4-77

4-77

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 14 MEI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęde behandeling van ADHD bij volwassenenĽ (nr. 4-779)

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - ADHD bij kinderen heeft in ons land een prevalentie van 3 tot 5%. ADHD wordt behandeld met psychotherapie en/of medicatie. Stimulantia, zoals methylfenidaat, dexamfetamine en pemoline zijn over het algemeen de eerstelijnsproducten voor de behandeling van ADHD en hun gebruik wordt door internationale richtlijnen ondersteund. Deze stimulantia zijn terug te vinden in geneesmiddelen zoals Rilatine.

De evidentie voor het gebruik van deze stimulantia, meer bepaald van methylfenidaat, bij de behandeling van ADHD bij volwassenen is echter veel beperkter dan bij kinderen. Voor volwassenen die gediagnosticeerd worden met ADHD wordt deze medicatie in BelgiŽ dan ook niet terugbetaald. Net als bij kinderen heeft de aandoening echter ook voor hen een belangrijke impact op hun sociaal en professioneel functioneren en hun gezinsleven. Uit navraag bij deskundigen blijkt ook dat de slaagkans van een aanvraag voor deze medicatie bij het Bijzonder Solidariteitsfonds erg klein is.

Bij hoeveel volwassenen is in BelgiŽ ADHD gediagnosticeerd?

Wat kunnen volwassenen volgens de minister doen om hun behandeling betaalbaar te houden? Tal van mensen signaleren me immers dat dit een probleem is.

Klopt het dat in Nederland de ziekte ook bij volwassenen erkend is en dat daar de medicatie en andere behandelingen wel worden terugbetaald?

Ziet de minister de mogelijkheid om voor volwassenen een tegemoetkoming te doen?

Mevrouw Laurette Onkelinx, vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - Er zijn geen eenduidige gegevens over het aantal volwassen patiŽnten in BelgiŽ bij wie ADHD is gediagnosticeerd. Oudere, internationale studies schatten de prevalentie op 1 tot 4% van de bevolking, afhankelijk van de criteria.

Een behandeling met geneesmiddelen voor volwassenen met ADHD is niet de enige mogelijkheid. Het is dan ook raadzaam dat de behandelende arts, samen met de patiŽnt zoekt naar een optimale behandeling.

Ik heb niet voldoende tijd gehad om precieze informatie te verzamelen over de eventuele terugbetaling in Nederland. Ik zal ze later schriftelijk bezorgen.

In verband met een eventuele terugbetaling in BelgiŽ citeer ik de conclusies van het BCFI, het Belgisch Centrum voor Farmacotherapeutische Informatie, over de aanpak van ADHD, midden 2008: `Bij volwassenen met ADHD is nauwelijks onderzoek gevonden in de geraadpleegde bronnen over het effect van niet-medicamenteuze therapie. Wat betreft het effect van geneesmiddelen als methylfenidaat, antidepressiva, bupropion of atomoxetine, is meer onderzoek wenselijk.'

Ik denk dat we dit onderzoek eerst moeten afwachten, alvorens een beslissing te nemen.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Ik ben natuurlijk niet zo gelukkig met het antwoord van de minister. Ik begrijp dat verder onderzoek wordt gedaan, maar volgens mijn informatie is dat onderzoek in Nederland al gebeurd, en met succes. Daar kunnen wij toch ook uit leren.

Ik heb signalen opgevangen dat mensen ernstig in de problemen komen omdat ze zich de niet terugbetaalde medicatie en andere behandelingen die door deskundige artsen worden voorgeschreven, niet kunnen veroorloven, zodat het OCMW moet bijspringen. We laten daar toch heel wat mensen in de kou staan.

Ik dank de minister alvast voor de informatie die ze me nog zal bezorgen en ik zal op korte termijn met mijn vraag terugkomen.