Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-90

ZITTING 2006-2007

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eersteminister en minister van Binnenlandse Zaken

Vraag nr. 3-7835 van mevrouw de Bethune d.d. 2 april 2007 (N.) :
Dublin II Conventie. — Asielrecht. — Toepassing in Polen.

Ik ondervroeg de minister reeds over de toepassing van de Dublin II conventie met betrekking tot Tsjetsjeense vluchtelingen die via Polen, BelgiŽ binnenkomen. De regel is inderdaad dat de asielaanvraag van deze vluchtelingen behandeld wordt door Polen. Indien er een structureel probleem bestaat op het vlak van de inhoudelijke behandeling van de asielaanvragen in Polen, betreft dit inderdaad, zoals de minister toen bevestigde, een Europees probleem dat niet kan worden verholpen door systematisch deze aanvragen toch in BelgiŽ te behandelen.

Indien er zich bij een specifieke aanvraag daarentegen een probleem stelt om medische redenen, zoals het niet voorhanden zijn van een bepaalde noodzakelijke medische behandeling in het eerste land van binnenkomst, voorziet de Dublin II conventie precies in een uitzondering in de vorm van een humanitaire clausule, die het mogelijk maakt van de automatische terugwijzing af te zien.

Nu wordt ons door verschillende hulpverleners het geval gesignaleerd van een Tsjetsjeense vrouw die, samen met haar hele familie, reeds sinds 2003 systematisch en op een gewelddadige wijze vervolgd wordt door veiligheidsdiensten in de Russische Federatie. Zo werd de moord op haar broer en de arrestatie van 2 van haar zussen uitvoerig gedocumenteerd door diverse mensenrechtenorganisaties.

Net zoals de meeste van de Tsjetsjeense vluchtelingen bereikte zij ons land via Polen. Zonder de kans gehad te hebben haar asielaanvraag ten gronde toe te lichten riskeren zij en haar kinderen via een passage in het gesloten vluchtelingencentrum 127bis naar Polen te worden teruggeleid, in toepassing van de Dublin II conventie.

Zoals uitvoerig beschreven in de rapporten van bevoegde artsen leidt haar zoon aan een chronische ziekte, waarvoor in BelgiŽ, in tegenstelling tot Polen, wel volwaardige toegang tot kindergeneeskunde voorhanden is. Ook de behandeling voor PTSD naar aanleiding van de traumatiserende ervaringen van de vrouw zelf werd geattesteerd.

Bovendien heeft zij door haar humanitair werk in Rusland bindingen met mensen in BelgiŽ die het haar, bovenop de aanwezigheid van de medische en psychologische voorzieningen, mogelijk maken met meer kans op succes de traumatiserende ervaringen in haar thuisland, te overkomen.

1. Heeft de geachte minister zich op Europees niveau geÔnformeerd over de wijze waarop het recht op asiel in Polen wordt toegepast ?

2. Heeft dit geleid tot het kunnen bevestigen of ontkrachten van problemen inzake de inhoudelijke behandeling van asielaanvragen of de omstandigheden waarin asielzoekers verkeren ?

3. Indien dit werd bevestigd, welke actie heeft u ondernomen of bent u zinnens te ondernemen, om hieraan te verhelpen ?

4. Zijn de geachte minister en zijn dienst bereid deze en gelijkaardige zaken niet louter formeel af te handelen, wat overbrenging naar Polen impliceert en het ontstaan van onherstelbare medische schade, maar daarentegen ten gronde door toepassing van de humanitaire clausule waaraan in dit geval ruimschoots lijkt te zijn voldaan ?

Antwoord : Het geachte lid vindt hieronder het antwoord op zijn vraag.

1. De Dienst Vreemdelingenzaken onderhoudt nauwe contacten met de documentatiedienst van het Commissariaat-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen (CEDOCA). Dit centrum is in het bezit van diverse rapporten van NGO's en het VN Hoog-Commissariaat voor de vluchtelingen over de situatie in Polen inzake de toepassing van asielrecht.

2 en 3. Uit diverse rapporten blijkt dat de situatie in Poolse asielcentra weliswaar verre van optimaal is maar dat er geen sprake is van schending van de rechten van de asielzoekers. De Poolse autoriteiten doen hun uiterste best om de problemen op te lossen met de hulp van de Europese Unie. Er is bovendien een europese richtlijn 2003/09 met minimumnormen voor de opvang van asielzoekers waar de Poolse opvang aan voldoet. Polen erkent ten slotte Tsjetsjenen als vluchteling en geeft een nog groter aantal een subsidiair beschermingsstatuut (richtlijn 2004/83/EG).

Dit alles bevestigt geenszins een ontoereikende behandeling van de Tsjetsjeense asielzoekers in Polen, noch op het gebied van opvang noch op het gebied van de behandeling van de asielaanvraag.

4. Ik wil met klem benadrukken dat mijn diensten nooit louter formeel dossiers afhandelen. In het verleden werden reeds meerdere gevallen om medische redenen in BelgiŽ behandeld waarvoor strikt genomen een ander land verantwoordelijk was. Er wordt steeds geval per geval tewerk gegaan.