4-48

4-48

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 13 NOVEMBER 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden over ęde alternatieven voor de opsluiting van gezinnenĽ (nr. 4-519)

De voorzitter. - De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Ik heb een vraag voor de minister van Maatschappelijke Integratie omdat ze bevoegd is voor de opvang van asielzoekers en groepen die wachten op een vrijwillige terugkeer. Begin oktober startte het proefproject van de minister van Migratie- en Asielbeleid dat een alternatief moet bieden voor de opsluiting in gesloten centra. Het voorziet in een woning voor gezinnen met kinderen waar de gezinsleden in afwachting van hun uitwijzing kunnen verblijven. Het gezin krijgt verder een coach toegewezen die voor begeleiding moet zorgen. In de praktijk zien we echter dat die coaches eerder terugkeerassistenten zijn dan echte vertrouwenspersonen zoals in Zweden en AustraliŽ, omdat ze pas vlak voor de verwijdering worden toegewezen.

De coach zou idealiter aan trajectbegeleiding moeten doen en op twee sporen moeten werken. Zo zouden de asielzoekers van in het begin van de procedure voorbereid moeten worden op elke mogelijke uitkomst, zowel een verblijf in BelgiŽ als de terugkeer naar hun land. Het is belangrijk dat dit coachingsysteem in het begin van de asielaanvraag wordt georganiseerd. Dat is echter niet de verantwoordelijkheid van de minister van Migratie- en Asielbeleid, maar van de minister van Maatschappelijke Integratie die verantwoordelijk is voor de opvang van asielzoekers.

Ik heb in het begin van het jaar zelf een wetsvoorstel uitgewerkt over alternatieven voor de opsluiting van gezinnen met kinderen. Ik stel nu vast dat de minister van Migratie- en Asielbeleid dit overneemt. Alleen neemt zij die coaching niet op in het begin van de procedure, maar in de fase waarin de verwijdering ter sprake wordt gebracht. Bovendien is het project van de minister beperkt tot de opvang in huizen van de overheid, terwijl mijn wetsvoorstel wel degelijk uitgaat van een verblijf in de eigen woning. Dat biedt de kinderen de kans om zo lang mogelijk in hun vertrouwde milieu te blijven.

Vandaar dat ik niet alleen de minister van Migratie- en Asielbeleid vraag op dat vlak een aantal aanpassingen te doen, maar dat ik ook minister Arena, die ter zake bevoegd is, vraag haar verantwoordelijk op te nemen. Voor een integrale aanpak van de problematiek is zij samen met de minister van Migratie- en Asielbeleid verantwoordelijk. Tot op heden zien we dat er van een integrale aanpak echter geen sprake is. Ik heb minister Turtelboom daarover al ondervraagd in de commissie en zij zegt het goed te vinden dat er vanaf het begin wordt gestart met coaching, maar dat zulks niet haar verantwoordelijkheid is, maar die van minister Arena.

Is de minister van plan ook haar deel van de verantwoordelijkheid op te nemen? Zijn er al initiatieven genomen? Wat houden deze initiatieven in? Is de minister bereid ook in de federale opvangcentra coaches in te schakelen die gezinnen met kinderen kunnen begeleiden, eventueel in de vorm van een proefproject? Dat betreft dan zowel de federale centra als de centra die door de federale overheid worden gesubsidieerd, zoals die van het Rode Kruis of Vluchtelingenwerk.

Is de minister bereid samen te werken met haar collega van Migratie- en Asielbeleid om zo tot een integrale aanpak te komen? Idealiter worden deze gezinnen vanaf het begin tot het einde van het traject door dezelfde coach begeleid. Ook daarover moeten in de toekomst dus afspraken worden gemaakt.

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, en wat de aspecten inzake personen- en familierecht betreft, toegevoegd aan de minister van Justitie. - Ik lees het antwoord van de minister van Maatschappelijke Integratie, Pensioenen en Grote Steden.

Het is voor mij belangrijk dat personen die bescherming zoeken in ons land, zo spoedig mogelijk duidelijke en precieze informatie krijgen over hun perspectieven en hun kansen op een verblijfsstatuut en dat ze zicht krijgen op de mogelijkheden die hen geboden worden voor een eventuele vrijwillige terugkeer naar hun land van herkomst of naar een ander veilig land.

Zoals bepaald in de opvangwet hebben alle asielzoekers, alsook een aantal andere categorieŽn van begunstigden van opvang, recht op maatschappelijke begeleiding.

Deze maatschappelijke begeleiding bestaat er meer bepaald in de begunstigde van de opvang te informeren over de fases van de asielprocedure, met inbegrip van de eventuele beroepsmogelijkheden en de gevolgen van de daden die hij of zij in dit verband stelt, alsook over de inhoud en het belang van de programma's van vrijwillige terugkeer. De maatschappelijke begeleiding bestaat er eveneens in de begunstigde van de opvang te begeleiden bij de uitvoering van zijn administratieve handelingen, meer bepaald deze die moeten worden gesteld in het kader van de overgang van de materiŽle hulp naar de financiŽle hulp die ze krijgen van de openbare centra voor maatschappelijk welzijn. Hiervoor kan elke begunstigde van de opvang een beroep doen op een maatschappelijk werker als referentiepersoon.

De opvangwet voorziet dus reeds vanaf het begin van de asielprocedure in een voorbereiding op zowel een positief als een negatief antwoord op de asielaanvraag. Ik blijf vragen dat gezinnen met kinderen niet meer worden opgesloten en ik ben het ermee eens dat een coaching op het einde van het traject niet volstaat. Het is wel degelijk de bedoeling de personen die geen toegang hebben tot het begeleidingstraject een aangepaste opvang te kunnen voorstellen.

Mijn boodschap is duidelijk: zij die recht hebben op bescherming, moeten deze bescherming ook daadwerkelijk krijgen. Zij die echt geen zicht hebben op verblijfsdocumenten, moeten van bij hun aankomst de nodige informatie en begeleiding krijgen om hen meer bepaald voor te bereiden op een begeleide terugkeer.

Zoals gezegd wordt er aan iedere asielzoeker en dus eveneens aan ieder gezin met kinderen een maatschappelijk werker als referentiepersoon aangeduid. Deze maatschappelijk werker begeleidt het gezin doorheen de hele asielprocedure en fungeert als vertrouwenspersoon gedurende de volledige duur van zijn of haar verblijf in de opvangstructuur. Een integrale aanpak houdt in dat de asielzoeker van bij de aankomst, en dus ook tijdens zijn of haar verblijf in een opvangstructuur, kan genieten van een geÔndividualiseerde begeleiding.

Ik blijf erbij dat een gesloten centrum geen geschikte plaats is om gezinnen met kinderen op te vangen. Ik werk aan mogelijke pistes om een integraal begeleidingstraject in te voeren.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - De minister zegt in haar antwoord dat de opvangwet bepaalt dat iedereen, zowel de gezinnen met kinderen als mensen zonder kinderen, de nodige informatie en maatschappelijke begeleiding moet krijgen en dat hun een maatschappelijk werker wordt toegewezen. Ik wil erop wijzen dat dit nog iets anders is dan de intensieve begeleiding door een coach die een echte vertrouwenspersoon wordt. Het volstaat niet mensen te verwijzen naar een maatschappelijk werker waarbij ze terecht kunnen met hun vragen.

Mijn vraag is dat de minister, los van de opvangwet, gebruik zou maken van de mogelijkheid om proefprojecten op te zetten. Zoals minister Turtelboom al heeft gedaan, kan minister Arena een proefproject opstarten om een intensief coachingsysteem op te zetten, hoofdzakelijk gericht op gezinnen met kinderen, waarbij ze kunnen terugvallen op echte vertrouwenspersonen. Zo kan worden vermeden dat gezinnen moeten worden opgesloten, omdat ze dan veel intensiever dan nu kunnen worden voorbereid op een eventuele terugkeer.

We vinden allemaal dat kinderen niet mogen opgesloten worden, maar ik vind dat elke minister daarin zijn of haar verantwoordelijkheid moet opnemen. Ik vraag dus met aandrang dat men zich niet louter tevreden stelt met maatschappelijke werkers in de opvangcentra van de federale overheid. Het is nodig om nog iets extra te doen, zoals in het regeerakkoord trouwens ook wordt bepaald. Minister Arena moet haar deel van de verantwoordelijkheid hiervoor opnemen.