Vragen en Antwoorden

BELGISCHE SENAAT


Bulletin 3-59

ZITTING 2005-2006

Vragen van de Senatoren en antwoorden van de Ministers (Art. 70 van het reglement van de Senaat)

(N.): Vraag gesteld in het Nederlands - (Fr.): Vraag gesteld in het Frans


Staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid

Vraag nr. 3-4213 van de heer Vandenberghe H. d.d. 31 januari 2006 (N.) :
Blinden en slechtzienden. — Witte en gele blindenstok. — Afschaffing van de gele blindenstok.

De federale regering besliste vorige week om de gele stok waarmee slechtzienden rondlopen, helemaal af te schaffen. Tegelijk werden de criteria versoepeld voor het gebruik van de witte blindenstok. Iedereen die voor minstens 60 % visueel gehandicapt is, heeft recht op die stok. Ook mensen die alleen in bepaalde omstandigheden zoals duisternis onvoldoende zien, mogen met een witte stok lopen.

De uniformiseringsmaatregel van de regering roept echter weerstand op van slechtzienden voor wie het gebruikmaken van een witte stok psychologisch erg zwaar om dragen is, omdat ze zich niet tot de groep van blinden rekenen. Een Antwerpse glaucoompatiŽnt heeft zelfs een advocaat gevraagd om te onderzoeken wat ze tegen de regel kan beginnen.

Graag kreeg ik een antwoord op de volgende vragen :

1. Hoeveel blinden en slechtzienden zijn er in ons land ?

2. Hoeveel van die blinden en slechtzienden beschikken over een witte of gele stok ?

3. Begrijpt de geachte minister de bezorgde reacties van slechtzienden die geen witte stok willen gebruiken ? Hoe wil hij aan hun verzuchtingen tegemoetkomen ?

Antwoord : Ik heb de eer het geachte lid mee te delen dat de regeringsbeslissing om een wet voor te stellen ter uitbreiding van de toekenningscriteria voor de witte stok en, bijgevolg, ter afschaffing van de criteria voor de gele stok werd genomen op verzoek van de verenigingen voor blinden en slechtzienden, meer bepaald de Brailleliga, de vereniging ONA en de Belgische Confederatie voor Blinden en Slechtzienden, die bijna alle verenigingen en specialisten in de revalidatie, waaronder de oogartsen, overkoepelt.

BelgiŽ heeft geen centraal systeem voor de identificatie van personen met een handicap, ledere overheid die op basis van haar eigen criteria hulpmiddelen of bijstand biedt aan personen met een handicap houdt een gegevensbank bij. Aangezien de criteria niet overeenstemmen, is het onmogelijk om een uniek en centraal systeem uit te bouwen.

We moeten ons dus baseren op de criteria van de WGO : 1 % van de bevolking heeft een visuele handicap die een speciaal optisch hulpmiddel vergt, hetzij meer dan 100 000 mensen in BelgiŽ. 12 % hiervan, hetzij 12 000 personen, zijn blind of hebben een functionele blindheid.

Er zijn geen gegevens beschikbaar over het aantal personen dat gebruik maakt van een witte of gele stok.

Maar volgens de verenigingen die de stokken aan de personen met een visuele handicap uitreiken, is het gebruik van de witte stok in ons land ondermaats wegens de beperkende criteria en wordt de gele stok uiterst zelden uitgereikt. Sommige grote verenigingen hebben sinds 1991 nog nooit een gele stok uitgereikt. Alle verenigingen geven toe dat de gele stok ook bij de slechtzienden totaal onbekend is, en dus zeker bij de bevolking in het algemeen. BelgiŽ is trouwens het enige land ter wereld waar ook de gele stok wordt erkend. Ik streef ernaar dat mensen met een handicap zich overal in BelgiŽ en in de wereld zo goed mogelijk kunnen verplaatsen.

Mijn bekommernis, en die van de verenigingen, is dat dit gebeurt in de meest veilige omstandigheden. Blinden en slechtzienden zijn bijzonder kwetsbaar in het verkeer, op het voetpad waar ze tal van obstakels op hun weg vinden : parkeermeters, verkeersborden, paaltjes, vuilnisbakken, slecht gesignaleerde werken, verkeerd geparkeerde auto's, enz.

Betere verplaatsingsmogelijkheden vergen een ruimer gebruik en dus een betere herkenning van een eenvoudig symbool : de witte stok, die bijna gelijktijdig werd bedacht in Engeland (1921), in Frankrijk (1930) en in de Verenigde Staten (1930).

De mensen waren bang om op de openbare weg te worden aangereden door een voertuig, daarom werd geopteerd voor een witte stok voor meer zichtbaarheid, naar het voorbeeld van de witte stok van de politieagenten. Meer signalen, betekent meer risico's.

Tot slot wordt het gebruik van de witte stok uitgebreid om tegemoet te komen aan de behoeften van mensen met een visuele handicap. Iemand die bijvoorbeeld niet volledig beantwoordt aan de criteria in de wet, kan aan een oogarts, die gespecialiseerd is in de revalidatie, vragen om het gebruik van de witte stok voor te schrijven.

Dit geldt bijvoorbeeld voor mensen die zich overdag vlot kunnen verplaatsen, maar die het een stuk moeilijker hebben wanneer het natuurlijk licht afneemt of het volledig duister is.