3-172

3-172

Sénat de Belgique

Annales

JEUDI 22 JUIN 2006 - SÉANCE DE L'APRÈS-MIDI

(Suite)

Question orale de M. Jurgen Ceder au premier ministre et au ministre de la Fonction publique, de l'Intégration sociale, de la Politique des grandes villes et de l'Égalité des chances sur «l'agitation politique persistante du directeur du Centre pour l'Égalité des chances et la lutte contre le racisme (CECLR)» (nº 3-1189)

Mme la présidente. - M. Vincent Van Quickenborne, secrétaire d'État à la Simplification administrative, adjoint au premier ministre, répondra.

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Enkele weken geleden stelde mijn collega Wim Verreycken reeds een vraag over de toenmalige politieke stellingname van de directeur van het CGKR omtrent de praktijktests in verband met racisme en het openlijke ongenoegen dat dit initiatief bij de eerste minister had opgewekt. De waarschuwing van de eerste minister aan het adres van de directeur van het CGKR was toen duidelijk: hij mag zich niet met politiek inlaten, zoniet mag hij op zoek gaan naar ander werk.

Enkele weken later stellen wij vast dat de heer De Witte niet kan nalaten politieke standpunten in te nemen. Uitgerekend op een ogenblik dat in de Kamer wijzigingen aan de asielprocedure worden besproken en de druk vanuit de illegalenmilieus en hun militante helpers wordt opgevoerd, heeft de directeur van het CGKR positie gekozen door openlijk zijn steun te betuigen aan de eisen van de illegalen. Als we het goed hebben begrepen, dan nam hij zelfs het woord op een persconferentie van de pro-illegalenbeweging. In De Morgen van 16 juni vernemen we in dat verband dat de directeur van het CGKR van oordeel is dat `alle eisen (van de illegalenbeweging) getuigen van een bijzondere redelijkheid'. De heer De Witte doet dus weer aan politiek.

In De Morgen van 16 juni lezen we verder dat de regering `not amused' is over het gedrag van de directeur van het CGKR, maar dat ze niet officieel wil reageren op de politieke bemoeienissen van de heer De Witte. De krant meldt dat de regering, officieus, zijn gedrag `onverstandig' noemt en het hem zwaar aanrekent. Volgens De Morgen vindt de regering dat `een leidend ambtenaar de wet moet volgen' en dat `als hij het fundamenteel oneens is met het beleid, hij zijn conclusies moet trekken'. Dat is inderdaad een redelijke verwachting voor ambtenaren, maar de directeur van het CGKR heeft er duidelijk geen oren naar, zoals uit deze recidive mag blijken.

Wat is het standpunt van de regering over de openlijke steun van de directeur van het CGKR aan de eisen van de illegalenbeweging die de jongste tijd in dit land is ontstaan?

Is het niet hoog tijd dat, wanneer de directeur van het CGKR - die het duidelijk niet eens is met het gevoerde beleid en daar ook publiek voor uitkomt - niet zelf zijn conclusies trekt, de regering dan maar die conclusies trekt en de betrokkene de laan uitstuurt?

De heer Vincent Van Quickenborne, staatssecretaris voor Administratieve Vereenvoudiging, toegevoegd aan de eerste minister. - Ik lees het antwoord van de eerste minister.

De directeur van het Centrum heeft een zeer belangrijke, maar ook een uiterst delicate opdracht. Hij moet die opdracht met een groot maatschappelijk gezag kunnen uitoefenen en, als leidend ambtenaar, boven het politieke gewoel staan. Daarom is het raadzaam dat hij zich in zijn publieke uitlatingen terughoudend opstelt, zodat hij zelf niet het voorwerp van controverse wordt.

De heer Jurgen Ceder (VL. BELANG). - Het is leuk om de functiebeschrijving van de directeur van het Centrum nog eens te horen, maar dat is geen antwoord op mijn vraag. Mijn vraag was welke houding de regering inneemt ten opzichte van de recente uitlatingen van de heer De Witte? Hoe zal de regering concreet reageren op die uitlatingen?