4-113

4-113

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 25 FEBRUARI 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de staatssecretaris voor Begroting, Migratie- en asielbeleid, Gezinsbeleid en Federale Culturele Instellingen over ęde procedure voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingenĽ (nr. 4-1505)

De voorzitter. - De heer Bernard Clerfayt, staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Niet-begeleide minderjarige vreemdelingen zijn kinderen die hier zonder begeleiding van hun ouders of wettelijke voogd aankomen of verblijven. Ze vormen een bijzonder kwetsbare groep jongeren waarvoor er een speciale procedure bestaat.

Als ze worden gesignaleerd, hebben deze niet-begeleide minderjarige vreemdelingen verschillende mogelijkheden. Eťn daarvan is asiel aanvragen. Ze volgen dan grosso modo dezelfde procedure als meerderjarige asielzoekers. Indien ze geen asiel aanvragen, volgen ze de procedure die staat beschreven in de rondzendbrief van 15 september 2005, die op dit moment wordt herbekeken.

In dit laatste geval wordt er van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling een interview afgenomen door de Dienst Vreemdelingenzaken. Dat gesprek volgt vrij snel na de aanvraag en de voogd van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling kan bij het gesprek aanwezig zijn. Het doel van het interview en het gevolg dat eraan wordt gegeven worden echter niet meegedeeld, noch aan de minderjarige, noch aan de voogd. Er wordt daarenboven geen verslag gemaakt van het interview, terwijl het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen wel een proces-verbaal opmaakt van de interviews die het afneemt van minderjarige asielzoekers. Die werkwijze van de DVZ zorgt ervoor dat de niet-begeleide minderjarige vreemdeling in een zwakke positie komt te staan.

Daarnaast wordt een beslissing tot aflevering van een zogenaamde bijlage 38 (bevel tot terugbrenging) door de DVZ niet gemotiveerd. Ook dit kan de rechten van de minderjarige schaden.

Is de staatssecretaris van mening dat het niet opmaken van een verslag van het interview van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling door de DVZ en de niet motivering van een afgifte van een bijlage 38, de rechten van die minderjarigen schaden? Er bestaat in ons land een motiveringsplicht en ik zie niet in waarom die in dit geval niet zou gelden.

Is de staatssecretaris van plan om de DVZ op te dragen een verslag te maken van het interview dat de dienst afneemt van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling in het kader van de procedure beschreven in de rondzendbrief van 15 september 2005? Waarom doet het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en de Staatlozen dat wel en de DVZ niet?

Is de staatssecretaris van plan om de DVZ te verzoeken om zijn beslissing tot afgifte van een bijlage 38 in de toekomst te laten motiveren? Ook in de resolutie over de positie van de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen die wij onlangs in de Senaat hebben goedgekeurd, vragen wij dat alle beslissingen worden gemotiveerd.

De heer Bernard Clerfayt, staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude. - Ik lees het antwoord van staatssecretaris Wathelet.

De niet-begeleide minderjarige vreemdeling wordt inderdaad uitgenodigd voor een interview in aanwezigheid van een voogd en dit in het kader van de eerste aanvraag van de voogd in toepassing van de rondzendbrief van 15 september 2005. Hiervoor verwijst de DVZ naar het VN-Verdrag inzake de Rechten van het Kind en meer bepaald naar artikel 12 dat bepaalt dat elk kind het recht heeft om gehoord te worden.

Juist omdat het een kwetsbare groep betreft en om steeds in het hoger belang van de niet-begeleide minderjarige vreemdeling de meest duurzame oplossing te vinden die het meest aansluit bij zijn/haar persoonlijke situatie of verhaal, wordt bij dit interview getracht de minderjarige zelf aan het woord te laten. Indien gewenst kan dit in zijn/haar eigen taal en de bijstand van een tolk kan steeds worden gevraagd. Tijdens het interview kan de DVZ ook verduidelijken wat hij van de minderjarige en van de voogd verwacht. De rol van het bureau dat het interview afneemt en het doel van het interview worden bij elk interview uitgelegd. De niet-begeleide minderjarige vreemdeling krijgt de kans om vragen te stellen en verduidelijkingen te vragen. Er is op het einde van het interview een moment gepland waarop de voogd zaken kan toevoegen en/of verduidelijken.

In tegenstelling tot wat de senator beweert, wordt door de Dienst Vreemdelingenzaken wel degelijk een `verslag van verhoor' opgemaakt dat bovendien op het einde van het interview volledig wordt voorgelezen. Het biedt de niet begeleide minderjarige vreemdeling en de voogd de mogelijkheid om eventuele opmerkingen, verduidelijkingen of correcties toe te voegen. Die aanpassingen worden toegevoegd aan het verslag van het verhoor. Het definitieve verslag wordt ondertekend door zowel de niet begeleide minderjarige vreemdeling als door de voogd en door de ambtenaar die het interview heeft afgenomen. Het verslag van het verhoor wordt aan het dossier van de niet begeleide minderjarige toegevoegd en betreft een administratief document.

Ook inzake de motivering van een afgifte van een bijlage 38 heeft de senator het bij het verkeerde eind. Een bijlage 38 wordt steeds omstandig gemotiveerd. De instructies voor de afgifte van een bijlage 38 en de motivering van deze beslissing worden overgemaakt aan de gemeente waar de voogd zijn woonplaats heeft. De gemeente dient de voogd uit te nodigen en vervolgens de bijlage 38, die de motivering bevat, te betekenen aan de voogd. De voogd neemt kennis van die beslissing en de motivering ervan. De voogd wordt ook in kennis gesteld van het feit dat, zoals bij elke andere administratieve beslissing, de beroepsmogelijkheid bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen kan worden ingesteld. De voogd dient de niet begeleide minderjarige vreemdeling in kennis te stellen van de genomen beslissing en de redenen ervan. De voogd wordt zelf al tegelijkertijd met de instructies die naar de gemeente worden verzonden, op de hoogte gebracht van de genomen beslissing. Dit is het geval bij de afgifte van een bijlage 38 die aan de voogd zal worden betekend via de gemeente.

Indien een Belgische gemeente verzuimt de volledige motivering op de bijlage 38 te vermelden, vormt dit inderdaad een probleem waartegen de bevoegde minister van de betrokken deelstaatregering moet optreden.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Ik heb ervoor gepleit dat, net zoals bij de asielprocedure, een kopie van het verslag aan de niet-begeleide minderjarige vreemdeling wordt gegeven. Bij de aanvraag tot asiel geeft het Commissariaat-generaal voor de Vluchtelingen en Staatlozen wel een dergelijke kopie. De koepelvereniging van de voogden meldt echter dat de Dienst Vreemdelingenzaken geen verslag meegeeft. Er wordt wel een verslag gemaakt en bij het dossier gevoegd, maar het wordt niet aan de niet-begeleide minderjarige gegeven. Ik meen dat een kopie aan de minderjarige moet worden meegegeven, zoals dat gebeurt voor degenen die asiel vragen.

Ik weet dat in theorie elke beslissing moet worden gemotiveerd. We hebben echter vastgesteld dat dit niet altijd gebeurt. In de praktijk worden wel degelijk bijlagen 38 zonder motivering afgeleverd. Dat hebben verschillende voogdenverenigingen me gemeld en ik zal de minister er voorbeelden van geven.

Ik weet dat de minister dit dossier een warm hart toedraagt. Ik vraag dat erover wordt gewaakt dat de afgifte van een bijlage 38 steeds wordt gemotiveerd. Er is immers een verschil tussen wat de wet voorschrijft en de praktijk. We moeten ervoor zorgen dat de wetgeving wordt gerespecteerd. Kan de staatssecretaris die boodschap aan zijn collega doorgeven?