4-16

4-16

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 14 FEBRUARI 2008 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Marleen Temmerman aan de minister van Binnenlandse Zaken over «de richtlijnen inzake aids bij visumaanvragen door niet-EU-burgers» (nr. 4-94)

De voorzitter. - Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven, antwoordt.

Mevrouw Marleen Temmerman (sp.a-spirit). -Mensen met hiv/aids ondervinden in een aantal landen reisbeperkingen. Volgens UNAIDS hebben 70 landen in de wereld reisbeperkingen voor seropositieve mensen; een twintigtal daarvan hanteren bijzonder strenge regels. Dat is onder andere zo voor sommige reizigers naar de Verenigde Staten, Rusland, China en Australië.

Binnen de Europese Unie hebben 22 Schengenlanden een gemeenschappelijk visumbeleid. EU-inwoners die binnen de Schengenzone reizen, mogen vrij gaan en staan waar ze willen. Dat geldt ook voor Europeanen met hiv/aids. Spijtig genoeg hanteren de Europese landen voor inwoners van niet-EU-landen wél een verschillend visumbeleid voor reizigers met hiv/aids. Dat is mijns inziens stigmatiserend, discriminerend én het helpt niet om de verspreiding van aids tegen te gaan.

Een aantal aidsorganisaties vermeldt in reisadviezen van eind 2007 dat in de Duitse deelstaat Beieren niet-EU-burgers die zich daar willen vestigen, of niet-EU-toeristen die er langer dan 4 maanden willen verblijven, een hiv-test moeten ondergaan. In Hongarije moeten alle niet-EU-burgers die langer dan een jaar in het land willen verblijven, een hiv-test voorleggen; enkel geaccrediteerde journalisten en diplomaten zijn hiervan vrijgesteld. In Spanje geldt dat iedereen die een verblijfsvergunning aanvraagt om te werken of te studeren een medisch onderzoek moet ondergaan; daar kán een hiv-test bij zitten. Ook in Polen is voor een langdurig verblijf een hiv/aids-test nodig.

In België zouden niet-EU-burgers die hier willen studeren of werken een hiv-test moeten ondergaan bij een arts in hun land van oorsprong. De arts moet daartoe door ons land erkend worden. Wanneer iemand hiv-positief is, wordt geen visum uitgereikt. Zo wordt het internationaal medegedeeld door aidsorganisaties. Hierover ontstond een aantal jaren geleden beroering. In het parlement werden al vragen gesteld en er kwam ook een resolutie. Hiv/aids is een seksueel overdraagbare ziekte en is als dusdanig geen directe bedreiging voor de volksgezondheid zoals tuberculose of vogelpest. Er is ook rechtspraak die het niet toekennen van een visum op basis van hiv-tests veroordeelt.

Vreemd is dat omtrent de concrete richtlijnen in ons land bitter weinig terug te vinden is. Medewerkers van vluchtelingencentra die in visa gespecialiseerd zijn, en diplomaten melden dat in de praktijk de hiv-tests niet meer worden geëist. Bij het invullen van de medische formulieren aan niet-EU-reizigers worden nog vragen inzake hiv/aids gesteld om achteraf medische hulp te kunnen bieden.

Kan de minister toelichting geven bij de praktijk in ons land? Bestaan er nu wel of niet formele richtlijnen met betrekking tot hiv/aids voor niet-EU-burgers die een visum voor ons land aanvragen? Wie wordt getest? Als dit niet formeel gebeurt, maar informeel om `mensen met hiv/aids medisch bij te staan', kunnen wij dan beschikken over de cijfers? Wie houdt deze gegevens bij? Kan de minister toelichten wat dat `aanbieden van medische hulp' inhoudt met betrekking tot terugwijsbeleid, toekennen van visum, enzovoorts? Wat zijn de gevolgen? Worden de resultaten van de hiv-test inderdaad enkel aan artsen doorgespeeld of komen ze ook in het beoordelingsdossier van DVZ? Speelt het hebben van aids of een positieve hiv-status een rol bij het al dan niet toekennen van het visum?

Zal de minister tijdens een komend Europees overleg inzake het visumbeleid binnen de Schengenlanden pleiten voor uniforme richtlijnen met betrekking tot hiv-tests? Het kan niet dat werknemers, toeristen of studenten uit niet-EU-landen bij hun visumaanvraag in de ene lidstaat wél naar hun hiv-status wordt gevraagd en in de andere niet. De adviezen die hierover worden verstrekt hebben effect op de landenkeuze van buitenlandse studenten. Erger is dat de tests stigmatiseren, discrimineren en vernederen.

Mevrouw Inge Vervotte, minister van Ambtenarenzaken en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord van de minister.

Ik kan mevrouw Temmerman alvast geruststellen: er bestaan geen richtlijnen in ons land met betrekking tot hiv/aids voor niet-EU-burgers. De dienst Vreemdelingenzaken moet bij de afgifte van een visum lang verblijf alleen de zekerheid hebben dat de betrokken vreemdeling geen besmettelijk ziekte heeft die voorkomt op de bijlage van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Het betreft, enerzijds, `ziekten die een gevaar kunnen opleveren voor de volksgezondheid', zoals onder meer tuberculose van de luchtwegen of syfilis, en, anderzijds, `ziekten en gebreken die een gevaar voor de openbare orde of de openbare veiligheid' kunnen opleveren, zoals verslaafdheid aan vergiften. In de bijlage van de wet staat hiv of aids niet vermeld.

Bijgevolg zal het hebben van hiv/aids geen motief zijn voor weigering van de afgifte een visum lang verblijf. Van de dienst Vreemdelingenzaken gaat evenmin de instructie uit om een onderzoek te voeren naar het al dan niet hebben van dit virus. Bovendien zullen de bevoegde diensten geen rekening houden met hiv/aids-tests die eventueel gebeurd zijn op vraag van andere overheidsdiensten.

Er bestaat op het ogenblik geen overleg binnen het Europees kader betreffende deze aangelegenheid.