4-814/3

4-814/3

Belgische Senaat

ZITTING 2008-2009

10 DECEMBER 2008


Wetsvoorstel houdende wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoŲrdineerd op 14 juli 1994, met het oog op de erkenning en financiering van palliatieve thuiszorgequipes voor kinderen


VERSLAG

NAMENS DE COMMISSIE VOOR DE SOCIALE AANGELEGENHEDEN UITGEBRACHT DOOR

MEVROUW VIENNE


I. Inleiding

Dit wetsvoorstel werd ingediend op 19 juni 2008. De commissie heeft het besproken tijdens haar vergaderingen van 26 november en 3 december 2008, in aanwezigheid van de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid.

II. Inleidende uiteenzetting van mevrouw Vanlerberghe

De bedoeling van het voorliggende wetsvoorstel is de palliatieve thuiszorgequipes voor kinderen meer financiŽle zekerheid te geven, door hun werking structureel te ondersteunen. Op dit ogenblik zijn zij afhankelijk van een jaarlijks hernieuwbare projectsubsidie die over meerdere ziekenhuizen verdeeld wordt, ongeacht hun werking.

De indienster van het wetsvoorstel meent dat palliatieve thuiszorg voor kinderen in ons land niet afhankelijk zou mogen zijn van een jaarlijkse aanvraag. Het werk dat zij verrichten is daarvoor te kostbaar. Zij verheugt er zich over dat senatoren van verschillende fracties haar voorstel mee hebben ondertekend en hoopt dat het wetsvoorstel snel kan goedgekeurd worden in de commissie. Dit geeft de thuiszorgequipes de zekerheid dat zij in 2009 over voldoende financiŽle middelen zullen kunnen beschikken.

III. Algemene bespreking

A. Vragen van de leden

Mevrouw Vanlerberghe heeft vernomen dat, alhoewel het Nationaal Kankerplan een verdubbeling van het budget voorziet, deze verdubbeling niet zou doorgaan. Kan de minister hier meer uitleg over geven ?

De heer Monfils vraagt welk budget de minister voorziet voor deze thuiszorgequipes en wat de huidige situatie is. Is het correct dat de minister van plan is het budget voor palliatieve zorg te verdriedubbelen ? Hij herinnert eraan dat de eerste wet over de palliatieve zorg gestemd werd onmiddellijk na de wet op de euthanasie. De voorstanders van de wet op euthanasie waren ook voorstanders van de wet over palliatieve zorg. Toch moet de vraag naar de financiŽle implicaties gesteld worden. Indien de overheid dit als een prioriteit stelt en meer budget wil vrijmaken voor palliatieve zorg, zal hij dit wetsvoorstel graag steunen.

Mevrouw Tilmans is het eens met de opmerking van de heer Monfils. Het voorliggende wetsvoorstel is zeer interessant, maar er mag niet uit het oog verloren worden dat de thuiszorgequipes voor palliatieve zorg ondergefinancierd worden. De voorziene normen voor omkadering voldoen helemaal niet, waardoor zij zich verplicht zien om spaghetti-avonden te organiseren en te steunen op vrijwilligerswerk. Hebben de indieners van het wetsvoorstel het veld gecontacteerd om te weten of de equipes hun werk op een correcte wijze kunnen uitvoeren ?

De heer Beke vindt het belangrijk dit wetsvoorstel te steunen. Het gaat over reŽle behoeften en vragen, namelijk de versterking van palliatieve zorg in thuismilieus, een verbetering van de overkoepelende structuren en tevens een structurele oplossing voor de bestaande financiering. Uiteraard is de vraag naar de budgettaire gevolgen essentieel.

Meer algemeen stelt hij vast dat dit slechts een van de elementen in de palliatieve sector is waarvoor een bredere ondersteuning wordt gevraagd. Kan de minister zeggen of ook voor andere onderdelen van palliatieve zorg middelen in het vooruitzicht worden gesteld ?

Mevrouw Delvaux vindt dit een goed wetsvoorstel en heeft het om die reden mede-ondertekend. Uiteraard moet er gelet worden op de budgettaire gevolgen, maar zij stelt vast dat het wetsvoorstel voorziet in de structurele financiering van bestaande thuiszorgequipes, die vandaag reeds projectmatig gesubsidieerd worden. Ten slotte merkt zij op dat de volledige sector van palliatieve zorg geherfinancierd dient te worden.

Ook mevrouw Durant steunt het voorliggende wetsvoorstel. Dit wetsvoorstel niet stemmen enkel en alleen omdat er geen budget beschikbaar zou zijn, vindt zij teleurstellend. Iedereen weet dat de beschikbare middelen beperkt zijn, maar het is belangrijk om aan te geven welke richting men uit wil gaan. Ook na de stemming van dit wetsvoorstel is het bijvoorbeeld mogelijk om in een uitvoeringsbesluit uit te werken dat men stapsgewijs te werk zal gaan om het systeem uit te bouwen en op die wijze rekening te houden met de financiŽle noden van de thuiszorgequipes en het budget van de overheid.

De heer Vankrunkelsven stelt vast dat het voorstel een breed draagvlak heeft. Op het terrein wordt al jarenlang afdoende bewezen dat de thuiszorgequipes goed werk verrichten. Zij werden tot nu toe ondersteund via projectsubsidies. Dit voorstel houdt een wijziging in van een projectmatige ondersteuning naar een structurele financiŽle ondersteuning, wat langere termijn werking mogelijk maakt. Vermits dit een goede evolutie is, steunt ook senator Vankrunkelsven dit voorstel.

Mevrouw Lanjri wil verduidelijken dat de middelen die de thuiszorgequipes nu via projectsubsidies krijgen, niet volstaan. Kan de minister zeggen wat er voorzien is in het Kankerplan ? Een omzetting van projectsubsidie naar structurele financiering is een noodzaak maar er moet op gelet worden dat de financiering voldoende is om de goede werking van de equipes mogelijk te maken.

Alhoewel mevrouw Vanlerberghe zich verheugt over de steun voor haar wetsvoorstel, is zij er geen voorstander van om het te kaderen in een bredere vraag naar meer omkadering en middelen voor de palliatieve zorg. Zij vreest dat dit ertoe kan leiden dat het wetsvoorstel niet goedgekeurd wordt omdat men zal stellen dat er niet voldoende middelen zijn voor een ruimere algemene omkadering. De thuiszorgequipes bestaan nu reeds en krijgen jaarlijks werkingsmiddelen. Dit bewijst dat het budget voor deze equipes er wel degelijk is. Zij wenst enkel de bestaande financiering structureel te maken. Uiteraard zou een verhoging van het budget welkom zijn, maar dat is niet de essentie van de vraag.

B. Antwoorden van de minister

Mevrouw Laurette Onkelinx, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, bevestigt dat actiepunt 23 van het Nationaal Kankerplan dit onderwerp behandelt. Het actiepunt bepaalt dat de huidige conventies die sinds 2003 bestaan en jaarlijks vernieuwd worden, in 2009 een laatste keer verlengd zullen worden met een verdubbeling van de voorziene middelen. Op dit ogenblik zijn er 4 equipes in Vlaanderen en 3 in WalloniŽ, die elk over een enveloppe van 53 000 euro beschikken. Zij merkt op dat momenteel niet alle equipes hun volledige budget gebruiken. Is dit omdat zij er niet in slagen alle patiŽnten te bereiken, zijn de equipes niet goed over het land gespreid of is de betrokken equipe onderbemand ? Er zijn veel mogelijke oorzaken, maar tot op heden is er geen duidelijk antwoord.

De conventie van 2008 was nog steeds op basis van de enveloppes die werden gebruikt tussen 2003 en 2007. In 2008 was er dus geen verdubbeling van de middelen. Voor 2009 voorziet het Kankerplan 300 000 euro voor een verdubbeling van de bestaande middelen.

De minister geeft er de voorkeur aan een laatste maal de projectsubsidies te vernieuwen omdat het momenteel pilootprojecten betreft die gebaseerd zijn op onderdeel B4 van de financiering van de ziekenhuizen. Om over te stappen naar een structurele financiering dienen de pilootprojecten geŽvalueerd te worden zodat er eventueel aanpassingen kunnen gebeuren. Het was de bedoeling dit in 2008 te laten plaatsvinden, maar de Nationale raad ziekenhuisvoorzieningen, die een advies moet geven over al het gebruik van de financiŽle middelen van de ziekenhuizen, was dit jaar gedurende lange tijd niet volledig samengesteld waardoor het uitbrengen van een advies niet mogelijk was. Op dit ogenblik is de Nationale raad voor ziekenhuisvoorzieningen wel samengesteld, zodat zij een advies kunnen uitbrengen eenmaal het ontwerp om de financiering te structureren klaar is.

Inzake de vragen over de financiering van de palliatieve zorg en de plannen van de minister hieromtrent, wijst zij erop dat het Kenniscentrum een grote studie afwerkt over het geheel van de sector van de palliatieve zorg. Deze studie moet af zijn in april 2009. Er was tevens een onderhoud met de heer Manu Keirse, voorzitter van de Evaluatiecommissie palliatieve zorg, waarmee werd overeengekomen opnieuw samen te komen in april 2009 wanneer de studie van het Kenniscentrum beschikbaar zou zijn. Dit laat toe de aanbevelingen van de studie te analyseren en na te gaan welke maatregelen al dan niet dringend dienen genomen te worden, rekening houdend met de budgettaire middelen. Het Kankerplan bepaalt de eerste verbeteringen door te voeren in 2010.

De minister benadrukt dat de financiering van de equipes voor het jaar 2009 geregeld is, met inbegrip van een verruiming van de middelen die zij ter beschikking zullen krijgen. Rekening houdend met deze financiering en gelet op het feit dat de studie van het Kenniscentrum beschikbaar zal zijn in april 2009, vraagt zij zich af of een dringende goedkeuring van het voorliggende wetsvoorstel wel aangewezen is. Zij geeft er de voorkeur aan de studie van het Kenniscentrum af te wachten.

C. Replieken

Mevrouw Vanlerberghe heeft enkele maanden geleden over dit thema een mondelinge vraag gesteld aan de minister. Uit het antwoord bleek dat de financiering vanaf 2009 structureel zou worden. Nu zegt de minister dat het pas in 2010 zal zijn. Zij heeft ook vragen bij de mededeling dat bepaalde thuiszorgequipes het huidige budget niet volledig zouden benutten. Betekent dit dan dat de voorziene verdubbeling volgens de minister helemaal niet nodig is ? Wat betreft het gebruik van de budgetten, beschikt mevrouw Vanlerberghe over de cijfers van de centra van Leuven en Gent, die allebei hun beschikbare budget overschrijden. Bovendien beschikt senator Vanlerberghe reeds over een studie waar alle nodige cijfers in vermeld staan en is het dus niet nodig te wachten op een andere studie.

Spreekster merkt op dat de minister geen enkele opmerking maakt over de tekst van het wetsvoorstel, dat door leden van verschillende fracties werd mede-ondertekend. Hieruit kan de senator enkel concluderen dat er zich op dat vlak geen problemen voordoen. Er is volgens haar geen enkele inhoudelijke reden om het voorstel niet goed te keuren.

Ook mevrouw Durant begrijpt niet waarom de minister enerzijds stelt dat de budgetten niet volledig worden gebruikt, en anderzijds dat ze de budgetten zal verdubbelen. Waarom moet er gewacht worden op de evaluatie en op basis van welke criteria zal de evaluatie plaatsvinden ? Dergelijke discussie zal nog maanden, zo niet jaren aanslepen. Zij geeft er de voorkeur aan zo snel mogelijk het voorliggende wetsvoorstel te stemmen. Spreekster meent dat er niet dient te worden gewacht op de publicatie van de studie van het Kenniscentrum. Er is constant nieuwe informatie beschikbaar waaruit blijkt dat sommige normen dienen te worden aangepast, maar dit mag het stemmen van nieuwe wetten niet in de weg staan.

De heer Monfils stelt vast dat het voorliggende wetsvoorstel de erkenningsvoorwaarden vastlegt voor de thuiszorgequipes. Is de minister van plan om binnen zes of acht maanden de basisvoorwaarden voor het functioneren van de equipes weer in vraag te stellen ? Of zal er enkel geŽvalueerd worden of zij al dan niet voldoende financiŽle middelen krijgen ? In het eerste geval begrijpt senator Monfils dat de minister vraagt het wetsvoorstel nog niet te stemmen, in het andere geval niet.

De heer Ide stelt een constructieve oplossing voor om de financiŽle problemen uit te weg te ruimen : het Kankerplan voorziet namelijk in een Hadroncentrum, een megalomaan project waarvan nergens bewezen is dat het werkt. Hoogstens 10 tot 12 patiŽnten in BelgiŽ zouden er baat bij hebben. Hij stelt voor om akkoorden te sluiten met Frankrijk en Duitsland, die over een Hadroncentrum beschikken, zodat de Belgische patiŽnten daar terecht kunnen. De besparing die zo vrijkomt kan worden gebruikt om de thuiszorgequipes te financieren.

Inzake de studie die het Kenniscentrum momenteel uitvoert, hoopt senator Ide dat de aanbevelingen in concordantie zullen zijn met het volledige rapport. Bij de studie over het chronisch vermoeidheidssysndroom was dat namelijk niet het geval.

Mevrouw Vienne merkt op dat het niet de eerste maal is dat een budget in de sector van de volksgezondheid niet volledig wordt gebruikt. Het is duidelijk dat er een vraag aanwezig is op het terrein en het is zeker de bedoeling een beslissing te nemen. Zij meent het echter nuttig te bestuderen waaruit de vraag precies bestaat. Zijn er zeven equipes nodig, of acht, of misschien tien ? Hoe zullen zij georganiseerd worden ? Spreekster ziet absoluut geen tegenstelling tussen, enerzijds, de vaststelling dat dit en prioriteit moet zijn en, anderzijds, de nood om rustig te bekijken hoe de middelen het best worden aangewend. Er is bovendien geen urgentie om nu te beslissen, vermits de financiering voor het volgende jaar in orde is. Als voorbeeld wil zij verwijzen naar het probleem van de psychiatrische bedden, waarbij op federaal niveau beslist was middelen vrij te maken. In het Waalse Gewest was er echter geen bijkomende vraag naar en voelde niemand zich aangesproken deze middelen te gebruiken. Zonder daarom te stellen dat er in het geval van de equipes geen vraag zou zijn, toont dit voorbeeld aan dat het nuttig is de vraag eerst grondig te analyseren. Mevrouw Vienne merkt op dat er middelen beschikbaar zijn voor 2009. De sector is dus niet in de problemen en er is geen dringende noodzaak vandaag te stemmen. Waarom dan niet wachten tot april 2009 ?

De heer Vankrunkelsven begrijpt de vraag van de minister om het wetsvoorstel nog even te kunnen bestuderen. Er werd echter wel de indruk gegeven dat men het op de lange baan wenste te schuiven. Dat is geen goede zaak. Het principe bestaat al vele jaren en er werd al een lange ervaring opgebouwd. Het gaat niet om tientallen equipes, maar om enkele goed omschreven equipes die verbonden zijn aan een aantal universiteiten. Hun werking is gekend en er is geen twijfel over hun kwaliteiten. Alhoewel hij zich niet verzet tegen de vraag van de regering om enkele kwesties nog nader te kunnen onderzoeken, dringt hij eropaan een timing vast te leggen, zodat dit thema niet naar de Griekse kalender wordt verwezen.

De heer Ceder steunt het wetsvoorstel en hoopt dat het zo snel mogelijk kan worden gestemd.

Mevrouw Onkelinx, minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, stelt dat het gaat om plannen die reeds op papier staan en goedgekeurd werden door de algemene raad van het RIZIV in het kader van het globaal budget 2009. Hieruit blijkt dat er voor het actiepunt 23 van het Kankerplan in 2009 bijkomend 300 000 euro wordt voorzien, en in 2010 400 000 euro (300 000 euro + 100 000 euro). Toen het Kankerplan op 10 maart werd voorgesteld, dacht men dat het mogelijk zou zijn reeds in 2009 over te stappen naar een structurele financiering van de thuiszorgequipes. Jammer genoeg was dat door de reeds vermelde problemen bij de Nationale raad ziekenhuisvoorzieningen niet mogelijk en bestond de vrees dat de deadline van 31 december 2008 niet haalbaar zou zijn. Daarom werd ervoor gekozen de financiering nogmaals te verlengen op de oude manier, namelijk via de projectsubsidie. Er is geen enkele twijfel over de beschikbaarheid van de financiŽle middelen, noch over de wil om te komen tot een structurele financiering. Jammer genoeg zijn de teksten om deze structurele financiering vanaf 2009 mogelijk te maken nog niet in orde, maar dit zal zeker in orde zijn vanaf 2010.

In april 2009 zal de studie van het Kenniscentrum over het geheel van de palliatieve zorg klaar zijn. Misschien zal uit die studie een element te voorschijn komen dat de minister in staat kan stellen de huidige situatie te verbeteren. Vermits zij nu nog niet over deze studie beschikt, kan zij niet zeggen of dat het geval zal zijn en op welk onderdeel dit dan betrekking zou hebben. Het zou jammer zijn nu een tekst te stemmen die misschien reeds na enkele maanden achterhaald zal zijn door de resultaten van de studie.

Wat betreft de mededeling dat niet alle centra hun volledige huidige budget hebben gebruikt, kan zij enkel vaststellen dat het centrum van het AZ-VUB in 2007 niet het volledige budget heeft besteed.

Ten slotte wil de minister nog een technische kwestie verduidelijken. Men verschuift een budget van het onderdeel B4 van de ziekenhuismiddelen naar het RIZIV. Men blijft dus in een conventiesysteem en er zijn niet meer garanties voor het permanent maken in een conventiesysteem onder het RIZIV dan in een conventiesysteem onder het deel B4. Het is immers het verzekeringscomitť van het RIZIV dat deze conventies al dan niet afsluit. Als zij beslissen dat niet te doen, kunnen de projecten geen permanente financiering krijgen.

IV. Artikelsgewijze bespreking

Artikel 1

Artikel 1 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Artikel 2

Artikel 2 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Artikel 3

Artikel 3 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Artikel 4

Artikel 4 wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Artikel 5

Amendement nr. 1

Mevrouw Lanjri c.s. dienen amendement nr. 1 in (stuk Senaat, nr. 4-814/2), dat strekt om artikel 5 van het wetsvoorstel te wijzigen, teneinde de inwerkingtreding van de wet uit te stellen tot een door de Koning te bepalen datum, uiterlijk 31 december 2009.

Volgens mevrouw Lanjri is iedereen het erover eens dat de thuiszorgequipes op een structurele financiering moeten kunnen rekenen. Via een kleine aanpassing van de datum van inwerkingtreding is het mogelijk het principe van het wetsvoorstel te behouden, en tevens tegemoet te komen aan de vraag van de minister om over enige marge te beschikken. Zij stelt voor de datum van inwerkingtreding vast te leggen op uiterlijk 31 december 2009.

De heer Vankrunkelsven steunt dit voorstel. Het principe wordt op die wijze veilig gesteld, maar met een ruimere datum van inwerkingtreding. Hij hoopt dat ook de andere leden van de commissie zich soepel zullen opstellen.

De heer Beke merkt op dat de datum van inwerkingtreding die nu in de tekst wordt bepaald, namelijk 1 januari 2009, in de praktijk sowieso niet werkbaar is. Hij steunt de datum die mevrouw Lanjri voorstelt in haar amendement, maar hoopt op een vroegere inwerkingtreding dan 31 december 2009.

Mevrouw Delvaux heeft er geen probleem mee de datum van inwerkingtreding naar uiterlijk 31 december 2009 te verplaatsen.

Volgens de minister houdt de datum van inwerkingtreding waarin vandaag wordt voorzien in de tekst, namelijk 1 januari 2009, als gevolg heeft dat de financiering van deze conventies ten laste vallen van het budget van het RIZIV. Dit werd echter niet voorzien in dat budget en kan een ongewenste budgettaire instabiliteit met zich meebrengen. Om die reden zou een verlenging van de uiterste datum van inwerkingtreding een goede zaak zijn.

Amendement nr. 1 wordt aangenomen met 7 tegen 2 stemmen.

Het aldus geamendeerde artikel 5 wordt aangenomen met 7 stemmen bij 2 onthoudingen.

V. Stemmingen

Het geheel van het geamendeerde wetsvoorstel houdende wijziging van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoŲrdineerd op 14 juli 1994, met het oog op de erkenning en financiering van palliatieve thuiszorgequipes voor kinderen, wordt eenparig aangenomen door de 9 aanwezige leden.

Dit verslag werd eenparig goedgekeurd door de 9 aanwezige leden.

De rapporteur, De voorzitter,
Christiane VIENNE. Nahima LANJRI.

Tekst aangenomen door de commissie (zie stuk Senaat, nr. 4-814/4 - 2008/2009)