4-107

4-107

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 7 JANUARI 2010 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de eerste minister, belast met de CoŲrdinatie van het Migratie- en asielbeleid over ęde verklaringen van de eerste minister dat deze regering geen staatshervorming meer zal doorvoerenĽ (nr. 4-1021)

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Bij zijn aantreden zei de premier dat hij het beleid van zijn voorganger zou voortzetten. Dat bestond uit vijf werven: het energiedossier, de begrotingsproblematiek, de staatshervorming, Brussel-Halle-Vilvoorde en het asiel- en migratievraagstuk.

Over de begroting kunnen we kort gaan: die is min of meer een puinhoop. In het energiedossier is er veel geklungeld. Voor het asiel- en migratievraagstuk is er absoluut geen afdoende oplossing gevonden. Er bleven voor de premier bijgevolg maar twee werven over, de staatshervorming en Brussel-Halle-Vilvoorde. Dat laatste dossier is intussen in de coulissen beland bij gewezen premier Dehaene. En over de staatshervorming zei de premier in recente interviews dat die niet meer voor deze legislatuur is.

In feite kan de premier er vandaag dus mee stoppen, want er blijven geen werven meer over, tenzij wat in gang is gezet een beetje beheren. Kortom alleen een beetje notaris spelen.

Ik begrijp niet goed dat de premier, die in 2004 als minister-president van de Vlaamse regering in het Vlaams Parlement een regeerakkoord indiende met bijzonder verregaande communautaire eisen inzake de staatshervorming en BHV, sinds hij naar het federale niveau is verkast, al die Vlaamse eisen in de koelkast steekt. Nochtans beweerde hij naar het federale niveau te willen gaan precies om de Vlaamse belangen beter te dienen. Vandaag verdedigt hij het samenwerkingsfederalisme, zeker op het vlak van tewerkstelling, terwijl hij over tewerkstellingsmaatregelen in het verleden al een paar keer in aanvaring is gekomen met de Vlaamse regering. Dat zal in de toekomst zonder twijfel nog gebeuren.

De premier pleit vandaag zelfs voor samenvallende verkiezingen, waarbij hij argumenteert dat zij die aparte verkiezingen als het summum van autonomie zien, het helemaal mis hebben. Premier, u sprak wel anders toen u Vlaams minister-president was!

De premier gaat dus zeer duidelijk voor het institutionele status-quo, terwijl zowat iedereen ervan overtuigd is dat een staatshervorming geen speeltje voor politici is, maar een ingreep met herverdeling van bevoegdheden, zodat een afdoend antwoord kan worden geboden aan de crisis die we vandaag meemaken. Dat antwoord moet namelijk op maat zijn van de verschillende deelstaten, omdat de problematiek in die deelstaten verschillend is. De premier heeft geen behoefte meer aan een staatshervorming vůůr 2011 en hij voegt er zelfs aan toe dat het ook niet meer prioritair is voor de Vlaamse regering.

Ik kreeg van de premier dan ook graag antwoord op volgende vragen.

Bestaat er binnen de regering een consensus dat het onderdeel staatshervorming van het regeerakkoord niet wordt uitgevoerd?

Waarom stelt hij de staatshervorming uit, hoewel de premier zelf en zijn partij herhaaldelijk hebben gezegd dat een staatshervorming noodzakelijk is om de gevolgen van de crisis efficiŽnt en op maat te kunnen bestrijden?

Waar haalt de premier het vandaan dat de staatshervorming voor de Vlaamse regering niet belangrijk zou zijn, terwijl in het Vlaams parlement de minister-president het gisteren nog anders formuleerde?

Impliceert het opgeven van een staatshervorming tijdens deze legislatuur dat de splitsing van Brussel-Halle-Vilvoorde kan en zal worden doorgevoerd los van een verdere staatshervorming?

De heer Yves Leterme, eerste minister, belast met de CoŲrdinatie van het Migratie- en asielbeleid. - Allereerst wens ik iedereen hier aanwezig een gelukkig nieuwjaar, succes, een goede gezondheid en veel persoonlijk geluk.

Ik heb inderdaad enkele verklaringen afgelegd over het dossier van de staatshervorming. In de huidige economische context mogen we de moeilijkheden die we ondervinden bij het realiseren van dat belangrijke streven uit ons regeerprogramma niet als alibi gebruiken om geen maatregelen te nemen waarmee we stap voor stap de economische crisis te lijf gaan. Reeds een drietal jaren nemen we dergelijke maatregelen en ze leiden tot resultaat: uit alle internationale statistieken blijkt dat ons land tot nu toe beter dan andere lidstaten van de Europese Unie de economische recessie weerstaat. Daarom moeten we dat beleid doorzetten. Ik heb deze week dan ook opgeroepen tot samenwerking tussen de diverse maatschappelijke actoren, de diverse overheden van ons land en de sociale partners. Ik wil senator Van Hauthem op ťťn punt corrigeren: de oproep tot samenwerkingsfederalisme heb ik vijf jaar geleden gedaan, namelijk op 5 maart 2005, als minister-president van de Vlaamse regering. Over samenvallende verkiezingen heb ik toen, en ook deze week gezegd dat ik voorstander ben van samenvallende verkiezingen. Op dat punt ben ik consequent bij mijn standpunt gebleven.

Wat de plaats van de staatshervorming in de politieke actie van de regering betreft, verwijs ik naar de regeringsverklaring van 25 november laatstleden. Ik citeer: `Institutionele discussies verlammen al te lang het optimaal functioneren van dit land.

Jean-Luc Dehaene werd belast met het maken van een voorstel ten gronde voor de eerste minister en de voorzitters van de meerderheidspartijen, die de onderhandelingen zullen voeren inzake institutionele problemen en in het bijzonder inzake Brussel-Halle-Vilvoorde. (...)

Het doel van de regering is het Belgische model te doen slagen door een akkoord dat het land institutionele rust brengt.' De regering wacht dus nu, zoals afgesproken, het resultaat af van de opdracht van de koninklijke opdrachthouder.

Laat daarover geen misverstand bestaan! Het blijft mijn vaste overtuiging dat het land nood heeft aan een staatshervorming, aan een herschikking van bevoegdheden, een vervollediging van bevoegdheden op onder meer gewestelijk vlak, en ook een herschikking van verantwoordelijkheden, onder meer financiŽle en fiscale verantwoordelijkheden. Dat is nodig om ons land goed toe te rusten om vandaag en in de toekomst de problemen, onder meer de sociaaleconomische problemen, terdege aan te pakken. Nogmaals, het feit dat tot nu toe op dat vlak geen resultaat is geboekt mag niet als alibi dienen, zoals soms is gebeurd in het verleden, om inactief te zijn in de bestrijding van de crisis.

Ik ben eerste minister van de federale regering. Die regering werkt en neemt beslissingen op een kordate en krachtdadige manier. Ik denk aan het deblokkeren van een ophanden zijnd belangenconflict, aan de krachtdadige beslissingen in verband met de verlenging van de crisismaatregelen, aan de punten die wekelijks op de agenda van de Ministerraad staan. Ik zal mij niet uitspreken over de prioriteiten van de Vlaamse regering. Ik stel wel vast dat de Vlaamse regering ook bereid blijft om in dialoog met de federale overheid en de andere gemeenschappen en gewesten een staatshervorming tot stand te brengen en de crisis te bestrijden. Ik sluit me overigens aan bij de woorden van collega Peeters gisteren in het Vlaams Parlement. Op het ogenblik blijkt een akkoord over de staatshervorming niet tot de mogelijkheden te behoren. Wat vandaag niet aan de orde is, kan dat morgen uiteraard wťl zijn. Overigens heb ik vastgesteld dat de dialoog van gemeenschap tot gemeenschap, die op initiatief van de Vlaamse gemeenschap is opgestart, werd afgerond en dat sindsdien geen initiatieven meer zijn genomen.

Tot slot nog een paar woorden over het samenwerkingsfederalisme. Ik heb al verwezen naar mijn toespraak van 5 maart 2005 in het Europees Parlement en naar de tekst die ik heb verspreid. Het jaar 2010 blijft een jaar waar prioritair de impact van de crisis op de arbeidsmarkt moet worden beperkt. Maar daarnaast moet in 2010 op de verschillende bestuursniveaus, en ook het Europese, meer aandacht gaan naar een verdieping en aanpassing van ons economische beleid.

De bevoegdheden voor vier, vijf, zes domeinen van het structurele economische beleid die van doorslaggevend belang zijn voor onze toekomst, liggen versnipperd over de verschillende bestuursniveaus. Het is niet meer duidelijk wie waarvoor verantwoordelijk is. Ik denk bijvoorbeeld aan innovatie, onderzoek en ontwikkeling, maar ook aan het arbeidsmarktbeleid, waarover in december nog een belangenconflict was gerezen, dat we echter snel hebben kunnen ontmijnen.

Ik denk ook aan de infrastructuur van BelgiŽ als toegangspoort tot een Europese markt van 500 miljoen consumenten, de haven van Antwerpen, de haven van Luik en de rol van de federale spoorwegen in het beleid dat ook vanuit Vlaanderen wordt gevoerd om zijn logistieke mogelijkheden te ontwikkelen.

Voorts denk ik aan onze plaats op de internationale handelsmarkt, aan ons vermogen om investeringen aan te trekken en onze export te promoten, aan ons diplomatieke netwerk, dat faciliterend moet optreden voor de gewesten en de gemeenschappen, om zo hun belangen te verdedigen.

Voor al die voorbeelden moet het federalisme van de samenwerking een plus betekenen. Twee essentiŽle voorwaarden om hierin te slagen, zijn de goede wil om tot resultaten te komen en de wil om het voorlopig uitblijven van een staatshervorming niet te gebruiken als alibi voor inertie.

De federale regering bestuurt, neemt krachtdadig maatregelen om de sociaaleconomische crisis te bestrijden. Ze slaagt daarin zoals blijkt uit onder andere de statistieken van de Europese Unie en wil haar aanpak de komende weken en maanden volhouden.

Op het juiste moment zal de regering inzake de staatshervorming de vereiste initiatieven nemen en de nodige impulsen geven.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Het is juist dat de staatshervorming niet mag worden aangegrepen als alibi om niet op te treden tegen de gevolgen van de sociaaleconomische crisis, vooral dan op het vlak van de werkgelegenheid.

Vandaag spreekt de eerste minister zichzelf echter tegen. Hij gebruikt de sociaaleconomische crisis als argument om geen vooruitgang te hoeven boeken op het vlak van de staatshervorming, terwijl hij in het tweede deel van zijn betoog zelf in verschillende punten aangeeft hoe belangrijk een bevoegdheidsherverdeling wel is om de sociaaleconomische uitdagingen aan te gaan.

Is de staatshervorming belangrijk? `Neen, want dan kunnen we de crisis niet bekampen', zegt de premier eerst. `Ja, want om de crisis te kunnen bekampen moeten de bevoegdheden noodzakelijkerwijze duidelijker worden verdeeld', zegt hij daarna. Van tweeŽn ťťn.

Als de premier vaststelt dat er geen bereidheid is om gesprekken over de staatshervorming aan te gaan, zal hij wel bedoelen dat die niet bestaat aan Franstalige kant, maar dan vraag ik me af waarmee hij als premier bezig is. Als ik me goed herinner is hij van het Vlaamse naar het federale niveau overgestapt om de Vlaamse resoluties te realiseren op het niveau waar de beslissingen moeten worden genomen.

Nu hij de leiding heeft van het federale bestuursniveau, geeft hij de zaak uit handen, want Jean-Luc Dehaene is daarvoor ingeschakeld. En als sommigen zeggen: `On n'est demandeur de rien' en de Franstaligen zeggen dat ze evenmin vragende partij zijn, dan neemt de federale premier daar akte van en laat hij aan Vlaanderen weten dat de staatshervorming niet voor deze legislatuur zal zijn. Voor wanneer dan wel?

Drie `werven' zijn afgerond door Herman Van Rompuy, de twee die nog moesten worden afgerond, geeft de premier door. Dus doet de premier zelf niets meer.

Kortom, de voormalige Vlaamse minister-president is verveld tot Belgisch staatsman. Anderen hebben hem dat voorgedaan. Het bedroeft ons ten zeerste.