5-1881/2

5-1881/2

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

23 APRIL 2013


Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 433novies van het Strafwetboek


AMENDEMENTEN


Nr. 1 VAN DE REGERING

Art. 2

Dit artikel vervangen als volgt :

 Art. 2. Artikel 382ter van het Strafwetboek, ingevoegd bij de wet van 28 november 2000, wordt vervangen als volgt :

 Art. 382ter. De bijzondere verbeurdverklaring zoals bedoeld in artikel 42, 1, wordt toegepast zelfs wanneer de zaken waarop zij betrekking heeft, niet het eigendom van de veroordeelde zijn, zonder dat deze verbeurdverklaring evenwel afbreuk kan doen aan de rechten van de derden op de goederen die verbeurd zouden kunnen worden verklaard. Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte bedoeld in dat artikel.

Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing.

In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis. . 

Verantwoording

Dit amendement omvat een voorstel geformuleerd door de werkgroep van de FOD Justitie die eind 2011 werd belast met het voorbereiden van de omzetting van de nieuwe richtlijn van 5 april 2011 van de Europese Unie inzake mensenhandel en het voorstellen van de wetswijzigingen die noodzakelijk of nuttig worden geacht om de toepassing van de wetgeving op het terrein te optimaliseren.

De groep was samengesteld uit magistraten van het arbeidsauditoraat, het auditoraat-generaal en het parket, een deskundige van het Centrum voor gelijkheid van kansen en racismebestrijding, personeelsleden van de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid en het directoraat-generaal Wetgeving en Fundamentele Rechten en Vrijheden van de FOD Justitie.

Veel problemen doen zich in de praktijk voor in verband met de inbeslagnemingen en verbeurdverklaringen inzake mensenhandel, maar ook inzake exploitatie van prostitutie en huisjesmelkerij.

Het verdient aanbeveling om voor de hervorming van de wettelijke bepalingen, die noodzakelijk is om die problemen op te lossen, te wachten op de goedkeuring van de nieuwe richtlijn Bevriezing en Confiscatie die dit jaar zou moeten worden voltooid. Dat is tevens het advies dat de Europese Commissie gaf aan de lidstaten tijdens de in 2012 georganiseerde vergaderingen over de omzetting van de richtlijn inzake mensenhandel. De omzetting van de nieuwe Europese richtlijn zal immers de gelegenheid geven om alle bepalingen inzake inbeslagnemingen en verbeurdverklaringen opnieuw te onderzoeken en algemene oplossingen te vinden voor de problemen.

In navolging van de indieners van het wetsvoorstel achtte de werkgroep het evenwel noodzakelijk om nu reeds terug te grijpen naar de uitlegging van het Hof van Cassatie, volgens welke de verbeurdverklaring van de onroerende goederen van de daders van mensenhandel en exploitatie van prostitutie niet mogelijk is bij gebreke van een uitdrukkelijke wettelijke bepaling in die zin. De wetsvoorstel nr. 5-1881 van de heer Deprez (en die van de heer Anciaux, nr. 5-1215) heeft alleen betrekking op mensenhandel. Met dit amendement wordt de verbeurdverklaring van een onroerend goed tevens mogelijk gemaakt met betrekking tot exploitatie van prostitutie en mensensmokkel.

Er wordt ook uitdrukkelijk verwezen naar artikel 35bis van het Wetboek van strafvordering inzake het beslag op onroerend goed.

Nr. 2 VAN DE REGERING

Art. 3 (nieuw)

Een artikel 3 toevoegen, luidende :

 Art. 3. In artikel 433novies van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005 en gewijzigd bij de wet van 14 april 2009, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) het derde lid wordt aangevuld met de volgende zinnen :

 Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte bedoeld in artikel 433quinquies. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing. ;

b) artikel 433novies wordt met een nieuw lid aangevuld, luidend als volgt :

 In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis van het Wetboek van strafvordering.  

Verantwoording

Er wordt verwezen naar de verantwoording van amendement nr. 1

Nr. 3 VAN DE REGERING

Art. 4 (nieuw)

Een artikel 4 toevoegen, luidende :

 Art. 4. In artikel 77sexies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, ingevoegd bij de wet van 10 augustus 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

a) Het tweede lid word aangevuld met de volgende zinnen :

 Zij moet in dezelfde omstandigheden ook worden toegepast op het roerend goed, het deel ervan, het onroerend goed, de kamer of enige andere ruimte bedoeld in dat artikel. Ze kan ook worden toegepast op de tegenwaarde van deze roerende of onroerende goederen die werden vervreemd tussen het tijdstip waarop het misdrijf werd gepleegd en de definitieve rechterlijke beslissing. ;

b) Artikel 77sexies wordt aangevuld met het volgende lid :

 In geval van beslag op een onroerend goed, wordt gehandeld overeenkomstig de vormvoorschriften van artikel 35bis van het Wetboek van strafvordering.  

Verantwoording

Er wordt verwezen naar de verantwoording van amendement nr. 1.

Nr. 4 VAN DE REGERING

Opschrift

Het opschrift van het wetsvoorstel vervangen als volgt :

 Wetsvoorstel tot aanvulling van de artikelen 382ter en 433novies van het Strafwetboek, en van artikel 77sexies van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, met betrekking tot de verbeurdverklaring van de onroerende goederen .

Verantwoording

De titel van het wetsvoorstel wordt aangepast teneinde rekening te houden met de uitbreiding van het toepassingsgebied van het voorstel tot de exploitatie van prostitutie en tot de mensenhandel.

De minister van Justitie,
Annemie TURTELBOOM.