4-89

4-89

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 15 OKTOBER 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, belast met Maatschappelijke Integratie over ęde uitvoering van de maatregelen van de gemeenschappelijke verklaring betreffende het toekomstige alcoholbeleid van de ministers van VolksgezondheidĽ (nr. 4-1087)

De voorzitter. - De heer Bernard Clerfayt, staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, antwoordt.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Het alcoholmisbruik in ons land is problematisch. Belgen zouden vaker overmatig alcohol gebruiken dan het Europese gemiddelde. Vooral jongeren tussen 15 en 24 jaar gebruiken te veel alcohol. Jongeren beginnen ook zeer vroeg alcohol te gebruiken. Drie vierde van de Vlaamse leerlingen van 13 jaar hebben reeds alcohol gebruikt. Vandaag stonden in de Vlaamse kranten nieuwe, zorgwekkende cijfers die deze trend bevestigen.

Ik heb steeds gepleit voor een meer performante regelgeving omtrent het verbod op verkoop van alcohol aan minderjarigen. Ik verwijs hierbij naar mijn vragen om uitleg 3-1759, 3-1732 en 3-1690 in de vorige legislatuur. Ik diende ook een wetsvoorstel in om de verkoop van alcoholpops in drankautomaten te verbieden.

De toepassing van de huidige wetgeving over alcopops is dubbelzinnig. De voorganger van de minister, de heer Demotte, stelde in zijn antwoord op parlementaire vraag 3-1690 het volgende: `Worden beschouwd als sterke dranken: de gedistilleerde dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 1,2%, de gegiste dranken met een alcoholvolumegehalte van meer dan 22% en brandewijn.

De dranken worden naargelang van hun productiewijze, gedistilleerd of gegist, in een bepaalde categorie ondergebracht.

Vandaag blijkt dat de alcopops ofwel in de eerste categorie, Bacardi & cola, ofwel in de tweede categorie, limonade en bier, zijn ondergebracht. In sommige gevallen waarbij de twee procťdťs, gisting en ethanol, worden gecombineerd, kunnen de producenten hun producten nog op de markt brengen als gegiste dranken met een alcoholvolumegehalte van ongeveer 5%. Daardoor ontsnappen ze aan de belasting als sterke drank en aan het verbod van verkoop aan minderjarigen.'.

Op 17 juni 2008 namen de ministers van de InterministeriŽle Conferentie Volksgezondheid een gemeenschappelijke verklaring aan betreffende het toekomstige alcoholbeleid. De ministers van Volksgezondheid van de federale staat, de gewesten en gemeenschappen stellen in de verklaring maatregelen voor betreffende de wetgeving. `De huidige reglementering blinkt uit door de onduidelijk ervan en is complex' lezen we. De minister en haar collega's stellen voor om de reglementering te vereenvoudigen en te harmoniseren om ze makkelijker te doen respecteren en controles efficiŽnter te maken. De ministers willen ook de wetgeving aanpassen zodat de verkoop van bieren en wijnen aan jongeren beneden 16 jaar niet enkel in de horeca wordt verboden, maar in alle handelszaken. Volgens mijn informatie heeft de minister hiertoe nog geen wetgevend initiatief genomen.

`De ministers van Volksgezondheid wensen eveneens de wetgeving op de verkoop en de distributie van gemengde dranken, `alcoholpops' genoemd te onderzoeken.'

De verklaring neemt ook nog een reeks maatregelen op betreffende de beschikbaarheid en het prijsbeleid van alcohol, alsook maatregelen ten aanzien van bepaalde doelgroepen en alcohol in het verkeer. Twee maatregelen worden onderzocht op hun haalbaarheid.

Inzake de maatregelen voor marketing en reclame wordt onder meer verwezen naar het convenant dat in 2005 met de sector, de gebruikers en de minister van Volksgezondheid werd afgesloten. De bedoeling zou zijn dit convenant te institutionaliseren. De wet van 17 november 2006 tot wijziging van de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten, biedt de minister de mogelijkheid om met een koninklijk besluit dergelijke overeenkomst met de alcoholsector regelgevende kracht te geven. Ondanks toezeggingen van minister Demotte werd het convenant nooit bekrachtigd bij koninklijk besluit. Nochtans kan de minister deze maatregel snel nemen. Krachtens artikel 5.3 van het convenant zou alvast de verkoop van alcohol in drankautomaten in of in de onmiddellijke nabijheid van lagere en middelbare scholen, lokalen van jeugdclubs en -bewegingen en het plaatsen waar minderjarigen samenkomen verboden worden.

Zijn er vandaag alcoholische dranken op de markt die de twee procťdťs, namelijk gisting en distillatie, combineren, maar op de markt worden gebracht als gegiste drank met een alcoholvolume van minder dan 22% en zodoende ontsnappen aan de belasting op sterke drank en het verbod op verkoop aan minderjarigen? Zo ja, om welke producten gaat het?

Heeft de minister reeds maatregelen genomen betreffende de wetgeving? Wat is de stand van zaken?

Werd de wetgeving op de verkoop en de distributie van gemengde dranken reeds onderzocht? Wat is de stand van zaken en wat zijn de eventuele conclusies?

Waarom werd tot op vandaag het Convenant inzake gedrag en reclame met betrekking tot alcoholhoudende dranken van 12 mei 2005 nog niet bekrachtigd bij koninklijk besluit?

Kan de minister inzake de overige maatregelen opgenomen in de gemeenschappelijke verklaring betreffende het toekomstige alcoholbeleid een gedetailleerde stand van zaken geven betreffende de uitvoering ervan?

(Voorzitter: de heer Armand De Decker.)

De heer Bernard Clerfayt, staatssecretaris voor de Modernisering van de Federale Overheidsdienst FinanciŽn, de Milieufiscaliteit en de Bestrijding van de fiscale fraude, toegevoegd aan de minister van FinanciŽn. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Mijn diensten zijn niet op de hoogte van het feit dat deze producten op de markt zijn. We hebben immers geen notificatiesysteem voor alcoholproducten dat ons in staat stelt gerichte controles uit te voeren. Daarenboven valt de wetgeving inzake alcoholhoudende dranken onder de bevoegdheid van de minister van FinanciŽn.

Een voorontwerp van wet zal volgende week in de commissie voor de Sociale Zaken van de Kamer besproken worden. Het idee is om de wetgeving over de verkoop van alcohol aan minderjarigen, te weten artikel 13 van de wet van 28 december 1983 betreffende de vergunning voor het verstrekken van sterke drank en artikel 5 van de besluitwet van 14 november 1939 betreffende de beteugeling van de dronkenschap, beter te coŲrdineren. Het samenbundelen van deze maatregelen in de wet van 24 januari 1977 betreffende de bescherming van de gezondheid van de gebruikers op het stuk van de voedingsmiddelen en andere producten maakt het mogelijk om het debat terug te brengen tot de essentie, namelijk de gezondheidsproblemen bij jongeren. Wat de toepassing betreft, zullen we zorgen voor een betere coŲrdinatie van de controle op deze maatregelen en zullen we kunnen terugvallen op de ervaring die werd opgedaan bij de controle op het verbod op de verkoop van tabaksproducten aan min-zestienjarigen door de dienst Inspectie van het DG 4 van de FOD Volksgezondheid, Veiligheid van de Voedselketen en Leefmilieu.

De wetgeving betreffende alcoholhoudende dranken valt zoals gezegd onder de bevoegdheid van de minister van FinanciŽn. Daarom heeft mijn administratie op 18 november 2008 een vraag over de wetgeving inzake alcopops aan deze FOD gericht. Op 13 februari 2009 heb ik deze vraag persoonlijk herhaald bij de minister. Tot nog toe ontvingen wij geen antwoord.

Mijn diensten werken aan de institutionalisering van het convenant. Er zijn echter aanpassingen nodig voor de publicatie in een koninklijk besluit. Overleg is dus noodzakelijk. We grijpen deze kans ook om een praktische gids uit te werken om het convenant beter te kunnen toepassen.

Ik breng in herinnering brengen dat de verklaring is opgesteld met het oog op een alomvattende benadering van de alcoholproblematiek. De minister van Volksgezondheid is uiteraard maar bevoegd voor een deel van de voorgestelde maatregelen. Om de verklaring zo efficiŽnt mogelijk te implementeren, heb ik ze aan alle betrokken leden van de federale regering doorgestuurd. Ook de algemene cel Drugsbeleid, waarin alle ministers met bevoegdheden op het gebied van tabak, alcohol, illegale drugs of psychoactieve medicatie vertegenwoordigd zijn, ontving de verklaring.

Wat mijn bevoegdheidsdomein betreft, heb ik, bovenop de reeds vermelde acties inzake wetgeving en reclame, nog een aantal initiatieven genomen:

Ik heb aan de Hoge Gezondheidsraad advies gevraagd over de risico's van alcoholgebruik voor en tijdens de zwangerschap en tijdens de borstvoedingsperiode. De Raad heeft zijn advies uitgebracht op 4 maart 2009. In 2010 wil ik dit advies verspreiden bij alle betrokken beroepsgroepen, zoals huisartsen en gynaecologen.

Vorig jaar heb ik de vzw IDA een subsidie van 673 118 euro toegekend voor de organisatie van een nationale informatiecampagne rond alcohol. Deze campagne droeg de titel `Maak jezelf niets wijs. Te veel drinken heeft nooit leuke gevolgen.' Ze richtte zich specifiek op de leeftijdsgroep van 15 tot 34 jaar en beoogde jongeren bewust te maken van de risico's van alcoholgebruik. De informatie van deze campagne is beschikbaar op de websites www.druglijn.be en www.infor-drogues.be.

Daarnaast heb ik een aantal projecten gefinancierd voor een verbeterde opvang van kinderen en jongeren die ouders met een alcoholprobleem hebben.

Een vroege detectie en interventie zijn belangrijk voor het vermijden van de schadelijke gevolgen van alcoholgebruik.

De website www.alcoholhulp.be die ik heb gefinancierd, biedt hier een laagdrempelig en efficiŽnt aanbod. Doelgroepen die door de klassieke hulpverlening minder bereikt worden, zoals vrouwen, worden door dit aanbod aangesproken.

De verklaring vermeldt bovendien het belang van valabele cijfergegevens over alle aspecten van de alcoholproblematiek. Op voorstel van mijn administratie werd in het kader van het actieprogramma van het Federaal Wetenschapsbeleid ter ondersteuning van de federale beleidsnota drugs een oproep gedaan voor een onderzoek naar de overheidsuitgaven voor het beleid rond psychoactieve medicatie, illegale drugs en alcohol. Minister Laruelle heeft haar goedkeuring gegeven voor de financiering van een onderzoek, dat door de Universiteit Gent zal worden uitgevoerd. Dit onderzoek moet ons dus nieuwe cijfers opleveren.

Ik kijk ook uit naar de resultaten van de meest recente gezondheidsenquÍte, die vragen bevat rond het gebruik en het problematisch gebruik van alcohol.

Mijn diensten werken momenteel intensief aan de uitvoering van het protocolakkoord met de gemeenschappen en de gewesten rond de Treatment Demand Indicator. Deze registratie moet het mogelijk maken alle nieuwe behandelingsaanvragen voor problemen op het gebied van illegale drugs en alcohol op een coherente manier te registreren. Door dergelijke initiatieven proberen we dus tegemoet te komen aan de noden op het gebied van cijfers over verschillende aspecten van de alcoholproblematiek. Dit wordt expliciet vermeld door de verklaring.

Zoals ik al zei werd de verklaring opgesteld vanuit een globale benadering van de alcoholproblematiek. De algemene cel Drugsbeleid en de interministeriŽle conferentie Drugs zijn de organen bij uitstek om een adequaat beleid uit te werken. Ik zal er dan ook op toezien dat de nodige initiatieven worden genomen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - De minister van Volksgezondheid zegt mijn bekommernis te delen, maar ik begrijp niet waarom structurele maatregelen zo lang uitblijven. De minister geeft mij een lijst van intenties en onderzoeken, maar ik heb er in mijn inleiding al op gewezen hoe lang het al duurt en hoeveel jaren wij deze problematiek onder de aandacht brengen, maar er is nog geen vooruitgang geboekt. Ik betreur dus het ontbreken van structurele maatregelen en ik zal op zeer korte termijn op dit onderwerp terugkomen.