Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-65

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Vice-eerste minister en minister van Justitie

Vraag nr. 3-4457 van Sabine de Bethune d.d. 27 februari 2006 (N.) :
Evenwichtige vertegenwoordiging van mannen en vrouwen. — Positieve acties in de federale diensten. — Verantwoordelijke instanties. — Stand van zaken 2005.

De omzendbrief betreffende het koninklijk besluit van 27 februari 1990 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de overheidsdiensten van 20 april 1999 (Belgisch Staatsblad van 15 mei 1999) bevat een Code van goede praktijk inzake positieve acties. Deze code bepaalt dat binnen elke federale dienst een aantal mensen verantwoordelijk zijn voor de realisatie van het gelijke kansenbeleid.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen betreffende de diensten die van u afhangen (stand van zaken 2005).

1. De positieve — actieambtenaar

1.1. Wie werd conform het koninklijk besluit aangewezen als positieve — actieambtenaar ?

1.1.1. Wat is de naam van die ambtenaar ?

1.1.2. Van welke dienst maakt de ambtenaar deel uit ?

1.2. Welke zijn de werkomstandigheden van de positieve — actieambtenaar ?

1.2.1. Hoe groot is de vrijstelling van de ambtenaar ?

1.2.2. Hoe groot is het budget waarover de ambtenaar kan beschikken voor positieve actie ?

2. De interne begeleidingscommissie

2.1. Samenstelling : hoeveel mannen en vrouwen maken deel uit van de interne begeleidingscommissie ?

2.2. Vergaderingen

2.2.1. Hoeveel vergaderingen waren er in 2005 ?

2.2.2. Hoeveel verslagen werden in 2005 door de positieve — actieambtenaar bezorgd aan de federaal coördinator ?

3. De contactpersonen in de regionale kantoren

3.1. Hoeveel mannen en vrouwen treden op als contactpersoon binnen uw departement ?

3.2. Hoeveel verslagen maakte de positieve — actieambtenaar op van zijn contacten met elk van deze personen ?

3.3. Hoeveel klachten werden door deze contactpersonen geregistreerd en doorgezonden aan de positieve — actieambtenaar ?

Antwoord : 1. De positieve actieambtenaar

1.1. Wie ?

Conform het koninklijk besluit van 27 februari 1990 houdende maatregelen tot bevorderen van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de overheidsdiensten, werden op 22 november 2005 twee « verantwoordelijken positieve acties » aangesteld. In concreto gaat het over :

1.1.1. Mevrouw Sandra Werpin (F)

De heer Johan Boxstaens (N).

1.1.2. Mevrouw Werpin is sociologe en statutair attaché bij de Dienst Selectie van de Stafdienst Personeel & Organisatie bij de FOD Justitie.

De heer Boxstaens is statutair penitentiair technisch deskundige (maatschappelijk assistent) bij de Psychosociale Dienst van de Centrale Gevangenis te Leuven. Op dit ogenblik is hij laatstejaars in de « Master in Sociaal Werk & Sociaal Beleid'aan de Katholieke Universiteit Leuven. Voor hun functie als verantwoordelijken positieve acties zijn beide medewerkers gelieerd aan de Cel Welzijn binnen de Stafdienst Personeel en Organisatie van de FOD Justitie.

1.2. Werkomstandigheden

1.2.1. De twee verantwoordelijken positieve acties zijn beiden in deze hoedanigheid aangesteld voor 1/3 van hun totale arbeidstijd.

1.2.2. Voor het jaar 2005 werden geen specifieke werkingsmiddelen voorzien in het kader van gelijke kansen- en diversiteitsbeleid.

2. De interne begeleidingscommissie

2.1. In 2005 zijn er geen samenkomsten geweest van de interne begeleidingscommissie. De positieve-actieambtenaren die eind 2005 werden aangesteld hebben recent een voorstel gedaan wat betreft de samenstelling van voornoemde commissie. Dit voorstel volgt momenteel de voorziene hiërarchische weg. Uiteraard zal de samenstelling van de interne begeleidingscommissie voldoen aan de wettelijke voorwaarden zoals bepaald in het koninklijk besluit van 27 februari 1990 houdende maatregelen tot bevordering van gelijke kansen voor mannen en vrouwen in de overheidsdiensten.

2.2. Vergaderingen

2.2.1. Zoals reeds gesteld, waren er in 2005 geen vergaderingen van de interne begeleidingscommissie. Dit betekent echter geenszins dat er binnen de FOD Justitie geen gebundelde aandacht was voor gelijke kansen en diversiteit. De materie kwam aan bod binnen verschillende interne en externe vergaderingen waarbij personeelsleden van de Stafdienst P&O nauw betrokken waren. Bovendien werd de FOD Justitie ook steeds vertegenwoordigd op de vergaderingen van het Netwerk Diversiteit, een initiatief van de FOD P&O.

2.2.2. Aangezien de interne begeleidingscommissie niet samengekomen is in 2005, werden ook geen verslagen overgemaakt aan de federale coördinator.

3. De contactpersonen in de regionale kantoren

3.1. Binnen de FOD Justitie zijn er heel wat personeelsleden die begaan zijn met het thema gelijke kansen en diversiteit. Hun betrokkenheid werd echter niet geformaliseerd in een officieel statuut als « contactpersoon ». Het is een doelstelling van de positieve-actieambtenaren om in de toekomst — naast de wettelijk verplichte interne begeleidingscommissie — te voorzien in de uitbouw van een meer functioneel netwerk van contactpersonen die kunnen bijdragen aan het vergroten van het draagvlak voor positieve acties in de FOD Justitie.

3.2. Gezien het vaak informele karakter van de contacten met betrekking tot gelijke kansen en diversiteit werden hiervan geen verslagen opgemaakt.

3.3. Er zijn geen officiële cijfers omtrent klachten van personeelsleden van de FOD Justitie die kaderen binnen het thema gelijke kansen en diversiteit, ter mijner beschikking.