5-216COM

5-216COM

Commissie voor de Binnenlandse Zaken en voor de Administratieve Aangelegenheden

Handelingen

DINSDAG 16 APRIL 2013 - OCHTENDVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Yves Buysse aan de vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen over ęde toekomst van de Civiele BeschermingĽ (nr. 5-3351)

De heer Yves Buysse (VB). - De begeleidingscommissie voor de hervorming van de civiele veiligheid heeft zich vooral op de brandweerhervorming toegespitst, terwijl de diensten van de Civiele Bescherming minder aandacht kregen. Hoewel in het eindrapport van de commissie-Paulus, zij het minimaal, wordt gewezen op de rol van de logistieke steuneenheid van de Civiele Bescherming, is van een structurele keuze inzake de toekomst van de Civiele Bescherming weinig of geen sprake geweest.

Bijgevolg werd ook in het wetsontwerp aangaande de civiele veiligheid amper aandacht besteed aan de Civiele Bescherming. Veel verder dan de bepaling dat de diensten zullen worden gespreid a rato van maximaal ťťn provinciale dienst, raken we niet. Dat er nog steeds onduidelijkheid heerst over de toekomstige rol van de Civiele Bescherming, zorgt in ieder geval voor ongerustheid bij de 1700 medewerkers. Velen vrezen dat hun dienst volgend jaar niet meer zal bestaan en dat ze misschien gewoon opgaan in de brandweer. Het feit dat de communicatie naar de basis niet echt optimaal verloopt, versterkt natuurlijk die vrees.

In het kader van de hervormingen van de civiele veiligheid zijn enkele jaren geleden een zevental werkgroepen opgestart, die zich bogen over specifieke aspecten en problemen. Een van die werkgroepen had als thema `de coherente hervorming van de civiele veiligheid verzekeren'. Daarbij worden de samenwerking tussen de openbare brandweerdiensten en de operationele eenheden van de Civiele Bescherming tegen het licht gehouden.

Een mogelijk scenario, dat door de `stuurgroep' zou zijn gevalideerd, bestaat er blijkbaar in dat brandweer en civiele bescherming perfect complementaire diensten worden, met een georganiseerde verdeling van middelen en opdrachten. Intussen werden volgens de media, onder meer Het Laatste Nieuws vorige maand, nieuwe werkgroepen opgestart die zich moeten buigen over het voortbestaan van de Civiele Bescherming.

Wat is het statuut en vooral de stand van zaken van de werkzaamheden van de zogenaamde nieuwe werkgroepen?

Weet men al meer over de toekomst van de operationele eenheden van de Civiele Bescherming?

Is de vrees van de medewerkers terecht dat de Civiele Bescherming alsnog door de brandweer zal worden opgeslorpt?

Wanneer worden definitieve conclusies verwacht met betrekking tot de Civiele Bescherming?

Hoe worden de medewerkers van de Civiele Bescherming op de hoogte gehouden van de evolutie van de werkzaamheden? Op welk niveau en hoe wordt met hun vertegenwoordigers over hun toekomst overlegd?

Mevrouw JoŽlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - De hervorming van de hulpverleningszones is aan de gang. Zo wordt onder meer de rechtspersoonlijkheid uitgewerkt. In 2014 is alles hopelijk afgerond.

Dat is ook een uitstekende gelegenheid om het globale landschap van de Civiele Bescherming te verbeteren. Ik ben uiteraard geen voorstander van de afschaffing van de Civiele Bescherming, maar wel van meer betrokkenheid en samenwerking en een betere coŲrdinatie binnen de verschillende zones.

Sinds ongeveer drie maanden overleggen mijn diensten regelmatig met de vakbonden met als doel de betrokkenheid van de Civiele Bescherming binnen de hervorming van de hulpverleningszones te organiseren. Er wordt dus nauw samengewerkt met de vakbonden, met de administratie en met vertegenwoordigers van de lokale overheden met het oog op een harmonieuze aanpak van de hervorming van de Civiele Bescherming.

Er moeten op lokaal vlak meer synergieŽn worden ontwikkeld tussen de Civiele Bescherming en de andere hulpdiensten zoals de brandweer. Uiteraard moeten de korpsen hierbij hun eigen federaal management behouden. Wel moet er meer betrokkenheid komen binnen de zones en indien nodig moet materieel of personeel van de ene naar de andere dienst worden overgeheveld.

Begin mei zal ik in het kernkabinet hierover een brede nota voorleggen.

De heer Yves Buysse (VB). - Er resten nog heel wat vragen; de minister heeft ze nog eens opgesomd. Het is duidelijk dat de overheveling van materieel en zeker van personeel bij de betrokkenen zeer veel vragen oproept. Het is niet gemakkelijk om gedurende lange tijd te moeten werken in een dienst waarvan de toekomst onzeker is.

Mevrouw JoŽlle Milquet, vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken en Gelijke Kansen. - Ik wil nogmaals benadrukken dat de valorisatie van de personeelsleden van de Civiele Bescherming de hoofddoelstelling van mijn hervorming is, en dat onder meer via een gelijk statuut, een betere opleiding enzovoort. De hervorming moet de personeelsleden ten goede komen.