4-998/4

4-998/4

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

18 FEBRUARI 2009


Voorstel van resolutie over de Onderzoeksconferentie van Durban 2009


TEKST AANGENOMEN DOOR DE COMMISSIE VOOR DE BUITENLANDSE BETREKKINGEN EN VOOR DE LANDSVERDEDIGING


De Senaat,

A. Gelet op de verklaring en het actieprogramma van de Conferentie van Durban 2001 (31 augustus — 7 september 2001) tegen racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid;

B. Gelet op resolutie 61/149 van de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties van 19 december 2006;

C. Eraan herinnerend dat naar aanleiding van de eerste Wereldconferentie tegen racisme en rassendiscriminatie in GenŤve in 1973 opnieuw kon worden bevestigd dat alle vormen van racisme, rassendiscriminatie en apartheid een aanslag zijn op de waardigheid en het geweten van de mensheid; is van oordeel dat de tweede Wereldconferentie van 1983 heeft erkend dat de nationale wettelijke en rechtsinstrumenten, alsook de bestuurlijke initiatieven ter zake een belangrijke rol spelen in de strijd tegen rassendiscriminatie en dat de beroepsprocedures een bijzondere waarde hebben;

D. Gelet op de Universele Verklaring van de rechten van de mens, de internationale verdragen over de mensenrechten, het Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie van 21 december 1965, en het Verdrag nopens de bestrijding van discriminatie in het onderwijs dat op 14 december 1960 door de algemene VN-Conferentie voor Onderwijs, Wetenschap en Cultuur is goedgekeurd;

E. Gelet op het federaal Actieplan inzake racisme, antisemitisme en xenofobie dat in 2004 werd aangenomen in BelgiŽ en de noodzaak om de uitvoering ervan voort te zetten;

F. Bevestigt opnieuw zijn vast voornemen en vastberaden streven om alle vormen van racisme en rassendiscriminatie volledig en onvoorwaardelijk uit te bannen en zijn overtuiging dat racisme en rassendiscriminatie lijnrecht indruisen tegen de doelstellingen en de beginselen van het VN-Handvest en de Universele Verklaring van de rechten van de mens;

G. Bevestigt opnieuw de doelstellingen van het VN-Handvest om een internationale samenwerking te verwezenlijken door problemen van economische, sociale en culturele of humanitaire aard op te lossen en door de eerbiediging van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden voor iedereen te ontwikkelen en aan te moedigen, zonder onderscheid van vermeend ras, van geslacht, taal of godsdienst;

H. Benadrukt de verbintenis van de Europese Unie om via haar hele beleid, racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid te bestrijden, meer bepaald door de oprichting van het Europees Waarnemingscentrum voor Racisme en Vreemdelingenhaat waarvan het mandaat werd overgenomen door het EU-Agentschap voor de fundamentele rechten, door de antidiscriminatiebepalingen in het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, door andere relevante EU-verordeningen en door haar algemene initiatieven ter zake;

I. Herinnert eraan dat de regeringen de rechten van personen die onder hun rechtsmacht ressorteren, moeten vrijwaren en beschermen tegen misdaden gepleegd door racistische of xenofobe individuen of groepen; erkent dat de regeringen aangepaste en efficiŽnte wetten moeten toepassen en doen naleven om daden van racisme, rassendiscriminatie, vreemdelingenhaat en aanverwante onverdraagzaamheid te voorkomen en zodoende de schending van de rechten van de mens helpen voorkomen;

J. Vindt het belangrijk dat staten de politieke wil opbrengen om racisme, vreemdelingenhaat, onverdraagzaamheid en negationisme ernstig te nemen, om die thema's niet als een politiek en electoraal middel te gebruiken en om systematisch racistische en xenofobe platformen te bestrijden;

K. Meent dat elke deelnemende staat een nationale wetgeving moet aannemen tegen racisme, rassendiscriminatie en vreemdelingenhaat, zoals bepaald in het Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie, en geregeld de doeltreffendheid van die wetgeving moet analyseren en zo nodig versterken;

L. Oordeelt dat elke deelnemende staat onafhankelijke nationale instellingen moet oprichten om racisme en discriminatie te bestrijden;

M. Meent dat elke deelnemende staat systematisch de strijd moet aanbinden tegen elke aanzet tot rassen- en godsdiensthaat door een nauwlettend evenwicht na te streven tussen, enerzijds, de verdediging van het principe van de scheiding van kerk en staat en de eerbiediging van de godsdienstvrijheid en vrijheid van overtuiging — het recht om al dan niet te geloven en van geloof te veranderen — en, anderzijds, de vrijheid van meningsuiting en door de complementariteit van alle vrijheden uit het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten te erkennen en te eerbiedigen;

N. Gelet op de confrontaties die op het Forum van de Niet-Gouvernementele Organisaties hebben plaatsgevonden en die de hele Conferentie van Durban 2001 hebben verstoord;

O. Gelet op de verklaringen van de Verenigde Staten van Amerika, IsraŽl, AustraliŽ en Canada, waarin zij melden niet aan de Onderzoeksconferentie van Durban 2009 te zullen deelnemen;

VRAAGT DE REGERING :

1. de nodige diplomatieke initiatieven te ontplooien om op Europees niveau een gemeenschappelijk standpunt te doen goedkeuren dat in de lijn ligt van de EU-beginselen ter zake om van de Onderzoeksconferentie van Durban een succes te maken;

2. bij de overige delegaties aan te dringen op een billijke, transparante en consensuele procedure;

3. ervoor te zorgen dat de herzieningsprocedure van Durban de internationale gemeenschap de gelegenheid geeft een krachtig politiek forum te zijn waar racisme, discriminatie en negationisme in kaart worden gebracht en waar politieke, juridische en culturele maatregelen worden genomen om het Actieprogramma van Durban te kunnen uitvoeren;

4. de universele ratificatie van het op 21 december 1965 door de Algemene VN-Vergadering goedgekeurde Internationaal Verdrag inzake de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie aan te moedigen en achter het geheel van internationale instrumenten ter zake te staan;

5. haar diplomatieke invloed aan te wenden opdat alle staten de daders van door racisme ingegeven misdaden voor het gerecht brengen en om de staten die dit nog niet deden te vragen racisme als verzwarende omstandigheid te beschouwen bij de strafbepaling;

6. in de Senaat de balans voor te stellen van het actieprogramma van de zittende regeringen sinds de Conferentie van Durban, een balans met de geboekte vooruitgang op politiek niveau en de concrete omzetting van de conclusies van Durban in wetten;

7. op nationaal niveau, in samenwerking met het Centrum voor Gelijke Kansen en voor Racismebestrijding, bijzondere aandacht te schenken aan een sterker wettelijk kader tegen racisme en discriminatie en aan de effectieve toepassing van het beleid tegen racisme, rassendiscriminatie, xenofobie en aanverwante onverdraagzaamheid;

8. op een dynamische manier en in samenwerking met de deelgebieden, het federaal actieplan tegen racisme, antisemitisme en xenofobie dat BelgiŽ in 2004 heeft goedgekeurd, uit te voeren;

9. erop toe te zien dat de ngo's worden betrokken bij het onderzoeksproces, maar de nodige maatregelen te treffen om confrontaties te voorkomen zoals men op de Conferentie van Durban 2001 heeft meegemaakt;

10. van haar rol als lid van het Voorbereidend Comitť gebruik te maken om ervoor te zorgen dat de Onderzoeksconferentie van Durban 2009 een uitstekende werkmethode gebruikt;

11. haar diplomatieke invloed te gebruiken om te proberen de landen die de komende Onderzoeksconferentie van Durban 2009 afwijzen, te overtuigen er toch aan deel te nemen;

12. het Voorbereidend Comitť voor te stellen de woorden ę strijd tegen het negationisme Ľ aan de titel van de conferentie toe te voegen;

13. van haar rol als lid van het Voorbereidend Comitť gebruik te maken om ervoor te zorgen dat bij de Onderzoeksconferentie van Durban 2009 de vrijheid van godsdienst maar ook de vrijheid van meningsuiting aan bod komen, en met name het recht om op gelijkwaardige wijze en zonder beledigend te worden, kritiek te uiten op elke religie.