets nieuw vertellen als ik zeg dat ons land nood heeft aan stabiliteit. Onze medeburgers vragen continuÔteit in het beleid. De wijzigingen in de regeringsploeg kunnen verwarring veroorzaken, ook al blijven sommige mannen en vrouwen sleutelposten bekleden. De wisselingen kunnen echter de indruk geven dat het openbaar bestuur niet ernstig genoeg wordt opgevat. Een minimum aan continuÔteit is de voorwaarde voor efficiŽnte acties, in het bijzonder op economisch en sociaal gebied.

Het herstelplan van de regering, de uitvoering van het interprofessioneel akkoord, de uitvoering van de wettelijke maatregelen ter begeleiding en ondersteuning van de werkgelegenheid, de versterking van ons federaal socialezekerheidsstelsel, de terugdringing van het structurele begrotingstekort en de uitvoering van de engagementen van de regering-Leterme op het gebied van asiel en migratie zijn voor ons essentiŽle hervormingen. Ze hebben maar zin en zijn dus maar nuttig als ze passen in een langetermijnvisie.

Vanuit dat standpunt ben ik blij dat de crisis van december zo snel is afgehandeld. De verantwoordelijken van het land hebben hier goed gescoord. Het moet mogelijk zijn om in het begin van het jaar een goede start te nemen, wetende dat de weg lang en moeilijk zal zijn. Alles bij elkaar ben ik echter blij dat hij lang zal zijn.

Ik wil ook een verbintenis aangaan. We moeten de gebeurtenissen van het laatste kwartaal van vorig jaar uitklaren. De onderzoeken situeren zich op twee domeinen.

De eerste hebben betrekking op de beslissingen op het bancaire, financiŽle en economische domein in de dossiers Fortis, Dexia, Ethias en KBC. We zullen, met de hulp van juridische, economische en financiŽle experts moeten onderzoeken of de soms dringende maatregelen de meest adequate waren en of ze de belangen van de gemeenschap het best hebben gediend. Op 5 december jongstleden werd een bijzondere gemengde commissie opgericht. Wij zullen die ten volle steunen en zullen daar onafgebroken aan doorwerken, want de mist moet verdwijnen. Onze medeburgers hebben recht op volledige klaarheid en transparantie in dat belangrijke dossier.

De andere onderzoeken hebben betrekking op de houdingen die werden aangenomen in de rechtszaken rond het Fortisdossier. De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie heeft, op basis van ernstige en eensluidende aanwijzingen, laten weten dat er in de loop van de procedures voor de 22ste kamer van het hof van beroep van Brussel op een ongepaste wijze tussenbeide is gekomen. Dat zal moeten worden onderzocht, met eerbiediging van de rechten van de verdediging. Te dien einde zal een onderzoekscommissie moeten worden opgericht, in de zin van artikel 54 van de Grondwet. Het parlement zal daar een beslissing over moeten nemen. Dat dossier verdient een specifieke behandeling. Het vraagt speciale onderzoeken, die niet mogen worden verward met de onderzoeken die nodig zijn voor het eigenlijke financiŽle dossier.

Ik voeg daar nog iets aan toe. In dit onderzoek mag niet alleen het verleden aan bod komen, maar het moet ook en vooral uitmonden in constructieve voorstellen. Het belangrijkste is niet dat er koppen vallen of dat sommige mensen worden witgewassen. Het komt er in de eerste plaats op aan nauwkeurig te bepalen hoe het heilige beginsel van de scheiding der machten, dat wij van Montesquieu hebben geŽrfd, in de hedendaagse politieke maatschappij kan worden toegepast. Er moet duidelijk worden bepaald hoe dat beginsel de facto en van rechtswege kan worden geŽerbiedigd in rechtszaken waarin de regering partij is.

We moeten met andere woorden het domein van de soms ingewikkelde relaties tussen de politieke en de rechterlijke macht beter proberen af te bakenen.

Ik neem slechts ťťn voorbeeld. Het Gerechtelijk Wetboek bepaalt in artikel 140 dat de procureur-generaal zorgt voor het goede verloop van de zaken in zijn rechtsgebied. Kan de procureur-generaal op grond van die bepaling tussenbeide komen in lopende zaken en in zaken die in beraad zijn? Kan de minister van Justitie hem op grond daarvan instructies geven? Is die regel uitsluitend van toepassing in strafzaken of ook in burgerlijke, sociale, fiscale en handelszaken? Is beroep mogelijk tegen maatregelen die op grond van die bepaling worden genomen? Ik heb daar geen antwoord op. We moeten deze gelegenheid te baat nemen en samen met de magistraten van het Koninkrijk nauwkeurige regels vastleggen voor de werking van de rechtsstaat in het begin van de 21ste eeuw.

Ik heb al een wens geuit en een verbintenis geformuleerd, maar ik heb nog een vraag voor de toekomst. Wat wordt er van ons Koninkrijk?

De verklaring van de regering geeft ons drie elementen: de voortzetting van de institutionele dialoog over het eerste pakket institutionele hervormingen dat tegen 7 juni 2009 rond moet zijn; de voorzetting van dezelfde dialoog over andere kwesties, bijvoorbeeld Justitie, met dezelfde horizon, en tot slot de oprichting van de werkgroep over het probleem van het kiesdistrict Brussel-Halle-Vilvoorde, met de zomer van 2009 als horizon.

Wij zeggen onze blijvende steun toe voor die kwesties. Wij behoren tot degenen die, met de nodige voorzichtigheid en de vaste wil om te slagen, bereid zijn om na te denken over een evenwichtige hervorming van onze instellingen. Wij willen de federale staat consolideren en versterken en de gemeenschappen en gewesten tegelijkertijd de bevoegdheden en middelen geven om een autonoom beleid te kunnen voeren.

Er blijft nog een vraag over. Ze stond al op de agenda van de vorige regering, dus ik verander niet van discours. Passen de voorgenomen hervormingen nog in het federale concept? Als dat zo is, kunnen we vooruitgang boeken. Als dat echter niet zo is, zijn ze voor ons te roekeloos. We zullen in de eerstvolgende maanden de intenties van elkeen uittesten op het terrein en in concrete dossiers.

De eerste minister vroeg ons vorige woensdag om het vertrouwen te herstellen. Het vertrouwen in de politiek en de overheidsmandaten is immers zwaar aangetast, en dat is nog een eufemisme. Het getalm gedurende meer dan een jaar bij de vorming van een stabiele regering heeft ons blazoen in binnen- en buitenland zeker niet opgepoetst. Drie eerste ministers in een jaar is echt veel te veel.

Vertrouwen kan echter niet worden opgelegd en opgeŽist, het moet worden verdiend.

Ik vraag de ministers dus om ons redenen te geven om te hopen en te geloven in ons land, in onze economie en ons sociaal stelsel, in onze culturele ruimten en onze opening naar de wereld en de anderen.

Ik bewonder de beknoptheid van de regeringsverklaring en kan het zuinige woordgebruik niet afkeuren. Moge deze verklaring een duidelijk signaal zijn! Wij hechten meer geloof aan daden dan aan woorden en beslissingen zijn voor ons belangrijker dan beloften van ťťn dag.

De eerste minister kent ongetwijfeld de lijfspreuk van Willem de Zwijger, die trouwens niet meer losliet dan hij: `Het is niet nodig te hopen om te ondernemen, noch te slagen om te volharden'. Ik zou die leuze enigszins willen corrigeren en de meerderheid van gisteren en vandaag willen zeggen dat we een beetje moeten hopen om te ondernemen en een beetje moeten slagen om te volharden.

Hopen, ondernemen, slagen, volharden: dat is wat ik u en ons toewens. Het land heeft daar nood aan.

Mevrouw Lieve Van Ermen (LDD). - Er bestaat een oud volkswijsje waarbij jonge meisjes de blaadjes van een bloem plukken en zo hun toekomst trachten te raden. Ze zingen telkens opnieuw het rijmpje `verliefd, verloofd, getrouwd' en het laatste blaadje zou hun toekomst voorspellen. In de jongste decennia hadden we aan dat wijsje echter nog een woord kunnen toevoegen, namelijk `uiteen'.

Wij hebben sinds 2007 al drie eerste ministers gehad: Guy Verhofstadt, Yves Leterme en Herman Van Rompuy. Wat zal de nabije toekomst ons brengen? Vervroegde verkiezingen? Uiteen gaan? Ik vermoed van wel, want `nooit ofte nimmer', zoals Willy Claes placht te zeggen, is er meer verloochend van wat men bij hoog en bij laag bezwoer alvorens in het coalitiebootje te stappen. Open Vld verloochent dat ze een begroting in evenwicht wil. CD&V verloochent dat ze zonder ernstige staatshervorming niet in een regering zou stappen. En er is nog veel meer.

`Vertrouwen, vertrouwen, vertrouwen, daar draait het om', verklaarde Wouter Bos in Nederland toen hij het over de bankcrisis had. Geldt dat niet voor een politieke formatie? We stellen vandaag immers vast dat een burger onder verdenking - wegens benoemingen aan de politietop zonder rechtsgeldige examens - opeens tot Kamervoorzitter is gebombardeerd en nu de tweede burger van het land is. Hij zou integendeel un uomo, un cittadino sopra ogni sospetto moeten zijn. In tempore non suspecto, nog vůůr de val van Leterme, stond de kersverse Kamervoorzitter wel degelijk onder verdenking en die zaak is nog steeds niet uitgeklaard. Moet dat vertrouwen wekken? LDD vindt dat een kaakslag voor elkeen die in ons land aan politiek doet en voor elke rechtgeaarde burger.

Wat ons nog het minst vertrouwen wekt, is dat de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde wordt uitgesteld tot na de verkiezingen van juni 2009. Ik vergelijk dat met een eerstejaarsstudent die bij zijn inschrijving in de universiteit al verklaart dat hij zijn zwaarste examen in tweede zit gaat afleggen.

Het heeft me als Vlaming ook enorm gekrenkt dat de eerste minister, ook een Vlaming, zijn speech in het Frans is begonnen. De Franstaligen hebben nu eenmaal meer ministerpostjes dan de Vlamingen, die in ons land nochtans in de meerderheid zijn. Dat geeft vele Vlamingen de indruk dat hij zichzelf als Vlaming verloochent. Ik heb hem bovendien voor de radio horen verklaren dat hij in vijftien jaar niet verandert. Ik vrees dat hij in ťťn etmaal kan veranderen.

Toch wens ik hem en zijn ploeg het beste voor 2009. We zullen zien hoe het wijsje zal stoppen: verkiezingen of niet. Mail vůůr 11 uur naar deongelovigethomas@klara.be! Ik denk dat ik weet wie de prijs zal winnen.

De heer Louis Ide (Onafhankelijke). - Leterme Un is niet meer, Van Rompuy Un des te meer.

Zoals steeds in de politiek zijn er winnaars en verliezers. Ik ben het dus niet eens met Hugo De Ridder die in 1986 zijn boek de titel Geen winnaars in de Wetstraat gaf. Ik raad iedereen aan dat boek te lezen of te herlezen. Het zal duidelijk worden dat er weinig veranderd is in de politiek. Met het dťjŗ vu waarvan velen nu spreken, refereren ze aan de voorbije achttien maanden, maar voor mij slaat het op de periode sinds het Egmontpact. Er zijn wel degelijk winnaars en verliezers in de Wetstraat.

De grote winnaars zijn de collega's van de Open Vld. Ik moet toegeven: Open Vld heeft het tactisch meesterlijk gespeeld. Of hoe men met een verkiezingsnederlaag en een aantal tegenslagen een slagveld kan aanrichten bij de andere partijen ... Open Vld slaagde erin vanaf het begin van de onderhandelingen, nu achttien maanden geleden, warm en koud te blazen: Belgisch als het nodig was, Vlaams als het hen goed uitkwam. De klassieke tripartite kwam er niet. In een gescheiden democratie kon de toevoeging van de PS Open Vld niet veel maken. De sp.a daarentegen mocht er niet bij. De man met 800 000 stemmen werd geen enkele kans gegund. Communautair zou hij - het koste wat het kost - alles slikken als een gans. Met het oog op de ganzenlever kreeg hij een buis in de strot geduwd en zijn lever heeft het geweten. Open Vld slaagde erin de man met 800 000 stemmen af te maken, nadat hij zijn kartel ook al had moeten opblazen. Leterme alleen was niet genoeg, sterkhouder Vandeurzen moest ook ontslag nemen, terwijl liberale excellenties bleven zitten en ondertussen al weggepromoveerd zijn naar het Kamervoorzitterschap en de Europese Commissie.

Met Van Rompuy als nieuwe premier haalde Open Vld nog een slag thuis: geen Dehaene, die Verhofstadt in 2009 wel eens het vuur aan de schenen zou kunnen leggen. Nu nog enkel de samenvallende verkiezingen realiseren en Open Vld heeft het tactisch meesterlijk gespeeld, zonder NoŽl Slangen dan nog. Ik had nooit gedacht dat jullie daartoe in staat waren.

Aan de collega's van CD&V vraag ik slechts ťťn ding: maak in eer en geweten eens de rekening. Wat heeft dit alles opgeleverd of, beter nog, wat heeft het niet opgeleverd?

Er is een tweede winnaar in de politiek: de Franstaligen. Op 4 december 2008 bracht de dalai lama een bezoek aan het parlement. Wat Ingrid Betancourt wel mocht, kon niet voor de dalai lama. Maar goed, we willen de Chinezen nu eenmaal niet te veel voor het hoofd stoten. Congolezen schofferen, tot daar aan toe, maar Chinezen ...

Opvallend was hoe verschillende Franstaligen een oprechte interesse betoonden voor de woorden van de dalai lama. Woorden die een regelrecht pleidooi waren voor eigenheid, identiteit, bewaren van cultuur, geschiedenis en taal. GÍnant werd het echter toen deze pacifistische volksnationalist het had over de situatie in MongoliŽ. Hij zei: `De Mongolen zijn een minderheid in hun eigen land'.

Welnu, de Vlamingen zijn een minderheid in hun eigen land. Opnieuw tel ik meer Franstalige excellenties dan Vlaamse. Opnieuw stel ik vast dat de regering regeert met een Vlaamse minderheid. Ik lees in de regeringsverklaring dat de gemeenschapsdialoog snel moet worden heropgestart. Heb ik iets gemist? Was die dan al gestart? Waarom is mevrouw Onkelinx dan nog minister van Volksgezondheid en mevrouw Milquet minister van Werk? We mogen vůůr de regionale verkiezingen nog enkele ontslagen van ministers verwachten, want in de regeringsverklaring staat er dat er resultaten zullen zijn.

Ik stel voor dat de eerste minister bij voorkeur werk maakt van de splitsing van het arbeidsmarktbeleid, de gezondheidszorg, de fiscaliteit en de ontwikkelingssamenwerking. Op die manier kunnen vier Franstalige excellenties ontslag nemen en wordt de Franstalige machtspositie in de regering alvast tot meer evenwichtige proporties herleid.

BHV wordt ad calendas graecas verwezen. Een groep binnen het Overlegcomitť wordt belast met het uitwerken van voorstellen voor oplossingen, zo staat in de verklaring van de regering. Ik stel voor dat de synoptische tabel, het magnum opus van Willy Cortois, weer van onder het stof wordt gehaald. Daar staan zogezegd alle oplossingen in. Laten we dus geen tijd verliezen en het wetsvoorstel van de burgemeesters goedkeuren.

De grootste verliezer is de politiek zelf. Die heeft enorm aan geloofwaardigheid ingeboet. De mensen zijn niet kwaad, zelfs niet woedend op de politici. Het is veel erger. Ze zijn volkomen onverschillig geworden en wachten geduldig tot de volgende verkiezingen. Hugo De Ridder schreef in 1986 Geen winnaars in de Wetstraat. Drie jaar daarvoor schreef hij De keien van de Wetstraat. Ook hier heeft hij het mis. Er zijn geen keien in de Wetstraat. De laatste uitzending van het gelijknamige televisieprogramma was daar een emanatie van. Er schoof zelfs een niet-verkozene mee aan tafel. De stemmen tellen niet meer. Meerderheden zijn geen meerderheden meer. Minderheden regeren de meerderheden. Geplebisciteerde politici regeren niet meer. Stemmen vergaard op basis van beloftes worden monddood gemaakt. Hoe zal de politiek nog een appel kunnen doen op de mensen als ze hen in de steek laat en laat verzanden in complete onverschilligheid?

De eerste minister is een liefhebber van haiku's. Ik sluit dan ook graag op die wijze af. `Ach ouwe havik. Lood zit je in de veren. Vliegen kan niet meer.'

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - We beleven een turbulente tijd. We werden tijdens het laatste kwartaal van vorig jaar geconfronteerd met bijzonder grote uitdagingen, zoals de breuk in het bancaire landschap en de economische crisis. De agenda's van de regeringen bij ons en elders in de wereld zijn sindsdien grondig gewijzigd. Het is niet business as usual. Daarom hebben we een krachtige regering nodig die de belangen van ons land en van de burgers actief bewaakt.

De brief van de eerste voorzitter van het Hof van Cassatie aan de voorzitter van de Kamer in verband met vermeende beÔnvloeding van het gerecht heeft in ons land een ongeziene politieke crisis teweeggebracht. Die crisis had niets te maken met partijpolitiek, wel met de verhouding tussen de instellingen. Gelukkig was de politieke crisis van korte duur, maar ze kan niet zonder gevolgen blijven voor de verhouding tussen de verschillende machten. De eerste voorzitter van het Hof van Cassatie heeft, ik parafraseer hem, hoogst uitzonderlijk een standpunt ingenomen. We noteren dat hij een brief schreef zonder dat er een diepgaand onderzoek had plaatsgevonden. Bij mijn weten is zoiets vroeger nooit gebeurd. Er waren nog geen procedures gestart en er was bijgevolg ook geen tegensprekelijk debat en geen recht van verdediging voor de rechtstreeks betrokkenen. Nochtans zijn dat fundamentele rechten in onze rechtsstaat. Er moet een diepgaand, onafhankelijk onderzoek komen. Dan zullen we zien of het dramatische standpunt van de eerste voorzitter overeind blijft.

Eerste minister Leterme en minister van Justitie Vandeurzen hebben hun politieke verantwoordelijkheid genomen in eer en geweten en in het belang van de instellingen. Ze hebben aangetoond dat politiek meer is dan postjes. Politiek gaat ook over deontologie en principes. CD&V is niet bang van de waarheid. Wij willen dat de volledige waarheid daaromtrent snel aan het licht komt.

Onze fractie vraagt de regering het vertrouwen van de bevolking en de bedrijven in onze economie, de financiŽle wereld en de instellingen te herstellen. De zin is kort, de uitdaging is groot.

Vele mensen dreigen hun baan te verliezen of hebben ze verloren. Vele ondernemingen gaan failliet of moeten hun activiteiten voor langere tijd onderbreken. De conjuncturele uitdagingen zijn groot. De vorige regering heeft goede maatregelen getroffen om de bancaire crisis krachtdadig te bedwingen. Ze heeft ook op sociaal-economisch vlak heel wat maatregelen genomen. Ik denk bijvoorbeeld aan de 1,7 miljard voor sociale maatregelen. Het IPA en het herstelplan van de regering Leterme vormen een belangrijk antwoord op de crisis.

Naast de conjuncturele problemen moeten ook de structurele problemen worden aangepakt: de duurzame ontwikkeling en de klimaatproblematiek, de vergrijzing, de bewaking van het overheidsbudget, de economische handicaps van ons land, de staatshervorming, de financiering van de deelstaten, de strijd tegen de armoede, de migratieproblematiek, de regularisatieproblematiek waarop we al maanden wachten. Het zijn allemaal opdrachten waarmee de regering Van Rompuy in de komende weken en maanden wordt geconfronteerd.

Ook, en in het bijzonder in tijden van economische en financiŽle crisis, moeten we ervoor zorgen dat de basisvoorwaarden van de democratie veilig worden gesteld. Niet zo lang geleden vierden we in dit halfrond zestig jaar Verklaring van de Rechten van de Mens. De uitdaging blijft hoe we die rechten afdwingbaar kunnen maken.

Ons land beŽindigt zijn mandaat binnen de VN-Veiligheidsraad. Binnenkort zullen we onze rol moeten opnemen in de trojka, in de aanloop tot het Europees voorzitterschap. Internationale vrede en ontwikkeling moeten meer dan ooit centraal staan in ons beleid. Europa heeft een cruciale rol in het vredesproces in het Midden-Oosten. Ik verwijs naar het hevige conflict in de Gazastrook vandaag en het aanhoudende geweld in subsaharaans Afrika, in het bijzonder in Oost-Congo. Ik pleit ervoor dat de regering zich met vernieuwde kracht inzet om bij te dragen tot een duurzame oplossing van die wereldproblemen.

Namens de CD&V-fractie wens ik de eerste minister en zijn hele ploeg alle succes toe.

De heer Geert Lambert (Onafhankelijke). - De laatste dagen van het jaar 2008 ging er een zucht van verlichting en opluchting door de meerderheid. De Koning heeft het land nog maar eens gered door enkele oud-strijders van stal te halen, met alle respect voor de verdiensten van oud-premier Wilfried Martens en voor Herman Van Rompuy. Blijkbaar is men in dit land sinds de verkiezingsoverwinning van Leterme in 2007 al tevreden met een dode mus.

Ik zie weinig redenen voor een hoerastemming na het aanhoren van een regeringsverklaring die niet langer heeft geduurd dan een zeven luttele minuten en die geen enkele vertrouwenwekkende maatregel of beleidswijziging bevatte. Deze ploeg is blijkbaar van plan door te gaan met een beleid dat er geen is en met een desastreus begrotingsbeleid. Zij houdt geen rekening met het begrotingstekort 2008 dat zopas bekend werd gemaakt. Deze regering - want de regering is een doorslagje van Leterme Ibis - ging uit van een tekort van 0,2 tot 0,5%.

Ze eindigt met een tekort van 1% van het bnp. Werd de jongste maanden ook maar ťťn poging ondernomen om dat tekort alsnog terug te dringen? Heeft de regering ťťn maatregel genomen om een beleid te wijzigen waarvan men weet dat de toekomstige generaties de gevolgen ervan zullen betalen? Neen, de regering heeft niets ondernomen en enkel pogingen gedaan om zichzelf te redden.

Meer dan ooit rijst de vraag hoe de regering de begroting in 2009 onder controle zal houden. Ik weet dat dit geen materie voor de Senaat is, maar we mogen ons toch afvragen hoe de begroting en staatshuishouding alsnog kunnen worden rechtgetrokken. De nieuwe regering heeft het in haar zeven minuten durende verklaring duizendmaal over vertrouwen gehad, maar over de enige echte vertrouwenwekkende maatregel, namelijk een klaar en duidelijk begrotingsbeleid, werd met geen woord gerept.

De lijn in het sociaal-economische beleid is wat mij betreft duidelijk. De regering wil vooral de kiezer tevreden houden, maar ze denkt helemaal niet aan de toekomstige generaties. Ze denkt helemaal niet aan diegenen die straks het kind van de rekening zullen zijn en de huidige crisis zullen moeten afbetalen. Wat is het perspectief en wat zijn de krachtlijnen van de begroting 2009? Houdt de regering enkel vast aan een relanceplan waarin rekening wordt gehouden met olieprijzen die ondertussen zijn gehalveerd, of durft ze het aan om echt maatregelen te nemen teneinde de begroting alsnog te redden? Ik vrees dat dit laatste niet het geval zal zijn.

De meerderheidspartijen vinden het in ieder geval nog steeds niet nodig om een echte minister van Begroting aan te stellen. Zelfs in deze benarde tijden volstaat een staatssecretaris om de staatshuishouding op orde te houden. Dat is een schitterend signaal van een regering die nochtans overloopt van haantjesgedrag en waarin voor al te veel ministers de titel de man maken.

Ook die andere splijtzwam voor de regering-Leterme, het asiel- en migratiebeleid, blijft steken in geruzie en immobilisme. Mevrouw Milquet stelde destijds dat er geen regering zou komen indien vůůr de beleidsverklaring van oktober 2008 geen oplossing zou worden gevonden voor dat probleem. De CD&V-senatoren hebben onlangs nog op het probleem gehamerd. In de commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden hoor ik PS-senatoren constant over dit thema fulmineren. Welnu, is in dat dossier ook maar enige vooruitgang geboekt? Indien inderdaad afspraken zijn gemaakt, dan zou ik graag weten wat die inhouden. Ik vrees echter dat er geen vooruitgang is. Hiermee toont de regering nogmaals hoeveel vertrouwen we in haar moeten hebben.

Is de minister van Migratie- en Asielbeleid optimistischer over de slagkracht van de nieuwe regering dan mevrouw Vervotte? Of is ze gewoon meer aan de macht gehecht? Denkt de meerderheid echt dat de duizenden actievoerders en mensen zonder papieren blind vertrouwen kunnen schenken in een ploeg die er al meer dan twintig maanden niets van bakt? Een nieuwe crisis over dit thema komt er zeker aan. We weten alleen niet of dat binnen twee weken, twee maanden of zes maanden zal zijn. Nog minder weten we of de regering op dat moment een concreet antwoord zal hebben.

De eerste minister zei in de Kamer dat hij het bijzonder jammer vond dat hij tijdens het debat enkel een doorslagje hoorde van de interventies die tijdens vorige regeringsverklaringen waren gedaan. Ik zal mij jammer genoeg ook tot een doorslag beperken. Hetzelfde geldt immers voor het communautaire onderdeel. Plots klaart de hemel op, maar toch zullen we tot na de verkiezingen moeten wachten - de eerste minister had het over de zomer 2009 - op een oplossing voor het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde. Het zal bijzonder boeiend zijn om de pakketten voor de staatshervorming te lezen die nog voor de regionale verkiezingen zullen worden goedgekeurd.

Nochtans hoorde ik vanochtend minister-president Peeters verklaren dat er van Vlaanderen geen geld zal komen voor de budgettaire problemen en dat elk gesprek over het communautaire hoofdstuk nog moet worden gestart. Al die gesprekken die ons de voorbije maanden hebben beziggehouden alsof we vooruitgang hadden geboekt, blijken dus nog geen enkel resultaat te hebben opgeleverd. De regering vraagt vertrouwen en wil zogezegd vertrouwen geven, maar ik blijf met een onbeantwoorde vraag achter: hoe, in godsnaam, zal de regering vertrouwen schenken?

Tot slot het punt waar de regering over struikelde: het heilige der heiligen, de scheiding der machten. Dat principe is geen stijlformule, geen vodje papier. Het is cruciaal om het democratisch gehalte van een staat te beoordelen en te controleren. Staat de uitvoerende macht nog toe dat ze wordt gecontroleerd en dat ze desnoods wordt teruggefloten? Waar de regering zijn oorsprong vindt in het feit dat de klassieke partijen er echt al jaren een potje van maken, start ze met het schaamteloos met voeten treden van dat principe, door zich te mengen in een debat die in de onderzoekscommissie zelf moet worden gevoerd. De scheiding der machten betekent respect opbrengen voor de rechterlijke macht en respect opbrengen voor de wetgevende macht en voor de controlerende taak die de wetgevende macht toegewezen kreeg. Door nu al aan te kondigen dat de regering zelf van zeer nabij de werkzaamheden van de onderzoekscommissie gaat volgen, wordt duidelijk dat de regering helemaal niet van plan is om iets aan haar houding te wijzigen.

Iedereen, behalve de enkele mensen die moesten worden geslachtofferd, blijft op post zitten, zelfs de kabinetschef van Leterme, de heer D'Hondt, nochtans een spilfiguur in het verhaal. Blijkbaar hebben sommige regeringspartijen het nog steeds niet begrepen. De tijd dat alles in de Tweekerkenstraat werd beslist lag achter ons, dacht ik. Blijkbaar is er echter enkel een adreswijziging gebeurd, maar geen enkele beweging in de gedachten.

Misschien wordt het tijd voor iets radicaal anders. Ik concludeer dat de lijdensweg van Leterme gewoon wordt voortgezet. Dat is ook de conclusie van een lid uit de vorige regering, die zelf besliste de eer aan zichzelf te houden en niet meer deel te nemen aan een ploeg waar ze niet kon achter staan. Het is ook de conclusie van een meerderheid van Vlaamse Kamerleden, die de regering geen vertrouwen schonken.

De regeringsverklaring was bijzonder kort. Zo kort, dat ik even dacht dat het een haiku was, de geliefkoosde poŽziestijl van de premier. Omdat ik weet dat de premier een liefhebber van dat genre is, wil ik ook een poging wagen: `Ach, oude vijver. De premier zakt door het ijs. Even wat lawaai.' Wat de regering zal presteren, zal weinig indruk nalaten.

Mevrouw Els Schelfhout (CD&V). - Ik wil de aanwezige minister vragen mijn boodschap over te brengen aan de eerste minister, want ik wil hem heel graag feliciteren. Ik wil hem ook bedanken voor het aanvaarden van het premierschap. Ik heb vertrouwen in hem. Het is een publiek geheim dat de eerste minister een begenadigd woordkunstenaar is. Ik zal mij niet bezondigen aan het plegen van eerder gemakkelijke poŽzie. De eerste minister is overigens niet alleen goed met woorden. Net als de vorige eerste minister is hij ook goed met cijfers. Ook dat is een heel belangrijk talent, vooral in de huidige tijden van financiŽle en sociale crisis, nu we kampen met een ernstig begrotingstekort en er gewikt en gewogen moeten worden.

De eerste minister kent iets van cijfers en weet ongetwijfeld dat het getal honderdtienduizend staat voor naar schatting even zoveel mensen die illegaal in ons land verblijven en waarvan een groot aantal al maandenlang wacht op objectieve humane regularisatiecriteria. Die mensen zijn de wanhoop nabij.

De eerste minister weet ook dat het getal drieŽntwintig staat voor het percentage gepensioneerden dat moet rondkomen met een pensioen lager dan het minimale gewaarborgde vervangingsinkomen. Hij weet dat twee op tien staat voor het aantal gezinnen dat balanceert op de rand van de armoede.

Aangezien de eerste minister al die cijfers kent, wil ik er niet langer over uitweiden. Zoals gezegd, heb ik vertrouwen in hem en in zijn team, en ben ik er rotsvast van overtuigd dat hij er samen met zijn collega's ministers iets mee zal doen.

Toch wil ik de regering nog met enkele andere getallen confronteren.

Bijvoorbeeld met de vier ŗ vijf miljoen directe en indirecte dodelijke slachtoffers van gewelddadige conflicten vooral in het oosten van de onmetelijke republiek Congo.

Anderhalf ŗ twee miljoen. Zoveel ontheemden telt Oost-Congo sinds augustus 2008. In Noord-Kivu alleen al kwamen er meer dan tweehonderdduizend nieuwe vluchtelingen aan.

Elfduizend: zoveel kindsoldaten vechten in de DRC. Sinds augustus 2008 werden er minstens honderdvijfenzeventig, maar vermoedelijk veel meer onder dwang gerekruteerd. Sommigen werden bij klaarlichte dag voor de ogen van hun ouders meegesleept.

Drieduizend zevenhonderdvijftig: minstens zoveel meisjes en vrouwen werden in de eerste helft van 2008 in Kivu verkracht. De jongsten onder hen waren nog geen jaar oud, de oudsten waren oma's van meer dan zeventig.

Vijfhonderd is het aantal politieke opposanten dat volgens Human Rights Watch het voorbije jaar in de DRC werd vermoord.

Achtduizend vijfhonderd militairen zou Rwanda inmiddels ten noorden van Goma gestationeerd hebben. Er wordt gespeculeerd over het voornemen om te pogen heel Congo in te nemen.

Vierhonderd: in de voorbije kerstperiode werden door het Verzetsleger van de Heer (Lord's Resistance Army) van Joseph Kony in Oost-Congo, aan de grens met Uganda, tweehonderd ŗ vierhonderd mensen met machetes, messen en hakbijlen vermoord. Het gaat om burgers, mannen, vrouwen en kinderen. Tegen Joseph Kony werd door het Internationaal Strafhof al in 2005 een aanhoudingsmandaat wegens misdaden tegen de menselijkheid uitgevaardigd.

Ik zou nog heel wat cijfers kunnen opsommen, die allemaal verband houden met Congo. Vaak zijn het grote getallen, en onmetelijke bedragen die worden verdiend met de illegale handel in grondstoffen. Dankzij die inkomsten kunnen verschillende Afrikaanse bewindslui, maar vooral ook Amerikaanse en Europese zakenlui er een riante levensstijl op nahouden.

Tot slot heb ik nog iets met het cijfer drie, een klein getal. Drie jaar was het meisje toen haar beide handjes werden afgehakt en ze voor dood werd achtergelaten. Drie dagen lag ze tussen de lijken van haar familieleden, die door honden werden verscheurd. Nu praat ze voortdurend over de honden die met haar vader en haar moeder aan de haal gingen; ze gelooft dat die honden ook haar handjes meenamen.

Heren ministers, ik hoop dat u geen kans ongemoeid zult laten om de diplomatieke relaties met de DRC na acht maanden impasse opnieuw te optimaliseren. Ik hoop dat u een lans breekt of zelf al het mogelijke zult doen om noodhulp naar Noord-Kivu te zenden, want sinds 16 november vertrok er niets meer, hoewel voldoende materiaal voorhanden is en de humanitaire catastrofe blijft aanslepen.

Ik waardeer de kritische houding van de regering, ook ten aanzien van de Rwandese president Kagame, die met de hulp van rebellenleider Nkunda zijn eigen economische zones in Kivu creŽerde en de vele voordelen die ze hem opleveren, kost wat kost wil behouden.

Ik zal graag vaststellen hoe de ministers hun gewicht in de schaal werpen om een overbruggingsmacht op de been te brengen in het kader van een Europese vredesmissie.

Het nieuwe jaar is pas begonnen en ik durf nog te dromen en te hopen dat mijn dromen werkelijkheid worden.

Ik zou het erg op prijs stellen mocht de regering een duurzame oplossing vinden voor het humanitair drama in Oost-Congo. BelgiŽ moet de zijde van de Congolese bevolking blijven kiezen.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - `En nu blijft: geloof, hoop en liefde, deze drie, maar de meeste van deze is de liefde.'

Deze verzen uit de eerste brief van Paulus aan de KorinthiŽrs klinken velen bekend in de oren, zeker in deze periode. Ze schoten mij te binnen toen ik de regeerverklaring hoorde.

Sta me toe de drie kernwoorden - geloof, hoop en liefde - even te gebruiken.

De jongste maanden verloren aardig wat mensen hun geloof in de politiek. Velen vinden ons, politici, maar een bende prutsers die er maar niet in slaagt oplossingen te bereiken voor de vele problemen waarmee zij en ons land worstelen. Dat negatieve beeld werd - en ik weet waarover ik praat - sterk en haarfijn uitvergroot in de media.

Een deel van die kritiek is terecht. Het beeld dat de Belgische politiek presenteerde, oogt bepaald niet fraai. Het voorbije jaar ging het van crisis naar deadline, van deadline naar ultimatum en vervolgens weer naar een crisis. Dat miserabele gedoe - waarbij het ook voor ons, parlementsleden, haast onmogelijk was om te werken en iets in beweging te krijgen - klopt gelukkig niet helemaal met de werkelijkheid.

Er werd wel een pak werk verzet door de vorige regering: van koopkrachtmaatregelen over een gevangenisplan tot een plan om de fiscale en sociale fraude aan te pakken. Er kwam ook een beheersovereenkomst met de NMBS, een sectoraal akkoord voor de federale ambtenaren en de bankcrisis werd te lijf gegaan om het spaargeld van de mensen te vrijwaren. Een relanceplan staat op de sporen, nu moet het worden uitgevoerd.

Maar bijvoorbeeld inzake staatshervorming werden nog geen resultaten geboekt, ondanks de talloze pogingen daartoe van vooral christen-democraten. We stootten op onwil en dat domme `non'.

Ik ben blij dat de eerste minister en zijn regering de noodzaak aan nieuwe stappen beklemtonen. Ik noteerde uit de mond van de eerste minister dat er voor juni - dat is over vijf maanden - wel deelakkoorden moeten worden gesloten op domeinen als arbeidsmarkt, grootstedenbeleid en justitie.

Ik hoop dat er een effectieve doorbraak komt in het 35 jaar oude dossier BHV en we zijn bereid daaraan mee te werken. Want op een dag ongrondwettelijke verkiezingen organiseren, daar huiveren wij van. Maar een oplossing die fundamentele toegevingen vanwege de Vlamingen inhoudt, is voor mij - en ik vermoed voor nogal wat collega's - onaanvaardbaar. Daarenboven legt dat zoeken naar een creatieve oplossing geenszins de lopende parlementaire procedure stil. Wij houden een slag om de arm.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Het regeerakkoord is wat het is. Er staat in dat er geen oplossing komt voor BHV voor juni 2009.

Als de regering valt of men besluit toch vervroegde federale verkiezingen te houden, wat doet u dan?

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Uit ons oogpunt kunnen er geen federale verkiezingen worden gehouden zolang de kieswetgeving niet is gewijzigd.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Van twee dingen ťťn. Ik heb CD&V wel horen zeggen: `Nu geen verkiezingen, want er is het grondwettelijk probleem BHV'.

Dus geen federale verkiezingen. Een hypothese die men toch in overweging mag nemen is dat het in de lente helemaal fout gaat. Wat dan? Gaat u dan nog gekant blijven tegen verkiezingen omdat de kieswet nog altijd niet is gewijzigd? Wat natuurlijk al lang een feit had moeten zijn.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - U moet mij daarvan niet overtuigen.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - De kieswet aangrijpen om te zeggen dat er geen samenvallende verkiezingen mogen komen, komt de CD&V en vooral minister-president Kris Peeters goed uit. Ik gun het hem zelfs.

Mijn vraag blijft dezelfde. Er komt geen oplossing voor BHV voor juni 2009 - ik meen overigens dat die oplossing bestaat met de voorliggende wetsvoorstellen. Maar wat als het in de lente fout gaat? Gaat u dan nog over de wetsvoorstellen stemmen?

Zal CD&V dan toch een stemming over de wetsvoorstellen organiseren?

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Dan moet er een oplossing komen die wettelijk in orde is en die er niet in bestaat alles maar blauwblauw te laten. Wij gaan niet akkoord met verkiezingen die nadien door het parlement wettelijk moeten worden verklaard.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Ik ben het daarmee eens, maar we beleven onzekere tijden, ook op het politieke vlak.

Ik hoop dat er geen afkoop wordt geregeld om de regering, ook al rammelt ze langs alle kanten, desnoods voort te trekken tot in 2011.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Dat kan ik mij niet voorstellen. Deze regering zal regeren. Ik geloof echt dat ze een oplossing zal vinden. Daarom krijgt ze ook mijn volle steun. Als dat niet lukt, wordt dit land immers onbestuurbaar en zullen er andere scenario's op de tafel belanden. De Franstalige collega's doen er goed aan dat in hun overwegingen op te nemen. Het geduld van de Vlamingen is echt niet eindeloos.

Een nieuwe regering, een nieuw jaar. Hopelijk gaat dat ook gepaard met nieuwe politieke inzichten en zeden, want het voorbije half jaar hebben we ongeveer alles beleefd. De spinning nam nooit geziene proporties aan. In Vlaamse mensentaal betekent spinning eigenlijk gewoon achterklap, kwaadsprekerij, geroddel en liegen met als doel de andere te bezwadderen, zwart te maken, te ondergraven, kapot te maken. Soms gebeurt dat zelfs letterlijk. Die manier van politiek bedrijven, kraakt mensen.

Hoewel ik zelf geen doetje ben en een kwarteeuw meedraaide als politiek journalist en commentator, durf ik beweren dat het nog nooit zo erg was als in de afgelopen maanden en weken. Verschillende vroegere collega's in de pers bevestigen dat nare gevoel. De politieke tegenstrever destabiliseren, hem of haar verzwakken, pijnigen en kwetsen, lijkt voor sommigen wel een doel op zich te zijn geworden. In de concurrentiŽle rat race waarin de media vandaag werken, kan de ene krant niet onder doen voor de andere. Een loos gerucht, een vettige schimpscheut of een vileine verdachtmaking wordt door een of ander medium altijd wel graag opgepikt. Soms is een obscure webstek al voldoende als lanceerplatform.

Ik weet niet hoe dat achterbakse gedoe kan worden gestopt of op zijn minst tot aanvaardbare dimensies kan worden teruggedrongen. Als we op een dag nog tot resultaten willen komen, is dat echter onontbeerlijk. Ook om het zo gevraagde vertrouwen enigszins te herstellen, moeten wij ophouden met elkaar permanent te tackelen of, erger nog, elkaar bewust te kwetsen.

Sinds enkele jaren ben ik ook actief in het voetbalwereldje. Cercle Brugge doet het trouwens uitstekend. Ik merk dat dit passionerende spel in de hoogste klasse bikkelhard wordt gespeeld. Gelukkig beschikt in dat spel altijd nog iemand over de macht om gele en desnoods rode kaarten te trekken. Bestond dat ook maar in de politiek!

Het zal weinigen verbazen dat de christen-democraten de jongste weken soms de indruk hadden dat ze in de rug werden aangevallen, dat ze werden nagetrapt en bespuwd, ook door partners, terwijl ze zelf de lippen stijf op elkaar hielden bij al dan niet vermeende ongeregeldheden bij andere partijen.

Onlangs zat ik in de trein met Melchior Wathelet, gewezen vice-eersteminister en vader van de huidige staatssecretaris. Hij vertelde me dat het er vroeger tijdens de lange discussies en uitputtende debatten ook vaak scherp aan toeging. `Iedereen wou zijn gelijk halen en een stuk van zijn programma realiseren, maar uiteindelijk vonden we wel een oplossing, die dan ook werd verdedigd naar de achterban' zei hij en hij voegde er met een fiere en geamuseerde blik in zijn ogen aan toe `Mais aprŤs tout, nous ťtions des amis'. De politicus in ruste besloot met de woorden: `We hadden respect voor de tegenstrever. Ik weet niet of er vandaag nog vriendschap bestaat in de Wetstraat. En of de politici in dit land elkaar nog wel echt kennen, meer dan van rond de onderhandelingstafel of de zoveelste werklunch.'

Ook mijn leermeester Hugo Schiltz verzekerde me dat er tot laat in de vorige eeuw andere, meer beschaafde en kennelijk betere politieke omgangsregels golden.

Ik roep de collega's van alle partijen, zeker wie deel uitmaakt van de meerderheid, op om nu, eindelijk, constructief te gaan samenwerken en te handelen. Natuurlijk zullen en moeten wij geregeld van mening blijven verschillen. Zo hoort dat in een democratie. Maar uit die botsing van gedachten moet nu en dan wel iets positiefs groeien. Een gezamenlijk project.

Dat is in ieders belang; vooral dan van de mensen die verwachten dat de politici problemen oplossen en er niet permanent nieuwe creŽren door hun interne gehakketak en hun listige trucs, gekruid met van die venijnige zinnetjes. Kunnen we dan niet even proberen als ploeg punten te pakken op het maatschappelijk-politieke veld? Dat is ook in ons eigen belang, want politici scoren schrikbarend laag als we de vertrouwensbarometer mogen geloven.

Een terugkeer naar de `normale' politieke regels en gebruiken zou tot slot ook parlementsleden de kans geven om hun spitse en vernieuwende voorstellen uit te werken, te verdedigen en op een dag misschien te laten goedkeuren, in plaats van onrustig te hollen van de ene crisisvergadering naar de andere deadline en vooral behoorlijk gefrustreerd te moeten toekijken. Ik vertolk de kreet van vele verkozenen: laat ons dingen in beweging krijgen, de zaken vooruit doen gaan, zaken veranderen, liefst ten goede.

Dat brengt me, geachte collega's, tot de liefde. Niet dat ik verwacht dat er op een dag veel liefde in dit huis en deze straat zal heersen, enkele individuele toestanden niet te na gesproken natuurlijk! Ik heb het over de liefde voor mensen en dan vooral voor zij die het minder goed hebben, die minder succes kennen. In eigen land, maar ook ver weg, in landen waar naast onderdrukking vooral de armoede regeert.

`Al wat gij aan de minsten van de mijnen hebt gedaan, hebt gij aan Mij gedaan'. Ook dat vers klinkt velen bekend in oren, net zoals: `Ga heen, verkoop alles wat gij hebt en geef het aan de armen'. Ik verwacht niet dat we dat laatste letterlijk invullen. Maar, ondanks de economisch-financieel-bancaire crisis maken de meeste mensen het in onze contreien nog steeds behoorlijk goed in vergelijking met tientallen miljoenen vrouwen, mannen en kinderen in vele delen van onze wereld. Zij verdienen onze verhoogde steun, zeg maar: onze liefde.

Mijnheer de minister van Ontwikkelingssamenwerking, ik geloof en ik hoop dat deze regering de belofte gestand zal doen van de vorige regering: dat de middelen die wij besteden aan ontwikkelingssamenwerking effectief toenemen. In 2009 met 250 miljoen euro, waardoor we 0,6% halen van ons bruto nationaal inkomen, om het jaar daarna eindelijk die befaamde kaap van 0,7% te ronden. Eindelijk.

Dat is nodig, zeker nu de wereldeconomie het slecht doet. De armsten, de minsten, dreigen immers nog dieper in de miserie weg te zinken. Zij hebben dus onze liefde, vertaald in meer hulp, verdomd van doen.

Jacques Attali hoorde ik onlangs tijdens een lezing in Hoei woorden van de vorige paus citeren: `N'ayez pas peur de vos ennemis.' Vrees uw vijanden niet. Dat betekent dat je vermoedelijk tegenstrevers en zelfs vijanden hebt, maar vooral dat je je niet door angst voor hen mag laten leiden.

Heb dus geen schrik voor moedige beslissingen, zolang die maar rechtvaardig zijn. Ik wens deze regering succes bij de realisatie van haar plannen. Dat zij het doen met een stevig geloof en veel hoop, wetend dat liefde inderdaad het belangrijkste is.

De heer Philippe Mahoux (PS). - Wij kunnen akkoord gaan met de methode voor de communautaire dialoog, maar ik herinner de heer Van Den Driessche eraan dat de Franstalige partijen in het algemeen en de PS in het bijzonder zijn mening niet delen.

De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Ik dank al degenen die het woord hebben gevoerd. Ik zal hun suggesties en opmerkingen aan de eerste minister overmaken.

Ik dank ook de sp.a-fractie voor haar `aanwezigheid'...

Er werden opmerkingen gemaakt over het functioneren van de Raad van Europa, over duurzaamheid, over de waardering voor het werk van de eerste minister en voor zijn inspanningen voor stabiliteit en de oproepen voor een krachtdadig beleid. Er werden daarbij vele metaforen gebruikt en er werd bijzonder veel verwezen naar `vertrouwen'.

Ik verwijs naar de woorden van de eerste minister tijdens het debat in de Kamer op basis waarvan vertrouwen werd gegeven aan de regering. Hij benadrukte, namens de regering, dat hij een langetermijnoptiek voor ogen heeft. De volgende weken en maanden moet een plan worden uitgewerkt om het structureel begrotingstekort weg te werken. Daarvoor is vertrouwen in de instellingen vereist. Hij verwijst naar de werkgroep van de heer Lamfalussy die voorstellen zal formuleren voor een steviger financiŽle structuur.

Op begrotingsvlak wil de eerste minister een welbepaald beleid voeren. Hij heeft de nadruk gelegd op de contradictie die er is tussen de verdedigers van een streng beleid, die pleiten voor een nieuwe begroting, en de voorstanders van de relance. Hij heeft klaar en duidelijk gezegd dat er een keuze zal moeten worden gemaakt.

Het structurele tekort, dat nog altijd een hypotheek legt op de toekomst, zal de volle aandacht moeten krijgen. Het conjuncturele tekort kan vervagen door een ommekeer in de conjunctuur. Het herstelplan beantwoordt grotendeels aan de economische criteria van de Europese Unie: het is doelgericht, tijdelijk en komt op tijd. De eerste minister is, net als de regering, van oordeel dat dit de juiste aanpak is. Het is volkomen incoherent tegelijkertijd te pleiten voor een strikter begrotingsbeleid en een relance, zonder rekening te houden met het verschil tussen de structurele en de conjuncturele dimensie.

De economische crisis bestrijden en een sociale uitweg vinden uit die crisis blijft de topprioriteit van de regering We moeten daarbij rekening houden met de specifieke situatie van ons land. BelgiŽ is, als klein land, afhankelijk van het buitenland. Onze export is groot. Dat we op eigen kracht uit de crisis kunnen raken is de slechtst mogelijke optie. We mogen onszelf niets wijsmaken. We zijn afhankelijk van de andere EU-lidstaten. Daarom moeten we ons inschrijven in Europese maatregelen en helpen om die tot stand te brengen.

Wat het sociaal-economische relanceplan betreft, staat in de verklaring van de regering dat, naast de financiŽle crisis, de economische recessie in belangrijke mate het gevolg is en blijft van een gebrek van vertrouwen in de toekomst, zowel bij verbruikers als bij investeerders. Meerdere collega's maakten daarover analyses. Collega Vandenberghe merkte terecht op, verwijzend naar economische theorieŽn, dat een aantal zaken zich op de achtergrond afspelen. Ik heb de indruk dat vele van die zaken op de achtergrond zich nu op de voorgrond afspelen. Hij verwees naar de invisible hand van Adam Smith, maar is die nog wel aanwezig? Het heeft in elk geval veel te maken met de psychologische aanpak van de crisis. Daarom heeft de eerste minister herhaaldelijk de nadruk gelegd op de notie vertrouwen.

De sociaal-economische crisis en het probleem van de werkgelegenheid zijn in BelgiŽ en het buitenland nog groter dan men denkt. Europese, vooral Duitse, instellingen voorspellen immers een negatieve economische groei van meer dan 2%. De export vormt het grootste deel van onze afzetmarkt.

Men heeft hier gesproken over het verlies van banen en over de 200 000 nieuwe banen die moeten worden gecreŽerd. Laat ons echter eerlijk zijn en toegeven dat niemand op 10 juni 2007, de dag van de federale verkiezingen, een idee had over de economische crisis die in september 2008 is ontstaan, noch over de economische situatie van begin 2009.

De regering zal kiezen voor maatregelen op korte termijn.

Daarom heeft de regering zich snel - volgens sommigen te snel - aan het werk gezet. Dringende dossiers moeten onmiddellijk worden uitgevoerd. Ik denk bijvoorbeeld aan het herstelplan waar een nauwkeurige kalender voor bestaat. Een tweede lezing zou in de Ministerraad moeten plaatshebben op het einde van deze maand, vůůr de indiening in het parlement.

Ik onderstreep nogmaals de noodzaak van maatregelen op korte termijn, die de regering trouwens zal nemen.

Bij de maatregelen die op korte termijn zullen worden genomen, ligt voor Kaupthing bijvoorbeeld een voorstel van overeenkomst tot overname van de Luxemburgse bank op tafel. De regering van lopende zaken kon daarover wettelijk geen beslissing nemen. De nieuwe regering zal zich daarover snel moeten uitspreken. Dat geldt ook voor andere dossiers.

In verband met de communautaire dialoog verwijs ik naar de verklaring van de regering: `In dat kader is het dus van belang dat de gemeenschapsdialoog snel wordt heropgestart en vůůr de regionale verkiezingen tot resultaten leidt. Er moeten deelakkoorden worden afgesloten op domeinen zoals arbeidsmarkt, grootstedenbeleid, justitie, waar reeds grote vooruitgang werd geboekt, naast de domeinen waarop reeds eerder op het jaar akkoorden zijn bereikt en waar nu ook problemen ter zake zijn opgelost.' De eerste minister heeft namens de regering gezegd dat de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap zoals die ooit heeft plaatsgevonden, zal voortgaan op het pad van de verdere staatshervorming. Hij heeft het parcours geschetst van de verschillende staatshervormingen die sinds 1970 tot stand zijn gekomen en heeft de tijdslimieten aangegeven die dergelijke staatshervormingen behoeven. Het is het standpunt van de regering dat deze politieke demarche, namelijk een volgende stap in de staatshervorming, die omvattend moet zijn, niet op zeer korte termijn kan gebeuren. We zullen de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap voortzetten. Er zijn op dat vlak een tijd geleden al beslissende stappen gedaan. In sommige domeinen worden nu akkoorden gesloten die in de ogen van de regering en vanuit het standpunt van de meerderheid belangwekkend zijn.

In verband met de onderzoekscommissie vermeldt de regeringsverklaring: `Opnieuw in het kader van een herstel van vertrouwen in de instellingen, zal de regering het Parlement uitnodigen een initiatief te nemen voor een parlementaire onderzoekscommissie over de problematiek van de scheiding der machten en de recente problemen hierrond. Dat onderzoek moet op een serene en onpartijdige wijze geschieden. De regering suggereert een beroep te doen op experts met het oog op een voorafgaand verslag en te werken binnen een bepaald tijdsbestek. Voor het onderzoek van de banken en de financiŽle crisis heeft de Kamer reeds op 5 december jongstleden besloten tot het oprichten van een gemengde bijzondere commissie. Op beide domeinen zijn beleidsvoorstellen in hoge mate wenselijk.'

In het voorstel van bijzondere commissie was ook opgenomen dat er experts zouden zijn. Uiteraard zijn de parlementen meester van de werkzaamheden. Al wie het heeft goedgekeurd, vond het een zeer wijs voorstel omdat het een element van objectivering, verzakelijking en sereniteit in het debat kan brengen alvorens het Parlement zijn volle bevoegdheden kan uitoefenen.

Wij stellen voor hetzelfde te doen voor de onderzoekscommissie. Als de experts hun verslag overhandigd hebben, zal het parlement zijn prerogatieven in alle vrijheid kunnen uitoefenen. Het moet trouwens zelf de werkwijze bepalen.

Er is niet alleen niets mis met het feit dat men aan onafhankelijke deskundigen vraagt om de zaken met een grote sereniteit en afstandelijkheid te bekijken; het is volgens de regering zelfs een versterking van de werkzaamheden van het Parlement.

Er is ook heel wat de doen geweest over de datum van de verkiezingen. Welnu, over de grenzen van meerderheid en oppositie heen is men het erover eens dat de nieuwe regering niet mag worden beoordeeld op haar intenties of op haar resultaten op korte termijn. Wat kan een regering immers binnen een periode van enkele weken realiseren in deze steeds wisselende en turbulente wereld? De regering wil een doelgericht beleid voeren en ze wil worden beoordeeld op de resultaten die ze in 2011 op het einde van de rit zal hebben behaald.

Met betrekking tot het dossier Brussel-Halle-Vilvoorde heeft de regering voorgesteld om binnen het Overlegcomitť, dat een belangenconflict over de wetsvoorstellen over de kieskring Brussel-Halle-Vilvoorde moet behandelen, snel een groep de opdracht te geven om oplossingen voor te stellen. De Senaat heeft dat trouwens in mei jongstleden gevraagd. De besluiten zullen vanaf de zomer van 2009 worden besproken en ten uitvoer gelegd.

Een laatste punt zijn de opmerkingen met betrekking tot binnenlandse zaken, binnenlandse veiligheid en justitie. Vanzelfsprekend moet het vertrouwen in justitie blijvend worden hersteld. Minister De Clerck zal het werk van collega Vandeurzen voortzetten. Die laatste heeft heel wat vernieuwingen opgestart. De afgelopen jaren werden belangrijke hervormingen doorgevoerd in de werking van justitie. Die moeten nu tot een goed einde worden gebracht. Mevrouw Defraigne had het over het vat der DanaÔden. Ik meen dat justitie in de komende jaren geen sisyfusarbeid mag zijn, maar dat eindelijk resultaten moeten kunnen worden geboekt. Ik heb dan ook nota genomen van de suggesties van mevrouw Defraigne met betrekking tot het Feniksproject.

Tot zover mijn repliek op de verschillende opmerkingen. Ik zal de opmerkingen van de senatoren bij de bevoegde ministers aankaarten.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Ik dank de minister voor het antwoord. Ik vind het wel een beetje grappig dat hij de regeringsverklaring nog eens opnieuw voorleest. Die kenden we al. Had hij een minuutje langer gesproken, dan had hij de hele regeringsverklaring nog eens voorgelezen, zo kort was die.

Ik kom tot de controlecommissie. De heer De Crem is zelf oppositieleider geweest. Indien hij als oppositieleider een dergelijke regeringsverklaring over de controlecommissie zou horen, waaruit blijkt dat de regering op een week tijd is omgeschakeld van het idee van een parlementaire onderzoekscommissie over het geheel - namelijk over de schending van de scheiding der machten en over de wijze waarop de bancaire crisis door de regering is afgehandeld - en de huidige formule, dan had hij dat idee afgeschoten. Nu komt hij dat idee zelf verdedigen, met de mededeling dat het parlement nog altijd het laatste woord heeft. Dat is theorie. Uiteraard heeft het parlement het laatste woord. Uiteraard kan het parlement doen wat het wil, maar als na deze crisis de regering komt zeggen hoe het moet, dan gelooft de minister toch zelf niet dat het parlement daar in feite nog de belangrijkste rol vervult.

Op het punt van de staatshervorming heeft de minister ook opnieuw de regeringsverklaring voorgelezen. We komen nergens met die verklaring. Ik verwijs opnieuw naar het verleden van minister De Crem als oppositieleider van de CD&V in de Kamer. Hij heeft toen andere verklaringen afgelegd.

De wetsvoorstellen over Brussel-Halle-Vilvoorde, die nog altijd ter discussie liggen, zijn door minister De Crem ondertekend en ook door de gewezen Kamervoorzitter, thans premier. De regering, en uitgerekend minister De Crem, zegt nu dat ze een belangenconflict zal inroepen zodat een oplossing tot na de verkiezingen van juni 2009 kan worden uitgesteld en er eventueel nog kan worden onderhandeld over de details. Het is jammer dat uitgerekend minister De Crem dat moet komen uitleggen. Het zij zo. Ik stel dan ook de vraag: wie gelooft die mensen nog?

Mevrouw Isabelle Durant (Ecolo). - Het verontrust mij dat ik in de repliek van de regering niets gehoord heb over de mensen zonder papieren en over de manier waarop deze kwestie eindelijk geregeld zal worden, ofschoon velen onder ons dit probleem hebben aangekaart. Ik heb ook niets gehoord over de nijpende toestand in Congo en in Gaza die ons vandaag meer dan ooit bezighoudt. Daarover moet dringend een duidelijk en kordaat standpunt van de gehele regering worden ingenomen, in plaats van de oorverdovende stilte van de voorbije weken, in het bijzonder in het kader van de verdieping van de relaties met IsraŽl. Die opwaardering betaamt momenteel helemaal niet en moet minstens tijdelijk worden geschorst.

Ik herhaal dat het uitblijven van enige reactie van de regering op deze twee zeer belangrijke punten mij verontrust. De regering werd hierover zelfs door leden van de meerderheid geÔnterpelleerd.

De heer Philippe Mahoux (PS). - We wensen de replieken niet enkel aan de oppositie over te laten. Hoewel de minister van Defensie namens de regering antwoordt, werd niets over de internationale situatie gezegd, meer bepaald over Palestina. Dit probleem roept nochtans grote bezorgdheid op, ook in het licht van de incoherente houding van de EU. We zouden dus willen dat de regering daarover in de komende dagen een verklaring aflegt.

Wat het communautaire betreft, wil ik minister De Crem en de hele regering eraan herinneren dat ons land drie gewesten telt en dat met elk daarvan rekening moet worden gehouden.

Over de crisis verklaarde minister De Crem, als ik hem goed heb begrepen, dat niets kon worden voorzien. Indien dat zo is, en als de conclusies die zijn welke hij zopas voorstelde, wat is dan de rol van de gemengde commissie die binnenkort wordt opgericht? Ik denk daarentegen dat een van de taken van die commissie is vast te stellen wat kon worden voorzien en te oordelen over de manier waarop de voorzienbare elementen werden gecommuniceerd of onder de mat werden geveegd. Was het bijvoorbeeld niet te voorzien dat de aankoop van ABN AMRO door Fortis vroeg of laat tot moeilijkheden zou leiden?

Het komt de commissie die wij zullen oprichten, toe om dat te bepalen. De financiŽle crisis heeft op een bijzondere manier onze banken en ons financieel systeem aangetast, zonder nog te spreken over de dreigende economische crisis. Indien de commissie experts raadpleegt van wie het beroep erin bestaat te voorzien, maar die de crisis niet hebben zien aankomen, zullen die bevestigen gelijk te hebben gehad ze niet te hebben kunnen voorzien. Indien we diezelfde experts ermee belasten om het onderzoek te doen, zullen wij concreet niet meer inzicht krijgen. Er zal dus een beroep op andere externe en onafhankelijke experts moeten worden gedaan. Dat doet me sterk denken aan de wijze waarop de Aziatische crisis werd geanalyseerd. Na die crisis dacht iedereen dat alles verder zijn gang kon gaan.

We kennen de initiatieven van de regering inzake energie. Ik herinner aan de belangrijke impact van de energieprijs op de koopkracht, niettegenstaande de huidige tijdelijke verbetering. In de discussie over de energie moet het monopolie van Electrabel worden aangepakt. Ik benadruk ook de gevolgen voor het klimaat.

Het vertrouwen van de bevolking is onontbeerlijk. We hebben vertrouwen in deze regering, maar willen dat de vragen die door de minister van Defensie niet werden beantwoord, in de komende dagen of, wat de internationale problemen betreft, zelfs binnen de komende uren een antwoord krijgen.

De heer Pieter De Crem, minister van Landsverdediging. - Ik dank alle deelnemers aan dit debat. Ik zal minister Magnette het strenge oordeel van de heer Mahoux in verband met het gevoerd energiebeleid overbrengen.

Regeling van de werkzaamheden

De voorzitter. - Het Bureau stelt voor donderdag deze agenda voor:

Donderdag 8 januari 2009 om 15 uur

Inoverwegingneming van voorstellen.

Actualiteitendebat en mondelinge vragen.

Vragen om uitleg:

-De Senaat is het eens met deze regeling van de werkzaamheden.

De voorzitter. - De agenda van deze vergadering is afgewerkt.

De volgende vergadering vindt plaats donderdag 8 januari om 15 uur.

(De vergadering wordt gesloten om 18.00 uur.)

Berichten van verhindering

Afwezig met bericht van verhindering: de heer Verwilghen, in het buitenland, mevrouw Lizin, om gezondheidsredenen, mevrouw Lijnen, om familiale redenen, de heer Brotchi, wegens andere plichten.

-Voor kennisgeving aangenomen.

Bijlage

Ontslag en benoeming van regeringsleden

Bij brief van 30 december 2008 heeft de eerste minister aan de voorzitter van de Senaat een afschrift overgezonden van het koninklijk besluit met als opschrift "Regering - Ontslagen - Benoemingen".

-Voor kennisgeving aangenomen.

Grondwettelijk Hof - PrejudiciŽle vragen

Met toepassing van artikel 77 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof aan de voorzitter van de Senaat kennis van:

-Voor kennisgeving aangenomen.

Grondwettelijk Hof - Beroepen

Met toepassing van artikel 76 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof, geeft de griffier van het Grondwettelijk Hof kennis aan de voorzitter van de Senaat van:

-Voor kennisgeving aangenomen.