5-758/1

5-758/1

Belgische Senaat

ZITTING 2010-2011

7 FEBRUARI 2011


Wetsvoorstel tot wijziging van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken, wat het taalgebruik in kantschriften betreft

(Ingediend door de heer Bart Laeremans c.s.)


TOELICHTING


In algemene orde is het uitgangspunt in de wet op het gebruik der talen in gerechtszaken dat de taal van de rechtspleging als criterium wordt gehanteerd. Meer in het bijzonder geldt dit bij deductie ook voor het gebruik der talen bij het vooronderzoek en het onderzoek in strafzaken, alsmede voor de strafgerechten in eerste aanleg en voor de hoven van assisen (cf. hoofdstuk II van voornoemde wet).

Strikt formeel is het dus correct dat de procureur des Konings te Brussel kantschriften verstuurt naar politiediensten in Vlaanderen in de taal van de rechtspleging, ook als die het Frans is. Concreet betekent dit dat een zaak die door het Brussels gerecht in het Frans wordt behandeld omdat de verdachte in Brussel woont en Franstalig is of woonachtig is in een Waalse gemeente en het Frans als voertaal heeft, volledig in het Frans wordt afgehandeld, ook al moeten er opsporings- en/of onderzoekshandelingen in Vlaanderen gebeuren. Het is een bizarre situatie. Dit geldt ook voor de omgekeerde situatie : een vordering tot uitvoeren van een opsporings- of onderzoekshandeling in bijvoorbeeld Bouillon in het Nederlands omdat de verdachte een Brusselse Vlaming is of in het homogeen Nederlandse taalgebied woont.

Deze opmerking geldt evenzeer voor kantschriften die vertrekken vanuit een eentalig gerechtelijk arrondissement, met een andere taalrol dan het gerechtelijk arrondissement waarvan de politiedienst deel uitmaakt; bijvoorbeeld : kantschriften van de procureur des Konings te Neufchâteau aan de politie van Brugge of omgekeerd.

Het zou voor de hand moeten liggen dat dergelijke kantschriften, uitgaande van een procureur des Konings van een vertaling voorzien dienen te zijn als zij gericht zijn aan een politiedienst waarvan het taalgebruik anders is dan dat van de rechtspleging. Het kan de duidelijkheid van het onderzoek en van de rechtspleging alleen maar ten goede komen. Overigens, de wetgeving is ook niet duidelijk in welke taal de gevorderde politiedienst dient te antwoorden. Dit wetsvoorstel wil alle onduidelijkheid hieromtrent wegwerken.

Bart LAEREMANS
Jurgen CEDER
Anke VAN DERMEERSCH.

WETSVOORSTEL


Artikel 1

Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet.

Art. 2

Artikel 12 van de wet van 15 juni 1935 betreffende het gebruik der talen in gerechtszaken wordt aangevuld met de volgende leden :

« Kantschriften in het kader van het vooronderzoek en het onderzoek uitgaande van een procureur des Konings worden, ongeacht de taal van de rechtspleging, in de taal gesteld van het taalgebied waartoe de gevorderde politiediensten behoren. De kantschriften dienen letterlijk vertaald te zijn. De betrokken politiediensten gebruiken de taal van hun ambtsgebied.

Wanneer de magistraten de taal niet kennen van de politiediensten waarnaar hun kantschriften gericht zijn, wordt een beroep gedaan op een beëdigd vertaler.

De kosten van vertaling zijn ten laste van de Schatkist. »

3 februari 2011.

Bart LAEREMANS
Jurgen CEDER
Anke VAN DERMEERSCH.