5-1230/1

5-1230/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

23 SEPTEMBER 2011


Voorstel van resolutie met het oog op het behoud van de Europese voedselhulp aan de behoeftigen

(Ingediend door mevrouw Olga Zrihen c.s.)


TOELICHTING


De Europese Commissie heeft op maandag 20 juni 2011 aangekondigd dat ze van plan is het totaalbedrag van het budget van de Europese Unie voor 2012 voor het programma van voedselverstrekking aan de meest behoeftigen in de Europese Unie drastisch te verminderen. Dat budget zal voor 2012 verminderen van 500 tot 113,5 miljoen euro.

Als gevolg van een rechtsmiddel van Duitsland, hierin gesteund door Zweden, heeft het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie in de zaak T-576/08 het gebruik van middelen van het Gemeenschappelijke Landbouwbeleid (GLB) illegaal verklaard voor wat het als een sociaal hulpprogramma beschouwt. De Europese Commissie geeft gevolg aan die beslissing en heeft voor dat programma in 2012 een bedrag voorgesteld dat vijfmaal lager ligt, waardoor het voortbestaan ervan in gevaar komt.

Die beslissing is in verscheidene opzichten onaanvaardbaar.

Eerst en vooral raakt ze vele kwetsbare Europeanen rechtstreeks : momenteel zijn 13 miljoen mensen rechtstreeks afhankelijk van dat voedselhulpprogramma, dat sinds 1987 bestaat. Meer algemeen leven 80 miljoen Europeanen onder de armoededrempel, terwijl 43 miljoen mensen door voedselarmoede worden getroffen. Het aantal mensen dat een beroep doet op voedselhulp stijgt overigens in Europa, in het bijzonder in België, waar het cijfer de afgelopen vijftien jaar voortdurend is gestegen en nu 150 000 mensen bedraagt.

Tevens brengt die beslissing een deel van de Belgische en Europese sociale economie, die zich dagelijks inzet voor het verbeteren van het lot van de Belgische en Europese burgers die het slachtoffer zijn van uitsluiting, armoede lijden en ondervoed zijn, in moeilijkheden. Die beslissing zal immers bijna 240 Europese voedselbanken in het gedrang brengen en Belgische organisaties die actief zijn in de voedselhulp zullen verscheidene miljoenen euro's verliezen en bijgevolg niet meer in staat zijn om behoeftigen basisvoeding te verstrekken.

Die beslissing is ten slotte onbegrijpelijk in het licht van de duidelijke doelstellingen van de Europese Unie inzake armoedebestrijding in het raam van de EU 2020-strategie en van « het Europees jaar van de bestrijding van armoede en sociale uitsluiting » in 2010. Tevens is het een onaanvaardbare achteruitgang ten opzichte van de vorderingen die op dat gebied werden geboekt onder het Belgisch voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie in het tweede semester van 2010.

Het Europees Parlement heeft in die context krachtig gereageerd op de beslissing van de Europese Commissie, want op 7 juli 2011 heeft het met een zeer ruime meerderheid een resolutie goedgekeurd over het EU-programma Free food for Europe's poor.

Het is essentieel dat de Belgische regering zich hierbij aansluit en op Europees niveau de waarden van solidariteit en sociale rechtvaardigheid verdedigt.

Het is in die context raadzaam dat ze er bij de instellingen van de Europese Unie, vooral bij de Europese Commissie, voor pleit dat ze die voedselhulp voor de behoeftigen in stand houden. Daarbij moet enerzijds een oplossing op lange termijn worden geboden in de volgende financiële programmering van de Unie (2014-2020) en moet anderzijds voluit aandacht aan dat probleem worden gegeven op korte termijn, aangezien die nieuwe programmering nog door twee winters wordt voorafgegaan.

Olga ZRIHEN.
Marie ARENA.
Hassan BOUSETTA.
Philippe MAHOUX.

VOORSTEL VAN RESOLUTIE


De Senaat,

A. gelet op de resolutie van het Europees Parlement van 7 juli 2001 over de regeling voor voedselverstrekking aan de meest behoeftigen in de Unie;

B. gelet op artikel 27 van verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (« integrale GMO »-verordening) (1) en verordening (EG) nr. 983/2008 van de Commissie van 3 oktober 2008 tot vaststelling van een programma voor de toewijzing aan de lidstaten van aan het begrotingsjaar 2009 toe te rekenen financiële middelen voor de levering van levensmiddelen uit de interventievoorraden aan de meest behoeftigen in de Gemeenschap(2);

C. gelet op het gewijzigde voorstel van de Commissie voor een verordening van het Europees Parlement en de Raad tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 1290/2005 en (EG) nr. 1234/2007 ten aanzien van de voedselverstrekking aan de meest behoeftigen in de Unie (COM(2010)0486);

D. gelet op het arrest van het Gerecht van Eerste Aanleg in zaak T-576/08;

E. gelet op Uitvoeringsverordening (EU) nr. 562/2011 van de Commissie van 10 juni 2011 tot vaststelling van het programma voor de toewijzing aan de lidstaten van aan het begrotingsjaar 2012 toe te rekenen financiële middelen voor de levering van levensmiddelen uit de interventievoorraden aan de meest behoeftigen in de Europese Unie en tot afwijking van sommige bepalingen van verordening (EU) nr. 807/2010(3);

F. gelet op het standpunt van het Europees Parlement van 26 maart 2009 over het voorstel voor een verordening van de Raad tot wijziging van verordening (EG) nr. 1290/2005 betreffende de financiering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid en verordening (EG) nr. 1234/2007 houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (« integrale GMO »-verordening) ten aanzien van de voedselverstrekking aan de meest behoeftigen in de Gemeenschap (4);

G. gelet op de verklaring van het Europees Parlement van 4 april 2006 inzake deze regeling, zijn resolutie van 22 mei 2008, zijn wetgevingsresolutie van 26 maart 2009 en het voorstel van de Commissie COM(2010)486;

H. gelet op Aanbeveling 92/441/EEG van de Raad inzake gemeenschappelijke criteria met betrekking tot toereikende inkomsten en prestaties in de stelsels van sociale bescherming;

I. overwegende dat volgens schattingen van de Europese Commissie 43 miljoen mensen in de Europese Unie het slachtoffer dreigen te worden van voedselarmoede;

J. overwegende dat door de economische en financiële crisis en de stijgende voedselprijzen steeds meer mensen het slachtoffer dreigen te worden van voedselarmoede;

K. overwegende dat volgens schattingen van de Commissie 80 miljoen mensen in de EU de kans lopen tot armoede te vervallen en dat het aantal armen door de financiële en economische crisis verder kan toenemen, overwegende dat de vermindering van de armoede en de sociale uitsluiting in de Europese Unie één van de vijf prioriteiten is van de EU 2020-strategie;

L. overwegende dat middels de in 1987 in het kader van het gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) opgezette regeling voor voedselverstrekking aan de meest behoeftigen in de Unie op dit moment voedsel wordt verstrekt aan dertien miljoen mensen die in armoede leven in negentien lidstaten en dat bij de distributieketens circa 240 voedselbanken en liefdadigheidsinstellingen zijn betrokken;

M. overwegende dat de interventievoorraden van de EU aanzienlijk geslonken zijn;

N. overwegende dat de regeling in toenemende mate afhankelijk is geworden van aankopen op de markt als gevolg van de herstructurering van het GLB, die geleid heeft tot een vermindering van de interventievoorraden, van oudsher de bron voor leveringen van voedsel in het kader van de regeling;

O. overwegende dat het Gerecht van Eerste Aanleg van de Europese Unie heeft geoordeeld dat artikel 2 van verordening (EG) nr. 983/2008 inzake de aanvullende aankoop op de markt van voedsel, nietig wordt verklaard;

P. overwegende dat naar aanleiding van bovengenoemd arrest van het Gerecht het voorstel van de Commissie voor 2012 voorziet in een plotselinge verlaging van de middelen van 500 miljoen euro in 2011 naar 113 miljoen euro in 2012;

Q. overwegende dat voor het GLB en de daarmee verbonden regelingen, evenals voor de structuurfondsen, met inbegrip van het Europees Sociaal Fonds (ESF), in 2014 een nieuwe financieringsperiode ingaat,

Vraagt de regering bij alle Europese instellingen :

1. te benadrukken dat de stopzetting van een bestaande en functionerende hulpregeling zonder voorafgaande kennisgeving of voorbereiding ernstige gevolgen heeft voor de meest kwetsbare EU-burgers, en dat dit geen betrouwbare financieringspraktijk is;

2. er derhalve bij de Commissie en de Raad op aan te dringen een tijdelijke oplossing te zoeken voor de resterende jaren van de financieringsperiode (2012 en 2013) teneinde een onmiddellijke en abrupte inkrimping te vermijden van de voedselhulp ten gevolge van de vermindering van 500 miljoen naar 113 miljoen euro, en te waarborgen dat mensen die afhankelijk zijn van voedselhulp niet aan voedselarmoede ten prooi vallen;

3. de Commissie en de Raad derhalve te verzoeken een manier te vinden om het MBP-programma tijdens de resterende jaren van de financieringsperiode (2012 en 2013) en tijdens de nieuwe financieringsperiode 2014-2020 voort te zetten op een rechtsgrondslag die niet door het Hof van Justitie van de Europese Unie kan worden aangevochten, en het jaarlijkse financieringsplafond van 500 miljoen euro te handhaven om ervoor te zorgen dat mensen die afhankelijk zijn van voedselhulp geen voedselgebrek krijgen;

4. op lange termijn alle betrokken spelers op te roepen de geschiktheid van de voedselhulpregeling, met name als onderdeel van het GLB, zorgvuldig te beoordelen in de context van de nieuwe financieringsperiode vanaf 2014;

5. eraan te herinneren dat bij de uitvoering van programma's voor hulpbehoevenden rekening moet worden gehouden met de zaak die bij het Gerecht van Eerste Aanleg aanhangig is gemaakt, zoals de Commissie terecht heeft opgemerkt in haar raming van ontvangsten en uitgaven voor het begrotingsjaar 2012; erop te wijzen dat het Gerecht in zijn arrest in zaak T576/08 van 13 april 2011 heeft geoordeeld dat alleen de verstrekking van levensmiddelen uit de interventievoorraden onder dit programma valt, in tegenstelling tot uitgaven voor de aanschaf van levensmiddelen op de markt; te oordelen dat uit het arrest moet worden afgeleid dat artikel 2 van verordening 983/2008 niet als rechtsgrond voor voedselverstrekking kan worden gebruikt;

6. te benadrukken dat het recht op voedsel een elementair en fundamenteel mensenrecht is en dat er pas sprake van is wanneer alle mensen te allen tijde fysiek en economisch verantwoord toegang hebben tot behoorlijke, uit gezondheidsoogpunt veilige en voedzame levensmiddelen om in hun voedingsbehoeften te kunnen voorzien en voor een actief en gezond leven te kunnen kiezen; erop te wijzen dat een slechte voeding een negatieve invloed op de gezondheid heeft;

7. te onderstrepen dat gezonde voeding van goede kwaliteit met name belangrijk is voor kinderen en mede voorziet in hun ontwikkelings- en onderwijsbehoeften;

8. zich te verheugen over het initiatief van de Commissie en van de VN-bureaus om samen de strijd met voedselonzekerheid en ondervoeding in de wereld aan te gaan;

9. eraan te herinneren dat het in het kader van de bevordering van voedselzekerheid en de totstandbrenging van duurzame productie- en voorzieningssystemen op de lange termijn cruciaal blijft om voedselverspilling tot een minimum te beperken;

10. te benadrukken dat het, met name in het licht van de huidige economische, financiële en sociale crisis, belangrijk is op Europees niveau hulp te verstrekken aan de meest kwetsbare en achtergestelde leden van de samenleving;

11. eraan te herinneren dat de vermindering van de armoede en de sociale uitsluiting in de Europese Unie één van de vijf doelstellingen is van de EU 2020-strategie;

12. te onderstrepen dat de bestrijding van armoede een geïntegreerd beleid vergt waarbij een behoorlijk inkomen, behoorlijke werk- en levensomstandigheden en toegang tot grondrechten (politiek, economisch, sociaal en cultureel) aan elkaar worden gekoppeld;

13. te erkennen dat ondervoeding en voedselarmoede vaak neveneffecten van armoede zijn.

14 juli 2011.

Olga ZRIHEN.
Marie ARENA.
Hassan BOUSETTA.
Philippe MAHOUX.