4-1216/4

4-1216/4

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

19 MEI 2009


Voorstel van resolutie betreffende de Iraanse mensenrechtenactiviste Shirin Ebadi


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING


De Senaat,

A. Ten zeerste bezorgd over de algemene mensenrechtensituatie in Iran die vooral sinds 2005 onophoudelijk verslechterd is, ondanks het feit dat Iran heeft toegezegd de mensenrechten en de fundamentele vrijheden in het kader van de bestaande internationale instrumenten te bevorderen en te beschermen;

B. Gelet op het feit dat Shirin Ebadi als advocate en als vooraanstaande mensenrechtenactiviste in 2003 voor haar werk en inzet de Nobelprijs voor Vrede heeft gekregen;

C. Gelet op het feit dat het Centrum voor de Verdediging van de Mensenrechten (CDHR) in Teheran, in 2000 opgericht door Shirin Ebadi, de mensenrechtenschendingen in kaart brengt en politieke gevangenen tracht bij te staan;

D. Gelet op het feit dat de Iraanse regering het CDHR op 3 augustus 2006 als een illegale organisatie heeft beschouwd en bijgevolg alle medewerkers dreigt te vervolgen indien zij hun activiteiten ter bescherming van de mensenrechten zouden voortzetten;

E. Overwegende dat de Iraanse politie en de veiligheidsagenten op 21 december 2008 het CDHR gesloten hebben met als motief inroepend dat de nodige vergunningen ontbraken;

F. Gelet op het feit dat de belastingdienst op 29 december 2008 het kantoor van Shirin Ebadi heeft doorzocht en documenten en computers in beslag heeft genomen;

G. Gelet op het feit dat Shirin Ebadi zich in levensgevaar voelt vooral nadat op 1 januari 2009 een vijandige menigte voor haar huis gemanifesteerd heeft en vijandige leuzen op haar woning hebben aangebracht en ze sindsdien geregeld dreigbrieven ontvangt;

H. Gelet op het feit dat Narges Mohammadi, de ondervoorzitster van het CDHR, door de presidentiŽle politie verhinderd werd om Iran te verlaten en deel te nemen aan een internationaal congres van het ę Nobel Women's Initiative Ľ in Guatemala;

I. Betreurende dat de mensenrechtenrapporteurs van de Verenigde Naties de voorbije jaren geen toegang meer krijgen om onderzoek te doen naar de mensenrechtensituatie in Iran;

J. Betreurende dat het VN-verslag van oktober 2008 over de mensenrechtensituatie in Iran, waarin verslagen van het CDHR werden gebruikt en dat uiteindelijk aanleiding heeft gegeven tot een VN-resolutie waarin Iran veroordeeld wordt voor de mensenrechtenschendingen, aanleiding heeft gegeven tot de acties tegen Shirin Ebadi en het CDHR;

K. Gelet op de verklaringen van VN secretaris-generaal Ban Ki-Moon begin januari 2009 waarin hij zijn bezorgdheid uitte over de manier waarop Shirin Ebadi behandeld wordt;

L. Verwijzende naar de eerder goedgekeurde resolutie van het Europees Parlement op 15 januari 2009;

M. Verwijzende naar de ontvangst van Shirin Ebadi in de Senaat op 2 maart 2009 naar aanleiding van haar bezoek aan BelgiŽ op uitnodiging van MO* en van verschillende mensenrechtenorganisaties :

1. veroordeelt ten zeerste de onderdrukking, vervolging en bedreigingen waaraan Shirin Ebadi en andere mensenrechtenactivisten in Iran blootstaan, alsook de sluiting van het CDHR in Teheran;

2. is ernstig bezorgd over de toenemende vervolging van de verdedigers van de mensenrechten in Iran;

3. verzoekt de Iraanse autoriteiten gevolg te geven aan de oproep van VN secretaris-generaal Ban Ki-Moon om acties te ondernemen teneinde de veiligheid van Shirin Ebadi te garanderen;

4. dringt er bij de Iraanse autoriteiten op aan om toestemming te verlenen voor de heropening van het CDHR dat omwille van wederrechtelijke redenen gesloten werd;

5. pleit ervoor dat het CDHR en andere mensenrechtenorganisaties onbelemmerd hun werkzaamheden kunnen verrichten;

6. is verheugd dat Jinous Sobhani, assistente van Shirin Ebadi en secretaris van het CDHR, op 11 maart 2009 werd vrijgelaten, weliswaar na het betalen van een borgsom;

7. verzoekt de Iraanse autoriteiten de VN mensenrechtenrapporteurs opnieuw toegang te verlenen;

Vraagt de regering :

Deze resolutie te laten toekomen aan het Europees Parlement, de VN-Mensenrechtenraad en aan de regering en het parlement van de Islamitische Republiek Iran.