5-1884/2

5-1884/2

Belgische Senaat

ZITTING 2012-2013

20 DECEMBER 2012


Wetsontwerp tot vaststelling van sancties en maatregelen voor werkgevers van illegaal verblijvende onderdanen van derde landen


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

DE DAMES LIJNEN EN DOUIFI


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 53-2466/1).

Het werd op 13 december 2012 eenparig aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers.

Het werd op 14 december 2012 overgezonden aan de Senaat en dezelfde dag geŽvoceerd.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergaderingen van 18 en 20 december 2012, in aanwezigheid van mevrouw Monica De Coninck, minister van Werk.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR MEVROUW DE CONINCK, MINISTER VAN WERK

Het huidige wetsontwerp betreft een omzetting van de Europese richtlijn 2009/52/EG van 18 juni 2009 die tot doel heeft de tewerkstelling van onderdanen van derde landen die geen verblijfsvergunning in de EU hebben te verbieden. Het wetsontwerp is dus niet van toepassing op onderdanen van de Europese lidstaten en de Schengenlanden (Noorwegen, IJsland, Zwitserland en Liechtenstein).

De huidige Belgische reglementering is gebaseerd op de verplichting van de werkgever om, voorafgaand aan de indienstneming, een arbeidsvergunning te bekomen en, daarmee gelijklopend, de verplichting jegens de werknemer om een arbeidskaart te bezitten.

In tegenstelling tot de Belgische reglementering, steunt het huidige voorstel op de verplichting ten aanzien van de werkgever om te eisen dat de werknemer over een geldige verblijfstitel beschikt en dat deze hem wordt voorgelegd. Hiertoe wordt een artikel 4/1 ingevoegd in de wet van 30 april 1999 betreffende de tewerkstelling van buitenlandse werknemers.

Wanneer de werkgever toch illegale onderdanen van derde landen inzet, zal hij naast de reeds bestaande financiŽle en strafrechtelijke sancties, ook verplicht worden het nog verschuldigd loon, de belastingen en de socialezekerheidsbijdragen te betalen, alsook de kosten voor repatriŽring.

Dit wetsontwerp voorziet bovendien in een aansprakelijkheidsstelsel bij het inzetten van in BelgiŽ illegaal verblijvende onderdanen uit derde landen. Die regeling heeft betrekking op zowel de professionele klantopdrachtgever als de verschillende aannemers die al dan niet in een keten van onderaannemers optreden.

De bij dit wetsontwerp beoogde aansprakelijkheid is tweeledig : een hoofdelijke aansprakelijkheid wat de lonen betreft, en een bijkomende sanctie voor de hoofdaannemer of de intermediaire aannemers ingeval de werkgever wordt beboet wegens een overtreding van het verbod tot het inzetten van een in BelgiŽ illegaal verblijvende onderdaan uit een derde land.

Dit systeem verloopt volledig analoog met de hoofdelijke aansprakelijkheid voor de betaling van het loon in de bouwsector, zoals voorzien in hoofdstuk VI/1 van de wet van 12 april 1965 betreffende de bescherming van het loon der werknemers.

Tot slot wordt aan de representatieve werkgevers- en werknemersorganisaties de bevoegdheid toegekend om in rechte op te treden in de geschillen waartoe deze wet aanleiding kan geven. Een zelfde bevoegdheid wordt verleend aan het Centrum voor gelijkheid van kansen en voor racismebestrijding, alsook aan andere door de Koning bepaalde instelling van openbaar nut.

III. BESPREKING

A. Vragen van de leden

De heer Pieters staat achter de strekking van het wetsontwerp. Hij plaatst wel een vraagteken bij de sociale zekerheidsdimensie van enkele punten. Er staat dat er ook sociale zekerheidsbijdragen zullen verschuldigd zijn ex post. Daarbij is een eerste vraag over welke sociale zekerheidsbijdragen het gaat. Die van de werkgever ? Ook de werknemersbijdragen ? Zullen die afgehouden worden van het loon dat de werkgever moet storten aan de illegaal ? Op welke grond worden de sociale zekerheidsbijdragen geÔnd ? Er is immers geen geldige arbeidsovereenkomst.

Wat met de opbouw van rechten binnen de sociale zekerheid ? Volgens dit ontwerp zullen sociale zekerheidsbijdragen geÔnd worden van een werknemer die geen geldige arbeidsovereenkomst heeft. Wat gebeurt er echter aan de uitkeringskant ? Zullen er daarvoor rechten opgebouwd kunnen worden of zullen er geen rechten zijn omdat er geen arbeidsovereenkomst geweest is ? Ergens stokt het voorgestelde systeem, en dat is trouwens geen nieuwigheid van dit ontwerp maar is al een tijdje aan de gang. Er worden sociale zekerheidsbijdragen geÔnd, perfect wetende dat er nooit sociale zekerheid zal verstrekt worden voor de personen die ze betalen. Dit is een redelijk cynische wetgeving. Stel dat een illegaal die hier een tijdje werkt het slachtoffer wordt van een verkeersongeval. Het is voor die persoon uiteraard van belang te weten of hij verzekerd is krachtens zijn arbeidsovereenkomst, die nietig is maar waar wel bijdragen op geÔnd worden.

B. Antwoorden van de minister

Minister De Coninck erkent de situatie. Een vergelijkbaar probleem stelt zich bijvoorbeeld met personen die op een bepaald ogenblik legaal zijn als asielzoeker, vervolgens bericht krijgen dat hun asielaanvraag niet erkend wordt, maar die persoon blijft wel doorwerken. De werkgever is niet op de hoogte van de gewijzigde situatie en betaalt sociale zekerheid.

De bedoeling van het voorliggende ontwerp is te voorzien in een sanctie van drie maanden voor de werkgever. Het loon moet dan betaald worden, met alles wat erbij hoort. Het netto-loon gaat naar de persoon die het werk verricht heeft.

Mevrouw De Coninck zal laten onderzoeken wat er gebeurt met de rechten die eventueel opgebouwd zijn.

IV. STEMMINGEN

Het geheel van het wetsontwerp wordt aangenomen met 9 stemmen bij 2 onthoudingen.

Dit verslag is goedgekeurd met 11 stemmen bij 2 onthoudingen.

De rapporteurs, De voorzitster,
Nele LIJNEN. Dalila DOUIFI. Elke SLEURS.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 53-2466/5 — 2012/2013).