4-119

4-119

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 1 APRIL 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Guy Swennen aan de minister van Justitie over «het beleid inzake ouderenmishandeling» (nr. 4-1190)

De heer Guy Swennen (sp.a). - Eergisteren ondertekende de minister samen met zijn voorganger Jo Vandeurzen, thans de Vlaamse minister van Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, het protocol kindermishandeling in het kader van de Veiligheidsconferentie in Antwerpen. Daarbij werd vanuit de twee beleidsniveaus de verbintenis aangegaan voor een intense samenwerking in de bestrijding van kindermishandeling op verscheidene vlakken: het bevorderen van structureel overleg, het investeren in bewustmaking, informatieverstrekking en vorming en tot slot het uitwerken van een gemeenschappelijk stappenplan.

Is een soortgelijke aanpak ook niet mogelijk en wenselijk voor een problematiek waarop blijkbaar een taboe blijft rusten, namelijk ouderenmishandeling en/of -misbehandeling?

Uit buitenlands onderzoek blijkt dat in een op tien gezinnen kinderen hun ouders ernstig mishandelen. Specialisten vermoeden dat de situatie in ons land ongeveer gelijk is, en dat het dus om grote aantallen gaat. Daarbovenop komt dan nog de mishandeling van ouderen in allerhande zorgvoorzieningen.

Uit cijfers van de Vlaamse meldpunten van ouderenmishandeling en van het Brusselse meldpunt blijkt het samen op jaarbasis niet om ontzaglijke aantallen te gaan. Het gaat om enkele honderden klachten. Brussels minister Grouwels verklaarde onlangs wel dat het om het spreekwoordelijk topje van de ijsberg gaat omdat ouderen niet snel geneigd zijn de feiten van ouderenmishandeling te melden. Ze kunnen het fysiek en mentaal niet aan, ze zijn bang of schamen zich. Belangrijke nuance bij dit alles is dat allerhande vormen van ouderenmishandeling bewust of onbewust gebeuren. Omdat er ook onbewust gedrag is, spreekt men niet alleen van ouderenmishandeling, maar ook van ouderenmisbehandeling. De vormen van ouderenmishandeling en -misbehandeling betreffen lichamelijke mishandeling en seksueel misbruik, materieel of financieel misbruik, psychische mishandeling en verwaarlozing, schending van de rechten enzovoort.

Wordt in het justitiebeleid voldoende aandacht besteed aan die problematiek?

Bestaan er specifieke follow-upinitiatieven?

Heeft de minister een zicht op het aantal klachten bij de parketten, en het gevolg dat daaraan gegeven wordt?

Is de minister van oordeel dat eenzelfde aanpak als bij kinderenmishandeling raadzaam is, in samenwerking met de andere beleidsniveaus in ons land?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - Vlaams minister Jo Vandeurzen en ikzelf hebben inderdaad een protocol over kindermishandeling ondertekend. Het gaat om een prachtige samenwerking, een stappenplan dat bepaalt wie wat doet in de hele cyclus van detectie, behandeling en follow-up van kindermishandeling.

De maturiteit die in deze materie is bereikt en een jarenlange ervaring hebben ons in staat gesteld een praktisch en voor iedereen bruikbaar document over de aanpak van de problematiek te publiceren.

Ook oudermishandeling is een belangrijke problematiek. De procureur-generaal van Luik is in het College van procureurs-generaal belast met de vragen over huiselijk geweld. Hij bereidt op het ogenblik een rondzendbrief voor en baseert zich daarvoor onder meer op een bestaande rondzendbrief van de procureur des Konings van Luik uit 2006 waarvan ik een kopie zal bezorgen. Ik haal een stukje aan uit die rondzendbrief: `D'après l'Organisation mondiale de la Santé il s'agit d'un phénomène universel qui toucherait entre 4 et 6% des personnes de plus de soixante ans, surtout celles qui sont en situation de fragilité, soit physique, soit psychologique et qui survient soit dans le milieu familial proche, soit dans les institutions qui accueillent des personnes âgées.' Een onderzoek uit 2005 toont aan dat er in Wallonië 836 contacten zijn geweest voor gevallen van mishandeling waarvoor in totaal 364 dossiers zijn geopend. De praktijk in Luik is interessant omdat men de problematiek er al een tijdje op een gestructureerde manier onderzoekt.

De moeilijkheid ligt dikwijls in het opsporen van de oudermishandeling. Iemand moet er melding van maken. Of het nu gaat om gevallen in gezinsverband of in een instelling, de mishandeling vindt meestal plaats in een situatie zonder getuigen waarbij het slachtoffer de feiten meestal ontkent. De diensten van de gemeenschappen die bevoegd zijn voor hulpverlening dienen dus samen te werken en moeten Justitie helpen om dergelijke gevallen op te sporen. Het is op het ogenblik niet mogelijk om een exacte timing voorop te stellen. Ik kan evenmin cijfers doorgeven omdat in de statistieken geen onderscheidend criterium bestaat voor oudermishandeling. Wellicht zal de nieuwe rondzendbrief wel leiden tot een betere registratie en opvolging. Wanneer parketten dergelijke gevallen ontdekken, is het wel zo dat ze nu al hun uiterste best doen voor een stipte follow-up, aangezien het gaat om geweld op bijzonder kwetsbare slachtoffers.

De heer Guy Swennen (sp.a). - Kan de minister me zeggen waarom er een nieuwe rondzendbrief moet komen?

De heer Stefaan De Clerck, minister van Justitie. - De eerste rondzendbrief, waarvan ik u een kopie geef, was alleen voor het arrondissement Luik bestemd. Nu wenst het College van procureurs-generaal een rondzendbrief die voor het hele land van toepassing is.

De heer Guy Swennen (sp.a). - Als ik het goed begrijp, zal de aanpak die in Luik toegepast wordt nu uitgebreid worden naar alle arrondissementen.