4-61

4-61

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 JANUARI 2009 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de minister van Migratie- en Asielbeleid over ęde evaluatie van de omzetting van de Europese richtlijn 2004/38 over het recht van vrij verkeer en verblijf op het grondgebied van de lidstaten voor de burgers van de Unie en hun familieledenĽ (nr. 4-692)

De voorzitter. - De heer Jean-Marc Delizťe, staatssecretaris voor Armoedebestrijding, toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - In de plenaire vergadering van de Senaat van 6 november 2008 stelde ik minister van Migratie- en asielbeleid Turtelboom al een vraag over wat men de BelgiŽ-route noemt. Die BelgiŽroute gaat over mensen die gebruik maken van de EU-wetgeving, die bepaalt dat Europeanen die zich in een ander Europees land vestigen onder de Europese wetgeving vallen. Nu is die Europese wetgeving bijvoorbeeld inzake de gezinshereniging voor EU-onderdanen heel wat soepeler dan veel nationale wetgevingen. Ze stelt bijvoorbeeld minder strenge eisen inzake leeftijd of inkomen dan de Nederlandse of dan de Belgische regelgeving op de gezinshereniging.

Heel wat mensen maken dan ook gebruik of misbruik van deze situatie. Mensen uit Nederland vestigen zich bijvoorbeeld voor vijf maanden in BelgiŽ, worden er EU-ingezetene en voldoen dan aan de voorwaarden om onder de Europese richtlijn te vallen.

Het probleem is bekend. Ik heb zelf al verschillende initiatieven genomen om het aan te kaarten en er een oplossing voor te vinden. Het kan echter maar ten gronde worden aangepakt als er ook op Europees vlak iets beweegt. Ook daar moeten verantwoordelijken inzien dat er heel wat misbruiken zijn. In mijn vraag van november wees ik de minister dan ook op de noodzaak dat Europa iets onderneemt. Ze antwoordde me dat Europa intussen inziet dat er niet alleen in BelgiŽ, maar ook in Duitsland en in de Scandinavische landen inderdaad verschillende routes bestaan. Op de Europese Raad van de ministers van Justitie en van Binnenlandse Zaken van 25 september 2008 is die kwestie besproken. Er werd afgesproken dat de Europese Commissie die Europese richtlijn vůůr einde 2008 zou evalueren. Op basis van die evaluatie zouden er voorstellen worden geformuleerd om misbruiken te voorkomen. De raad wacht in feite op de evaluatie van de Commissie om te bepalen of nieuwe maatregelen nodig zijn om de BelgiŽ- of Duitslandroute te bestrijden.

Inmiddels zijn we eind december lang voorbij. Is de evaluatie al gemaakt? Welke conclusies trekt de Commissie eruit? Worden de vermelde misbruiken die de richtlijn in kwestie mogelijk maakt, in de evaluatie in kaart gebracht? Werden de evaluatie en de conclusies al aan de Europese Raad bezorgd?

Heeft de Europese Raad de conclusies van de evaluatie reeds kunnen bespreken? Is de Raad al initiatieven aan het uitwerken om de genoemde misbruiken onmogelijk te maken of op zijn minst te kunnen beperken? Zo ja, welke initiatieven? Wanneer zullen ze in werking treden?

Zullen wij als gevolg van die initiatieven genoodzaakt zijn onze wetgeving aan te passen?

Welke andere initiatieven, behoudens overleg en samenwerking met Nederland, kunnen we nemen om een einde te stellen aan het omzeilen van de wetgeving betreffende de gezinshereniging?

In de Nederlandse Kamer wordt over dit thema op dit ogenblik trouwens volop gedebatteerd. Het is de hoogste tijd dat Europa beseft dat er iets moet gebeuren.

De heer Jean-Marc Delizťe, staatssecretaris voor Armoedebestrijding, toegevoegd aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden. - Ik lees het antwoord van minister Turtelboom.

Het evaluatierapport van de Commissie is in december verschenen. Dit rapport is bestemd voor het Europees Parlement en de Raad en werd al aangekondigd door artikel 39 van de richtlijn 2004/38 zelf. Fraude en misbruiken komen in dit rapport maar zeer summier aan bod. De algemene conclusie van het rapport was dat de lidstaten de richtlijn beter ten uitvoer moeten leggen en dat de richtlijn in dit stadium niet moet worden gewijzigd. Het rapport omschrijft vooral de globale situatie in de 27 lidstaten en is niet erg specifiek over de tekortkomingen van de individuele lidstaten.

De Commissie zal wel nog concrete richtsnoeren opstellen om aan de interpretatieproblemen van de richtlijn te verhelpen. Die richtsnoeren worden tegen deze zomer verwacht. BelgiŽ wacht deze richtsnoeren af om eventuele wijzigingen in zijn reglementering aan te brengen. Een punt dat zeker voor verbetering vatbaar is, is een betere informatie-uitwisseling tussen de experts van de verschillende lidstaten over fraudegevallen en modi operandi.

De lidstaten moeten met het oog op die richtsnoeren momenteel een vragenlijst met 64 vragen beantwoorden. BelgiŽ heeft bij de beantwoording van die vragenlijst nogmaals de nadruk gelegd op de BelgiŽ-route en op andere misbruiken. Zo werd gesignaleerd dat het probleem van de BelgiŽ-route ingeperkt kan worden, mocht Europa minimumnormen voor gezinshereniging met eigen onderdanen uitvaardigen. Andere lidstaten hebben al gesuggereerd een minimumtermijn voor het verblijf in het gastland op te leggen alvorens het vrij verkeer naar de eigen lidstaat kan doorwerken. Momenteel is het voldoende dat Nederlanders zich enkele maanden pro forma in BelgiŽ vestigen. Daarna kunnen ze op grond van het Singharrest met hun vreemde echtgenoot naar Nederland terugkeren. Mocht een verblijf van bijvoorbeeld minimaal een jaar in BelgiŽ worden opgelegd, dan zouden veel Nederlanders misschien aarzelen om zich op de BelgiŽ-route te beroepen.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Het verwondert me toch wel dat Europa de misbruiken niet zo ernstig neemt. Ons land ondervindt er in elk geval veel hinder van, wellicht omdat een van onze buurlanden, namelijk Nederland, ter zake een veel strengere regelgeving hanteert dan Europa. Nederlanders maken daar uiteraard gebruik van. Als wij morgen onze wetgeving aanscherpen, zullen we te maken krijgen met hetzelfde fenomeen, maar dan in omgekeerde richting. Belgen uit een grensgebied zullen dan wellicht gemakkelijker naar bijvoorbeeld Nederland of Frankrijk verhuizen en zodoende van de Europese regelgeving gebruik maken.

Reeds lang dring ik aan op de afstemming van de Europese normen op wat in de meeste lidstaten gangbaar is. BelgiŽ gebruikt als criteria een minimumleeftijd, een minimaal belastbaar inkomen en een ziekteverzekering. Die criteria zouden voor Europese onderdanen moeten gelden om misbruiken te voorkomen.

Ook de minimumtermijn voor het verblijf van een Europees onderdaan in een lidstaat zou bijvoorbeeld op vijf maanden moeten worden gebracht. Dat zou een doeltreffende drempel kunnen zijn.

Ons land moet bij Europa blijven aandringen om snel werk te maken van de richtsnoeren ter zake, die we dan eventueel in Belgisch recht kunnen omzetten.

Als Europa een lakse houding blijft aannemen, zal Vlaanderen niet alleen met Nederlanders opgezadeld zijn en WalloniŽ met Fransen, maar Nederland binnenkort ook met Belgen.

Harmonische Europese criteria zouden die nutteloze migratiebewegingen kunnen voorkomen.

(Voorzitter: de heer Hugo Vandenberghe, eerste ondervoorzitter.)