4-110

4-110

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 28 JANUARI 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen, belast met het Migratie- en asielbeleid over źde berekening van de opzegvergoeding tijdens een ouderschapsverlof╗ (nr. 4-1413)

De voorzitter. - De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - In het rapport nr. 76 gaat de Nationale Arbeidsraad in op een vraag om advies van de commissie voor de Sociale Aangelegenheden. De NAR meldt daarin dat volgens het Europees Hof voor Justitie de Belgische wetgeving inzake de berekening van de opzegvergoeding tijdens een ouderschapsverlof in strijd is met de raamovereenkomst inzake ouderschapsverlof, omgezet in de Ouderschapsverlofrichtlijn (96/34/EG) van 3 juni 1996.

Arbeidsrechtbanken bogen zich in het verleden reeds geregeld over de vraag op basis van welk loon de opzegvergoeding moet worden berekend voor werknemers die hun arbeidstijd verminderen door bijvoorbeeld tijdskrediet of ouderschapsverlof. Krachtens de huidige Belgische wetgeving dient men de vergoeding te berekenen op basis van de opzeggingstermijn die berekend werd zonder inachtneming van de vermindering van de prestaties. Het is echter nog onduidelijk met welk loon rekening moet worden gehouden voor de berekening van de opzegvergoeding als de opzeggingstermijn niet wordt gerespecteerd.

Het Hof van Cassatie heeft eind december 2006 reeds gesteld dat voor de berekening van de verbrekingsvergoeding voor werknemers die in het oude systeem loopbaanonderbreking of tijdskrediet nemen, het verminderde loon in aanmerking dient te worden genomen.

Voor het ouderschapsverlof heeft het Hof van Cassatie echter advies gevraagd aan het Europese Hof van Justitie. Krachtens het arrest van 22 oktober 2009 van het Europees Hof dient men voor de berekening van de verbrekingsvergoeding ingeval van ouderschapsverlof het voltijdse loon in aanmerking te nemen, ondanks het feit dat de werknemer tijdens het ouderschapsverlof verminderd loon geniet, en wel omdat de Ouderschapsverlofrichtlijn bepaalt dat een werknemer zijn rechten van vˇˇr het ouderschapsverlof tijdens de duur van het verlof dient te behouden.

Op grond van de arresten van beide hoven kan men de onduidelijkheid in de Belgische wetgeving over de loonbasis voor de berekening van de opzegvergoeding nu wegwerken.

Maakt de minister op dit moment werk van een aanpassing van de Belgische wetgeving, zodat er geen onduidelijkheid meer kan bestaan over de berekening van de opzegvergoeding bij het ouderschapsverlof?

Hoe dient de berekening van de vergoeding te gebeuren in geval van tijdskrediet, loopbaanonderbreking en andere vormen van thematisch verlof dan het ouderschapsverlof? De Belgische wetgeving is hierover ook niet duidelijk. Het arrest van het Europees Hof geldt enkel voor ouderschapsverlof, maar bevat heel wat argumenten, bijvoorbeeld rond de oorspronkelijk voltijdse arbeidsovereenkomst, het opbouwen van anciŰnniteit, de uitkering via de RVA en de beperkte duur van het verlof, die ook gelden voor andere vormen van arbeidsvermindering. Blijft het arrest van het Hof van Cassatie van 2006 geldig voor die onderbrekingen of dient men de Belgische wetgeving aan te passen alvorens ook de opzegvergoeding ingeval van die verloven op basis van het voltijdse loon te mogen berekenen?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, voor Migratie- en asielbeleid, voor Gezinsbeleid en voor de Federale Culturele Instellingen. - Ik lees het antwoord van minister Milquet.

Het antwoord op uw eerste vraag luidt dat onze wetgeving zeer recent, namelijk via de wet van 30 december 2009 houdende diverse bepalingen, in overeenstemming werd gebracht met de uitspraak van het Europees Hof van Justitie in de zaak Meerts.

Op die manier werd een wijziging aangebracht in de Herstelwet van 22 januari 1985 houdende sociale bepalingen. Die wijziging betreft enkel de periodes van verminderde arbeidsprestaties in het kader van ouderschapsverlof.

Het begrip `lopend loon' in de zin van artikel 39 van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten behelst ook het loon dat de werknemer had verdiend indien hij zijn arbeidsprestaties niet had verminderd.

Mijn beleidscel en de administratie onderzoeken nu welke gevolgen dit arrest heeft voor de andere verloven. In afwachting van eventuele wijzigingen blijft de gewone wettelijke regeling inzake de opzeggingsvergoeding van toepassing.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - In verband met mijn eerste vraag heb ik begrepen dat dit ondertussen via de wet houdende diverse bepalingen is aangepast. Ik heb dat over het hoofd gezien.

Het antwoord op mijn tweede vraag om dit ook voor de andere verlofstelsels aan te passen, is dat de beleidscel onderzoekt of hier een aanpassing nodig is. De minister zal me waarschijnlijk op de hoogte houden van het vervolg van deze zaak.