4-112

4-112

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 11 FEBRUARI 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de staatssecretaris voor Begroting, Migratie- en asielbeleid, Gezinsbeleid en Federale Culturele Instellingen over «het leeftijdsonderzoek bij niet-begeleide minderjarige vreemdelingen» (nr. 4-1408)

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - De niet-begeleide minderjarige vreemdelingen zijn een bijzonder kwetsbare groep. Het gaat meer bepaald om minderjarigen uit landen die geen lid zijn van de Europees Economische Ruimte en die hier zonder begeleiding van hun ouders of wettelijke voogd toekomen of verblijven.

Omdat het een bijzonder kwetsbare groep is, krijgen de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen een speciaal beschermingsstatuut. Wanneer de dienst Vreemdelingenzaken echter twijfels heeft over de leeftijd van de betrokkene, kan hij steeds een leeftijdsonderzoek uitvoeren.

Het leeftijdsonderzoek gebeurt aan de hand van tests van de beenderen van de niet-begeleide minderjarige vreemdelingen. Er zijn verschillende bottests mogelijk. Zo kan men de leeftijd testen aan de hand van een hand-polsradiografie, een radiografie van het sleutelbeen of een radiografie van de cervicale wervelzuil en het polsgewricht.

Die tests hebben echter verschillende nadelen. Om te beginnen wordt de niet-begeleide minderjarige vreemdeling blootgesteld aan de straling die tijdens de tests vrijkomt. Indien meer dan één test wordt gedaan, wat vaak het geval is, kan dat schadelijke gevolgen hebben voor de gezondheid van het kind in kwestie.

Problematischer nog is dat aan de betrouwbaarheid van de verschillende tests kan worden getwijfeld. Dat kan men afleiden uit de grote verschillen tussen de resultaten van eenzelfde soort test in verschillende ziekenhuizen. Zo heb ik weet van een persoon bij wie een test via een radiografie van het sleutelbeen in Leuven en Brussel tot een verschillend resultaat leidde, waarbij de vastgestelde leeftijd maar liefst zeven jaar uit elkaar lag. In Brussel was het resultaat 20 jaar, terwijl men in Leuven op bijna 27 jaar uitkwam. Hierbij kunnen mijns inziens toch ernstige vragen worden gesteld!

Volgens bepaalde tests is men dus minderjarig, volgens andere is men meerderjarig.

Wegens de onbetrouwbaarheid van dergelijke tests wijzigen tal van Europese landen, onder meer Nederland en Frankrijk, de methodiek van het leeftijdsonderzoek. Zo voert men in Frankrijk ook psychologische tests uit om de leeftijd te bepalen. België voert echter nog steeds enkel de fysieke tests uit. Bij een leeftijdsonderzoek zou echter behalve met een fysieke test ook rekening gehouden moeten worden met een psychologisch onderzoek en observatie van de jongere. Op die manier kan men de leeftijd van iemand veel beter en nauwkeuriger bepalen.

Wat is de mening van de staatssecretaris in verband met het leeftijdsonderzoek? Is hij van mening dat de huidige beendertests voldoen?

Is de staatssecretaris van plan om de beendertests als criterium om de leeftijd te bepalen af te schaffen of op zijn minst met een psychologisch onderzoek aan te vullen?

Heeft de staatssecretaris eventueel een ander plan of voorstel om het leeftijdsonderzoek te verbeteren?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Coördinatie van de Fraudebestrijding en staatssecretaris, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van de minister van Justitie.

Sinds 1 mei 2004 is de federale overheidsdienst Justitie, directoraat-generaal Wetgeving, fundamentele rechten en vrijheden, dienst Voogdij voor niet-begeleide minderjarige vreemdelingen bij wet bevoegd om een arts een medisch onderzoek te laten uitvoeren om na te gaan of een persoon die verklaart minder dan achttien jaar te zijn, dat ook effectief is. Artikel 7 van de wet bepaalt dat wanneer de dienst Voogdij of de overheden bevoegd voor asiel, toegang tot het grondgebied, verblijf en verwijdering twijfelen aan de leeftijd van de betrokken persoon de dienst Voogdij onmiddellijk een medisch onderzoek laat uitvoeren door een arts om na te gaan of deze persoon al dan niet jonger is dan achttien jaar. Volgens artikel 7, paragraaf 1, tweede lid, geschiedt het medisch onderzoek onder toezicht van de dienst Voogdij. Dat veronderstelt dat de dienst Voogdij tevens bevoegd is te bepalen op welke wijze het medisch onderzoek wordt uitgevoerd.

Sinds 1 mei 2004 werden al 1 641 niet-begeleide minderjarigen getest; 34,9% van hen bleek minderjarig te zijn, 64,1% meerderjarig.

Artikel 7, paragraaf 3, van de voogdijwet bepaalt ten slotte dat indien er twijfel is over de uitslag van het medisch onderzoek, met de jongste leeftijd rekening wordt gehouden.

De dienst Voogdij kan momenteel een beroep doen op drie medische instellingen om deze leeftijdsonderzoeken uit te voeren. Dat zijn de KULeuven, faculteit Geneeskunde, departement Tandheelkunde, Centrum voor forensische tandheelkunde, het UZ Brussel, afdeling Endocrinologie, diabetologie voor het kind en adolescenten en het UZ Gent, Kinder- en adolescentenendocrinologie.

In samenwerking met deze drie instellingen heeft de dienst Voogdij een protocol opgesteld, dat de actuele praktijk beschrijft. Dit protocol bepaalt dat een klinisch onderzoek plaatsvindt waarna er trapsgewijs drie radiografieën worden genomen: een orthopantomogram, tandontwikkeling, een hand-polsradiografie en een radiografie van de sleutelbeenderen. Indien door het orthopantomogram onomstotelijk vaststaat dat het om een minderjarige gaat, worden geen hand-polsradiografie en radiografie van de sleutelbeenderen genomen om zo onnodige straling te vermijden.

Ik heb hier ook nog technische gegevens van de KULeuven, maar die zal ik schriftelijk doorgeven.

Op basis van de resultaten wordt een eindconclusie geformuleerd waarbij steeds een standaardvariatie geldt. Algemeen genomen is er een zekerheidsmarge van ongeveer 95%, zodat een vergissing niet uit te sluiten valt. Op het ogenblik bestaat er echter geen andere wetenschappelijke methode die meer zekerheid geeft.

In 2005 vroeg de dienst Voogdij advies aan de Orde der geneesheren over psychoaffectieve tests. In een brief van 16 juni 2005 antwoordde de Orde der geneesheren dat, na meerdere universitaire pediatrische diensten te hebben bevraagd, er geen informatie kon worden gevonden over het bestaan van psychoaffectieve tests waarmee men de leeftijd kan bepalen bij een kind of een adolescent.

Het advies gaat als volgt verder:

Enfin, la littérature médicale ne rapporte pas des tests psychoaffectifs validés qui permettent de déterminer l'âge. Tout au plus, il est possible, lors d'un entretien, grâce à certains tests, d'apprécier la maturité d'un sujet, ce qui en aucune façon ne peut être corrélé à son âge chronologique.

Er bestaan enkel psychologische tests die de maturiteit van een persoon meten. Dergelijke tests zijn zeer arbeidsintensief. Het gaat om twee gesprekken van telkens ongeveer twee uur; de bijstand van een tolk zal onoverkomelijk zijn. Dergelijke tests kunnen enkel de maturiteit testen. Dit koppelen aan een chronologische leeftijd is niet mogelijk. Immers, een persoon van dertig jaar kan een maturiteit hebben van iemand van dertien jaar.

Als men gebruik wil maken van psychologische tests, dan dient men een maturiteitscriterium te hanteren bij het al dan niet openvallen van de minderjarigheid en niet een leeftijdgebaseerd criterium, zoals dat op heden het geval is.

Het is juist dat men in het Verenigd Koninkrijk en in Oostenrijk gebruik maakt van een leeftijdsbepaling op basis van één of meerdere gesprekken met de betrokkene. Aan de hand van een uitgebreide vragenlijst, familiesamenstelling, sociale geschiedenis, achtergrond, het schoolparcours, zelfredzaamheid en interactie tijdens het gesprek, tracht men een oordeel te vellen over de leeftijd. Ook zou men jongeren gedurende een bepaalde periode kunnen observeren in een opvangcentrum. Dergelijke informatie kan inderdaad een indicatie geven over iemands leeftijd, maar dit is zeer moeilijk objectief vast te stellen en dus gevoelig voor een subjectieve interpretatie.

De leeftijdsbeslissing in België baseert zich in eerste instantie op het medisch onderzoek, wat echter niet belet dat andere elementen van het dossier, zoals impressie van de voorlopige voogd, van het Observatiecentrum en van de sociaal assistenten van de dienst Voogdij, die met de betrokkene persoon een onderhoud hebben gevoerd, in aanmerking worden genomen. Die elementen moeten echter coherent zijn, zonder dat echter het medisch onderzoek op zich en voorgeschreven bij de wet, wordt betwist.

Op 15 december 2009 heeft de dienst Voogdij een advies gevraagd aan de Orde der geneesheren en de Koninklijke Belgische Vereniging voor radiologie met de vraag een multidisciplinaire werkgroep op te richten aangaande medische leeftijdsbepalingen en die werkgroep een aantal opdrachten voor te leggen.

Ten eerste, een advies formuleren over een aantal prealabele vragen, zich uitspreken over de wenselijkheid, mogelijkheid en waarde van dergelijke onderzoeken en onderzoeken wat de kans op gezondheidsschade is die dergelijke tests kunnen veroorzaken.

Ten tweede, bij een gunstig advies, een zeer gedetailleerd protocol formuleren over hoe dergelijke tests dienen te worden uitgevoerd, dat als nationale standaard wordt aanvaard en toegepast in alle ziekenhuizen. Dat houdt in: aangeven door welke specialisten, een gedetailleerd beschrijving van het nemen van de röntgenopname, aangeven welke modellen gehanteerd dienen te worden, welke standaarddeviaties van toepassing zijn en hoe al deze elementen moeten worden geïnterpreteerd.

Ten derde, de evoluties op wetenschappelijk vlak opvolgen inzake leeftijdsbepalingen en bijsturingen formuleren indien nodig.

Ten vierde, aan de werkgroep kunnen ook bijzondere individuele gevallen worden voorgelegd voor advies.

Op dit ogenblik is het reeds de administratieve praktijk dat in geval er twijfel is over de leeftijdsgrens en deze twijfel kan gesteund worden met identiteitsdocumenten waarvan de authenticiteit vaststaat en die voldoen aan de voorschriften van het internationaal privaatrecht, een afwijking van maximaal twee jaar ten opzichte van de ondergrens van het medisch onderzoek wordt aangenomen.

Het is ook steeds mogelijk dat het identificatieproces kan worden heropend in geval na het medisch onderzoek dergelijke identiteitsdocumenten nog worden voorgelegd. Men dient evenwel in dergelijke gevallen kritische vragen bij de afgifte van die documenten te stellen, zeker wanneer ze in afwezigheid van de persoon waarop ze betrekking hebben, werden gegeven.

Mijn administratie werkt op het ogenblik aan een aantal substantiële wijzigingen van de voogdijwet, onder meer met betrekking tot de identificatieprocedure en het bepalen van de leeftijd. Een wetsontwerp is in voorbereiding.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Ik dank de minister voor het uitgebreide antwoord. In het buitenland twijfelt men aan fysieke tests. Ik betwijfel niet dat ze een aanwijzing kunnen zijn voor de leeftijd, maar er gebeuren vaak vergissingen. In andere landen, zoals in het Verenigd Koninkrijk, Frankrijk, Nederland en Oostenrijk, worden naast de fysieke testen ook psychologische tests afgenomen. De Orde der geneesheren werd een hele reeks vragen voorgelegd om een advies te formuleren. Ik hoop van het antwoord hierop op de hoogte te worden gebracht, dat het in positieve zin in het wetsontwerp wordt verwerkt zodat de huidige methodiek wordt bijgestuurd. De identificatieprocedure en het vaststellen van de leeftijd zal onderdeel zijn van het wetsontwerp in voorbereiding. Ik weet echter niet in welke richting dit gaat en zal er de minister bij een volgende gelegenheid over ondervragen. Ik hoop dat de minister rekening houdt met de evolutie in andere landen, die ook niet over één nacht ijs zijn gegaan.