4-36

4-36

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 26 JUNI 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de minister van Migratie- en Asielbeleid over ęde BelgiŽrouteĽ (nr. 4-361)

De voorzitter. - De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V-N-VA). - Op 11 en 25 januari 2006 heb ik in de commissie voor de Binnenlandse Zaken, de Algemene Zaken en het Openbaar Ambt van de Kamer aan minister Dewael een vraag gesteld over de zogenaamde BelgiŽroute. De BelgiŽroute is een methode die Nederlanders, vaak van vreemde origine, gebruiken om naar BelgiŽ te komen om de strenge regeling inzake gezinshereniging in Nederland te ontvluchten. In BelgiŽ worden ze immers beschouwd als EU-onderdanen en kunnen ze derhalve terugvallen op een voordeliger regeling inzake gezinshereniging.

In zijn antwoord gaf de minister aan dat er in de toekomst meer informatie zou worden uitgewisseld tussen BelgiŽ en Nederland. In januari 2006 werd afgesproken dat BelgiŽ de nodige cijfers en informatie over het fenomeen en het aantal betrokkenen zou inzamelen en Nederland zou gegevens verzamelen over de feitelijke verblijfplaats van de Nederlandse onderdanen tijdens hun verblijfsprocedure in BelgiŽ en over hun terugkeer naar Nederland, wanneer ze eenmaal hun verblijfsvergunning hebben bekomen. Soms werd namelijk vastgesteld dat mensen wel zeiden dat ze naar BelgiŽ zouden verhuizen maar dat ze in Nederland bleven omdat het hen er alleen maar om te doen was sneller en eenvoudiger aan gezinshereniging te kunnen doen. Bovendien zou de Belgische overheid verifiŽren of de personen die aan de basis liggen van een gezinshereniging met ouders of grootouders, over voldoende regelmatige en stabiele bestaansmiddelen beschikken.

Heeft de minister, twee jaar na mijn mondelinge vraag in de Kamer, zicht op de omvang van het probleem? Welke maatregelen zijn er genomen om de BelgiŽroute lam te leggen? Zijn de effecten van deze maatregelen al bekend? Op welke manier werd en wordt er samengewerkt met de Nederlandse overheid? Heeft de nieuwe wetgeving op de gezinshereniging die we in BelgiŽ hebben goedgekeurd, enig effect op de BelgiŽroute? Of heeft die bijna geen effect, omdat het gaat om Nederlanders, die zodra ze voet op Belgische bodem hebben gezet, als EU-onderdanen worden beschouwd en voor wie er juist nu soepeler regels gelden voor de gezinshereniging?

De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van minister Turtelboom.

De omvang van de BelgiŽroute is niet exact bekend. De Nederlandse Immigratie- en Naturalisatiedienst heeft de loketfunctie van de gemeenten overgenomen en laat sinds ongeveer een maand familieleden van Nederlanders die uit BelgiŽ komen, een formulier invullen. Hiermee zal de minister van Migratie- en Asielbeleid een beter zicht op dit fenomeen krijgen.

Tijdens de afgelopen maanden vonden verschillende overlegvergaderingen plaats tussen de migratiediensten van BelgiŽ en Nederland, tot nog toe zonder veel resultaat.

Het blijft moeilijk het fenomeen in te schatten. Het is met name moeilijk om na te gaan of de Nederlanders - die gebruik maken van hun recht op vrij verkeer - na hun verblijfsaanvraag in BelgiŽ en na te hebben gebruikgemaakt van de bepalingen inzake de gezinshereniging, effectief terugkeren naar Nederland. Alleen in dat geval is er werkelijk sprake van een `BelgiŽroute'. Die BelgiŽroute kan in feite niet worden lamgelegd zolang Nederland strengere regels hanteert voor de familieleden van eigen onderdanen dan voor deze van EU-onderdanen.

De nieuwe wetgeving heeft geen onmiddellijke impact op de BelgiŽroute. Zoals steeds zal een verblijfsvergunning enkel worden toegekend aan de niet-EU-familieleden na effectieve woonstcontrole en na inhoudelijk onderzoek van het dossier door de Dienst Vreemdelingenzaken.

Zo zal worden nagegaan of de ouders of grootouders wel degelijk ten laste zijn van de Nederlander. Ook zal worden onderzocht of de Nederlander die niet economisch actief is in BelgiŽ, over voldoende bestaansmiddelen beschikt om zijn familieleden te laten overkomen.

De wet voorziet voortaan in de mogelijkheid om binnen de periode van drie jaar na de aanvraag het verblijf in te trekken indien niet meer aan de verblijfsvoorwaarden is voldaan. Maar dat is van minder belang voor de BelgiŽroute. In dit geval kunnen we ervan uitgaan dat de betrokkenen hoe dan ook BelgiŽ verlaten zodra ze hun verblijfsvergunning hebben.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V-N-VA). - In de Kamer is heel lang gedebatteerd over de BelgiŽroute. Twee en een half jaar geleden heeft minister Dewael beloofd dat hij cijfers zou verzamelen, in samenwerking met de Nederlandse overheid. Het siert mevrouw de minister dat zij eerlijk is en zegt dat ze nog steeds geen cijfers heeft, maar ik betreur het ook. Er is twee en een half jaar verloren.

De cijfers zijn nu opnieuw beloofd. Ik zal de minister aan haar woord houden en blijven vragen stellen over dit probleem. Dit fenomeen overschrijdt het Belgische niveau. Ik dring er bij de minister dan ook op aan om dit probleem op Europees niveau aan te kaarten. Het heeft geen zin dat verschillende Europese landen elkaar gaan beconcurreren, want dat zal verhuizingen tot gevolg hebben. Vandaag komen Nederlanders naar BelgiŽ, morgen kunnen het Belgen zijn die naar Frankrijk of Nederland gaan, omdat ze er beschouwd worden als EU-onderdanen en bijgevolg van een meer voordelige regeling kunnen genieten. Ik dring er dan ook op aan dat de regering het probleem aankaart op Europees niveau, om eindelijk het shoppen van het ene land naar het andere land, met als doel gebruik te maken van de meest voordelige regels voor gezinshereniging, tegen te houden.

Het staat uiteraard iedereen vrij te verhuizen. Als de verhuizing echter enkel tot doel heeft de regels van gezinshereniging te ontwijken en nadien terug te keren, dan is er misbruik, zij het dat de wetgever dit toelaat door hiaten in de wetgeving.

Ik besluit met de vraag aan de minister om snel statistieken te verzamelen en het probleem op Europees niveau aan te kaarten.

De heer Etienne Schouppe, staatssecretaris voor Mobiliteit, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik kan slechts het antwoord van minister Turtelboom voorlezen. Het vrije verkeer in Europa is er nu eenmaal. Nederlanders kunnen naar BelgiŽ komen. Als de reglementering bij ons minder streng is dan in Nederland, zullen de Nederlanders daar uiteraard gebruik van maken.