4-1327/2

4-1327/2

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

26 MEI 2009


Wetsontwerp houdende diverse bepalingen met betrekking tot de instelling van een bijzondere onderhandelingsgroep, een vertegenwoordigingsorgaan en procedures betreffende het medezeggenschap van de werknemers in ondernemingen ontstaan ten gevolge van een grensoverschrijdende fusie van kapitaalvennootschappen


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW ZRIHEN


I. INLEIDING

Dit verplicht bicameraal wetsontwerp werd in de Kamer van volksvertegenwoordigers oorspronkelijk ingediend als een wetsontwerp van de regering (stuk Kamer, nr. 52-1952/1).

Het werd op 14 mei 2009 eenparig aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers en op 15 mei 2009 overgezonden aan de Senaat.

De commissie heeft dit wetsontwerp besproken tijdens haar vergadering van 26 mei 2009 in aanwezigheid van mevrouw Milquet, vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen.

II. INLEIDENDE UITEENZETTING DOOR DE VICE-EERSTEMINISTER EN MINISTER VAN WERK EN GELIJKE KANSEN

Het Europees Parlement en de Raad van ministers van Werkgelegenheid en Sociale Zaken van de Europese Unie hebben op 26 oktober 2005 een richtlijn betreffende grensoverschrijdende fusies van kapitaalvennootschappen aangenomen.

Die richtlijn strekt ertoe grensoverschrijdende fusies tussen de kapitaalvennootschappen te vergemakkelijken door hun een vereenvoudigd wettelijk kader voor te stellen. In essentie behoort de omzetting van deze richtlijn tot de bevoegdheid van de minister van Justitie, want die richtlijn houdt verband met het vennootschapsrecht. Artikel 16 van die richtlijn, waar het hier over gaat, betreft evenwel de deelname van de werknemers. Die bepaling strekt ertoe te waarborgen dat de grensoverschrijdende fusie van kapitaalvennootschappen niet leidt tot de verdwijning of de afzwakking van de bestaande medezeggenschapsregeling voor de werknemers in de vennootschappen die deelnemen aan een dergelijke fusie.

Met werknemersparticipatie wordt de invloed bedoeld die het orgaan dat de werknemers vertegenwoordigt en/of de werknemersvertegenwoordigers hebben op de gang van zaken bij een vennootschap via het recht om een aantal leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap te kiezen of te benoemen, of het recht om met betrekking tot de benoeming van een aantal of alle leden van het toezichthoudend of het bestuursorgaan van de vennootschap aanbevelingen te doen of bezwaar te maken.

De omzetting van artikel 16 leidt er niet toe dat in ons intern bestel een stelsel van medezeggenschap van de werknemers wordt opgenomen. Bij een fusie van een Belgische onderneming met een buitenlandse onderneming die dat stelsel wÚl hanteert, wordt aldus echter gewaarborgd dat de rechten van de werknemers van die buitenlandse onderneming worden gehandhaafd.

Zoals dat het geval was in het kader van de Europese vennootschap en van de Europese co÷peratieve vennootschap, wilden de sociale partners die waarborg zelf invullen.

De zaak werd op 27 april 2007 voorgelegd aan de Nationale Arbeidsraad; op 29 april 2008 hebben de werkzaamheden van de Raad geleid tot het sluiten van collectieve arbeidsovereenkomst nr. 94. Deze werd bindend verklaard door een koninklijk besluit van 12 juni 2008 (bekendmaking op 2 juli 2008).

Bepaalde problemen die werden opgeworpen in het op 29 april 2008 uitgebrachte advies nr. 1634 van de Nationale Arbeidsraad kunnen enkel worden opgelost door een collectieve arbeidsovereenkomst. Daarom legt de regering deze twee wetsontwerpen aan het parlement voor. Deze twee teksten omkaderen dus cao nr. 94 en werken de omzetting van artikel 16 van richtlijn 2005/56/EG af.

Het eerste van die twee wetsontwerpen regelt aangelegenheden als bedoeld in artikel 78 van de Grondwet, en het tweede aangelegenheden als bedoeld in artikel 77.

De eerste tekst, die eenparig werd aangenomen door de Kamer van volksvertegenwoordigers, stelt de regels vast die van toepassing zijn zo wetten tegen elkaar indruisen. Bij de tenuitvoerlegging van een regeling tot medezeggenschap van de werknemers in een onderneming die is ontstaan door een grensoverschrijdende fusie van kapitaalvennootschappen, zijn verschillende landen betrokken, wat de toepassing van verschillende wetgevingen impliceert. Daarom is het zaak te bepalen welke wet op elk type verplichting van toepassing is. Voorts bevat de tekst een onderdeel met betrekking tot de vertrouwelijkheid van bepaalde informatie en de bescherming van de vertegenwoordigers van de werknemers. Tot slot regelt hij de toezichtswijzen en het sanctiesysteem bij niet-naleving van de CAO of van de wet zelf.

De tweede tekst legt de procedure vast die van toepassing is in geval van geschillen over het vertrouwelijke karakter van bepaalde informatie, machtigt de representatieve werknemersorganisaties in rechte op te treden om de naleving van de bepalingen die staan beschreven in het eerste ontwerp te laten verzekeren, kent aan de arbeidsgerechten de bevoegdheid toe om de geschillen te beslechten betreffende de instelling en de werking van de vertegenwoordigingsorganen alsook de procedures betreffende de medezeggenschap van de werknemers, en wijzigt daartoe het Gerechtelijk Wetboek.

Richtlijn 2005/56/EG bepaalt dat de lidstaten vˇˇr 15 december 2007 de nodige bepalingen moeten goedkeuren om zich eraan te conformeren. Als gevolg van de vertraging die wij hebben opgelopen, werd een beroep wegens niet-nakoming van een verplichting ingesteld. De minister wenst echter aan te stippen dat de vertraging bij de omzetting van dat soort van bepalingen wordt verklaard door de politieke context van het voorbije jaar Ún door onze originele aanpak binnen de Unie, die erin bestaat dat de sociale partners systematisch de gelegenheid krijgen deel te nemen aan de omzettingswerkzaamheden. De minister acht dat een noodzakelijke procedure die tot dusver altijd constructieve resultaten heeft opgeleverd. Ze impliceert echter een groot aantal fasen in het kader van de omzetting en brengt dus met zich dat een en ander veel tijd in beslag neemt.

III. STEMMINGEN

De commissie beslist met eenparigheid van de 9 aanwezige leden om in te stemmen met het wetsontwerp in zijn geheel, zoals het door de Kamer van volksvertegenwoordigers werd overgezonden.


Vertrouwen werd geschonken aan de rapporteur voor het opstellen van een mondeling verslag aan de plenaire vergadering.

De rapporteur, De voorzitter,
Olga ZRIHEN. Nahima LANJRI.

Behoudens enkele tekstcorrecties is de tekst die door de commissie wordt aangenomen dezelfde als die overgezonden door de Kamer van volksvertegenwoordigers (zie stuk Kamer, nr. 52-1952/004).