4-77

4-77

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 14 MEI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de onderrichtingen aangaande het versturen van de oproepingsbrieven voor de komende verkiezingen voor wat betreft de rand- en de taalgrensgemeenten» (nr. 4-783)

De voorzitter. - Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Migratie- en Asielbeleid, antwoordt.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Naar aanleiding van de federale verkiezingen van 2003 werden met betrekking tot het gebruik van de taal van de oproepingsbrieven in de faciliteitengemeenten twee circulaires verspreid. De eerste ging uit van toenmalig federaal minister van Binnenlandse Zaken Duquesne, die verantwoordelijk was voor de organisatie van de verkiezingen. Die circulaire legde op dat de oproepingsbrieven moesten worden opgesteld in de taal van de stemplichtige. De tweede circulaire ging uit van toenmalig Vlaams minister van Binnenlandse Aangelegenheden Van Grembergen, die van oordeel was dat de circulaire-Peeters moest worden toegepast. Die circulaire bepaalde dat de oproepingsbrieven in de Vlaamse faciliteitengemeenten in het Nederlands moesten worden verstuurd met nazending van een vertaling aan diegenen die daar uitdrukkelijk om hadden verzocht.

Intussen heeft de Raad van State zich op 23 december 2004 in vijf arresten over die aangelegenheid uitgesproken en gezegd dat de interpretatie die de circulaire-Peeters aan de taalwetgeving geeft, de enige juiste is.

Toen ik eind november 2006 dan ook de vraag stelde aan de voorganger van de minister of deze rechtspraak werd erkend en zou worden opgenomen in de onderrichtingen die naar de gemeenten worden verstuurd, werd hierop ondubbelzinnig bevestigend geantwoord. Wij dachten dat hiermee deze problematiek nu eindelijk voor eens en altijd duidelijk was geregeld.

We hebben ons blijkbaar vergist. Met name in Sint-Genesius-Rode ziet het ernaar uit dat de Franstalige meerderheid, met de burgemeester op kop, toch voornemens is de oproepingsbrieven in de taal van de betrokkene te versturen. Wat de andere faciliteitengemeenten betreft, is er op dat gebied nog niet veel duidelijk.

Op de website van de FOD Binnenlandse Zaken vind ik geen circulaires, maar wel een aantal onderrichtingen. Mijn vraag is of er een onderrichting of een circulaire is aan de gemeenten over die zaak en, zo ja, of daarin duidelijk is bepaald dat de oproepingsbrieven in de faciliteitengemeenten in de taal van het taalgebied moeten worden opgesteld en dat slechts op uitdrukkelijke vraag van een betrokkene een vertaling kan worden verkregen?

Indien dit niet het geval is, acht de minister het dan niet dringend noodzakelijk daarover een circulaire op te stellen en te versturen?

Mevrouw Annemie Turtelboom, minister van Migratie- en Asielbeleid. - Wat de oproepingsbrieven betreft, maakt het departement van de minister van Binnenlandse Zaken geen onderrichtingen over aan de gemeenten. Bij het versturen van de oproepingsbrieven dienen de gemeenten de taalwetgeving na te leven, die van openbare orde is.

Voor de tweede vraag deelt minister De Padt mee dat het toezicht op het naleven van de taalwetgeving tot de bevoegdheid van de gewesten behoort. Op Vlaams niveau is dat de minister van Binnenlands Bestuur, Stedenbeleid, Wonen en Inburgering.

De heer Joris Van Hauthem (VB). - Mevrouw de minister, wat is dat nu voor een antwoord?

Dat het toezicht bij de Vlaamse minister berust, weet ik ook. Mijn vraag was of er een circulaire is en zo ja, of daarin duidelijk wordt gestipuleerd in welke taal de oproepingsbrieven moeten worden opgesteld. In 2007 heeft men dat voor de federale verkiezingen gedaan. Ik heb hier trouwens de vraag aan de toenmalige minister van Binnenlandse Zaken. Toen is aan alle gemeenten een circulaire verzonden, niet alleen naar de zes faciliteitengemeenten in de Brusselse rand, met vermelding van het taalgebruik in de oproepingsbrieven.

Nu hoor ik dat er geen circulaire komt. In de onderrichtingen voor de voorzitters van de hoofdbureaus, die ik op de website vind, heb ik wel een merkwaardige passage gelezen. Het gaat over het taalgebruik van de voorzitters van de kies- en telbureaus bij het oproepen van mensen om die bureaus te bemannen. `De bescheiden te gebruiken in betrekkingen met particulieren, zoals de oproepingsbrieven voor de leden van de kiesbureaus, worden gesteld in de taal van de belanghebbenden in de gemeenten met een speciale taalregeling'.

Dat gaat in tegen de circulaire-Peeters. Ik vraag mij af waarom dat daar staat. Ik verwonder mij in hoge mate over het uitblijven van een circulaire, die er bij elke verkiezing is geweest: in 2003, 2004 en 2007. Wij dachten dat die er ook zou komen in 2009, maar plots komt er niets meer.

We zullen de Vlaamse minister van Binnenlandse Aangelegenheden vragen om alsnog, hoewel hij geen organiserende overheid is, een circulaire te versturen.