3-157

3-157

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 30 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Mondelinge vraag van de heer Joris Van Hauthem aan de minister van Werk over ęde dienstenchequesĽ (nr. 3-1074)

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - De dienstencheques doen de jongste tijd nogal wat stof opwaaien. Aanleiding daartoe waren de explosieve groei van de uitgaven voor dienstencheques op de begroting enerzijds en kritische vragen bij de terugverdieneffecten en de extra tewerkstelling anderzijds.

Het bleek inderdaad dat de regering het budget voor de dienstencheques van 386 tot 528 miljoen euro moest optrekken. Dat is niet weinig. Bovendien blijkt dat het gebruik van de dienstencheques verder zal blijven stijgen. De minister had het in dat verband zelf over een maandelijkse groei van 5 procent.

Meteen gingen er dan ook stemmen op om de huidige budgettaire situatie als onhoudbaar te bestempelen. Zo drong onder andere de administrateur-generaal van de RVA met krachtige stem aan op aanpassingen om budgettaire problemen te voorkomen.

Verschillende denksporen werden gesuggereerd: de regering kan de eigen bijdrage van de gebruiker verhogen, ze kan de fiscale aftrek verminderen of afschaffen, ze kan de winsten van de dienstenchequebedrijven verkleinen door de vergoeding van 21 euro te verlagen. Er is ook sprake van om de toegang tot dienstencheques voor bepaalde gebruikers te verstrengen, in casu voor de openbare besturen.

Over de begrotingscontrole hebben we in de pers inmiddels vernomen dat het nettotekort 58 miljoen euro bedraagt en dat 23 miljoen euro zal worden verhaald op de voorschotten aan Accor Services, het bedrijf dat de dienstencheques verspreidt. Die laatste maatregel komt feitelijk neer op een uitstel van betaling en biedt geen structurele oplossing.

Voor de rest van het tekort hoopt de regering volgende maand een oplossing te vinden, wanneer de reŽle kosten en terugverdieneffecten na een nieuwe analyse van het systeem gekend zullen zijn. Het verwondert me ten zeerste dat de regering de reŽle kosten en de terugverdieneffecten niet kent van een systeem dat al enkele jaren meegaat. De structurele oplossing voor de ontsporing van de begroting is blijkbaar nog niet voor morgen.

Wordt er nagedacht over een structurele aanpassing van het systeem van dienstencheques? Zo ja, welke aanpak staat de regering voor? Wat is na de begrotingscontrole de stand van zaken in het dossier?

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - De regering heeft gisterenavond de begrotingscontrole afgerond. Ze heeft daarbij beslist om de prijs van de dienstencheques niet te verhogen.

Zoals de heer Van Hauthem aangeeft, had de RVA ter voorbereiding van de begrotingscontrole haar raming voor 2006 herzien van 396 naar 528 miljoen euro. Beide bedragen verwijzen wel naar de verwachte brutokostprijs van het systeem en houden nog geen rekening met de terugverdieneffecten. Wanneer een werkloze op die manier een baan krijgt, moeten we immers geen werkloosheidsvergoeding betalen en moet de betrokkene bijdragen voor de sociale zekerheid betalen.

Voor die terugverdieneffecten komen we op een netto bedrag van 58 miljoen euro. Het is natuurlijk bijzonder moeilijk te voorspellen hoe de verkoop van de dienstencheques verder zal evolueren. Daarom zullen we dat, met het oog op de begrotingscontrole van juni 2006, van nabij blijven volgen.

Om het acute probleem van het oplopende kostenplaatje op te vangen, heeft de regering volgende maatregel genomen.

Door de spectaculaire groei van het aantal dienstencheques heeft het uitgiftebedrijf Accor meer cashflow dan oorspronkelijk was geraamd. Vandaag wordt Accor betaald op het ogenblik dat de reserves dalen tot onder de 10 miljoen euro. De regering heeft nu beslist om de betaling van de RVA aan Accor nauwer te doen aansluiten bij de terugbetaling aan de bedrijven. Daardoor worden de reserves die Accor opbouwt kleiner en kunnen ze worden gebruikt om het systeem betaalbaar te houden. Met die maatregel bespaart de regering 23 miljoen euro.

Nadat de regering einde april het evaluatierapport van de dienstencheques heeft ontvangen, zal ze een eventuele verdere bijschaving van het systeem onderzoeken om het op termijn in stand te houden. Dat rapport gaat over de evolutie van de dienstencheques in 2005. Het gaat dus om concrete cijfers. Het verslag moet niet dienen om de terugverdieneffecten correct in te schatten, want dat kunnen we vandaag al. Het geeft ons een idee over de mensen die de cheques gebruiken, in welke omstandigheden, enzovoort. Aan de hand van het rapport zal de regering bij de begrotingscontrole van juni 2006 beter kunnen inschatten welke de werkelijke kostprijs is en waar het systeem eventueel zou kunnen worden aangepast en verbeterd.

Tot slot wil ik beklemtonen dat het systeem een succesverhaal is en blijft, niet alleen omdat het bijkomende werkgelegenheid creŽert, maar ook omdat het zwartwerk omzet in witwerk. Ik wil het systeem in elk geval vrijwaren voor de toekomst en het is daarom ook normaal dat de overheid haar steentje blijft bijdragen.

De heer Joris Van Hauthem (VL. BELANG). - De regering zag vorig jaar toch ook al dat een structurele ingreep nodig was om het systeem op termijn betaalbaar te houden. Ze heeft dit fenomeen bij de opmaak van de begroting 2006 echter genegeerd. Men wist dat het systeem een enorm succes was. Ik begrijp dan ook niet dat men pas in januari-februari tot de conclusie komt dat het systeem onbetaalbaar wordt. Toch wacht de regering tot juni om structurele maatregelen te nemen. Ze heeft nu beslist dat ze de voorschotten aan Accor zal beperken. Het gaat echter om een bedrag van 23 miljoen euro dat vroeg of laat aan Accor zal moeten worden betaald.

De heer Peter Vanvelthoven, minister van Werk. - De regering heeft bij de begrotingsopmaak 2006 wel degelijk rekening gehouden met de op dat ogenblik door de RVA geraamde stijgingen. Het budget voor 2006 was al aanzienlijk hoger dan dat van 2005, maar de recente cijfers hebben aangetoond dat de groei explosief blijft toenemen. Daarom hebben we in de eerste begrotingscontrole van dit jaar al een oplossing uitgewerkt voor het bijsturen van eventuele budgettaire ontsporingen.