3-159

3-159

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 20 APRIL 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de vice-eerste minister en minister van Justitie over «de nieuwe adoptiewet» (nr. 3-1505)

De voorzitter. - Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven, antwoordt.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Op 1 september 2005 werd de nieuwe adoptiewet van kracht conform het Internationaal Verdrag van Den Haag. Enkele maanden later rijzen er blijkbaar nog steeds problemen. De timing voor de procedure die in de wet werd vastgelegd, wordt niet altijd gerespecteerd. Ik vernam zelfs dat vonnissen werden uitgesproken die niet conform de wetgeving zijn. Zo werd in een eerste vonnis voor kandidaat-adoptanten geen maatschappelijk onderzoek bevolen omdat het ging om een tweede adoptie; de tweede maal werd het maatschappelijk onderzoek wel bevolen conform de wetgeving. Men is dus nog altijd niet volledig op de hoogte van de nieuwe wetgeving. Op 21 en 22 november 2005 werd door de Hoge Raad voor de Justitie een opleiding georganiseerd over de nieuwe adoptiewet.

Is de vice-eerste minister ervan op de hoogte dat de adoptieprocedure bij instanties waarvoor zij verantwoordelijk is, zoals de jeugdrechtbanken of het openbaar ministerie, vertraging oploopt. In hoeveel dossiers die sinds 1 september 2005 geopend zijn, is er een vertraging?

Hoeveel procent van de jeugdmagistraten hebben deelgenomen aan de vorming van 21 en 22 november? Werden de jeugdmagistraten nog via andere opleidingen of initiatieven over de nieuwe wetgeving voorgelicht?

Mevrouw Els Van Weert, staatssecretaris voor Duurzame Ontwikkeling en Sociale Economie, toegevoegd aan de minister van Begroting en Overheidsbedrijven. - Ik lees het antwoord van vice-premier Onkelinx.

Over het algemeen ben ik behoorlijk tevreden over de wijze waarop de rechtbanken de nieuwe wetgeving inzake adoptie toepassen. De wet tot hervorming van de adoptie wijzigt de adoptieprocedures immers fundamenteel.

De jeugdrechtbanken worden geconfronteerd met een groot aantal nieuwe dringende aanvragen en hebben zich vlug moeten aanpassen.

Ik verwijs vooral naar de procedures om te oordelen over de geschiktheid om te adopteren, wat nu verplicht is voor elke internationale adoptie.

Sinds de inwerkingtreding van de wet zijn 56 geschiktheidsvonnissen aan de federale centrale autoriteit bezorgd. In vrijwel alle gevallen heeft het openbaar ministerie het gedetailleerd verslag binnen de voorgeschreven termijn van twee maanden opgesteld.

Gezien de korte termijn waarbinnen ik op de vraag moest antwoorden, had ik niet de gelegenheid om het college van procureurs-generaal te contacteren voor zeer nauwkeurige cijfers inzake de hangende dossiers.

Ik ben mij ervan bewust dat er op bepaalde tijdstippen wat vertraging kan optreden, vooral inzake homologatiedossiers die voorlopig nog worden behandeld op grond van de vroegere procedure. In die gevallen kan ik de kandidaat-adoptanten enkel aanraden contact op te nemen met de procureur des Konings van het betrokken gerechtelijk arrondissement om hem te wijzen op de vertraging inzake de behandeling van hun dossier.

Aan de opleiding van 21 en 22 november hebben een honderdtal magistraten deelgenomen, hoofdzakelijk jeugdrechters en leden van het openbaar ministerie. Veertig procent van alle Nederlandstalige jeugdrechters en 48% van de Franstalige jeugdrechters waren aanwezig op de opleiding.

Het volgende nummer van het tijdschrift `Revue trimestrielle de droit familial' zal gewijd zijn aan de hervorming van het adoptierecht. De onderwerpen die tijdens de tweedaagse opleiding aan bod zijn gekomen, zullen er volledig in worden besproken.

Naast de opleiding van de jeugdmagistraten werd bij de FOD Justitie op 26 januari tevens met succes een opleidingsdag voor de griffiers georganiseerd.

Ten slotte is op 17 februari te Louvain-la-Neuve een studiedag gehouden over de hervorming van de adoptie, waaraan talrijke magistraten, vertegenwoordigers van het openbaar ministerie en advocaten hebben deelgenomen.

De FOD Justitie, vertegenwoordigd door de dienst internationale adoptie, was als spreker bij al die activiteiten betrokken.

In de loop van volgend jaar zal waarschijnlijk een nieuwe opleiding voor de griffiers worden georganiseerd.

Voor de magistraten zullen de opleidingen in verband met de adoptie wellicht plaatsvinden in het kader van de permanente opleiding van de magistraten, tenzij de Hoge Raad voor de Justitie een nieuwe aanvraag indient.

De vertegenwoordigers van het college van procureurs-generaal nemen overigens deel aan de overlegvergaderingen die sinds augustus bij de FOD Justitie worden georganiseerd. Bij de FOD Justitie hebben nog andere vergaderingen plaatsgevonden, die meer specifiek tot doel hadden gerechtelijke procedurekwesties op te lossen die vooral verband hielden met de overgangsmaatregelen. Dat gebeurde in nauwe samenwerking met alle betrokken instanties, zoals de vertegenwoordigers van de magistratuur en van de procureurs-generaal.

Het college van procureurs-generaal heeft een nota met de conclusies van die vergaderingen opgesteld ten behoeve van de zittende magistraten en de magistraten van het openbaar ministerie. Momenteel wordt een nieuwe nota uitgewerkt met betrekking tot het verslag dat het openbaar ministerie in het kader van de geschiktheidsprocedure moet opstellen.