4-1454/2

4-1454/2

Belgische Senaat

ZITTING 2009-2010

15 OKTOBER 2009


Wetsontwerp dat machtigingen verleent aan de Koning in geval van een griepepidemie of -pandemie


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW VIENNE


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 52-2156/1).

Het werd op 15 oktober 2009 aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en op diezelfde dag overgezonden aan de Senaat.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 15 oktober 2009 in aanwezigheid van mevrouw Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN SOCIALE ZAKEN EN VOLKSGEZONDHEID, BELAST MET MAATSCHAPPELIJKE INTEGRATIE

Mevrouw Onkelinx, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, beschrijft de stand van zaken wat de griep A/H1N1 betreft. Zij zet de situatie uiteen zoals die vandaag is, wereldwijd en in het bijzonder in BelgiŽ.

Het wetsontwerp past in het geheel van maatregelen die de regering heeft genomen om BelgiŽ voor te bereiden op een eventuele griepepidemie. Er werd inderdaad vastgesteld dat sommige aspecten van de vigerende reglementering moesten worden aangepast om een doeltreffend beheer van een grieppandemie of -epidemie mogelijk te maken.

Een gedetailleerd overzicht van die punten vindt men in de desbetreffende stukken van de Kamer van volksvertegenwoordigers.

III. BESPREKING

De leden van de commissie hebben verschillende vragen gesteld aan de minister die hierop uitvoerig heeft geantwoord.

De minister meent dat de regering haar verantwoordelijkheid neemt om op rustige wijze de maatregelen voor te bereiden die nodig zijn in geval van een pandemie. Vanaf 18 oktober komt er een campagne die eerst naar het ziekenhuispersoneel en vervolgens naar de huisartsen zal worden gevoerd. De campagne zal vooral informatief en preventief zijn en zoveel als mogelijk een antwoord bieden op de vragen die de mensen zich stellen. Er wordt een middenweg gezocht om te wijzen op de gevaren van de griep A/H1N1 voor bepaalde groepen, zonder deze echter te willen overdrijven.

De minister heeft erop gewezen dat de huisartsen zelf hebben gevraagd om de vaccinatie op zich te nemen. Zij hebben zich hiervoor georganiseerd, maar het is niet mogelijk om hen vanuit een centralistisch oogpunt te vertellen hoe ze dit moeten doen. Er wordt wel raad gegeven. De vaccinatie gebeurt in het kader van de consultaties bij de huisartsen, maar zowel de vaccinatie als de consultaties zullen voor de patiŽnt gratis zijn. De lijsten met contactpunten van de huisartsen werden opgesteld op basis van het kadaster, vermits is gebleken dat niet alle lokale gezondheidsnetwerken even efficiŽnt fucntioneren. Dit neemt niet weg dat deze lijsten voor verbetering vatbaar zijn. Er wordt gewerkt aan een oplossing.

Wat de timing van de vaccinatie betreft, erkent de minister dat het virus A/H1N1 steeds meer circuleert. Vanuit het standpunt van de volksgezondheid is er sprake van een matige circulatie, maar het is duidelijk dat de piek nog niet werd bereikt. De vaccinatie kan gebeuren tot op het ogenblik van de piek van het virus, nadien heeft het geen zin meer. Bovendien heeft de overheid het vaccin pas ontvangen, zodanig dat men niet eerder met een vaccinatiecampagne van start kon gaan. Men moet ook een bepaalde hoeveelheid vaccins hebben om een ernstige preventie te kunnen organiseren. Vanzelfsprekend heeft de overheid geen enkele invloed op de timing van een mogelijke pandemie, tenzij via de voorzorgsmaatregelen die reeds maanden geleden werden genomen, zoals het thuisblijven in geval van ziekte, het wassen van de handen, en dergelijke. Op deze wijze wordt het doorgeven van het virus vermeden.

De minister heeft ook bevestigd dat alle apothekers vaccins zullen ontvangen zodat de geografische dekking ervan verzekerd is. De regering doet haar uiterste best om ook de apothekers zo goed mogelijk te informeren en heeft veelvuldig contact met de verschillende organisaties van apothekers.

Het is niet wenselijk om mensen tegelijk te vaccineren tegen de seizoensgriep en de griep A/H1N1 omdat in dat geval niet duidelijk is welke eventuele neveneffecten het gevolg zijn van welk vaccin. Bovendien was het vaccin tegen de seizoensgriep sneller beschikbaar. De risicogroepen voor de antivirale middelen en de vaccins zijn identiek in het kader van de griep A/H1N1. Voor de vaccinatie werden nog twee groepen als prioritair toegevoegd, met name enerzijds de gezondheidswerkers — om ervoor te zorgen dat ons systeem van gezondheidszorg draaiende blijft — en anderzijds het personeel van scholen, opvanginitiatieven en dergelijke.

De minister heeft verder verwezen naar het amendement op het wetsontwerp, dat in de Kamer van volksvertegenwoordigers werd aangenomen, en waarin duidelijk wordt gesteld dat van een verplichte vaccinatie geen sprake kan zijn, wat overigens nooit de intentie is geweest van de regering.

Ten slotte meent de minister dat het medisch geheim gewaarborgd zal blijven omdat enkel artsen toegang zullen hebben tot de gegevens van de federale databank van beoefenaars van gezondheidszorgberoepen. Een en ander zal worden vastgelegd in een koninklijk besluit dat eerstdaags zal worden uitgevaardigd op basis van dit wetsontwerp.

IV. STEMMINGEN

De commissie beslist met 11 stemmen bij 1 onthouding om in te stemmen met het wetsontwerp in zijn geheel, zoals het door de Kamer van volksvertegenwoordigers werd overgezonden.

Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van een mondeling verslag aan de plenaire vergadering.

De rapporteur, De voorzitter,
Christiane VIENNE. Nahima LANJRI.

De door de commissie aangenomen tekst is dezelfde als de tekst van het door de Kamer van volksvertegenwoordigers overgezonden ontwerp (zie stuk Kamer, nr. 52-2156/005).