4-27

4-27

Belgische Senaat

Handelingen

WOENSDAG 30 APRIL 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Nahima Lanjri aan de vice-eersteminister en minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over ęobesitasĽ (nr. 4-265)

De voorzitter. - De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk, antwoordt.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V-N-VA). - Op 30 januari 2008 keurde de commissie voor de Sociale Aangelegenheden unaniem een aanbevelingsplan voor de strijd tegen obesitas goed.

De Wereldfederatie Hartspecialisten becijferde dat maar liefst ťťn miljard mensen kampt met overgewicht. In BelgiŽ is het aantal personen met obesitas of zwaar overgewicht in twintig jaar verdubbeld van 8 naar bijna 15% van de bevolking. Binnen de bevolkingscategorie `werkenden' tussen 35 en 59 jaar weegt zes op de tien Belgische mannen en vier op de tien Belgische vrouwen te veel. Dat blijkt uit een gezamenlijk onderzoek van de UGent en de VUB. Uit een recente Deense studie waarbij 30.000 tieners uit 15 landen werden onderzocht, blijkt dat 7% van de Vlaamse meisjes en 4% van de Vlaamse jongens lijden aan obesitas. 40% van de obese jongeren worden obese volwassenen en 30% van alle obese volwassenen was reeds obees tijdens hun jeugd. De strijd tegen overgewicht en obesitas verdient dan ook alle steun.

In de beleidsnota van de minister staat dat het noodzakelijk is om het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan, dat tot 2010 loopt, verder te concretiseren en uit te voeren. Dit plan heeft tot doel de gezondheid van de Belgische bevolking te verbeteren door de voedingsgewoonten bij te sturen en fysieke activiteit te stimuleren. Het doel is meer specifiek de strijd tegen de steeds wijder verspreide fenomenen van obesitas, anorexia en boulimie. Deze problematiek moet natuurlijk samen met de gemeenschappen worden aangepakt, waar de maatregelen inzake preventie genomen moeten worden.

Hoeveel middelen zal de minister vrijmaken om dit allesomvattende actieplan tegen obesitas uit te werken? Heeft ze over dit plan al overleg gepleegd met de gemeenschappen? Aan welke door ons goedgekeurde maatregelen heeft ze concreet al uitwerking kunnen geven?

De heer Melchior Wathelet, staatssecretaris voor Begroting, toegevoegd aan de eerste minister, en staatssecretaris voor Gezinsbeleid, toegevoegd aan de minister van Werk. - Ik lees het antwoord van minister Onkelinx.

Het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan voor BelgiŽ of NVGP-B is in april 2006 door mijn voorganger gelanceerd met de bedoeling gezonde voedingsgewoonten en meer lichaamsbeweging te promoten door het uitwerken van maatregelen in samenspraak met de maatschappelijke actoren en vertegenwoordigers van de gemeenschappen en gewesten. Het plan focust niet alleen op obesitas en overgewicht, want dat is alleen maar het zichtbare gedeelte van de ijsberg. Het aanmoedigen van een evenwichtige en gevarieerde voeding en een actieve levensstijl draagt bij tot de vermindering van een reeks niet-overdraagbare aandoeningen zoals diabetes, hypertensie, hypercholesterolemie, hart- en vaatziekten en bepaalde vormen van kanker.

Het budget voor het allesomvattende actieplan tegen obesitas wordt jaarlijks herzien en geŽvalueerd. In 2006, 2007 en 2008 was/is daarvoor respectievelijk 1.054.000 euro, 780.000 euro en 754.000 euro beschikbaar.

De uitvoering van de acties van het NVGP-B gebeurt in overleg met de gemeenschappen, die steeds worden uitgenodigd op elke vergadering van de stuurgroep van experts die het plan ondersteunt. De activiteiten van het NVGP-B zijn complementair aan de activiteiten van de gemeenschappen en gewesten en hebben tot doel deze te versterken met nationale initiatieven in het belang van de gezondheid van de burgers. Ik benadruk dat de samenwerking met de gemeenschappen een noodzakelijk onderdeel is voor het welslagen van het NVGP-B.

Een grootschalig plan dient gepaard te gaan met een degelijke communicatie en informatie gericht op het grote publiek om de coherentie en herkenbaarheid van de acties te verhogen. Tot nog toe werden alleen middelen van de federale overheid gebruikt. De beleidsplannen inzake voeding van de gemeenschappen vervullen een complementaire rol en kunnen versterkt worden indien verwezen wordt naar het nationaal plan.

Vanaf de start van het Nationaal Voedings- en Gezondheidsplan werden de drie gemeenschappen erbij betrokken. De samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap lag gevoeliger dan met de andere, wat er uiteindelijk toe leidde dat de Vlaamse Gemeenschap niet actief heeft deelgenomen aan de stuurgroep van experts. De coŲrdinatoren van het NVGP zijn tot nog toe weinig betrokken bij de voorbereidingen van de Vlaamse Conferentie inzake voeding en gezondheid, die gepland is in oktober 2008.

De bereidheid om opnieuw samen te werken door een interkabinettenwerkgroep rond voedingsbeleid opnieuw op te starten kan een opportuniteit bieden voor gezamenlijk overleg en voor coherentie van beleidsmaatregelen. De oprichting van deze interkabinettenwerkgroep zal op agenda staan van de volgende interministeriŽle conferentie Volksgezondheid in juni.

De deelname van alle gemeenschappen aan de onlangs opgerichte interkabinettenwerkgroep om een voedselconsumptiepeiling bij kinderen organisatorisch en budgettair voor te bereiden, is reeds een positief teken. Voedselconsumptiepeilingen zijn namelijk hťt instrument bij uitstek om de effectiviteit van de huidige beleidsplannen inzake voeding en gezondheid op alle niveaus en in diverse beleidsdomeinen, zoals gezondheid en onderwijs, te meten en te heroriŽnteren.

Er heeft ook coŲrdinatievergadering met alle gemeenschappen plaats om het internationaal beleid rond voeding voor te bereiden en gezamenlijke Belgisch standpunten of commentaren te formuleren op initiatieven van de Europese Commissie en de Wereldgezondheidsorganisatie.

In een geest van samenwerking en overleg werd een operationeel plan uitgewerkt met zestig concrete acties die in de periode 2006-2010 zullen worden ondernomen. Een uitgebreid rapport met de stand van zaken na twee jaar zal in mei aan de Ministerraad worden voorgelegd. Daarna zal dat verslag gepubliceerd worden op de website van het NVGP-B, die momenteel geactualiseerd wordt (www.mijnvoedingsplan.be). De coŲrdinatoren van het NVGP-B zijn altijd beschikbaar om verdere uitleg te verschaffen inzake de stand van zaken en de acties die ondernomen zijn en in de nabije toekomst gepland zijn.

Mevrouw Nahima Lanjri (CD&V-N-VA). - Het valt me op dat het budget doorheen de jaren sterk schommelt. In 2006 bedroeg het 1.054.000 euro, tegenover 780.000 euro in 2007 en 754.000 in 2008. Ik zal later aan de minister de redenen voor die verschillen in bedragen vragen.

De minister antwoordde dat samenwerking met de Vlaamse Gemeenschap gevoelig ligt. Het plan voor de aanpak van obesitas staat of valt met preventie. Daarvoor moet worden samengewerkt met de gemeenschappen, aangezien preventie tot hun bevoegdheid behoort. Ik hoop dan ook dat alles in het werk wordt gesteld om de relaties met de gemeenschappen optimaal te houden. De minister doet daartoe een eerste stap met de interkabinettenwerkgroep en de interministeriŽle conferentie. Ik kijk uit naar de resultaten. Samenwerking met respect voor ieders bevoegdheid is absoluut noodzakelijk.

De concrete acties die in mei aan de minister worden voorgelegd zal ik verder opvolgen met vragen aan de minister of op de website.