3-203

3-203

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 8 FEBRUARI 2007 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van de heer Joris Van Hauthem aan de vice-eersteminister en minister van Financiën en aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid over «de zwangerschapsuitkering voor gemeenteraadsleden» (nr. 3-2109)

De voorzitter. - Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - De gemeenteraadsverkiezingen zijn achter de rug. Ze werden gehouden op basis van nieuwe decreten die specifiek zijn voor elk gewest. De toepassing van het Vlaams gemeentedecreet heeft ongewilde neveneffecten waaruit blijkt dat sommige zaken niet zijn geregeld, noch door de decreetgever, noch door de wetgever.

Zo is er het concrete probleem van gemeenteraadsleden die zwangerschapsverlof willen opnemen. Omdat die gemeenteraadsleden presentiegelden ontvangen, dreigen ze hun zwangerschapsuitkering te mislopen. Dat kan uiteraard niet de bedoeling zijn geweest, noch van de decreetgever, noch van de wetgever. De regelgevingen van de twee bestuursniveaus botsen blijkbaar met elkaar. Het probleem rijst momenteel al in verschillende gemeenten, onder meer in Kortrijk en Diksmuide.

Het gemeentedecreet zelf bepaalt niets over het al dan niet cumuleren van zwangerschapsuitkeringen en presentiegelden. Dat kan het gemeentedecreet ook niet, want zwangerschapsuitkeringen zijn een federale bevoegdheid. Dus verwijst de Vlaamse regering naar de federale wetgever om een cumulatie eventueel mogelijk te maken. Ik denk dat dit inderdaad moet kunnen. Een zwangerschapsuitkering is weliswaar een vervangingsinkomen, maar is uiteraard beperkt in de tijd.

Is de minister op de hoogte van deze ongerijmdheid? Heeft hierover reeds overleg plaatsgevonden tussen de federale en de Vlaamse overheid?

Is de minister bereid initiatieven te nemen om het cumulatieverbod op te heffen?

Mevrouw Gisèle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - De vraag spruit voort uit artikel 115 van de wet betreffende de verplichte verzekering voor geneeskundige verzorging en uitkeringen, gecoördineerd op 14 juli 1994. Die bepaling belet de uitvoering van enige activiteit tijdens de zwangerschapsperiode vergoed in het kader van het algemene stelsel der werknemers. Een gelijkaardige bepaling, namelijk artikel 93 van het koninklijk besluit van 20 juli 1971, is van toepassing in het stelsel van de zelfstandige werknemers. De wetgeving staat geen enkele uitzondering op dit principe toe, en dat in alle gevallen waarin een vermoeden van arbeidsongeschiktheid bestaat zoals bepaald in de ZIV-reglementering.

Overleg met de deelregeringen zou geen oplossing brengen voor het probleem dat de heer Van Hauthem opwerpt. De problematiek van een activiteit tijdens een periode van vermoeden van arbeidsongeschiktheid overstijgt die van de zwangerschap van gemeenteraadsleden.

De minister van Sociale Zaken is niet van plan daarover een debat uit te lokken binnen de RIZIV-instanties.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - Ik begrijp wel de algemene regel dat iemand die een uitkering krijgt, geen activiteit mag uitoefenen. Als bijvoorbeeld een werkloze tot gemeenteraadslid wordt verkozen, kan men zich wel degelijk afvragen of hij zijn permanente uitkering kan combineren met een ander inkomen, namelijk de presentiegelden van de gemeenteraad.

Dat men dat debat niet wil aangaan, begrijp ik best. Daarom ook heb ik mijn vraag beperkt tot de specifieke situatie van zwangerschapsverlof. Het klopt dat een vrouw in dat geval een vervangingsinkomen krijgt dat in principe niet mag worden gecumuleerd met een ander inkomen. Ik heb me beperkt tot deze categorie omdat een zwangerschapsuitkering per definitie beperkt is in de tijd.

Daarover zou toch een debat moeten kunnen worden gestart. Ik vind het dan ook bijzonder jammer dat de minister laat weten dat zulks niet kan.