4-47

4-47

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 6 NOVEMBER 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de vice-eersteminister en minister van Werk en Gelijke Kansen over «de verdraagzaamheidsbarometer» (nr. 4-510)

De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - In 2004 werd het Federaal Actieplan inzake racisme, antisemitisme en xenofobie gelanceerd. Het tiende en laatste punt van het plan vermeldde de oprichting van een barometer van de verdraagzaamheid.

De barometer was bedoeld om de regering in te lichten over het fenomeen racisme en over de evolutie ervan over een bepaalde periode, zodat een gericht openbaar beleid kon worden uitgestippeld.

Volgens de Dienst voor het Strafrechtelijk Beleid werd reeds een eerste verkennende studie uitgevoerd over goede indicatoren voor het verzamelen van gegevens over xenofobe gevoelens, over de wijze waarop die gevoelens tot uiting worden gebracht en over het discriminerend gedrag dat er soms uit voortvloeit. Begin 2007 werd beslist een diepgaandere studie uit te voeren, gespreid over vier jaar. Deze studie zou worden uitgevoerd door een of meer universiteiten, in samenwerking met het Centrum voor Gelijke Kansen en voor Racismebestrijding.

Hoever staat de studie over de tolerantiebarometer? Welke universiteiten voeren de studie uit?

Wanneer zal de studie klaar zijn? Volgens de oorspronkelijke planning moest die barometer in maart 2006 klaar zijn.

Wat zijn de eerste bevindingen?

De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Milquet.

Tijdens de vorige legislatuur werd inderdaad een onderzoek besteld teneinde de haalbaarheid van een zogenaamde `verdraagzaamheidsbarometer' te onderzoeken. Marc Swyngedouw van de KULeuven en professor Andrea Rea van de ULB hebben een verkennend onderzoek geleid naar de haalbaarheid van een barometer van gelijkheid met als doel een weergave van diversiteit binnen de Belgische maatschappij te creëren, een betere perceptie van de risicogroepen door de meerderheidsgroep te bekomen en het gewicht van discriminatie als verklarende factor van de benadeelde positie van deze categorie van mensen te evalueren. Dit onderzoek heeft drie methodes voor de ontwikkeling van deze barometer van gelijkheid uitgewerkt:

a. Een kwantitatief onderzoek bij een representatieve groep van de Belgische bevolking over de verdraagzaamheid tegenover de etnische minderheden en de etnoculturele en religieuze minderheden in België. Er werd een onderzoeksbureau aangesteld dat een methodologie heeft uitgewerkt en het onderzoek momenteel uitvoert. De resultaten worden verwacht tegen de lente van 2009.

b. Een meting van discriminatie, uitsluiting en racisme met behulp van geaggregeerde gedragstests. Deze maken het mogelijk om, via steekproeven, discriminatie op te sporen en om het bestaan van discriminerend gedrag aan te tonen. Het doel is een wetenschappelijk onderzoek uit te voeren naar de participatie van de voornaamste gediscrimineerde groepen op de arbeidsmarkt. Een werkgroep binnen het Centrum voor Gelijkheid van Kansen met vertegenwoordigers van de gewesten, de federale staat, het Centrum en het Instituut voor de Gelijkheid van vrouwen en mannen moet dit onderzoek in goede banen leiden. Er zal een onderzoeksbureau aangesteld worden via openbare aanbesteding. Dat zal een pretest uitvoeren om de thema's en belangrijkste sectoren te bepalen die het voorwerp zullen uitmaken van de definitieve analyse, die na de pretest in 2009 zal worden opgestart.

c. Het verzamelen van alle beschikbare gegevens inzake de omvang van de uitsluiting van sociale groepen die het slachtoffer zijn van racisme en discriminatie in bepaalde domeinen van het sociale leven, en dit met behulp van een analyse van de statistieken van de bestaande databanken. Het doel is om alle gegevens te verzamelen teneinde ze te centraliseren. Het Centrum voor Gelijkheid van Kansen maakt hier momenteel werk van.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V). - Ik dank de staatssecretaris voor het antwoord. Ik zal op deze vraag terugkomen wanneer de resultaten bekend zullen zijn in het voorjaar 2009.