5-143

5-143

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 27 FÉVRIER 2014 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de Mme Els Van Hoof à la vice-première ministre et ministre de l'Intérieur et de l'Égalité des Chances et à la ministre de la Justice sur «les violences sexuelles en Belgique» (no 5-1350)

M. le président. - Mme Annemie Turtelboom, ministre de la Justice, répondra.

Mevrouw Els Van Hoof (CD&V). - Amnesty International publiceerde deze week nieuwe cijfers over seksueel geweld in België. Dertien procent van de bevraagde vrouwen werd verkracht door iemand die niet haar partner is, 25 procent werd ooit op de werkvloer fysiek lastig gevallen.

Uit de enquête blijkt dat slachtoffers van seksueel geweld weinig vertrouwen hebben in de officiële hulpkanalen. Slechts 16 procent van de slachtoffers is naar de politie gestapt om over de feiten te praten. Maar liefst 40 procent van de slachtoffers ondernam helemaal niets. De recente website www.hulpnaverkrachting.be van de regering is dus een terecht en dringend initiatief.

Maar niet alleen de aangifte vormt een probleem, ook op het vlak van vervolging is actie nodig. Het aantal seponeringen schommelt rond de veertig procent, de helft daarvan - dus bij één op de vijf aangiftes - wegens gebrek aan bewijs.

Cruciaal voor de opsporing en vervolging zijn de sporen die een dokter kan verzamelen bij het slachtoffer. Dat gebeurt met de seksueleagressieset. Op basis van een analyse van stalen kan een DNA-profiel van de dader worden opgesteld. Uit een onderzoek van de Dienst Strafrechtelijk Beleid in opdracht van de minister blijkt dat de procedure voor het gebruik van de seksueleagressieset vaak gebrekkig verloopt, met als voornaamste conclusie dat dokters en magistraten naast elkaar praten.

De beknopte medische verslagen van de dokters maken geen gerechtelijk-geneeskundige interpretatie mogelijk. De processen-verbaal zijn onvolledig en de instructiegidsen voor het gebruik van de sets zijn achterhaald of te ingewikkeld. Dokters willen zelf ook meer informatie en stellen zich vragen bij de voorwaarden voor de bewaring van de stalen. Bij de politie zijn er problemen met de opslag van de seksueleagressiesets. Soms gaat het over banale zaken, zoals de grootte van de koelkast. De eerste opvang van slachtoffers is te weinig aangepast en discreet doordat er geen aparte ruimtes zijn en het personeel onvoldoende is opgeleid. Tot slot is het materiaal van de seksueleagressieset niet aangepast om vaststellingen te kunnen doen bij minderjarige slachtoffers.

Welke stappen zal de minister ondernemen om de knelpunten uit het onderzoek van de Dienst Strafrechtelijk Beleid weg te werken, zowel binnen de medische en de juridische wereld als bij de politie? Welke stappen plant ze op korte, middellange en lange termijn? Overweegt de minister nog andere stappen om het aantal vervolgingen en veroordelingen voor verkrachting te doen stijgen? Zo ja, welke en op welke termijn?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Justitie. - Seksueel geweld komt nog altijd veel te vaak voor. De regering is zich daarvan bewust en wil uiteraard haar ogen niet sluiten voor dat probleem. Om die reden is trouwens het initiatief genomen om de stilte rond verkrachting te doorbreken en de mensen ertoe aan te zetten erover te praten wanneer ze daarvan het slachtoffer zijn geworden.

Om dezelfde reden heb ik samen met mijn collega's van Binnenlandse Zaken en Volksgezondheid meerdere initiatieven genomen om de strijd tegen geweld op vrouwen op te voeren. Die strijd vormt een prioriteit in het nationaal veiligheidsplan. De regering is eveneens bezig met het Nationaal actieplan ter bestrijding van partnergeweld dat een specifiek hoofdstuk over seksueel geweld bevat.

Mevrouw Van Hoof verwees naar het onderzoek van Amnesty International waaruit blijkt dat één op vier vrouwen aangeeft dat zij soms door haar partner wordt gedwongen tot seksuele betrekkingen. De drempel om dat aan te geven is uiteraard nog veel hoger dan wanneer het een externe persoon betreft.

Afgelopen vrijdag heb ik samen met het Instituut voor de Gelijkheid van Vrouwen en Mannen een bewustmakingscampagne gelanceerd. Die campagne roept iedereen, zowel mannen als vrouwen, op elk geval van geweld te melden.

Uit de veiligheidsbarometer van de politie blijkt immers dat maar liefst negentig procent van de slachtoffers geen aangifte durft te doen. Uiteraard staan politie en parket nadien machteloos als er geen aangifte plaatsvond of als de aangifte te laat gebeurde, want Justitie kan dan niet meer vervolgen.

Mijn collega-minister van Binnenlandse Zaken heeft aangekondigd dat ook de politie daaromtrent maatregelen zal nemen en voor zedenmisdrijven over een draaiboek zal beschikken. Dat draaiboek zal alle stappen doorlopen die een politieagent moet nemen bij een zedenmisdrijf en bevat ook hoofdstukken over de opvang van slachtoffers en over de seksueleagressieset. Bovendien heeft mijn collega reeds op 25 november een brief naar alle korpschefs gestuurd met een memo omtrent de opvang van slachtoffers.

Justitie heeft de voorbije maanden en jaren meer aandacht geschonken aan de slachtoffers tijdens de hele procedure. Op initiatief van de Senaat is er de nieuwe wet op het tijdelijk huisverbod gekomen op grond waarvan het parket iemand tijdelijk kan verbieden een huis te betreden en er dus een afkoelingsperiode kan worden ingelast. Er wordt ook veel meer belang gehecht aan goed bewijsmateriaal en de nieuwe DNA-wetgeving biedt meer mogelijkheden.

Bovendien wordt de seksueleagressieset geoptimaliseerd en wordt er vooral op toegezien dat de medische wereld de set weet aan te wenden om zo snel mogelijk bewijsmateriaal te vergaren.

Om de negentig procent van de slachtoffers die tegenwoordig geen aangifte doen, te overtuigen, zullen er niet alleen maatregelen en wetten nodig zijn. Het zal ook van cruciaal belang zijn dat het probleem bespreekbaar wordt, dat er campagnes worden gevoerd en dat er aan bewustmaking wordt gedaan. In dat licht is het nodig de betrokkenen ertoe op te roepen om de schaamte achterwege te laten, de stilte te doorbreken en aangifte te doen.

Mevrouw Els Van Hoof (CD&V). - Er is inderdaad een geïntegreerde aanpak nodig, zowel voor de aangiften en de opvang van de slachtoffers als voor de vervolging van de daders. De materie is complex en van de seksueleagressieset wordt al heel lang werk gemaakt. De set is destijds nog ingevoerd door minister Miet Smet.

De minister heeft die set geëvalueerd en ik hoop dat die evaluatie ook concrete tips bevat om de sets beter te maken, een noodzaak die ik in het antwoord van de minister niet heb gehoord.

Het is van belang de set sterk te verbeteren zodat hij als bewijsmateriaal tegen de dader kan worden gebruikt. Als slachtoffers kunnen worden overgehaald om aangifte te doen, moet er nog voor worden gezorgd dat de daders worden vervolgd, zodat het mogelijk wordt een halt toe te roepen aan dat soort verschrikkelijke misdrijven.