4-32

4-32

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 29 MEI 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg mevrouw Nahima Lanjri aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over źde resolutie betreffende obesitas╗ (nr. 4-332);

De voorzitter. - De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Co÷rdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V-N-VA). - Sinds 1 juli 2007 is een Europese verordening van kracht inzake voedings- en gezondheidsclaims voor levensmiddelen.

De nieuwe regelgeving schept klaarheid in verband met de etikettering en publiciteit betreffende voedings- en gezondheidsclaims. Zo definieert de verordening de voedingsclaims die nog mogen worden gebruikt en legt ze voorwaarden vast voor dat gebruik. Vermeldingen als `extra light' zijn niet meer toegestaan.

Daarnaast is het niet langer toegestaan selectief te focussen op een bepaalde positieve eigenschap wanneer andere kenmerken van het product allerminst aanbeveling genieten. Zo mag een product dat voor het grootste deel uit suiker bestaat, niet langer enkel en alleen 0% vet onder de aandacht brengen. Iedereen weet dat suikers in vetten worden omgezet. De fabrikant moet wetenschappelijke bewijzen kunnen aanvoeren voor de beweringen die hij op de verpakkingen vermeldt. Zinspelen op de snelheid of op de mate van gewichtsverlies is niet langer toegestaan. Zo zijn boodschappen als `3 kg kwijt in 1 week' uit den boze. Bovendien moeten begrippen als `vetvrij', `vetarm' en `light' duidelijk worden omschreven.

Hierop aansluitend heeft de commissie voor de Sociale Aangelegenheden van de Senaat op 23 januari 2008 de resolutie aangenomen strekkende tot een beter aanpak, op het vlak van volksgezondheid, van de risico's verbonden aan overgewicht en obesitas. De tekst ging uit van de heer Mahoux, maar werd aan de hand van gelijkaardige voorstellen van andere senatoren aangepast. Op 14 februari werd het voorstel van resolutie in plenaire vergadering aangenomen.

Punt 7 in het dispositief van de resolutie gaat over de `wonderreclame' voor afslanken. De senatoren vroegen de regering om die reclame strikter te reglementeren en meer duidelijkheid te eisen inzake de etikettering van de producten.

Zo vroeg de Senaat concreet dat afspraken zouden worden gemaakt met de voedingsindustrie over een verantwoorde productreclame en in het bijzonder over een voor de consument begrijpelijke voorlichting over de voedingseigenschappen van producten, een punt dat ook in de Europese verordening wordt benadrukt. Daarnaast zou een striktere reglementering moeten worden uitgewerkt waaraan vermageringsmiddelen die vrij te koop zijn in de handel, alsook de reclame daarvoor, moeten voldoen.

De principes van de Europese regelgeving en van de resolutie worden in de praktijk dagelijks overtreden; dat geldt zowel voor etikettering van de producten zelf, alsook voor de agressieve en misleidende boodschappen in de reclame op websites, in kranten en in magazines. Ik verwijs in dit verband naar de bekende `voor-en-na-reclames'. De industrie heeft dus veel geld over voor die reclame. Vaak gaat het trouwens om louche bedrijven die van naam veranderen zodra ze worden aangepakt.

Wie oefent controle uit op de naleving van de wetgeving?

Werden reeds officieel overtredingen vastgesteld en/of werden daarvoor boetes uitgeschreven?

Wat is, meer in het algemeen, de stand van zaken bij de tenuitvoerlegging van de resolutie? Werden reeds initiatieven voorbereid voor 2008? Wat is al gerealiseerd? Wordt daar in de begroting ruimte voor vrijgemaakt?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Co÷rdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de minister.

Zoals mevrouw Lanjri aangeeft, is de Europese reglementering inzake voedings- en gezondheidsclaims op 1 juli 2007 in werking getreden. Deze reglementering bevat belangrijke nieuwigheden en daarom zijn er bepaalde overgangsperiodes ingesteld. Niet alle bepalingen van de regelgeving zijn dus onmiddellijk van toepassing. Dat is bijvoorbeeld het geval voor de voedingsprofielen waarnaar mevrouw Lanjri verwijst. De regels daarvoor gelden niet vanaf 2009, maar pas echt twee jaar later. Daarom voldoen vandaag nog niet alle voedingsmiddelen op de markt aan alle bepalingen. Hoe dan ook, het reglement bevat algemene principes waaraan de claims moeten voldoen. Zo mogen ze niet dubbelzinnig zijn of de excessieve consumptie van een bepaald voedingsmiddel aanmoedigen. De claims moeten uiteraard ook op wetenschappelijke gronden gebaseerd zijn.

Alle gezondheidsclaims, dus ook claims die betrekking hebben op vermageren of gewichtscontrole, worden bovendien op Europees niveau wetenschappelijk geŰvalueerd en goedgekeurd. Ze zullen verder ook aan specifieke gebruiksvoorwaarden worden onderworpen.

Het reglement verbiedt specifiek gezondheidsclaims die verwijzen naar de snelheid en de mate van gewichtsverlies. Deze bepaling is dus van toepassing op beweringen zoals `3 kg kwijt in 1 week', maar ook op de publiciteit die gebruik maakt van foto's `voor/na' het gewichtsverlies. De controle op deze bepalingen geschiedt door het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen.

In 2006 is het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan gelanceerd om betere voedingsgewoonten aan te moedigen. Het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan richt zich tot de hele bevolking en niet alleen tot mensen met obesitas en dit om twee redenen. Ten eerste omdat men de stigmatisering van obese mensen wil vermijden en ten tweede omdat obese mensen slechts het meest zichtbare deel van de ijsberg zijn. Het uiteindelijke doel van het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan is het aantal chronische aandoeningen zoals hart- en vaatziekten, diabetes type II, hypertensie, hypercholesterolemie, osteoporose en bepaalde types van kanker die gelinkt zijn aan een onevenwichtige voeding en onvoldoende fysieke activiteit te verminderen.

Het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan veroordeelt de misleidende publiciteit voor vermageringsproducten. De mirakeldiŰten geven een verkeerd beeld van hoe men tot effectieve en duurzame gewichtsvermindering komt, namelijk door te kiezen voor evenwichtige en gevarieerde voedingsgewoonten en voldoende fysieke activiteit. Een aangepast dieet vereist de opvolging van een gezondheidsprofessional, zoals een diŰtist, in samenwerking met de huisarts.

Ten slotte engageert het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan zich om het medialandschap, het beeld van het lichaam, de voedingsindustrie, de distributiesector en de horecasector, de nutritionele kwaliteit van het aanbod, te responsabiliseren.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V-N-VA). - Ik heb ook gelezen dat bepaalde elementen van de Europese verordening nog niet onmiddellijk van toepassing zijn, maar andere zijn dat wel, onder meer de bepalingen in verband met claims inzake de snelheid en de mate van gewichtsverlies. Ik stel vast dat ik dergelijke claims nog elke dag op websites en in kranten en tijdschriften tegenkom en dat de Europese verordening dus wordt overtreden. Het Federaal Agentschap voor de Veiligheid van de Voedselketen voert de controle uit, maar de minister heeft niet gezegd hoe dat gebeurt en hoeveel boetes er al zijn uitgeschreven. Wat is er gebeurd tegen alle gevallen die we vandaag nog kunnen vaststellen? Ik heb die vraag toch heel concreet aan de minister gesteld. Ik weet nu wel welke instantie de controle doet, maar blijkbaar functioneert het niet, want er zijn nog overtredingen. Of mag ik ervan uitgaan dat zij boetes hebben gekregen?

De heer Carl Devlies, staatssecretaris voor de Co÷rdinatie van de Fraudebestrijding, toegevoegd aan de eerste minister. - Misschien moet u uw vraag nog iets meer preciseren. Ik beschik op dit ogenblik niet op bijkomende elementen of cijfers.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V-N-VA). - Ik zal daar zeker op moeten terugkomen, misschien met nog meer voorbeelden, om de minister te overtuigen om snel in actie te schieten.