4-1396/2

4-1396/2

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

14 JULI 2009


Wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen ter bevordering van duurzame productiepatronen en consumptiepatronen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid


Evocatieprocedure


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW VIENNE


I. INLEIDING

Dit optioneel bicameraal ontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 52-2093/1). Het werd op 9 juli 2009 eenparig aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers. Het werd op 10 juli overgezonden aan de Senaat en op 13 juli geëvoceerd.

De commissie voor de Sociale Aangelegenheden heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 14 juli 2009, in aanwezigheid van de heer Magnette, minister van Klimaat en Energie.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING VAN DE MINISTER VAN KLIMAAT EN ENERGIE

Tot aan de inwerkingtreding van de REACH verordening, waren er 100 000 scheikundige stoffen in de handel zonder onderzoek naar hun toxicologische of eco-toxicologische eigenschappen (sedert 1981 maakten alleen de zogeheten nieuwe stoffen het voorwerp uit van een dergelijk onderzoek, maar die vertegenwoordigden slechts 2 tot 3 % van het totaal).

Een van de voornaamste kenmerken van REACH is het toevertrouwen aan de industrie van een grotere verantwoordelijkheid qua veiligheid van de scheikundige stoffen (stoffen als dusdanig, in de preparaten en verbruiksartikelen), met name dankzij de omkering van de bewijslast voor het toekennen van een vergunning evenals het verdelen van de verantwoordelijkheden over de verschillende stappen van de bevoorradingsketen.

REACH is in werking getreden op 1 juni 2007. Een centraal evaluatieagentschap is gevestigd te Helsinki (ECHA) en neemt het beheer van de processen inzake registratie, evaluatie, vergunning en beperking voor zijn rekening.

REACH is een verordening (1907/2006) : zij dient niet het voorwerp van een omzetting uit te maken. België is er niettemin toe gehouden alle maatregelen te treffen die zich opdringen om de totale toepassing en doeltreffendheid van REACH te waarborgen en REACH adequaat te integreren. Dit brengt met name met zich mee dat het federaal niveau bepalingen aanneemt ter beteugeling van de overtreding van de REACH artikelen. De keuze werd gemaakt die in de wet betreffende de productnormen in te schrijven.

Andere beschikkingen vullen deze artikelen aan : het betreft met name de oprichting van de REACH-helpdesk binnen de FOD Economie, evenals het samenwerkingsakkoord tussen de federale staat en de gewesten dat spoedig zou moeten worden aangenomen.

De REACH-helpdesk bevindt zich onder de volledige verantwoordelijkheid van de minister van Economie en heeft als opdracht alle Belgische ondernemingen in te lichten teneinde de Europese verordening een daadwerkelijk karakter te verlenen.

De controles inzake leefmilieu zijn een gedeelde bevoegdheid : het federaal niveau is verantwoordelijk voor het op de markt brengen van de producten, terwijl de gewesten het afvalgebruik en de afvalverwerking controleren. In het kader hiervan zal de samenwerkingsovereenkomst de plichten van elke entiteit verduidelijken.

Rekening houdende met de toegenomen verantwoordelijkheid van de bedrijven binnen REACH en met het belang van de komende controles en inspecties, en dus met de geloofwaardigheid van het openbaar optreden, is de daadwerkelijke inwerkingstelling een hoeksteen van REACH.

Onderhavig ontwerp is geschoeid op 4 sleutelpunten :

1. het strafbaar stellen van de REACH artikelen die in aanmerking komen voor overtreding;

2. harmonisatie van de procedure betreffende de administratieve sancties;

3. het verlagen van de bovengrens die toegepast wordt op de administratieve boetes opdat die daadkracht zouden hebben;

4. het omkaderen van het zich beroepen op waarschuwingen.

Het aannemen van een sanctieregime voor de schendingen van de REACH-bepalingen geschiedt door het opdelen van de REACH-bepalingen in « lichte overtredingen » en « zware overtredingen ».

Dit onderscheid is gebaseerd op de weerslag die de schending van een bepaald artikel op de mens en het leefmilieu zou kunnen hebben. Indien een dergelijke weerslag potentieel aanwezig is, dan wordt de inbreuk als zwaar beschouwd (art. 17, § 1). Indien de inbreuk een verplichting betreft van administratieve draagwijdte, wordt die als licht beschouwd (art. 17, § 2).

Op dit ogenblik al wordt er voor de categorie der « zware overtredingen » in zwaardere maximumstraffen voorzien wanneer de dader die de feiten pleegt bewust is van het gevaar dat de inbreuk voor de volksgezondheid of het leefmilieu betekent (boete gaande tot 55 miljoen euro en gevangenisstraf gaande tot 8 jaar).

Naar aanleiding van de opwerpingen die de Raad van State heeft geuit, werd er een « nieuw » systeem ingevoerd dat uitsluitend geldig is voor de lichte overtredingen.

Het bestaande systeem blijft dus van toepassing voor de zware sancties. Het wordt aangevuld door een verschillend systeem voor de lichte overtredingen : dit biedt het voordeel de parketten voor de minder ernstige feiten te ontlasten. Zodoende lijkt het voorgestelde systeem op de beschikking van het Vlaams Gewest. In die zin, dat de administratie boetes uitreikt op basis van een vaststellingsverslag voor de lichte overtredingen, dat voor de zware overtredingen het proces-verbaal naar de procureur gestuurd wordt en dat de administratie niet kan tussenkomen wanneer de procureur hieraan geen gevolg geeft.

De rechterlijke vervolging van de lichte overtredingen zal mogelijk blijven in geval van ontstentenis van betaling. De zogeheten « lichte » overtredingen zijn niet altijd « onschuldig » en verdienen soms rechterlijke vervolging.

Ten slotte blijft het zich beroepen op administratieve boetes facultatief : de administratieve boetes leiden tot een veel snellere beteugeling der feiten, hetgeen een ontradend effect heeft.

Er wordt voorgesteld om de bovengrens van de administratieve boetes te verlagen. Het maximum van de administratieve boete voor « zware overtredingen » zou, zonder nieuwe aanpassing van de wet, stijgen naar 11 000 000 euro. Er wordt voorgesteld het maximumbedrag te begrenzen tot één twintigste van het maximum voor deze boete.

Waar een hogere sanctie nuttig blijkt, past het dit dossier via het Parket te behandelen. Het systeem van penale boetes wordt niet gewijzigd.

Samengevat, zullen de bedragen de volgende zijn :

Zware overtredingen

— penaal : 880 tot 22 000 000 euro

— administratief : 440 tot 1 100 000

Lichte overtredingen

— penaal : 286 tot 660 000 euro

— administratief : 143 tot 33 000 euro

Een waarschuwingsprocedure kan nuttig blijken om de regelgeving afdwingbaar te maken. Nochtans past het in de wet de mogelijkheid tot waarschuwing in een aantal gevallen te beperken wanneer die procedure niet geëigend blijkt te zijn, inzonderheid :

— wanneer de overtreding reeds gepleegd werd (bijvoorbeeld : wanneer een verboden test op gewervelden werd uitgevoerd);

— wanneer in de REACH-tekst of een beslissing van ECHA of van de Commissie een termijn werd opgelegd. Europa heeft deze termijnen vastgelegd en het behoort de lidstaten niet toe hierover te onderhandelen.

Deze bepalingen zullen aan de openbare overheden de middelen verlenen om de Europese verbintenis van een kader aan de bedrijven die scheikundige stoffen gebruiken te doen eerbiedigen terwijl er een betere kennis wordt verzekerd alsook een betere vervanging van de stoffen die ongewenste effecten hebben op de volksgezondheid en het leefmilieu.

III. STEMMINGEN

Het geheel van het wetsontwerp tot wijziging van de wet van 21 december 1998 betreffende de productnormen van duurzame productnormen en ter bescherming van het leefmilieu en de volksgezondheid, wordt zonder verdere bespreking aangenomen met eenparigheid van de 11 aanwezige leden.


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor een mondeling verslag in plenaire vergadering.

De rapporteur, De voorzitter,
Christiane VIENNE. Nahima LANJRI.