5-2213/2

5-2213/2

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

18 JULI 2013


Wetsontwerp tot aanpassing van de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding met het oog op de omvorming ervan tot een federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE BINNENLANDSE ZAKEN EN VOOR DE ADMINISTRATIEVE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW MATZ


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 53-2859/1).

Het werd op 17 juli 2013 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, met 128 tegen 10 stemmen bij 1 onthouding.

Het werd op 18 juli 2013 aan de Senaat overgezonden en diezelfde dag geëvoceerd.

De commissie heeft het wetsvoorstel besproken tijdens haar vergadering van 18 juli 2013.

II.  INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN BINNENLANDSE ZAKEN EN GELIJKE KANSEN

Bij de wet van 1993 werd er een Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding opgericht met als opdracht het bevorderen van de gelijkheid van kansen en het bestrijden van elke vorm van onderscheid, uitsluiting, beperking of voorkeur. Het Centrum was bovendien belast met de bevordering van de strijd tegen mensenhandel en mensensmokkel sedert 1995 en heeft eveneens sedert 2003 de opdracht gekregen te waken over het naleven van de fundamentele rechten van de vreemdelingen, de overheden duiding te geven over de aard en de omvang van de migratiestromen en overleg en dialoog te stimuleren met alle publieke en private actoren die betrokken zijn bij het onthaal en de integratie van migranten.

Ter uitvoering van het federale regeerakkoord en na onderhandelingen met de gefedereerde entiteiten werd het samenwerkingsakkoord tot instelling van het nieuwe interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme van 23 juli 2012 afgesloten. De instemming met dit samenwerkingsakkoord wordt aan het Parlement voorgelegd via een afzonderlijk wetsontwerp.

Dit nieuwe interfederaal Centrum heeft als opdracht de strijd tegen discriminatie en racisme en heeft dus niet de opdracht om te waken over de naleving van de fundamentele rechten van vreemdelingen, de migratiestromen te analyseren en de strijd te voeren tegen de mensenhandel.

Het was dus absoluut noodzakelijk om te zorgen voor de continuïteit van die opdrachten. Er is dus tegelijkertijd met het samenwerkingsakkoord een alomvattend compromisvoorstel tot stand gekomen tijdens de Ministerraad van 18 juli 2012 : de taken inzake analyse van de migratiestromen, bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en bestrijding van de mensenhandel worden ondergebracht in een federaal Centrum.

In dat opzicht wordt een nieuw federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel opgericht. In datzelfde verband wordt de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding aangepast met het oog op de omvorming ervan in een Centrum voor analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel. Dat is de strekking van dit wetsontwerp. Na het besluit van de Ministerraad op 13 december 2012, werd het voorontwerp van wet ter advies voorgelegd aan de Raad van State, die zijn advies heeft uitgebracht op 5 februari 2013 (advies nr. 52.676/VR).

Zowel in de algemene opmerkingen als in de bespreking van het voorontwerp, merkt de Raad van State op dat de taken van het federaal Centrum beter zouden moeten worden omschreven.

De memorie van toelichting van het voorontwerp van wet werd daarop aangepast. Onder verwijzing naar het advies nr. 48.858/AG van de Raad van State van 7 december 2010 wordt daarin gepreciseerd dat het « niet aan de federale wetgever [toekomt] om een instelling op te richten en te organiseren die bedoeld is om, zij het gedeeltelijk, zich te mengen in de bevoegdheden van de deelgebieden ».

Anderzijds bepalen de artikelen 4 en 5 van het voorontwerp van wet dat de opdracht van het federaal Centrum beperkt is tot de federale bevoegdheden.

Artikel 3 van het wetsontwerp verleent het Centrum rechtspersoonlijkheid. Het zal zijn opdrachten volledig onafhankelijk uitvoeren, in de geest van dialoog en overleg als bedoeld in artikel 4.

Het Centrum is bevoegd om alle studies en onderzoeken uit te voeren die voor de uitvoering van zijn opdracht noodzakelijk zijn, en adviezen en aanbevelingen te verstrekken met het oog op de verbetering van de regelgeving, zowel aan de overheid als aan particuliere personen of instellingen, op grond van de uitgevoerde studies en onderzoeken.

Overeenkomstig artikel 5 zal het Centrum, binnen de perken van zijn opdracht, hulp kunnen verlenen aan eenieder die om raad vraagt in verband met de omvang van zijn rechten en plichten, klachten kunnen ontvangen en behandelen en elke bemiddelingsopdracht kunnen uitvoeren die het nuttig acht. Daarenboven zal het in rechte kunnen optreden in alle geschillen die met name voortvloeien uit de toepassing van de wet van 13 april 1995 houdende bepalingen tot bestrijding van de mensenhandel en van de mensensmokkel.

Artikel 5 geeft aan dat het Centrum, in het raam van zijn opdrachten, instellingen, organisaties en rechtshulpverleners zal ondersteunen en begeleiden. Voorts zal het alle voor zijn taken nuttige informatie en documentatie verzamelen en verstrekken. Ten slotte zal het Centrum, binnen zijn wettelijke bevoegdheden, elke andere opdracht vervullen die hem door eender welke overheid wordt toevertrouwd.

Artikel 7 bepaalt dat de Koning bij koninklijk besluit vastgesteld na overleg in de Ministerraad het organiek statuut van het Centrum bepaalt, zodat de verschillende bij artikel 2 beoogde taken optimaal kunnen worden georganiseerd.

Om de band in stand te houden met het nieuwe interfederaal Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme, bepaalt artikel 9 dat de personen die zitting hebben in de raad van bestuur van de federale kamer van het interfederaal Centrum voor gelijke kansen, tevens de raad van bestuur zullen uitmaken van het federaal Centrum dat bevoegd is voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel.

De Raad van State had erop gewezen dat de omvorming van het Centrum voor gelijkheid van kansen in een federaal Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van de vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel vergezeld moest gaan van aanpassingen in de andere betrokken wetteksten. Alle wijzigende opheffingsbepalingen staan opgesomd in een nieuw hoofdstuk 2.

Ook wordt in artikel 9, zoals door de Raad van State gevraagd, bepaald dat de wet op dezelfde dag in werking zal treden als de wet tot goedkeuring van de samenwerkingsovereenkomst tot oprichting van het interfederaal Centrum voor gelijkheid van kansen en bestrijding van discriminatie en racisme, opgericht door het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013.

Ten slotte dient nog verduidelijkt te worden dat het definitieve samenwerkingsakkoord in werkelijkheid op 12 juni 2013 werd ondertekend, terwijl in de tekst juli 2012 wordt aangegeven als datum, omdat het wetsontwerp werd ingediend voor een en ander aan het overlegcomité werd voorgelegd.

III. ALGEMENE BESPREKING

De heer Buysse vindt het jammer dat er alweer met grote haast gestemd moet worden over een wetsontwerp van groot belang. Zijn fractie heeft fundamentele bezwaren tegen het wetsontwerp en zal het dus niet steunen.

Hij had al tijdens de vorige vergadering, waar de commissie het samenwerkingsakkoord van 12 juni 2013 had aangenomen tot instelling van het nieuwe interfederale Centrum voor gelijke kansen en bestrijding van discriminatie en racisme, een aantal argumenten naar voren geschoven.

Hij stelt vast dat de vertegenwoordiger van de minister dit dossier terugleidt tot de oprichting van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, terwijl men eigenlijk terug zou moeten gaan naar het Koninklijk Commissariaat voor het migrantenbeleid, opgericht 1993, dat aan het Centrum voorafging. Het commissariaat werd niet opgericht nadat er verontrustende cijfers opdoken met betrekking tot racistische daden in onze steden, maar na een democratisch verkiezingsresultaat. Het enige doel van de oprichting van het commissariaat en daarna van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, was om tegen een oppositiepartij in te gaan.

Er werd reeds aangetoond dat zowel het Centrum voor gelijkheid van kansen als het vroeger Koninklijk Commissariaat bestuurd werden door een politiek benoemde raad van bestuur, terwijl die raad van bestuur eigenlijk onafhankelijk moest zijn. Men stelt ook politieke inmenging vast vanwege deze ambtenaren. Zo was het Centrum voor gelijkheid van kansen bijvoorbeeld betrokken bij het zeer delicate dossier van het stemrecht voor buitenlanders. Ook recent nog heeft het Centrum voor gelijkheid van kansen duidelijk politieke standpunten ingenomen met betrekking tot de gezinshereniging, waarbij het zijn bevoegheden te buiten ging.

Een ander essentieel aspect is dat men nergens een evaluatie vindt van het werk dat door het Centrum voor gelijkheid van kansen de voorbije jaren gepresteerd werd. Wat heeft het concreet gedaan om racisme te bestrijden ? Spreker is van mening dat de doeltreffendheid van het Centrum nooit werd aangetoond.

In het wetsontwerp wordt bepaald dat een van de opdrachten van het interfederaal Centrum de bescherming van de grondrechten van vreemdelingen is. Dat zegt alles en niets. De minister van Binnenlandse Zaken heeft zelf toegegeven in de kamercommissie dat dit een vrij ongelukkige formulering is.

Wat gaat men concreet doen om zaken die in het verleden niet goed werkten, in de toekomst te verbeteren ?

Spreker zou de collega's van de NV-A willen overtuigen, door Bart De Wever te citeren die enige tijd geleden het volgende verklaarde : « Dit centrum moet afgeschaft worden vanwege totaal zinloos en omdat dit centrum een permanente bedreiging voor het recht op vrije meningsuiting vormt. »

Mevrouw Thibaut deelt mee dat haar fractie dit wetsontwerp zal steunen, maar betreurt dat het federale Centrum voor de analyse van de migratiestromen, de bescherming van de grondrechten van vreemdelingen en de strijd tegen de mensenhandel afhankelijk zal zijn van de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het is jammer dat die verantwoordelijkheid niet aan de toekomstige Senaat werd toevertrouwd die over transversale bevoegdheden zal beschikken. Dat zou volgens spreekster meer coherent zijn geweest.

Mevrouw Désir stelt vast dat het federale Centrum slechts tien personeelsleden zal hebben, wat haar weinig lijkt, gelet op het aantal toegekende bevoegdheden. Wordt er in de nabije toekomst voorzien in een uitbreiding van het personeel ? Dat lijkt spreekster extra belangrijk omdat dit federaal centrum misschien ooit de rol van nationaal rapporteur inzake mensenhandel zal vervullen, overeenkomstig onze Europese verplichtingen.

De heer Broers gaat niet akkoord met de analyse van zijn collega van Vlaams Belang en neemt hier afstand van.

Mevrouw Douifi aanvaardt niet dat men beweert dat een centrum dat belast is met dergelijke belangrijke materies zoals racismebestrijding, overbodig zou zijn. Dit wetsontwerp kadert in het regeerakkoord, maar de oorsprong van de centra voor racismebestrijding komt hoofdzakelijk voort uit de vaststelling dat we bepaalde feiten in de samenleving niet naast ons kunnen neerleggen. Noch het Koninklijk Commissariaat, noch het Centrum voor gelijkheid van kansen, noch het federale Centrum werd opgericht om stokken in de wielen te steken van een extreemrechtse partij. Men doet zich te veel eer aan, als men zich dat inbeeldt.

Het bestaan van die analysecentra die een ruime bevoegdheid hebben in gevoelige domeinen, is noodzakelijk in een rechtsstaat. De fractie van spreekster blijft ervan overtuigd dat het uitbouwen van een expertise binnen die centra, met alle rechten en plichten die daaruit voortvloeien, het democratisch toezicht en het verplicht rapporteren, een meerwaarde zijn voor onze democratie.

Die centra werken bovendien uiterst transparant : zij kunnen op hoorzittingen worden uitgenodigd en de bevoegde ministers kunnen worden ondervraagd. Een parlementslid kan de regering altijd interpelleren over de werking van die centra.

Die centra zijn een reflectiekamer waar grondig nagedacht wordt over actuele maatschappelijke problemen en waar preventieve strategieën worden gepland. Spreekster wenst de twee nieuwe centra veel succes toe en bedankt de regering voor het geleverde werk.

De heer Buysse deelt mee dat hij niet heeft beweerd dat het nieuwe interfederale Centrum werd opgericht om zijn partij te bestrijden. Spreker blijft echter bij zijn mening dat de voorganger van het federale Centrum zijn partij heeft tegengewerkt. De bestuurders van het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding hebben duidelijk gezegd dat zij bewust optraden tegen zijn partij.

Spreker heeft er al op gewezen dat hij de analyses van het Centrum over verschijnselen zoals mensenhandel waardeert. Er moet echter een onderscheid worden gemaakt tussen die analyses en de daden van het Centrum tegen een democratisch verkozen partij. Zolang niet kan worden aangetoond dat de nieuwe centra anders werken dan in het verleden, ziet spreker geen enkele reden om die hervorming goed te keuren.

Mevrouw Pehlivan gaat akkoord met mevrouw Douifi. De oprichting van een interfederaal Centrum werd uitgebreid besproken en men overwoog zelfs de oprichting van centra op gemeenschapsniveau. Spreekster is dus verheugd over het akkoord om een Interfederaal Centrum op te richten voor de bevoegdheden die verdeeld zijn tussen het federale niveau en het niveau van de gewesten en gemeenschappen.

De vertegenwoordigster van de minister komt terug op het probleem van het personeel van het nieuwe federale Centrum. Het departement migratie bevindt zich momenteel nog in het Centrum voor gelijkheid van kansen en heeft tien personeelsleden. Die mensen zullen worden overgeheveld naar het nieuwe federale Centrum om het werk te consolideren dat zij in het verleden hebben verwezenlijkt en dat internationale erkenning en waardering krijgt. Het federale Centrum start dus met die 10 werknemers en het is niet uitgesloten dat dit aantal in de komende maanden zal toenemen.

IV. STEMMINGEN

Het wetsontwerp in zijn geheel wordt aangenomen met 9 stemmen tegen 1 stem.

Het rapport wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

De rapporteur, De voorzitter,
Vanessa MATZ. Philippe MOUREAUX.

De aangenomen tekst door de commissie is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 53-2859/5).