3-155

3-155

Belgische Senaat

Handelingen

DONDERDAG 23 MAART 2006 - NAMIDDAGVERGADERING

(Vervolg)

Vraag om uitleg van mevrouw Sabine de Bethune aan de minister van Buitenlandse Zaken over ęde mensenrechtentoestand in ColombiaĽ (nr. 3-1483)

De voorzitter. - Mevrouw GisŤle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid, antwoordt.

Mevrouw Sabine de Bethune (CD&V). - Hoewel Colombia een van de oudste democratieŽn van Zuid-Amerika is, is het al decennia lang het strijdtoneel van het leger, paramilitaire organisaties, verzetsbewegingen uit diverse hoeken en drugskartels. Massale en grove mensenrechtenschendingen zijn schering en inslag; de afgelopen 20 jaar werden circa 70.000 mensen vermoord en werden tienduizenden mensen het slachtoffer van marteling, ontvoering of verdwijning. Ondanks het demobilisatieproces bij de paramilitaire organisaties, dat zich in 2003 heeft ingezet, blijft de Colombiaanse maatschappij vooral het slachtoffer van het optreden van de paramilitaire organisaties.

Mensenrechtenorganisaties blijven tot op de dag van vandaag de grove en herhaalde mensenrechtenschendingen aankaarten. Ook de wet Justitie en Vrede, die het kader van het demobilisatieproces vormt, roept heel wat vragen op. Plaatselijke en internationale mensenrechtenorganisaties klagen de geringe bestraffing van of zelfs de straffeloosheid voor gepleegde misdrijven en mensenrechtenschendingen door gedemobiliseerde paramilitairen aan. In ruil voor ontwapening en demobilisatie worden zij niet verplicht om de waarheid over mensenrechtenschendingen te vertellen. Het recht van de slachtoffers en van hun nabestaanden op waarheid, gerechtigheid en herstel wordt helemaal uit het oog verloren. Bovendien bevat de wet ook geen maatregelen die een effectieve demobilisatie garanderen, aangezien de structuren blijven bestaan en de voormalige paramilitairen in het leger of bij veiligheidsfirma's worden ingeschakeld.

Een belangrijke rol is weggelegd voor het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de rechten van de mens in Colombia. In de loop van dit jaar zullen evenwel de twee belangrijkste vertegenwoordigers met de meeste ervaring het Bureau verlaten en - volgens de laatste informatie waarover we beschikken - zijn er nog geen opvolgers aangewezen. Dat is bijzonder spijtig, vooral omdat er ook parlements- en presidentsverkiezingen zullen plaatshebben. In de aanloop naar deze verkiezingen werden reeds twee politici door paramilitairen vermoord. Het VN-Bureau heeft er bij de Colombiaanse regering meteen op aangedrongen om de nodige maatregelen te nemen opdat elke Colombiaan zijn burgerlijke en politieke rechten in alle vrijheid kan uitoefenen.

Wat zal de Belgische regering op de 62ste zitting van de VN-Mensenrechtencommissie doen opdat het rapport en de aanbevelingen van de Commissie voor de mensenrechten en van het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de mensenrechten in Colombia zal worden overgedragen aan de VN-Mensenrechtenraad? Hoe verloopt het overleg in de EU omtrent de mensenrechtenproblematiek in Colombia? Heeft onze regering reeds initiatieven genomen om het mandaat van het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de mensenrechten in Colombia met een periode van vier jaar te laten verlengen?

Heeft ons land reeds aangedrongen op een spoedige invulling van de twee mandaten die vacant zijn of worden bij het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de mensenrechten in Colombia? Heeft onze regering het probleem van de mensenrechtenschendingen en de schendingen van de burgerlijke en politieke rechten al bij de Colombiaanse overheid aangekaart? Heeft onze regering de Colombiaanse regering al gevraagd de aanbevelingen van de Commissie voor de mensenrechten en van het Bureau van de Hoge VN-Commissaris voor de mensenrechten in Colombia uit te voeren?

Mevrouw GisŤle Mandaila Malamba, staatssecretaris voor het Gezin en Personen met een handicap, toegevoegd aan de minister van Sociale Zaken en Volksgezondheid. - BelgiŽ steunt het VN-Mensenrechtenbureau in Colombia. Op initiatief van de Europese Unie wordt de mensenrechtensituatie in Colombia besproken tijdens de jaarlijkse sessie van de VN-Mensenrechtencommissie. Het rapport van het Mensenrechtenbureau vormt de belangrijkste basis voor de activiteiten van deze VN-commissie. BelgiŽ blijft het Mensenrechtenbureau steunen en zal nagaan hoe deze steun kan worden geconcretiseerd in het kader van de nieuwe VN- Mensenrechtenraad.

De oprichting van de VN-Mensenrechtenraad is een belangrijke ontwikkeling. De huidige sessie van de VN-Mensenrechtencommissie zal zich hoofdzakelijk beperken tot procedurele aangelegenheden.

De Europese Unie blijft de evolutie van de mensenrechtensituatie in Colombia op de voet volgen en steunt de hernieuwing van het mandaat van het Bureau van het Hoog-Commissariaat voor de mensenrechten in Colombia. In de resolutie betreffende de oprichting van de VN-Mensenrechtenraad staat eveneens dat de verschillende mandaten, mechanismen en verantwoordelijkheden van de Mensenrechtencommssie aan de Mensenrechtenraad moeten worden overgedragen. Op basis van de beschikbare rapporten, onder andere van het Bureau van het Hoog-Commissariaat voor de mensenrechten in Colombia zal de nieuwe VN-Mensenrechtenraad snel kunnen optreden. Het Hoog-Commissariaat voor de mensenrechten pleit voor een verlenging van het mandaat van haar Bureau in Colombia. De regering van Colombia wenst het mandaat vooraf te evalueren, maar heeft nog geen aanpassingen gesuggereerd.

De EU-partners zijn het er grotendeels over eens dat de mensenrechtensituatie in Colombia gunstig evolueert, maar vinden wel dat blijvende inspanningen noodzakelijk zijn. Hierop wordt nauwlettend toegekeken. BelgiŽ wenst dat de functies van directeur en van adjunct-directeur bij het Bureau zo snel mogelijk worden ingevuld. De kandidaten dienen evenwel over de gepaste kwaliteiten te beschikken. Het Hoog-Commissariaat voor de mensenrechten is alleen bevoegd voor de organisatie van de selectieprocedure. Kandidaturen moesten uiterlijk op 16 maart worden ingediend. De selectie en indienstneming van een directeur en adjunct-directeur kan normaal gezien snel worden afgerond.