4-107

4-107

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 7 JANUARI 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Pol Van Den Driessche aan de vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen over ęde schending van de mensenrechten in ChinaĽ (nr. 4-1015)

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Zoals u weet, veroordeelde de Chinese rechtbank de bekende dissident Liu Xiaobo op Kerstmis tot elf jaar cel. Samen met veel anderen in binnen- en buitenland ben ik geschokt door dit harde vonnis van een Chinese rechtbank. Het stuit tegen de borst dat een van de belangrijkste voorvechters van de mensenrechten op die manier wordt aangepakt door een land waarmee wij nauwe banden hebben. Bovendien beweren mensenrechtenorganisaties dat in de Volksrepubliek nogal wat basisrechten blijvend en grof met voeten worden getreden.

Nochtans was ons in de aanloop naar de Olympische Spelen van 2008 voorgehouden dat de situatie inzake mensenrechten in China zou verbeteren, onder meer door dit immense sportfeest. Ik herinner in dat verband aan de resolutie die op 12 juni 2008 door de Senaatscommissie voor de Buitenlandse Betrekkingen en voor de Landsverdediging werd goedgekeurd.

De Belgische Senaat riep de federale regering daarin op om `kritisch' te reageren op de `herhaalde schendingen van de mensenrechten', er bij de Chinese regering op aan te dringen de rechten te respecteren en om haar steun te betuigen aan de voorvechters ervan.

Op de veroordeling van professor Xiaobo werd intussen afkeurend gereageerd door de Belgische overheid en de Europese Unie. Ik had echter een forser protest verwacht.

Ik heb dan ook volgende vragen.

Wat zult u ondernemen om Liu Xiaobo versneld vrij te krijgen?

Sprak u hierover met de Chinese ambassadeur in BelgiŽ?

Kloppen de beweringen van de mensenrechtenorganisaties dat de toestand van dissidenten er in de Volksrepubliek op achteruitgaat?

Liggen economische belangen aan de basis van de nogal lauwe reactie van de Europese Unie en van BelgiŽ?

De heer Steven Vanackere, vice-eersteminister en minister van Buitenlandse Zaken en Institutionele Hervormingen. - Ik maak mij samen met mijn Europese collega's inderdaad zorgen over het strenge vonnis dat werd uitgesproken tegen de Chinese mensenrechtenverdediger Liu Xiaobo. Die uitspraak werd bekritiseerd door de belangrijkste westerse mogendheden, die overigens altijd tot zijn vrijlating hebben opgeroepen. Zo werd door het Zweedse voorzitterschap op 28 december jongstleden aan de Chinese autoriteiten een protestnota overhandigd waarin het lot van de Chinese dissident wordt aangeklaagd.

Sinds 1 december 2009 krijgt Europa, in het kader van het Verdrag van Lissabon, eindelijk de gelegenheid om als politieke macht op te treden.

We mogen de protestnota van het Zweedse voorzitterschap namens de Europese Unie dus niet beschouwen als een lauwe reactie omdat niet alle zevenentwintig landen er een kopie trachten van te maken. Ook de lidstaat BelgiŽ moet zich vertegenwoordigd voelen door de demarches van het Zweedse voorzitterschap. Ik ben het dus niet eens met de opinie van de heer Van Den Driessche dat BelgiŽ nog iets extra moet ondernemen, want daardoor zou de stem van Europa minder gehoord worden. Ons land is met de protestnota van het Zweedse voorzitterschap afdoende vertegenwoordigd.

Zoals u weet, hechten BelgiŽ en de EU veel belang aan de situatie van de mensenrechten in China. Sinds 1995 voert de EU tweemaal per jaar een mensenrechtendialoog met Beijing. Onder het Belgische Voorzitterschap van de EU tijdens het tweede semester van 2010, zal ook een dergelijke dialoog plaatsvinden. De laatste dialoog vond plaats in China op 20 november 2009. Toen werd de vrije meningsuiting besproken, alsook het gebrek aan transparantie rond de vele recente arrestaties en gerechtelijke veroordelingen in China.

Ter gelegenheid van de dialoog van november 2009 werd aan de Chinese autoriteiten een lijst bezorgd met individuele gevallen, waaronder ook het geval van Liu Xiaobo. De EU vraagt China aldus met aandrang een stand van zaken omtrent het lot van elk van die individuele mensenrechtenverdedigers, alsook hun onmiddellijke vrijlating.

Organisaties zoals Amnesty International en Human Rights Watch sloten zich aan bij de mening van de Europese Unie en wezen erop dat de mensenrechtensituatie in China erg zorgwekkend blijft.

Voor het overige beschik ik, noch de Belgische diplomatie, over enige informatie die een nieuw licht zou kunnen werpen op de situatie van de mensenrechten in China.

Ik bevestig dat de Belgische overheid er niet aan denkt om haar opinie over de mensenrechten in een soort van gťomťtrie variable te laten afhangen van economische belangen. Die twee hebben met elkaar niets te maken en volgen elk een eigen logica.

De heer Pol Van Den Driessche (CD&V). - Als groot voorstander van de Europese Unie ben ik blij dat de minister naar Europa verwijst. Ik hoop dan ook dat de Unie met zijn 27 lidstaten even krachtig zal reageren als president Obama heeft gedaan namens zijn land, dat overigens kleiner is dan Europa en over minder mogelijkheden beschikt. Toen Obama in de Volksrepubliek op bezoek was, heeft hij zijn Chinese collega streng berispt en duidelijk gezegd dat hij zich zeer ernstig zorgen maakt over de evolutie van de mensenrechten.

Toch ben ik, net als minister Vanackere, zeer hoopvol en ik hoop dat ook hij deze lijn zal aanhouden.